Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Samenvatting: kunnen tussenkomen en de vaststellingen doen n a. v diefstallen (juridische aspecten) module: 1

Dovnload 54.09 Kb.

Samenvatting: kunnen tussenkomen en de vaststellingen doen n a. v diefstallen (juridische aspecten) module: 1



Datum05.12.2018
Grootte54.09 Kb.

Dovnload 54.09 Kb.

Samenvatting: kunnen tussenkomen en de vaststellingen doen n.a.v. diefstallen (juridische aspecten) module: 8.6.1.
Diefstal = een aflopend of ogenblikkelijk misdrijf.
Enkelvoudige diefstal.

= een wanbedrijf.


Definitie:

Hij die een zaak die hem niet toebehoort, bedrieglijk wegneemt, is schuldig aan diefstal.


Constitutieve bestanddelen:
Het materieel element of objectief element:

= een uitwendig waarneembare wederrechtelijke gedraging, nl. een handeling of verzuim.



  • = het wegnemen – het ontvreemden

  • de diefstal kan enkel betrekking hebben op roerende goederen.

  • In principe kunnen enkel lichamelijke, materiële zaken ontvreemd worden.

  • Er mag uiteraard geen toestemming zijn van de eigenaar van de zaak.

  • De wegneming en m.a.w. de diefstal is voltrokken van zodra de dader de zaak in zijn bezit, in zijn macht heeft gebracht.


Het moreel element of subjectief element:

= de wil om een bepaald wederechtelijk feit te plegen.



  • Vereist een bijzonder opzet (inzicht om zichzelf en/of anderen een onrechtmatig voordeel te verschaffen)

  • Het bedrieglijk opzet (bv.: winstbejag, geldzucht, kwaadwilligheid, jaloersheid,..) moet aanwezig zijn op het ogenblik van de feiten.


De zaak moet eigendom zijn van iemand anders.

  • De identiteit van de benadeelde moet niet gekend zijn.

  • Zelfs wanneer men mede-eigenaar is van een zaak, kan men deze laatste stelen.

  • Zaken die aan niemand toebehoren kunnen niet worden gestolen.

De verschoningsgronden bij diefstal:

De feiten zelf blijven wel diefstal, doch de strafvordering lastens de daders is onontvankelijk wegens een strafuitsluitende verschoningsgrond.

De verschoningsgrond houdt in dat geen straf kan worden uitgesproken, op burgerrechtelijk vlak echter kan de dader worden veroordeeld tot een schadevergoeding.


Worden verschoond volgens art. 462 S.W.:

  • De ene echtgenoot ten nadele van de andere: dus feiten na voltrekking van het huwelijk en voor ontbinding door echtscheiding.

  • De weduwe ten nadele van de weduwnaar en omgekeerd voor goederen die toebehoorden aan de overleden echtgenoot.

  • De afstammelingen: ten nadele van bloedverwanten in opgaande lijn en omgekeerd. (tussen grootouders, ouders, kinderen en kleinkinderen)
    diefstal tussen broer en zuster, oom en neef blijven strafbaar!!!

  • De aanverwanten in opgaande en neergaande lijn (schoonouders, schoonkindere)
    NIET: schoonbroer en schoonzuster = wel strafbaar!!!

  • Verschoningsgrond ook van toepassing op: heling, oplichting,en misbruik van vertrouwen, diefstallen met geweld, afpersing en de zware diefstallen.

  • OPGELET: deze strafuitsluitende verschoningsgrond is persoonlijk. Voor de mededaders of de eventuele medeplichtigen blijven de feiten strafbaar.


Huisdiefstal.

ART.464 S.W.

Het betreft hier een gewone diefstal, maar met een persoonlijke (subjectieve) verzwarende omstandigheid, nl. het dienstverband in hoofde van de dader.


  • Diefstal die je pleegt ten nadele van je werkgever

  • Diefstal die je pleegt ten nadele van kliënteel van je werkgever

  • Hetzij dat je steelt op de werkplaats of werkuren ten nadele van je collega

  • Zelfstandige die iets ontvreemden van hun opdrachtgever.
    bv.: general motors : doos met autoradio’s stelen.


Poging tot diefstal. = art. 466 s.w.

Diefstal is een wanbedrijf dus de poging is ook strafbaar!!!

De poging is strafbaar zowel voor de gewone diefstallen als voor de huisdiefstallen. Alle bestanddelen van het misdrijf zijn voltrokken, doch de bedrieglijk wegneming of ontvreemding van de zaak is niet voltooid, het misdrijf is niet voltrokken door één of meerdere omstandigheden, onafhankelijk van de wil van de dader.
Overtreding -> nooit

Wanbedrijf -> als het in de wet staat

Misdaad -> altijd



Zware diefstal


= een misdaad, maar toch wordt deze gecorrectionaliseerd.

Het betreft hier diefstallen met verzwarende omstandigheden van braak, inklimming of valse sleutels.



Diefstal d.m.v. braak


De dader moet hierbij een of meerdere hindernissen overwinnen en maakt daarvoor gebruik van middelen die de rechtmatige eigenaar niet moet aanwenden.

Onderscheid wordt gemaakt tussen:



  • Uitwendige braak:
    Dit is het openbreken, stukbreken, beschadigen, afbreken of wegnemen van eender welke in- of uitwendige sluiting van enig huis, gebouw, bouwwerk of aanhorigheden, van een vaartuig, een wagon, een voertuig.

  • Inwendige braak:
    Dit betreft het openbreken van gesloten kasten of meubelen bestemd om ter plaatse te blijven en om de daarin besloten voorwerpen te beveiligen.
    Het wegnemen van de meubelen:
    bv.: het wegnemen van een brandkast, zelfs zonder braak, en deze later openen.

  • De diefstal gepleegd door zegelverbreking:
    De diefstal gepleegd door zegelverbreking die art. 485 S.W. gelijk stelt met diefstal door middel van braak kan enkel weerhouden worden wanneer de zegels door de overheid of op haarbevel werden gepleegd.

OPGELET: wanneer de braak gebeurd om het pand te verlaten van binnen naar buiten dan spreekt men van een gewone diefstal.
Diefstal d.m.v. inklimming:

Het binnenkomen over het even welke afsluiting is inklimming. Ook het binnenkomen door een ondergrondse opening die niet gemaakt is om tot toegang te dienen wordt inklimming genoemd.



  • De inklimming moet voor doel en gevolg hebben de dief toe te laten in één der plaatsen opgesomd in art. 486 S.W.:
    huizen, gebouwen, binnenplaatsen, neerhoven, bouwwerken, van welke aard ook, tuinen, perken, besloten erven, muren, daken of om het even welke andere afsluiting. Door een ondergrondse opening (keldergat)

  • De inklimming moet steeds gebeuren van buiten naar binnen.


Diefstal d.m.v. valse sleutels:

Het strafwetboek onderscheidt drie soorten valse sleutels:



  • Echte valse sleutels: een nagemaakte, nagebootste of vervalste sleutel, een loper, alle haken.

  • Sleutels gebruikt waarvoor ze niet bestemd zijn: de sleutel is slechts echt wanneer hij gebruikt wordt voor z’n echte bestemming

  • Verloren of weggenomen sleutels: het betreft hier het gebruik van de echte sleutel, doch de sleutel is op een onrechtmatige manier in het bezit van de dader gekomen.

  • Het leeghalen van een Bancontact of Mister Cash geldautomaat d.m.v. een gestolen of gevonden bankkaart betreft een diefstal d.m.v. valse sleutel: een bankkaart + code dient immers om toegang te krijgen tot het systeem.

De hoedanigheid van openbaar ambtenaar die een diefstal pleegt door middel van zijn ambtsbediening:

Het betreft hier verdachten, personen die belast zijn met een openbare dienst en die bekleed zijn met een deel van de openbare macht of gezag, d.w.z. dat hij de macht heeft om andere burgers te bevelen of hen dwingende maatregelen op te leggen.


  • Diefstal gebeurt door middel van zijn ambtsbediening

  • Ofwel wanneer gij schijnbaar als dusdanig optrad.

De omstandigheid dat de dader of één van hen de titel of de kentekens van een openbaar ambtenaar aannemen of een vals bevel van het openbaar gezag inroepen.


Poging zware diefstal

Is altijd strafbaar!!!


Het begrip nacht is verzwarend bij:

  1. het begrip brand

  2. een diefstal met geweld of bedreiging

Dus: een zware diefstal bij nacht (deze nacht is geen verzwarende omstandigheid)

Diefstal door middel van geweld en/of bedreiging.
Geweld en bedreiging om een diefstal te plegen zijn objectief verzwarende omstandigheden. Ze kleven aan het feit zelf.
Bepaling:

  • Onder geweld verstaat de wet daden van fysieke dwang gepleegd op personen.

  • Onder bedreiging verstaat de wet alle middelen van morele dwang, door het verwekken van vrees voor een dreigend kwaad.

  • Het geweld moet gebruikt zijn voor of tijdens de diefstal.


Diefstal d.m.v. geweld/bedreiging, verdachte op heterdaad betrapt zijnde:

= een verfijning.

Het betreft hier een gewone diefstal die voltrokken is en op dat ogenblik wordt de dader betrapt op heterdaad. Het gebruikt vervolgens geweld en/of bedreigingen om z’n vlucht te verzekeren of om in het bezit te kunnen blijven van de gestolen goederen.
Diefstal d.m.v. geweld/bedreiging met bijkomende verzwarende omstandigheden:
1) ART.471 S.W.: 6 verzwarende omstandigheden:

= na correctionalisering van min. 6maandag




  • Indien gepleegd d.m.v. braak, inklimming of valse sleutels

  • Indien gepleegd door een openbaar ambtenaar d.m.v. zijn ambtsbediening

  • Indien de schuldigen of één van hen de titel of kentekens van een openbaar ambtenaar aannemen of een vals bevel van het openbaar gezag inroepen.

  • Indien hij gepleegd wordt bij nacht.

  • Indien hij gepleegd wordt door 2 of meer personen

  • Indien de schuldige, om de diefstal te vergemakkelijken of zijn vlucht te verzekeren, gebruik maakt van een voertuig of enig ander al dan niet met een motor aangedreven tuig.

Het begrip “nacht” gaat het om een diefstal, gepleegd meer dan een uur voor zonsopgang en meer dan een uur na zonsondergang.
2) ART. 472 S.W.: 5 verzwarende omstandigheden:

= na correctionalisering van min. 2jaar




  • Indien gepleegd onder 2 van de in art.471 S.W. vermelde omstandigheden

  • Indien wapens of op wapens gelijkende voorwerpen werden gebruikt of getoond of indien de schuldige doet geloven dat hij gewapend is.

  • Indien de schuldige om de diefstal te plegen, of zijn vlucht te verzekeren, gebruik maakt van:
    * weerloosmakende of giftige stoffen
    * een gestolen voertuig of enig ander al dan niet met een motor aangedreven gestolen tuig.
    * een motorvoertuig of enig ander met een motor aangedreven tuig voorzien van de kentekens of toestellen waardoor verwarring kan ontstaan met een motorvoertuig of enig ander met een motor aangedreven tuig van de ordediensten.



Het begrip wapens:

Alle toestellen, werktuigen, gereedschappen of andere snijdende, stekende of kneuzende voorwerpen die men heeft ter hand genomen om te doden, te wonden of te slaan, zelfs indien men geen gebruik ervan gemaakt heeft.


3) ART.473 S.W. gevolgen:

De diefstal heeft zwaar fysisch letsel voor gevolg. Dit art. is van toepassing indien het geweld en/of de bedreigingen:



Tot gevolg hebben.
Afpersing.

= art. 470 S.W.


Doorgaans wordt aangenomen of voorgehouden dat het onderscheid tussen afpersing en diefstal met geweld en of bedreiging er louter in bestaat dat de dader zich in het eerste geval met behulp van geweld of bedreiging zaken doet overhandigen terwijl ze in het tweede geval met behulp van dezelfde middelen zelf wegneemt.
BV.:

Een hold-up bij een bank waarbij de dader onder bedreiging van een wapen een plastiek zak afgeeft aan de bankbediende en deze laatste verplicht om deze te vullen met bankbiljetten zal toch gekwalificeerd worden als diefstal met geweld en of bedreiging met vertoon van wapen, en niet als afpersing niettegenstaande het hier niet om een bedrieglijk wegnemen handelt maar het slachtoffer d.m.v. geweld iets overhandigt aan de dader.


Heling.

Heler is nooit dief & heler


Heler is diegene die gestolen goed opkoopt.

Verjaringstermijn van 5 jaar omdat het een wanbedrijf is. (vanaf dat men in het bezit is van het gestolen goed begint de verjaringstermijn te lopen)
Bepaling:

Heling is het bedrieglijk geheel of ten dele in bezit nemen van een weggenomen, verduisterde of door misdaad of wanbedrijf verkregen zaak, wetende dat dit voorwerp een delictuele herkomst heeft.


Bestanddelen:
1) materieel bezit:

= het bezit of de detentie van de zaak is voldoende.

De passagier die in een gestolen wagen plaatsneemt, wetende dat de bestuurder hem heeft gestolen, heeft samen met de bestuurder(dief) het gebruik en het onrechtmatig bezit. Hij wordt als heler aanzien.

2) bedrieglijke herkomst of delictuele oorsprong:

De zaak is verkregen door een misdaad of een wanbedrijf (geen overtreding).

Let wel: de heler dient een zaak in bezit of in ontvangst te nemen, afkomstig van een misdaad of wanbedrijf gepleegd door een ander persoon d.w.z. de dief en de heler van éénzelfde zaak is steeds een ander persoon!!!


3) de heler moet de delictuele herkomst kennen:

Hij moet op het ogenblik dat hij de zaak verkrijgt of in ontvangst neemt kennis hebben van het bestaan van een vroeger misdrijf waardoor de voorwerpen verkregen werden. De feitenrechter beoordeelt of de heler de wederrechtelijke herkomst van dit voorwerp kende. Het is een feitenkwestie.


De heler moet niet al de omstandigheden van het misdrijf kennen; hij moet wel de delictuele herkomst kennen vooraleer hij het voorwerp of de zaak ontvangt of ten minste op het ogenblik dat hij het in bezit neemt.
4) bedrieglijk inzicht:

De heler handelde met de bedoeling zich de zaak toe te eigenen of de geheelde zaak te onttrekken aan de opsporingen van het gerecht of aan de slachtoffers van het voorafgaande misdrijf.


Heling is een aflopende misdrijf, en staat volledig zelfstandig, los en onderscheiden van de misdaad of van het wanbedrijf, waarin het bezit van de geheelde voorwerpen zijn oorsprong vindt. De heler kan bv. Nog vervolgd worden terwijl de verjaring reeds is ingetreden voor de dader van de misdaad of het wanbedrijf. Vermits heling een aflopend misdrijf uitmaakt, begint de verjaring te lopen vanaf het tijdstip van de inontvangstname!!
Verzwarende omstandigheden:

ART. 506 S.W. voorziet een strafverzwaring nl.:



  • De criminele heling, strafbaar met opsluiting

  • De heling van voorwerpen die verkregen werden door een misdaad die gestraft wordt met de doodstraf of levenslange dwangarbeid.


Verschoningsgronden:

Art. 462 S.W.

= wanneer er een familieband bestaat tussen de heler en het slachtoffer.

LET OP volgend onderscheid:



  • Is een verschoningsgrond: een zoon heelt goederen die gestolen zijn ten nadele van zijn vader.

  • Is geen verschoningsgrond: een zoon heelt zaken die door z’n vader zijn ontvreemd.


Oplichting.

= art.496 S.W.

“ Hij die met het oogmerk om zich een zaak toe te eigenen die aan een ander toebehoort door het aanwenden van listige kunstgrepen zich zaken doet afgeven, maakt zich schuldig aan oplichting”
Oplichting en diefstal zijn 2 verschillende misdrijven: bij oplichting laat de dader zich zaken overhandigen mits gebruik van listige kunstgrepen, bedrieglijke handelingen. Bij diefstal neemt de dader zaken zelf bedrieglijk weg, al of niet met geweld en/of bedreigingen.

Bestanddelen:
1) bedrieglijk inzicht:

Het oogmerk om zich een zaak toe te eigenen die aan een ander toebehoort.


2) de afgifte of aflevering:

Alle soorten van materiële zaken die tot andermans vermogen behoren kunnen rechtstreeks of onrechtstreeks het voorwerp van oplichting zijn, met uitzondering van onroerende goederen en van dienstprestaties of levering van diensten.


3) gebruikmakend van bedrieglijke middelen tot het bekomen van de afgifte of de aflevering:

De bedrieglijke middelen kunnen zijn:



  • Valse naam:
    gebruik van een achternaam die een persoon niet toekomt. Mondeling of schriftelijk.

  • Valse hoedanigheid:
    zich een titel, een functie, een verwantschap aanmeten die men in werkelijkheid niet heeft. Mondeling of schriftelijk.

  • Listige kunstgrepen:
    dit is het stellen van bedrieglijke handelingen. Uitwendige handelingen. Het moeten zichtbare en tastbare handelingen zijn; een louter mondelinge bewering (leugen) volstaat niet.
    moeten aan een aantal voorwaarden voldoen:
    - ze moeten bedrieglijk zijn
    - ze moeten gepaard gaan met uitwendige handelingen die aan de kunstgreep een bepaald krediet toekennen.
    - ze moeten determinerend zijn voor de afgifte of aflevering
    - ze moeten doen geloven aan het bestaan van valse ondernemingen, van een denkbeeldige macht of krediet, om een goede afloop, een ongeval of enige hersenschimmige gebeurtenis te doen verwachten of te doen vrezen , of om op een andere wijze misbruik te maken van het vertrouwen of van de lichtgelovigheid.

Het is niet vereist dat deze bedrieglijke middelen samen voorhanden zijn. 1 ervan is voldoende.
Grond van verschoning:

Art.462 S.W. is van toepassing op het misdrijf van oplichting. De verschoningsgrond geldt echter niet voor de eventuele samenhangende misdrijven zoals valsheid in geschriften en valse naamdracht.


Poging tot oplichting:

Ook de poging tot oplichting is strafbaar gesteld.


Misbruik van vertrouwen.
Bepaling:

Misbruik van vertrouwen is de bedrieglijke verduistering of verspilling, ten nadele van een ander, van voorwerpen die men ontvangen had onder de verplichting van ze terug te geven of ze voor een bepaald doel te gebruiken of aan te wenden.




Bestanddelen:
1) een materiële daad van verduistering of verspilling:

verduistering: het zich wederrechtelijk toe-eigenen van de toevertrouwde zaak

verspilling: kan bestaan in vervreemding, een inpandgeving, een waarborgstelling van een persoonlijke schuld, een verbruik
2) bedrieglijk inzicht:

het oogmerk om zich een zaak van een ander toe te eigenen.


3) het bestaan van een mogelijke benadeling:

voldoende is dat door de bedrieglijke handeling een benadeling mogelijk zou zijn.


4) het voorwerp:

het gaat om alle zaken die het voorwerp van diefstal kunnen zijn. Onroerende goederen kunnen dus niet het voorwerp van een misbruik van vertrouwen uitmaken, de eigendomstitel daarentegen wel.


5) de voorafgaande afgifte:

de voorafgaande afgifte door de eigenaar of de benadeelde is geschied wanneer de betrokken dader nog ter goeder trouw was. = verschil met oplichting,; bij oplichting gebruikt de dader een valse naam, valse hoedanigheid of gebruik van listige kunstgrepen om zich een zaak toe te eigenen. Hij is reeds bij de overhandiging te kwader trouw.


6) het precair karakter van de afgifte:

een zaak werd overhandigd onder de verplichting om ze terug te geven of ze voor een bepaald doel te gebruiken of aan te wenden.


Verschoningsgronden:

Het feit blijft een misdrijf, doch kan alleen aanleiding geven tot burgerrechtelijke vergoeding. Een derde kan echter strafbaar zijn wegens zijn deelneming aan misbruik van vertrouwen of wegens heling.


_____________________________

  • Misdaad -> altijd Zware diefstal
  • Heler is nooit dief heler

  • Dovnload 54.09 Kb.