Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Schoolgids Stichting Nederlands Onderwijs Rhodos Primair en Voortgezet onderwijs 2016 2017 Inhoudsopgave

Dovnload 265.76 Kb.

Schoolgids Stichting Nederlands Onderwijs Rhodos Primair en Voortgezet onderwijs 2016 2017 Inhoudsopgave



Pagina3/4
Datum04.04.2017
Grootte265.76 Kb.

Dovnload 265.76 Kb.
1   2   3   4

Plaatsing


Zitten blijven wordt zoveel mogelijk vermeden. Het gebeurt doorgaans alleen wanneer de leerresultaten en de ontwikkeling van een kind zodanig achterblijven bij die van de meeste klasgenoten, dat de school hiervoor geen andere oplossing gevonden heeft. Een klas overslaan gebeurt alleen wanneer de resultaten van het kind opvallend boven de norm uitsteken.





7.7 Vertrek van de leerling


Voor het vertrek wordt er, indien gewenst, een eindgesprek gehouden met de ouders en de leerkracht. De ouders krijgen het leerlingendossier voor de nieuwe

school mee. Het dossier omvat:

 


  • rapport met de vorderingen van de leerling

  • gegevens uit het leerlingvolgsysteem

  • bewijs van uitschrijving.

7.8 Huiswerk

Wekelijks wordt er, in de groepen 3 t/m 11 een kleine hoeveelheid huiswerk opgegeven. Dit geeft de leerling de mogelijkheid de lesstof zelfstandig te verwerken en daarnaast is het huiswerk een noodzakelijke aanvulling op het aantal uren NTC-onderwijs.

Hulp van de ouders bij zowel het maken van het huiswerk, als bij het actief

beoefenen van de Nederlandse taal thuis, is een vereiste en wordt dan ook zeer aanbevolen.

Op deze manier blijven de ouders bovendien actief betrokken bij de vorderingen van

hun kind(eren).




7.8 Buitenschoolse activiteiten

Onze school organiseert jaarlijks een diverse buitenschoolse activiteiten. Deze worden gedeeltelijk georganiseerd door de ouder activiteiten commissie. Daarnaast worden de overige ouders ingezet voor allerhande medewerking middels een gecoordineerd rouleersysteem. Tot de vaste activiteiten behoren:



  • Sinterklaasfeest

  • paaseieren zoeken in het Rodini park

  • Carnavalsfeest

  • Koningsdagviering

  • jaarlijkse schoolreisje (aan het eind van het schooljaar)

Gezamenlijke activiteiten met de SPOR



  • de Ecofair, een gezamelijke georganiseerde activiteit door alle landen aangesloten bij de SPOR

Onze leerlingen zijn altijd welkom op de door de Nederlandse Vereniging georganiseerde evenementen.

8. De leerkrachten

 

8.1 Wijze van vervangen bij ziekte of scholing.

 


Er kunnen redenen zijn dat leerkrachten niet aanwezig zijn, zoals bijv. door ziekte. Logischerwijs wordt er gestreefd naar zo min mogelijk uitval van lessen.

8.2 Professionalisering van leerkrachten en bestuur
Het is belangrijk dat de leerkrachten en bestuur de ontwikkelingen in het onderwijs in Nederland blijven volgen en steeds werken aan het vergroten van hun deskundigheid. Dat kan natuurlijk op allerlei manieren. Naast het internet wordt er getracht periodiek leerkrachten en bestuursleden deelte laten nemen aan de regionale bijscholing, afhankelijk van financiele speelruimte die de school heeft.

Door het wegvallen van financiele ondersteuning is professionalisering(bijv.bezoeken van leerkrachten of bestuur aan een (regionale) bijscholing onmogelijk geworden.


9. De ouders

 

9.1 Het belang van de betrokkenheid van de ouders


 

Van ouders en leerkrachten wordt verwacht dat zij handelen in het belang van het kind. Wij vinden een goede samenwerking tussen alle betrokkenen noodzakelijk en hopen dit in een sfeer van overleg en begrip te kunnen realiseren. Het is belangrijk dat ouders op de hoogte zijn van de vorderingen van hun kind(eren). Ouders kunnen op verzoek inzage krijgen in het leerlingvolgsysteem. Indien ouders de informatie ontoereikend vinden, kunnen zij een mondelinge of schriftelijke toelichting cq. uitleg vragen.

 

Van de ouders wordt verwacht dat zij vertrouwen hebben in het onderwijzend personeel. Begrip en respect voor elkaar is een uitgangspunt voor een goede communicatie. Het is gewenst dat de leerlingen op tijd in de klas aanwezig zijn, zich aan de lesuren houden, andere leerlingen niet storen en het opgegeven huiswerk hebben gemaakt. Aan de ouders wordt gevraagd hierop toe te zien.


Er wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met het weekprogramma van de leerlingen (Griekse school, bijlessen etc.)

In het kader van het NTC-onderwijs is het noodzakelijk dat de ouders en school dezelfde doelen stellen ten aanzien van het te bereiken niveau van Nederlandse taalbeheersing. Dit heeft alleen kans van slagen als de ouders zich betrokken voelen en interesse tonen. De mate waarin thuis Nederlands gesproken wordt is bepalend om het gestelde doel te verwezenlijken. Daarom benadrukken wij het belang van een continue stimulering in het gebruik van het Nederlands, juist ook in de thuissituatie.


Op school zijn de leerkrachten de eerste verantwoordelijken voor de kinderen.

De eindverantwoording voor het onderwijs en de algehele gang van zaken met betrekking tot de school heeft het bestuur.



9.2 Het belang van Nederlands spreken:
Tweetaligheid biedt heel veel voordelen en extra kansen. Laten we er samen voor zorgen dat onze kinderen die kansen kunnen grijpen!

Tips:


- Begin zo vroeg mogelijk met het spreken in uw moedertaal tegen uw kind.

- Wees consequent in het taalgebruik.

- Houd het leuk: dwing de kinderen niet om Nederlands te spreken, maar blijf zelf wel consequent Nederlands spreken.

- Als uw kind antwoordt in een andere taal, herhaal het gezegde in de Nederlandse taal.

- Kinderen mogen fouten maken, dus niet continue verbeteren.

- Zorg voor een ruim aanbod van Nederlands materiaal, zoals:

- boeken om (voor) te lezen; maak hiervoor gebruik van de schoolbibliotheek!, cd’s, luisterboeken, dvd’s, computerspelletjes, websites

- Stimuleer het onderhouden van e-mailcontact met familie en vrienden in Nederland.

- Laat uw kind ook met Nederlandstalige vriendjes spelen; organiseer leuke activiteiten, samen met andere Nederlandstaligen in het weekend of de vakantie
9.3 Initiatief tot een gesprek wanneer daar een reden voor is

 


Wanneer ouders vragen hebben over de studieresultaten, het gedrag- of leermoeilijkheden van hun kind kunnen zij het initiatief nemen tot een gesprek met de leerkracht. In gevallen waarin de leerkracht een gesprek met de ouders noodzakelijk acht, zal deze uiteraard zelf het initiatief daartoe nemen en de ouders voor een gesprek uitnodigen.
9.4 Ouderactiviteiten
Aan onze school is een ouderactiviteitencommissie (o.a.c.) verbonden. Deze commissie bestaat uit enkele personen, zo goed als altijd ouders van de leerlingen.

Sinds enkele jaren werkt de organisatie van de feestelijke activiteiten middels een gecoordineerd rouleersysteem waardoor meerdere ouders bij de diverse activiteiten betrokken worden. De coordinatie van de activiteiten en het rouleersysteem is in handen van het betreffende bestuurslid (Monique Adriaanse).

Leerkrachten en leden van het bestuur komen niet in aanmerking om zitting te nemen in de commissie.

 

De o.a.c. houdt zich bezig met:



* het organiseren van de buitenschoolse activiteiten

* het bevorderen van de ouderparticipatie door het betrekken van de ouders bij de

activiteiten
Tot de vaste activiteiten die door de ouderactiviteitencommissie jaarlijks georganiseerd worden behoren:


  • Paaseieren zoeken

  • Sinterklaasfeest

  • Carnavalsfeest

  • Koningsdag viering

  

9.5 Klachtenprocedure

 


Voor Nederlandse scholen in het buitenland is een klachtenregeling ontwikkeld, welke op school ter inzage voor de ouders ligt. Veruit de meeste klachten over de dagelijkse gang van zaken in de school zullen in onderling overleg tussen ouders, leerkrachten en leerlingen op een juiste wijze kunnen worden afgehandeld. Echter, indien de afhandeling niet naar tevredenheid heeft plaatsgevonden dan kan een beroep worden gedaan op de klachtenregeling. Uitgangspunt is dat klachten en/of problemen in eerste instantie rechtstreeks worden aangekaart met de degene die direct met de kwestie te maken heeft.

De klachtenregeling ziet er als volgt uit:


Niveau 1: de ouders nemen de klacht rechtstreeks op met de onderwijsgevende

Niveau 2: indien er geen bevredigende oplossing voor het probleem gevonden

wordt, dan kan wordt de vertrouwenspersoon van de school worden ingeschakeld.

Deze kan overigens ook al op het eerste niveau bij de kwestie worden betrokken, op verzoek van een der partijen. Het gevaar van gezagsondermijning van de onderwijsgevende ligt op de loer.

Niveau 3: indien ook na overleg met de vertrouwenspersoon de kwestie niet

bevredigend kan worden opgelost, dan wordt de zaak voorgelegd aan het schoolbestuur. Het bestuur zal in overleg met de vertrouwenspersoon de klacht onderzoeken en hopelijk tot een oplossing komen.


Als vertrouwenspersoon is aangewezen : Connie Patsa tel. 22410 23919

c.lagerberg@hotmail.com


Mocht de aard van de klacht afhandeling in onderling overleg niet mogelijk maken, of als de afhandeling niet naar tevredenheid heeft plaatsgevonden, kan er een beroep worden gedaan op de ‘Klachtenregeling Nederlands Onderwijs in het Buitenland’.

Voor vragen over het onderwijs in het buitenland kunt u terecht op telnr. 0031 774656767 en per email buitenland@onderwijsinspectie.nl

In het geval van klachten die gerelateerd zijn aan sexuele intimidatie is er een centraal meldpunt ‘Vertrouwensinspecteurs’ operationeel. U kunt hier dagelijks tussen 8.00 – 17.00 uur naar bellen via telefoonnummer 0031 306706001

10. De resultaten van het onderwijs

 

In het voorafgaande hebben we een beeld geschetst van de school en hoe het onderwijs binnen de school vorm krijgt. Dat roept de vraag op waartoe dit alles leidt.



10.1 Resultaten in cijfers
Als Nederlandse school in het buitenland spelen de resultaten van het gegeven onderwijs een belangrijke rol. Niet alle resultaten zijn meetbaar of kunnen in cijfers worden aangeduid. Belangrijk zijn ook de observaties van de leerkracht, die door evaluatie kan constateren of het gegeven onderwijs ook de beoogde resultaten heeft opgeleverd.
We meten de resultaten van de afgenomen van cito toetsen, methodegebonden en methodeongebonden toetsen door ze te vergelijken met de resultaten van leerlingen van diezelfde leeftijd in Nederland. De school streeft ernaar dat er een maximale achterstand van 2 jaar mag zijn ten opzichte van leeftijdsgenoten in Nederland.
Vanaf groep 3 tm groep 8 wordt jaarlijks de citotoets afgenomen.

We hanteren delen van het Cito-leervolgsysteem. Gedurende het schooljaar wordt bij voorkeur in de periode februari/maart de volgende toetsen afgenomen. Groep 2 doet de toets in januari en in mei en groep 3 in de periode mei/juni.


De Cito toets bestaat uit:

  • Drie Minuten Toets (DMT) vanaf groep 3

  • Schaal voor Spellingsvaardigheid (SVS) vanaf groep 3

  • Taalschaal vanaf groep 5

  • Begrijpend lezen vanaf groep 5

  • Woordenschattoets vanaf groep 5

De resultaten van de citotoets worden individueel met de ouders besproken in de 10 minutengesprekken tijdens de rapportuitreiking.

10.2 De resultaten van het onderwijs: toetsen
Er worden periodiek, verdeeld over het schooljaar, toetsen afgenomen binnen de groepen (vanaf groep 3) om de ontwikkeling van de leerlingen bij te houden. Dit gebeurt aan de hand van de zogenaamde methode afhankelijke toetsen. Dit zijn standaardtoetsen die door de taalmethode Taal Actief worden aangeboden. Daarnaast zijn er de methode onafhankelijke toetsen die door de leerkrachten zelf worden gemaakt om zo een beeld te krijgen of de behandelde stof van de afgelopen periode daadwerkelijk wordt beheerst door de leerlingen.
10.3 Diploma’s
Normaliter zou het Nederlandse onderwijs moeten worden afgesloten met een diploma dat vergelijkbaar is met dat van een Nederlandse middelbare school, op basis waarvan de leerling automatisch zou worden toegelaten tot het Nederlandse wetenschappelijk- of beroepsonderwijs. Het enige examen dat een diploma oplevert dat dit recht verleent is het NT2-II examen (Nederlands als Tweede Taal, 2e niveau), dat echter alleen in Nederland wordt afgenomen.
CNaVT examens

Onze school richt zich op het behalen van de ’Certificaten Nederlands als Vreemde Taal’(CNaVT), waarvoor de examens op onze school kunnen worden afgenomen. Het deelnemen aan de examens is mogelijk vanaf groep 8, is vrijwillig en altijd in overleg met leerling en ouder. Het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal (CNaVT) is een internationaal erkend certificaat voor studenten die buiten het Nederlandse taalgebied Nederlands leren.


Het CNaVT is een project van de Nederlandse Taalunie en wordt geleid en uitgevoerd door het Centrum voor Taal en Onderwijs (Katholieke Universiteit Leuven). Het CNaVT biedt vijf examens voor mensen die Nederlands als Vreemde Taal leren. Deze worden wereldwijd in meer dan 40 landen afgenomen, bij meer dat 2700 kandidaten. De examens toetsen talig functioneren op vier verschillende niveaus. Elk examen is bovendien geplaatst in een specifiek domein(maatschappelijk, educatief. Of professioneel) en heeft aparte doelstellingen.
Onze school biedt 4 examens aan te weten;
Maatschappelijk Informeel (INFO ) - A2 Voor wie wil functioneren in informele, alledaagse situaties

Maatschappelijk Formeel (FORM) - B1 Voor wie zelfstandig wil functioneren in meer formele contexten in de Nederlandse of Vlaamse samenleving

Zakelijk Professioneel (PROF) - B2 Voor wie het Nederlands nodig heeft op de werkvloer

Educatief Startbekwaam (STRT) - B2 Voor wie wil starten met een studie aan een Vlaamse of Nederlandse hogeschool of universiteit

De meeste Vlaamse en Nederlandse hogescholen en universiteiten erkennen de certificaten Educatief Startbekwaam (STRT) en Educatief Professioneel (EDUP) als bewijs van voldoende taalvaardigheid om een studie te beginnen.



Let op: In Nederland en Vlaanderen beslissen hogescholen en universiteiten zelf welke diploma’s en certificaten ze erkennen. We adviseren dan ook nadrukkelijk om contact op te nemen met de hogeschool of universiteit waar je kind les wil volgen en na te vragen of certificaten Educatief Startbekwaam (STRT) en Educatief Professioneel (EDUP) worden erkend.

Relatering aan het Europees Referentiekader (ERK):
Het CNaVT heeft al haar profiel- en domeinexamens gerelateerd aan het Europees Referentiekader (ERK of het Common European Framework of Reference-CEFR). Het ERK beschrijft het niveau waarop iemand een vreemde taal beheerst. Het ERK kent zes niveaus van functionele taalvaardigheid, van A1 tot en met C2:
Domeinexamens



domein

maatschappelijk



professioneel

educatief



informeel

formeel

gevorderd

startbekwaam

professioneel

niveau

A2

B1

B2

B2

C1






http://cnavt.org/cache/img/1074446b31db07bb7c182df4f03a3791-erk-relatering_examens.png
Veranderingen binnen het CNaVT

Deze jaren worden de examens vanuit het CNaVT herzien. Inmiddels zijn deze veranderingen in de laatste fase beland. Er wordt stapsgewijs overgeschakeld van een examensysteem op basis van profielen naar een systeem met drie domeinen, te weten het maatschappelijke, professionele en educative domein.Met deze vernieuwing wil het CNaVT het aanbod aan examens overzichtelijker maken en de relatie met het Europees Referentiekader (ERK) versterken.

De opbouw van de examens blijft soortgelijk. De veranderingen gaan gefaseerd in werking. Voor onze school betekent het dat in 2016 de eerste afname van het vernieuwde Maatschappelijk domeinexamen plaats heeft gevonden. In 2017 is de eerste afname van het vernieuwde Professionele domeinexamen. Het vernieuwde examen uit het Educatieve domein heeft in 2015 plaatgevonden, dat jaar echter hadden wij als school geen kandidaten voor dat domein.
Het examen bestaat uit drie delen, namelijk:

auditief (luisteren)

schriftelijk (schrijven en lezen)

mondeling

De eerste twee delen worden groepsgewijs afgenomen, het mondelinge gedeelte individueel. De afgenomen examens worden ter beoordeling toegezonden aan de Taalunie, waarna in juli/augustus zowel de kandidaten als de school bericht ontvangt.
Voor meer informatie zie www.cnavt.org
10.4 CNaVT Profielen(onder voorbehoud)
(INFO)Profiel Toeristische en Informele Taalvaardigheid – Maatschappelijk domein - Groep 8

Dit profiel is bedoeld voor mensen die contacten (willen) aangaan of onderhouden met Nederlandstalige familie of vrienden, voor mensen die zich als toerist in het Nederlands willen redden of voor mensen die in een niet- professionele context met nederlandstalige toeristen in hun eigen land willen communiceren.


(FORM)Profiel Maatschappelijke Taalvaardigheid – Maatschappelijk domein– Groep 9

Dit profiel is bedoeld voor mensen die interesse hebben voor de nederlands taal (en cultuur) en nederlandse teksten als krantenartikelen en nieuwsberichten willen begrijpen. Daarnaast is het profiel ook geschikt voor mensen die voor een langere periode in het nederlandse taalgebied willen verblijven en tijdens dat verblijf nederlands willen begrijpen en gebruiken.



(PROF)Profiel Professionele Taalvaardigheid – Professioneel domein - Groep 10

Dit profiel is bedoeld voor mensen die het nederlands nodig hebben binnen administratieve en dienstverlenende functies zoals administratief medewerker, informaticus, vertegenwoordiger, reisleider, telefonist, bankbediende, receptionist, boekhouder,.....



(STRT)Profiel Taalvaardigheid Hoger Onderwijs – Educatief domein - Groep 11 Dit examen is bedoeld voor hogeropgeleide volwassenen (18+) of jongeren (16+) aan het einde van het secundair/voortgezet onderwijs in het land van oorsprong die willen starten met een studie aan een Vlaamse of Nederlandse hogeschool of universiteit.

                                                                                      


Het afgelopen jaar zijn er examens afgelegd door leerlingen van groep 8, 9 en 11.
10.4 Behaalde examens over de jaren
Behaalde examens / 2009

PTIT 9 aantal deelnemers 9

PMT 7 aantal deelnemers 8

PPT 4 aantal deelnemers 8

PTHO 1 aantal deelnemers 1
Behaalde examens / 2010

PTIT - -

PMT 8 aantal deelnemers 8

PPT 7 aantal deelnemers 7

PTHO 5 aantal deelnemers 5

Behaalde examens / 2011

PTIT 7 aantal deelnemers 7

PMT - -

PPT 5 aantal deelnemers 5

PTHO 4 aantal deelnemers 6

Behaalde examens / 2012

PTIT - -

PMT 6 aantal deelnemers 7

PPT - -

PTHO 5 aantal deelnemers 9

Behaalde examens / 2013

PTIT 7 aantal deelnemers 7

PMT 7 aantal deelnemers 7

PPT 1 aantal deelnemers 1 -

PTHO 3 aantal deelnemers 4

Behaalde examens / 2014

PMT 8 aantal deelnemers 8

PTHO 4 aantal deelnemers 7

Behaalde examens / 2015

PPT 10 aantal deelnemers 10

Behaalde examens / 2016

PTIT 5 aantal deelnemers 5

PMT 2 aantal deelnemers 2

PTHO 6 aantal deelnemers 9
11. Kwaliteitszorg
Het is belangrijk een actief kwaliteitsbeleid te voeren. We proberen de kwaliteit van onze school te verbeteren door steeds in de gaten te houden of de kwaliteit nog goed is, het goede te behouden, te kijken wat er beter kan, verbeterplannen op te stellen, de verbeteringen door te voeren en vast te houden.
11.1 Bestuurlijk

Het programmeren en documenteren van de kwaliteitszorg is naar aanleiding van vernieuwingen binnen het Nederlandse onderwijs de vorige jaren op de school ingevoerd. We werken er voortdurend aan een helder beeld te hebben van de kwaliteitszorg door onder andere de ouderenquete, zelfevaluatie en de rapporten van de schoolbezoeken van de Inspectie van Onderwijs en de Stichting NOB. Aan de hand van een analyse van de resultaten worden zonodig verbeterplannen gemaakt. Dit is een cyclisch proces hetwelk voortdurend in ontwikkeling is.

Aandachtspunten voor het komend jaar, schooljaar 2016-2017, op bestuurlijk gebied:


  • Ons belangrijkste doelstelling is het openhouden van de deuren van de school nu de financiele steun helemaal is weggevallen. De ontwikkelingen, die het stopzetten van de subsidie met zich meebrengen worden nauwlettend in de gaten gehouden. Maatregelen zijn en worden genomen om de scholl, zo lang mogelijk bestaansrecht te kunnen blijven geven op de lange(re) termijn.

  • de inkrimping van het leerlingenaantal wordt nauwlettend in de gaten houden en zo mogelijk wordt het beleid op dit gebied(roostertechnisch, financieel en voor school in totaliteit) bijgestuurd. Het opstarten van een peutergroep is hier een voorbeeld van.

  • op het gebied van management wordt gestreefd naar een blijvende borging van de kwaliteitszorg middels effectief periodiek teamoverleg, het doelmatig bijhouden van de bestuurskalender(indicatoren), contacten met het NOB en opstellen en uitwerken van de opgestelde verbeterplannen

  • doelgerichter werken door de verbeterplannen duidelijker te formuleren in specifieke en meetbare termen(SMART)


11.2 Onderwijstechnisch

Voor het bepalen van de kwaliteit van het onderwijs wordt onder andere gebruik gemaakt van het leerlingvolgsysteem. Op basis van de resultaten van de leerlingen kijken we of de kwaliteit van het totale onderwijsaanbod op peil blijft en er, voor de taalrichting 1 en 2 leerlingen een maximale achterstand van 2 jaar is ten opzichte van leeftijdsgenoten in Nederland.


Aandachtspunten voor het komende jaar op onderwijstechnisch gebied:

  • de maatregelen en consequenties die genomen zijn, voortgekomen uit de stopzetten van de subsidie, nauwlettend in de gaten houden en kortsluiten met alle betrokken partijen

  • gewenste scorepercentage methodegebonden en methodeongebonden toetsen voor alle groepen: we streven ernaar dat er van alle groepen 85% van de leerlingen op elk toetsmoment tenminste een 7,0 (op schaal van 1-10) scoort

  • gewenste scorepercentages citotoets voor het primair onderwijs: we streven ernaar dat minimaal 85% van de leerlingen, van groep 5 en 7 op alle cito onderdelen, niet lager dan een C scoort

  • gebaseerd op resultaten(cq. scoringspercentages) van vorig schooljaar wordt er wederom meer tijd ingepland voor spelling omdat op dit onderdeel in alle groepen niet wordt voldaan aan het gewenste scorepercentage.

  • betere afstemming van de instructie en de verwerking op onderlinge verschillen tussen leerlingen

  • toegankelijke vastlegging van het gemaakte leerstofaanbod en de leerstofselecties

  • systematisch analyseren en evalueren van de leerlingresultaten en vervolgens verbeteren van de afstemming op de onderwijsbehoeften van leerlingen

  • het blijvend stimuleren met behulp van ‘het verkeerslicht’ van het zelfstandig werken zodat binnen de groepen de individuele leerling op eigen niveau en tempo kan werken



11.3 Veiligheid; een voorwaarde...
De school beschikt over een veiligheidsbeleid, hierin komen zaken aan de orde die de sociale en fysieke veiligheidsaspecten van de school aangaan.

Hieruit is, binnen het totale kwaliteitsbeleid, een veiligheidsplan tot stand gekomen.

De school vindt het belangrijk een werk-leeromgeving te creëren waarin de leerkrachten prettig kunnen werken en er voor de leerlingen een veilig en prettig leerklimaat heerst.
Met betrekking tot de veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen fysieke veiligheid en sociale veiligheid. Fysieke veiligheid richt zich op het in kaart brengen van de risico’s in en rondom de school; een voorbeeld hiervan is brandpreventie en de veiligheid van het schoolgebouw.

Sociale veiligheid kan worden omschreven als preventie van gedragsincidenten, bijvoorbeeld door gedragsregels toe te passen op school.


De checklist veiligheid wordt jaarlijks gecontroleerd.


Bijlage 1
Naar de peuter/kleuterGroep...........
De peuter- en kleuterjaren zijn belangrijke jaren. Kinderen leren dan zoveel dat daarmee een basis wordt gelegd voor de verdere ontwikkeling.

Een van de gebieden waarop kinderen vaak spelenderwijs grote vorderingen maken is de taal. In de korte tijd dat het kind op school is kan de Nederlandse school uw kind natuurlijk geen nederlands leren spreken. Daarom is het uitermate belangrijk om thuis met uw kind Nederlands te blijven praten.


1   2   3   4

  • 7.7 Vertrek van de leerling
  • 7.8 Huiswerk
  • 8.1 Wijze van vervangen bij ziekte of scholing.
  • 9.1 Het belang van de betrokkenheid van de ouders
  • 9.5 Klachtenprocedure

  • Dovnload 265.76 Kb.