Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Samenvatting hele boek Medialeer

Dovnload 61.62 Kb.

Samenvatting hele boek Medialeer



Datum26.04.2017
Grootte61.62 Kb.

Dovnload 61.62 Kb.

Samenvatting hele boek Medialeer

Belangrijke vragen;

Wat is mediasyntaxis, medialandschap, medialeer

basic instinct, socsci.ru.nl/aw !! met ER ed

Ook: voordelen eigen fm zender!!!!

Tros/avro samen? =ntr??

Ook: std dev nettofractie bij case baantjer/russen!

Ook: mediumspecifieke kenmerken van verschillende dingen

Grid krant:


  • boven de vouw

  • nieuws + grid: eerst was krant alleen maar tekst, vrijwel geen witregels. Door indeling (grid) wordt er nu nieuws boven/onder/links/rechts geplaatst, en krijgt de positie van het bericht invloed op het belang van het bericht.

Zenders: CHECKEN

Soort omroepen:

Ikon/ntr=39f omroepen

Kro/bnn etc publieke ledenomroepen

Sbs ed commercieel..

Outputdeals, voor comm omroepen interessant ivm veel zendtijd, geen programmavoorschrift en doelgroep



  • pluriformiteit/intern+extern door concentratie.

Checken: std. Van de nettofractie!

Communicatiekaart van nl.

H1.

17e eeuw: kranten klein formaat, zonder illustraties met vooral buitenlands nieuws.

18e eeuw: kranten erbij, ontwikkeling langzaam ivm duur papier (belasting: dagbladzegel), weinig techniek, en geen massaal publiek dat kon lezen.

19e eeuw: 1848 vrijheid van meningsuiting in grondwet, 1869 dagbladzegel afgeschaft, rotatiepers, alfabetisering en groeiend politiek bewustzijn veel kranten, en dagelijks verschijnen.

Begin 20e eeuw:


  • algemene grote: telegraaf, nieuws vd dag,

  • verzuilde pers: katholiek (de tijd, volkskrant), socialisten (het volk), protestanten (de standaard) en communisten (de tribune).

Eerste sanering: tijdens wo2: veel kranten werden verboden, of hieven zichzelf op. Verzetskranten kwamen op: trouw, het parool, de waarheid ed.. Na de oorlog werd de pers gezuiverd: kranten die tijdens de oorlog bleven, werden verboden, en de verboden kranten kwamen terug. De verzetskranten kwamen bovengronds. -> Landelijk enkele (onverzuilde) kranten.

Dagbladen:



  • Landelijk:

  • Regionaal:

  • Gespecialiseerd

  • Gratis

Broadsheet kranten=in groot formaat.

Populaire kranten: telegraaf/ad: meer amusement, minder (politieke) info

Kwaliteitskranten: nrc, volkskrant, trouw: meer (politieke) info, minder amusement

Kopbladen: edities van een krant die in een gedeelte v/h verspreidingsgebied onder een eigen naam verschijnen, met eigen regionale redactie + advertentiepagina’s

Belangrijkste verschil tussen populaire/kwaliteit: lezerskring! Pop: doorsnee Nederlandse bevolking, kwaliteit: hogere inkomens/opleidingscategorieën.

Regionale kranten: nog meer belang abo dan landelijke (92% abo)

Gespecialiseerde:

- financiële dagblad

- Nederlandse staatscourant (wet & regelgeving)

- agrarisch dagblad

- cobouw (bouwsector)

Gratis kranten: de pers & metro & spits, samen 1,3 miljoen oplage.-> vooral jonge lezers, goed vertegenwoordigd. Ook handig voor adverteerders die jonge doelgroep hebben. -> slecht voor losse verkoop landelijke .

Dekkingspercentage: op elke 100 huishoudens 50 exemplaren, dekkingspercentage=50.

Maar: meer gelezen: meer dan één krant gelezen per huishouden, sommige huishoudens samen één krant=doorgeefpercentages .

Nieuwsblad: verschijnt min. 1 en max 4x per week in een beperkt geografisch gebied (plaats/gemeente), op abonnementsbasis.

Weekoplage= oplage x verschijningsfrequentie

Huis-aan-huisbladen: gratis, bepaald gebied. Meeste 1x per week. Regionale bladen hielden zich sinds ’60 bezig met deze bladen, zodat ze adverteerders een hoger dekkingspercentage konden aanbieden. Vervanging van wat verloren werd (deels) door radio- en tv reclame-inkomsten.

Dekkingspercentages dalen, ivm partijen die de publieke opinie willen beïnvloeden, nu dmv andere media.. Echter, oplage neemt toe door gratis kranten.

Adverteerders: belang van welstandklassen in bereik van dagbladen.

Elke generatie leest minder dan de vorige, echter dit kan genuanceerd worden met een kwalitatieve tegenhanger: gedrukte kranten&lezers sterker verbonden.

Concentratie&pluriformiteit.

Persconcentratie:checken bij fusie AD!!!!

- Redactionele concentratie (samengaan van redacties van dagbladen) (vooral regionale)

- publieksconcentratie (publiek verdeelt zich schever over kranten) (vooral regionale)

- Aanbiedersconcentratie (samengaan van uitgevers). (vooral landelijke)



WET: mededingingswet: concentraties moeten altijd van tevoren worden gemeld, kartels (prijsafspraken onderling) en misbruik eco. machtsposities verboden!

Ook maximale marktaandeel: max 33%,

Ook ter bescherming pluriformiteit: stimuleringsfonds vd pers: financiele steun, vooral voor digitale media.

Journalisten:

aanbiedersconcentratie= voorbode verlies van redactionele zelfstandigheid

pluriformiteit:

er wordt gesteld dat kleiner aantal zelfstandige uitgevers/redacties-> minder verschillende stemmen te horen. =verlies externe pluriformiteit, verschraling opinieklimaat.

Ook mogelijk: interne pluriformiteit hoger, dus meer ruimte aan verschillende opinies

Dagbladenmarkt=conjunctuurgevoelig.. economisch wat slechter, meteen te merken voor dagbladenmarkt.

Telegraaf=grootste uitgever, als je gratis kranten meetelt.

Branche:

NDP=belangenorganisatie vd uitgevers

Cebuco=centrale marketingsserviceorganisatie, onderdeel ndp., publiceert oplage/advertentiemarkt info. Alle dagbladen lid van ndp, behalve cobouw&agrarisch

Commissie-Brinkman: verschillende voorstellen om de perssector/journalistiek te steunen&stimuleren.

H2. Tijdschriften.

Meeste uitgevers zijn verbonden met uitgeversbond NUV.

ANWB-blad kampioen=grootste oplage, 3,5mil

Allerhande=2.1

Belangrijkste hiervan is niet de oplage, maar de variéteit in onderwerpen.

Tijdschriften sinds 19/20e eeuw meer; dankzij afschaffing dagbladzegel, vrijheid van drukpers, urbanisatie, alfabetisering, politieke betrokkenheid en technologie.

Eerste helft 20e: verzuiling neemt toe, tijdschriften volgen deze. Sinds eind 1950 ontzuiling: de band met de zuil wordt minder, meer belang vrije tijd, welvaart en ontspanning-> familie/vrouw/jongerentijdschriften

VNU=tot 2001 grootste nl uitgever van publieksbladen. Eerst vooral katholieke bladen, later per doelgroep: donald duck, viva, panorama, playboy ed..

Indeling:

Verschijningsinterval:

Variatie in verschijningsinterval is bij tijdschriften groter dan bij dag/nieuwsbladen.

Soms: 1x per week, maar wat is nieuwsblad dan?

Ondergrens (hoe vaak per jaar) onduidelijk: overheid zegt 4x pj, nuv 3x minimaal.

Redactionele zelfstandigheid=de mate waarin een redatie autonoom is.

Moeilijk vast te stellen, omdat redacties in moeilijk vast te stellen mate afhankelijk zijn van adverteerders/eigenaren. Soms is er zelfs geen red.zelf: bij bv sponsored magazines zoals allerhande.



Doelgroep.

Volgens elsevier topman vd brink:



  • Wetenschappelijke tijdschriften (tijdschr voor communicatiewetenschap)

  • Vak/professionele tijdsch (nederlands tandartsenblad)

  • Specialinterestbladen (mijn tuin), specifiek onderwerp

  • Publieksbladen: libelle/revu

Wet: relatief kleine oplage, gespecialiseerde info

Publieksbladen: massaoplage, algemene info.

Volgens NUV:

- Publiekstijdschriften (familietijdschriften[donaldduck],jongerenbladen[break out], vrouwenbladen [libelle], specialinterestbladen [mijn tuin], opinietijdschriften [….], omroepbladen [tros kompas]

- vak- en wetenschappelijke tijdschrijften.

Vakbladen via controlled circulation: (een deel van)de oplage wordt gratis verspreid onder een door de uitgever vastgestelde doelgroep. De ontvanger moet schriftelijk aangeven dit blad te willen ontvangen.

Controlled distribution: gratis onder een bepaalde groep verspreid, zonder wilsverklaring. Geheel bekostigd uit advertentiegelden

Omroepbladen: vroeger was zendtijd gekoppeld aan ledenaantal, en omroepbladen<>lid zijn.

Veel meer: tientjesleden: wel lid van de omroep, niet op het omroepblad.

Sanoma=markt voor vrouwenbladen!! Van de 19 titels heeft deze er 11. Echter, ze moeten uitkijken dat als ze een nieuw blad introduceren dat ze geen winst bij de eigen succesnummers wegneemt.

Sponsored magazines:

- relatietijdschriften: band tussen bedrijf/doelgroep (prorail)

- voorlichtingstijdschriften: informatief karakter ( health)

- verkooptijdschriften: informatie product/dienst->verkoop. (allerhande)



Adverteerders:

Bereik is belangrijker dan oplage. Ook interesse in hanteringsfrequentie&leesduur

Bereik= percentage vd doelgroep/bevolking dat een titel leest.

Hanteringsfrequentie=het aanta; keren dat een tijdschr wordt ingezien.

Leesduur.

Want: hoe vaker en langer een tijdsch wordt gelezen, des te groter is de kans dat de lezer de advertenties ziet.



Uitgevers.

Grootste: Sanoma (alle sectoren), Reed Elsevier, Kluwer (beide vak/wetenschap) , Audax (publieksbladen) en Telegraaf. Ook omroepen, wegens grote oplage. Ook ANWB ivm kampioen.



Branche.__NUV'>Branche.

NUV (nederlandse uitgeversverbond) belangen vd uitgevers. Splitsing hierbinnen: groep publieksbladen&groep wetenschappelijke en professionele uitgevers.

Taken:


- verstrekken oplagecijfers, voor de adverteerders

- registratie via HOI, oplages opvragen nu via website. Lidmaatschap voor adverteerders van belang, wegens eisen van gecontroleerde oplagecijfers. (vroeger: veel gedrukt, lang niet alles verkocht).

-NOM: bereik (aantal lezers)

- Branche sponsored media: SMIN (sponsored media instituut nederland).



Wetten:

Vrijheid van drukpers (grondwet), behalve voor reclame (wel wetten: mbt tabak, alcohol en geneesmiddelen.



  • Anti-misleidende reclame.

  • Namen van anderen verboden

  • Anti smaad (vb youp vh hek met oudejaarsconference anti-alcohol vrij bier van heineken)

  • Auteursrecht.

  • Mededingingswet, over fusies/prijsafspraken/eco. Machtsposities.

  • Wet voor omroepbladen: volgens de mediawet zijn de rechten op de programmas voor de omroepen, dus konden zij hun monopolie beschermen. Europese wetgeving maakt dit moeilijker (er was langwe tijd boycot van een vlaams blad HUMO dat prog-info bevatte). Ook comissie brinkman deed voorstel mbt verstrekking van gegevens.

Ontwikkeling:

Groei wegens (gratis) nieuwe uitgaven, dus ook nieuwe concurretie.

Elke uitgever ook op internet, enerzidjs voordeel, anderzijds concurrentie eigen medium, met nauwelijks inkomsten.

H3. Boeken.

Geschiedenis: ouder dan boekdrukkunst, handgeschreven/kleitabletten/papyrus

In de middeleeuwen: monopolie bij kloosters. Ivm alleen reproductie door overschrijven (monnikenwerk).

Gutenberg: boekdrukkunst. 1456.

Ook: Hollands Wonder (furstner): in de 17e eeuw werd ongeveer 50% van de wereldproductie boeken uitgegeven/gedrukt in Holland.

Soorten:


Moeilijk in te delen: voor de een is een roman ontspanning, voor een student letteren een studieboek bv.

NUR (nederlandse uniforme rubrieksindeling)

- Non-Boeken (agenda’s, ansichtkaarten, kalenders, cdroms, dvd’s)

- Educatieve uitgaven (lesmateriaal/boeken basisschool/middelbare, voortgezet onderwijs ed)

- kinderboeke (fictie/nonfictie, 4-15jr)

- Fictie/literaire non-fictie (nederlandse/vertaalde romans, poeze, thrillers, science fiction, essays)

- non fictie vrije tijd/algemeen (flora/fauna, eten/drinken, sport, reizen)

- non fictie informatief/professioneel (hoger onderwijs, en beroepsgroepen waar vakkennis vereist is)

Al deze rubrieken weer in 28 subrubrieken, zoals communicatiekunde algemeen. Deze ook weer in subrubrieken (5 in dit geval, media en computercommunicatie, ed).

Reclame valt onder bedrijfdkunde algemeen!

Totaal 603 subrubrieken, 295 onder non fictie informatief/professioneel

Schoolboeken zijn volgens de wet: alle boeken die qua vorm en inhoud gericht zijn op informatieoverdracht in basis- en voortgezet/speciaal/beroeps- en volwassenenonderwijs, waarvan het gebruik is voorgeschreven.

Schoolboeken vallen niet onder de wet op de vaste boekenprijs, vandaar deze definitie.

Balkenende 2007: schoolboeken gratis (kosten overheid), waardoor overheid tussen afnemende partij (scholen) en leverende partij (uitgevers) afspraken moet maken. Of dit zorgt voor daling in kwaliteit is nog niet te zeggen.

Algemene boeken: voor informatie/ontwikkeling en ontspanning.

Kenmerk: informatie is in principe voor iedereen toegankelijk, onafhankelijk van kennis- en opleiding vd lezer. Zelden verplichte aanschaf, (VERSCHIL EDUCATIEVE- WETENSCHAPPELIJKE BOEKEN VOLGENS VAN WEZEL)



Publiek:

Wie leest, wat wordt gelezen?

SCP: wie leest?

Gegevens over boekenmarkt: wat wordt gelezen?

SCP: om de 5 jaar oz.

Eerst dalende leestijd, echter sinds 2005 nieuwe vorm van meten, dus daar hoger! (p66)

Nieuwe meetvorm: nu niet alleen leesduur aangeven in een dagboek, maar ook genre. Eerst werd dat niet exact bijgehouden, slechts met vragenlijst achteraf. Sinds 2005 categorie: romantische/spannende boeken en jeugdboeken/strips toegevoegd.

Verklaring daling gemiddelde leestijd: Socialisatietheorie:

‘’Mensen zijn geneigd trouw te blijven aan het type medium waarmee zij zijn opgegroeid. Dit betekent dat voor de mensen die na 1959 geboren zijn, en dus met audiovisuele media zijn opgegroeid, de daling voor de leestijd intreedt.

Echter, bezwaren op de SCP-ontlezingscijfers:



  • Slechte meetmethode (dagboekje/vragenlijst een korte periode in oktober) en

Het onderscheid hoofd/nevenbezigheid is ouderwets..nu multitasking (eten/tv kijken, edutainment, infotainment ed)

  • Vragenlijst: vragen zijn te algemeen: op hoeveel dagen per week kijkt u gemiddeld tv? Bv.. ook: is er in uw huis of in de auto een radio in gebruik?...

Toch, hoe je ook meet, de leestijd neemt af. Minder mensen kunnen evenveel tijd aan lezen besteden, en/of evenveel mensen kunnen minder tijd aan lezen besteden.

Factoren leestijd

- leeftijd

- geslacht

- opleidingsniveau

Indicatie publieksvoorkeur: CPNB: bestsellers registreren. Wil niet zeggen dat ze ook gelezen worden, maargoed.

Dankzij nieuwe vertaling ook de bijbel in de top 10, daarvoor in top 100.

Probleem: bestsellers dreigen het overige aanbod uit de markt te drukken.



Markten

-algemene: particulieren/instituties (bibliotheken/bedrijven)

-educatieve : sinds 1968: mammoetwet, stimulans schoolboekenmarkt, nieuwe inhoudelijke diversiteit->stimulans. Atlassen van enkele jaren oud zijn bv vaak onbruikbaar, oude spelling etc.

-wetenschappelijke :internationaal, vooral engelstalig.. Snelle ontwikkelignen/publicatiedrang.. noodzaak kennis vastleggen.



Hageman: in ebgin jaren 90 waren uitgevers terughoudend tegenover elektronische uitgaven. Dit om 2 redenen:

- vereiste investeringen erg hoog

- gebruikers waren niet/nauwelijks bereid te betalen.

NU: via internet ontzettend veel electronische info.

Belangrijkste plek voor aanschaf boeken: boekhandel,

Boekhandel&bibliotheek elkaars concurrentie, omdat de meeste boekenkopers ook boekenleners zijn. Ivm gratis uitlenen, nu ander stelsel: jongeren betalen niets, en per geleend boek wordt er een bedrag betaald. Dit ivm leenvergoeding, welke zou kunnen toegewezen worden aan de daling in het aantal uitleningen na 1990.



Branche

Uitgevers: NUV.



Wetten:

Sinds 1923, reglement handelsverkeer: duurde tot 2005, belangrijkste: verticale prijsbindingsregels. De uitgevers moeten de verkoopprijs van een boek vaststellen, dus boekhandels kunnen niet concurreren. Dit duurde tot 2005.. Daarna: Wet vaste boekenprijs: zodat niet de kruidvat kan gaan concurreren met boekhandels ed..

Niet de sector zelf, maar het Commissariaat voor de Media heeft toezicht op de naleving.

4. Radio.

Radio was halverwege de 20e eeuw het familiemedium bij uitstek, nu in de 21e een doelgroepmedium pur sang, alles draait om formats, doelgroepen en marktaandelen.

Publieke radio-omroepen:


  • Ncrv

  • Kro

  • Vara

  • Avro

  • Vpro

  • Eo

  • Tros

  • Veronica

  • Bnn

  • Llink

  • Max

  • Nps

  • nos

voorheen, vrijwel geen vaste programma’s op vaste tijdstippen op vaste zenders..

na komst commerciele zenders:



  • veronica

  • sky radio

  • radio 10fm

  • noordzee fm

  • radio 538

is de comm. Kant meer marktgericht gaan programmeren, met vaste schema’s..

Radio luisteren is in 2 opzichten tijdsgebonden:



  1. dagindeling: voornamelijk wordt overdag geluisterd.. na 16h daalt de luistertijd aanzienlijk

  2. seizoensgebonden: januari/februari totale luistertijd 198 minuten, juli/aug: 165 min.

Om luistercijfers per station te vergelijken: dmv marktaandelen. Spectaculaire groei/afname kan soms toegewezen worden aan verliezen/verkrigjen van fm zender.

Zuilen:


(oudste): protestans-christelijk: ncrv

Katholiek: KRO

Socialistisch: VARA

AVRO: heeft de pretentie gehad nationaal te zijn.. strijd tussen avro en ncrv+kro+vara=’’nationaal of verzuild’’..

VPRO: tussenpositie, wil 1 nationale omroep, maar is ondertussen gericht op vrijzinnige protestanten..

Einde van deze strijd: zendtijdenbesluit. Voor de verzuiling. Ncrv, kro, vara en avro allen evenveel zendtijd.. vpro minder, maar vpro wel op beide van de 2 zenders.

1954: bisschoppelijk mandement: bisschoppen maakten zich zorgen over de verderflijke invloed van vara-programma’s, dus zij verboden de katholieken naar de vara te luisteren.

Sinds eind 1950 radio veel minder, door komst tv.. Ook in 1960 opkomst radio veronica is bedreiging voor andere zenders (concurrentie)

Veronica.

Eerste 5 jaar programmering: gesponsorde kwartiertjes (apsirines, bv) en kwartiertjes grammafoonmusic. In 1965 komen ze met nieuwe manier van radio maken: horizontale programmering (vaste tijden vaste programma’s), popmuziek, dj’s, hitparades, jingles, reclameboodschappen introduceerden ze in NL. (afgekeken van comm. USA zenders)

1965 antwoord publieke omroepen: hilversum 3. Eerste categorale zender in hilversum: popmuziek. Nog steeds waren comm. Omroepen verboden, maar sinds 1968 STER: recclame mogelijk voor hilversumse zenders.

1974: verdrag van straatsburg: verboden medewerking te verlenen aan radio-uitzendingen vanuit schepen buiten de territoriale wateren-> veronica stopt.

Echter, 1973: veronica richt VOO op, publieke bestel binnen, en worden van c-omroep (150k leden) binnen recordtempo a-omroep (500k+), en krijgen dus evenveel zendtijd als ncrv, kro, vara, avro en tros.. vpro later a geworden. In 1995 veronica weer puur commercieel, 2000 gekapt, en 2009 (in handen van de telegraaf mediagroep) weer terug, en top 5 best beluisterde com zenders

Na 1974, veronica (tijdelijk)weg-> hilversum 3 zo populair dat 1&2 bijna weggedrukt worden, dus 1979 algehele zenderkleuring=oplossing..

Eind ’80 door nieuwe comm zenders en regionale/lokale zenders verliezen publieke landelijke zenders fors marktaandeel. Zenderkleuring->format (strakke formule die zo nauwkeurig mogelijk voorschrijft wat er op een bepaalde zender te belusiteren is) Om radiostations herkenbaar/aantrekkelijk te maken voor specifieke doelgroep.

Commerciéle zenders werden mogelijk, door technische (kabel) en juridische verandering (mediawet).. Eerst deden commerciele zenders via een u-bocht hun zendingen, vanuit het buitenland, mits ze zich aan de nederlandse wet hielden (geen reclame op zondag bv), zoals radio 10fm. …

1992: radio noordzee=eerste commerciele zender met zendvergunning, in 1994 anderen volgen

1997, fm-frequenties opnieuw verdelen.



ZIE ANDERE SV VOOR EXACTE MEDIAWET!!!

Profielen van publieke zenders.



  • Radio 1: nieuws, sport, achtergronden: alle leeftijden

  • Radio 2: muziek, hits 60-’80, caberet, info: 35-54

  • 3fm: pop/rock: jongeren (20-34)

  • Radio 4: klassiek: alle leeftijden, liefhebbers

  • Radio 5 weekdagen: licht informatieve muziekzender: 55:

  • Radio 5 avond/weekdn: geestelijk leven, educatie, opinie, debat: kleine doelgroepen (religie, migranten ed)

  • Radio 6: jazz, wereldmuziek: liefhebbers, alle leeftijden

  • FunX: Urban, wereldmuziek: jongeren in de randstad (15-34)

Met 7 zenders met scherp afgebakende doelgroepen kan de publieke omroep nu een betrekkelijk breed publiek bereiken.

Regionale/lokale radio.

Marktaandeel van 5 naar 15 procent, dankzij provinciale opslag op de landelijk verplichte omroepbijdrage voor iedere burger met een radio/tv. Eigen belangenorganisatie: OLON.

2000: afschaffing omroepbijdrage. Daarna, gemeentefondsen. Mits lokale omroepen voldoen aan eisen vd mediawet, kunnen zij subsidie vd gemeente krijgen. Reclame=aanvullend geld

Indeling kan op:

- Bron van inkomsten

- wijze van verspreiding

- type programma

- geografisch bereik.

Bron van inkomsten:



  • Publiek (algemene middelen)

  • Commercieel (reclamegeld)

landelijk publieke, regionale en veel lokale omroepen veelal gemengd=publieke omroep

Een zender die gefinancieerd wordt dmv reclame/sponsoring ed=commerciele, zoals radio 538, noordzee fm, sky radio

Wijze v verspreiding:


  • Kabel

  • Ether (FM en/of Middengolf)

  • Internet

Via de ether is veel aantrekkelijker voor een zender, omdat het bereik veel groter is. Radio is (deels) een mobiel medium (auto, transistor ed), en wie alleen via kabel uitzendt mist deze luisteraars. Dat is een groot nadeel voor vooral de commerciële omroepen.

Ether:


FM populairst, omdat middengolf een veel minder goede ontvangst geeft. Stereogeluid is bij middengolf wel mogelijk, maar dan hebben mensen een speciale ontvanger nodig.

Zenders die alleen AM (midgolf)hebben, kunnen via de kabel wel fm-kwaliteit uitzenden, maar verliest een enorm bereik. Daarom werd in 1997 zo hard gevochten om de fm-zenders.

De herschikking (zerobase) werd voorgesteld door de commerciele zenders. FM werden tijdelijk toegewezen, in 2003 opnieuw verdeeld, dmv vergelijkende toets. Niet het hoogste bod, maar het onderscheidend vermogen van zenders is doorslaggevend., dit geldt voor de geoormerkte zenders! (5 van de 9, eentje nieuws, een klassiek/jazz, een europees, 2 voor specifieke doelgroep die niet op populaire zenders aan bod komt). De overige 4 zijn de fm-frequenties waar commercielen zich op richten, dmv HOOGSTE BOD.

Iedereen ging echter hetzelfde uitzenden na deze indeling, omdat adverteerders de volledige macht op de advertentiemarkt hebben->advertentietarieven dalen fors->onmogelijk om geld terug te verdienen voor de stations. Dus om zoveel mogelijk te krijgen, richten zij zich op de meest lucratieve doelgroep: 20-34.

Categorale zenders: uitzenden van één type programma. Zoals classic fm,.. alleen welke categorie? Klassiek/pop? En pop/romantiek/20e eeuw dan? Klassiek, amar groot verschil.

Meest categoraal zijn de commerciele zenders.

Geografisch bereik kan zijn: landelijk, provinciaal, maar ook internet: de hele wereld=bereik..(ook voor regionale zenders met internetradio)

-

Luistertijd= totaal vd tijd dat nederlanders van 10+ naar een bepaalde zender geluisterd hebben. Is de basis voor het berekenen van marktaandeel



Luisterdichtheid: Om luistergedrag te meten. Hoeveel mensen in welk tijdsinterval luisteren naar een station of programma. Is in % van totale populatie/doelgroep.

Marktaandeel: aantal minuten dat nederlanders gemiddeld per dag luisteren

Obv luistertijd

: stel totale luistertijd is 150 min. Per dag, en die van sky radio=30 min, dan is het marktaandeel voor die zender|: (30/150)x100=20%

Zes landelijke zenders

Uitzoeken SV: verzelfstandiging.. ook: branche.

Grootste aanbieders: NPO (radio 1tm6, landelijk), telegraaf media groep (sky radio, veronica, classic fm) en rtl-nederland (538)



Mediawet 1988. (ZIE SV)

Voorheen: alle omroepen onder verantwoordelijkheid vd minister. Nadien: Commissariaat voor de Media (doen: zendmachtigingen, controle op reclametijd&programma-aanbod)

Ook: Commerciele zenders toegestaan. Tot die tijd moest er via u-bochten worden uitgezonden. Dit hoeft niet meer sinds 1992.

Digital audio broadcasting:

DAB-uitzending= in één frequentieband meerdere zenders. Dit doet de NOS die via één multiplex programma’s van 9 publieke zenders uitzendt.

H5 Televisie.

Strijd nationaal/verzuild?=centraal., daarna: commerciele discusie, verder tv->massamedium, =mede aanleiding tot onrust over kwaliteit tv-aanbod.

1930: philips: eerste tv, 3 jaar testuitzending rondom eindhoven.

Drees ziet niets in de introductie van televisie, hij is bang voor een ongewenste stimulans van particuliere bestedingen in een tijd van wederopbouw (na de oorlog). Hij stemt toe met experimentele uitzendingen, ivm het economisch belang van philips, maar wel buiten stedelijke centra.

1951: ncrv, kro, vara, avro en vpro richting NTS op. Als gezamenlijk facilitair bedrijf, de programmas blijven in handen vd omroepverenigingen.

1956: televisiebesluit: verdeling van zendtijd&verbod op reclame.

1964: commerciële tv-uitzendingen: REM (reclame exploitatie maatschappij), begint vanuit een booreiland in scheveningen met tv met veel amusement. REM is ook pro ontzuiling, en een ander programma-aanbod. Eind 1964 REM dankzij wetje evrboden,maar ze hebben ondertussen de TROS al opgericht.

Omroepwet 1969-1988

- Open Bestel: Eisen: volledig programmavoorschrift, cultureel criterium & getalscriterium.(100kleden)

- Samenwerking van omroeporganisaties: NOS: technische/administratieve voorzieningen,gezamelijke radio/tv programma’s uitzenden/produceren. (nieuws/sport), en ondervertegenwoordigde stromingen representeren

- gemengde financiering: 1. Wettelijke kijk/lusitergeld, 2. STER (reclamegelden)

- positie omroepbladen.auteursrecht. Men wilde

Tv als massamedium.

Van omroepwet naar mediawet.

Vertrossing: tros hield zich niet aan het programmavoorschrift, veel amusement. Wilden de smaak van het grote publiek volgen. Bereiken snel de a-status, en andere omroepen volgen hen.

Dus: omroepwet uitgebreid met:

- Representativiteitseis: culturele/godsdienstige behoeften moeten representatief zijn voor een bepaalde stroming in het volk.

- pluriformiteitseis: programma-aanbod van nieuwe gegadigden dient de verscheidenheid in de omroep te vergroten.

1988: omroepwet wordt mediawet:

Eerste vier eisen blijven hetzelfde, alleen krijgen onmroepverenigingen de mogelijkheid om onder bepaalde voorwaarden het publieke bestel te verlaten, en kunnen zij commercieel worden.

=kleine opening duaal bestel.

Ook:


  • Volledig programmavoorschrift. Percentages info/cultuur/verstrooiing en educatie

  • Commissariaat voor de media: toezicht programmavoorschrift/reclameregels van publieke omroep, toezicht nevenactiviteiten en financiele afspraken/constructies publieke omroepen EN verlenen/controleren zendmachtigingen aan publieke/commerciele omroepen.

  • Verzelfstandiging van het facilitair bedrijf: van NOS->NOB, omroepen kunnen vrij een deel van de programmagelden besteden.

1992: wijziging mediawet: binnenlandse commerciele omroep via kabel gelegaliseerd.

Jaren 90: veel seks, geweld, drugs en alcohol op tv. Mensen wilden overheidsingrijpen, maar het werd zelfregulering dmv de kijkwijzer. Wil ouders helpen om te bepalen of audivisuele producten schadelijk zjn voor hun kinderen.

Triple-play-strategie: kabelbedrijven bieden niet alleen digitale tv, maar ook internet en telefonie aan.

Het publieke bestel (landelijke publieke omroep als geheel)=sinds 2007 de NPO (nederlandse publieke omroep). Vele organisaties bij elkaar. Gemeenschappelijk: gefinancierd uit publieke middelen (belastinggeld en ster-opbrengsten)..

NOS: gezamelijke programmas (sport/nieuws/evenementen)

NPS: programma’s die bij andere omroepen niet aan bod komen, maar die wel van belang zijn (jeugd- en kunstprogrammas).



ZOEK UIT: omroepen!!

39/f: kerkgenootschappen: IKON&ZvK.

EDUCOM: releac, RVU& NOT

Com: rtl4, rtl5, rtl7, rtl8, veronica, sbs6, net5

Pub: ncrv, vara, avro, vpro, bnn, eo, max, llink

Aspirant-omroepen: wakker nl& powned.

Zie blz 168.

Netprofielen:

NL1: familienet: gemakzoekende burgers

NL2: verdiepend: participerende burgers

NL3: jong/eigenzinnig: ambitieuze pleziermaker.

Kabelkrant: stilstaande beelden (tekst/foto’s) mogen uitgezonden worden met eigen geluid, via de kabel.


Grote verschuivingen in kijkgedrag: sins opkomst rtl-4.

Hoeverre kunnen de verschillen in zendtijd de vrschillen in kijktijd evrklaren?

(aanbod=zendtijd, vraag=kijktijd).

H9. Internet.

Internet werd na de eerste 5 zeer succesvolle jaren omarmd als hét communicatiemiddel, men investeerde fors in deze technologie. Echter bleek internet een bodemloze put, en trokken bedrijven zich terug, of slankten de budgetten. Ook de economische crisis, versterkt door 11sept, verergerden de problemen.

Sinds 2004: internet weer terug. Adverteerders zeer veel, en online aanschaf ed van dingen ook. Men wil niet graag voor sites betalen, maar wel voor internet zelf, en randapparatuur.

Geschiedenis:

Arpanet, en packet switching.. gemeenschappelijk protocol om alle netwerken samen te voegen: tcp/ip.

Doorbraak in jaren 90. Centraal daarbij = www.

Bijverschijnselen: spam, hacking, virussen en phisinging (via email ontfutselen van bank- of creditcardgegevens)

Er is geen democratischer medium dan internet: iedereen die toegang heeft, en een computer heeft, kan informatie aanbieden.

Aanbieders: 1: providers, 2. Van info.

Internet vooral gebruikt voor communicatie. Email&chat. Probleem=spam.

Verschil telnet&www : via telnet kan je contact mt een andere computer leggen,en op die computer werken.

P2p netwerk: peer-to-peer. Alle gebruikers samen creeeren een FTP metwerl/

BELANGRIJK!!!!!

Web2.0, blogs, hyves, wiki, twitter.

Web2.0= sociale toepassingen waarbij gebruikers actief bijdragen aan het internet door sociale software,. Men werkt niet op de eigen desktop, maar op het web. Sociale karakter wordt onderstreept doordat alles copyright-vrij wordt aangeboden, mits er bij hergebruik correct verwezen wordt, en geen commercieel gebruik van gemaakt wordt.

zoals wikipedia, youtube, twitter. Ook bittorrent en second life zouden kunnen worden gerekend onder web2.0.. Verder: sociale netwerken (facebook, hyves, myspace ed).

Blogs zijn een snel groeiende tak van web2.0, dit zijn persoonlijke websites waarop met regelmaat ontboezemingen, opinies, nieuws, hartenkreten ed worden geplaatst, in omgekeerd chronologische volgorde (het laatste bovenaan). Naam komt van weblog.

Usenet= voorloper web2.0, iedereen kan berichten naar een nieuwsgroep sturen, en op berichten van andere gebruikers reageren.

Non-commerciële karakter van web2.0=dubieus. Ook al is vrijwel alles gratis, toch zijn de sites vaak in handen van grote spelers op de markt (zoals google). Ook privacyproblemen kunnen opspelen.

Wetgeving: war against terror: bewaarplicht van internet gebruik van een half jaar door providers

Verder heeft elk land zijn eigen regelgeving, en kan vervolging bij aanvechtbaar materiaal op de computer.. 1: aanstootgevend materiaal (pornografie, racisme ed.. 2 materiaal waarover geen rechten zijn betaald (muziek, software).

Copyright: geldt ook.

Nog x lezen hfdstk!

H12 journalistiek.

Iedereen mag zich journalist noemen.

1600: periodieke pers in europa, dankzij drukpers. Aanvankelijk geen verschil drukers en journalisten. Later groeide omvang van kranten, en aantal kranten ->scheiding beide activiteiten.

Journalisten: verzamelen, bewerken, selecteren van nieuws.

Drukkers: al het geschrevene drukken.

Van een echte beroepsgroep is sprake als de pers een zodanige omvang heeft dat drukken en nieuws verzamelen/selecteren/bewerken geheel egscheiden taken zijn. Loop 19e eeuw, mede dankzij:

Afschaffing dagbladzegel, rotatiepers, alfabetisering,industrialiesatie en urbanisatie.

Tweede helft 19e eeuw:

-richtinggebonden bladen (katholiek, protestants, socialistisch; journalisten zijn lid van politieke partij, of aanhanger geloof), gekleurde berichtgeving;de tijd/volksdagblad

- neutrale kranten;telegraaf

Niet alle kranten in die verzuiling, een aantal was neutraal. Sommige claimen sterk neutraal en objectief te zijn (zoals nrc en algemeen handelsblad), maar zijn daardoor niet neutraal, maar richtinggebonden liberaal.

Professionalisering:



  • Volledige dagtaak

  • Specifieke opleiding

  • Beroepsvereniging (NVJ)

  • Beroepscode met gedragsregels.

Journalistiek=halverwege. Je hebt de opleiding niet nodig om journalist te ijn, dankzij artikel 7 vd grondwet.

Beroepsprofiel: specifieke vaardigheden, vakkennis en journalistieke houding.

Vaardigheden: schrijfvaardigheden, taalvaardigheden, contactuele eigenschappen, monteren, cameravormgeving, bloggen ed.

Vakkennis: specialisatie: niet alleen onderscheid sport- en kunstjournalisten, ook onder sport: voetbal, zwemmen ed.

Journalistieke houding: onafhankelijke en kritische houding t.o.v. bronnen, zegslieden en gezagsdragers. . Druk komt van eenzijdige/niet meewerkende bronnen, adverteerders ed.



Opleiding:

1965 utrecht school voor de journalistiek.

Vakkennis steeds belangrijker.. opleidingen richten op vakinhoudelijke aspecten.

Nieuwste trend: multimediale journalistiek, kan voor meerdere media werken, freelance of als zzp-er.



NVJ:

Arbeidsvoorwaarden, belangen, strafzaken, vergoedingen bij hergebruik (elektronisch).

Geen voorstander van journalistieke codes. Wel de internationale Code van Bordeuax, omdat deze geen bindende sancties kent.

Gedragscode van Nl’s genootschap van hoofdredacteuren:

- berichtgeving berust op eigen waarneming, of bronnen die bekend/betrouwbaar zijn. Hoor/wederhoor

- Privacy van slachtoffers, nabestaanden, patienten, verdachten, veroordeelden etc.

- Wie schuldig is aan onjuiste berichtgeving moet z.s.m. een passende rechtzetting regelen.

Wetten:

Vooral zelfregulering.

Kritiek:

1.onvoldoende oog voor privacy/teveel op sensatie gericht:

Men zegt dat dit komt door commercialisering. Alles om kijkcijfers/oplages te verhogen..Soms leidt live-verslaggeving, en mag alles wat kan tot: rectificaties of vergoedingen.

2.eenzijdige/onjuiste berichten. Objectiviteit in het geding. Het is een streven, maar puur objectief is niet haalbaar, en selectie/bewerking is noodzaak.

Om kritiek te voorkomen: hoor/wederhoor, evenwichtige verslaggeving en checken van info.

Discussies leiden wel tot zelfreflectie.

Bij PVV: zogenaamd demoniseren. Aan de andere kant halen ze het niet zonder media-aandacht. Daarnaast zijn de provocaties vaak bewust, en is nieuws nu eenmaal vaak op negatieve zaken gericht.

Voorstel ipv zelfregulatie: nederlandse nieuwsmonitor.

Deze brengt berichtgeving objectief in kaart, zodat discussies over die bercihtgeving op geregelde wijze mogelijk zijn. VB : hoeveel aandacht besteden landelijke kranten aan politiek.

Roep om overheidsingrijpen: omdat het in praktijk lastig is naar de rechter te stappen, en vertrouwen tussen journalist en burger te herwinnen. Barendrecht en van Harinxma willen ook dat de journalist harder wordt aangepakt bij missers en privacy, een rectificatie is soms het hoogst haalbare. Zij willen een geschillencommissie, en grotere rectificaties.

2007: media ombudsman. , mee bezig.

Ander fenomeen: plagiaat: publiceren onder eigen naam terwijl het in feite van een andere bron afkomt. Vb: interviews samenstellen uit andermans interviews, of (letterlijk) overnemen van andere (buitenlandse) bronnen.

Relatie tussen overheid en journalisten niet goed. Overheid heeft eigen voorlichters, en grote kritiek op journalisten. Aan de andere kant schnabbelen veel journalisten voor de overheid..

Klachten:

3 manieren:



  1. Bij medium zelf rectificatie eisen.

  2. Klagen bij raad voor de journalistiek.

  3. Rechter, problematisch zijn de hoge kosten echter.

Ontwikkelingen:

Internet is volwaardig medium geworden. Alle kranten hebben een interneteditie, sommige zelfs puur online. Betrouwbaarheid internetbronnen niet heel groot. Sommigen menen dat internet de ondergang van journalistiek betekent, anderen (Bardoel) menen dat de overstelpende berg info juist noodzaak aan selectie en bewerking, en dus aan journalisten, vergroot.

Blog: komtvan weblog, Basisprobleem: veel blogs moeten het van liefhebberij hebben, er wordt geen geld aan verdient.

Bekende blog: geenstijl (eigendom vd telegraaf). Leeft van reclame en merchandise. Ruwe omgangsvormen, confronterende stijl en smakeloos/schokkend. ->shocklog.

Oprichter geenstijl: het is niet de berichtgeving, maar de reacties zijn het probleem. Zij zelf gaan niet over de schreef, de reageerders wel.

Blog=vaak semi-journalistiek: voor makers liefhebberij, weinig nieuws en veel commentaar, maar voor lezers belangrijke bron van info, en ze kunnen reageren.

Journalistieke kwaliteit: content is king

Ongeredigeerde informatie: blogs, msn, user generated content..



Commissie brinkman: moest ideeën ontwikkelen om de dagbladsector te redden. Enkele voorstellen:

  • Meer mogelijkheden cross media

  • Meer samenwerking publieke omroep en gedrukte media

  • Gratis beschikbaarstelling vd programmagegevens vd p-o.

  • 8 miljoen voor innovatie

  • Onderzoek naar jongeren, media en journalistiek

  • Onderzoek toekomst ANP

Andere ontwikkeling: commercialisering, vooral te zien in sport:

Tijdstippen vd olympics en champions league worden aangepast aan tijden vd tv, en dus sponsoren en adverteerders. Ook bij volleybay is er een regel gemaakt (bij elke 5 of 10 punten een pauze) puur voor het inlassen van reclame.

  • Communicatiekaart van nl. H1.
  • Populaire
  • Persconcentratie :checken
  • Branche. NUV
  • Branche
  • ZIE ANDERE SV VOOR EXACTE MEDIAWET!!!
  • Uitzoeken SV: verzelfstandiging.. ook: branche.
  • Open Bestel

  • Dovnload 61.62 Kb.