Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Regelmatig merk ik verwarring in kerken hoe de eerste groep liederen in het nieuwe Liedboek

Dovnload 12.57 Kb.

Regelmatig merk ik verwarring in kerken hoe de eerste groep liederen in het nieuwe Liedboek



Datum28.10.2017
Grootte12.57 Kb.

Dovnload 12.57 Kb.

Psalm of lied

Regelmatig merk ik verwarring in kerken hoe de eerste groep liederen in het nieuwe Liedboek genoemd moet worden. Is het nu Psalm 23 of Lied 23? En als het Psalm 23 is, moet je dan ook Psalm 23d zeggen? Of is het dan wel weer Lied 23d?
Voor sommige mensen zal het niet uitmaken: psalm of lied. Voor andere is er echter de vrees dat het afschaffen van het woord psalmen deel uitmaakt van het korten op de erkenning dat we die liederen delen met het volk Israël. Komt de ‘onopgeefbare verbondenheid’ met Israël niet nog verder onder druk te staan? Voordat ik daarop inga, wil ik eerst kijken waar de verwarring tussen psalm en lied vandaan komt en waar nu eigenlijk de schoen wringt.
Het Liedboek lijkt aanleiding te geven tot deze verwarring, omdat er tussen de traditionele berijmde psalmen nu ook andere liederen staan en omdat er na Psalm 150 doorgenummerd wordt. De eerste groep liederen is voor ons gevoel een gemengde groep. Toch geeft het Liedboek duidelijk iets anders aan: op pagina 9 staat de titel ‘Psalmen’ en onderaan alle pagina’s van deze groep staat hetzelfde woord. Het is geen gemengde groep, maar een groep psalmen – zowel de berijmde psalmen van 1968 als andere berijmingen van (delen van) dezelfde psalmen uit het Oude Testament. De berijmingen van 1968 hebben daarbij wel een streepje voor: ze dragen allemaal een ondertitel met het woord ‘Psalm’ erin. Al deze aanduidingen bij elkaar wijzen erop, dat de samenstellers van het nieuwe Liedboek deze hele groep als psalmengroep ziet en dus naast ‘Psalm 23’ ook ‘Psalm 23d’ zouden kunnen zeggen.
Psalm en lied

Traditioneel heten vertalingen en berijmingen van het bijbelboek Psalmen ook psalmen, zowel in onze Bijbelvertalingen als in onze psalmberijmingen en liturgische geschriften, zoals het Dienstboek. In zoverre is het woord ‘psalm’ altijd verbonden met de 150 gedichten uit het Hebreeuwse Bijbelboek Psalmen. Zelfs bij het artikel ‘Psalm’ op Wikipedia wordt het zo omschreven.


Toch is dat niet het enige wat gezegd kan worden over de aanduiding psalm. Het woord is namelijk niet afkomstig uit de Hebreeuwse Bijbel, maar uit de Griekse vertaling daarvan. In het Hebreeuws heet het Bijbelboek Tehillim, wat zoiets als ‘lofzangen’ betekent. De Griekse titel van het boek, Psalmoi, is een vertaling van het Hebreeuwse mizmor en verwijst naar liederen die met een snarenspel worden gezongen (zie Psalm 3:1). In die zin zit er al een verschil tussen de synagogale en de kerkelijke benaming. Bovendien hebben de psalmen in de Hebreeuwse Bijbel onderling ook weer verschillende benamingen. Heet Psalm 3 mizmor, een ‘psalm bij snarenspel’, Psalm 17 heet tefilla, een ‘gebed’, en Psalm 45 heet – jawel – sjier, een ‘lied’. Het woord lied is dus ook Bijbels en niet direct van een andere orde dan een psalm. Alles overziend zou je je kunnen afvragen: wat maakt de naam nog uit?
Verbondenheid_met_Israël'>Verbondenheid met Israël?

Sommige kerkgangers hechten echter zeer aan de term psalm, omdat die iets weergeeft van de verbondenheid met het volk Israël. Het verdwijnen van die aanduiding op het liederenbord in de kerk of op de beamer zou dan samenhangen met het verlies van het historische besef, dat Israël aan de basis staat van ons bestaan als kerk en dat de Hebreeuwse Bijbel aan de basis staat van ons Nieuwe Testament.


Ik vraag echter me af of dit het mindere gebruik van de term ‘psalm’ ook daadwerkelijk samenhangt met een mindere waardering voor Israël. De voorzichtigheid van het Liedboek om de berijmingen niet de hoofdtitel ‘psalm’ mee te geven kan ook zijn ingegeven door een evenwichtige kijk op de verhouding tussen christendom en jodendom. We hebben de psalmen van Israël in bruikleen gekregen. We hebben ze niet zelf verzonnen of gedicht. En dat maakt mij nu net iets voorzichtiger om onze berijmingen simpelweg ‘psalm’ te noemen. Het zijn bewerkingen van de Bijbelpsalmen, bewerkingen waarin soms christelijke theologie in doorklinkt. Ze zijn lichtjes aangepast aan de christelijke liturgie. Ik noem daarvan vier voorbeelden uit de nieuwe berijming:


  1. In Psalm 23:2 staat ‘nachtmaal der genade’, een verwijzing naar het avondmaal (zoals 23b het heeft over ‘brood en wijn’) en dat is bepaald geen letterlijke vertaling van de maaltijd die God voor de dichter aanricht.

  2. In Psalm 25:2 staat de combinatie ‘Woord en Geest’, een typisch protestantse combinatie van woorden.

  3. In Psalm 53:5 wordt gevraagd om ‘een keer in ’t aards bestel’, terwijl het Bijbelvers vraagt om een keer in Israëls lot. Hier wordt de tekst veralgemeniseerd, zodat de christelijke gemeente er ook iets mee kan.

  4. In Psalm 105:3 wordt gedicht: ’t Verbond met Abraham zijn vrind bevestigt Hij van kind tot kind. Daarna pas worden Isaak en Jakob genoemd in couplet 4. Ook hier wordt eerst het algemene genoemd om het voor de christelijke liturgie geschikt te maken, terwijl de Bijbeltekst direct van Abraham overschakelt op Isaak en Jakob.

De afstand tussen de Psalmen uit de Hebreeuwse Bijbel en de berijmingen in het Liedboek komt dus misschien wel heel terecht tot uiting in het feit dat het woord ‘psalm’ in de subtitel staat, en niet meer in de hoofdtitel.


Verbondenheid

Doen we de verbondenheid met Israël tekort als wij de psalmberijmingen niet meer ‘psalmen’ noemen? Laten we eerst in alle nuchterheid constateren dat die verbondenheid niet alleen afhangt van het woord ‘psalm’. De psalmen staan alle 150 in ons liedboek, ook als we ze geen ‘psalm’ noemen.


In de liturgie is verbondenheid met Israël reeds op allerlei manieren te zien. Eerst door de traditie de eredienst te beginnen met een psalmtekst en een berijmde psalm – zo in heel het Dienstboek aangegeven. In veel gemeenten worden de Tien Geboden uit de Torah gelezen, of een samenvatting van de geboden. Later wordt de verbondenheid vormgegeven door de combinatie van eerst een lezing uit het Oude Testament en daarna pas uit het Nieuwe – en regelmatig worden de termen Oude en Nieuwe Testament vervangen door neutralere termen, zoals Eerste en Tweede Testament of eenvoudigweg de namen van de Bijbelboeken waaruit gelezen wordt. Als het goed is, werkt ook de verkondiging de verbondenheid met Israël in de hand.
Doen we de verbondenheid met Israël tekort? Het antwoord luidt waarschijnlijk: dat hangt ervan af hoeveel de term ‘psalm’ betekent voor de mensen in de kerk. Voor degenen die zich terdege bewust zijn van het feit dat de psalmberijmingen bewerkingen zijn en geen vertalingen van de Psalmen uit de Hebreeuwse Bijbel, is het woord ‘psalm’ misschien al iets te brutaal. Voor degenen die van buiten de kerk komen, is ‘psalm’ misschien niet veel meer dan een archaïsch woord. Voor veel anderen heeft het woord inderdaad connotaties met Oude Testament, Israël, jodendom of synagoge. Voor hen is het beter het woord ‘psalm’ niet te laten vervallen. En het kan ook: verwarring tussen Psalm 23 en Lied 23 is niet meer mogelijk, nu het nieuwe Liedboek de nummering na Psalm 150 heeft laten doorlopen. We kunnen dus over Psalm 23 spreken, ook bij de berijmde versie. We kunnen zelfs van harte van Psalm 23a en Psalm 23b spreken. Het zijn alle drie berijmingen van de Bijbelse Psalm 23, allemaal met een zekere christelijke gloed: het ‘nachtmaal der genade’ in 23:2, het afdwalen van het schaap uit de kudde in 23a:1 (overgenomen uit Jezus’ gelijkenissen) en ‘met brood en met wijn’ in 23b:4. Zo bezien is Psalm 23c nog de meest neutrale vertolking van de Bijbelse Psalm.
Eveline van Staalduine-Sulman is universitair docent Oude Testament aan de Vrije Universiteit en is lid van de Werkgroep Eredienst en Kerkmuziek (PKN)

  • Psalm en lied
  • Verbondenheid met Israël
  • Verbondenheid
  • Eveline van Staalduine-Sulman is universitair docent Oude Testament aan de Vrije Universiteit en is lid van de Werkgroep Eredienst en Kerkmuziek (PKN)

  • Dovnload 12.57 Kb.