Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Romeinen 8,31-39 …

Dovnload 10.03 Kb.

Romeinen 8,31-39 …



Datum10.10.2017
Grootte10.03 Kb.

Dovnload 10.03 Kb.

ROMEINEN 8,31-39 …
Lieve mensen,
Vorige zondag stond de viering hier in het UZA in het teken van ‘het feest van de kwetsbaarheid’. In het evangelieverhaal hebben we toen gehoord hoe Jezus te gast is bij een hooggeplaatste religieuze leider voor een maaltijd, waar alle vooraanstaande genodigden bevestigd worden in hun aanzien en hun kracht. Tijdens die maaltijd vertelt Hij een parabel over een andere maaltijd, waar armen, kreupelen, lammen en blinden aanwezig zijn en waarbij iedereen wordt gewaardeerd in zijn kwetsbaarheid en afhankelijkheid. Die kracht van de kwetsbaarheid mogen we regelmatig ervaren hier in het UZA, ook op een dag als vandaag waarbij we onze geliefden gedenken die gestorven zijn. Inderdaad, lieve mensen, als we afscheid moeten nemen van mensen die ons lief en dierbaar zijn, blijven we achter met gevoelens van droefheid en pijn, van leegte en gemis. We voelen ons dan gekwetst, verblind, lamgeslagen door het verdriet dat ons overkomt. We zoeken hierbij kracht, niet alleen bij elkaar, maar als gelovigen vooral ook bij God die ons - hoe dan ook – altijd nabij is met Zijn grenzeloze liefde. Dat wil de apostel Paulus als boodschap meegeven in zijn brief aan de christengemeente van Rome, waaruit we nu een fragment lezen: Romeinen 8,31-39 …
Lieve mensen, telkens wij afscheid nemen van een geliefd iemand, blijven we niet alleen achter met allerlei gevoelens, maar ook met de levensgrote vraag: Waarom? Waarom overkomt dit nu juist mij? Waarom laat God dit gebeuren? Waarom heeft Hij mij verlaten? Mensen blijven vaak verbitterd achter, ze zijn kwaad op God omdat ze ervan overtuigd zijn dat het Zijn wil is dat kinderen of jongeren of geliefden sterven.

Op deze waarom-vraag van lijden en dood hebben we echter geen pasklaar antwoord. We hebben trouwens geen enkele nood aan te snel of te goedkoop gegeven antwoorden. In stilte verwijlen bij dit gebeuren is op dat moment soms het enig mogelijke. Wél is het in een rouwproces deugddoend te ervaren dat mensen in liefde aan elkaar worden toevertrouwd, dat ze mekaar niet loslaten, maar elkaar laten voelen: ‘Ik ben met jou. Ik luister naar je verhaal iedere keer als het voor jou nodig is het te vertellen. Ik blijf naast je zitten tot je je tranen hebt gehuild.’ Op die manier kunnen wij, als we gelovig zijn, ook een teken zijn van Gods liefdevolle nabijheid.

Over die liefde van God heeft de apostel Paulus het voordurend in zijn brieven. Ook in het fragment van de brief aan de christengemeente van Rome dat we zojuist hebben gelezen schrijft hij over de liefde van God. En dat is geen abstracte of sentimentele liefde, maar dat is de liefde, zoals die zichtbaar, tastbaar en voelbaar werd in de inspirerende persoon en het bevrijdend optreden van Jezus Christus. De hymne van Paulus zingt erbovenuit dat noch verdrukking of benauwdheid of vervolging, noch honger of naaktheid of gevaar of het zwaard ons kan scheiden van de liefde van Christus. Niets kan mij daarvan losmaken, want Hij heeft mij in Zijn greep en Hij laat mij niet meer los. Het is als wanneer je een duo-sprong maakt met een parachute. Je zit vast aan de instructeur, die jou stevig vast houdt en zijn parachute brengt je veilig op de grond. Zo zijn we veilig in God geborgen. Onze God is immers geen verre, afstandelijke God, die vanuit een andere werkelijkheid ons leven bepaalt, maar één en al liefde en bewogenheid om ons mensen. Dat heeft Jezus ons geopenbaard, zo kunnen we lezen in het evangelie. Welnu, alle vier de evangelisten vermelden uitdrukkelijk dat de weg die Jezus heeft bewandeld, trouw aan Zijn roeping en consequent tot in lijden en dood, de weg van de bevrijding en de gerechtigheid, de weg van de gekruisigde Liefde… dat het geen doodlopende weg is, maar een weg die toekomst en perspectief biedt dwars doorheen lijden en dood. Dat is de kern van ons paasgeloof. Dankzij de verrijzenis van Christus mogen we geloven dat de dood niet het laatste woord heeft, dat de Liefde en het Leven sterker is dan de dood. De Franse filosoof Gabriël Marcel heeft het ooit heel treffend verwoord:’Aimer quelqu’un, c’est lui dire, pour moi, tu ne mourras pas’ (Iemand liefhebben is tegen hem zeggen: voor mij mag je niet sterven!) Als God liefde is, dan kan het niet dat Hij Zijn mensen in situaties van lijden en dood voorgoed in de steek laat, dat Hij laat varen het werk van Zijn handen, zoals we bidden in een psalm. Als Hij Jezus uit de dood heeft gered, zal Hij ook Zijn mensen, Zijn geliefde kinderen die gestorven zijn, redden en nieuw leven schenken. God zelf zal hen dan voorgoed opnemen in Zijn Liefde. Ik moet hierbij spontaan denken aan de ondertussen overleden abt van de abdij van Averbode, Ulrik Gennits. Hij was te gast in een praatprogramma op de televisie. De moderator van het gesprek vroeg hem:’Gelooft gij dat er ‘iets’ is na de dood?’ Spontaan antwoordde hij:’neen’. (Iedereen was verwonderd….). ‘Neen’, zei hij, ‘ik geloof niet dat er ‘iets’ is, maar ik geloof wél dat er ‘Iemand’ is.’

Ik denk hierbij spontaan aan een jonge vriend van mij die jaren geleden gestorven is aan leukemie. Enkele dagen voor zijn sterven vertrouwde hij me toe: ‘Sterven is als zwemmen naar de overkant en weten dat er Iemand is die op je wacht’.



Regelmatig ontmoeten we hier in het UZA mensen die, met de dood voor ogen, getuigen van zo’n sterk geloof in God bij wie ze rust en vrede vinden. Onlangs zei een patiënt die al heel veel had meegemaakt: ‘Ik verlang bij God te zijn, hopelijk zal Hij me ontvangen’. De dag nadien is ze in alle vrede kunnen sterven.
Lieve mensen, vanuit die gelovige overtuiging komen we hier vanmorgen samen in deze gedachtenisviering. We zullen zo dadelijk namen noemen van geliefden die gestorven zijn. Al de woorden die onze dierbare overledene gesproken hebben en al de liefde en vriendschap die we hen mochten geven als familielid of vriend… en vooral de liefde die we van hen mochten ontvangen… dit alles kan niet verloren gaan. Wij durven geloven dat ze niet alleen verder leven in onze menselijke herinnering en ons hart, maar ook bij onze God van Liefde en Leven, die hun namen voorgoed heeft gegrift in de palm van Zijn hand.

Zoals in deze herfsttijd alles in de natuur sterft om na een doodse winter in de lente weer te ontkiemen tot nieuw leven en in de zomer tot volle bloei te komen, zo geloven we dat het leven van hen die gestorven zijn, ontkiemt tot nieuw leven en tot volle bloei komt bij God zelf. Het is wellicht allemaal te mooi om waar te zijn. Leven na de dood, we kunnen er ons niet veel van voorstellen, we kunnen het ook niet met ons verstand verklaren of bewijzen. Het vraagt van ons een sprong, de sprong van het geloof. Samen met jullie, lieve mensen, wil ik vandaag die sprong wagen en geloven dat onze overledenen nu ten volle delen in Gods grenzeloze Liefde, in Zijn Licht, sterker dan alle nachtelijke duisternis, eeuwig bij de Vader die ons het leven biedt, voor eeuwig... AMEN.

  • Romeinen 8,31-39 …

  • Dovnload 10.03 Kb.