Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Roger bannister op de grens van het onmogelijke

Dovnload 76.28 Kb.

Roger bannister op de grens van het onmogelijke



Datum12.05.2019
Grootte76.28 Kb.

Dovnload 76.28 Kb.




ROGER_BANNISTER
Op de grens van het onmogelijke
Iedereen wist dat dit een onmogelijke opgave was. Toen kwam er iemand die daar niet van op de hoogte was en hij deed het gewoon.”

Winston Churchill
Als je de geschiedenis van de records overloopt, lijken bepaalde barrières net iets moeilijker te doorbreken. Denk maar aan de tiensecondegrens op de 100 meter sprint, de 6 meter met de polsstok of de twee-uurgrens voor de marathon (tot nog toe ligt die laatste limiet trouwens nog ver buiten bereik). Ook de mijl had lange tijd zo’n magische grens, van vier minuten. Ooit gold de mijl (1.609,34 meter) als standaardmaat voor alle atletische prestaties. Om een goede mijl te lopen had je strategie, snelheid, uithouding en weerstand nodig. Ook voor het publiek was het een erg boeiende wedstrijd. De atleten moesten vier rondjes van 400 meter lopen, telkens in ongeveer één minuut, voor een eindtijd van om en bij de vier minuten. Een mooi rond en makkelijk te begrijpen getal voor een haalbare prestatie. Maar wat bleek? Niemand slaagde erin onder de vier minuten te blijven. In de loop der jaren en generaties raakten zowel lopers als trainers er stilaan van overtuigd dat deze barrière gewoon onoverkomelijk was. De mijl lopen in minder dan vier minuten is menselijk gezien niet mogelijk, beweerden experts. De man die dit probeert, zou zijn leven ernstig in gevaar brengen. En het dient gezegd, al sinds 1860 hadden de grootste halvefondlopers van de planeet hun tanden stukgebeten op dit record.

Alle pogingen ten spijt bleef de chrono stilstaan op het record van 4 minuten 1 seconde en 4 tienden dat de Zweed Gunder Haegg had gevestigd in 1945, vóór hij uit alle officiële wedstrijden werd geweerd omwille van professionalisme. Uiteindelijk raakte iedereen ervan overtuigd dat dit record niet meer te breken was, vertelt de Australische schrijver Steve Carroll, die ook even stilstaat bij de historische context. In 1954 likt de wereld immers nog zijn wonden van de Tweede Wereldoorlog en Engeland zeker. De Britten waren uitgeput uit de Tweede Wereldoorlog gekomen, aldus Carroll. De burgers van Her Majesty hadden dringend een morele opkikker nodig. De beklimming van de Everest (in 1953) had daarvoor kunnen zorgen. Ware het niet dat de deelnemers aan deze Engelse expeditie die als eerste twee ooit het dak van de wereld (8.848 meter) bereikten niet over het juiste paspoort beschikten: Edmund Hillary kwam immers uit Nieuw-Zeeland en Tenzing Norgay uit Nepal.

De Britse zucht naar topprestaties werd hierdoor allleen maar versterkt. De mijl in 4 minuten bleek plots een gedroomde nieuwe Everest. Roger Bannister was een van die pioniers die zich op het onmogelijke zou toeleggen. Als halvefondloper met een vernietigende finish beschouwde hij de vier minutengrens zelfs als een rem op de vooruitgang. En als toekomstig neuroloog verklaarde hij plechtig: Wat deze krachttoer betreft, kan het hoofd niet op tegen de benen. Met andere woorden, de benen konden dit record perfect aan. Maar eerst moest een barrière doorbroken worden in het hoofd. In Bannisters ogen ging het haast om een symbolische daad, een soort bijdrage om de maatschappij op de sporen van de vooruitgang te zetten. En hij was niet de enige die geobsedeerd was door dit record. Ook de Amerikaan Wes Santee en de Australiër John Landy, beiden gedreven door hun eigen gevoelens, ambieerden de titel van eerste man onder de vier minuten. Santee geloofde dat hij zo een unieke kans binnen handbereik had om zich eindelijk te onttrekken aan de autoriteit van zijn tirannieke vader. Voor vlinderverzamelaar Landy was het nieuwe record niet meer dan een nieuwe verovering die hij in zijn netten wou vangen. Van de drie lopers had hij ongetwijfeld de beste referenties. Het voorgaande anderhalf jaar had hij niet minder dan zes chrono’s onder de 4 minuten en 3 seconden neergezet. Alle voorwaarden waren dus verenigd voor een boeiende strijd om het record. De internationale pers berichtte koortsachtig over het virtuele gevecht (toen al!) dat deze drie mannen van op afstand aan het leveren waren.
De barrière doorbroken
Op 6 mei 1954 sneuvelde het record dan toch. De toen 25-jarige Roger Bannister had zijn slag duidelijk goed voorbereid. Al bijna acht jaar was hij deze topprestatie steen voor steen aan het opbouwen. Elke dag trok hij zijn spikes aan om te gaan trainen op de piste van Iffly Road, die hij als zijn broekzak kende. Geen overbodige luxe. Vijf jaar voordien had hij zelf meegeholpen het vroegere gazon te vervangen door sintels. Voor zijn uiteindelijke recordpoging had hij zijn landgenoten Chris Brasher en Chris Chataway gevraagd om hem te lanceren, een opdracht waarvan ze zich met de typische Britse zin voor toewijding hebben gekweten. De laatste rechte lijn leek natuurlijk langer dan normaal, maar toen Bannister zich over de finish wierp, gaf de chrono 3 minuten 59 seconden en 4 tienden aan. De mythische grens was eindelijk doorbroken!

Meteen kwam het mediacircus op gang en ging deze geweldige topprestatie de wereld rond. Voor vele waarnemers had deze prestatie iets bovennatuurlijks. Deze unieke gebeurtenis zou niet voor herhaling vatbaar zijn. Maar de man van de dag dacht daar duidelijk anders over. Hij veroorloofde het zich zelfs de beroemde uitspraak Na mij, de zondvloed, toegeschreven aan Lodewijk VX (of zo u wil, van de Markiezin van Pompadoer) tegen te spreken. Bannister: Ik denk dat de mensen veel te lang afgeschrikt werden door die grens van vier minuten. Dat was uiteindelijk toch de geluidsmuur niet. Nu deze barrière doorbroken is, ben ik er zeker van dat anderen mijn tijd nog gaan verbeteren. En inderdaad. Bannister had een bres geslagen in de vierminutenmuur en andere halvefondlopers stonden klaar om nieuwe regionen te gaan verkennen. Te beginnen bij zijn rivalen, zoals John Landy.

Die vernam het nieuws in een restaurant in Helsinki. Als man van de fairplay bewees hij zijn bijnaam Gentleman John meer dan waard te zijn, want hij stuurde onmiddellijk een telegram met gelukwensen naar Engeland. Het vervolg? Ik was ervan overtuigd dat als Bannister onder de vier minuten was gegaan, ik dat ook kon. Zijn record heeft mijn horizon echt verruimd. Ik verlegde mijn doelstellingen want ik begreep dat het uiteindelijk de hele folklore rond deze wedstrijd was die de zaak onmogelijk had gemaakt. Door er de hele tijd over te praten, hadden we er een Mount Everest van gemaakt terwijl dat helemaal niet zo was Rogers prestatie was een echte opluchting, alsof iemand een zware last van mijn schouders had gehaald.

Amper anderhalve maand later verpulverde de Australiër het nieuwe record en liep hij de mijl in 3 minuten 57 seconden en 9 tienden, tijdens een pistewedstrijd in Turku (Finland) die hij helemaal alleen liep. Kleine anekdote, de Brit en de loper uit Melbourne ontmoetten elkaar zes weken later in Vancouver tijdens de Spelen van de Commonwealth. Bannister won nipt maar die dag liepen beide mannen een tijd onder de vier minuten. De onmogelijk gewaande topprestatie was dus een banaliteit geworden!


De mystieke training
Vandaag zijn vele atleten in staat de mijl in minder dan vier minuten te lopen. Ze maken op die manier deel uit van een gemeenschap waarnaar soms verwezen wordt met de term sub-four. De mijl heeft ondertussen wat van zijn oude glorie verloren. Maar het blijft een referentie en de beste halvefondlopers proberen steevast hun naam te verbinden aan de geschiedenis van deze wedstrijd. Sinds tien jaar is de Marokkaan Hicham El Guerrouj recordhouder met 3 minuten 43 seconden en 13 honderdsten. Ook andere topprestaties zijn onvergetelijk. In 1975 was de Nieuw-Zeelander John Walker de eerste die onder de 3 minuten 50 seconden dook (3’49”4 om precies te zijn). Maar paradoxaal genoeg was het niet die prestatie die het meeste indruk maakte op de specialisten, net zomin als zijn titel van olympisch kampioen op de 1500 meter tijdens de Spelen van Montréal. Neen. Het feit dat hij als eerste atleet 130 keer onder de 4 minuten dook daarentegen…

Het slotwoord is voor de Australische atleet Herb Elliott, één van de grootste halvefondlopers aller tijden, die zelf in 1958 het wereldrecord op de mijl verbeterde tot 3’54”5 en wel eens het epitheton buitenaards kreeg: De mijl in vier minuten was geen fysieke, maar een mentale barrière. In elk van ons sluimert een mystieke kracht. Ik ben ervan overtuigd dat wij in ons lichaam net zo goed mystieke als fysieke kracht kunnen opslaan.


Alain Philippe COLTIER

  • Op de grens van het onmogelijke “ Iedereen wist dat dit een onmogelijke opgave was. Toen kwam er iemand die daar niet van op de hoogte was en hij deed het gewoon .”
  • De barrière doorbroken
  • De mystieke training

  • Dovnload 76.28 Kb.