Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Samenvatting Introduction to Social Psychologie 5th edition Hoofdstuk 1 introductie Oorzaken van vooroordelen

Dovnload 138.44 Kb.

Samenvatting Introduction to Social Psychologie 5th edition Hoofdstuk 1 introductie Oorzaken van vooroordelen



Pagina4/4
Datum05.12.2018
Grootte138.44 Kb.

Dovnload 138.44 Kb.
1   2   3   4

Situationele invloeden op agressief gedrag

  • Alcohol: aandachtshypothese: alcohol vermindert capaciteit voor aandacht van het individu en verhindert daardoor een goed begrip en beoordeling van de situationele cues.

  • Hoge temperatuur: hittehypothese: hoe hoger de temperatuur, hoe meer agressie. 2 paradigma’s:

    • Geografische regio’s benadering: vergeleek geweldcijfers van regio’s met warmere en koudere klimaten met elkaar. (niet alleen temperatuur maar ook bijv. werkloosheid of normatieve beliefs speelden mee)

    • Tijdsperiode benadering: vergeleek geweldcijfers van warmere en koudere perioden met elkaar.

Beide benaderingen ondersteunen de hittehypothese.

  • Gewelddadige media-inhoud: bewijs dat gewelddadige mediacontent schadelijk kan zijn

    • Experimentele studies: effecten van inhoud van media op daaropvolgende agressieve gedachten, gevoelens en gedragingen

    • Correlationele studies van zelf-rapportage: verband tussen gebruik van media met agressieve inhoud en metingen van agressie

    • Longitudinale studies die de covariatie van consumptie van media met een gewelddadige inhoud en agressie in de tijd bestuderen


Link geweld in media  agressie

  • Toename van toegankelijkheid van agressieve gedachten en gevoelens na blootstelling geweld via media

  • Bevordert processen van sociaal leren. Kan resulteren totnieuwe gedragingen door directe bekrachtiging of imitatie.

  • Leidt tot gewenning (habituatie) waardoor geweld voor de mediagebruiker minder angstig maar juist plezierig wordt.

  • Bevordert de normatieve acceptatie van geweld. Zorgt voor ontwikkeling van een vijandige attributie vertekening.


AGRESSIE ALS EEN SOCIAAL PROBLEEM

Huislijk geweld: geweld aandoen/dreigen met fysiek geweld door partners in context van een relatie.

  • Conflict Tastics Scales: self-report methode waarmee huislijk geweld gemeten kan worden. Vier vormen van agressie worden gemeten: fysieke agressie, psychologische agressie, seksuele agressie en discussies/onderhandelingen (niet-agressieve vorm van het uiten van een conflict). Nadeel deze schaal: houdt geen rekening met context van het conflict.


Seksuele agressiviteit: Iemand dwingen tot seksuele handelingen door middel van een scala aan methodes om dwang uit te oefenen. Mannen zijn hierbij vooral de daders.

  • Post-traumatisch stress syndroom: slachtoffers verkrachtingen leiden hier vaak aan. Symptomen: herbeleving aanval in de slaap of in dromen, binnendringende herinneringen, vermijden van cues die aan de aanval doen herinneren, algemene emotionele gevoelloosheid.

Mensen rondom het slachtoffer kunnen het slachtoffer zelf de schuld geven. Bijvoorbeeld door een lage sociale status/ het hebben van veel seksuele partners/ pré-verkrachtingsgedrag.  allemaal niet in overeenstemming met het gedrag dat bij een vrouw ‘hoort’.
Pesten op school of op het werk: agressief gedrag gericht op slachtoffers die zich niet makkelijk kunnen verdedigen. Verschil in macht tussen slachtoffer-pester, te merken aan fysieke kracht of superieure status.

  • Cyberbullying: waarbij moderne technologie zoals computers of GSM’s en andere elektronische apparaten worden gebruikt om iemand bewust pijn te doen. Opgekomen door opkomst moderne communicatiemiddelen.


Intergroup geweld: agressie tussen groepen of agressie gebaseerd op het lidmaatschap van een groep in plaats van op individuele karaktertrekken (denk aan voetbalhooligans).

  • Zowel vijandig (vechtende hooligans die treuren om een verloren wedstrijd) als instrumenteel (aanslag terroristen a.g.v. politieke situatie) zijn.

  • Deïndividualisatie: mensen gaan op in de groep, raken persoonlijke identiteit kwijt. Wordt makkelijker om geweld te plegen.

    • Zimbardo: stelt dat anonimiteit, spreiding van verantwoordelijkheid en grote groepen deïndividualisatie promoten.

  • Collective violence: instrumenteel gebruik van geweld door mensen die zichzelf identificeren als lid van een groep, tegen een andere groep om een politiek, economisch of sociaal doel te bereiken. Hieronder vallen:

    • Politieke conflicten binnenen tussen staten (oorlog, terrorisme)

    • Door de staat gepleegd geweld (genocide en martelingen)

    • Georganiseerde gewelddadige misdaden (strijd veroorzaakt door bandieten, bendes)

  • Social Identity theory: mensen voelen zich verbonden met de leden van de groep.

    • Ingroup favoritism: voorkeusbehandeling krijgen omdat men in dezelfde groep zit.

    • Outgroup derogation: gevoelens van vijandigheid tegen een andere groep. Kunnen ervoor zorgen dat drempel tot agressief gedrag lager wordt, ook al is er nog geen conflict geweest.

  • Staircase model: beschrijft de weg naar terrorisme als een successie van stappen die verklaren waarom uit een groot aantal ontevreden mensen in een maatschappij maar een paar mensen uiteindelijk terroristische acties uitvoeren.

    • 5th floor  de terroristische daad

    • 4th floor  ‘wij’ versus ‘hun’ gevormd (geen uitweg meer)

    • 3rd floor  bereid tot geweldpleging voor het ‘moreel goed’

    • 2nd floor  mensen met displaced agressie

    • 1st floor  ontevreden met leefomstandigheden en willen verandering

    • Ground floor  tevreden met leefomstandigheden

PSYCHOLOGISCHE PREVENTIE EN INTEREVENTIE

Voorkomen van agressief gedrag

  • Catharsis (Freud): loslaten van agressieve spanning door symbolisch deelnemen aan agressief gedrag. Geeft een gevoel van ‘genot’ en zorgt voor een afname van cortisol en een lagere hartslag. Het is alleen niet effectief en kan een tegenstellend effect hebben.

  • Straf: om effect te hebben moet straf vervelend zijn, met grote zekerheid worden opgelegd, meteen na de overtreding worden toegediend zodat het gezien wordt als gevolg van de daad, moet de negatieve arousal laag genoeg zijn om rationeel de kosten van de agressie af te wegen en moeten de acceptabele of aantrekkelijke gedragsalternatieven beschikbaar en toegankelijk zijn voor de actor.

  • De-escalatie door ontwikkeling niet-verenigbare responsen: positieve gevoelens en cognities kunnen als buffer werken t.o.v. negatieve responsen (prososciale activiteiten, muziek, humor).
1   2   3   4

  • Link geweld in media  agressie
  • AGRESSIE ALS EEN SOCIAAL PROBLEEM Huislijk geweld
  • Seksuele agressiviteit
  • Pesten op school of op het werk
  • Intergroup geweld
  • PSYCHOLOGISCHE PREVENTIE EN INTEREVENTIE Voorkomen van agressief gedrag

  • Dovnload 138.44 Kb.