Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Schoolgids Naam school: Awty International School Plaats en land: Houston, tx, usa soort onderwijs: po/vo brin nummers: 28LY, 28xm schooljaar 2016/2017 Schoolgids Awty International School 2016 2017 Inhoud

Dovnload 0.57 Mb.

Schoolgids Naam school: Awty International School Plaats en land: Houston, tx, usa soort onderwijs: po/vo brin nummers: 28LY, 28xm schooljaar 2016/2017 Schoolgids Awty International School 2016 2017 Inhoud



Pagina2/7
Datum04.04.2017
Grootte0.57 Mb.

Dovnload 0.57 Mb.
1   2   3   4   5   6   7

3. Onderwijsntc 2011 klas lo 6193827326_0ea466e268_b.jpg



3.1. NTC-onderwijs
Wat is NTC-onderwijs?

NTC staat voor Nederlandse taal en cultuur. Uw kind doet alle andere vakken (zoals aardrijkskunde en wiskunde) dus in het Engels of de instructietaal die op school gehanteerd wordt.


PO & VO

Wij zijn de enige locatie in Houston waar uw kind tijdens de gehele schoolloopbaan lessen Nederlands kan volgen, van kleuteronderwijs tot en met een IB-examen Nederlands.


Verschil met Nederland

Het is onmogelijk NTC-onderwijs te vergelijken met het Nederlandse onderwijs. De klassen zijn veel kleiner, de sfeer is gemoedelijker en de Nederlandse les is een plek waar de leerlingen zich thuisvoelen, waar ze zichzelf kunnen zijn. “Home away from home!” Roostertechnisch is het onmogelijk om voor iedere klas een apart lesuur te creëren, vandaar dat sommige groepen heterogeen in plaats van homogeen zijn.


Toch zijn er ook overeenkomsten met Nederland: we gebruiken een Nederlandse lesmethode, doen mee aan de Cito-toetsen en vergelijken onze resultaten met die van leerlingen in Nederland. We streven ernaar dat onze leerlingen de taal net zo goed beheersen als hun leeftijdsgenoten.
Richtingen

Alle lessen zijn afgestemd op richting 1.




  • NTC Richting 1: Gericht op directe aansluiting bij het onderwijs in Nederland. Er wordt toegewerkt naar de kerndoelen van de Nederlandse taal en de tussendoelen zoals geformuleerd voor de verschillende jaargroepen. Deze leerlingen spreken thuis meestal overwegend Nederlands met daarnaast meestal nog een of meer andere talen. De woordenschat varieert en het schriftelijk taalgebruik is beïnvloed door het onderwijs in de dagschooltaal.

  • Bron: website Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland


Kerndoelen

Kerndoelen zijn streefdoelen. Ze geven aan wat iedere school in elk geval nastreeft bij leerlingen. Daarbij kunnen drie kanttekeningen geplaatst worden.

In de eerste plaats omschrijven de doelen het eind van een leerproces, niet de wijze waarop ze bereikt worden. Met andere woorden, kerndoelen doen geen uitspraken over didactiek. Gezien het karakter van het basisonderwijs dienen leraren een beroep te doen op de natuurlijke nieuwsgierigheid en de behoefte aan ontwikkeling en communicatie van kinderen, en deze te stimuleren. Door een gestructureerd en interactief onderwijsaanbod, vormen van ontdekkend onderwijs, interessante thema's en activiteiten worden kinderen uitgedaagd in hun ontwikkeling.

In de tweede plaats dienen inhouden en doelen zo veel mogelijk op elkaar te worden afgestemd, verbinding te hebben met het dagelijks leven en in samenhang te worden aangeboden.

In de derde plaats dient er aandacht te worden besteed aan doelen die voor alle leergebieden van belang zijn: goede werkhouding, gebruik van leerstrategieën, reflectie op eigen handelen en leren, uitdrukken van eigen gedachten en gevoelens, respectvol luisteren en kritiseren van anderen, verwerven en verwerken van informatie, ontwikkelen van zelfvertrouwen, respectvol en verantwoordelijk omgaan met elkaar, zorg voor en waardering van de leefomgeving.
Karakteristiek

Taalonderwijs is van belang omdat de rol van taal bij het verwerven van inhouden en vaardigheden in alle leergebieden (en de transfer daartussen) evident is. Het onderwijs in Nederlands als tweede taal heeft dat besef de laatste jaren sterk doen groeien. Taalonderwijs is dus van belang voor het succes dat kinderen in het onderwijs zullen hebben en voor de plaats die ze in de maatschappij zullen innemen.

Daarnaast heeft taal een sociale functie. Kinderen dienen hun taalvaardigheid te ontwikkelen, omdat ze die nu en straks in de maatschappij hard nodig hebben. Dat houdt onder meer in dat het onderwijs waar mogelijk uitgaat van communicatieve situaties: levensechte en boeiende leesteksten, gesprekken over onderwerpen die kinderen bezig houden, een echte correspondentie met kinderen van andere scholen.

Taalverwerving en -onderwijs verlopen als het ware in cirkels: het gaat vaak om dezelfde inhouden, maar de complexiteit en de mate van beheersing nemen toe. Anders gezegd: het onderwijs in Nederlandse taal is er op gericht dat kinderen in de beheersing van deze taal in en buiten school steeds competenter taalgebruikers worden. Die competenties zijn te typeren in vier trefwoorden: kopiëren, beschrijven, structureren en beoordelen. Die zijn niet zonder meer tot formuleringen in kerndoelen te verwerken, omdat het vaak gaat om een combinatie van competenties.

Met 'kopiëren' wordt bedoeld: zo letterlijk mogelijk een handeling nadoen (overschrijven van het bord bijvoorbeeld).

'Beschrijven' is op eigen wijze (in eigen woorden) toepassen van een vaardigheid. Dat kan inhouden: verslag uitbrengen, informatie geven of vragen.

'Structureren' houdt in: op eigen manieren ordening aanbrengen.

'Beoordelen' is reflectie op mogelijkheden, evalueren.


In het aanbod neemt de schriftelijke taalvaardigheid een belangrijke plaats in. 'Geletterdheid' veronderstelt meer dan alleen de techniek van lezen en schrijven. Ook inzicht in de maatschappelijke functie ervan en een positieve attitude maken er deel van uit. Deze ontwikkeling begint eigenlijk al voor de basisschool, bij voorlezen en vertellen in het gezin, en wordt verder ontwikkeld in alle groepen.

Ook al is de ontwikkeling van de schriftelijke taalvaardigheid van belang, de ontwikkeling van de mondelinge taalvaardigheid verdient blijvende aandacht. Uitbreiding van de woordenschat, aandacht voor taal en denken, toepassen van luisterstrategieën, voorlezen en vertellen: het zijn activiteiten die de mondelinge taalvaardigheid verder ontwikkelen, maar daarnaast voorwaardelijk zijn voor het schriftelijk domein.


Het zal duidelijk zijn dat onderwijs in Nederlands als tweede taal vaak een wat ander karakter heeft dan Nederlands als eerste taal: de beginsituatie van de leerlingen is anders, de didactiek verschilt, het aanbod is soms anders gefaseerd, er ligt meer nadruk op woordenschatuitbreiding. Maar voor alle leerlingen gelden in feite dezelfde doelen en hetzelfde aanbod. Veel van oorsprong autochtone kinderen die in achterstandssituaties opgroeien zijn ook gebaat bij didactische inzichten die door ervaring met onderwijs aan allochtone kinderen scherper zijn geworden. Eén van die inzichten is, dat taal in alle vakken een cruciale rol speelt bij het verwerven van kennis en vaardigheden in die 'andere vakken'.
Kerndoelen basisonderwijs
Mondeling taalonderwijs

  1. De leerlingen leren informatie te verwerven uit gesproken taal. Ze leren tevens die informatie, mondeling of schriftelijk, gestructureerd weer te geven.

  2. De leerlingen leren zich naar vorm en inhoud uit te drukken bij het geven en vragen van informatie, het uitbrengen van verslag, het geven van uitleg, het instrueren en bij het discussiëren.

  3. De leerlingen leren informatie te beoordelen in discussies en in een gesprek dat informatief of opiniërend van karakter is en leren met argumenten te reageren.


Schriftelijk taalonderwijs

  1. De leerlingen leren informatie te achterhalen in informatieve en instructieve teksten, waaronder schema's, tabellen en digitale bronnen.

  2. De leerlingen leren naar inhoud en vorm teksten te schrijven met verschillende functies, zoals: informeren, instrueren, overtuigen of plezier verschaffen.

  3. De leerlingen leren informatie en meningen te ordenen bij het lezen van school- en studieteksten en andere instructieve teksten, bij systematisch geordende bronnen, waaronder digitale.

  4. De leerlingen leren informatie en meningen te vergelijken en te beoordelen in verschillende teksten.

  5. De leerlingen leren informatie en meningen te ordenen bij het schrijven van een brief, een verslag, een formulier of een werkstuk. Zij besteden daarbij aandacht aan zinsbouw, correcte spelling, een leesbaar handschrift, bladspiegel, eventueel beeldende elementen en kleur.

  6. De leerlingen krijgen plezier in het lezen en schrijven van voor hen bestemde verhalen, gedichten en informatieve teksten.



Taalbeschouwing, waaronder strategieën

  1. De leerlingen leren bij de doelen onder 'mondeling taalonderwijs' en 'schriftelijk taalonderwijs' strategieën te herkennen, te verwoorden, te gebruiken en te beoordelen.

  2. De leerlingen leren een aantal taalkundige principes en regels. Zij kunnen in een zin het onderwerp, het werkwoordelijk gezegde en delen van dat gezegde onderscheiden. De leerlingen kennen:

  • regels voor het spellen van werkwoorden;

  • regels voor het spellen van andere woorden dan werkwoorden;

  • regels voor het gebruik van leestekens.

  1. De leerlingen verwerven een adequate woordenschat en strategieën voor het begrijpen van voor hen onbekende woorden. Onder 'woordenschat' vallen ook begrippen die het leerlingen mogelijk maken over taal te denken en te spreken.


1. Kerndoelen onderbouw voortgezet onderwijs

De eerste tien kerndoelen zijn vooral gericht op de communicatieve functie van de

Nederlandse taal en kennen een belangrijke plaats toe aan strategische

vaardigheden. Daarnaast wordt ook aandacht besteed aan culturele en literaire

aspecten (kerndoelen 2 en 8).
1. De leerling leert zich mondeling en schriftelijk begrijpelijk uit te drukken.

2. De leerling leert zich te houden aan conventies (spelling, grammaticaal

correcte zinnen, woordgebruik) en leert het belang van die conventies te zien.

3. De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn

woordenschat.

4. De leerling leert strategieën te gebruiken bij het verwerven van informatie uit

gesproken en geschreven teksten.

5. De leerling leert in schriftelijke en digitale bronnen informatie te zoeken, te

ordenen en te beoordelen op waarde voor hemzelf en anderen.

6. De leerling leert deel te nemen aan overleg, planning, discussie in een groep.

7. De leerling leert een mondelinge presentatie te geven.

8. De leerling leert verhalen, gedichten en informatieve teksten te lezen die aan

zijn belangstelling tegemoet komen en zijn belevingswereld uitbreiden.

9. De leerling leert taalactiviteiten (spreken, luisteren, schrijven en lezen)

planmatig voor te bereiden en uit te voeren.

10. De leerling leert te reflecteren op de manier waarop hij zijn taalactiviteiten

uitvoert en leert, op grond daarvan en van reacties van anderen, conclusies te

trekken voor het uitvoeren van nieuwe taalactiviteiten.



Bron: www.rijksoverheid.nl
2. Doelen voor IB Nederlands Groep A

IB Nederlands Groep A bestaat uit drie vakken:



  • Literature

  • Language and Literature

  • Literature and Performance

Op Awty bieden we het vak Language and Literature aan, dat zowel op Higher Level als op Standard Level gevolgd kunnen worden. De eisen voor dit vak hebben we overgenomen uit de officiële IB-gids. Aangezien vertalen in sommige gevallen tot verschillende interpretaties kan leiden, hebben we ervoor gekozen de Engelse tekst op te nemen in de schoolgids.


Mocht u meer uitleg willen over de doelen van dit vak, dan kunt u contact opnemen met de leerkracht voortgezet onderwijs.


  1. Knowledge and understanding

    • Demonstrate knowledge and understanding of a range of texts

    • Demonstrate an understanding of the use of language, structure, technique and style

    • Demonstrate a critical understanding of the various ways in which the reader constructs meaning and of how context influences this constructed meaning

    • Demonstrate an understanding of how different perspectives influence the reading of a text

  2. Application and analysis

    • Demonstrate an ability to choose a text type appropriate to the purpose required

    • Demonstrate an ability to use terminology relevant to the various text types studied

    • Demonstrate an ability to analyse the effects of language, structure, technique and style on the reader

    • Demonstrate an awareness of the ways in which the production and reception of texts contribute to their meanings

    • Demonstrate an ability to substantiate and justify ideas with relevant examples

  3. Synthesis and evaluation

    • Demonstrate an ability to compare and contrast the formal elements, content and context of texts

    • Discuss the different ways in which language and image may be used in a range of texts

    • Demonstrate an ability to evaluate conflicting viewpoints within and about a text

    • At HL only: Produce a critical response evaluating some aspects of text, context and meaning

  4. Selection and use of appropriate presentation and language skills

    • Demonstrate an ability to express ideas clearly and with fluency in both written and oral communication

    • Demonstrate an ability to use the oral and written forms of the language, in a range of styles, registers and situations

    • Demonstrate an ability to discuss and analyse texts in a focused and logical manner

    • At HL only: Demonstrate an ability to write a balanced, comparative analysis

3. Doelen voor IB Nederlands B

Sinds het schooljaar 2013-2014 Awty Nederlands B aan voor leerlingen in 11th en 12th grade. In de onderstaande tabel, die overgenomen is uit de officiële IB-gids, kunt u de leerdoelen van dit programma zien.






Course

Receptive skills

Productive skills

Interactive skills

Language B

Understand

Communicate orally in order

Demonstrate interaction

SL

straightforward recorded or spoken information on the topics studied. Understand authentic written texts related to the topics studied and that use mostly everyday language.

to explain a point of view on a designated topic. Describe with some detail and accuracy experiences, events and concepts. Produce texts where the use of register, style, rhetorical devices and structural elements are generally appropriate to the audience and purpose.

that usually flows coherently, but with occasional limitations. Engage in conversations on the topics studied, as well as related ideas. Demonstrate some intercultural engagement with the target language and culture(s).

Language B HL

Understand complex recorded or spoken information on the topics studied. Appreciate literary works in the target language. Understand complex authentic written texts related to the topics studied.

Communicate orally in order to explain in detail a point of view. Describe in detail and accurately experiences and events, as well as abstract ideas and concepts. Produce clear texts where the use of register, style, rhetorical devices and structural elements are appropriate to the audience and purpose. Produce clear and convincing arguments in support of a point of view.

Demonstrate interaction that flows coherently with a degree of fluency and spontaneity. Engage coherently in conversations in most situations. Demonstrate some intercultural engagement with the target language and culture(s).








Aantal lesuren

Leerlingen in de Lower School hebben vier uur per week Nederlands. Leerlingen in Middle en Upper School hebben vijf uur per week Nederlands.


Aanvulling op thuis

Het Nederlandse onderwijs is een aanvulling op wat u als ouders thuis doet. In een internationale omgeving is het onmogelijk om de beheersing van de Nederlandse taal op peil te houden met het aantal lesuren dat wij kunnen bieden. Thuis Nederlands spreken is een onmisbare factor in de taalbeheersing van uw kind!


3.2 Organisatie van het onderwijs
Veranderingen t.o.v. vorig jaar

Leerlingen in Lower School hebben niet langer zes uur per week les. In de nieuwe opzet zijn er twee lessen van anderhalf uur in gemengde groepen en een les van een uur in de eigen groep, wat het totaal aantal lesuren op vier brengt. Hieronder ziet de u de precieze opzet voor het onderwijs in Lower School.


Leerjaar groepen:

Groep 3 – Woensdag 3e uur

Groep 4 – Donderdag 5e uur

Groep 5 – Woensdag 1e uur

Groep 6 – Woensdag 2e uur

Groep 7 – Donderdag 4e uur (4b)

 

Gemengde groepen: 



Kleuters – groep 4 (groep A): maandag en woensdag van 14.45 – 15.15 uur

Groep 5 – 7 (groep B) dinsdag en donderdag van 14.45 – 15.15 uur


Dagplanning

De docent van uw kind stelt de planning vast. Tijdens de zogenaamde ‘Curriculum Night’, die aan het begin van het jaar plaatsvindt zal uitgelegd worden hoe de lessen in hun werk gaan.


De leerlingen van de Lower School krijgen elke week een weektaak waar al het werk voor de komende week op staat, inclusief het huiswerk.

De huiswerkplanners voor leerlingen in Middle en Upper School worden opgehangen in het lokaal en kunnen gevonden worden op de website van de leerkracht.


Taal en cultuur

Feit is dat we meer aandacht besteden aan taal dan aan cultuur. Het uitbreiden van cultuuronderwijs in met name Middle en Upper School blijft een van de onze doelen voor de komende schooljaren. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de meeste materialen, ook die materialen die door het NOB ontworpen zijn, afgestemd zijn op jongere leerlingen.


In de Lower School wordt eveneens elke week tijd aan cultuur besteed. De kinderen werken aan verschillende onderwerpen. Zowel aardrijkskunde als geschiedenis komt aan bod.
Lestijden

De lessen Nederlands kunnen in Middle en Upper School op elk moment tijdens de schooldag plaatsvinden. Op sommige dagen heeft uw kind ’s ochtends Nederlands, op een andere dag kan de les Nederlands tijdens het laatste uur van de dag plaatsvinden.


Groepsindeling

In principe hanteren we jaargroepen. Mocht uw kind uit een ander onderwijssysteem komen (bijvoorbeeld Australië) dan kan uw kind zonder problemen doorgaan waar het gebleven was, ondanks de ‘grade’ waar uw kind in geplaatst wordt. De belangen van uw kind staan te allen tijde centraal bij de keuzes die we maken.


In Middle en Upper School zijn er combinatieklassen. Leerlingen in 6th, 7th en 8th grade hebben samen les, alsmede leerlingen in 9th en 10th grade.
Overgang van primair naar voortgezet onderwijs

De overgang van primair naar voortgezet onderwijs verloopt zonder problemen. Leerlingdossiers van leerlingen die van leerkracht veranderen worden in juni uitgewisseld en besproken.


Examens

De laatste twee jaar van Upper School zijn gewijd aan Internationaal Baccalaureaat (IB). Het IB-diploma is een diploma dat wereldwijd erkend wordt als toegangsbewijs voor de universiteit. Je kunt er in Nederland, maar ook in Frankrijk of Australië mee terecht. Leerlingen kunnen examen doen in Nederlands Language and Literature. Dit ‘vak’ geeft recht op toelating tot een Nederlandse universiteit.



Nederlands Language and Literature
Language and Literature is samen met Literature het hoogste niveau waarop leerlingen binnen het IB examen in Nederlands kunnen afleggen. Het Language en Literature-programma is bestemd voor moedertaalsprekers. Het programma richt zich naast literatuur op taal in culturele contextt en media in culturele context. Aan de hand van krantenartikelen, het internet en andere informatiebronnen verdiept de leerling zijn kennis op deze gebieden.
Een leerling die twee talen op A-niveau volgt, krijgt aan het einde van 12th grade een tweetalig diploma uitgereikt. Iedere combinatie van vakken is mogelijk. Beide IB-examens bestaan uit een schriftelijke en een mondelinge component. Het schriftelijke deel bepaalt voor 70% het eindcijfer, het mondelinge deel voor 30%. Mocht u specifieke vragen hebben over het IB-programma voor Nederlands, neemt u dan alstublieft contact op met de docent.
Het examen voor Nederlands B bestaat uit twee onderdelen. Paper 1 toetst het tekstbegrip van de leerlingen, paper 2 de schriftelijke taalvaardigheid. In de twee jaar voorafgaand aan het examen, zijn er daarnaast diverse schriftelijke en mondelinge taken die gedaan moeten worden en die meetellen voor het eindcijfer.


    1. Groepsgrootte / Groepsindeling


Groepsgrootte

De groepsgrootte is aan veranderingen onderhevig. Op dit moment is nog niet bekend hoeveel leerlingen in augustus aan het Nederlandse onderwijs deelnemen. Voor uw informatie ziet u hieronder de groepsgroottes van het schooljaar 2015/2016:


Pre-school 1 leerling

Pre-k – geen leerlingen

Kindergarden – één leerling
Lower School 9 leerlingen

1st grade – één leerling

2nd grade – drie leerlingen

3rd grade – één leerling

4th grade – twee leerlingen

5th grade – twee leerlingen


Middle School (combinatie van 6th, 7th en 8th grade) 8 leerlingen

6th grade – twee leerlingen

7th grade – drie leerlingen

8th grade – drie leerlingen


Upper School (combinatie van 9th en 10th grade) 1 leerling

9th grade – één leerling


11th grade 2 leerlingen
12th grade 3 leerlingen
Niveauverschillen

Het komt regelmatig voor dat de leerlingen zelfstandig aan een taak werken. Zelfstandig kunnen werken is belangrijk en geeft de leerlingen vaak inzicht in het feit dat ze veel meer kunnen dan ze dachten. Taken die eerst lastig leken, worden met goed resultaat afgemaakt, wat leidt tot een groter zelfvertrouwen bij de leerlingen.


Er waren in 2015-2016 vijf verschillende groepen in het voortgezet onderwijs:
Een combinatieklas van groep 8 en de 1e en 2e klas VO

Alle leerlingen hebben Nederlands als moedertaal, maar verschillen van elkaar in de zin dat ze niet allemaal continu Nederlands onderwijs gevolgd hebben. Sommige leerlingen hebben daarom meer ondersteuning of uitleg nodig dan andere. We proberen zo veel mogelijk aan te sluiten bij de behoefte van de leerling. Waar nodig stellen we voor leerlingen een individueel programma samen.


Een combinatieklas van de 3e en 4e klas VO, Alle leerlingen hebben Nederlands als moedertaal, maar verschillen van elkaar in de zin dat ze niet allemaal continu Nederlands onderwijs gevolgd hebben. Sommige leerlingen hebben daarom meer ondersteuning of uitleg nodig dan andere. We proberen zo veel mogelijk aan te sluiten bij de behoefte van de leerling. Waar nodig stellen we voor leerlingen een individueel programma samen. ntc 2011 ict 6193825922_be2cba85f5_b.jpg

Een IB Nederlands Language and Literature klas in de 5e klas VO.

Deze klas bestaat uit twee leerlingen, die examen willen gaan doen op Higher Level.


Een IB Nederlands Language B klas in de 5e klas VO.

Deze klas bestaat uit een leerling. Deze leerling is van plan examen te doen op Standard Level.


Een IB Nederlands Language and Literature klas in de 6e klas VO.

Deze klas bestaat uit drie leerlingen. Twee leerlingen hebben examen gedaan op Standard Level, de andere op Higher Level.


Wijze van instructie

In augustus 2012 zijn we overgeschakeld op een nieuwe methode: Op Niveau voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs (1e – 3e leerjaar) en Op Niveau Tweede Fase voor het vierde leerjaar. Het opdrachtenaanbod van deze methode is zeer gevarieerd. Wij stimuleren de leerlingen om samen aan opdrachten te werken, zodat ze met en van elkaar kunnen leren, zowel in cognitief als in sociaal opzicht.


ICT

Awty is een zogenaamde laptop-school. Iedere leerling in Middle en Upper School wordt geacht zijn computer mee naar school te brengen. Daarnaast wordt Informatica als schoolvak aangeboden in de eerste drie leerjaren van het voortgezet onderwijs en kan het door leerlingen in 11th en 12th grade als examenvak gekozen worden. Ook binnen de Nederlandse les werken de leerlingen regelmatig met de computer, bijvoorbeeld om boekverslagen of opdrachten uit te typen, informatie op te zoeken met behulp van internet of extra te oefenen met grammatica of spelling.


De leerkrachten hebben een digibord in hun lokaal en kunnen goed overweg met ICT. Het digibord vergroot de mogelijkheid van leerlingen om actief aan de lessen deel te nemen.


    1. Onderwijsaanbod en methoden

Onderwijsaanbod Middle en Upper School

In de Lower School bieden wij alleen Nederlands aan. De lessen vinden plaats op R1-niveau.


In Middle en Upper School bieden we alleen Nederlands aan. De lessen vinden op vwo-niveau plaats. In de laatste twee jaar volgt een leerling Nederlands Language and Literature in het kader van het Internationaal Baccalaureaat. Met een IB-diploma kunnen leerlingen instromen op Nederlandse universiteiten. Het IB-diploma geeft daarnaast toegang tot universiteiten in een groot aantal andere landen, waaronder Amerika, Engeland en Australië.
Het onderwijs in Lower School

De Lower School omvat 7 leerjaren:



  • Pre-k  groep 1 van het Nederlandse basisonderwijs

  • Kindergarden  groep 2 van het Nederlandse basisonderwijs

  • 1st grade  groep 3 van het Nederlandse basisonderwijs

  • 2nd grade  groep 4 van het Nederlandse basisonderwijs

  • 3rd grade  groep 5 van het Nederlandse basisonderwijs

  • 4th grade  groep 6 van het Nederlandse basisonderwijs

  • 5th grade  groep 7 van het Nederlandse basisonderwijs

Hieronder geven we u een kort overzicht van de gebruikte methodes.


Pre-k en Kindergarden

In Pre-k en Kindergarden werken we aan de hand van de methode ‘Schatkist 3’.


1st grade

In 1st grade werken we met Veilig Leren Lezen. In dit jaar werken we aan het leren lezen en schrijven in het Nederlands.


2nd tot en met 5th grade

2nd tot en met 5th grade werken we met de methode Staal is de vernieuwende, realistische taal- en spellingmethode van Malmberg en doet precies wat de naam belooft: Staal maakt kinderen sterk in taal en spelling.



Staal gaat uit van de dagelijkse realiteit. Alle teksten en foto’s in het bronnenboek zijn echt situaties die kinderen ook buiten de klas tegenkomen. Een bericht op internet, een reclametekst, briefje, verpakking en zelfs een ambtelijk stuk. Alle opdrachten zijn functioneel en worden in de context aangeboden. Elk thema eindigt met een eindopdracht: een publicatie of een presentatie.

Elk thema start met een filmpje waarin het thema wordt geïntroduceerd. In het filmpje worden nieuwe woorden aangeboden. Bovendien brengt het filmpje de kinderen in de sfeer van het thema en krijgen ze een beeld van de eindopdracht waaraan ze gaan werken, bijvoorbeeld een publicatie. Met dat eindproduct en de presentatie ervan wordt het thema afgesloten.

Elk thema werkt dus van impressie (kennis opdoen) naar expressie (presenteren). In elke les krijgt uw kind ingrediënten aangeboden die nodig zijn om de eindopdracht te kunnen maken.

De leerlijn spelling van Staal werkt met de unieke, preventieve spellingaanpak van José Schraven. Dit is aangevuld met werkwoordspelling en grammatica. Staal is hiermee de eerste methode die spelling en grammatica met elkaar combineert.

Naast taal en spelling hechten we veel waarde aan woordenschatonderwijs, omdat we merken dat de woordenschat van kinderen die al lange tijd in het buitenland wonen achteruit gaat. In onze ogen is hier maar één echte oplossing voor, woorden aanbieden, uitleggen wat ze betekenen en er de gebruiksmogelijkheden van laten zien. We stimuleren de leerlingen ook om naar het Jeugdjournaal te kijken en om boeken te lezen, aangezien ook deze activiteiten bijdragen aan het op peil houden cq vergroten van de woordenschat.
Het onderwijs in Middle School

De Middle School omvat drie leerjaren:



  • 6th grade  groep acht van het Nederlandse basisonderwijs

  • 7th grade  de brugklas van het voortgezet onderwijs

  • 8th grade  de tweede klas van het voortgezet onderwijs

Hieronder geven we u per grade een kort overzicht van de gebruikte methodes en de leerdoelen van het onderwijs.

6th grade

In 6th grade werken we het laatste deel van de methode Staal. Dit is de vernieuwende, realistische taal- en spellingmethode van Malmberg en doet precies wat de naam belooft: Staal maakt kinderen sterk in taal en spelling.



Staal gaat uit van de dagelijkse realiteit. Alle teksten en foto’s in het bronnenboek zijn echt situaties die kinderen ook buiten de klas tegenkomen. Een bericht op internet, een reclametekst, briefje, verpakking en zelfs een ambtelijk stuk. Alle opdrachten zijn functioneel en worden in de context aangeboden. Elk thema eindigt met een eindopdracht: een publicatie of een presentatie.

Elk thema start met een filmpje waarin het thema wordt geïntroduceerd. In het filmpje worden nieuwe woorden aangeboden. Bovendien brengt het filmpje de kinderen in de sfeer van het thema en krijgen ze een beeld van de eindopdracht waaraan ze gaan werken, bijvoorbeeld een publicatie. Met dat eindproduct en de presentatie ervan wordt het thema afgesloten.

Elk thema werkt dus van impressie (kennis opdoen) naar expressie (presenteren). In elke les krijgt uw kind ingrediënten aangeboden die nodig zijn om de eindopdracht te kunnen maken.

De leerlijn spelling van Staal werkt met de unieke, preventieve spellingaanpak van José Schraven. Dit is aangevuld met werkwoordspelling en grammatica. Staal is hiermee de eerste methode die spelling en grammatica met elkaar combineert.

Naast taal en spelling hechten we veel waarde aan woordenschatonderwijs, omdat we merken dat de woordenschat van kinderen die al lange tijd in het buitenland wonen achteruit gaat. In onze ogen is hier maar één echte oplossing voor, woorden aanbieden, uitleggen wat ze betekenen en er de gebruiksmogelijkheden van laten zien. We stimuleren de leerlingen ook om naar het Jeugdjournaal te kijken en om boeken te lezen, aangezien ook deze activiteiten bijdragen aan het op peil houden cq vergroten van de woordenschat.
7th grade

In 7th grade beginnen de leerlingen te werken met Op Niveau, een methode die gebaseerd is op de kerndoelen van de basisvorming. Deze kerndoelen hebben we in een bijlage opgenomen. Het onderwijs is gebaseerd op de volgende deelvaardigheden, die in ieder blok terugkeren:




  • Fictie

Ieder blok begint met een fragment uit een jeugdboek. Aan de hand van dit fragment maken de leerlingen kennis met begrippen als personages, chronologie, beoordelingswoorden en ruimte. Bij ieder fragment hoort een verwerkingsopdracht waarin vragen over de tekst opgenomen zijn. Sommige vragen zijn er specifiek op gericht om de leerlingen hun eigen mening te leren verwoorden.


  • Begrijpend lezen

Begrijpend lezen gebeurt eveneens aan de hand van teksten, maar deze keer zijn de teksten non-fictie. Met andere woorden het zijn geen fragmenten uit boeken, maar verschillende tekstvormen uit kranten en tijdschriften, zoals artikelen, interviews, advertenties of ingezonden brieven. De leerlingen leren bij dit onderdeel bijvoorbeeld wat tekstdoelen zijn en hoe ze objectieve en subjectieve teksten kunnen herkennen.


  • Schrijven

De leerlingen gaan zelf aan de slag met verschillende teksttypen. In het begin schrijven ze misschien alleen een inleiding of een brief aan een vriend of vriendin, in de loop van het jaar leren ze hoe ze een zakelijke brief moeten schrijven en hoe ze een aantrekkelijk affiche kunnen samenstellen.


  • Spreken

Alle leerlingen spreken Nederlands. Ze kennen de uitspraak van de meeste woorden en kunnen prima een gesprek met een vriend of vriendin voeren. Sommige soorten gesprekken hebben andere regels, denk bijvoorbeeld aan een gesprek met de directeur van de school of een gesprek waarin iemand een klacht uit.


  • Grammatica

Wij zien grammatica als een belangrijk onderdeel van het onderwijs in het Nederlands. Een goede kennis van grammatica helpt de leerlingen niet alleen om zelf goed te formuleren, maar is bovendien buitengewoon nuttig voor leerlingen die een vreemde taal gaan leren. In ieder blok komen zowel redekundig (zinsdelen) als taalkundig ontleden (woordsoorten) voor. Spelling

Spelling kun je zien als het visitekaartje van je taalgebruik. Je kunt inhoudelijk nog zo’n goede sollicitatiebrief geschreven hebben, als hij vol met fouten staat, krijgt de ontvanger geen goede indruk van je. We vinden het belangrijk dat de leerlingen werkwoorden, meervouden van zelfstandige naamwoorden en samenstellingen goed leren spellen. We besteden dan ook extra aandacht aan spelling met behulp van Goed Gespeld. In dit werkboek worden de spellingregels nog eens uitgelegd, waarna de leerlingen hun kennis kunnen toepassen aan de hand van verschillende opdrachten.




  • Woordenschat

In ieder blok worden woorden en spreekwoorden aangeboden. Daarnaast doen we wekelijks extra woordenschatoefeningen. Hiervoor hebben we het boekje Woord na Woord aangeschaft. Hierin staan 1500 woorden die eigenlijk iedereen na de basisvorming zou moeten weten. Iedere week maken de leerlingen één les, waardoor ze in een schooljaar ongeveer 900 nieuwe woorden aangeboden krijgen.
8th grade

In dit jaar werken we met deel 2 h/v van Op Niveau. Dit deel bouwt voort op de kennis die de leerlingen na het doorwerken van het eerste boek hebben opgedaan. Alle begrippen die de leerlingen in 7th grade hebben geleerd keren terug. Uiteraard worden er vervolgens nieuwe onderdelen aan toegevoegd. Ook hebben de opdrachten een grote moeilijkheidsgraad.


In 8th grade gebruiken we naast het basisboek de volgende aanvullende materialen:

Struikelblokken en Goed Gespeld zijn werkboeken die zich richten op spelling.


Het onderwijs in Upper School

De Upper School, ook wel High School genaamd, bestaat uit 9th, 10th, 11th en 12th grade, oftewel klas 3 tot en met 6 van het VWO. De eerste twee jaar zijn algemeen van aard, terwijl de laatste twee jaar gewijd zijn aan het Internationaal Baccalaureaat (IB).


Het IB-diploma is een diploma dat wereldwijd erkend wordt als toegangsbewijs voor de universiteit. Je kunt er in Nederland, maar ook in Frankrijk of Australië mee terecht. Leerlingen kunnen examen doen in Nederlands Language and Literature of B.
9th en 10th grade

Deze twee jaren zijn een vervolg op Middle School. Het doel van deze periode is om de basiskennis verder uit te diepen, een begin te maken met literaire analyse en literatuurgeschiedenis en niet in de laatste plaats eventuele achterstanden weg te werken. In het internationale onderwijs hebben we als gevolg van verhuizingen te maken met leerlingen die verschillende scholen bezocht hebben of in sommige gevallen een tijdlang geen Nederlands gedaan hebben.


Het streven is dat iedereen aan het einde van 10th grade voldoende bagage heeft om in het IB-programma te slagen. Het succes van deze missie hangt niet alleen af van de instelling van de leerling, maar ook van het traject dat hij of zij in de loop van de tijd gevolgd heeft.
In 9th grade werken we met deel 3v van Op Niveau. Dit deel bouwt voort op de kennis die de leerlingen in Middle School hebben opgedaan. In het derde deel wordt naast de al eerder genoemde vaardigheden aandacht besteed aan stijlfiguren en beeldspraak, begrippen die bij de analyse van literataire teksten een belangrijke rol spelen. Verder gaan we in 9th grade door met het gebruik van Struikelblokken. Ook in dit leerjaar is er weer extra aandacht voor woordenschat, ditmaal met behulp van Goed Gebekt. Goed Gebekt is een serie van drie qua moeilijkheidsgraad oplopende boekjes waarin woorden, spreekwoorden en uitdrukkingen behandeld worden.
10th grade vormt de afsluiting van de algemene opleiding. Aan het einde van 10th grade moeten de leerlingen bepalen welke vakken zij in het Internationaal Baccalaureaat willen gaan doen en op welk niveau ze eventueel examen in Nederlands willen doen. In dit jaar werken we met Op Niveau Tweede Fase 4v. De leerlingen hebben een basisboek, waarin alle achtergrondinformatie opgenomen is en een werkboek. Aan het einde van ieder blok maken de leerlingen een zogenaamde eindopdracht. De eindopdrachten resulteren in artikelen, debatten of onderzoeksverslagen. Deze langere teksten helpen om te bepalen welk niveau de leerlingen in 11th en 12th grade kunnen doen.
Leerlingen die Goed Gebekt in 9th grade niet hebben kunnen afronden, gaan in 10th grade door met Goed Gebekt. Van tijd tot tijd doen de leerlingen eveneens extra opdrachten uit Struikelblokken.
11th en 12th grade: Nederlands Language and Literature1

Language and Literature is samen met Literature het hoogste niveau waarop leerlingen binnen het IB examen in Nederlands kunnen afleggen. Het Language en Literature-programma is bestemd voor moedertaalsprekers. Het programma richt zich naast literatuur op taal in culturele context en media in culturele context. Aan de hand van krantenartikelen, het internet en andere informatiebronnen verdiept de leerling zijn kennis op deze gebieden.


Een leerling die twee talen op A-niveau volgt, krijgt aan het einde van 12th grade een tweetalig diploma uitgereikt. Iedere combinatie van vakken is mogelijk. Beide IB-examens bestaan uit een schriftelijke en een mondelinge component. Het schriftelijke deel bepaalt voor 70% het eindcijfer, het mondelinge deel voor 30%. Mocht u specifieke vragen hebben over het IB-programma voor Nederlands, neemt u dan alstublieft contact op met de docent.
Het IB-examenprogramma Language and Literature - Higher en Standard

Het Language and Literature-programma van het Internationale Baccalaureaat is combinatie van zogenaamde literatuur en taal & media in culturele context. In totaal bestaat het programma uit vier ‘opties’. De docent stelt het programma samen.

De taken die de leerlingen in het kader van hun examen moeten uitvoeren, zijn op de bovengenoemde opties gebaseerd. Het mondelinge examen telt voor dertig procent, het schriftelijke deel telt voor zeventig procent van het examencijfer.

De mondelinge taalvaardigheid maakt dus een bescheiden deel uit van het IB-programma. Leerlingen moeten minimaal twee mondelinge taaltaken uitgevoerd hebben. Beiden liggen qua vorm vast. Higher- en Standard- niveau verschillen naast het aantal opties in de aanvullende eisen die voor Higher Level gelden.


De inhoud van het examen:

Het schriftelijk examen bestaat uit:



  • het schrijven van een essay aan de hand van een gegeven vraagstelling over de gelezen literaire werken uit groep 3

  • het schrijven van een commentaar naar aanleiding van één (SL) of twee (HL) non-literaire teksten, HL-leerlingen zijn verplicht een vergelijkend commentaar te schrijven;

  • het schrijven van drie teksten (ieder 800-1000 woorden), minimaal twee verschillende opties moeten gebruikt worden en uiteindelijk wordt de beste tekst opgestuurd.

Het mondeling examen bestaat uit:



  • een mondeling commentaar over één van de boeken uit groep 4, gevolgd door een discussie.

Dit examen geldt tevens als examen voor de mondelinge taalvaardigheid. Het wordt beoordeeld op: taalgebruik, kennis van het werk, kwaliteit van de inhoud en het literaire inzicht van de kandidaat.




  • een ander type ‘mondeling’ (rollenspel, discussie, presentatie) over één van de onderwerpen die de leerling bestudeerd heeft in het kader van taal of media in culturele context.


Waarde van de onderdelen:

External assessment 70%

Written paper component (het examen zelf)

- paper 1: (vergelijkend) commentaar 25%

- paper 2: essay 25%
Ander essay 20%
Internal assessment 30%

- invidueel mondeling 15%

- interactief mondeling 15%
Boekenlijst IB Language and Literature:

De tweeling Tessa de Loo

Tralievader Carl Friedman

Wijde Sargasso Zee Jean Rhys

Oeroeg Hella Haasse

Op Hoop van Zegen Herman Heijermans

Karel ende Elegast anoniem


Opbouw van de leerlijn van onderbouw naar IB Language A Higher en Standard
Leesvaardigheid:


Aspecten

Onderbouw 1

Onderbouw 2

Leerjaar 3

Leerjaar 4

IB

1.Tekst-soorten + -kenmerken

- vraaggesprek

- instructie

- naslagwerk

- kranten-/

Tijdschrift-artikel

- reclame tekst

- school-boektekst2


- vraaggesprek

- kranten-/

tijdschrift-artikel

- reclametekst

- schoolboek-tekst gegevens bestand


- kranten/

Tijdschrift-artikel

- gegevens-bestand

- vraag-gesprek



- kranten-/

Tijdschrift-artikel

- literaire recensie

- vraag-gesprekken met schrijvers.



- kranten/

tijdschriftartikel (als achter-

grondtekst bij literatuur)

- literaire recensie



2. Strategische vaardigheden



- woordenschat uitbreiding

- buitenkant tekst bestuderen

- intensief/ globaal/ zoekend lezen

- reflecteren op aanpak en resultaat



- woordenschat uitbreiding

- buitenkant tekst bestuderen

- intensief/zoekend/ globaal lezen

- studerend lezen

- reflecteren op aanpak en resultaat


- woordenschat uitbreiding

- buitenkant tekst bestuderen

- intensief/ zoekend/

globaal lezen

- studerend lezen

- reflecteren op aanpak en resultaat



- woordenschat uitbreiding

- studerend lezen

- OVUR-principe toepassen



- toepassen strategische vaardigheden op achtergrondteksten bij literatuur


3.Communica-tieve vaardigheden

- feiten, meningen en voorbeelden onderscheiden


- feiten

- mening


- voorbeelden

- middel/doel

- oorzaak/gevolg onderscheiden


- feiten

- mening


- voorbeelden

- middel/doel

- oorzaak/gevolg onderscheiden

- samenvatten

- argumenten herkennen

- tekst beoordelen



- samenvatten

- argumenten herkennen

- tekst beoordelen


- toepassen van communicatieve vaardigheden op achtergrondteksten bij literatuur



Mondelinge taalvaardigheid:


Aspecten

Onderbouw 1

Onderbouw 2

Leerjaar 3

Leerjaar 4

IB

1. Tekstsoorten + kenmerken

- tweegesprek

- instructie en uitleg

- nieuwsbericht

- reclame boodschap




- tweegesprek

- informatieve programma’s

- nieuwsbericht

- reclamebood-schap

- spreekbeurt


- tweegesprek

- spreekbeurt

- discussie


- tweegesprek

- spreekbeurt

- discussie

- debat


- tweegesprek (als mondeling examen)

- spreekbeurt (als presentatie literatuur)



2. Strategische vaardigheden

- brainstormen

- non-verbale middelen hanteren

- selectief luisteren en kijken

- reflecteren op aanpak en resultaat



- informatie selecteren, ordenen en verwerken

- hoofdlijnen uitzetten

- selectief luisteren en kijken, en samenvatten

- formeel/ informeel taalgebruik onderscheiden

- reflecteren op aanpak en resultaat


- informatie selecteren, ordenen en verwerken

- hoofdlijnen uitzetten

- selectief luisteren en kijken, en samenvatten

- formeel/informeel taalgebruik onderscheiden

- reflecteren op aanpak en resultaat


- informatie selecteren, ordenen en verwerken

- hoofdlijnen uitzetten

- OVUR-principe toepassen


- toepassen strategische vaardigheden op presentatie en mondeling examen



3. Communi-catieve vaardig-heden

- informatie vragen

- informatie geven

- eigen mening geven


- informatie vragen

- informatie geven

- eigen mening geven

- overtuigen



- informatie geven

- eigen mening geven

- overtuigen

- argumen- teren



- informatie geven

- eigen mening geven

- argumen-teren


- toepassen communi-catieve vaardigheden op presentatie en mondeling examen


Schrijfvaardigheid:


Aspecten

Onderbouw 1

Onderbouw 2

Leerjaar 3

Leerjaar 4

IB

1. Tekstsoorten + kenmerken

- brief (informeel)

- formulier

- advertentie


- brief (informeel)

- verslag



- brief (formeel)

- verslag

- werkstukje

- betoog


- verslag

- uiteenzetting, beschouwing, betoog

- commentaar


- overtuigend, beschouwend en vergelijkend essay over literatuur

- commentaar op literatuur



2. Strategische vaardigheden

- brainstormen

- reflecteren op aanpak en resultaat




- informatie selecteren, ordenen en verwerken

- hoofdlijnen uitzetten

- formeel/ informeel taalgebruik hanteren

- reflecteren op aanpak en resultaat




- informatie selecteren, ordenen en verwerken

- hoofdlijnen uitzetten

- formeel/

informeel taalgebruik hanteren

- reflecteren op aanpak en resultaat


- informatie selecteren, ordenen en verwerken

- hoofdlijnen uitzetten

- formeel/

informeel taalgebruik hanteren

- OVUR-principe toepassen


- toepassen strategische vaardigheden op het schrijven over literatuur


3. Communica-tieve vaardigheden

- tekstverwerker gebruiken

- opbouw aanbrengen

- informatie geven

- spelling werkwoorden

- zinsbouw


- tekstverwerker gebruiken

- opbouw aanbrengen

- informatie geven

- overtuigen

- spelling

- zinsbouw




- tekstverwerker

gebruiken

- opbouw aanbrengen

- informatie geven

- overtuigen

- argumenteren

- spelling

- zinsbouw

- tekst verzorgen


- opbouw aanbrengen

- informatie geven

- argumenteren

- tekstverzorging

- spelling

- zinsbouw




- toepassen communicatie vaardigheden op het schrijven over literatuur


Fictie/Literatuur:


Aspecten

Onderbouw 1

Onderbouw 2

Leerjaar 3

Leerjaar 4

IB

1. Tekstsoorten + kenmerken

- dagboek

- gedicht

- roman/verhaal

- stripverhaal




- dagboek

- gedicht

- roman/verhaal

- stripverhaal




- dagboek

- gedicht

- roman/verhaal

- film


- tv-serie

- toneel


- dagboek

- gedicht

- roman/verhaal

- toneel



- dagboek

- gedicht

- roman/verhaal

- toneel



2. Strategische vaardigheden

- kiezen van een fictiewerk

- reflecteren op aanpak en resultaat



- kiezen van een fictiewerk

- reflecteren op aanpak en resultaat



- kiezen van een fictiewerk

- reflecteren op aanpak en resultaat



- kiezen van een fictiewerk

- OVUR-principe toepassen



- toepassen strategische vaardigheden op gelezen literaire werken

3. Communica- tieve

Vaardigheden



- relatie leggen tussen fictie en werkelijkheid

- benoemen van: personages, tijd/plaats, thema

- reactie geven


- relatie leggen tussen fictie en werkelijkheid

- benoemen van: personages, tijd/plaats, thema

- reactie geven


- relatie leggen tussen fictie en werkelijkheid

- benoemen van: personages, tijd/plaats, thema

- reactie geven


- relatie leggen tussen fictie en werkelijkheid

- benoemen van: personages, tijd/plaats, thema

- het werk plaatsen in een cultuur-historische en thematische context

- reactie geven



- toepassen communicatieve vaardigheden op gelezen literaire werken


Huiswerk

Awty gaat ervan uit dat leerlingen dagelijks enige tijd besteden aan huiswerk. Hieronder ziet u hoeveel huiswerk uw kind in zijn of haar grade kan verwachten.


Grades 1-2: 30 minuten

Grade 3: 1 uur

Grades 4-5: 1,5 uur

Grades 6-12: 30 minuten per vak


Bij de berekening van deze aantallen is uitgegaan van een leerling die een redelijk tot hoog werktempo heeft en die (nagenoeg) vloeiend is in de taal van instructie. Leerlingen die langzamer werken of de taal minder goed beheersen, moeten erop rekenen dat ze meer tijd kwijt zijn aan hun huiswerk.
Leerlingen in Lower School hebben wekelijks huiswerk voor Nederlands. Vaak is er tijdens de les tijd om aan het huiswerk te beginnen en hoeven leerlingen die hun tijd goed gebruiken ’s avonds minder tijd te besteden aan hun huiswerk.


      1. Cultuuronderwijs

In de klas (Lower School) wordt elke week tijd aan cultuuronderwijs besteed. Dit doen wij met behulp van NederLAND IN ZICHT. Deze methode is speciaal ontwikkeld voor het NTC onderwijs.Ook worden de belangrijke Nederlandse feesten en tradities besproken en/of gevierd.

December: Sinterklaas en Kerstntc 2010 sinterklaas tanja 6193641894_5ac0b69a3c_b.jpg



  • April: Koningsdag

Er wordt aangeraden om samen met uw kind de ontwikkelingen te volgen. Dit kunt u doen via het Jeugdjournaal, Het Klokhuis, e.d. Deze afleveringen kunt u bekijken op www.npo.nl.


Kerninhouden Nederlandse cultuur voor het NTC onderwijs
De lessen Nederlandse cultuur beogen het in stand houden en versterken van de verbondenheid met de Nederlandse cultuur, om een succesvolle terugkeer naar Nederland te bevorderen. De lessen Nederlandse cultuur worden gegeven ter ondersteuning van en als aanvulling op de Nederlandse taallessen.
We onderscheiden de domeinen:

  • festiviteiten, feestdagen, gebruiken en gewoontes;

  • jeugdcultuur en actuele ontwikkelingen;

  • Nederlandkunde.

De domeinen worden geïntegreerd en in onderlinge samenhang aangeboden, en zo veel mogelijk ook in samenhang met de Nederlandse taallessen.


Kerninhouden per domein:
Domein festiviteiten, feestdagen, gebruiken en gewoontes:

Leerlingen hebben kennis van en doen ervaringen op met typisch Nederlandse festiviteiten, feestdagen, gebruiken en gewoontes.


Domein jeugdcultuur en actuele ontwikkelingen:

Leerlingen zijn op de hoogte van actuele ontwikkelingen en de jeugdcultuur in Nederland.


Domein Nederlandkunde:

Leerlingen hebben kennis van de Nederlandse samenleving, vanuit historisch en (sociaal-) geografisch perspectief.


Uitwerking in leerstofaanbod:

Domein festiviteiten, feestdagen, gebruiken en gewoontes:

Voor alle groepen wordt de jaarlijkse cyclus van feestdagen doorlopen, waarbij in ieder geval aandacht is voor Koningsdag en Sinterklaas. Jaarlijks worden daarnaast andere feestdagen benadrukt, zoals carnaval, vader- en moederdag, Pasen, Kerst, enz.

Incidenteel (als daartoe aanleiding is) worden typisch Nederlandse evenementen belicht, zoals bijvoorbeeld de Elfstedentocht, Luilak, St. Maarten.


Domein jeugdcultuur en actuele ontwikkelingen:
Voor alle groepen:

  • lezen van en spreken over Nederlandse kinder- en jeugdtijdschriften

  • uitwisselen van persoonlijke ervaringen na contact met Nederland (bezoeken, visite, vakanties)

Groep 3 t/m 8:



  • contacten met kinderen in Nederland per post/e-mail/Internet

  • lezen van en spreken over Nederlandse tijdschriften, krantenberichten, websites, enz.

  • de inhouden aan de orde laten komen in verwerkingsopdrachten

Domein Nederlandkunde:


Voor alle groepen:

In alle groepen vormen de inhouden van dit domein een aanvulling (op het gebied van Nederlandse begrippen en de Nederlandse situatie) op het onderwijs dat in de dagschool al aan de orde komt bij de lessen aardrijkskunde, geschiedenis en andere onderwerpen op het gebied van ‘mens en maatschappij’.


Groep 1 t/m 4:

  • Onderwerpen ‘mens en maatschappij’ (waaronder aardrijkskunde en geschiedenis) die bij andere vakken aan de orde komen, met Nederlandse begrippen en aanvulling op de Nederlandse situatie, zie hierboven.

Groep 5/6:



  • Onderwerpen die in de andere lessen aan de orde komen, met Nederlandse begrippen en aanvulling op de Nederlandse situatie, zie hierboven.

  • De kinderen nemen kennis van specifieke sociaal-geografische en geschiedkundige kenmerken van de stad en/of regio waar men in Nederland (familie)banden mee heeft.

Groep 7:


  • Onderwerpen ‘mens en maatschappij’ (waaronder aardrijkskunde en geschiedenis) die bij andere lessen aan de orde komen, met Nederlandse begrippen en aanvulling op de Nederlandse situatie, zie hierboven.

  • De leerstof van het vakgebied aardrijkskunde voor groep 6: Nederland.

  • Onderdelen van de leerstof geschiedenis specifiek gericht op Nederland, waaronder in ieder geval ontdekkingsreizen en expansie (de Gouden Eeuw), het Koninkrijk na 1815, de Tweede Wereldoorlog en de hedendaagse maatschappij.




    1. Thuis

Met uw keuze voor lessen Nederlands geeft u aan dat u het belangrijk vindt dat uw kind het Nederlands bij blijft houden. Toch is het noodzakelijk ook buiten de lessen om extra aandacht te besteden aan de taal. De onderdompeling die uw kind in Nederland zou hebben, valt weg in het buitenland. Het is heel goed mogelijk dat het ene uurtje Nederlands tijdens een schooldag het enige moment is waarop het kind Nederlands spreekt.
Enige ‘hulp’ is dan ook onontbeerlijk. Hoe meer uw kind Nederlands leest, spreekt, schrijft en hoort, hoe groter de vaardigheid (en dus ook de woordenschat) in de taal zal zijn.
Activiteiten die kunnen helpen bij het vasthouden / ontwikkelen van het Nederlands zijn:


  • Nederlands spreken

    • Als u thuis consequent Nederlands spreekt, creëert u niet alleen een veilige omgeving waarin het kind de taal kan gebruiken, maar u laat ook zien dat u zelf waarde hecht aan de taal. Goed voorbeeld doet goed volgen in dit geval. Skypen met oma, opa, neefjes, nichtjes of vrienden in Nederlands is ook een prima idee.




  • Voorlezen / lezen

    • Voorlezen (of op latere leeftijd zelf lezen) helpt bij het leren van een taal. Daarnaast is het een uitstekend hulpmiddel voor het vergroten van de woordenschat.




  • Films, televisie en muziek

    • Kijken naar Nederlandse tv-programma’s en films helpt eveneens bij het uitbreiden van de woordenschat. BVN-TV zendt Nederlandse en Vlaamse televisieprogramma’s uit in blokken van acht uur. Via het internet kunt u eveneens diverse Nederlandse programma’s bekijken (www.npo.nl of www.rtlxl.nl) .




  • Tijdschriften

    • Niet alle kinderen zijn dol op het lezen van boeken. Overweeg om een abonnement te nemen op een Nederlands tijdschrift dat aansluit bij de leeftijd en belangstelling van uw kind. Het voordeel hiervan is dat het taalgebruik afgestemd is op de doelgroep.




  • Schrijven

    • Laat uw kind eens een brief, e-mail of kaart schrijven aan oma of opa, of een vriendje in Nederland. Kinderen kunnen bijvoorbeeld ook verhaaltjes insturen voor de weekeditie van het NRC of reporter worden voor Wereldkids.




  • Spelletjes

    • Er zijn diverse spelletjes op de markt die direct met taal te maken hebben. Denk bijvoorbeeld aan Scrabble, Woordrummikub, Taboe, Het grote taalspel, Het grote basisschoolspel of Pictionary. Voor oudere kinderen, die al een behoorlijke kennis van de taal hebben, kunt u denken aan het Van Dale spel. ntc 2011 pauze 6193827672_45e824cd17_b.jpg




  • Luisterboeken

    • CD’s voor in de auto of op ipod.


1   2   3   4   5   6   7

  • Richtingen
  • Kerndoelen basisonderwijs
  • Course Receptive skills Productive skills Interactive skills
  • Aantal lesuren
  • 3.2 Organisatie van het onderwijs Veranderingen t.o.v. vorig jaar
  • Overgang van primair naar voortgezet onderwijs
  • Groepsgrootte / Groepsindeling Groepsgrootte
  • Onderwijsaanbod en methoden Onderwijsaanbod Middle en Upper School
  • Het onderwijs in Lower School
  • Het onderwijs in Middle School
  • Het onderwijs in Upper School
  • Het IB-examenprogramma Language and Literature - Higher en Standard
  • De inhoud van het examen
  • Waarde van de onderdelen
  • Boekenlijst IB Language and Literature
  • Mondelinge taalvaardigheid
  • Kerninhouden Nederlandse cultuur voor het NTC onderwijs
  • Kerninhouden per domein
  • Uitwerking in leerstofaanbod

  • Dovnload 0.57 Mb.