Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Schoolplan 2012- 2016 De Burcht, school voor vso-zmok Rijksstraatweg 24 2171 al sassenheim

Dovnload 1.2 Mb.

Schoolplan 2012- 2016 De Burcht, school voor vso-zmok Rijksstraatweg 24 2171 al sassenheim



Pagina22/36
Datum04.04.2017
Grootte1.2 Mb.

Dovnload 1.2 Mb.
1   ...   18   19   20   21   22   23   24   25   ...   36

2.5 De beoordeling van het onderwijs door de onderwijsinspectie


De Burcht valt onder de Wet op de Expertisecentra en daarmee onder het toezicht van de IvhO. Op 4 november 2011 is er een kwaliteitsonderzoek uitgevoerd op de school door de onderwijsinspectie. De werkwijze van de onderwijsinspectie en het volledige rapport is te vinden op de website van de onderwijsinspectie: www. onderwijsinspectie.nl. De belangrijkste bevindingen en conclusies zijn:
Onderwijsleerproces

Het (ortho)pedagogisch handelen van de leraren is van een goede kwaliteit. De medewerkers gaan respectvol om met de leerlingen en hebben begrip voor hun problematiek. Ze stemmen hun orthopedagogisch handelen af op de behoeften van de individuele leerling en zoeken daarbij gericht naar de juiste aanpak. De teamleden handhavende vastgelegde gedragsregels zichtbaar en consequent. Ook de overige aspecten van het onderwijsleerproces zijn van voldoende kwaliteit, met uitzondering van de afstemming op verschillen tussen de onderwijsbehoeften van de leerlingen. Externe ondersteuning moet het klassenmanagement verbeteren en veranderingen in de planning van de onderwijstijd moet de teamleden in staat stellen om het onderwijs meer te differentiëren. Bij de praktijkvakken leiden de leerlijnen tot het behalen van certificaten en/of erkende diploma’s (bijvoorbeeld metaal, hout). Waar mogelijk zoekt de school contact met de laatste bezochte school om voortzetting van de opleiding mogelijk te maken en aansluiting na ontslag uit de inrichting te vergemakkelijken. Niet altijd is een adequaat aanbod mogelijk. De keuze voor een profiel is nog te veel bepaald vanuit de – beperkte – mogelijkheden die de school heeft wat betreft vakinhouden en de praktijkvakken.


Tijdens de lesbezoeken was er een taakgerichte werksfeer en vonden er gerichte interacties plaats tussen leerlingen, leraar en leerlingen onderling. De leerlingen waren actief betrokken bij de onderwijsactiviteiten.

Het belangrijke knelpunt is de onderwijstijd. Hoewel de school voldoende onderwijstijd heeft gepland en streeft naar minimaal 43 weken onderwijs per jaar, zijn er veel leerlingen niet aanwezig tijdens dit onderzoek. De beschikbare onderwijstijd staat bij veel leerlingen onder zeer grote druk. Hoewel inmiddels sinds zo’n acht jaar het onderwijs binnen de inrichting dient plaats te vinden overeenkomstig de Wet op de expertisecentra, oefenen de inrichting en het strafrechtproces nog steeds een negatieve invloed uit op het onderwijsproces en dit komt de kwaliteit van het onderwijs niet altijd ten goede. Zo doet de inrichting door disciplinaire, maar vaak ook door huishoudelijke en logistieke maatregelen, regelmatig een aanslag op de beschikbare leertijd van de jongeren. Het komt met regelmaat voor dat leraren hun lessen aan individuele jongeren niet kunnen geven omdat deze niet komen opdagen in verband met behandeling, straf, bezoek e.d. In nogal wat gevallen moet de onderwijsinspectie constateren dat er sprake was van ongeoorloofd verzuim waartegen de school hoort op te treden. De onderwijsinspectie bepleit natuurlijk een nauwe afstemming tussen de aanpak op de school en de inrichting, maar zet grote vraagtekens bij eenzijdige ingrepen van de inrichting, omdat deze de onderwijskwaliteit schade voor leerlingen die in de regel toch al achterstanden oplopen. De school onderkent dit en maakt dit tot een bespreekpunt met de inrichting. Teylingereind en De Burcht starten op 9 januari 2012 met een nieuw dagprogramma. Hierin komt een vast blok voor interne afspraken, met als doel dat jongeren dan minder vaak uit de les worden gehaald en dat docenten en groepsleiders meer (structurele) gelegenheid hebben om casuïstiek te bespreken.


Systeem van leerlingenzorg, functionaliteit van de handelingsplannen en

opbrengsten.

De school heeft een commissie voor de begeleiding (Commissie voor de begeleiding) die niet aan de wettelijke vereisten voldoet. Er ontbreekt structurele orthopedagogische/ psychologische deskundigheid in de commissie (artikel 40b WEC). Bijdrage van de gedragswetenschapper aan de commissie is op ad-hoc basis en op verzoek van de inrichting en daarmee niet structureel onderdeel van de Commissie voor de begeleiding. Ook stelt de school geen handelingsplan op binnen de voorgeschreven termijn van een maand (artikel 41a WEC). Bespreking en vaststelling van het handelingsplan vindt plaats tijdens de bespreking van het perspectiefplan van de inrichting. Een dergelijke bespreking is na ongeveer drie maanden. De Commissie voor de begeleiding is van mening dat de intakeprocedure en de opzet van de handelingsplannen moet veranderen en de ‘kenningsmakingsklas’ moet het sneller opstellen van het handelingsplan mogelijk maken. In het jaarplan 2012 is daarin voorzien. De schoolmentor is verantwoordelijk voor de inhoud van het plan. Uit de geanalyseerde plannen komt een beeld naar voren dat belangrijke elementen zoals ontwikkelingsperspectief, leerrendement, leerlijnen gekoppeld aan uitstroomperspectief en vervolgopleiding aanwezig zijn, maar de onderlinge samenhang ontbreekt. Hoewel de school bij de intake informatie verzamelt over het didactisch functioneren van de leerling, ontbreekt deze informatie vaak in de plannen of is dit slechts op basis van het gesprek met de leerling. Ook de gegevens van de laatst bezochte school voor opname, schieten tekort. Uit de bestudeerde plannen blijkt niet op basis waarvan de school komt tot een bepaald perspectief en op welke wijze zij de ontwikkeling volgt. Dit maakt de planning van het onderwijs kwetsbaar. Bij de opzet van het handelingsplan is de leerling nadrukkelijk betrokken.

Er is geen instrument om de sociaal-emotionele ontwikkeling te volgen, maar de school maakt samen met de inrichting gebruik van de basismethodiek YOUTURN.

De onderwijsinspectie stelt vast dat het huidige systeem van leerlingenzorg op De Burcht onvoldoende bijdraagt aan de kwaliteit van het onderwijsleerproces en daarmee ook niet leidt tot de verantwoording van de gewenste opbrengsten van het onderwijs. De Commissie voor de begeleiding kan daarmee de handelingsplanning niet evalueren en waar nodig bijstellen. Dit maakt het onderwijs kwetsbaar.


Kwaliteitszorg en voorwaarden voor kwaliteitszorg.

De (locatie)directie van De Burcht stuurt de kwaliteitszorg aan, waarbij er sprake is van samenhang tussen de visie en het strategisch beleid. Het huidige locatiemanagement is betrekkelijk nieuw en aangetreden na een periode van veel wisselingen in het management. Het heeft zich als doel gesteld het onderwijs binnen Teylingereind inhoudelijk sterk te verbeteren. Tevens is verbetering van de samenwerking met de inrichting een speerpunt van de schoolleiding. Dit betekent dat nog niet alle voorgenomen initiatieven tot verbetering ook daadwerkelijk zichtbaar zijn in de dagelijkse onderwijspraktijk. Veel verbeterpunten bij de uitvoering van het systeem van leerlingenzorg, bevinden zich in de fase van eerste implementatie in het onderwijsleerproces. Bij deze veranderingen zijn belanghebbenden betrokken en geven medewerkers aan dat zij de veranderingen als positief te ervaren. De school streeft er naar om ook de ouders meer te betrekken bij de school.


Door het specifieke karakter van het onderwijs in geslotenheid vraagt de organisatie om een keuze, die soms afbreuk doet aan de inhoud van het onderwijs of anders een risico vormt voor de beheersing en de veiligheid.

De school heeft gekozen het onderwijs in te richten op basis van de onderwijsmogelijkheden van de leerlingen en daarmee leefgroepdoorbrekend te organiseren aan de hand van leerlijnen gekoppeld aan de verschillende uitstroomprofielen. Het jaarplan voor 2012 gaat sterk uit van verbeteringen in het onderwijsleerproces, waarbij alle belangrijke elementen aan bod komen. Dit plan geeft ook houvast aan management en team waar het gaat om de te bereiken doelen. Er is voldoende draagvlak voor de verbeteringen. Hoewel de school opbrengsten realiseert, zijn deze niet afgezet tegen vooraf vastgestelde verwachtingen van die resultaten. Dit maakt verantwoording van de gerealiseerde opbrengsten niet goed mogelijk.


Oordeel

Activiteiten vinden op de EQUIP-trainingen na over het algemeen redelijk goed doorgang. Daarnaast spant Teylingereind zich in om in de vakantietijd en in de onderwijsluwe periode tot een educatief programma te komen. Hier is het afgelopen jaar verbetering in gekomen. Teylingereind ontplooit eveneens activiteiten om ouders/verzorgers meer bij de detentie van hun kind te betrekken. De uitvoering van het activiteitenprogramma voldoet echter slechts beperkt aan de verwachtingen omdat de onderwijsinspectie een belangrijk onderdeel van het activiteitenprogramma, namelijk de kwaliteit van het onderwijs, als zwak beoordeelt. Zij baseert haar oordeel op het aspect ‘systeem van leerlingenzorg’ waarop zij de beslisregel toepast. Drie van de vier normindicatoren van dit aspect waardeert de onderwijsinspectie met een onvoldoende. Deze vier normen onder het aspect ‘systeem van leerlingenzorg zijn: de Commissie voor de begeleiding bepaalt de onderwijsrelevante beginsituatie van de leerlingen; de school stelt een handelingsplan vast in overeenstemming met de ouders; de school gebruikt een samenhangend systeem van instrumenten en procedures voor het volgen van de vorderingen en ontwikkeling van de leerlingen en de Commissie voor de begeleiding evalueert de uitvoering van het handelingsplan. Hiermee draagt het systeem van leerlingenzorg onvoldoende bij aan planmatig onderwijs. Vooral het onderwijsleerproces is kwetsbaar waar het gaat om de planning van het onderwijs. Hoewel de school de beginsituatie in beeld brengt, leidt dit nog niet tot het formuleren van te bereiken (eind)opbrengsten. Het volgen van de leerling en het evalueren van de uitvoering van het handelingsplan komen daarmee in het geding en maken de handelingsplanning daarmee onvoldoende functioneel. Wel bieden de aanzetten tot verbetering perspectief waar het gaat om planmatig onderwijs.


De kwaliteitszorg moet dit verbetertraject ondersteunen. Het beleid en de check op de uitvoering bij het activiteitenprogramma voldoen overwegend aan de verwachting. Teylingereind heeft een activiteitenprogramma dat voldoet aan de wettelijke minima en inzichtelijk is voor alle betrokkenen. Een beschrijving van het onderwijsaanbod heeft Teylingereind echter niet tot haar beschikking en de samenwerkingsafspraken tussen de school en de inrichting zijn nog niet allemaal vastgesteld. De inrichting bewaakt de uitvoering van het dagprogramma door eventuele uitval te registreren, de onderwijsbehoefte van jongeren na te gaan, en op basis van uitkomsten tot

eventuele bijstelling van het programma te komen.


Aanbevelingen

Aan de inrichting en de school

Zorg voor een hogere mate van afstemming van activiteiten en samenwerking tussen school en inrichting met als doel de continuïteit en kwaliteit van het onderwijs en daarmee het dagprogramma voor jongeren te verbeteren.



1   ...   18   19   20   21   22   23   24   25   ...   36


Dovnload 1.2 Mb.