Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Samenvatting: De geschiedenis van de psychologie Hoofdstuk 1: verleden voor heden

Dovnload 231.31 Kb.

Samenvatting: De geschiedenis van de psychologie Hoofdstuk 1: verleden voor heden



Pagina3/4
Datum28.10.2017
Grootte231.31 Kb.

Dovnload 231.31 Kb.
1   2   3   4

Wilhelm Wundt
Hij probeerde een framework of paradigma van psychologie als experimentele wetenschap van de geest tot stand te brengen.

Edward Bradford Titchener
Nadruk: experimentele analyse van normale volwassen brein, niet van individuele verschillen.

Structuralisme
3 doelen:
-Beschrijven van componenten van bewustzijn in termen van basiselementen.
-Beschrijven van combinaties van basiselementen
-Verklaren van connecties van elementen van bewustzijn van zenuwsysteem.

Bewustzijn = onmiddellijke ervaring = ervaring zoals het ervaren is -> onbevooroordeeld;


Gemedieerde ervaring = gekleurd door content in brein.
Structurele psychologie probeert de integriteit van psychologie te verdedigen door het te contrasteren met fysica. Fysica bestudeert het fysieke, de materiële wereld, zonder referentie naar de persoon.

Subject van structurele psychologie = proces van bewustzijn, vrij van associaties. Psychologie moet vrij worden gehouden van krachten van metafysica, gezond verstand en utilitarisme of toegepaste interesses. Dit zou de integriteit verpesten.

Experimentele methode: verzekeren van gepaste analyse van mentale inhouden is introspectie. Hier ligt nadruk op onmiddellijke ervaring als onderwerp van psychologie.
Introspectie werd valide gezien enkel als het gedaan werd door gedrainde wetenschappers.

Titchener: Gedachte = een mentaal element dat waarschijnlijk een ongeanalyseerd complex van kinesthetische sensaties en beelden.


Wil = elemend bestaande uit een complex van beelden die ideeën vormen in voordeel van actie.
=> gedachte en wil zijn gelinkt door mentale beelden. Gedachte moet vergezeld worden van beelden.

Wundt: 3-dimensionele theorie van gevoelens:



  • Aangenaam-onaangenaam

  • Spanning-relaxatie

  • Opgewondenheid-kalmte

Titchener is het alleen met de eerste dimensie eens => verbannen van emoties.
Wundt zijn wijdere visie => voorbij de onbeuwste inferentie van Helmholtz.

Aperceptie = cognitieve activiteit die de logische band tussen mentale contents erkent.


Gevoelens = product van aperceptie van sensorische content.
=> Wundt zijn theorie = reflectie van mentale aperceptie. Het benadert een fenomenologische interpretatie van hogere mentale processen.

Titchener aanvaardt de holistische richting in Wundt’s gedachten niet, maar past het aan tot een meer reductionistische visie. Context bepaalt betekenis. Een sensatie heeft geen betekenis bij zichzelf.


Geest beschrijven in termen van formele elementen met attributen van zichzelf, geconnecteerd en gecombineerd door het mechanisme van associaties.

Structurele psychologie: poging om te voldoen aan natuurlijke wetenschap => overkijken van psychologische processen en activiteiten die niet gemakkelijk passen in het methodologische framework.


Structuralisme zit vast tussen empirisme van Britse traditie en nativisme van Duitse traditie.

Andere expressies van het natuurlijke wetenschappen model
Wundt + Titchener: systematische poging om een coherente wetenschap te beginnen.
Structurele psychologie = systeem van psychologie.
Andere wetenschappen beantwoorden aan dezelfde Zeitgeist. Ze verwerpen allemaal het extremisme van Wundt en Titchener.

Ewald Hering
Werk in visie + aanraking.
3 substantie, 6 kleuren theorie van kleurenvisie. Dit bevat het dichotome contrast van rood-groen, geel-blauw en wit-zwart receptoren.

Georg Elias Müller
werd leider in Duitse psychologie door de data die hij verzamelde.

Hermann Ebbinghaus
Start: studie geheugen op zelfde manier als Fechner sensaties bestudeerde.
Wet van herhaling = sleutel tot kwantiteit van geheugen.
Hij presenteerde series van 3-letter klanken aan pp zonder enige betekenis.
=> Vergeetcurve: vergeten over tijd.

Toen bestudeerde hij kleurenvisie + ontwikkelde intelligentietesten.



Ernst Mach en Richard Avenarius
= Radicaal empiristisch.
=Machiaans positivisme.
Behaviorisme bevat een moderne expressie van logisch positivisme.
Avenarius: consistent met Hume zijn scepticisme -> causaliteit is enkel de geobserveerde covariantie van events en is enkel valide tot een bepaalde hoogte. Alle events zijn reduceerbaar tot psychologische en fysische componenten van observaties, gedefinieerd als proces van sensatie.

Mach + Avenarius presenteerden complexe kijken op wetenschap in het algemeen en psychologie in het particuliere. Hun belang ligt in hun positieve kijk op sensorische basis van wetenschap.



Psychologie als menselijke wetenschap
Psychologie zou niet gebonden moeten zijn aan een enkele methode van wetenschap.

Handeling psychologie (act psychologie)
Psychologische events = gedefinieerd als fenomeen = events die niet gereduceerd kunnen worden tot elementen zonder het verliezen van hun identiteit.

Franz Brentano
Controversieel figuur door zijn kritiek op de kerk.

Psychologie = wetenschap van fysische fenomenen uitgedrukt als handelingen en processen.


Bewustzijn = in termen van eenheid uitgedrukt door handelingen.
Structuralisme’s inherente doel om elementen van bewustzijn te vinden is dus zinloos voor hem omdat zo’n studie de eenheid van bewustzijn vernield + enkel het product van bewustzijn (handelingen en processen) zijn echt psychologisch.
2 niveaus van psychologische studie:

-Pure psychologie: bestudeert psychologische consideraties, individuele verschillen, persoonlijkheid en sociale niveaus.


-Toegepaste psychologie: bestaat uit de waarde van psychologie voor andere wetenschappen.

Hij streeft voor hiërarchische niveaus van klassen van fysische fenomenen:



  • Representationeel niveau: louter bewustzijn. Het correspondeert met Wundt zijn nonmediated ervaring.

  • Cognitieve klasse = niveau van oordeel.

  • Niveau van personalisatie van fysisch fenomeen = klasse van interesse.

Methode: objectieve observatie.

Fenomenologie = beschrijvende methode dat leidt tot begrijpen. Dit is gebaseerd op a priori wetenschap.



Karl Stumpf
Groot figuur in Duitse psychologie + leidt tot aanvaarding van psychologie bij Europeaanse academici.

Melodie = eenheid in zichzelf.


Transformatie in sleutel bijvoorbeeld verandert niet de perceptie van melodie. Dit is consistent met de fenomenologische kijk.

Fenomenologie in psychologie brengen: Stumpf volgde de classificatie van niveaus van ervaring volgens Brentano.


Eerste niveau: fenomenen van sensoriële en imaginal data van ervaring.
Tweede niveau: psychische functies van waarnemen, verlangen en willen.
Derde niveau: relaties.

Christian von Ehrenfels
= student Brentano.
Hij heeft visies die een brug tussen natuurlijke en menselijke wetenschappen representeren.

Alternatieve wetenschappelijke benaderingen
De menselijke wetenschap voor psychologie stelt het gelijkstellen van methodes van natuurlijke wetenschappen met de notie van de wetenschap zelf in vraag.

Wilhelm Dilthey
Begrijpen = betekenis vinden. Menswetenschappen = gepast criterium om menselijk begrip te evalueren.

Henri Bergson
Wat gelijkend met Dilthey.
Methodologie van natuurwetenschappen vervormt tijd, beweging en verandering door interpretatie van hen als statische concepten.

Werkelijk empirisme = dynamieken van worden vinden via erin participeren. Door intuïtie te gebruiken kan metafysica een perspectief bieden dat betekenis van leven verzekert.


Sleutel tot het begrijpen van leven kan gevonden worden in het kijken naar het leven als een proces van creatieve evolutie door subjectief bewustzijn.

De Würzburg school
= Geassocieerd met Külpe.
Bevindingen:

  • Gedachten zijn niet noodzakelijk vergezeld van beelden => stijging confrontatie met de basis van structurele psychologie.

  • Denken kan niet volledig verklaard worden door associationisme.

Er zijn contents anders dan sensorische elementen in bewustzijn.

SAMENGEVAT LEZEN



Hoofdstuk 12: Amerikaans functionalisme
Functionalisme = oriëntatie in psychologie dat mentale processen benadrukt in plaats van mentale content en dat maakte het nut van psychologie beter.

Functionele psychologie voorzag niet van een kijk op psychologische activiteit met onderliggende filosofische assumpties + voorschriften van onderzoeksstrategieën en doelen. Het onderscheidt zich van structurele psychologie in een attitude dat de applicaties en bruikbaarheid van psychologie benadrukt.


Boring: functionele psychologie doen niet veel verschillende experimenten van structurele, maar de reden voor experimenten onderscheidt hen. Functionalisten willen weten hoe de geest werkt + wat gebruik van de geest is, niet gewoon de content en structuren die bij mentale processen betrokken zijn.

Functionele psychologie veranderde de nieuwe Duitse wetenschap.


Wundt: poging om nieuwe wetenschap te identificeren, maar in het proces van het invoeren van structuralisme, gooien de functionalisten de rigiteit van Wundt weg.
Functionalisme bereidde de weg voor eventuele herformulering van psychologie in termen van een behavioristische beweging voor dat snel de Amerikaanse psychologie ging domineren.
-Functionalisme is gezien als een overgangsfase in Amerika tussen structuralisme en behaviorisme.
-Psychologie was sterk in Amerika binnengetreden.

Achtergrond
Legitimering van 19-eeuwse Britse gedachten
Gemeenschappelijke taal verenigde Engeland en Amerika. Dit zie je in de filosofische basis van wetenschap en voor psychologie heeft dit gezorgd tot steun op empirisme + het Lockeaanse model van mentale processen.

Bloei van Britse wetenschappen 19de eeuw bevestigde de rechtvaardiging van empirisme.


Darwin gaf empirische steun voor de bevordering van soorten door succesvolle adaptatie aan omgeving. Dit verklaarde progressie in Amerika en werd dus aanvaard.
Galton: studie van mentale erfelijkheid + ontwikkeling van basis voor regressie en correlatie.
Pearson: wiskundige steun voor covariantie van meerdere eigenschappen. Hij had het over voorspellen van aptitude op basis van meerdere tests. Dit wordt toegepast op IQtests van Pearson.

Spearman: Twee factoren theorie van mentaal vermogen beschreef een gemeenschappelijke factor van intelligentie en een groep van specifieke factoren die gerelateerd zijn met individuele tests.

Thurstone: gebruikt factoranalyse.

Binet: Eerste gestandaardiseerde intelligentietest.


Stern: Verdelen in mentale leeftijd door chronologische leeftijd om het IQ te berekenen.

Het Amerikaans karakter
19de eeuw: Amerika -> sterk vertrouwen en geloof in zichzelf.
Morele en economische superioriteit.
(Pagina 120 nog eens herlezen)

Vroege Amerikaanse psychologie
Nadruk op toegepaste aspecten van kennis.

Morele filosofie en medicijnen
In koloniaal Amerika: morele waarden + psychologische activiteiten zijn verweven met theologie.
Edwards: studie relatie God-mens. Hij roept mensen op om terug te keren naar de absolute regel van God, die alles gaf aan mensheid.

Franklin: Interesse in praktische wetenschap.


Benjamin Rush: Beter bekend als psychologische chef van het Revolutionaire Leger. Na de oorlog bestudeerde hij psychosomatische stoornissen en psychiatrische behandeling.

Wetenschap + onderzoek zonder onmiddellijk praktische toepassing zijn genegeerd.



Amerikaans pragmatisme
Pragmatisme = Amerikaans filosofische systeem.
Pragmatisme = Grieks: daad, actie.
Het benadrukt resultaten in plaats van methodes + het aanvaardt verschillende methodologische benaderingen voor kennis.

Ethica: pragmatisme benadrukt de manier dat het individu compromissen maakt tussen verlangen en rede.



William James
Introduceerde experimentele psychologie in Amerika. Toch blijft hij filosoof. Hij was geen empirist. The Principles of Psychology: behandeling van psychologie die gebruikt wordt als inleidend werk.

Pragmatisme William James = gebaseerd op een sterke appreciatie van empirisme en kan worden samengevat in de volgende punten:



  • De consequenties van theoretische posities van de grote criteria voor oordelen van verschillen tussen de posities. Verschillende filosofische theorieën kunnen verscheidene kijken bieden, maar enkel door hun consequenties kunnen we ze echt onderscheiden.
    -> appreciatie voor empirische tests voor de validiteit van een theorie.

  • Als een theorie een bruikbaar, bevredigend effect in het organiseren van ervaring beweert, dan moet de theorie acceptatie winnen.

  • Ervaring zelf is niet te reduceren naar elementen van bewustzijn of mechanische wetten. In contrast met Wundt beweert James dat ervaring geen successie is van discrete sensaties gelinkt aan elkaar door associatie.
    Ervaring = continue stroom van subjectieve events.

Geest en lichaam zijn geen 2 verschillende interagerende subsystemen. Hij vindt dat mentale en fysische ervaringen verschillende aspecten zijn van dezelfde ervaring. Hij maakt het verschil tussen geest en lichaam minder want hij gelooft dat het onderscheid een intellectueel artifact was dat gebruikt werd om te beschrijven hoe we ervaren.

Psychologie = wetenschap van mentale leven.


Geest = proces, dat persoonlijk is, verandert, continu + selectief is.

Theorie over emoties: James-Lange theorie .


Lichaam reageert met zekere automatische reflex wanneer het geconfronteerd wordt met een emotionele stimulus. Wanneer we ons bewust worden van deze reacties, ervaren we de emoties.
vb. Wanneer er een auto aankomt die je net mist, zal je automatische zenuwstelsel reageren en onmiddellijk stijgt je hartslag etc. Dit is het gevoel angst.
Samengevat: we worden ons eerst bewust van de fysiologische aspecten van de ervaring, daarna van de psychologische. Emoties zijn het resultaat van de sequentie van autonome reacties, niet van de oorzaak.

Boring: 3 redenen voor de prominente plaats van James in de ontwikkeling van Amerikaanse psychologie:



  • Dynamische persoonlijkheid, duidelijke schrijfstijl en effectief leren spreekt leerlingen aan.

  • Hij biedt een alternatief aan op Wundt zijn formulatie van de nieuwe wetenschap, gerepresenteerd door Titchener in Amerika. James baseert zijn definitie van psychologie op ervaring, beschreven als een stroom van bewustzijn.

  • Stelt een distinctieve Amerikaanse psychologie voor met een functioneel karakter.

Charles Sanders Peirce
Beïnvloed door Kant en Bain.
Hij geeft Kant gelijk dat de geest bijdraagt aan de organisatie van ervaring door het relateren en verenigen van sensorische informatie via a priori categorieën.
Zoals James: ziet bewustzijn en mentale processen in termen van praktische consequenties. Hij definieert hogere mentale processen van oordelen in termen van de persoon die betekenis zoekt voor de consequenties van ideeën.
Betekenisvolle ideeën: 3 mentale categorieën
-Kwaliteit
-Essentie
Relatie met andere ideeën.
<-> James: hij benadrukt de logica.

Overgangsfiguren
Functionele psychologie = diffuus systeem van psychologie.

Hugo Münsterberg
Ziet zichzelf als filosoof.
Pragmatisme = geringe update van Griekse Sofisten traditie.

Causale psychologie is empirisch gebaseerd + onderzoekt de relatie tussen mentale events en psychologische processen. Doelgerichte psychologie is de studie van het behalen van doelen door activiteiten van de wil.

Hij was geïnteresseerd in psychotherapie. Hij was het niet eens met Freud over de natuur van onbewuste motivaties.
Ontwikkelde leugendetector.

William McDougall
Vaak vergeleken met Freud door steun op erfelijke instinctuele patronen van psychologische activiteit.
= Behaviorist: benadrukt observeerbaar gedrag als reflectie van psychologische activiteit. MAAR hij was wel een individualist.

Wetenschappelijke achtergrond.


Hij noemde zijn psychologie ‘hormic’ = afgeleid van het Griekse woord dat hormoon betekent. Dit betekent impuls. Zo benadrukt hij dat psychologische activiteit geen doel heeft.
Psychologische activiteit heeft 7 kenmerken:

  • Spontaniteit van beweging.

  • Persistentie van activiteit boven de actie van sommige stimuli.

  • Variatie in richting van beweging.

  • Terminatie van perceptie van verandering in situaties.

  • Voorbereiding op nieuwe situaties.

  • De capaciteit om te verbeteren door oefening.

  • De reflectie van de totaliteit van organische reacties.

Deze definitie van gedrag houdt geen rekening met reflexmatige acties. Dit is volgens McDougall fysiologisch van aard.
Hij benadrukt het belang van erfelijke eigenschappen en van gedrag dat geleergd en gemodieerd wordt door omgevingsinvloeden.
Hij zag persoonlijke vrijheid in de variabiliteit van gedrag bij het zoeken van doelen. Zijn psychologie is niet deterministisch.
<-> Watson: complete steun op omgevingsdeterminantie van gedrag.
McDougall: brein heeft organisatie en interacties met lichaamsprocessen.
Individu = vrij om eigen doelen te zoeken.

G. Stanley Hall
Overtuigd van het belang van genetica en evolutie voor psychologie.

Functionele psychologie
Chicago functionalisme
Psychologie gerelateerd aan andere disciplines.

John Dewey
Wil sociale verandering. Educatie = sleutel tot individuele verbetering + verbetering van maatschappij.

Definieerde psychologie in functionele termen, maar hij was wel eerder filosoof die sensaties beschreef als elementaire bewustzijn die stijgt als antwoord op de ziel.


The Reflex Arc Concept in Psychology: hij argumenteerde tegen een elementaire analyse van reflexmatige responsen.
Hij benadrukt de totaliteit van beweging. Coördinatie is meer dan de som van reflexen. Hij verwerpt de visie dat reflexen series van stimulusacties zijn gevolgd door responses en gescheiden door sensaties.
Reflexen = vlotte en geordende sequenties van gecoördineerde bewegingen.

James Angell
Basis van functionele psychologie = de acceptatie van biologische benadering om te beslissen hoe het brein werkt in aanpassingen aan de omgeving = in lijn met Britse natuurwetenschappen + Darwinisme.

3 gebieden in functionele psychologie:



  • Het bestudeert mentale operaties.

  • Het benadrukt adaptieve activiteiten van het brein. Brein is gezien in mediatieve rol tussen de persoon zijn noden en de omgeving.

Harvey Carr
Psychologie = wetenschap van mentale processen.
Benadrukt motor responses, adaptieve activiteiten en motivatie. Hij erkent zowel subjectieve als introspectieve methodes + objectieve metingen.

Hij vatte de basisprincipes die gedeeld werden in deze beweging samen:


-Mentale processen zijn adaptief en hebben een doel.
-Mentale activiteit is ontlokt door omgeving.
-Motivatie is altijd beïnvloed door mentale processen en modificeert stimulusinvloeden.

Colombiaans functionalisme
James McKeen Cattell
Raakte gefascineerd met reactietijd experimenten + bestudeerde individuele verschillen hierin => promoten van mentale testing.
Zijn interesse in individuele verschillen was functioneel in zowel theoretische termen als toepassingen.

Edward Lee Thorndike
Amerikaans behaviorisme.
Educational Psychology.
Introduction tot he Theory of Mental and Social Measurement.
Intelligentie beschreven via elementaire benadering door te benadrukken dat intelligentie bestaat uit een aantal vaardigheden.

Robert S. Woodworth
Dynamische psychologie, die focust op motivatie.
Het is niet dynamisch in termen van essentiële afleiding van het Lockeaans model van empirisme.
Mechanisme = psychologische actie van adaptatie, gelijkend aan Carr.
Mechanismen zijn uitgelokt door interne en externe stuwkracht.

Vrouwen in de vroege Amerikaanse psychologie
Veel vrouwen in psychologie in vergelijking met andere wetenschappen!

Mary Whiton Calkins
Vooral theoretische en filosofische bezorgdheid. Heeft veel bijgedragen aan de psychologie van het zelf. Haar zelfpsychologie benadrukt de essentiële eenheid en coherentie van bewustzijn, afhankelijk van interpersoonlijke en omgevingsinteracties.

Christine Ladd-Franklin
Theorie over kleurenvisie. Ze probeerde de trichromatische theorie van Helmholtz te verzoenen met de tetrachromatische theorie van Hering en Müller. Haar oplossing, gebaseerd op de bevinding dat geel-blauw kegels ontwikkelen voor rood-groen gevoeligheid, stelt voor dat van witte sensitiviteit blauwe en gele ontstaan. En van gele sensitiviteit komt er groene en rode. Kleurenvisie = product van deze fasen.

Margaret Floy Washburn
Bestudeerde bewustzijnsstaten gereflecteerd in observeerbaar gedrag.

Impact
Ladd benadrukte de adaptieve waarde van het brein + noodzaak van een actief zelfconcept.
Scripture: Methodologist die taal en fonetiek bestudeerde.
Baldwin: integreerde Darwinisme en functionele psychologie.
Clark: experimentele psychologie.
Delabarre: visuele perceptie.

Deze diversiteit van functionele psychologie reflecteert het gebrek aan systematische substantie.

SAMENGEVAT LEZEN

Hoofdstuk 13: De Gestalt-beweging
Gestalt
= figuur of object dat verschillend is van de som van de delen.
vb. vierkant = eenheid en kan niet begrepen worden als 4 lijnen.
Psychologische elementen worden een geheel.
= anti-reductie.

Gestaltpsychologie = nativistische propositie die mentale activiteiten organiseert, veronderstellend dat de persoon interageert met de omgeving op bepaalde manieren.



Achtergrond in Duitsland
De Würzburg legalisatie
2 psychologische scholen.

  1. Wundtiaanse natuurwetenschappen model van psychologie => gaat over onmiddellijke ervaring via gecontroleerde introspectie.

  2. Tegen Wundt.

Anti-Wundt beweging => mentale activiteit = nonsensoriële bewustzijn.
Külpe: geest = voorbestemd aan de ordening van omgevinsgebeurtenissen volgens dimensies van kwaliteit, intensiteit, tijd en ruimte.

Duitse fenomenologie
= studie van fenomenen.
Fenomeen = evenementen die op zichzelf bestudeerd worden, zonder focus voor onderliggende causaliteiten of inferenties.

Husserl:
beschrijvingen van ervaren mentale activiteiten.
Hij ontwikkelde een methode van observatie die alle niveaus bekijkt.

Bevindingen van gestaltpsychologie
Benadrukt organisatie en eenheid, in termen van fenomenen.
Individu = actief interagerend met omgeving.

Max Wertheimer
Experiment over apparente bewegingen.
Benoemd phi-fenomeen -> kan niet gereduceerd worden tot de elementen, maar is het resultaat van dynamische interactie tussen observeerder en stimulus.
Focus: problemen oplossen.

Wolfgang Köhler
Kijk op discriminatie leren en problemen oplossen -> past gestalt interpretatie toe op de relaties tussen stimuli om de absolute waarde van stimuli te leren kennen.
Aap: gebruikt strategieën om puzzels op te lossen i.p.v. trail and error.

Kurt Koffka
Introduceerde gestaltpsychologie bij het Amerikaanse volk.
Gebrek aan inspiratievolle kwaliteit van Wertheimer of de systematische capaciteit van Köhler.

Basisprincipes van Gestaltpsychologie
° uit onderzoek van sensorische en perceptuele processen.
Biedt alternatief van Thorndikes trail and error leren als behavioristisch model.
Gestaltpsychologie: focus mens-omgeving heet het perceptuele veld.
Kenmerkend voor perceptuele veld = organisatie (natuurlijke neiging op vorm en grond).
Goede figuur = compleet volgens symmetrie, balans en proportie, proximiteit, similariteit.
vb. een onvolledige cirkel zien we toch als volledige cirkel.

Organisatie => betekenis. Dit is belangrijk voor perceptuele structuur.


Object-constantie = Georganiseerde figuren zijn stabiel en blijven dit ook al veranderen er dingen.
vb. Man op televisie blijft gezien als man, ook al is hij klein in het echt.

Essentieel in vergelijking = relaties tussen delen van een figuur. Als aspecten veranderen, maar de relaties blijven gelijk, zal de perceptie hetzelfde blijven.

Beperking: uitleg van onderliggende hersenactiviteit voor perceptuele processen.
= isomorfisme = gelijkende vorm = er zijn parallelle processen tussen perceptuele en fysiologische niveaus -> corresponderen in termen van relaties.

Implicaties van gestaltpsychologie
Als Europese beweging
Gestaltpsychologie verving de Wundtiaanse beweging in Duitsland.
= Reactie tegen structurele psychologie: kritiek tegen psychologie gebaseerd op associaties en elementen van sensaties.
Bestudeert het hoe <-> Wundt: wat.

Fenomenologie als methodologische aanpak => gestaltpsychologie breidt de empirische basis van psychologie uit.


Gestaltpsychologie wordt opgenomen in het Amerikaans neobehaviorisme. Het is geen afzonderlijke beweging meer.

Als een Amerikaanse beweging
Behaviorisme heerste.
Tolman = behaviorist met interesse in gestaltpsychologie. Hij onderzocht latent leren en toonde dat geleerde responsen kunnen worden aangeleerd zonder manifestatie in het geobserveerde gedrag. Dit kan je niet verklaren via het S-Rmodel.
Köhler: apen leren via hogere processen.
Traditionele S-R modellen = gebaseerd op deductie en associaties.

Field Theory
= kijk op sociale activiteiten en persoonlijkheidsdynamiek.
Kurt Lewin: zijn kijk is product van het actieve model van de geest uit de Duitse filosofie en je kan het parallel zien als Fraud.
Lewin: directe invloed van principes van Gestaltpsychologie.

Persoonlijkheid moet bekeken worden in context van een dynamisch veld van persoon-omgeving interacties. Je moet rekening houden met het unieke hiervan.


Gebaseerd op hodologische ruimte, wat gedefinieerd kan worden als een geometrisch systeem dat benadrukt:
1. Beweging volgens psychologisch geleide wegen.
2. De dynamiek van persoon-omgeving interacties.
3. Het gedrag aan omgeving barrières.

Persoon = gezien in termen van een individueel leven, dat ook verleden en toekomst omvat.

Noden => spanningen die gereduceerd moeten worden.
Waardigheden = objecten in de omgeving gerelateerd aan de noden.
vb. Appel: positieve waardigheid = kind heeft honger. Negatieve waardigheid = kind heeft net gegeten.
Vector = actie naar of weg van een object.
2 tegengestelde vectoren = conflict.
Barrières in omgeving dwarsbomen activiteit.

SAMENGEVAT LEZEN



Hoofdstuk 15: Behaviorisme
Gedrag: betekenis op zichzelf.
Watson: Psychology as the Behaviorist Views It -> psychologie is niet de studie van het innerlijke bewustzijn, maar van observeerbaar gedrag.
Psychologie = evolutionair: gradueel veranderd.
Pre-Socratische filosofen probeerde menselijke activiteit als mechanische reacties te verklaren die reduceerbaar zijn tot biologische of fysische oorzaken.
Franse sensationalisten: verwerpen Descartes.
Condillac + La Mettrie => positie dat mentale evenementen volledig bepaald worden door sensoriële input.
Empirisme en associatisme bevatten basis van behaviorisme.

Basis behaviorisme: organisme leert aanpassing door principes van associatie.



Onmiddellijke achtergrond van Behaviorisme
Russische reflexologie en dominantie in de Sovjet-Unie
-> praktische richting die gemakkelijk te adapteren was in het behaviorisme als basismechanisme van leren.
= fysiologen + reductie past bij hun aanpak.

Ivan Mikhailovich Sechenov
Reflexes of the brain: alle activiteiten zijn reduceerbaar tot reflexen. Cortex is hier belangrijk.
Oorzaak van intellectuele activiteiten = externe stimulatie -> reactie op omgeving.

Reflexologie = monistische interpretatie van menselijke activiteit, wat psychologische processen gelijk stelt met essentiële neurale processen.

Nadruk: materialistische verklaringen voor mentale activiteiten.

Vladimir Mikhailovich Bekhterev
Objective psychology.
= rivaal van Pavlov. Hij is aansluiter bij Wundt.
Zijn werk werd sneller geaccepteerd dan Pavlov + hij verwerpt introspectie.
nadruk: eenheid van reflexologie.
Psychologische en fysiologische processen bevatten dezelfde neurale activiteit en observeerbare reflexen.
Doel objectieve psychologie = onderliggende wetten ontdekken.

Ivan Petrovich Pavlov
= systematische methodologist.
Laboratorium = tower of silence: geluidloos + het gedrag van de werkers.
Ontdekte de principes van associatieve conditionering: neutrale S paren met een primair beloning zoals eten => neutrale S wordt geconditioneerde S.

1. Ongeconditioneerde stimulus (US) = een externe gebeurtenis dat een reflex kan uitlokken.


2. Geconditioneerde stimulus (CS) = een externe gebeurtenis dat neutraal is en respect heeft voor de respons voorafgaand aan de paring met US.
3. Ongeconditioneerde respons (UR) = de natuurlijke reflex die automatisch of onvrijwillig wordt uitgelokt.
4. Geconditioneerde respons (CR) = de reflex uitgelokt door de CS na associatie met de US.

UR is dezelfde respns als CR.


uitgestelde conditionering:

CS ____________

US ______________________

Dit is in functie van de tijd.

=> ° principes:


  • Conditionering representeert de kwantificatie en objectificatie van de acquisitie en vergeten van associaties.
    Geen nood aan mentale constructen. Het zenuwstelsel zorgt voor mechanismen van reflexologie.

  • Het hogere gecontroleerde experimentele paradigma van conditionering biedt de mogelijkheid om alle hogere neurale activiteit te onderzoeken.
    -> gepast om alle types van gedrag te bestuderen.

  • Hij was ervan overtuigd dat de temporele relatie/ contiguïteit het basisprincipe is van de associaties.

Conditional Reflexes: An investigation of the Physiological Activity of the Cerebral Cortex -> breidt zijn methodologische aanpak om gedragsprocessen gemedieerd door de cortex uit.
Irradiatie = verspreiding van corticale opwinding: resulteert in gedragsgeneralisatie binnen gelijkende omgevingsstimuli => discriminatief gedrag.

Amerikaans connectionisme: Thorndike
Experimenten over probleemoplossend gedrag. Dit testte hij in puzzelboxen.
2 basisprincipes: oefening en effect.
Wet van oefening = associaties worden versterkt door herhaling.
Wet van effect = gedragingen die leiden tot beloning worden herhaald.

Verschil Thorndike en Pavlov:


Thorndike:
-Het subject moet een respons uitzenden voordat ze een beloning kan krijgen.
-Wet van effect vereist kennis van consequenties

Thorndike suggereerde dat er misschien centers of satisfiers of annoyers bestaan in het brein. Dit is nooit bewezen.

Pavlov en Thorndike onderzochten 2 verschillende paradigma om leren te produceren.

Watsons behavorisme
Psychological Review: roept op naar Behaviorisme.
We moeten het op zichzelf bestuderen.
Switch van bewustzijn naar gedrag kreeg meer steun.

Natuurlijke selectie onderstreepte het belang van adaptieve waarde van gedrag. Gesteund door Spencer zijn hypotheses van sociale evolutie.

Watson: nadruk op gedrag in plaats van bewustzijn is een grote stap richting ontwikkeling van vergelijkende psychologie.
Watsons behaviorisme zorgt voor een sterke reactie tegen methodes van studies in de psychologie.

Premise dat gedrag het belangrijkste is in psychologie. Het wordt gemeten in termen van stimulus en respons. Elke respons wordt bepaald door een stimulus dus het kan bestudeerd worden door gemiddelden van causale relatie binnen stimulus en respons.


Pseudoproblemen = mentale staat.

Watsons kijk op natuur van stimulus-respons relatie steunt op principe van frequentie en recentheid.


Skeptisch over Thorndikes wet van effect -> kritiek: rust op mentale inferentie, zonder empirische steun.
Wel vertrouwen in principes van associatie als sleutel tot psychologische groei.

Debat met William McDougall = Battle of Behaviorism: McDougall roept op tot aanvaarding van data van verschillende bronnen om een complete kijk op het individu te krijgen.


Watson: zodra een wetenschapper andere data dan gedragsmatige aanvaardt, dan gaat de wetenschappelijke duidelijkheid achteruit.
Gebruik van gedrag => eenheid in de psychologie door de mogelijkheid van consensus door objectieve observatie.

Watsons kijk => positieve + objectieve wetenschap van psychologie.

Grote kritiek op Watson:


  • Het beperkte psychologie door beperking van gedrag tot enkel perifere events van stimulus en respons elementen. Hij negeerde fysische, centrale mediatie van stimuli en respons.

  • Reductionisme: Behaviorisme nam functies van de geest en reduceerde die tot gedrag. Gedrag was te reduceren tot omgevingsstimuli en observeerbare responsen.

Andere vroege Amerikaanse behavioristen
Edwin B. Holt
Infusie van de notie van doel en motivatie in gedrag.
Gedrag heeft een doel. Gedrag kan enkel begrepen worden vanuit het perspectief van het patroon van gedrag en de sequentie van acts.
Psycholoog: gedrag is meer dan de som van stimulus-respons banden.
Holt: nadruk motivatie.

1   2   3   4

  • Georg Elias Müller
  • Ernst Mach en Richard Avenarius
  • Christian von Ehrenfels
  • Wilhelm Dilthey
  • Charles Sanders Peirce
  • William McDougall
  • James McKeen Cattell
  • Robert S. Woodworth
  • Mary Whiton Calkins
  • Margaret Floy Washburn
  • Ivan Mikhailovich Sechenov
  • Vladimir Mikhailovich Bekhterev
  • Ivan Petrovich Pavlov

  • Dovnload 231.31 Kb.