Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Schoolplan 2011-2015 Inhoudsopgave Schoolplan 2011-2015

Dovnload 0.52 Mb.

Schoolplan 2011-2015 Inhoudsopgave Schoolplan 2011-2015



Pagina1/6
Datum01.08.2017
Grootte0.52 Mb.

Dovnload 0.52 Mb.
  1   2   3   4   5   6



SCHOOLPLAN 2011-2015


logoopkop fc


Inhoudsopgave Schoolplan 2011-2015





Naam

Inhoud

0

Voorwoord

1

Inleiding


    1. Doelen en functie van het schoolplan

    2. Procedures opstellen en vaststellen van het schoolplan

    3. Verwijzingen

2

Schoolbeschrijving


    1. Kenmerken school

    2. Kenmerken directie en leraren

    3. Kenmerken leerlingen

    4. Kenmerken ouders en omgeving

    5. Prognoses: interne en externe ontwikkelingen

3

Onderwijskundig beleid
Cultuureducatie

Sport en bewegen

Wetenschap en techniek

3.1 Missie + mission statement + streefbeelden

3.2 Visie(s): algemeen en specifiek

3.3 Levensbeschouwelijke identiteit

3.4 Leerstofaanbod + Toetsinstrumenten

3.5 Taalleesonderwijs

3.6 Rekenen en Wiskunde

3.7 Sociaal-emotionele ontwikkeling

3.8 Actief Burgerschap en sociale cohesie

3.9 ICT

3.10 Leertijd

3.11 Pedagogisch Klimaat

3.12 Didactisch Handelen

3.13 Actieve rol van de leerlingen

3.14 Zorg en begeleiding

3.15 Passend onderwijs – Afstemming

3.16 Opbrengstgericht werken

3.17 Opbrengsten


4

Personeelsbeleid


4.1 Organisatorische doelen

4.2 Schoolleiding

4.3 Beroepshouding

4.4 Integraal Personeelsbeleid – Professionalisering

4.5 Instrumenten voor personeelsbeleid

4.6 Verzuimbeleid



5

Organisatie & beleid


5.1 Structuur (organogram) schoolorganisatie + besturingsfilosofie

5.2 Structuur (groeperingsvorm)



    1. Schoolklimaat (incl. Sociale Veiligheid en Risico-Inventarisatie

    2. Communicatie (intern)

    3. Communicatie (met externe instanties)

    4. Communicatie (met ouders)

    5. Voor- en vroegschoolse educatie

    6. Buitenschoolse opvang (voor- , tussen- en naschools)

6

Financieel beleid

Materieel beleid



    1. Lumpsum financiering – ondersteuning

    2. Externe geldstromen

    3. Interne geldstromen

    4. Sponsoring

    5. Begrotingen

7

Kwaliteitsbeleid


7.0 Kwaliteitszorg + toelichting op indicatoren

7.1 Wet-en regelgeving

7.2 Terugblik Schoolplan 2007-2011 (“evaluatie”)

7.3 Strategisch beleid

7.4 Analyse inspectierapport(en)

7.5 Uitslagen Quick Scan en analyse

7.6 Kwaliteitszorg en ouders + Analyse oudervragenlijst

7.7 Kwaliteitszorg en leerlingen + Analyse leerlingenvragenlijst

7.8 Kwaliteitszorg en leraren + Analyse lerarenvragenlijst

7.9 Het evaluatieplan

7.10 Kwaliteitsprofiel (sterkte/zwakte-analyse)

7.11 Plan van Aanpak (2011-2012)

7.12 Plan van Aanpak (2012-2013)

7.13 Plan van Aanpak (2013-2014)

7.14 Plan van Aanpak (2014-2015)

Voorwoord

De indeling van het schoolplan 2011-2015 is afgestemd op het Strategisch beleidsplan van onze Stichting OP KOP en de beleidsterreinen die wij relevant vinden voor onze schoolontwikkeling. Deze beleidsterreinen vormen de focus voor onze kwaliteitszorg (zie hoofdstuk 7). Dit betekent, dat wij deze beleidsterreinen:


1. Beschrijven Wat beloven we? [zie schoolplan]

2. Periodiek (laten) beoordelen Doen wij wat we beloven? [zie hoofdstuk 7.9]

3. Borgen of verbeteren Wat moeten wij borgen? Wat verbeteren? [zie hoofdstuk 7.10 t/m 7.14]
De onderscheiden beleidsterreinen komen (deels) overeen met de kwaliteitsaspecten die de Inspectie van het Onderwijs onderscheidt in haar toezichtskader.
Tevens beschrijven in deze inleiding de competenties (in de geest van de wet Beroepen in het onderwijs) die wij hanteren voor de persoonlijke ontwikkeling van onze werknemers. Deze competenties vormen de rode draad in ons integraal personeelsbeleid (zie hoofdstuk 4). De beleidsterreinen en de competenties zijn logisch gekoppeld (zie schema) en afgeleid van de zeven bekwaamheidseisen in de wet Bio.


Onze beleidsterreinen

(kwaliteitszorg)

Afgeleid van de Wet BIO

Levensbeschouwelijke identiteit (3.3.)

Vakinhoudelijk competent (3)

Leerstofaanbod (3.4)

Vakinhoudelijk competent (3)

Taalleesonderwijs (3.5)

Vakinhoudelijk competent (3)

Rekenen en Wiskunde (3.6)

Vakinhoudelijk competent (3)

Sociaal-emotionele ontwikkeling (3.7)

Vakinhoudelijk competent (3)

Actief Burgerschap (3.8)

Vakinhoudelijk competent (3)

ICT (3.9)

Vakinhoudelijk competent (3)

Leertijd (3.10)

Organisatorisch competent (4)

Pedagogisch klimaat (3.11)

Pedagogisch competent (2)

Interpersoonlijk competent (1)



Didactisch handelen (3.12)

Didactisch en vakinhoudelijk competent (3)

Organisatorisch competent (4)



Actieve rol leerlingen (3.13)




Schoolklimaat (5.3)

Interpersoonlijk competent (1)

Zorg en begeleiding (3.14)

Vakinhoudelijk competent (3)

Passend onderwijs/afstemming (3.15)




Opbrengstgericht werken (3.16)




Opbrengsten (3.17)




Schoolleiding (4.2)

NSA

Beroepshouding (4.3)

Competent in samenwerken (omgeving) (6)

Professionalisering (4.4)

Integraal Personeelsbeleid



Competent in samenwerken (collegae) (5)

Competent in reflectie en ontwikkeling (7)



Interne communicatie (5.4)

Competent in samenwerken (collegae) (5)

Externe contacten (5.5.)

Competent in samenwerken (omgeving) (6)

Contacten met ouders (5.6)

Competent in samenwerken (omgeving) (6)

Voor- en vroegschoolse educatie (5.7)




Kwaliteitszorg (7.1)

Competent in reflectie en ontwikkeling (7)

Wet-en regelgeving (7.2)



In het schoolplan zijn hoofdstukken opgenomen (zie inhoudsopgave) die nader ingaan op de doelen die we stellen ten aanzien van de genoemde beleidsterreinen. In hoofdstuk 4, Integraal Personeelsbeleid, gaan we nader in op de rol en de functie van de onderscheiden competenties.


Hoofdstuk 1 Inleiding


    1. Doelen en functie van het schoolplan

Ons schoolplan beschrijft –binnen de kaders van het Strategisch beleidsplan van onze Stichtring OP KOP in de eerste plaats onze kwaliteit: onze missie, onze visie en de daaraan gekoppelde doelen. Wij spreken in dit geval van ambities (fase ‘to plan). Op basis van de huidige situatie hebben we diverse instrumenten ingezet om grip te krijgen op onze sterke en zwakke punten, en daarmee op onze verbeterdoelen (fase ‘to check) voor de komende vier jaar. Het schoolplan functioneert daardoor als verantwoordingsdocument (wat beloven we?) naar de overheid, het bevoegd gezag en de ouders, en als planningsdocument (wat willen we wanneer verbeteren?) voor de planperiode 2011-2015. Op basis van ons vierjarige Plan van Aanpak (zie hoofdstuk 7) willen we jaarlijks een uitgewerkt jaarplan opstellen. In een jaarverslag zullen we steeds terugblikken, of de gestelde verbeterdoelen gerealiseerd zijn. Op deze wijze geven we vorm aan een cyclus van plannen, uitvoeren en evalueren. Belangrijk is ook om het schoolplan “ levend “te houden.




    1. Procedures voor het opstellen, vaststellen en levend houden van het schoolplan

Het schoolplan is door de directie opgesteld in overleg met het team. De teamleden hebben meegedacht over de invulling van de verschillende hoofdstukken, en tevens conceptteksten aangeleverd. De komende vier jaar zullen we planmatig hoofdstukken van ons schoolplan met elkaar bespreken. Daarnaast zullen we aan het einde van ieder schooljaar het jaarplan voor het komende jaar samen vaststellen.

Om het schoolplan “ levend “te houden zijn de volgende activiteiten gepland:


  • WMK; afname Quick Scan / schooldiagnose, afname vragenlijsten leerkrachten, leerlingen en ouders. Beoordelingen beleidsterreinen

  • Teamleden tijdens plenaire teamvergaderingen / bouwvergaderingen mee laten denken over inhoud schoolplan. Verantwoordelijkheid en betrokkenheid worden hiermee vergroot

  • Jaarplan/verslag vaststellen

  • Evaluatie twee keer per jaar: februari,. Tussentijdse evaluatie en in juni de algemene evaluatie.

  • WMK regelmatig op de agenda van plenaire/bouw-vergaderingen en/of themavergaderingen.

  • Ambities op gebied van lesgeven: didactisch en pedagogisch handelen zijn gekoppeld, staan in relatie tot/ aan het personeelsbeleid: groepsbezoeken, beoordelen, gesprekkencyclus, POP enz. , bekwaamheidsdossier, kijkwijzers, collegiale consultaties op eigen/andere scholen

  • Planning en plan van aanpak goed zichtbaar in personeelskamer ophangen. personeelskamer

  • Regelmatig bespreken met onze MR

  • Ouders regelmatig informeren via onze wekelijkse nieuwsbrief, maandelijkse kleuternieuwsbrief en website.



    1. Verwijzingen

Ons schoolplan is een rompplan. Daarom verwijzen we naar de volgende beleidsstukken:




  • Schoolgids

  • Daltonboek; visitatieverslag / schoolverslag

  • Zorgplan

  • WMK-rapportages

  • Strategisch beleid Stichting “ OP KOP ”

  • Meerjarenplanning Leermiddelen, investeringsoverzicht

  • Document Actief Burgerschap en Sociale Integratie [visie, doelen en aanbod]

  • Bijlage “Kenmerken van de leerlingen en de consequenties daarvan”

  • Veiligheidsplan

  • Beleidsstukken op website school en OP KOP


Hoofdstuk 2 Schoolbeschrijving


    1. Gegevens school

School B voor Daltononderwijs

Stichting OP KOP

Mr. Zigher ter Steghestraat 1

8331 KG Steenwijk

directie@schoolbdalton.nl

http://www.schoolb.nl



    1. Kenmerken directie en leraren

De directie van de school bestaat uit een directeur en een adjunct-directeur. Beiden beschikken over het diploma ( Adjunct) Directeur Primair Onderwijs. Het aantal teamleden is 24. De school beschikt daarnaast over een conciërge.( vrijwilliger) De leeftijdsopbouw wordt gegeven in onderstaand schema (stand van zaken per 1-9-2010). Ons team kent een aantal specialisten: de IB-er en Daltoncoördinator. Daarnaast is er veel kennis / ervaring aanwezig op het gebied van taal/lezen, rekenen en techniek. Het ziekteverzuim is laag.




Per (…)

MT

OP

OOP

Ouder dan 50 jaar

1

7

1

Tussen 40 en 50 jaar

1

6




Tussen 30 en 40 jaar




7




Tussen 20 en 30 jaar




2




Jonger dan 20 jaar










Totaal

2

22

1




    1. Kenmerken leerlingen

Onze school (die in schoolgroep 2 valt) wordt bezocht door 286 kinderen (stand van zaken 1-10-2010). Slechts 3% van de leerlingen kent een gewicht (n=14). Onderstaand schema geeft de aantallen leerlingen per groep en het percentage gewogen leerlingen (1-10-2010):




Groep

Aantal

Gewicht

Aantal

Groep 1a/2a

24

0%

0

Groep 1b/2b

21

0%

0

Groep 1c/2c

23

0%

0

Groep 3a

21

1%

1

Groep 3b

20

0%

0

Groep 4a

20

8%

2

Groep 4b

22

3%

2

Groep 5

31

3%

3

Groep 5a/6a

27

0%

0

Groep 6

31

0%

0

Groep 7

33

1%

1

Groep 8

28

1%

1

Totaal

301

17%

10

De conclusie is, dat het aantal gewogen leerlingen niet groot is en dat de school te maken krijgt met een terugloop van het leerlingenaantal. In alle groepen wordt de komende jaren flink geïnvesteerd in extra aandacht voor taal/leesonderwijs en rekenen/wiskunde. Met name in het kader van opbrengst gericht werken.





    1. Kenmerken ouders en omgeving

Onze school staat in een licht vergrijzende wijk, met langzamerhand een toename van een aantal jongen gezinnen, wat consequenties heeft voor de instroom (zie ook hoofdstuk 2.3). Het opleidingsniveau van de ouders wordt gegeven in onderstaand schema (gerelateerd aan het gewicht). De kengetallen laten zien, dat onze school te maken heeft met een MBO/HBO-populatie. De ouderpopulatie laat geen directe gevolgen zien voor ons beleid m.b.t. actief burgerschap en sociale cohesie.




Groep

Aantal

0,0

0,3

1,2




HBO+

MBO

< MBO

Groep 1a/2a

24

24

0

0




20

17

11

Groep 1b/2b

21

21

0

0




21

15

6

Groep 1c/2c

23

23

0

0




19

19

8

Groep 3a

21

20

1

0




14

17

11

Groep 3b

20

20

0

0




16

14

10

Groep 4a

20

18

1

0




14

12

14

Groep 4b

22

20

2

0




16

14

14

Groep 5

31

28

3

0




28

16

18

Groep 5a/6a

27

27

0

0




30

13

11

Groep 6

31

31

0

0




23

24

15

Groep 7

33

32

1

0




31

18

17

Groep 8

28

27

1

0




30

13

13

Totaal

301
























    1. Prognoses: interne en externe ontwikkelingen

In het kader van ons nieuwe schoolplan zien we voor de komende vier jaren een aantal kansen (intern en extern) en bedreigingen (intern en extern) voor wat betreft de school, het personeel en de leerlingen. We willen daarmee nadrukkelijk rekening houden in ons beleid en onze beleidskeuzen







KANSEN

BEDREIGINGEN

INTERN


Nieuw schoolgebouw

Peuterspeelzaal in ons gebouw

BSO in eigen school en op loopafstand

Profilering Dalton

Goede faciliteiten TSO


Terugloop leerlingenaantal

Meer combinatiegroepen en groepen met grote leerlingenaantallen

Aantal gescheiden gezinnen

Nieuwe school in naburig dorp ( Tuk)




EXTERN


Zie boven

PR-beleid, profilering OP KOP

Profilering Dalton, coöperatief leren


Terugloop leerlingenaantal volgens prognoses

Bezuinigingen passend onderwijs

Bezuinigingen algemeen/overheid

Vermindering bruidsschat gemeente Steenwijkerland

Concurrentie met Accrete, kinderopvang

Marktaandeel openbaar onderwijs vermindert




Referentieniveaus Taal en Rekenen

Voor het hele onderwijs is vastgelegd wat leerlingen moeten kennen en kunnen als het gaat om Nederlandse taal en rekenen/wiskunde. Het gaat om basiskennis en – vaardigheden die voor alle leerlingen van belang zijn.

Het doel van de invoering van een referentiekader voor deze basiskennis en –vaardigheden is een algemene niveauverhoging. Het aanleren van de basiskennis en – vaardigheden is een kerntaak van het onderwijs.
Basiskennis en – vaardigheden kunnen leerlingen op verschillende niveaus beheersen. Voor taal zijn er in totaal vier niveaus beschreven en voor rekenen/wiskunde drie. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen een fundamenteel niveau ( F) en een streefniveau ( S)
Voor Nederlandse taal zijn per niveau de volgende domeinen beschreven:


  • mondelinge taalvaardigheid

  • lezen

  • schrijven

  • begrippenlijst en taalverzorging

Voor rekenen gaat het om de volgende domeinen:



  • getallen

  • verhoudingen

  • meten en meetkunde

  • verbanden

Door het invoeren van referentiekaders krijgen we efficiëntere en effectievere onderwijsprogramma’s en kan er gericht gewerkt gaan worden.

Samen met het opbrengst gericht werken moet dat leiden tot een kwaliteitsimpuls voor alle kinderen.
Acties:


  1. We nemen de oriëntatie en het invoeren van referentiekaders op in het 1e en 2e jaarplan

  2. Team en MR zullen uitvoerig geïnformeerd worden. Ouders krijgen hierover informatie via de nieuwsbrief en/of website



Hoofdstuk 3 Het onderwijskundig beleid
3.1. De missie van de school

3.1.1 Missie van onze school
Onze school is een openbare Daltonbasisschool voor kinderen van 4 t/m 12 jaar. Wij spelen en werken volgens de uitgangspunten van het Daltononderwijs, gebaseerd op de ideeën van Helen Parkhurst.

Onze school staat open voor alle leerlingen die aangemeld worden door hun ouders/verzorgers.


Het is ons doel om leerlingen cognitief en sociaal te ontwikkelen, zodat ze kunnen doorstromen naar een passend vorm van vervolgonderwijs. Gelet op het eerste vinden we m.n. de vakken Taal en Rekenen van belang, en gezien het tweede besteden we veel aandacht aan het (mede) opvoeden van de leerlingen tot volwaardige en respectvolle burgers.
3.1.2 Slogan en kernwaarden
Onze slogan is: Elk kind heeft recht op Daltononderwijs
Onze kernwaarden zijn:

1. Wij willen kinderen zich optimaal laten ontwikkelen door het hanteren van de Daltonuitgangspunten:

* vrijheid in gebondenheid ( gebonden aan regels en afspraken)

* verantwoordelijkheid

* zelfstandigheid

* samenwerking


2. Wij willen de kinderen een veilige schoolomgeving bieden en een goed pedagogisch klimaat
3.1.3 Streefbeelden (formuleren alsof ze al gerealiseerd zijn)
Voor de komende vier jaar zijn de volgende richtinggevende uitspraken van belang voor onze activiteiten en prioritering:
1. Op onze school zijn we voortdurend bezig om onze Daltonwerkwijze te optimaliseren

2. Op onze school besteden wij veel aandacht aan het bijbrengen en registeren van sociaal-emotionele vaardigheden.

3. Op onze school is er veel aandacht voor de basisvakken Nederlandse taal, rekenen/wiskunde en Engels

4. Op onze school besteden wij aandacht aan opbrengstgericht werken.( referentiekaders)

5. Op onze school geven we passend onderwijs

6. Wij besteden veel aandacht aan een goede communicatie op school

7. Op onze school zijn we constant bezig met Kwaliteitszorg ( WMK)


3.1.4 Missiebeleid
Beleid om de missie levend te houden:


  1. Missie, slogan en kernwaarden komen 1 x in de twee jaar aan bod in een (plenaire) teamvergadering

  2. Missie en visie zijn opgenomen in de schoolgids en dit schoolplan

Waar onze school voor staat is hieronder afgebeeld. De basis wordt gelegd in de kleuterbouw, waar we werken volgens de uitgangspunten van Basisontwikkeling. Daarnaast is ons

“ School B –huis “ opgebouwd rond directe instructie – structuren coöperatief leren en vaste specifieke School B-kenmerken.

Dit allemaal onder het dak van Dalton, waarbij we de uitgangspunten van Dalton hanteren.

Op deze wijze hebben wij onze School B-visie/missie vorm gegeven.

3.2. De visies van de school


      1. Algemeen


3.2.1.1 Levensbeschouwelijke identiteit
Onze school is een openbare basisschool. De aandacht voor levensbeschouwelijke vorming is verweven in het onderwijs. Wel besteden we structureel en expliciet aandacht aan geestelijke stromingen. We zien een sterke relatie zien tussen levensbeschouwelijke vorming, sociaal-emotionele ontwikkeling (o.a. omgaan met de ander en de omgeving – ontwikkeling sociale vaardigheden) en actief burgerschap en sociale cohesie. We vinden het belangrijk, dat leerlingen op een goede wijze met elkaar omgaan en dat ze respect hebben voor de mening en visie van anderen. In relatie met de leerlingenpopulatie besteedt de school beperkt aandacht aan specifieke feesten die gerelateerd kunnen worden aan een bepaalde levensbeschouwing.
3.2.1.2. Lesgeven (pedagogisch-didactisch handelen)
Daltonidentiteit

Daltonidentiteit

Leren is werken

zelfstandig en samen

Het onderwijs op een daltonschool stelt de ontwikkeling van de leerling centraal.

De begeleidingsfunctie van de leerkracht is daarbij cruciaal.

Visie op opvoeding en leren

Een kind is in staat tot het dragen van verantwoordelijkheid voor zichzelf en voor zijn omgeving als

ouders en leerkrachten het kind de ruimte geven om zich te ontwikkelen tot een vrijdenkende en

verantwoordelijke jongvolwassene. Het is de opdracht van een daltonschool om de leerling uit te

dagen tot leren èn leven. Ruimte voor intellectuele groei in evenwicht met persoonlijke en sociale

groei zal leiden tot een mens zonder vrees met een ondernemende democratische grondhouding.



Door vrijheid te geven komt er ruimte voor zelfstandig werken en samenwerken.

Het daltononderwijs stelt zich ten doel het zelf werken en met elkaar werken van leerlingen zoveel

mogelijk te bevorderen door hen daartoe de vrijheid te geven. Dit krijgt vorm in een pedagogisch

klimaat van wederzijds vertrouwen, waarbij leerlingen en leerkrachten verantwoordelijkheid

nemen of geven en verantwoording afleggen of vragen voor eigen werk en handelen.

Deze visie zal leiden tot leerlingen die later als volwassenen ondernemend en zelfverantwoordelijk

kunnen leven, werken en samenleven.
Vrijheid en verantwoordelijkheid

Freedom and responsibility together perform the miracle”

Vrijheid in het daltononderwijs is de gelegenheid krijgen om het taakwerk zelf te organiseren.

De opgegeven leerstof en de eisen die daaraan worden gesteld, de tijdslimiet en de schoolregels

vormen de grenzen waarbinnen de leerlingen hun vrijheid leren gebruiken. De school biedt de

leerlingen ruimte voor een verantwoorde keuze bij het verwerken van de leerstof. De begeleiding

van de leerkrachten is er op gericht de leerlingen zich verantwoordelijk te laten voelen voor het

eigen leren. Leerlingen krijgen de ruimte om te experimenteren, maar worden tegelijk ook

geconfronteerd met de relatie tussen wat ze doen en wat dat oplevert. Dat is voor leerlingen een

geleidelijk leerproces, waarin zelfkennis en zelfinschatting een grote rol spelen. Vrijheid is

noodzakelijk om eigen keuzes te kunnen maken en eigen wegen te vinden. Door leerlingen meer

ruimte te bieden kunnen zij een actieve en nieuwsgierige leerhouding ontwikkelen. Maar vrijheid

betekent niet dat alles zomaar kan en mag. Het is de taak van de leerkracht om iedere leerling de

structuur te bieden om vrijheid binnen grenzen te leren hanteren.


Zelfstandigheid

Experience is the best and indeed the only real teacher”

Zelfstandig leren op een daltonschool is ervaringsleren: dit betekent dat leerlingen uitgedaagd

worden hun leertaken zelf tot een goed einde te brengen. Deze manier van werken stimuleert het

probleemoplossend denken van de leerlingen. Om later als volwassenen goed te kunnen

functioneren moeten de leerlingen leren beoordelen welke beslissingen zij moeten nemen. De

keuzevrijheid dwingt de leerlingen tot het nemen van zelfstandige beslissingen die effectief en

verantwoord zijn.


Samenwerking

The school functions as a social community”

Daltononderwijs biedt de leerlingen iedere dag de mogelijkheid samen te werken. Doordat

leerlingen samen met leerkrachten en medeleerlingen aan hun leertaken werken, leren zij met

elkaar om te gaan en leren zij dat zij elkaar kunnen helpen. Het verwerven van kennis en

vaardigheden in samenwerking met anderen kan het leren vergemakkelijken. Samenwerken met

anderen heeft daarnaast een functie op het gebied van sociale vorming: leerlingen leren dat er

verschillen bestaan tussen mensen. Ze leren naar elkaar te luisteren en respect te hebben voor

elkaar. Als leerlingen met elkaar samenwerken ontwikkelen ze sociale vaardigheden en leren ze

reflecteren op de manier waarop ze leren, zoals het beoordelen van de eigen inbreng en die van

de medeleerlingen, het aanleren van discussievaardigheden, het leren omgaan met

teleurstellingen en het ervaren van de meeropbrengst uit de samenwerking.


Dalton ankerpunten:

1. In het daltononderwijs zien we de leerling als de ondernemende zelfstandige die het

schoolwerk als taak aanneemt en zich eigen maakt.



2. In het daltononderwijs krijgt de leerling de gelegenheid om in eigen tempo, op eigen wijze

en in eigen volgorde een taak te verwerken waarin een hoeveelheid (deels door de leerling

zelf gekozen) onderwijsactiviteiten over een bepaalde tijdsperiode staan gepland.

3. In het daltononderwijs wordt de leerling uitgedaagd en krijgt het de gelegenheid zich te

oefenen in het plannen, organiseren, regisseren, reflecteren en initiatief nemen.



4. In het daltononderwijs krijgen leerlingen de gelegenheid met elkaar te werken. Dit bevordert

de socialiteit en groepsinteractie.



5. In het daltononderwijs krijgt de leerling waar nodig passende begeleiding en hulp van de

leerkracht om zich nieuwe vaardigheden eigen te maken met het doel zijn taak te kunnen

volbrengen.

6. In het daltononderwijs gaat de leerkracht uit van de mogelijkheden van zijn leerlingen en is

hij/ zij er op gericht om de motivatie en het zelfvertrouwen van zijn leerlingen te vergroten.



7. In het daltononderwijs vertrouwen we op de professionaliteit en betrokkenheid van

leerkrachten en dat zij dit verder ontwikkelen en met reflexiviteit praktiseren.



8. In het daltononderwijs is de leerkracht in staat om het beste uit de samenwerking met zijn

collega’s te halen met het doel om samen het onderwijsaanbod te verbeteren en daardoor

de school te profileren.

9. Het onderwijs op een daltonschool is door een efficiënte inrichting van tijd, ruimte en

middelen doelmatig.



10. Het onderwijs op een daltonschool is door bezinning en reflectie doordacht.

11. Het onderwijs op een daltonschool is didactisch open en geeft ook ruimte aan andere

inzichten en werkvormen die de leerlingen in staat stellen hun taak te volbrengen.



BORGING

Het daltononderwijs wordt geborgd door zelfevaluatie en visitatie.



3.2.1.3 Zorg en begeleiding ( Katern zorg en opbrengsten)
Onze school besteedt veel aandacht aan de zorg en begeleiding van de leerlingen. De ontwikkeling van de leerlingen wordt gevolgd met behulp van Cito-toetsen (cognitief) en Viseon (sociaal-emotioneel). De zorg richt zich op het wegwerken of verkleinen van onderwijs-achterstanden (leerprestaties) en het verbeteren van de sociaal-emotionele ontwikkeling. De toetsresultaten beschouwen we als indicatief. Het totaalbeeld van de leerling –zoals dat in het gesprek tussen IB-er en leraar aan de orde komt- bepaalt de onderwijsbehoefte van de leerling. De laatste jaren zijn we overgegaan op handelingsgericht werken. Daar waar mogelijk proberen we leerlingen te clusteren, en wordt er gewerkt met groepsplannen. Binnen de groepsplannen houden we oog voor het individuele kind. Wat ons betreft richt de zorg zich op meerdere typen leerlingen. In de eerste plaats focust de zorg zich op de D- en E-leerlingen en daarnaast besteden we bij de zorg en begeleiding aandacht aan de meer begaafde leerlingen. De leerlingen met een D- en E- score worden in de leerlingbespreking besproken met de IB-er. In beginsel geven we een HP aan leerlingen met een E-score en aan leerlingen die te maken krijgen met een zeer sterke terugval. Een HP kan zowel een cognitief (HPC) als een gedragsmatig (HPG) accent krijgen. Ook onderscheiden we het groepsplan (voor een kind) en het individuele plan (voor de groep als geheel).
3.2.2. Specifiek
3.2.2.1 Onderwijskundig concept

Daltonconcept. Zie Daltonboek School B




Onze onderwijskundige speerpunten
Onze school heeft een aantal principes vastgesteld voor kwalitatief goed onderwijs. Ten aanzien van ons onderwijs (effectief onderwijs) zoeken we naar een goede balans tussen de aandacht voor de cognitieve ontwikkeling en de sociaal/emotionele en van de kinderen. Van belang zijn de volgende aspecten:


  1. De leertijd wordt effectief besteed

  2. Het leren van de leerlingen staat centraal

  3. Er wordt gewerkt met het directie instructie model en gedifferentieerde instructie

  4. De leerkrachten hebben hoge verwachtingen van de leerlingen en laten dat merken

  5. Leerlingen die dat nodig hebben krijgen extra aandacht

  6. Er wordt gewerkt met het BHV-model (basisstof, herhalingsstof, verrijkingsstof)

  7. De leraren passen hun onderwijs aan gelet op de kwaliteiten van een kind, een groepje of de groep als geheel

  8. De leraren werken opbrengstgericht (vanuit heldere doelstellingen)

  9. Leerkrachten zorgen voor een ordelijk en gestructureerd klimaat dat geschikt is voor leren

en onderwijzen

  1. De communicatie (interactie) tussen de leerkracht en de leerlingen en de leerlingen

onderling verloopt geordend

  1. Het belang van de (bege)leidende en sturende rol van de leerkracht wordt onderkend

  2. De leraren zetten waar mogelijk aan tot het werken met (behulp van) ICT-middelen

  3. De zorg en begeleiding is een onderdeel van het handelen van de leraren



    1. Levensbeschouwelijke identiteit

Onze school is een openbare basisschool. De aandacht voor levensbeschouwelijke vorming is verweven in het onderwijs. Wel besteden we structureel en expliciet aandacht aan geestelijke stromingen. We zien een sterke relatie zien tussen levensbeschouwelijke vorming, sociaal-emotionele ontwikkeling (o.a. omgaan met de ander en de omgeving – ontwikkeling sociale vaardigheden) en actief burgerschap en sociale cohesie. We vinden het belangrijk, dat leerlingen op een goede wijze met elkaar omgaan en dat ze respect hebben voor de mening en visie van anderen. In relatie met de leerlingenpopulatie besteedt de school beperkt aandacht aan specifieke feesten die gerelateerd kunnen worden aan een bepaalde levensbeschouwing. Onze ambities zijn:




  1. We besteden aandacht aan levensbeschouwing bij andere vakken (integraal)

  2. We besteden expliciet aandacht aan geestelijke stromingen; HVO / godsdienst /

  3. We besteden gericht aandacht aan de sociaal-emotionele ontwikkeling (waarbij het accent ligt op omgaan met jezelf, de ander en de omgeving).

  4. We besteden gericht aandacht aan actief burgerschap en sociale cohesie

  5. We laten leerlingen bewust kennismaken met de verschillen in de samenleving

  6. Op school besteden we aandacht structureel aandacht aan religieuze feesten

  7. We hanteren normen en waarden en vinden respect voor elkaar belangrijk.


Beoordeling (zie hoofdstuk 7.9)

De ambities worden 1 x per vier jaar beoordeeld door de directie en het team m.b.v. de Quick Scan WMK


Verbeterpunten (zie hoofdstuk 7.10)

  • (…)


3.4 Leerstofaanbod
Op onze school gebruiken we eigentijdse methodes die voldoen aan de kerndoelen. De methodes worden bij de hoofdvakken integraal gebruikt door de leraren. Voor de toetsing van de leerstof maken we gebruik van methode-onafhankelijke en methodegebonden toetsen. Ten aanzien van leerstofaanbod hebben we de volgende ambities vastgesteld


  1. Onze moderne methodes voldoen aan de kerndoelen (zie overzicht)

  2. We gebruiken voor Taal en Rekenen methodegebonden toetsen (zie overzicht)

  3. Het leerstofaanbod vertoont een doorgaande lijn

  4. Het leerstofaanbod komt tegemoet aan relevante verschillen

  5. Het leerstofaanbod voorziet in de ondersteuning van de sociaal-emotionele ontwikkeling

  6. De school besteedt aandacht aan actief (goed) burgerschap

  7. Het leerstofaanbod voorziet in het gebruik leren maken van ICT

  8. Het leerstofaanbod voorziet in aandacht voor intercultureel onderwijs

  9. Het leerstofaanbod bereidt leerlingen voor op het vervolgonderwijs


Beoordeling (zie hoofdstuk 7.9)

De ambities worden 1 x per vier jaar beoordeeld door de directie en het team d.m.v. de Quick Scan WMK.


Verbeterpunten (zie hoofdstuk 7.10)

  • (…)


Schema Vakken – Methodes – Toetsinstrumenten


Vak

Methodes

Toetsinstrumenten

Vervangen in:

Taal

Schrijven


Spelling

Kleuterplein

Veilig Leren Lezen

Taalverhaal

Schrijven in de basisschool

Taalverhaal

ZLKS Jose Schraven



CITO - Taal voor kleuters (groep ..)

CITO – (…) (groep ..)

(…)

Methodegebonden toetsen (groep 3 t/m 8)



CITO – entreetoets, CITO – eindtoets




Lezen

Voortgezet technisch

Begrijpend lezen


VLL
nieuwe Estafette

Nieuwsbegrip



CITO – DMT

AVI


Protocol Leesproblemen – Dyslexie




Rekenen/wiskunde

Pluspunt

CITO




Sociaal-emotioneel

Leefstijl

EGGO


nvt


2012

Geschiedenis

Bij de Tijd

Methodegebonden toetsen

2013

Aardrijkskunde

Hier en Daar

Methodegebonden toetsen




Natuuronderwijs

Leefwereld

Methodegebonden toetsen




Verkeer

Klaarover, 3/4

Op voeten en fietsen, 5/6

Jeugdverkeerskrant

7/8


Nvt




Expressievakken:

  • Muziek

  • Handv.heid

  • tekenen

Moet je doen /

Ideeën-mappen



Nvt




Wetenschap/Techniek

Techniektorens

Nvt




Bewegingsonderwijs

Plan Epe

Nvt







  • Zie verder De Meerjarenplanning Leermiddelen

  • Zie Meerjarenbegroting




    1. Taalleesonderwijs

Het vakgebied Nederlandse taal krijgt –op basis van de leerlingenpopulatie- veel aandacht in ons curriculum. We leren de kinderen taal om goed met anderen om te kunnen gaan en om effectief te kunnen communiceren. Om de wereld om je heen goed te kunnen begrijpen is het nodig om de taal adequaat te leren gebruiken. Ook bij veel andere vakken heb je taal nodig. Het is belangrijk dat kinderen snel goed kunnen lezen, omdat ze daardoor de informatie bij de andere vakken sneller kunnen begrijpen en gebruiken. Vanaf groep 1 (feitelijk vanaf de peuterspeelzaal) werken we met goede methodes (zie Leerstofaanbod). Het leesplezier van de leerlingen wordt bevorderd door de klassenbibliotheek en het ( interactieve) voorlezen. Vanaf groep 5 worden de mondelinge en schriftelijke taalvaardigheid verder ontwikkeld door het houden van spreekbeurten, leesverslagen en het maken van werkstukken. Onze ambities zijn :




  1. Onze school werkt aan een up-to-date taalbeleidsplan

  2. Onze school beschikt over een gekwalificeerde taalspecialist

  3. De school werkt in de groepen 1 en 2 met Kleuterplein

  4. De school beschikt over een goede methode voor aanvankelijk leesonderwijs (met veel differentiatiemogelijkheden, Nieuwe methode Veilig Leren Lezen): Instap Kleuterplein

  5. De school beschikt over goede (actuele) methodes voor taal, begrijpend lezen en voortgezet technisch lezen

  6. De school besteedt veel tijd aan taal- en woordenschatonderwijs

  7. Het rooster verheldert voldoende welke taalonderdelen wanneer aan bod komen

  8. De school geeft technisch lezen in alle groepen (t/m groep 8)

  9. De school besteedt veel aandacht aan spelling en gebruikt daarvoor de methodiek van Jose Schraven ( Zo leren kinderen lezen en spellen)

  10. De school heeft normen vastgesteld voor het leesonderwijs

  11. Kinderen die uitvallen op technisch lezen krijgen extra leertijd d.m.v. estafettelezen en tutorlezen.

  12. De school beschikt over een Protocol Dyslexiebeleid.

  13. In groep 2 worden de kinderen gescreend door de logopediste

  14. We laten de kinderen taal beleven door extra activiteiten, zoals de kinderboekenweek, het voorleesontbijt, de poëziewedstrijd etc.

  15. We gebruiken CITO-toetsen om de ontwikkeling van de leerlingen te volgen


Beoordeling (zie hoofdstuk 7.9)

De ambities worden 1 x per vier jaar beoordeeld door de directie en het team d.m.v. de Quick Scan of schooldiagnose WMK.


Verbeterpunten (zie hoofdstuk 7.10)


    1. Rekenen en Wiskunde

Rekenen en wiskunde vinden we een belangrijk vak. Het rooster borgt, dat we expliciet aandacht besteden aan rekenen en wiskunde en aan het automatiseren van het geleerde. We constateren dat rekenen in toenemende mate taliger is geworden, en dat dit bij steeds meer leerlingen leidt tot problemen. Daarom richt het automatiseren zich op kale sommen (om de basisvaardigheden goed in te slijpen). We gebruiken moderne methodes vanaf groep 1 (Kleuterplein, basisontwikkeling Pluspunt) en Cito-toetsen om de ontwikkeling van de leerlingen te volgen. We werken bij rekenen met groepsplannen om passend onderwijs te realiseren. De leraren hebben zich uitgebreid geprofessionaliseerd m.b.t. het werken met compacten. Binnenkort hebben we een gecertificeerde rekenspecialist, die zich o.a. gaat bezighouden met het schrijven van rekenbeleidsplan.


Onze ambities zijn:


  1. Onze school werkt aan een up-to-date taalbeleidsplan

  2. Onze school beschikt over een gekwalificeerde rekenspecialist

  3. We beschikken over een moderne, eigentijdse methode (groep 1 t/m 8)

  4. In groep 1 en 2 wordt er les gegeven aan de hand van activiteiten uit Kleuterplein)

  5. De leraren besteden structureel aandacht aan rekenen en wiskunde (rooster)

  6. Het rooster vermeldt de aandacht die besteed wordt aan automatiseren

  7. We volgen de ontwikkeling van de leerlingen m.b.v. het Cito-LVS

  8. Per groep hebben we voor de Cito-toetsen normen vastgesteld. Ook op bestuursniveau.

  9. We gebruiken de methodegebonden toetsen systematisch

  10. De leraren beschikken over voldoende kennis en vaardigheden t.a.v. de moderne rekendidactiek (ze zijn op de hoogte van de nieuwste inzichten)

  11. De leraren stemmen –indien noodzakelijk- de didactiek af op de groep

  12. De leraren werken bij rekenen en wiskunde met groepsplannen (HGW)

  13. Ieder schooljaar doen we mee aan de Grote Rekendag


Beoordeling (zie hoofdstuk 7.9)

De ambities worden 1 x per vier jaar beoordeeld door de directie en het team d.m.v. de Quick Scan of schooldiagnose WMK.


Verbeterpunten (zie hoofdstuk 7.10)

    1. Sociaal-emotionele ontwikkeling

Het sociaal-emotionele welbevinden van de leerlingen heeft veel invloed op hun totale functioneren. Onze school besteedt daarom structureel en systematisch aandacht aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen. We doen dit omdat we onze kinderen willen opvoeden tot verantwoorde burgers. Ze moeten goed voor zichzelf kunnen zorgen en goed kunnen omgaan met de mensen en de wereld om hun heen (dichtbij en verder weg). De ontwikkeling van de groep en de individuele leerlingen wordt tijdens de groeps (leerling) bespreking besproken (leerkracht en IB’er). In deze gesprekken worden ook mogelijke aanpakken voor een groep of voor een individuele leerling besproken. Onze ambities zijn:




  1. Onze school besteedt structureel en systematisch aandacht aan de sociaal-emotionele ontwikkeling (zie rooster)

  2. Onze school beschikt over een methode voor sociaal-emotionele ontwikkeling; Leefstijl

  3. Onze school beschikt over een LVS voor sociaal-emotionele ontwikkeling

  4. We beschikken over normen: als meer dan 25% van de leerlingen uitvalt op een aspect (D/E), dan volgt er actie (groepsplan)

  5. We houden bij hoeveel IHP’s en GHP’s er per jaar in een groep uitgevoerd worden

  6. Het rapport geeft waarderingen voor de sociaal-emotionele ontwikkeling

  7. De sociaal emotionele ontwikkeling komt aan bod tijdens de leerlingenbespreking

  8. De leerlingen van groep 7 en 8 vullen groep tweejaarlijks een algemene vragenlijst in en een vragenlijst over sociale veiligheid.

  9. We koppelen de sociaal-emotionele ontwikkeling aan godsdienstonderwijs en actief burgerschap


Beoordeling (zie hoofdstuk 7.9)

De ambities worden 1 x per vier jaar beoordeeld door de directie en het team d.m.v. de Quick Scan WMK.


Verbeterpunten (zie hoofdstuk 7.10)

3.8 Actief Burgerschap en sociale cohesie
Als school zien wij enkele landelijke en lokale risico’s die de ontwikkeling van goed burgerschap belemmeren.

Landelijk:

  • er ontstaat een tendens dat wij steeds meer in een individuele maatschappij leven. Mensen houden steeds minder rekening met elkaar en zijn steeds meer gericht op de eigen persoon en/of het eigen gezin.

  • De normen en waarden die gelden in de samenleving vervagen en zijn bij steeds minder mensen bekend.


Lokaal:

  • Op School B komen de leerlingen relatief weinig in aanraking met andere culturen. We hebben een aantal ouders van oorsprong buitenlands: Turkije, voormalig Joegoslavië, Suriname, Brazilië, Spanje, Marokko, Ned,. Antillen en China. De kinderen van deze ouders zijn in Nederland geboren en hebben zich goed aangepast aan onze Nederlandse cultuur.

  • Op School B is het aantal gebroken( gescheiden) gezinnen sterk toegenomen. Een inventarisatie leverde 36 gescheiden gezinnen op = bijna 20%. Wij merken dat hierdoor de communicatie tussen ouders, leerlingen en school niet altijd op elkaar afgestemd is. Regels worden verschillend geïntepreteerd en nageleefd. Kinderen hebben soms zichtbaar last van de scheidingsperikelen.

Bij enkele gescheiden ouders lopen rechtszaken, die duidelijkheid moeten geven over aan wie het kind toegewezen wordt en duidelijkheid over voogdij.
Op School B willen wij kinderen inleiden in de maatschappij. Burgerschapsvorming is het helpen vormen van wie je bent (identiteit), mogelijkheden aanreiken om te kunnen deelnemen aan de samenleving (participatie) en kennis verwerven van en leren omgaan met de principes van democratie.
Leerlingen groeien op in een steeds complexere, pluriforme maatschappij. Onze school vindt het van belang om haar leerlingen op een goede manier hierop voor te bereiden. Leerlingen maken ook nu al deel uit van de samenleving. Allereerst is kennis van belang, maar daar blijft het wat ons betreft niet bij. Vanuit onze openbare identiteit vinden wij het belangrijk dat leerlingen op een bewuste manier in het leven staan, waarbij ze niet alleen respect hebben voor anderen, maar ook naar anderen omzien. In de school leren wij leerlingen daarom goed samen te leven en samen te werken met anderen. Wij willen leerlingen brede kennis over en verantwoordelijkheidsbesef meegeven voor de samenleving. Dat verantwoordelijkheidsbesef komt ook tot uiting in onze onderwijsvisie, die gebaseerd is op de Daltonwerkwijze. Naast verantwoordelijkheid, vinden wij vrijheid – gebonden aan regels en afspraken – zelfstandigheid en samenwerking essentieel om op te groeien tot een volwaardig burger van onze maatschappij.

  1   2   3   4   5   6


Dovnload 0.52 Mb.