Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Ruimteontploffing verjoeg oermens uit bomen

Dovnload 31.71 Kb.

Ruimteontploffing verjoeg oermens uit bomen



Datum06.12.2018
Grootte31.71 Kb.

Dovnload 31.71 Kb.

Ruimteontploffing verjoeg oermens uit bomen

Noorderlicht, 5 november 2004



Het moet zo’n 2,8 miljoen jaar geleden zijn gebeurd, toen de mens nog een aap was die in de bomen leefde. Aan de hemel was opeens een immense ontploffing te zien. Feller misschien dan de zon.


Wegvliegend, gloeiend puin van de in 1987 ontplofte supernova SN1987A. (Nasa, HST)



Voorstelling van de eerste tweebenige aapmensen. De 'australopithecines', zoals de eerste mensachtige apen heten, waren meer aap dan mens: ze waren klein, primitief, onhandig met werktuigen en hadden zeer waarschijnlijk nog geen taal of cultuur.


De schedel van het kind van Taung, de Australopithecus africanus ofwel de 'zuidelijke aap van Afrika'.

Zijn onze voorvaderen de boom uitgejaagd door een ontploffende ster, een supernova? Je zou het haast wel gaan denken. Rond de tijd dat de oermens leerde lopen, regende het gloeiend ijzer op aarde, hebben Duitse onderzoekers ontdekt.

Het zal onzichtbaar kleine deeltjes hebben geregend. Tienduizenden jaren achtereen was de atmosfeer doordrenkt met kosmische straling. Er dwarrelden zelfs heuse atoompjes neer. Minieme beetjes ijzer en plutonium en aluminium, afkomstig uit een zonnestelsel hier ver vandaan. De ontploffing moet immers honderd tot tweehonderd miljoen lichtjaar verderop hebben plaatsgevonden.

”Alleen al het feit dat een supernova hier op aarde materiaal kan dumpen is, vind ik, erg spectaculair,” jubelt de Amerikaanse astrofysicus Brian Fields tegen de nieuwsdienst van Nature. “Dit toont aan dat de aarde niet los staat van zijn kosmische omgeving.”

Natuurkundige Gunther Korschinek van de Technische Universiteit van München jaagt al zeker vijf jaar op de supernova uit de oertijd. Het begon allemaal in 1999. In een bodemmonster vond Korschinek toen minieme restjes van het zware ijzerisotoop IJzer-60. Dat is zeer raar: op aarde komt ijzer alleen in de vier lichtere isotopen voor. Het drong tot Korschinek door er maar één plek is waar het zware ijzer gemaakt kon zijn: binnenin een supernova.

Jammer alleen dat het ijzer onmogelijk was te dateren. Daarin brengt Korschinek nu verandering. Vijf jaar lang struinde de onderzoeker universiteiten en gegevensbanken af, op zoek naar een geschikt stuk bodemsediment. Uiteindelijk vond hij wat hij zocht: een stukje zeebodem uit de omgeving van Hawaii waarin het ruimte-ijzer nog keurig bij elkaar zit in een laagje. Dat laagje is 2,8 miljoen jaar oud, min of plus een jaar of driehonderdduizend, schrijft Korschinek deze week in het blad Physical Review Letters.

Dat tijdstip valt nogal opvallend samen met een zeer belangrijke klimaatwisseling op aarde. Rond 2,5 miljoen jaar geleden werd het op de planeet opeens koeler en droger. In Afrika maakten bossen plaats voor weidse steppen. Veel antropologen denken dat dit voor onze voorvaderen de directe aanleiding was om de bomen te verlaten en rechtop te gaan lopen. De eerste mensachtige apen zullen de vlaktes hebben afgezocht naar voedsel en water, en alleen bij nood een boom hebben opgezocht.

Dat het gebeurde na de supernova is misschien geen toeval, ziet Korschinek in. De nova zal ervoor hebben gezorgd dat er zeker honderdduizend jaar achtereen 15 procent meer kosmische straling de aarde bereikte. Volgens een nieuwe, nog enigszins omstreden theorie bevordert meer ruimtestraling de aanmaak van wolken. Het wolkendek zou meer zonlicht terug de ruimte in kaatsen. Het zou kouder worden. Het poolijs zou aangroeien en water onttrekken aan de rest van de planeet. Het gevolg: meer droogte in Afrika.

Geluk hebben we wél gehad. Was de supernova iets verder weg afgegaan, dan was er in Afrika misschien niets bijzonders gebeurd. Onze voorouders hadden gewoon in hun boom kunnen blijven. Iets dichterbij, en de bomen van onze voorouders waren misschien verschroeid. Sommige onderzoekers houden supernova’s ervoor verantwoordelijk dat onze planeet zo nu en dan wordt getroffen door een periode van massale uitstervingen.

Over die laatste kwestie kan misschien eindelijk meer duidelijkheid komen, laat astrofysicus Brian Fields weten. Voortaan is het mogelijk om supernova’s op te graven, hebben de Duitsers bewezen. Een naam voor het vak heeft Fields al bedacht: ‘supernova-archeologie’.



Eerst even checken of het écht wel een supernova was, die 2,8 miljoen jaar geleden de dampkring zoutte met korreltjes ijzer. Korschinek is al op zoek naar sporen van andere zware, instabiele elementen uit de ruimte, zoals mangaan-53, chloor-36, aluminium-26 en plutonium-244. Een helse klus, want van dergelijke isotopen moet tienduizend keer minder zijn neergedaald op aarde dan van het ijzer. “We zijn aan het zwoegen. En ik heb geen idee of het ons lukt.”


Dovnload 31.71 Kb.