Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Samenvatting Systeem aarde

Dovnload 47.88 Kb.

Samenvatting Systeem aarde



Datum13.11.2017
Grootte47.88 Kb.

Dovnload 47.88 Kb.

Samenvatting Systeem aarde
  1. Samenvatting Systeem aarde


1 Reis vanaf het middelpunt van de aarde

Hoe en waarom verandert het uiterlijk van het aardoppervlak als gevolg van het verschuiven van aardplaten?


geologische tijdschaal

geef leeftijd aarde
Vroeger relatieve tijdschaal, nu absolute ouderdomsbepaling

Catastrofetheorie -plotselinge verandering is

vervangen door Principe van actualisme – het heden is de sleutel tot het verleden

Alfred Wegener: continenten zaten ooit aaneen: Pangea
Bewijs theorie Wegener: Paleomagnetisme - gedrag aard-magnetisme in verleden

Satellietmetingen tonen bewegende oceaanbodem

1.1 Verleden en heden

Welke bewijzen zijn er voor het schuiven van de aardplaten?
Tijdschalen

►De aarde is 4,6 miljard jaar oud. Om deze lange periode te overzien beschrijven geologen die met een geologische tijdschaal. Die is verdeeld in tijdperken, perioden en tijdvakken.

●Vroeger had men een relatieve tijdschaal waarin de volgorde van de tijdperken bekend was, maar de ouderdom in jaren niet. Nu komt men door onderzoek van radioactief gesteente in de bodem tot een absolute ouderdomsbepaling waarbij jaartallen aan de tijdsschaal zijn gekoppeld.
Catastrofe of niet?

►Vanaf de 17e eeuw ontstaat het vermoeden dat de continenten ooit aan elkaar hebben gezeten en door aardbevingen van elkaar waren gebroken.

●Een verklaring hiervoor had men niet want men ging uit van de catastrofe-theorie. Volgens deze theorie komen ingrijpende veranderingen van het aardoppervlak plotseling tot stand.

►Later begrijpt men dat de aarde veel langer bestaat en dat veranderingen geleidelijk zijn gegaan. De catastrofetheorie wordt vervangen door het principe van actualisme. Dit stelt dat geologische krachten en processen nu hetzelfde zijn als vroeger. 'Het heden is de sleutel tot het verleden.'


Alfred Wegener

►Alfred Wegener vond in 1912 bewijzen dat de continenten aan elkaar vast zaten. Hij vond sporen van gelijktijdige vergletsjering in Australië, Zuid-Afrika, India en Zuid-Amerika, zag overeenkomsten tussen fossielen in uiteenlopende delen van de wereld en zag dat rotsen op verschillende continenten op elkaar aansloten. Volgens Wegener bestaan continenten uit licht gesteente en drijven zij op iets dat min of meer vloeibaar is. Hij bedacht dat alle continenten ooit samen één oercontinent vormden dat hij Pangea noemde.


Bewijzen

►In 1965 ontdekt men de verschillen in ouderdom van continentale (ouder) en oceanische gesteenten (jonger). Men denkt dat de oceaanbodem zich vernieuwt.

●Het bewijs vindt men in het Paleomagnetisme, het aardmagnetisme uit het verre verleden. In de loop van de geologische geschiedenis verandert het aardmagnetisch veld. De enige verklaring kan zijn dat de continenten van positie zijn veranderd ten opzichte van de polen.

■In de jaren tachtig lieten satellietmetingen zien dat continenten zich echt verplaatsen.

►Nu verklaren we de verschuiving zo: de oceaanbodem beweegt horizontaal en neemt daarbij de continenten mee.


Opbouw aarde:

kern, mantel en korst

Lithosfeer -korst en buitenmantel- bestaat uit continentale en oceanische korst
Lithosfeer bestaat uit platen die drijven op asthenosfeer
Kringlopen van gesteenten heten convectiestromen


1.2 Moderne platentektoniek

Hoe is de aardbol opgebouwd?
Opbouw van de aarde

►De aarde is opgebouwd uit bolschillen: de kern, de mantel, de korst.

●De kern is de binnenste schil en bestaat uit een mengsel van nikkel en ijzer. Het binnenste deel van de kern is vast, de buitenkern vloeibaar.

●De mantel bestaat uit siliciumverbindingen met veel ijzer en magnesium. De binnenmantel bestaat uit vaste stof en de buitenmantel is taai vloeibaar.

●De korst is de buitenste schil. Hij bestaat uit verbindingen van zuurstof met ijzer, calcium,magnesium, natrium en aluminium. De dikte van de aardkorst varieert van 5 kilometer onder de oceanen tot 30 kilometer onder de continenten.

►De korst samen met het vaste buitenste deel van de mantel heet de lithosfeer. Deze is gemiddeld tachtig kilometer dik en bestaat uit de continentale korst en de oceanische korst.


Asthenosfeer en convectiestromen

●Het verschil in dikte tussen continenten en oceaanbodems is te verklaren uit verschillen in de dikte en soortelijke massa van de gesteenten. De continentale korst is lichter en dikker en ligt daarom hoger dan de oceanische korst.

►De lithosfeer bestaat uit zes grote en een stuk of tien kleinere platen. Deze drijven op de asthenosfeer: het deel van de buitenmantel dat taai-vloeibaar is.

►De asthenosfeer beweegt door de inwendige warmte van de aarde. Het hete materiaal komt omhoog, botst tegen de lithosfeer, stroomt horizontaal weg en zakt als het is afgekoeld weer naar beneden. Deze kringlopen heten convectiestromen.

●Door satellietwaarnemingen weten we dat de platen enkele decimeters per jaar bewegen.






Platen bewegen op drie manieren

1 Divergentie: van elkaar af bewegen of scheuren
2 Convergentie
- Oceanische en continentale plaat botsen (subductie)

- stukken continentale korst botsen –plooi-ingsgebergte

- twee oceanische platen botsen - vulkanische eilandenboog

Transversaal

Kan tot breuken leiden


1.3 Bewegingen van platen

Welke bewegingen maken de platen?

Welk verband is er tussen de bewegingen van de platen en vulkanisme, aardbevingen en gebergtevorming?
Soorten bewegingen

►De platen kunnen op drie manieren bewegen ten opzichte van elkaar: divergentie, convergentie en transversaal.


Divergentie

Divergentie wil zeggen dat de platen van elkaar af bewegen. Dat gebeurt in de oceaan. Op de bodem van de oceaan komt nieuw materiaal naar boven en vormt mid-oceanische ruggen.

●In deze gebieden ontstaan ondiepe aardbevingen en rustig vulkanisme.

●Een andere vorm van divergentie is als platen scheuren. Langs de breuken kan magma naar boven komen en kunnen vulkanen ontstaan.


Convergentie

►Bij convergentie bewegen twee platen naar elkaar toe. Dat kan op drie manieren:

●Ten eerste kan een oceanische plaat tegen een continentale plaat botsen. De oceanische plaat duikt onder de continentale en zinkt in de mantel. De plek waar dit gebeurt heet subductiezone en is te herkennen aan de diepzeetrog. Daarnaast zie je altijd een gebergte en heftige vulkanen.

■Ook komen er door de grote spanningen zware aardbevingen voor.

●Ten tweede kunnen twee stukken continentale korst botsen. Op deze platen liggen uitgestrekte stabiele delen, die we schilden noemen. Daartussen ontstaan door een botsing plooiingsgebergten. Er zijn vaak aardbevingen.

●Ten derde kunnen twee oceanische platen botsen. De oudste plaat duikt dan onder de jongere plaat en er ontstaat een vulkanische eilandenboog.


Transversale beweging

► Bij een transversale beweging schuiven platen langs elkaar.

●Bij een breuk zijn door spanningen in de aardkorst gesteenten langs breukvlakken gebroken. Naast horizontale verschuiving kan ook opschuiving en afschuiving plaatsvinden. Dat leidt tot horsten (hoge zones) en slenken (laag). De gebergten die hier ontstaan worden breukgebergten genoemd.






Vulkanisme: aan plaatranden komt magma naar buiten, dat heet dan lava
Uitzondering: hot spot, liggen vast in mantel


Soorten vulkanen:

- Schildvulkaan met effusieve uitbarsting, flauwe helling
Spleeteruptie
- Stratovulkaan: explosieve eruptie, steile wanden

Aardbevingen: hypocentrum en epicentrum

Meestal aan rand van (botsende) platen

Tsunami's: schok-golven door aardbeving in oceaan

1.4 De aarde brandt en beeft

Welke verschijnselen hangen samen met vulkanisme?

Wat zijn de kenmerken van een aardbeving?
Vulkanisme

►Een eruptie is een vulkaanuitbarsting. Daarbij komt magma naar buiten. Het herkomstgebied van het gesmolten gesteente heet de haard. Zodra magma aan het aardoppervlak komt heet het lava.

●Het meeste vulkanisme komt voor bij de randen van de platen. Een uitzondering is de hot spot. Hier komen hete pluimen (meestal basaltisch) materiaal uit het onderste deel van de mantel naar boven. De hot spots liggen vast in de mantel en bewegen niet met de platen mee. Op het aardoppervlak ontstaat een rij vulkanen.
Soorten vulkanen

►De vulkanen onderscheiden we op basis van de vloeibaarheid van het magma.

●Bij schildvulkanen kent de lava een grote vloeibaarheid. Het stroomt ver weg en de vulkaan krijgt een brede basis en zeer flauwe hellingen. Dat heet een effusieve uitbarsting.

●Ook de spleeterupties is een voorbeeld van een effusieve eruptie. Het lava komt uit kilometers lange scheuren naar buiten.

Samengestelde of stratovulkanen hebben vaak explosieve uitbarstingen. Hun lava is taai-vloeibaar. Zij hebben daardoor kegels met een kleine doorsnede en steile wanden.
Aardbevingen

►De plaats waar de aardbeving ontstaat heet hypocentrum. Het epicentrum is de plaats van aardbeving aan het aardoppervlak.

●De logaritmische schaal van de Amerikaanse seismoloog Richter is gebaseerd op de hoeveelheid energie die bij een aardbeving vrijkomt. * Een voorbeeld van grote aardbeving met veel slachtoffers was die in Pakistan in 2005

●Het merendeel van de aardbevingen vindt plaats aan de randen van de platen. Ongeveer de helft komt voor bij botsende platen. * Ook langs kleine breukvlakken zijn bevingen mogelijk (voorbeeld: Limburg in 1992).



►Tsunami's zijn schokgolven die ontstaan door aardbevingen in oceanen.







De Geo, tweede fase – havo ©ThiemeMeulenhoff, Utrecht/Zutphen, 2009


Dovnload 47.88 Kb.