Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Schoolplan 2012- 2016 De Burcht, school voor vso-zmok Rijksstraatweg 24 2171 al sassenheim

Dovnload 1.2 Mb.

Schoolplan 2012- 2016 De Burcht, school voor vso-zmok Rijksstraatweg 24 2171 al sassenheim



Pagina18/36
Datum04.04.2017
Grootte1.2 Mb.

Dovnload 1.2 Mb.
1   ...   14   15   16   17   18   19   20   21   ...   36


7.7 Beleid sponsoring


Het ministerie van OCW heeft samen met veertien organisaties een convenant gesloten waarin afspraken voor sponsoring in het primair en voortgezet onderwijs zijn vastgelegd. Dit convenant zal door de Aloysius aangehaald worden indien een van de scholen van de Aloysius te maken krijgt met een bedrijf die een school wil sponsoren.
In het convenant sponsoring zijn gedragsregels voor sponsoring vastgelegd. Bij het sluiten van een sponsorovereenkomst zal genoemde convenant als basis dienen. Hierbij worden onderstaande regels nageleefd:

  • Voor een beslissing inzake sponsoring dient binnen de schoolorganisatie en tussen de school en de bij de school betrokkenen draagvlak te zijn. Het moet altijd voor een ieder kenbaar zijn dat er sprake is van sponsoring.

  • Sponsoring in het onderwijs moet verenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige taak en doelstelling van de school.

  • Er mag geen schade worden berokkend aan de geestelijke en/of lichamelijke gesteldheid en ontwikkeling van leerlingen.

  • Partijen zullen bevorderen dat scholen en bedrijven bij het afsluiten van sponsorovereenkomsten een gezonde leefstijl van kinderen mogelijk, gemakkelijk en aantrekkelijk maken.

  • Sponsoring moet in overeenstemming zijn met de goede smaak en het fatsoen. Zo mag sponsoring niet appelleren aan gevoelens van angst of bijgelovigheid of misleidend zijn. De sponsor mag geen voordeel trekken uit onkunde of goedgelovigheid van leerlingen.

  • Sponsoring mag niet de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van het onderwijs, de scholen en de daarbij betrokkenen in gevaar brengen.

  • Sponsoring mag niet de onderwijsinhoud beïnvloeden, dan wel in strijd zijn met het onderwijsaanbod en de door de school en het schoolbestuur aan het onderwijs gestelde kwalitatieve eisen.

  • De continuïteit van het onderwijs mag niet in gevaar komen doordat op enig moment sponsormiddelen wegvallen. Het uitvoeren van de aan de school wettelijk opgedragen kernactiviteiten mag niet afhankelijk worden van sponsormiddelen.

  • Scholen die gebruik maken van het middel sponsoring zullen er voor zorgen dat alle betrokkenen bij de school voldoende geïnformeerd worden over de beslissingen aangaande sponsoring. In de schoolgids zal de directie van de school alle betrokkenen informeren over de wijze waarop de school omgaat met bijdragen die door middel van sponsoring zijn verkregen.

  • Voor aanvaarding van materiële bijdragen of geldelijke middelen verkregen door sponsoring dient vooraf instemming te worden verkregen van de gehele medezeggenschapsraad.

Klachten:



  • Klachten over sponsoring kunnen gemeld worden bij de klachtencommissie waarbij de school is aangesloten.

  • Over de inhoud van concrete reclame-uitingen kunnen klachten worden ingediend bij de Reclame Code Commissie.

Meer informatie over sponsoring is te vinden in het Convenant “Scholen voor primair en voortgezet onderwijs en sponsoring” te downloaden via de website van de Aloysius Stichting.



7.8 Actief burgerschap en sociale integratie



Inleiding

In 2005 heeft de Tweede kamer een wet aangenomen die scholen verplicht aandacht te besteden aan actief burgerschap en sociale integratie. Het schooltoezicht is inmiddels aangepast aan deze wetgeving.

Burgerschapsvorming brengt jonge burgers (want dat zijn leerlingen immers) de basiskennis, vaardigheden en houding bij die nodig zijn om een actieve rol te kunnen spelen in de eigen leefomgeving en in de samenleving. Burgerschap is niet bedoeld om brave burgers voort te brengen. Democratisch burgerschap geeft recht op een afwijkende mening.
Het is aan onze scholen om invulling te geven aan dit beleid. Met deze paragraaf geeft de Aloysius Stichting de kaders en de richting aan waarmee de scholen van de Aloysius Stichting op schoolniveau invulling kunnen gaan geven aan dit beleid. Het is aan de scholen zelf om op basis van de onderwijsvisie een visie op burgerschap te ontwikkelen en om concrete doelen te formuleren die worden nagestreefd.

Deze kaderstellende paragraaf is hierbij richtinggevend en kan als hulpmiddel kan dienen.


Het Aloysius Stichting-bestuursbeleid m.b.t. actief burgerschap is grotendeels gebaseerd op de studies van het KPC en de SLO die hierover vanaf 2003 zijn uitgevoerd. De SLO-nota “Een basis voor burgerschapsvorming, inhoudelijke verkenning voor funderend onderwijs”(2006) is leidend geweest.
Burgerschap is geen vak. Bij burgerschapsvorming zijn kennis, vaardigheden en houdingen belangrijk. Dit kan worden bereikt door het oefenen van democratische principes in de klas en op school, het bijdragen van leerlingen aan de kwaliteit van de school door ze verantwoordelijkheid en ruimte voor initiatieven te geven. Leren door doen dus. De school is een oefenplaats voor goed burgerschap.

Zowel in het primair (SBO), het voortgezet onderwijs (VMBO) als bij de Expertise Centra (so/vso lzk en zmok, cluster 4 onderwijs) kunnen bepaalde onderdelen van burgerschapsvorming wel in een vak, leergebied of vormingsgebeid terugkomen. Bijvoorbeeld: leren discussiëren bij Nederlands, kennismaken met culturen bij geschiedenis, maatschappijleer en levensbeschouwing, de rol van de media bij maatschappijleer, normen en waarden bij het programma voor sociaal emotionele ontwikkeling, sociale en economische participatie via maatschappelijke stages en arbeidstoeleiding.


Onze scholen kunnen burgerschapsvorming niet alleen ontwikkelen. Dit doen we samen met onze partners en bondgenoten, ouders, de omgeving van de school en de zorginstellingen.
Betekenis definities

Actief burgerschap

Is de bereidheid en het vermogen van leerlingen/jonge burgers om deel uit te maken van de gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren.
Sociale integratie

Is de deelname van leerlingen/jonge burgers aan de samenleving, in de vorm van sociale participatie, deelname aan de maatschappij en haar instituties en bekendheid met en betrokkenheid bij uitingen van de Nederlandse cultuur.


Het leerplankader

In het funderend onderwijs van 4-16 jaar wordt de invulling van burgerschapsvorming over het algemeen in drie domeinen geordend:



  • democratie

  • participatie

  • identiteit

Bij het begrip democratie gaat het om het politieke systeem om tot een evenwichtige machtsverdeling te komen (zie vakken als geschiedenis en staatsinrichting) en ook om de democratische houding als fundamentele houding/als levenswijze te leren. Dit vraagt om constante aandacht en onderhoud omdat niemand wordt geboren met een democratisch gen (Micha de Winter, 2006). Onze leerlingen met ernstige problemen zijn sterk op zichzelf en hun eigen problemen gericht. Binnen de leerlingenzorg, de aandacht voor de sociaal emotionele problematieken en vakken als Nederlands, wereld oriëntatie en maatschappijleer, wordt aandacht besteed aan de democratische levenshouding.

De onderwijsinspectie noemt in dit verband de volgende basiswaarden van onze democratische rechtstaat:



  • Vrijheid van meningsuiting

  • Gelijkwaardigheid

  • Begrip voor allen

  • Verdraagzaamheid

  • Autonomie

  • Afwijzen van onverdraagzaamheid

  • Afwijzen van discriminatie

Deze basiswaarden zijn eenvoudig te koppelen aan de kernwaarden/punten van de Aloysius Stichting. De kernpunten dienen als ijkpunten van het beleid. Onze relevante kernpunten zijn in dit verband: op ontwikkeling gericht (vrijheid en autonomie), solidariteit (gelijkwaardigheid, begrip, verdraagzaamheid en afwijzen discriminatie) en maatschappelijke betrokkenheid (allen).
Bij het begrip participatie gaat het om deel uit maken en een actieve bijdrage leveren aan de gemeenschap/samenleving. Onze leerlingen ervaren vaak actief en passief dat ze worden uitgesloten. We moeten ze leren om adequaat om te gaan met uitsluiting en hoe dat te doorbreken.

Bij het begrip identiteit gaat het er om dat we in een open en democratische samenleving een sterkberoep doen op de eigen verantwoordelijkheid. We verwachten dat ook onze leerlingen, met hun (complexe) problemen, de regie nemen over hun eigen identiteitsontwikkeling in wisselwerking met hun omgeving. Kinderen leren stap voor stap hun eigen maatstaven en richtlijnen te ontwikkelen en om hiervoor verantwoordelijk te worden. .

Deze opvattingen sluiten goed aan bij de (zorg)visie, missie(ontwikkelingsperspectief en integratie), onderwijsvisie(ontwikkelingsgericht, persoonwording, een kind een plan) en doelen (schakelen, diplomeren/certificeren, toeleiden) van de Aloysius Stichting.
Onze leerling

Alle leerlingen van onze Aloysius Stichting scholen hebben ernstige soms meervoudige en complexe problemen. Ze zijn allemaal aangewezen op speciale vormen van onderwijs. Het onderwijs en daarmee burgerschapsvorming als geïntegreerd onderdeel van het leerling-volgende onderwijs is maatwerk. Maatwerk dat rekening houdt met de mogelijkheden en beperkingen van onze leerlingen. Dit betekent bijvoorbeeld dat ook bij burgerschapsvorming rekening wordt gehouden met de beperkte belevingswereld, de korte spanningsboog, de beperkte communicatieve mogelijkheden e.d. Dit kan door bijvoorbeeld aan te sluiten bij de directe en concrete leefwereld in de school (bijvoorbeeld een leerlingenraad inrichten), kinderen direct te betrekken bij de schoolorganisatie (bijvoorbeeld het inrichten van een schoolplein), door betekenisvolle ouderen te betrekken (ouders en ervaringsdeskundigen) en door een beroep te doen op meervoudige intelligentie (meerdere zintuigen, doen e.d.)


Basisvisie/missie, pedagogische opdracht en doelen van ons onderwijs

In de diverse beleidsdocumenten, waaronder de hoofdlijnennotitie “ieder kind een plek” wordt de zorgfilosofie uitgewerkt. In ons onderwijs aan kinderen met ernstige problemen proberen we de scheefgegroeide ontwikkeling van onze leerlingen, samen met de leerling om te buigen in een ontwikkeling met perspectief. In onze doelen richten wij ons op het schakelen naar meer reguliere vormen van onderwijs, het behalen van diploma’s en certificaten en/of toeleiding naar de arbeidsmarkt zodat onze leerlingen zo volwaardig als mogelijk kunnen deelnemen aan onze samenleving. In die zin is burgerschapsvorming niet weer een maatschappelijk thema dat op ons onderwijsbordje wordt gelegd. In die zin is onderwijs burgerschapsvorming. De sociale ontwikkeling (deelname aan onze samenleving) van onze leerlingen is de kerntaak van ons onderwijs. Hiervoor hebben we niet een uurtje in de week, maar juist de hele week.


Burgerschapscompetenties

De drie domeinen van burgerschapsvorming zijn door de SLO samen met het onderwijsveld uitgewerkt. De uitwerking voor het praktijkonderwijs sluit het beste aan bij de onderwijsopvattingen van de Aloysius Stichting en de doelgroepen vertonen in hun concrete onderwijsbehoefte ook grote overeenkomsten. Daarom wordt op basis van het model voor het praktijkonderwijs onderstaand model aangereikt dat als voorbeeld voor de nadere concrete invulling op de scholen kan dienen (bijlage 2)


Ruimte en verantwoording

Actief burgerschap en sociale integratie raken de visie op onderwijs en maatschappij van onze scholen. Onze scholen krijgen de ruimte om de eigen uitgangspunten, visie en missie centraal te stellen binnen de door het bestuur geformuleerde beleidskaders en van daaruit invulling te geven aan de “nieuwe” wettelijke taak. Daartegenover staat dat de scholen verantwoording moeten afleggen. De wettelijke verankering van burgerschap blijkt onder andere uit de aanpassing van het toetsingskader van de onderwijsinspectie. Inhoudelijk let de inspectie op vier punten:


1   ...   14   15   16   17   18   19   20   21   ...   36

  • 7.8 Actief burgerschap en sociale integratie

  • Dovnload 1.2 Mb.