Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Samenvatting: Cultuur Stories Verhalen vertellen

Dovnload 104.08 Kb.

Samenvatting: Cultuur Stories Verhalen vertellen



Datum25.06.2017
Grootte104.08 Kb.

Dovnload 104.08 Kb.

Samenvatting: Cultuur

Stories

Verhalen vertellen

  • Mensen hebben de neiging om afzonderlijke stukken van een verhaal terug aan elkaar te lijmen tot een overzichtelijk geheel  verhalen krijgen zo een gedesoriënteerd karakter  leidt tot continu proces van interpretatie en creatie

  • Soorten verhalen

    • Mythen en persoonlijke verhalen

Vragenlijst mythen

  1. Wat is een mythe?

        • Het zijn verhalen die waarschijnlijk niet echt gebeurd zijn, van generatie tot generatie doorverteld. Meestal over helden en goden. Het zijn vaak universele onderwerpen.




  1. Hoe worden mythen gecreëerd en verspreid?

        • Verspreid: doorverteld of opgeschreven

        • Gecreëerd: omdat er altijd een levensles achter zit, dingen verklaren die men in die tijd niet kon verklaren




  1. Geef voorbeelden van oude en hedendaagse mythe.

        • Oud: Hercules, Achiles, Icarus

        • Hedendaags: Mega Mindy, Batman, Kapitalisme

  1. Wanneer heeft het woord mythe negatieve associaties en wanneer positieve?

        • Negatief: dit kan je vermijden door mythes niet letterlijk te nemen

        • Positief: levensles die achter het verhaal zit




  1. Hoe verwijzen mythen naar de culturen die hen creëren en verspreiden?

        • Taal, plaatsnaam, geloof, vorm, landschap,…




  1. Wat betekent ‘een mythe hedendaags maken’?

        • Essentie van het verhaal blijft bestaan maar je kan het actueler maken.




  1. Wat is het verschil tussen herinterpreteren en plagiaat?

        • Plagiaat: letterlijk overnemen, maar ook het idee overnemen

        • Herinterpreteren: iets persoonlijks toevoegen




  1. Mythen gebruiken vaak specifieke symbolen of tekens die door een breed publiek herkend en gelezen kunnen worden. Waarom is dit belangrijk? Kan je specifieke voorbeelden van deze symbolen geven? Denk hierbij aan kunstwerken die verwijzen naar mythen.

        • Appel van Adam en Eva  reclame voor Gini

        • Aardbei bij Primavera

        • S van Superman

        • Het is belangrijk om het verhaal juist te interpreteren. Dit vergroot de herkenbaarheid want symbolen zijn universeel.



Vragenlijst helden en herinneringen

  1. Wat maakt een gebeurtenis belangrijk?

        • Hoe je er zelf op reageert

        • Impact van de gebeurtenis (dit is het belangrijkste)

        • Herkenbaarheid

  1. Wat maakt een persoon belangrijk?

        • Impact is belangrijk  kan positief en negatief zijn




  1. Wat is een held?

        • Iemand die een positieve invloed op je heeft




  1. Wie beslist wie of wat het verdient herinnerd te worden?

        • De maatschappij, maar ook individuen die een zekere machtspositie hebben




  1. Wat is de functie van een publieke herdenking?

        • Het is belangrijk om deze dingen in de toekomst te vermijden.

        • Helpt bij het verwerkingsproces

        • Illustreert wat voor vreselijke dingen de mens teweeg kan brengen




  1. Wie heeft er baat bij?

        • Familie, vrienden, …




  1. Beïnvloedt de plaats de personen die een publieke herdenking zien?

        • Ja: bijvoorbeeld een plaats waar mensen vermoord werden roept emoties op




  1. Hoe dragen kunstenaars bij aan de interpretatie van historische gebeurtenissen en personen?

        • Bij het ontwerpen van een symbool  zorgt voor meerwaarde




  1. Is geschiedenis de waarheid, of een interpretatie?

        • Beide: soms kan je de waarheid onbewust aanpassen




  1. Kunnen er meerdere versies zijn van een historische gebeurtenis?

        • Ja, bijvoorbeeld door fout overgedragen te zijn van persoon tot persoon




  1. Wie wordt her herdacht in plaatselijke gemeenschappen?

        • Mensen die daar hebben geleefd, gemeenschappen die iets verwezenlijkt hebben




  1. Wie werd er niet herdacht in plaatselijke gemeenschappen?

        • De rest


10 verhalen

Frida Kahlo



  • De gebroken zuil – 1944 (La columna rota)

  • Monobrow was haar kenmerk  feministisch

  • Ze schildert haar eigen lichaam

    • Zuil = ruggengraat  symbool voor haar eigen: ze was verlamd geraakt door een busongeval en heeft daardoor een metalen staaf in haar lijf

    • Witte banden = korset dat ze moest dragen voor haar gebroken ruggengraat

    • Naalden = pijn die ze heeft moeten doorstaan (mentaal en fysiek)

    • Woestijn = onvruchtbaarheid (2 abortussen en 2 miskramen gehad)

    • Donkere lucht = sombere kijk op haar leven

  • Stroming = surrealisme

Tracey Emin

  • Everyone I have ever slept with 1963-1955 (1955)

  • Individuele wereld

  • Gebaseerd op vrouwelijke bezigheden

  • Het was voor haar een vorm van therapie (door haar verkrachting, miskraam, gewelddadige dood,…)

  • Letters van mensen waarmee ze sliep  diende als veiligheid voor haar (vb.: man, broers, zussen, teddybeer, namen van ongeboren kinderen,…)

  • Het wordt vaak gezien als schokkend en vulgair  ze speelt met seksualiteit

  • Ze was lid van de Young British Artists  opgericht door Saatchi & Saatchi (The White Cube Gallery = belangrijk)

  • My Bed (= ander kunstwerk): een bed met gebruikte condooms  opgebrand door grote brand in een museum

Marlene Dumas

  • Snowwhite and the Broken Arm – 1988

  • Opgegroeid in Zuid-Afrika  rijk  arm

  • Vrouwelijke seksualiteit staat centraal

  • Verkracht in eigen jeugd

  • Voyeurisme en gluurders  gezichten op de achtergrond bekijken haar

  • Grauwe kleuren  expressionisme

  • Apartheid: rijke blanken die een groot onderscheid vormen tussen de arme zwarten

  • Camera: ze maakte altijd eerst een foto en dan schilderde ze het pas

Pieter Bruegel

  • De toren van Babel – 1563

  • Christelijk geïnspireerd

  • Vergelijking met Colosseum

  • Verhaal: iedereen spreekt dezelfde taal en mensen gaan een toren bouwen die reikt tot aan de hemel om zo tot bij God te geraken. God zag dit als een belediging en liet de toren instorten. Daardoor kwam er ruzie en ontstonden er verschillende talen.

  • Humanisme: men gelooft in de mensheid, het goede van de mens

Sophie Calle

  • Le carnet d’adresses – 1983

  • Geen schilderij  verzameling artikels

  • Postmodernisme

  • Franse schrijfster en fotografe

  • Privé en publiek?  wat is de lijn tussen deze twee?

  • Ze werd gedumpt via e-mail: ze vroeg aan vrouwen om de mail te ontleden, want ze vond het heel onpersoonlijk

  • Ze was geobsedeerd door identiteit en deed daar ook veel onderzoek naar

  • Ze vindt een adresboekje en wou de identiteit van de eigenaar onderzoeken. Ze belde mensen op van in het boekje en stelde allerlei vragen. Met die informatie maakte ze krantenartikels. De eigenaar was kwaad en wou wraak en ging naaktfoto’s van Sophie publiceren.

Tracey Moffat

  • Night cries: a rural tragedy – 1989

  • Film met flashy kleuren gefilmd in een studio waardoor het een beetje tekenfilmachtig lijkt

  • Ze was half Aboriginal: werden heel fel onderdrukt

  • Op jonge leeftijd werd ze overgeplaatst in een blank gezin

  • Thema’s: macht, onmacht, seksuele intimidatie, dromen, herinneringen,…

  • Natuurlijke geluiden, verontrustende camerabewegingen, felle kleuren

  • Moeilijke dochter-moederrelatie

    • Adoptiemoeder is hulpbehoevend en Tracey moet voor haar zorgen

    • Ze “haat” haar adoptiemoeder omdat ze niet weet wie ze is. Ze wil zelf een gezin maar dat gaat niet omdat ze voor haar moeder moet zorgen.

  • Herinneringen

    • Beelden dat ze wordt weggenomen bij haar gezin

    • Denkt aan biologische moeder

  • Adoptiemoeder sterft en dan beseft ze toch dat ze haar mist

Jeroen Bosch

  • De tuin der lusten – 1503

  • Laatgotisch werk: zondigheid van de mens

  • Buitenkant = aarde

  • Binnenkant

    • Links

      • Aardsparadijs

      • Adam en Eva  scheppingsverhaal

      • Allerlei dieren

    • Midden

      • Mens wordt aan zijn lot overgelaten

      • Mens mag in tuin van Eden  vrijheid

      • Mens kan vrijheid niet aan  7 hoofdzonden

    • Rechts

      • Mens wordt gestraft door misdragingen en wordt naar de hel gestuurd

  • Veel mensen konden niet lezen en schrijven  daarom uitbeelden

Jean-Michel Basquiat

  • Napoleonic Stereotype – 1983

  • Neo-realisme

  • Het gaat over een bokswedstrijd tijdens WO II en die lokte heel veel racisme uit

    • Blank  zwart

    • VS  Duitsland

    • Vrijheid  racisme

  • Basquiat  Puerto Ricaanse roots

  • Begonnen als graffitispuiter

  • Nam drugs  ging trippen en hallucineren  felle kleuren en wazige tekeningen (kinderlijk)

  • Andy Warhol nam hem onder zijn vleugels waardoor hij de bijnaam “troetelneger” kreeg

Sally Man

  • Immediate family (1984-1994)

  • Ze volgt de ontwikkeling van haar eigen kinderen op 10 jaar lang (vb.: hoe ze zwemmen, spelen, ontwikkeling van het lichaam

  • Kunst of kinderporno?  heel veel controverse veroorzaakt, maar dit was niet haar bedoeling

  • Haar man had een dodelijke spierziekte  gefascineerd door dood en ontbindingsprocessen

  • Discussie: privé of publiek?  waar ligt de grens?

Louise Bourgois

  • Maman – 1999

  • Macht, overspel, seksualiteit  thema’s

  • Vader had maîtresse = basis van haar kunst

  • Kracht van haar moeder  spin = beschermend tov haar kinderen

  • Door het overspel van haar vader had ze er een slechte relatie mee, maar een heel sterke relatie met haar moeder

  • Haar ouders hadden een weverij  spinnenweb

Documentaire: La Primavera (Sandro Botticelli, 1480)

  • Het situeert zich in de vroege renaissance en de liefde staat centraal.

  • We kijken op naar het schilderij  we zien de voetzolen

  • Het is een heidens schilderij (omdat hij wou opvallen, heidens thema), maar er zijn toch gelijkenissen met de christelijke geloofsovertuiging.

Mythische figuren

Venus

Drie gratiën (= nymfen)

  • Personificatie van de schoonheid van Maria

  • Eerste vorm van sensuele vrouwen in de kunst (door beweging die erin zit, elegant, doorzichtige kleedjes,…)

Mercurius

Flora

  • Boodschapper van god

  • Godin van de bloemen

  • Vrouw van Zephyros  was eerst Chloris

Zephyros

Chloris

  • God van de westenwind

  • Verkracht Chloris

  • Donkere kant in het verhaal  seksueel geweld

  • Wordt verkracht door Zephyros

  • Verandert in Flora

 Zephyros verkracht en ontvoert Chloris. Chloris verandert in Flora. Zephyros krijgt spijt van zijn daden en vraagt Flora ten huwelijk. Hierin wordt ook een les voor de bruid verstopt: je moet de dominantie van je man aanvaarden. Het wordt allemaal heel mooi voorgesteld zodat ze ook echt goddelijk lijken.



Huwelijksgeschenk met boodschap

  • Di Medici: heel machtige familie in Firenze. Om nog meer macht te krijgen, regelden ze een huwelijk met de dochter uit een rivaliserende familie (Semiramide).

  • Boodschap: les voor de bruid over hoe liefde werkt. Het was een soort geruststelling: ookal ken je iemand niet, aanvaard dat de man de macht heeft en het komt goed.

Plato

  • Aspecten van platonisch debat  vooral over liefde

    • Vleeslijke liefde: Zephyros en Chloris

    • Menselijke liefde: Zephyros en Flora

    • Goddelijke liefde: Venus

Bloemen als symbolen

  • Aardbeien  verleiding (geen pit, zoete smaak en geur)

  • Anjers  bruidegom moest deze zoeken onder het trouwkleed

  • Hyacint  symbool voor huwelijk

  • Maagdenpalm  in mond van Chloris

  • Rozen  fijne geur

 Het schilderij heet La Primavera en dat betekent lente. Maar het is geschilderd in verschillende seizoenen. Dit kan je zien aan de verschillende soorten bloemen die er gebruikt worden.

Herinterpretaties

Prerafaëlieten (1848)

  • Melancholiek in verwelkte bloemen en de kleren van de vrouwelijke figuren

  • Millais: Ophelia = vrouw die op water drijft (= dood)

  • Solomon: Sound of Spring  gelijkenissen: 2 vrouwen die in het niets staren, vrouw aan piano = Venus

  • Oscar Wilde: gaf besprekingen over Botticelli en kleedde zich als Mercurius (homo)

  • Fotografie: reproduceren van La Primavera

Rene Magritte (1956)

  • Surrealisme: heel realistisch voorgesteld, maar het onderwerp kon niet echt zijn

  • Hij had een postkaartje van het schilderij gezien, ging Flora eruit halen en cartoonachtig voorstellen op allerlei verschillende manieren.

Massaproductie

  • Begin 20ste eeuw  Primavera op onderbroeken, prentkaarten, kalenders,…

  • Men ging de Primavera in delen weergeven waardoor de betekenis vervaagde  er waren geen verbanden meer doordat de delen apart werden voorgesteld


Realisme

  • Nabootsingstheorie = MIMESIS: het vermogen van kunst om de werkelijkheid weer te geven is het belangrijkste kenmerk

    • Werkelijkheid = wat zintuiglijk waarneembaar is (geen emoties)

Theorie van Plato

  1. Ideële wereld = vol met ideeën, concepten  meest volmaakte vorm (perfectie)

Vb.: idee van een stoel

  1. Fenomenale wereld = zintuiglijk waarneembaar, beperkte materialen  kopie proberen te maken van perfectie

Vb.: een echte stoel

  1. Kunst = kopie van kopie, onbruikbaar, teveel fantasie

Vb.: een afbeelding van een stoel

UITZONDERING: wanneer kunst gebaseerd was op wetenschap, vond hij het wel goed! (vb.: wiskunde, verhoudingen, Gulden snede, symmetrie,…)



Kritiek

  • Je kan de fenomenale wereld overslaan

  • Ideeën zijn aangeleerd en dus afhankelijk van cultuur tot cultuur

Hedendaagse nabootsingstheorie

Het zo goed mogelijk nabootsen van wat zintuiglijk waarneembaar is! = realisme  concrete werkelijkheid exact proberen na te bootsen (men geeft ideële wereld op)



Gulden snede

Dit is de goddelijke proportie. Het is overal terug te vinden: in de natuur, kunst, menselijk lichaam,…. Alles wat gebouwd is volgens de gulden snede, oogt mooier bij de toeschouwer.



Documentaire: How art made the world

Onrealistische weergave

Waarom zien afbeeldingen van het menselijke lichaam er overal in de wereld onrealistisch uit?

Voorbeelden: Vrijheidsbeeld, Lara Croft, Spiderman, Mode, Henry More, …

Venus van Willendorf

Wanneer? 7 augustus 1908 ontdekt, 25 000 jaar oud

Wat? Beeldje (10cm, kalksteen, vrouw)

Waar? Willendorf – Oostenrijk (koud klimaat)  Natuurhistorisch Museum in Wenen

Realistisch? Nee? Benen, borsten, dijen => te groot (vruchtbaarheid)

Gezicht, armen => te klein



Samenleving? Nomadisch (jagers en verzamelaars). Het was niet zo uniek in die tijd, want 20000 jaar lang werden dezelfde lichaamsdelen overdreven.
Onderzoek zeemeuwen

  • In Spanje

  • Onderzoek naar gedrag van kuikens van zeemeeuwen

  • Ze tikken op de rode vlek op de snavel van de moeder om eten te krijgen

  • Wanneer ze hen een stokje met 1 rode streep voorhouden: hetzelfde effect

  • Met 3 rode strepen: ze tikken nog meer, meer effect

Betekenis?

Hetzelfde effect => overdrijven wat het belangrijkste is, overdrijven is aantrekkelijker dan de realiteit



Oude Egypte

Klimaat verandert, nomadisch bestaan is niet meer mogelijk



Wanneer? 5000 v.C.

Wat? Afbeelding van menselijk lichaam: hiërogliefen  strak en stijf

Waar? De Nijl

Realistisch? Instinct om te overdrijven is niet meer aanwezig. Alles had exact dezelfde afmetingen

Samenleving? Strikte hiërarchie, landbouw


2 dimensies


  • Lijf in vooraanzicht, voeten opzij, armen naar 1 kant

  • Gezicht in zijaanzicht

  • Ogen vanvoor

  • Handpalmen naar buiten, vingers even groot

  • Alles uit de meest duidelijke hoek

Raster (grid)

  • Alle tekeningen zijn hetzelfde door raster (fijne rode lijnen)

  • Consistentie is een culturele norm

  • Lichaamsbeeld bleef 3000j lang hetzelfde


Cultuur = koning

Cultuur bepaalt hoe we het menselijke lichaam afbeelden. De Egyptenaren deden alles voor hun cultuur en ze wilden niet dat de weergave zou veranderen.



Oude Griekenland

Wanneer? 2500 jaar geleden

Wat? Riace bronzen

Waar? Rond de middellandse zee, Griekenland

Realistisch? Eerst wel, nadien enorm overdreven (perfecte verhoudingen, gespierd,…)

Samenleving? Gericht op wetenschap, wiskunde, perfecte lichaam
Goden

  • Menselijke lichamen  hoe perfecter eigen lichaam, hoe dichter bij de goden en hoe beter je was als mens

  • Beelden werden gezien als goden

  • Tempels zijn plaats om goden te ontmoeten (eerst met kleine beeldjes, later grote)

Griekenland & Egypte

  • Sameticus wou Egypte veroveren

  • Kennis van Egypte (grote beelden) en Griekenland (realiteit) komen samen (700 – 650 v.Chr.)

    • Gevolg = standbeelden op mensenmaat (vb.: Kritios-jongen met opgespannen spieren, torso,…)

  • Binnen 1 generatie stopte de realistische weergave  het was te saai  terug overdrijven

    • Overdreven verhoudingen

    • Extreme symmetrie

  • 450 v.Chr.  more human than human

    • Symmetrie benaderen door diepe ruggengraat

    • Benen langer zodat het beter bij torso past



  • Ze wilden niet verhuizen, bleven op dezelfde plaatsen, dus grote beelden

Overdreven werkelijkheid

  • Studie van het menselijke lichaam (‘Kritios jongen’)

  • Realistisch = saai, dus spieren overdrijven, beweging gebruiken (De Bronzen van Riace)

Nu

Instinct en wetenschap

Instinct: overdreven werkelijkheid  speelt nog steeds een rol: we kunnen lichamen realistisch afbeelden, maar we doen dit niet.

Kunst: impressionisten (kleur en licht overdrijven)
Reclame

Alles wordt bewerkt


Bij onszelf

Make-up, haargel, verf,…

Plastische chirurgie
Expressie

Emoties van de kunstenaar en de toeschouwer spelen een rol.



  • Nabootsingstheorie  relatie tussen werkelijkheid en kunstenaar = centraal

  • Oudere expressietheorieën  relatie tussen kunstenaar en publiek = centraal

  • Nu  relatie tussen kunstenaar en kunstwerk = centraal

Expressietheorie

  • Democratisering van de kunst  kunst moet toegankelijk en begrijpbaar zijn voor iedereen, voor de grote massa

  • Psychische expressie  iets uitdrukken waar je geen controle over hebt, maar waar je je bewust van bent

  • Verbeeldende expressie  iets uitdrukken waar je wel controle over hebt

  • Zuiver geestelijk product  vb.: Het Laatste Avondmaal  Da Vinci had het idee perfect in zijn hoofd en voor hem was het kunstwerk af. Materieel uitwerken was bijzaak.

    • Kritiek: uitwerking moet er zijn anders geloven we het niet!

  • Herschepping of herbeleving  vb.: als je naar het kunstwerk kijkt, probeer je het verhaal en de emoties van de kunstenaar te achterhalen  de toeschouwer wordt de kunstenaar

Formalisme

Vorm en kleur zijn het belangrijkste.



Termen

  • Significante vorm  betekenis van een kunstwerk achterhalen kan een meerwaarde leveren, maar ook zonder de betekenis te weten kan je een kunstwerk enorm appreciëren. De vorm zorgt dan voor een bijzonder gevoel

  • Kunst is geen nabootsing  het is niet het realiteitsgehalte dat ons raakt, maar de vorm van het kunstwerk. De realiteit alleen doet ons niet zoveel.

  • Kunst is geen expressie  het gaat niet zozeer om de boodschap die schuilt achter het kunstwerk, maar om de vorm. De vorm is belangrijker dan de inhoud.

Synthese van vorm en expressie

Gevoel en vorm zijn in evenwicht met elkaar.




Moeten met elkaar in evenwicht gebracht worden
Termen

  • Dionysische  chaos, vormloze, overweldigende inspiratie

  • Apollinische  orde, structuur, controle, vormgevende kracht

  • Afbeeldingstheorie  kunst is een afbeelding of een symbool en geen nabootsing

  • Intuïtieve symboliek  “taal” van de zintuigen, visuele taal maakt gebruik van eigen symbolen om emoties uit te drukken  de artistieke vorm is een expressie van het gevoel van de kunstenaar en de vorm staat er symbool voor en spreekt daarom een taal

    • Voorbeeld: muziek  gevoel staat centraal. Muziek heeft geen woordenboekbetekenis omdat het een symbolische vorm heeft. Dit is net de kracht van muziek


Kunstenaars

Egon Schiele

  • Begin 20ste eeuw, Oostenrijk

  • Synthese van vorm en expressie  hoekige lijnen, panische ogen

  • Incest met zus, ongehuwd samengewoond  schande

  • Gestorven op 28-jarige leeftijd

  • Liet jonge meisjes naakt en masturberend poseren

  • Vader en grootvader werkten bij spoorwegen  hij ging naar kunstacademie

Wassily Kandinsky

  • Begin 20ste eeuw, Russisch – Frans

  • Expressionist

  • Vader van de abstracte kunst

  • Geïnspireerd door atonale muziek  kleur en geluid zijn zeer belangrijk, ze hebben een psychologische betekenis  klankkleurtheorie

  • Synthese van vorm en expressie

Francis Bacon

  • 19de – 20ste eeuw, Dublin (Engels)

  • Lichamen met verwrongen vormen  angstaanjagend

  • Schilderde de binnenkant van mensen  psychologische toestand van mensen weergeven

Kazemir Malevich

  • 19e – 20ste eeuw

  • Kubistische schilderijen

  • Strenge opvoeding, homoseksueel  structuur scheppen in de chaos van zijn leven

  • Formalisme – expressie

  • Russisch schilder  constructivisme en suprematisme

  • Oneindigheid, heelal uitdrukken, iets wat we niet kunnen uitdrukken in woorden visueel proberen voor te stellen

Piet Mondriaan

  • Begin 20ste eeuw, Nederland

  • Abstracte kunst, non-figuratief

  • Primitieve kleuren: zwart, rood, geel, blauw

  • Grote inspiratiebron voor anderen

  • Begonnen met realisme  steeds abstracter  naar essentie gaan, geen details

  • Rechte, parallelle lijnen

Edvard Munch

  • Eind 19de eeuw, Noorse schilder

  • Voorloper van expressionisme  persoonlijke problemen (confrontatie met ziekte en dood door moeder, zus, vader)  angst voor verlies

  • “ik schilder niet wat ik zie, maar wat ik zag”  innerlijke belevenis en geestelijke onrust

  • Psychisch zelfportret  drukt geestelijke leed en emotionele kwelling uit

  • Het landschap schreeuwt  felle en zachte kleuren, golvende lijnen, angst overheerst


Jackson Pollock

  • New York

  • Actionpainting  alles wat in je opkomt ga je schilderen

  • Dripping  verf van een stok laten druppen

  • Expressie

Gustav Klimt

  • Eind 19de eeuw

  • Symbolistisch

  • Vader was goudgraveerder

  • Hij had een minnares

  • “de kus”  formalistisch (man = blokjes, vrouw = rond)

  • Russisch orthodoxe kunst

  • Synthese van vorm en expressie met de nadruk op expressie

Bauhaus vs Antoni Gaudi

  • Bauhaus

    • Kunstschool

    • Walter Gropius

    • 1919

    • Architect  als soldaat opgeroepen tijdens de oorlog

    • Na de oorlog  hij wou experimenteren met nieuwe dingen

    • Veel invloed op samenleving van vandaag de dag

    • Harmonie tussen materialen, strak en sober (vorm en kleur)  onderdrukking van expressionisme

    • Synthese van vorm en expressie




  • Antoni Gaudi

    • Eind 19de eeuw, Spaans

    • Sagrada Familia

    • Veel gekke vormen en decoraties

    • Nadruk op expressie

Ron Mueck

  • Duits – Australisch

  • Beeldhouwer, ouders zijn speelgoedmakers

  • Hyperrealisme

  • Materialen: siliconen, fiberglas, echte haren

  • Onrealistische schaal , realistische materialen en expressie

Henry Moore

  • Engels

  • In jeugd: veel kunst en cultuur

  • Beeldhouwer, leraar en soldaat

  • Hij gebruikt bergachtige, organische vormen, abstracte en universele vormen, grote beelden

  • Belichting is belangrijk

  • Nadruk op vorm


August Rodin

  • De Denker, De Kus

  • Sensueel, duur materiaal, schoonheid

  • Realistisch

  • Vorm en expressie

Brancussi

  • Leerling van August Rodin  De Kus

  • Had een andere stijl dan Rodin

  • Goedkoper materiaal, stylistischer, abstracter, vereenvoudigd

  • Kinderlijke liefde

  • Vorm en expressie, nadruk op vorm

Nan Golding

  • Amerikaanse fotografe

  • Onderwerpen: autonomie, afhankelijkheid, seks

  • Foto’s zijn een soort dagboek, foto’s van relaties, niet van observaties

  • Marginaal milieu

  • Op 18 jaar pleegde haar zus zelfmoord maar haar ouders logen hierover  met foto’s wil ze de waarheid tonen

  • Realisme: vorm en expressie

Cindy Sherman

  • Amerikaanse kunstenares  eerst schilderen, later fotografie

  • Steeds zichzelf als onderwerp, maar ze vermomt zich steeds

  • Identiteit van vrouw in vraag stellen

  • Nadruk op realisme

Rene Magritte

  • Ceci n’est pas une pipe  het is slechts een afbeelding van een pijp en geen echte pijp

Pablo Picasso

  • Guernica

  • Gemixte stijlen

  • Stad tijdens een bombardement  burgeroorlog

  • Aanklacht tegen zinloos geweld

  • Donkere kleuren  zwart, grijs, bruin

  • Inspiratie uit andere culturen en tijden

  • Misplaatste ogen en ledematen

  • Lamp = verlichting (positief + negatief)

  • Synthese: vorm en expressie

Einde van de kunst

Nieuwe kunstvormen zijn uitgeput  kunstenaar gaat meer en meer gebruik maken van de filosofie om zijn kunst te verantwoorden


Kunst als het zintuiglijk weergeven van de idee

Kunst zit op hetzelfde niveau als religie en filosofie. Het enige verschil is dat kunst beeldend is en zich dus uitdrukt op een zintuiglijke wijze.

We kunnen een kunstwerk wel mooi vinden, maar om het volledig te kunnen begrijpen, moeten we ook achterhalen voor welk idee het staat en dat is de filosofie.

De hedendaagse kunstenaars doen vooral aan recyclage van vorige kunststromingen en ze kunnen zelf geen nieuwe bedenken omdat alles al is uitgevonden. De enige manier om kunst te vernieuwen is door het verhaal (filosofie) te vernieuwen. Dit is het einde van de kunst aangezien filosofie de bovenhand neemt.



Iets is pas kunst wanneer de tijdsgeest er klaar voor is, wanneer het in een museum staat of wanneer de kunstenaar zegt dat het kunst is.

Vraagjes

  1. Wat zijn de parameters die bepalen wat kunst is en wat niet?

  • Kunstenaar zelf

  • Of het in een museum staat

  • Cultuur en tijdsgeest




  1. Hoe bepalen materialen en technieken hoe kunst wordt gecreëerd?

  • Alles kan kunst zijn  materialen zijn niet meer zo belangrijk

  • Technieken zijn ook niet meer belangrijk




  1. Hoe bepalen materialen en technieken wat kunst is?

  • Ook niet meer echt. Het verhaal neemt de overhand en niet zozeer de gehanteerde technieken.




  1. Wat is de relatie tussen symboliek en de materialen / technieken die gebruikt worden om kunst te maken?

  • Het heeft te maken met cultuur en tijdsgeest




  1. Wat is de relatie tussen kunst en sociaal activisme?

  • Kunst wordt vaak gebruikt om mensen te doen nadenken over een maatschappelijk thema.

Kunstenaars

Matthew Barney: Cremaster Cycle

  • Film

  • Verschillende aspecten: dans, performance, muziek  multimediaal kunstwerk

  • Speelt zich af in het Gugenheim museum in New York

  • Niveau’s van het museum zijn de verschillende fases (zakken van de teelballen bij de pubertijd van een jongen)

Marcel Duchamp: The fountain

  • Ready-made

  • Dadaïsme

  • Had genoeg van al de bescheten kunst en ging zich verzetten

  • Waarom urinoir?  hij pist op kunst



Grotschilderingen van Lascaux

  • Oudste kunstwerk wat men heeft teruggevonden

  • Niemand met er ooit bij omdat het slecht zou zijn voor het kunstwerk

  • Heel waardevol

  • Oorspronkelijk bedoeld om de jacht te beïnvloeden met deze tekening

Andy Warhol: Brillo

  • Het is een opeenstapeling van waspoederdozen

  • Het gaat over massaconsumptie  alles werd gemakkelijker door nieuwe ontwikkelingen

  • Hij deed zelf ook mee aan deze massaconsumptie (vb.: zeefdrukken van Elvis en Marilyn Monroe)

Wim Delvoye: Cloaca

  • Afbeelding van het menselijk spijsverteringsstelsel  “ode”

  • Samengewerkt met wetenschappers

  • Marketingsysteem: men kon drollen kopen tegen een heel hoge prijs

  • Hij wou aantonen dat kunst een business is net zoals een ander  extreme kritiek op kunst

Marcel Broodthaers: Mosselpot

  • Het drukt België uit  nationale gerecht

  • Het is een teken van vergankelijkheid

Gilbert & George: Singing Sculpture

  • Zij waren zelf het kunstwerk  ze zongen in het museum op een podium

Malevich: Black square

  • Hij wou visueel afbeelden wat men in woorden niet kan uitdrukken  het heelal

Leonardo Da Vinci: Het laatste avondmaal

  • Hoge vorm van kunst

  • Urinoir van Duchamp zou hier niet aanvaard worden, omdat de tijdsgeest er nog niet klaar voor was

Kunst en maatschappij

Vroeger werkten kunstenaars vooral in opdracht van rijke mensen. Ze moeten die mensen dat afbeelding op een zo goed mogelijke manier met al hun bezittingen. De kunstenaar had totaal geen vrijheid en kunst was een ambacht.

Tijdens de Romantiek (eind 18de – begin 19de eeuw) werd de kunstenaar beschouwd als een genie. Hij besliste zelf over de vorm en inhoud (  autonomie).

De band tussen kunstenaar en koper wordt steeds vager doordat het nu altijd verkocht wordt door galerijen. Kunstenaars spitsen zich wel toe op populaire kunst want het moet verkopen en opbrengen. Het is een trend van vraag en aanbod geworden (massaproductie).

De samenleving en kunst lopen vaak samen, maar niet altijd. De kunst kan zich soms ook afzetten tegen de maatschappij.

Kunst is nooit onafhankelijk geweest. Voor de vorm maken ze gebruik van de materialen die voorhanden zijn en vaak zijn de onderwerpen de dingen die er gebeuren in de maatschappij.



Ook in “Modern Times” van Charlie Chaplin zien we dit sterk terug. Vroeger werden de dingen gemaakt om zelf te gebruiken (vb.: koe melken om de melk zelf te gebruiken). Nu wordt het gedaan om te verkopen.

Vraag van de neomarxistische esthetica

  • In hoeverre heeft het kapitalisme de sociale en economische functie van kunst en cultuur gewijzigd?




  • Vervreemding  dit slaat terug op de ‘verzakelijking van de arbeid’. Arbeiders worden door het kapitalistisch productieproces steeds meer vervreemd van de producten die zij produceren. Arbeider verandert in een soort machine. Ze zijn niet meer emotioneel betrokken bij wat ze maken. Het kunstwerk raakt ook steeds meer vervreemd van de persoonlijkheid van de kunstenaar.

  • Fordisme  aan de lopende band. Dit gebeurt ook steeds meer met kunst (vb.: Warhol met zijn zeefdrukken)

  • Warenfetisjisme  de ruilwaarde wordt overheersend. De kunstenaars maken kunst om te verkopen. Wanneer men kunst koopt, is dit ook een investering. Na een bepaalde tijd is het altijd veel meer waard. De magie van kunst is verdwenen. De oorspronkelijke bedoeling van kunst is verdwenen.

Adorno, verdediger van het modernisme

  • 1903 – 1969, Jood  holocaust meegemaakt

  • “hoe is het mogelijk dat de idealen van de Verlichting in hun tegendeel zijn uitgeslagen?”

  • Relatieve autonomie van het kunstwerk  vorm en inhoud is sterk bepaald door de maatschappij

    • Vorm: vaak bepaald door de heersende of voorgaande kunststroming  ook materialen en technieken zijn sterk maatschappelijk bepaald

    • Inhoud: vaak heeft het te maken met maatschappelijke thema’s

  • Kunst als kritiek  kunstwerken kunnen ook kritisch zijn tov de samenleving (negatieve kanten tonen)

  • Reproduceerbaarheid  de link met het echte kunstwerk verdwijnt

  • Cultuurindustrie  kunst is een business gelijk al de rest

  • Aura  de factoren rond een kunstwerk maken de belevenis intenser (vb.: Mona Lisa is een klein schilderijtje. Maar het feit dat het zo bekend is, dat het in het Louvre staat, dat het bewaakt wordt, dat het achter glas staat, lange aanschuifrij,…  dit maakt alles boeiender)

Documentaire: De Derde Mei 1808, Francisco Goya

Actueel

  • Er vallen nog steeds veel onschuldige slachtoffers (Afghanistan, Irak, Rwanda, …)

  • Er is nog steeds onderdrukking

Symbool voor Spaanse geschiedenis

  • 2 mei

    • Fransen vielen Madrid binnen, ze kwamen de Verlichting brengen. De Spanjaarden verzetten zich hiertegen omdat het gerucht de ronde deed dat de koninklijke familie uit het paleis gezet zou worden. Hierbij vallen enkele Franse soldaten. Daarom wouden de Fransen wraak nemen en gingen ze alle Spanjaarden die een wapen in huis hadden gevangen nemen. In die tijd had bijna iedereen een wapen, want dat hoorde bij hun werk.

  • 3 mei

    • Alle Spaanse gevangenen werden geëxecuteerd.

  • Het was een symbool voor het Spaans nationalisme: verzet tegen de bezetter met opoffering van eigen leven



Goya

  • 68 jaar

  • Schilderde 30 jaar lang voor de koninklijke familie

  • Hij werd doof  meer teruggetrokken in zichzelf  kunst werd meer duister en hij werd productiever

  • Hij was voorstander van democratie, de Verlichting en hij was een liberaal

Gebeurtenissen 2 en 3 mei 1808

Hij kreeg hierdoor een dubbel gevoel over de Fransen en zijn opvattingen veranderden: hij was niet meer voor de Verlichting. Het brengt geen vooruitgang, maar wel militair geweld.



Compositie

  • Man in wit hemd

    • Centrale figuur  alles draait om hem

    • X-vorm = meest dynamische vorm, meest opvallend

    • Zeer sterk emotioneel gezicht

    • Wit = macht

    • Soldaten die hem gaan vermoorden zijn machines geworden  je moet een machine zijn om iemand te kunnen doden van zo dichtbij, je mag niet denken en niets voelen, maar je moet gewoon handelen.

    • Hij kan gezien worden als Christus: hij weet dat hij de macht die hem gaat doden niet kan overwinnen

    • Martelaarsfiguur  hij sterft voor zijn idealen

  • Gebouwen op de achtergrond

    • Klooster waar Spanjaarden gevangen werden gehouden

    • Speciaal licht  alsof ze uit de hel komen

    • Licht van geweerschoten

  • Goed/kwaad?

    • Soldaten = kwaad  macht, totalitarisme (alles door de staat gecontroleerd), zijn machines geworden

    • Spanjaarden = goed  individuen, emotie, gezicht

    • Scheiding tussen goed en kwaad  licht en donker

Herinterpretaties

  • Manet “De executie van keizer Maximiliaan van Mexico”

    • Soldaten worden afgebeeld als god, helden

    • Slachtoffer zijn slecht

    • Groepje toeschouwers om nog eens te schampen op het gewone volk  vernedering

  • Picasso “Guernica”

    • Ook X-vorm, hetzelfde onderwerp, gemixte stijlen

    • Start tijdens een bombardement (burgeroorlog)  aanklacht tegen zinloos geweld

    • Zwarte lucht is geen lucht, het is zwartheid  slecht

    • Lantaarn op de grond = dood en verlicht enkel de man in wit hemd

    • “Bloedbad in Korea”  soldaten als robots, slachtoffers zijn onschuldige vrouwen, kinderen en Venus

  • Robert Ballagh

    • Britse groepen die Noord-Ierland binnenkwamen  ze gingen eerst hulp bieden maar kwamen al snel in conflict. Er was ruzie tussen de protestanten en katholieken en de Britse troepen wouden de vrede gaan herstellen. Maar de Britten zijn ook protestants. Dus ze kwamen al snel in conflict met de katholieken.

    • 3 mei 1970  hij wou het werk van Goya up-to-date brengen

  • Roy Calne

    • Studentenopstand tegen communisme op het Plein van de Hemelse Vrede




  • Peter Howson

    • Hij ging zelf naar de oorlogsplek toe met als doel om in alle ellende toch schoonheid te zoeken

Agressors / anonieme helden

Ze zeiden altijd “We hebben het voor jullie gedaan, jullie moeten ons dankbaar zijn”. Ze voerden oorlog in naam van de democratie. De slachtoffers denken hier anders over.

Anonieme helden leven verder in het schilderij

Kunst en massacultuur

Modernisme vs. postmodernisme


Modernisme

Postmodernisme

  • Artistieke vernieuwingen

 verschillende kunststromingen volgen elkaar in sneltempo op

  • Stilistisch purisme

 details worden weggelaten

  • Formalisme  nadruk op vorm

  • Autonomie van de kunst

 zelfstandigheid van de kunstenaar en anderzijds ook van het kunstwerk

  • Afwijzing van het realisme

 nadruk op vorm

  • Vervreemding

 gebruikswaarde en ruilwaarde

  • Afzetting tegen high modernisme  tegenreactie

  • Vervaging tussen kunst en dagelijks leven  grens tussen hoge autonome kunst en massacultuur en populaire kunst vervaagt

(vb.: Scala die popmuziek brengt)

  • Stilistische onzuiverheid, vermengen van stijlen, speelsheid

  • Verval van originaliteit en geniecultus

    • Originaliteit: alles is al gedaan (= einde vd kunst)

    • Geniecultus: kunstenaars worden zakenmensen (vb.: Delvoye)

  • Steeds meer dingen uit het dagelijkse leven worden opgenomen in kunstwereld  esthetisering van de werkelijkheid

(vb.: Duchamp: urinoir)

  • Cultuur wordt ook steeds meer opgenomen als handelswaar  kunst is een markt geworden (= kunstindustrie)

  • Heeft nieuwe vormen van kunst en cultuur voortgebracht


Grens tussen hoge en lage kunst verdwijnt

  • Herwaardering van massacultuur omdat cultuur het leven van elke dag doordringt

  • Postmodernisme: fascinatie voor kitsch, liefdesverhaal en SF  we worden meer door beelden bestookt

  • Cultuur  2de natuur waarin werkelijkheid vervangen is door een constante schijnvertoning = hyperrealiteit

Verarming aan betekenis en emotie

Vincent van Gogh – Paar boerenschoenen

Beeldt een paar afgetrapte boerenschoenen af. Dit is veel zwaarder emotioneel geladen  ellende van het zware boerenbestaan. Het heeft veel meer authenticiteit (echtheid).



Andy Warhol – Diamond dust shoes

Het gaat over een welgestelde vrouw. Het kan ook gaan over shoppen. Het gaat over heel veel schoenen  massaconsumptie: producten. Dit geeft eerder dode objecten weer, hier zit niet echt iets ‘meer’ in. We weten niet wat de betekenis is. De enige duidelijke betekenis is dat het koopwaar is  warenfetisjisme.



Andy Warhol – Marilyn Monroe

Hij wou eigenlijk gewoon het sekssymbool afbeelden, niet de persoon zelf. Hij wou het idool, het product afbeelden  zeer oppervlakkig.


Tijdperk van het simulacre

  • Interpretatieprobleem: de opeenvolging van beelden laat ons geen tijd om tot juiste interpretaties te komen

 interpreteren kan alleen nog wanneer de intertekstualiteit wordt begrepen

Kritiek op representaties

  • Intertekstualiteit

    • Lezer is gevormd door vroegere teksten  door vroegere teksten leerden we een code waarmee we nu teksten kunnen decoderen en een betekenis geven

    • Teksten verwijzen enkel naar andere teksten  niet meer naar werkelijkheid (vb.: Mona Lisa op postkaarten  betekenis gaat verloren)

  • Displacement = verschuiving van betekenis

    • De ware werkelijkheid verdwijnt door de oneindige representatie

    • Een onophoudelijke verschuiving  voortdurende displacement

    • Vb.: Lonsdale  vroeger stond het voor verdraagzaamheid, nu wordt het gezien als een racistisch merk

    • Vb.: Mona Lisa  wij denken aan het schilderij maar niet aan het meisje zelf. Kunstenaars hebben herinterpretaties gemaakt van de Mona Lisa (Duchamp en Salvador Dali, Basquiat)

    • Vb.: Goya – etching from disasters of war  het is een ets om de oorlog en zinloos geweld aan te klagen. Die etsenreeks is een heel donkere en duistere reeks die verwijst naar de oorlog, naar de onmacht van de slachtoffers. Goya was 1 van de grote meesters waar veel mensen naar opkeken. Die etsenreeks komt ook op de markt en werd na enkele jaren veranderd door 2 broers die het kochten.

 Jake en Dinos Chapman – Insult to injury: de hele kunstwereld vindt dit puur vandalisme. De waarde van het kunstwerk daalde. Dat was net de reactie die de broer wilden uitlokken. Ze wilden duidelijk maken dat de mensen enkel denken aan hoeveel het waard is en daar moet Goya niet mee geassocieerd worden.

      • Betekenisverschuiving: oorlog  betekenis op geld gericht  betekenis van Jake en Dinos

  • De wereld als schijnvertoning

    • Consumptiemaatschappij  alles is koopwaar geworden en iedereen is bij consumptie betrokken

      • Moderniteit: industrialisering en waren

      • Postmoderniteit: nieuwe consumptieverschijnselen zoals vele nieuwe soorten reclame

    • Invloed van massamedia (vb.: TV)

      • Interactie met objecten = centraal  object wordt genoten omwille van het sociale aanzien dat het met zich meebrengt

      • Tv leidt niet tot communicatie  éénrichtingsverkeer

      • Sociale werkelijkheid wordt gesimuleerd in een schijnvertoning op tv

      • Met de tekens op TV wordt er geen betekenis geproduceerd  medium zelf is de boodschap

      • Tv = het ultieme object van consumptie (vb.: schilderij gebruiken in reclamespot)

    • Vb.: I shop therefore I am – Barbara Kruger  vgl met Descartes’ Ik denk dus ik ben  het feit dat ik winkel is genoeg bewijs dat ik besta  intertekstualiteit

    • Vb.: Jan Vermeer – Het Melkmeisje  het melkmeisje wordt gebruikt voor La Laitière. Ze doen dit voor herkenbaarheid, voor het authentieke gevoel want ze willen een authentiek, ambachtelijk gemaakt product creëren.

  • Simulacre

    • De werkelijkheid wordt gesimuleerd door beelden uit de massamedia  simulatie = werkelijkheid geworden

    • Pornografie van de communicatie  het is walgelijk hoeveel beelden er op ons afgestuurd worden. We zijn niet meer verbaasd door naakte mensen. We worden bijna constant geconfronteerd met redelijk naakte mensen die er perfect uit zien. Het lijkt de realiteit te zijn, maar dat is het niet. Het wordt allemaal gephotoshopt  hyperrealiteit (= echter dan echt)

    • Vb.: Delvoye – Cloaca  hij gebruikt verschillende logo’s ineen. Zijn kunst is kritiek op het kapitalisme maar hij verkoopt zelf kak.

    • Vb.: Jake en Dinos Champan – the Chapman family  het lijkt op primitieve kunst. Het gaat duidelijk over massaconsumptie (McDonalds)

    • Vb.: Murielle Scherre – The garden of Eve  duidelijke verwijzing naar Eva in het aardsparadijs. Om deze Ginicampagne te begrijpen moet je het verhaal van Adam en Eva kennen.

    • Vb.: Piet Mondriaan – Compositie  het gaat heel sterk over de vorm (formalisme). Dit wordt ook op andere manieren gebruikt (vb.: l’Oreal  strak kapsel, juiste vorm / Yves Saint Laurent)

Kunstenaars

Jeff Koons – Puppy

  • Typisch postmodern  maakt kunst van dingen uit het dagelijkse leven

  • Amerikaans

  • Metalen constructie waar hij bloemen in heeft gestoken

  • Het is een hondje  kitscherig

Jeff Koons – Michael & Bubbles

  • Michael Jackson en zijn aapje

Jeff Koons – Chicolina (zijn vrouw)

  • Ze is verkozen tot parlementslid

  • Héél kitscherig

  • Licht pornografisch

  • Dit wordt even goed hoge kunst genoemd in het postmodernisme

Takashi Murakami

  • Bloemetjes

  • Met de hand geschilderd  geen computer

  • Flat art  vlakke kunst  dit niveau is technisch gezien nooit eerder behaald in de kunstgeschiedenis. Alles is héél vlak, het lijkt wel uit een printer te komen

  • Het gaat over de populaire cultuur die vermengd wordt met de hoge kunst

  • In Japan is Manga heel populair en dat wordt verwerkt in de kunst  sculpturen

  • Vervaging tussen dagdagelijkse gebruiksvoorwerpen (handtas van Louis Vuitton) en hoge kunst

Panamarenko

  • Hybride kunst  veel verschillende disciplines door elkaar (vb.: video met mode en muziek)

  • Het gaat over vliegen en hij maakte ook altijd constructies: soort van machines met een motor en alles in

    • = ook hybride  hij vermengt wetenschap en technologie in zijn kunst

Koen Vanmechelen

  • Hij kweekt kippen van verschillende rassen  hij maakt kruisingen van alle verschillende kippenrassen om dan uit te komen op de cosmopolitan chicken = meest perfecte kip

  • Gekruiste rassen zijn gezonder. Doel = metafoor voor ons als mens. De genen beginnen zo hard op elkaar te lijken tot je niet meer gezond bent  wees verdraagzaam, trouw met elkaar en maak kinderen  maakt niet uit van welke afkomst jullie zijn = boodschap.

    • Het opent je geest en psychisch word je veel sterker omdat je andere culturen leert kennen

Paul McCarthy

  • Amerikaans kunstenaar

  • Ludiek

  • Het gaat altijd over massamedia en massaconsumptie

  • Hij gebruikt heel veel Heinz ketchup om bloed na te doen

  • Hollywoodthema’s

  • Opblaasbare poppen

Barbara Kruger

  • Vlag van de VS  kunst maakt van dezelfde technieken gebruik als in de reclame

Matthew Barney

  • The cremaster cycle

Jake en Dinos Chapman

  • Kinderen die bloot bij elkaar staan  seksorganen zijn niet zichtbaar. Bij sommige kinderen is de neus vervangen door een penis in erectie

  • “fucking hell”  ze hebben hier 9 heel grote glasbakken gemaakt en als je vanboven kijkt is dat de vorm van swastika  je ziet oorlogstaferelen van WO II  overal waar je kijkt zie je een ander tafereel

    • Ook in White Cube Gallery van Saatchi & Saatchi

Orlan

  • Getrouwd met een plastisch chirurg en ze laat zich ook vaak onder handen nemen en dat filmt ze dan

  • Ze wil het westerse schoonheidsideaal in vraag stellen

  • Ze heeft ook een hoorn laten inplanten in haar voorhoofd


Dovnload 104.08 Kb.