Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Samenvatting sociolinguïstiek powerpoints Week 1

Dovnload 68.11 Kb.

Samenvatting sociolinguïstiek powerpoints Week 1



Datum20.06.2017
Grootte68.11 Kb.

Dovnload 68.11 Kb.

Samenvatting sociolinguïstiek powerpoints
Week 1

Language: indexical of one’s social class, status, region of origin, gender, age group and so on”


“A language is a dialect with an army and a navy” (Weinreich)

Een standaardtaal: (Lass 1987)
- A high prestige dialect in wich
- The nation’s business is conducted
- Serious (or any) literature is normally written
- Children are educated

Standaardisatie:
- Haugens model (1966): het Noors
- Functie-uitbreiding
- Selectie
- Codificatie
- Acceptatie
- Milroy & Milroy (1991)
- 7 stadia  1. Selectie
- Werkt voor het Engels 2. Acceptatie
- Standaard voor taal: ideologie 3. Verspreiding
4. Handhaving - boekdrukkunst
5. Functie-uitbreiding - Engels ipv Latijn
6. Codificatie - grammatica
7. Prescriptie - handleidingen

Voorwaarden voor succes:
- Lass (1987)
- Widely comprehensible: supralocal
- Socially highly valued
- Prestige: ‘the best speakers’
- Codified
- Rules laid down in grammars and dictionairies
- Authoratieve consensus
- Een Academie (codificeren van taal, grammatica, woordenboeken, handleidingen)
- Italië (1582), Frankrijk (1635), Spanje (1713), Zweden (1786)
- Nooit in Engeland
- In Nederland: rederijkerskamers
- wedstrijden: beste grammatica

Functiedomeinen van taal:
- Hoog
- Lass: ‘the nation’s business’, literatuur, onderwijs
- Wetenschap (in het Engels)
- Laag
- Thuis in de kroeg, op het voetbalveld
- Diglossie: Griekenland, Jamaica
- Officiële taal ~ volkstaal

Prescriptie in taal:
- Stadium standaardisatieproces
- Komt nooit ten einde
- In Engeland, sinds de jaren 1760-70
- Begin Industriële revolutie: sociale mobiliteit
- In Amerika, sinds de jaren 1840
- Grote instroom immigranten
- Controversieel onder taalkundigen
- Taalkundige beschrijft, schrijft niet voor
- Niet meer dan etiquette
- Na prescriptie komt het prescriptivisme
- Negatieve status
- Een markt: onzekerheid

Samenvatting sociolinguïstiek powerpoints
Week 2


Dialectologie
- Dialectologie van Griekse dialectkunde, begon rond 1870 in Duitsland
- 19e eeuw: groeiend bewustzijn dan gesproken taal niet uniform is en dat geschreven taal niet ‘echte’ taal is.
- Letterlijke betekenis vs connotaties
- Gebruik van woord dialect is statement
- Typisch voor:
- een regio (regionaal dialect)
- een groep sprekers (speciaal dialect)
- Standaarddialect is een sociohistorisch product en daarmee ‘anders’
- Grote groepen vs Kleine groepen
* regiolecten * sociale netwerken: immigranten, buurten,
* sociolecten: klasse, opleiding, gender, sexe, gelijkdenkenden
etniciteit, leeftijd
- Onderzoek:
- Methodes:
- Dialect-survey
- Representatieve sprekers (NORMs)
- Focus:
- Lexicaal
- Grammaticaal
- Uitspraak
- Belangrijke onderzoeken:
- 1876: Georg Wenker, Duitsland
- 1880: Jules Gilliéron, Frankrijk
- 1949: Survey of Scottish Dialects
- 1940: Survey of English Dialects
- 1939-43: Linguistic Atlas of New England

Georg Wenker - research in 1876
- Stuurde vragenlijst met 38 te vertalen zinnen naar 1266 schoolhoofden in de Rijnvallei
- Uitgebreide survey in andere gebieden in Duitsland: 44251 respondenten
- Datakwaliteit varieerde

Grierson - research in 1894-1928
- Linguistic survey of India (LSI)
- leespassage
- vrije spraak
- woordvertaling
- Grierson groepeerde dialecten
- 179 talen
- 544 dialecten

Jules Gilliéron - research in 1896-1900
- Atlas linguistique de la France
- Gebruikte 1 veldwerker (dus consistente data) die ongetraind en dus niet theoretisch gestuurd was
- Edmont Edmont
- Fonetisch schrift (potlood), meer dan 1900 woorden
- Interviews met 1 of 2 mensen in elk van de 639 dorpen, in totaal 700 (slechts 60 vrouwen)
- Vragenlijst met zeer veel items

1. Alexander Ellis 1889, 2. Joseph Wright 1905
- Engelse dialecten
- 1) 970 getranscribeerde woorden, vond 10 dialectgrenzen
- 2) vooral Yorkshire, onsystematisch verzameld

Survey of English dialects - research in 1947-1956
- Initiatief van John Orr, student van Gilliéron
- 1095 vragen
- 1270 items:
- 387 fonologisch
- 128 morfologisch
- 730 lexicaal
- 77 syntactisch
- 9 onderwerpen: ‘het boerenbedrijf’, ‘plantenonderhoud’, ‘het lichaam’, ‘dieren’, ‘het weer’, ‘het huishouden’, ‘nummers en tijd’, ‘sociale activiteiten’, ‘beweging en relaties’.

Linguistic Atlas of New England – research in 1929
- Hans Kurath
- Eerste studie naar Engelse dialecten in de VS
- Richtte zich op het Noord-Oosten, vanwege de variatie daar
- Meer gecontroleerde data verzamelingtechnieken
- Demografie van deelnemers strikt bepaald: leeftijd, opleidingsniveau, beroep, oorspronkelijk bewoner of niet, veel gereisd of niet
- Getrainde veldwerkers
- Vrije spraak: geen korte vragen/antwoorden
- 700 items per persoon: lexicaal, fonologisch, grammaticaal

Dialectologie in Nederland
- Toon Weijnen
- Onderzoek naar dialectgrenzen in Noord-Brabant

Dataverzameling dialectonderzoek
- Dataverzamelingtechniek bepalend voor resultaten
- Veldwerk: authentieke sprekers
- Kost veel tijd en is vermoeiend
- Moeilijk om speech community binnen te komen
- Goede sprekers vinden: hen overtuigen om opgenomen te worden – Observer’s paradox

Belangrijke termen
- Isogloss: een klein, systematisch taalverschil tussen dialecten dat als een grens door een taalgebied loopt
- Lexical set: groep met woorden die een specieke vorm of betekenis delen
- Centres of prestige: plaatsen waar meer prestige sprekers samenzijn
- Wave theory:
taalkundige innovatie verspreid zich in golvende bewegingen over het land
- Focal areas:
plaatsen waar belangrijke taalkundige innovaties plaatsvinden, komen vaak overeen met centrum van economische of culturele activiteit
- Relic areas:
plaatsen waar deze innovatie naar verspreiden maar waar het nog niet helemaal aangekomen is
- Transitional areas:
een plaats wiens dialect beïnvloed is door het dialect van de omgeving

Wanneer talen met elkaar in aanraking komen:


- koineisation
- accomodation
- focussing
- mixing
- levelling
- fudging
- reallocation

Samenvatting sociolinguïstiek powerpoints
Week 3


  1. Traditionele dialect studies en de sociolinguïstiek

    1. NORM
      - Non-urban Older Rural Male

  • Stockholm dialect
    - Interviews met 50 mannen en vrouwen

  • Mannen problematisch
    - Onderrapporteren bij prestige-verhalen

    1. YUMF

  • Vrouwen problematisch
    - Taalgebruik meer standaard

- Lopen vaak voorop bij taalverandering

- Young Urban Mobile Female



    1. Sociolinguïstiek

  • De hele taalgemeenschap – macro

  • De spreker als onderdeel van de taalgemeenschap – micro

  • Verschillende achtergronden
    - Opleiding, etniciteit, religie
    - Beroep – bepalend in Groot-Brittannië



  1. Methodes in variatie onderzoek

    1. Vernacular

  • Op zoek naar vernacular – ontspannen – taalgebruik

  • Least conscious, natural speech style

    1. Observers Paradox

- Observers Paradox
- Danger of death (Labov)

- A friend of a friend (Milroy)

- Zogenaamd iets anders onderzoeken (Chesire)

- Een vriendje erbij en de recorder aanlaten



  • Random selectie van informanten – is representatief voor taalgemeenschap

    1. Interviews

  • Stijlverschillen (Labov 1966)

    • Casual speech

    • Careful speech

    • Reading passage

    • Word lists

    • Minimal pairs

  • Meestal fonologisch material

  • Sprekers onderverdeeld naar klasse
    - Lower class
    - Working class
    - Lower middle class
    - Upper middle class

  • Upper class meestal niet door kleinschaligheid en ontoegankelijkheid

    1. Leeftijd als variabele

  • Real time onderzoek

- Zeldzaam, kost veel tijd

- Pilot onderzoek in 1977 (Mees)

- The speech of Cardiff school children
- Pilot 1977, 1983, 1990, 1999
- Probleem: verhuisd of overleden


  • Apparent time onderzoek

- Oudere generatie: eerdere fase
- Probleem: generational change


  1. Eilanden in de sociolinguïstiek

    1. Martha’s Vineyard

  • Labov 1963
    - Oorspronkelijke bewoners
    - Toeristen
    - Jongere generatie ging spreken als ouderen
    - Solidariteit
    - Gesloten gemeenschap
    - Anti-visitor mentality

    1. Tristan da Cunha

  • Engelstalig

  • Geen sociale klassen?

  • 7 families en 264 inwoners

    1. Ameland

  • Sinds 19e eeuw Friesland

  • Daarvoor vrijstaat, geografisch geisoleerd

  • 85% jeugd dialect

  • Geografische variatie Oost West – NORMs

- Oost:
- toerisme, immigratie
- katholiek
- open netwerk

- West:


- conservatief

- landbouw

- protestants

- gesloten netwerk



    1. IJsland

  • Kolonisatie eind 9e begin 10e eeuw

  • Geografisch geïsoleerd

  • Weinig sociale stratificatie

  • Weinig dialect variatie

  • Gesloten netwerk

Samenvatting sociolinguïstiek powerpoints
Week 4

LVC: Language variation and change



  1. Taalvariatie

  • Taalverandering, cross-over patronen in diagrammen

  • Vrouwen lopen voor op mannen in LVC

- Change from above

- Gevoelig voor de standaardtaal



  • Mannen lopen voor op vrouwen

- Change from below

  1. Taalcontact

  • Nieuwe variaties, Stockholm (Rinkeby), Australië

  1. Change from above/below

  • Twee betekenissen:

    • From above/below consciousness: bewust of onbewust

    • Led by higher/lower social class

  1. Sociale netwerk analyse300px-sna_large

  • Milroy (1980)

  • Open en gesloten newerken

- Single/multiplex ties

- Hechte banden



  • Belfast, drie gemeenschappen

- Ballymacarrett, Clonard, Hammer

- Geïsoleerd, eigen sociaal leven

- Toegang: a friend of a friend & lenen bus


  • Zowel taalbehoud als taalverandering

  • Rollen in een netwerk:

- Linguistic innovators

- Early adopters

- Volgelingen

- Laggards: achterlopers



  1. Etnolecten

  • Straattaal

  • Multi-ethnc adolescent peer groups

  • Stigma en identiteit

  1. Kettingreactiesgvs2

  • Chain shifts

  • Klinkerveranderingen

- Northern Cities chain shift

- Bit – bet

- John – Jan


  • The Great Vowel Shift

- Engeland 15e 16e eeuw

- Alle lange klinkers omhoog of diftong



  1. Conclusiegvs2

  • LVC niet alleen van deze tijd
    - Sociale netwerk analyse

  • Immigratie: taalverlies, taalcontact
    - Nieuwe etnolecten
    - Ook: dialectbehoud
    - Prestige van dialecten

  • Sociale netwerken
    - Zowel taalbehoud als taalverandering

Samenvatting sociolinguïstiek powerpoints
Week 5

Taalkeus en code-switching



Linguistic repertoire: de te onderscheiden talen of codes die je tot je beschikking hebt voor verschillende sociale contexten (Holmes 2008)
- Taal om met jongere/oudere familieleden te praten
- Taal om met de groenteman te praten
- Taal om met je partner te praten
- Taal om met collega’s te praten

Diglossia: het patroon van taalkeuzes binnen een tweetalige speech community
3 kenmerken:
- Twee verschillende taalvarianten, waarvan er een high (H) en een low (L) is
- Elke van de twee heeft een eigen functie en vullen elkaar aan
- De H variant niet voor dagelijkse communicatie
- Normaliter geen code-switching
- L variant heeft lage status en sprekers ontkennen soms het te spreken: vaak een niet geschreven taal, die niet wordt gezien als echte taal
- H variant heeft hoge status, met culturele/religieuze connotaties: geschreven taal met grammatica’s en woordenboeken

Voorbeelden:


- Standaardduits vs. Zwitserduits
- Duits en Hongaars in Oberwart
- Hindi en Noordindiaase talen
- Engels en Bantu in Zuid-Afrika
- Gaelic en Engels op Skye

- Language shift beïnvloedt diglossia


- Language shift veroorzaakt code-switching
- Code-switching veelal functioneel/noodzakelijk

NB: taalgemeenschappen zijn diglossic, individuen zijn tweetalig of meertalig, diglossia kan met of zonder tweetaligheid plaatsvinden

Taalkeus:
Leenwoord: een woord geleend uit een donortaal en opgenomen in een ontvangende taal
Code-switching: het gebruik van meer dan 1 taal in een gesprek waarbij de syntactische en fonologische regels van iedere taal intact blijven
Code-mixing: code-switching binnen zinnen

Factoren die de individuele keuze bepalen:


- Woorden/zinnen: externe factoren (mate van tweetaligheid van individuen en taalgemeenschap), register, leeftijd, sociale klasse, attitude
- Klanken: taalinterne factoren (moeilijkheidsgraad van de klank, klankafstand tussen de twee talen, type woord)
- Geschreven: ortografie/spelling

Emblamatic switching: enkele woordjes switchen van taal (als signaal van gemeenschappelijke etniciteit/identiteit)

Samenvatting sociolinguïstiek powerpoints
Week 6


Etnografie: directe waarneming en beschrijvende bestudering van de cultuur en manier van leven van bepaalde samenlevingen

Onderzoek naar interactie: veldwerk, observatie, vragen stellen, deelnemen in activiteiten/gesprekken, objectiviteit zoeken in de waarneming van interactie

Onderzoek hoe binnen culturen wordt gecommuniceerd:
- Bestudering van natuurlijke taal
- Aandacht voor sociale context
- Interesse in betekenis van uitingen
- Interesse in taal als instrument in een relatie
- Vaak een kwalitatieve benadering

Narratives: technieken om verhalen te vertellen is een belangrijke bron van informatie in etnografisch onderzoek

Labov (1972): verhalen vertellen gaat doorgaans in de volgorde waarin gebeurtenissen plaatsvinden:
1. Samenvatting
2. Plaats, deelnemers, andere relevante informatie
3. Het verhaal, in chronologische volgorde
4. Evaluatie van hetgeen gebeurd is
5. Conclusie
6. Eind

Brown & Levinson (1987) “Self image, FACE”
Negative face: de behoefte om met rust gelaten te worden
Positive face: de behoefte om erbij te horen en aardig gevonden te worden
FTA’s: face-threatening acts

5 strategieën:


1. Direct zonder omhaal
2. Direct met omhaal met solidariserende middelen (postitieve beleefdheid)
3. Direct met omhaal met respectvolle middelen (negatieve beleefdheid)
4. Indirect
5. Niets zeggen

1. Bij minimale face threat


5. Bij maximale face threat

The first superstrategy (bald-on-record) is ranked as the most direct strategy. Bald-on-record covers strategies usually using the imperative form without any redress, and is employed when face threat is minimal.



The last strategy (avoidance), at the other end of the continuum, is considered as the most indirect superstrategy and is employed when there is maximum face-threat.

Positive politeness (sugar-coat trespasses): finding a common ground; indicate that you are cooperators

Negative politeness (soften the blow); includes hedging, in order to soften the imposition”

TRP: PRO: plaats relevant voor overgang/transition relevant places bij turntaking
Backchanneling: minimale response zoals ‘ja’, ‘mm’, ‘echt waar?’, ‘wauw’.

Conversatiestijlen:


1. High-involvement style (Tannen 1990)
- weinig/geen pauses
- hm, yes, ok, echt waar?, go girl!, wat nou?!
- overlappende vragen
- snelle uitbreiding van onderwerpen
- ononderbroken conversatie
- interesse tonen
2. High-considerateness style (Tannen 1990)
- voorkeur voor lange pauzes
- afkeer tegen overlap
- wacht op de TRP
- geen plotse wisseling van onderwerp

TCU: turn construction units – beurten in een gesprek: in zinnen, clauses, woorden en frasen
Overlapping: als twee stemmen tegelijkertijd actief zijn

Conclusie turn-taking en toonhoogte:


- toonhoogte (aard en intensiteit) zijn indicator van begin/einde van een unit, ook in een toontaal
- onduidelijk wat de relatieve rol van toonhoogtes is in ‘onderhandelingen’ over turn-taking
- harder praten om te onderbreken

Samenvatting sociolinguïstiek powerpoints
Week 8 – Week 7 geen les


  1. Gender

Definitie: natuurlijk geslacht

Genderlect (Trudgill 2003): ‘a variety or lect which is specific to or particularly associated with either male or female speech’



  1. Gender in de sociolinguïstiek

    1. Vrouwen en taalverandering
      Traditionele rol van vrouwen:
      - Opvoeders van kinderen
      - Vrouwen zitten meer thuis
      - Geen andere norm dan de standaardtaal

- Sociale netwerk analyse – vrouwen hebben minder netwerk-banden

- Veranderingen gaande: YUMF, minder ‘vrouwentaal’



  1. Politeness Theory (zie week 6 en TiG)

    1. Positive / negative politeness

    2. Face threatening acts

    3. Hedges,complimenten, verontschudigingen

  • Verontschuldigingen, definitie:
    ‘a speech acht used to restore social relations, redressing face-threatening behaviour’

  • Negative politeness device

  1. Conclusie:

    1. Gender is universeel
      - Vrouwen meer positive politeness
      - Hedges (sort of, kind of), complimenten, ‘sorry’
      - Vaak verkeerd geïnterpreteerd
      - Powerless language (?)

    2. Maatschappij aan het veranderen

  • YUMFs

  • Meisjes in Japan: code switching

Samenvatting sociolinguïstiek powerpoints
Week 9 (hoofdstuk 8)

Language – maintenance, shift and death

9.1 Introductie
- Onderwerp van de les is taalverandering door taalcontact
- Een voorbeeld van taalcontact is code-switching (H5)
- Taalcontact vindt plaats in het meertalige individu
- Taalverandering vindt plaats door het ontstaan van een nieuwe conventie in de samenleving

9.2 Ontlening


1. Additief of vervangend
2. Welke domeinen <> aard contact
3. Vorm + betekenis + structuur
4. Meer dan lexicon

9.3 Language shift


- Komt veel voor
- Meestal geen ‘induced change’, oftewel de shift is meestal perfect
- Gevolgen van shift:
- Overgenomen woordenschat
- Nieuwe fonologie
- Woordvolgorde
- Voorbeeld: twee infinitiefvormen in West-Friese dialecten na shift van Fries naar Nederlands: (ik wil) leze en (goed) te lezen

Samenvatting sociolinguïstiek powerpoints
Week 10

Hoofdstuk 9: pidgins, creoles and ‘new Englishes’



  1. Bijzondere uitkomsten van taalcontact: pidgins en creolentalen

  2. Creolentalen en plantage-economie

  3. Pidgins

  4. Creolentalen en theorieën over hun oorsprong

  5. ‘new’ Englishes

Pidgin: is een versimpelde vorm van een taal voor communicatie tussen bevolkingsgroepen die geen gemeenschappelijke taal hebben en voor bepaalde communicatiedoeleinden (handel)
- Het is niet de moedertaal voor een gemeenschap
- Het definieert niet de (etnische) identiteit van een gemeenschap
- Heeft wel een interne norm die gemeenschappelijk is
- Ontstijgt dus individuele communicatieoplossingen

Creolen:
- Is wel de moedertaal van een gemeenschap
- Ontstaan waar sprekers van veel verschillende talen 1 bepaalde taal leren
(2e taalverwerving) maar onvolledig, waardoor:
- Een nieuwe taal ontstaat
- Voor doeleinden gebruikt
- Veelal in context slavernij

Samenvatting sociolinguïstiek powerpoints
Week 11

Sociolinguïstiek en onderwijs


Onderwijskundige sociolinguïstiek: onderdeel van de sociolinguïstiek dat zich bezighoudt met de relatie tussen taalvariatie en onderwijs

Soorten talen:


- Docententaal - Presentatietaal
- Leerlingtaal - Discussietaal
- Schoolbordtaal - Taal van persoonlijke problemen
- Essaytaal

Docententaal: (Mehan 1979)


- Gereguleerd en weloverwogen: vraag en antwoord stijl, docent domineert
- Docent bepaalt onderwerp en het recht van de leerlingen om te praten: niet voldoen aan de taal- en communicatie verwachtingen van de docent: einde recht van spreken
- IRE structuur: Initiatie meestal door docent, vraagt om een reactie
Response van een van de leerlingen
Evaluatie door de docent, van het leerlingantwoord, gevolgd door verzoek tot meer informatie of een nieuwe IRE structuur
Klaslokaaltaal:
- Heath (1983) ‘Veel studenten zijn vanuit hun thuissituatie niet gewend aan deze gestructureerde manier van communiceren, en zeker niet aan het praten over gedachten en gevoelens en aan dingen analyseren en uitleggen’
- Leap (1993) ‘Different home expectations’
- Philips (1972, 83) ‘Culturele verschillen, bijvoorbeeld de rol van stiltes’

Restricted code: beperkte code Deficit approach (Bernstein) twee soorten taal
Elaborated code:
uitgebreide code

Elaborated code: - Geassocieerd met de middenklasse


- Praten is het conceptueel organiseren van ervaringen
- Praten met mensen die hoger in de hiërarchie staan: egalitair - Expliciet, creatief en compleet
- Minder context afhankelijk (weinig onuitgesprokens)
- Gebruik van veel syntactische, lexicale, semantische alternatieven
- Passiviteit, subordination
- Aanmoediging om meningen op een originele manier te verwoorden en met verbeelding
- Taal van onderwijs en hogere sociale domeinen

Restricted code: - Geassocieerd met de lagere sociale klasse en minderheden


- Gericht op solidariteit, gedeeld begrip, vaste hiërarchische relaties
- Efficiënt beperkt gebruik van taal: korte zinnen, herhalend, voorspelbaar
- (Bewust) onuitgesproken zaken tellen relatief zwaar resultaat: verminderde sociale mogelijkheden

Balance hypothesis: - McWhinney 2005
- Vaardigheid in een taal onderdrukt de vaardigheid in een andere taal

Independence hypothesis: - Cummins 1978
- Bepaalde 1e taalvaardigheden kunnen positief bijdragen aan T2vaardigeden
- Er is succesvolle ‘immersion education’ in Canada: additive biliguism
- Immigranten: vaak subtractive bilingualism: eerste taal wordt ondermijnd
Volgens Labov is er geen taal/intelligentie probleem zoals Berstein beweerde (onderbouwd met AAVE onderzoek), de onderwijsproblemen van minderheden en lagere sociale klassen zijn vooral cultureel bepaald

Typen motivatie:


- Intrinsic motivation: vanuit het individu
- Extrinsic motivation: perceptie van het individu van externe beloningen voor acties

Relevante motivatie voor onderwijs:


- Integrative: behoefte om te zijn zoals en interactie te hebben met de mensen die
de doeltaal spreken
- Instrumental: behoefte om talen te leren om professionele doelen te bereiken

Accomodation theory: Giles, 1973,79,91
- Convergentie:
aanpassen aan gesprekspartner om overeenkomsten te benadrukken
- Divergentie:
afwijkende taalkenmerken gebruiken om een afwijkende sociale
identiteit te benadrukken

Convergentie: imiteren van vocabulaire, accent, spreeksnelheid, grammatica en


stemkwaliteit (en gebaren, maniertjes, kleding etc)
Doelen: - Bevordert effectieve communicatie
- Maakt gesprekspartner zelfverzekerder en communicatiever
- Behoud van positieve identiteit en goedkeuring
- Onszelf aantrekkelijker maken

Divergentie: tegenovergestelde van convergentie, in spreekstijl etc juist afwijken


op basis van afkeer van de gesprekspartner (hun ideeën)
Doelen: - Verschillen benadrukken tussen individuen en groepen
- Vergroot individuele identiteit of groepsidentiteit
- Ontmoedigt onderlinge relatie of een lang gesprek

Samenvatting sociolinguïstiek powerpoints
Week 12

Folk Linguistics



Attitude: ‘a mental and neural state of readiness, organized through experience, exerting a directive or dynamc influence upon the individual’s response to all objects and situations with which it is related’ (Allport 1935)
‘Summary evaluation of an object or thought’ (Bohner & Wanke 2002)

Overtuigingen (beliefs) worden verwoord via meningen (opinions) en vertaald in attitudes (attitudes) via warden (values)

Matched guise: een spreker spreekt twee talen
Verbal guise: spontane spraak: verschillende sprekers, 1 onderwerp

Social connotations hypothesis: landschappelijke dialecten hebben een hogere status dan


stadsdialecten vanwege de aantrekkelijkheid van de
leefomgeving
Imposed norm hypothesis: standaardtaal en niet-standaardtaal is evenzo mooi of
lelijk, maar de standaardtaal werd de prestigevorm op
basis van sociale normen

Vijf voorspellende voorwaarden (Silverstein 1981)



  1. unavoidable referentiality
    Groter bewustzijn van pragmatische betekenisvolle variatie bewust: u/jij onderscheid
    Minder bewust: verlaging 1e element tweeklanken
    Bewust: variatie in de stemhebbendheid van de (g)

  2. continuous segmentability
    Bewustzijn het sterkt voor ononderbroken items
    I am going vs I am, as a matter of fact, going
    Het is keiveel vs het is kei, zeg maar, veel

  3. relative presupposability
    Mate waarin de betekenis van een pragmatische functie afhankelijk is van andere items
    dit: lage presupposability (vereiste voorkennis)
    hier: hoge presupposability

  4. decontextualised deducibility
    Hoe meer uitgebreid de context is die nodig is om een onderscheid waar te nemen, hoe minder dit onderscheid zal leven bij leken
    lage deducability: verschil tussen taartje en gebakje
    hoge deducability: verschil tussen houdoe en doei

  5. metapragmatic transparency
    Meer bewustzijn van directe uitingen dan indirecte
    doe het licht aan vs het is donker

Samenvatting sociolinguïstiek powerpoints
Week 13


  1. Deaf culture en dovenonderwijs
    - Pathologisch perspectief: doof
    - handicap/kapot
    - Medische ingrijpen ter reparatie
    - Cultureel perspectief: doof
    - Doof als etniciteit, gebarentaal als een minderheidstaal
    - Erkenning NGT en andere gebarentalen
    - Deaf communities & Deaf culture

  2. Structuur: simultaan & sequentieel
    - Gebarentaal: simultane structuur
    - Fonologie , Morfologie, Syntax
    - Gesproken taal: sequentiële structuur

  3. GT en contact: mono- en bimodal
    - Met gesproken talen: het continuüm
    - Bimodale tweetaligheid
    - Met GTen: ontleningen en een pidgin
    - Monomodale tweetaligheid

  4. International sign
    - Contactvorm in communicatie tussen gebruikers van verschillende gebarentalen
    - Internationale contacten: conferenties ea Deaf events
    - Pidgin: geen stabiele vorm

  5. Types signing communities

Signing community

Sign language type

Macrocommunities - Deaf

National SLs

Contact “communities”

International Sign, Signed spoken languages

Macrocommunities- hearing

Alternate sign languages, regional gesture systems

Microcommunities - deaf

Home sign, family SLs, village SLs

Samenvatting sociolinguïstiek powerpoints
Week 14





Form

Function

Society

Selection

Acceptance

Language

Codification

Elaboration

  1. Taalplanning en taalpolitiek
    Taalplanning: ‘all conscious efforts that aim at changing the linguistic behaviour of a speech community’ (Mesthrie)
    Corpus planning: ‘planning concerned with the internal structure of the language’
    Status planning: ‘all efforts undertaken to change the use and function of a language of language variety within a given society’
    Het Haugen model:



Dovnload 68.11 Kb.