Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Renteberekeningen

Dovnload 20.64 Kb.

Renteberekeningen



Datum05.12.2018
Grootte20.64 Kb.

Dovnload 20.64 Kb.

renteberekeningen

Bijlage bij paragraaf 2.1


Renteberekeningen

Hoofdpunten:




Voorbeeld 1


Jan heeft op 1 januari € 1.000 geleend tegen een rentepercentage van 6% per jaar.

  1. Bereken de rente die hij na een jaar zou moeten betalen.

  2. Bereken de rente die hij na 5 maanden zou moeten betalen.

  3. Bereken de rente die hij na 298 dagen zou moeten betalen.



Uitwerking


  1. Percent is: per cent. Per cent betekent per 100.

Rente = 6% x € 1.000.

Rente = 6/100 x € 1.000 = € 60.



  1. Rente = 5/12 x 6/100 x € 1.000 = € 25.

  2. Rente = 298/365 x 6/100 x € 1.000 = € 48,99.


Voorbeeld 2


Anja heeft op 1 januari € 1.000 geleend van een bank. Ze moet aan het eind van elk jaar € 200 aflossen. Aan het eind van elk jaar moet ook 6% rente worden betaald over de schuld.

  1. Bereken de som van aflossing en rente die aan het eind van het eerste jaar moet worden betaald.

  2. Bereken de som van aflossing en rente die aan het eind van het tweede jaar moet worden betaald.

  3. Bereken het totale bedrag van aflossing en rente die aan het eind van het vijfde jaar moet worden betaald.



Uitwerking


  1. De schuld was tijdens het eerste jaar nog € 1.000.

De rente is dan 6/100 x € 1.000 = € 60.

De som van aflossing en rente is € 200 + € 60 = € 260.



  1. Het gaat alleen over de aflossing en rente die aan het eind van het 2e jaar moeten worden betaald.

Aan het eind van het eerste jaar wordt € 200 afgelost. De schuld is daarna in het tweede jaar € 1.000 - € 200 = € 800.

De rente over die schuld is 6/100 x € 800 = € 48.

De som van aflossing en rente is € 200 + € 48 = € 248.


  1. Het gaat alleen over de aflossing en rente die aan het eind van het 5e jaar moeten worden betaald.

Je moet de schuld weten die er in het vijfde jaar is. Aan het eind van het vierde jaar is voor het laatst afgelost.

De schuld in het vijfde jaar is € 1.000 – 4 x € 200 = € 200.

De rente over die schuld is 6/100 x € 200 = € 12.

De som van aflossing en rente is € 200 + € 12 = € 212.


Opgave 1


Herman heeft € 2.000 bij zijn bank geleend. De bank rekent 8% rente per jaar.

Bereken de rente die hij moet betalen na 7 maanden.



Opgave 2


Anka heeft € 3.000 bij haar bank geleend. De bank rekent 8,5% rente per jaar.

Bereken de rente die zij moet betalen na 273 dagen.



Opgave 3


Andrea heeft op 1 januari € 4.000 geleend van een bank. Ze moet aan het eind van elk jaar € 400 aflossen. Aan het eind van elk jaar moet ook 8% rente worden betaald over de schuld.

  1. Bereken de som van aflossing en rente die aan het eind van het eerste jaar moet worden betaald.

  2. Bereken de som van aflossing en rente die aan het eind van het vierde jaar moet worden betaald.

  3. Bereken de som van aflossing en rente die aan het eind van het zevende jaar moet worden betaald.


Voorbeeld 3


Erben heeft op 1 januari 2000 € 5.000 geleend. Hij moet de schuld in vijf jaar aflossen met gelijke bedragen per kwartaal. Het interestpercentage is 7% per jaar. Interest en aflossing moeten aan het eind van elk kwartaal worden betaald.

  1. Bereken de aflossing die elk kwartaal moet worden betaald.

  2. Bereken de som van aflossing en interest die op 30 juni 2000 moet worden betaald.

  3. Bereken de som van aflossing en interest die op 31 december 2001 moet worden betaald.

  4. Bereken de som van aflossing en interest die op 31 maart 2003 moet worden betaald.



Uitwerking


  1. De aflossing per jaar is €.5.000/5 = € 1.000

De aflossing per kwartaal = € 1.000/4 = € 250.

  1. 30 Juni is aan het eind van het tweede kwartaal. Je moet de schuld weten van het tweede kwartaal. Er is dan alleen aan het eind van het eerste kwartaal afgelost.

De schuld is in het tweede kwartaal € 5.000 - € 250 = € 4.750.

De interest over het tweede kwartaal is ¼ x 7/100 x € 4.750 = € 83,13.

De som van aflossing en interest is € 250 + € 83,13 = € 333,13


  1. Je moet de schuld weten van het vierde kwartaal van 2001. Er is in 2000 vier keer afgelost en in 2001 drie keer. Totaal is er zeven keer afgelost.

De schuld is in het vierde kwartaal van 2001 € 5.000 – 7 x € 250 = € 3.250.

De interest over het vierde kwartaal van 2001 is ¼ x 7/100 x € 3.250 = € 56,88.

De som van aflossing en interest is € 250 + € 56,88 = € 306,88


  1. Je moet de schuld weten van het eerste kwartaal van 2003, dus vanaf 1 januari 2003.

Op 1 januari 2003 is de schuld 3 jaar oud (van 1/1 2000 tot 1/1 2003). Er is 3 x 4 keer = 12 keer afgelost.

De schuld is in het eerste kwartaal van 2003 is € 5.000 – 12 x € 250 = € 2.000.

De interest over het eerste kwartaal van 2003 is ¼ x 7/100 x € 2.000 = € 35,-.

De som van aflossing en interest is € 250 + € 35,- = € 285,-.




Opgave 4


Hanneke heeft op 1 januari 1997 € 12.000 geleend. Zij moet de schuld in tien jaar aflossen met gelijke bedragen per half jaar. Het interestpercentage is 6% per jaar. Interest en aflossing moeten aan het eind van elk half jaar worden betaald.

  1. Bereken de aflossing die elk half jaar moet worden betaald.

  2. Bereken de som van aflossing en interest die op 30 juni 1997 moet worden betaald.

  3. Bereken de som van aflossing en interest die op 31 december 2002 moet worden betaald.

  4. Bereken de som van aflossing en interest die op 30 juni 2005 moet worden betaald.


Opgave 5


Harm heeft op 1 januari 1998 € 6.000 geleend. Hij moet de schuld in vijf jaar aflossen met gelijke bedragen per maand. Het interestpercentage is 8% per jaar. Interest en aflossing moeten aan het eind van elke maand worden betaald.

  1. Bereken de aflossing die elke maand moet worden betaald.

  2. Bereken de som van aflossing en interest die op 31 maart 1998 moet worden betaald.

  3. Bereken de som van aflossing en interest die op 31 januari 2002 moet worden betaald.

  4. Bereken de som van aflossing en interest die op 30 juni 2002 moet worden betaald.





  • Opgave 1 Herman heeft € 2.000 bij zijn bank geleend. De bank rekent 8% rente per jaar. Bereken de rente die hij moet betalen na 7 maanden. Opgave 2

  • Dovnload 20.64 Kb.