Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Schoolplan 2012- 2016 De Burcht, school voor vso-zmok Rijksstraatweg 24 2171 al sassenheim

Dovnload 1.2 Mb.

Schoolplan 2012- 2016 De Burcht, school voor vso-zmok Rijksstraatweg 24 2171 al sassenheim



Pagina16/36
Datum04.04.2017
Grootte1.2 Mb.

Dovnload 1.2 Mb.
1   ...   12   13   14   15   16   17   18   19   ...   36

7.5 Kwaliteitbeleidsplan



Inleiding

Onze school werkt aan een goede kwaliteit van het onderwijs. De laatste jaren is de aandacht van de maatschappij, de media en de politiek voor die kwaliteit van het onderwijs groter, maar vooral ook anders. Mensen met kinderen op onze school willen weten wat de school te bieden heeft, waar de school goed in is, welke kwaliteit geleverd wordt, zodat ze er vertrouwen in hebben dat hun kind veilig is, zich ontwikkelt in een goede sfeer, een goede begeleiding krijgt en op een leuke en effectieve manier leert in aansluiting op zijn of haar mogelijkheden. Onze school wil die goede kwaliteit niet alleen nastreven, maar ook nog bereiken, vasthouden, continu verbeteren en dit alles nog inzichtelijk maken en er verantwoording over afleggen. Daarom hierbij een beschrijving van de kwaliteitszorg op onze school.


Wat is kwaliteitszorg?

Kwaliteitszorg kan worden opgevat als:

‘Het totaal van activiteiten en processen die tot doel hebben factoren die van invloed zijn op de kwaliteit van het onderwijs zodanig te integreren, richten en beheersen dat het onderwijs met de vooraf bepaalde (beoogde) kwaliteit wordt uitgevoerd’.
Het integreren, richten en beheersen van de bedoelde activiteiten en processen is op zichzelf een cirkelvormig proces waarin continu de kwaliteit van (leer)processen in de school het onderwerp is. Dit cirkelvormige proces leidt ertoe dat activiteiten en processen in het onderwijs worden gepland en uitgevoerd, waarna er gekeken wordt of dit het gewenste effect heeft opgeleverd. Indien dit niet het geval is vindt bijstelling en verbetering van de activiteiten en processen plaats. Anders gezegd is de kern van ‘kwaliteitszorg’ in onze school het ontwikkelen van een structurele vorm van reflectie op in principe elke activiteit in het onderwijs.
Gekozen model voor kwaliteitsmanagement:

De Deming cirkel

De Deming cirkel kent ook een andere naam, te weten: PDCA-cirkel. De letters in de PDCA-cirkel staan voor een viertal fasen of stappen die de kern van de cirkel vormen. PDCA staat letterlijk voor Plan, Do, Check en Act.
De Deming cirkel is een hulpmiddel bij het inrichten van kwaliteitszorg en verbetermanagement. Hierbij worden de volgende vier fasen onderscheiden:

1. Plan: ontwikkelen van beleid, stellen van doelen en plannen van activiteiten.

2. Do: uitvoeren van de plannen en activiteiten.

3. Check: meten, reflecteren en nagaan of de afgesproken doelen zijn bereikt.

4. Act: analyse van de meetgegevens, rapporten van de bevindingen in relatie tot de gestelde doelen. Indien nodig het formuleren van verbeterpunten (die de basis vormen voor een nieuwe ‘plan’ fase).
De A kan ook een andere betekenis hebben, namelijk Adopt. Op het moment dat de check en de rapportage uitwijzen dat het gestelde doel is bereikt, is het van belang de uitvoering van het proces te consolideren en te borgen. Hierdoor wordt ervoor zorg gedragen dat de uitvoering van het proces de volgende keer weer leidt tot het gestelde doel.
Het INK-model

In het INK-managementmodel worden negen gebieden onderscheiden: vier resultaatgebieden en vijf organisatiegebieden. De resultaatgebieden zijn:



  1. Eindresultaten.

  2. Waardering door klanten en leveranciers.

  3. Waardering door medewerkers.

  4. Waardering door de maatschappij

Op deze resultaatgebieden wordt gemeten wat de resultaten zijn die een organisatie boekt, met als doel op basis van deze metingen de resultaten te verbeteren.


Daarnaast kent het INK-managementmodel vijf organisatiegebieden, te weten:

  1. Leiderschap.

  2. Strategie en beleid.

  3. Personeelsmanagement.

  4. Middelenmanagement.

  5. Management van processen.

De organisatiegebieden vormen de basis van de resultaten die worden bereikt. Vanuit de organisatiegebieden kunnen doelgericht acties worden ondernomen om uiteindelijk nieuwe doelen te realiseren. De mate van realisatie van de doelen kan weer gemeten worden in de resultaatgebieden.


Combinatie van PDCA en INK

De Aloysius Stichting heeft gekozen voor het INK-model waarbinnen de PDCA-cirkel geïntegreerd is. Om een beter beeld te krijgen van de gebieden en hun onderlinge relatie wordt hieronder het model gevisualiseerd.


Kwaliteitsbepaling

De Aloysius Stichting heeft met de omschrijving ‘wat is een goede school’ de gewenste kwaliteit bepaald.


Een schets van hoe we als school “goed” willen zijn.


  • Personeel en organisatie

    • De beschikbare formatie is geheel ingezet, er zijn geen vacatures.

    • Het personeel is bevoegd.

    • Het ziekteverzuim is stabiel en op of beneden het landelijk gemiddelde.

    • Er kon voldoende rekening gehouden worden met wensen en behoeftes van het personeel (functioneringsgesprekken).

    • Het personeel is tevreden (zie schoolklimaat, personeelsbeleidsplan en functioneringsgesprekken).

    • De organisatie heeft een als goed te beoordelen team (beoordelingsgesprekken).

    • De organisatie binnen de school maakt van de individuele personeelsleden een team, gericht op een soepel functionerend geheel.

    • De mobiliteit van personeel wordt bevorderd en er is resultaat.

    • Elk personeelslid volgt 166 uur nascholing.

    • Met elk personeelslid wordt jaarlijks een functioneringsgesprek gehouden.

    • Er is een goed functionerende klachtenprocedure (personeelsbeleidsplan).




  • Schoolprofilering

    • Het aantal innovatieve projecten/ activiteiten is voldoende.

    • De ouders/ leerlingen zijn tevreden.

    • Het aantal klachten en schorsingen is minimaal.

    • Het aantal verwijderingen is 0.




  • Management en aansturing

    • De verhouding leidinggevenden – overig personeel zorgt voor een functioneel en evenwichtig geheel.

    • Er is een duidelijke taakverdeling binnen de organisatie.

    • Het management voelt zich capabel en voldoende geschoold.

    • Het team is positief over het management (functioneringsgesprekken).




  • Pedagogisch klimaat

    • Er zijn voor leerlingen en personeel duidelijke omgangsregels die gehandhaafd worden.

    • De ouders worden betrokken bij de school.

    • Personeelsleden en leerlingen gaan op een positieve manier met elkaar om.

    • De omgeving is voor de leerlingen aangenaam en motiverend.

    • De omgeving is voor het personeel aangenaam, stimulerend.



  • Didactisch handelen

    • Er worden gevarieerde didactische methoden toegepast.

    • Er is voldoende aandacht voor de sociale en emotionele ontwikkeling.

    • Het onderwijs is daar waar mogelijk gericht op het vergroten van de zelfstandigheid van de leerlingen.

    • Het onderwijs is afgestemd op de mogelijkheden van de leerling.




  • Leerlingenzorg en opbrengsten

    • Er is voldoende individuele aandacht voor elke leerling.

    • Vorderingen van leerlingen worden regelmatig getoetst.

    • De score op eindtoetsen is voldoende.

    • De uitstroom naar vervolgonderwijs is zoals verwacht mag worden n.a.v. de instroomgegevens.

    • De uitstroom naar speciaal bao/regulier onderwijs is voldoende.

    • De handelingsplannen zijn gericht op het bereiken van tevoren gestelde doelen, in overeenstemming met de mogelijkheden van de leerling.

    • Er is een goed functionerende klachtenprocedure.




    • Het gebouw is in goede staat.

    • Er is voldoende inventaris, afgestemd op de behoefte binnen de school.

    • Per 4 leerlingen is er één computer.

    • Er is 10% lesmateriaal digitaal aanwezig.

    • Er is een vervangingsplan (materialen en inventaris).

    • De leermiddelen zijn in voldoende mate aanwezig en geven de leerkrachten voldoende steun om tot goed en prettig onderwijs te komen.




  • Financieel

    • De school heeft een voldoende budget om de jaarlijkse kosten te betalen.

    • Er is 0% overschrijding. De begroting is taakstellend.

    • Er zijn vervangingsplannen, die zodanig zijn opgesteld dat op tijd materialen, inventaris te vervangen.

    • Er is voldoende budget om het gebouw in optimale staat te houden.

    • Er is een personeelsbuffer van 15% van de jaarlijkse personeelskosten.




  • Populatie leerlingen

    • Het leerlingaantal is stabiel.

    • Het leerlingaantal OB/BB is in evenwicht (50/50%).

    • Het percentage allochtone leerlingen is gelijk aan het gemiddelde in de sector c.q. samenwerkingsverband.




  • Diversen

(De school als geheel voldoet aan de in het schoolplan wettelijk gestelde doelen)

    • Resultaat PKO is voldoende

      • Opbrengsten

      • Leerstofaanbod

      • Leertijd

      • Didactisch handelen

      • Leerlingenzorg

      • Schooladministratie

    • Resultaat JO is voldoende

      • Onderwijsleerproces

      • Opbrengsten

      • schoolcondities


Project- en programmamanagement

Binnen Aloysius wordt continu gewerkt aan verbetering en vernieuwing. Hiervoor wordt gewerkt met een breed scala van project- of programmagroepen. Het bestuur wil hiermee:



  • het dragen van gezamenlijke verantwoordelijkheid stimuleren.

  • de betrokkenheid van school- en sectormedewerkers verhogen bij Aloysiusbrede ontwikkelingen.

  • continuïteit bieden binnen de organisatie door het principe van spreiding van verantwoordelijkheden.

  • de ontwikkelkracht van Aloysius stichtingsbreed vergroten, doordat veel medewerkers in allerlei vormen betrokken worden bij ontwikkelingen.

  • kennis met elkaar delen (beschikbaar maken voor de hele stichting), verspreiden, ontwikkelen en toepassen (kennismanagement).

Project- en programmagroepen krijgen in het kader van resultaatgericht werken een duidelijke opdracht vanuit het AMT. Per groep is steeds een AMT- lid resultaatverantwoordelijk. Het betekent onder andere dat het opdrachtgeverschap naar de diverse groepen vorm wordt gegeven in resultaatafspraken en de progressie gevolgd en gestuurd wordt. Het gedrag en de houding van AMT-leden zullen hierbij zichtbaar zijn.  Er is vanuit de lijn en staf veel aandacht voor coaching (in de kracht zetten) en borging. Informeren en verantwoording afleggen over de voortgang maken integraal onderdeel uit van de resultaatgerichte werkwijze met groepen.

Standaard wordt in de werkwijze met groepen ingebouwd dat iedere groep gekoppeld aan de opbrengsten van het thema of project een implementatie- en communicatieplan maakt. Uitvoering van deze implementatie- en communicatieplannen vindt plaats via de lijn.
Het lijn-stafmodel in samenhang met diverse groepen (project en programmamanagement)

Zelfevaluatie, meerjarenbeleidplan en jaarplan

Een zelfevaluatie moet een functionele weergave van de sterke en zwakke punten van de school zijn, met verwijzingen naar achterliggende bronnen, aangevuld met relevante bijlagen. Met andere woorden: korte, compacte beschrijvingen die veelzeggend zijn en die op een goede manier zijn onderbouwd.

De zelfevaluatie vindt plaats door de evaluatie aan te laten sluiten op de hiervoor benoemde terreinen. Door het streefplaatje ‘wat is een goede school’ naast de actuele stand van zaken te leggen rollen hieruit de punten die goed gaan en die behouden moeten worden en ontwikkelingspunten waar nog verbetering mogelijk is.
Beleidsplan kwaliteit Aloysius Stichting.

Naast de koersnotitie van de Aloysius (“op expeditie”) is er nog een aantal centrale beleidsplannen. Eén daarvan is het ‘beleidsplan kwaliteit’. Hierin is omschreven wat de stichting verstaat onder kwaliteit, hoe men daarmee omgaat en welke ontwikkelingen men voor de komende jaren voorstaat.

Er is gekozen voor het INK-model in combinatie met de cirkel van Deming. Dit is reeds vertaald naar de totstandkoming van de sturingsdocumenten ‘hoofdlijnennotitie Aloysius’, sectorplan, schoolplan en jaarplan en de cyclische aanpak hiervan. In de komende jaren zal het accent liggen op implementatie en borging van kwaliteitszorg.

Dit vanuit de gedachte dat het beleid van de Aloysius alleen de gewenste resultaten zal opleveren als het kwaliteitsdenken ook op de werkvloer doordringt. De Aloysius heeft hierop beleid ontwikkeld en voor de uitwerking daarvan verwijzen we u naar het betreffende stuk “beleidsplan kwaliteit 2”.


Meerjarenbeleidsplan

Vanuit de visie, de zelfevaluatie en de geboekte resultaten in de voorliggende jaren worden allereerst doelstellingen geformuleerd met een meerjarenperspectief. Deze doelstellingen (gericht op alle organisatiegebieden) worden opgenomen in een strategisch meerjarenbeleidsplan. Deze doelen moeten voldoende duidelijk en resultaatgericht zijn om te kunnen monitoren en om uiteindelijk te kunnen meten of doelen bereikt zijn.


Aan de hand van de lijst ‘wat is een goede school’ bepaalt de schoolleiding in overleg met de ‘werkgroep kwaliteit’ van de school op welke van voornoemde indicatoren de school nog achterblijft en dus verbeteren kan. Deze zelfevaluatie vindt plaats voor het samenstellen van een (vierjaren)schoolplan. Vervolgens stelt de schoolleiding prioriteiten voor wat betreft gewenste ontwikkelingen en vertaalt deze naar het schoolplan. De gewenste ontwikkelingen worden uitgezet in een traject van vier jaren.
Jaarlijkse planning

Nu de meerjarendoelen vastgesteld zijn kan er verder uitwerking gegeven worden aan de planningen op korte termijn. Hiermee vindt de uiteindelijke operationalisering plaats en worden ontwikkelingsplannen vorm gegeven. Hierbij wordt rekening gehouden met de bereikte resultaten en kwaliteitsmetingen zoals die in het voorgaande jaar hebben plaatsgevonden.

Dit leidt tot een jaarplan, waarin de gewenste ontwikkelingen voor dat schooljaar worden beschreven. Dit jaarplan wordt drie keer per schooljaar geëvalueerd. Deze tussenevaluaties zijn intern bedoeld om de geplande ontwikkelingen en gewenste resultaten te evalueren en op basis daarvan wellicht geplande trajecten bij te stellen. Extern dienen deze tussenevaluaties om de sectordirecteur, de algemeen directeur en het bestuur op de hoogte te houden van de ontwikkelingen binnen onze school.
Format jaarplan

Om de PDCA-cirkel in de praktijk vorm te geven wordt het jaarplan geschreven in een vastgesteld format. Dit format maakt het eenvoudig om grip op de geplande ontwikkelingen te houden en het voor betrokkenen inzichtelijk te maken. De cyclus van plan, do, check, act wordt zo realiteit.

Het format wordt jaarlijks door de stuurgroep aangeleverd aan de locatiedirecteuren.
Werk in uitvoering

Uiteindelijk ontstaat de kwaliteit niet vanzelf. De verschillende leden van het schoolteam zullen daaraan een bijdrage moeten leveren. Het jaarplan is daarbij een richtinggevend document, naast de visie en missie van de school.

Vanuit de concrete (meetbaar gemaakte) doelen en acties worden afspraken gemaakt over taken en verantwoordelijkheden, de beschikbare middelen en het tijdspad. Het jaarplan leidt dus tot opdrachten voor teamleden en/of werkgroepen binnen de school.

In de R&O gesprekken (resultaat en ontwikkeling) met de teamleden wordt hun rol in de realisatie van het jaarplan besproken.

Naar aanleiding hiervan kan de persoonlijke bijdrage op waarde geschat worden en wordt het functioneren van elke medewerker op meerdere gebieden gewogen.

Tevredenheidmetingen

Tevredenheidmetingen zijn gericht op de vraag: hebben we volgens de interne en externe belanghebbenden bereikt wat we met elkaar hebben afgesproken? Specifiek gaat het om metingen bij personeel, ouders of beroepsopvoeders, leerlingen en stakeholders.


De uitslagen van deze metingen hebben invloed op de samenstelling van de jaarplannen, zoals hiervoor besproken.
Integraal veiligheidsbeleid

Eén van de organisatiegebieden van het INK-model is ‘management van processen’. In dat kader willen we specifiek de aandacht vestigen op het item ‘veiligheidsbeleid’. Een veilig schoolklimaat is er niet vanzelf. Daar zijn beleid en structurele aandacht voor nodig. Een verandering of een incident in de directe omgeving van de school of de maatschappij kan immers het veilige klimaat op school in gevaar brengen. De school zal via de beleidsdocumenten moeten laten zien dat ze structureel werkt aan een veilig schoolklimaat. Het integrale aspect van het veiligheidsbeleid komt tot uitdrukking doordat er in een aantal beleidsterreinen aandacht is voor het aspect veiligheid.


Domeinen

Het beleidsterrein ‘veiligheid” kan onderscheiden worden in de volgende vijf domeinen:



  1. Het ruimtelijke domein; veiligheid in en om het schoolgebouw;

  2. Het Institutionele domein: veiligheid in samenwerking met relevante partners;

  3. Het sociale domein: veiligheid voor ouders, personeel en leerlingen in onderlinge contacten binnen de groep, klas en school;

  4. Het crimogene domein: veiligheid ten opzichte van criminaliteit en vandalisme;

  5. Het onderwijskundige domein: veiligheid door middel van het verzorgen van aantrekkelijk onderwijs.

Zoals gezegd komt het integrale aspect van het veiligheidsbeleid tot uiting doordat het begrip “veiligheid” vorm en inhoud krijgt binnen verschillende beleidsterreinen. De indeling in 5 domeinen zorgt ervoor dat er min of meer automatisch integratie van de verschillende beleidsterreinen gerealiseerd wordt. Zo zal het ruimtelijke domein vooral zijn weerslag vinden in het arbobeleid, maar kent het ook een “regelkant” waarin gedragsregels voor leerlingen vastgelegd worden.


Het onderwijskundige domein daarentegen raakt direct aan het primaire proces en legt een verbinding met de ervaren veiligheid: Als een leerling aantrekkelijk onderwijs krijgt zal hij minder snel geneigd zijn gedrag te vertonen dat tot onveiligheid leidt.
Hieronder volgt een korte invulling per domein met daarin verwijzingen naar nadere uitwerkingen die ofwel op mesoniveau (organisatieniveau) ofwel op schoolniveau nodig zijn.
Domein 1: de ruimte, veiligheid in en om het schoolgebouw

In dit domein staan het gebouw en de directe omgeving centraal. In het gebouw gaat het om het stellen, beschrijven en handhaving van de Arbo-wet en de gedragsregels voor leerlingen. Verder wordt de bedrijfshulpverlening geregeld en uitgevoerd.


Regelkader/documenten: Arbo-wet, Gedragsregels, Bedrijfshulpverlening;

Betrokken functionarissen: Preventiemedewerker, Arbofunctionaris, Bedrijfshulpverleners, Management schoolniveau, Facilitaire dienst; externe partijen (brandweer, GGD);

Faciliteiten: Handhaving van de regels, voorlichting en communicatie in de organisatie, training van personeel.

(Onderliggende stukken Arboplan en Bedrijfsnoodplan)


Domein 2: veiligheid in samenwerking met relevante partners

In dit domein staat de samenwerking met externe partners in het middelpunt. Er kan daarbij een onderscheid gemaakt worden tussen partijen waarmee functioneel samengewerkt wordt (instelling voor opvang van jongeren, Jeugdzorg, stagebedrijven) en partijen waaraan volgens de normen voor governance verantwoording afgelegd wordt (stakeholders).


Regelkader/documenten: afspraken met betrekking tot gedrag,” één kind, één plan”, samenwerkingsconvenant

Betrokken functionarissen: docenten, mentoren, stagebegeleiders, management.

Faciliteiten: Training docenten/medewerkers, tijd.
Domein 3: veiligheid voor ouders, personeel en leerlingen in onderlinge contacten binnen de groep, klas en school

In dit domein is de sociale veiligheid aan de orde en daarmee het pedagogisch klimaat van de school. Het pedagogisch klimaat wordt bepaald door de wijze waarop de lessen gegeven worden en de vorm waarin de begeleiding georganiseerd is. Hoe meer beide geïntegreerd zijn hoe veiliger de school wordt. Dit domein heeft daarom ook raakvlakken met domein 5, het verzorgen van aantrekkelijk onderwijs.


Regelkader/documenten: begeleidingssystematiek, gedragsregels/codes voor leerlingen, personeel en ouders, klachtenregeling;

Betrokken functionarissen: allen!

Faciliteiten: systematische incidentenregistratie en analyse; trainingen docenten/medewerkers, ouderpanels.
Domein 4: veiligheid ten opzichte van criminaliteit en vandalisme

Domein 4 heeft in scholen voor speciaal onderwijs, met name cluster 4 een extra betekenis. Van huis uit is er al extra aandacht voor dit domein. Dit domein dient in samenhang met domein 3 bezien te worden, omdat er veel overlap is.


Regelkader/documenten: speciaal reglement voor personeel hoe om te gaan met meldingen t.a.v. criminaliteit;

Betrokken functionarissen: mentoren, leerlingbegeleiders, management;

Faciliteiten: systematische incidentenregistratie en analyse.
Domein 5: veiligheid door middel van het verzorgen van aantrekkelijk onderwijs

Uitgaande van de stelling dat aantrekkelijk vormgegeven onderwijs tot tevreden leerlingen leidt kan aangenomen worden dat dit ook tot minder gedragsproblemen bij leerlingen leidt en daarmee tot een veiliger school. Er wordt binnen dit domein dus een directe relatie gelegd tussen het primaire proces en de mate van veiligheid.


Regelkader/documenten: visie op onderwijs (leerling centraal, keuze vrijheid, flexibilisering onderwijs, onderwijs op maat, kleinschaligheid);

Betrokken functionarissen: mentoren, docenten, leerlingbegeleiders, management;

Faciliteiten: scholing, training, leeromgeving.
Inbedding in systeem van kwaliteitszorg:

Integraal veiligheidsbeleid zoals omschreven in de 5 domeinen wordt geoperationaliseerd in concrete plannen per school in concreet geformuleerde doelen (SMART). Dit resulteert in een schoolveiligheidsplan.


Per domein vindt er een cyclisch proces plaats volgens de volgende systematiek:

  1. Veiligheidsscan;

  2. Beleid opzetten (SMART doelen);

  3. Beleid beschrijven (schoolveiligheidsplan);

  4. Beleid uitvoeren;

  5. Herscan: bijstellen veiligheidsbeleid.

Op deze wijze wordt er systematisch en cyclisch naar het veiligheidsbeleid gekeken.


Klankbordgroep kwaliteit in school

De algehele planning, coördinatie en uitvoering van het kwaliteitsbeleid vinden plaats onder de verantwoordelijkheid van de locatiedirectie. Het beeld dat de locatiedirecteur van ontwikkelingen heeft hoeft niet altijd overeen te komen met dat van andere belanghebbenden. Dit kan naar aanleiding van tevredenheidmetingen geconstateerd worden, maar omdat deze met een bepaalde frequentie worden uitgevoerd heeft de school een klankbordgroep samengesteld. Deze klankbordgroep bestaat uit medewerkers (zowel OP als OOP) en beoordeelt de (tussentijdse) zelfevaluaties. Ze bepalen daarbij of ze het resultaat van de evaluatie kunnen onderschrijven of het beeld willen aanpassen. Daarmee is een borg van de juistheid van de evaluatie uitgevoerd.


Tot slot

In dit hoofdstuk heeft kwaliteitszorg in onze school centraal gestaan. Hierbij zijn verschillende aspecten en onderdelen aan de orde geweest. Binnen onze school de aandacht richten op deze aspecten impliceert dat de energie wordt aangewend om de kwaliteit van de onderwijsprocessen continu te verbeteren. Dit steeds weer volgens een systeem van ‘planning en control’ volgens het INK-model.



1   ...   12   13   14   15   16   17   18   19   ...   36

  • Gekozen model voor kwaliteitsmanagement
  • Combinatie van PDCA en INK
  • Project- en programmamanagement
  • Het lijn-stafmodel in samenhang met diverse groepen (project en programmamanagement ) Zelfevaluatie, meerjarenbeleidplan en jaarplan
  • Beleidsplan kwaliteit Aloysius Stichting.
  • Integraal veiligheidsbeleid
  • Inbedding in systeem van kwaliteitszorg
  • Klankbordgroep kwaliteit in school

  • Dovnload 1.2 Mb.