Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Schoolplan 2012- 2016 De Burcht, school voor vso-zmok Rijksstraatweg 24 2171 al sassenheim

Dovnload 1.2 Mb.

Schoolplan 2012- 2016 De Burcht, school voor vso-zmok Rijksstraatweg 24 2171 al sassenheim



Pagina26/36
Datum04.04.2017
Grootte1.2 Mb.

Dovnload 1.2 Mb.
1   ...   22   23   24   25   26   27   28   29   ...   36

2.7.11 Overgangsdocument, diploma


Aan het eind van het onderwijs dienen alle leerlingen een diploma te ontvangen. Voor de meeste leerlingen is dit een ‘vso-diploma’, voor de leerlingen in het profiel vervolgonderwijs is dit een regulier diploma. Leerlingen van 16 jaar en ouder die het onderwijs in het profiel dagbesteding en arbeid verlaten ontvangen een diploma. Onze minister stelt het model van het diploma nog vast.

Voor eigenlijk iedere leerling die een diploma behaald stelt het bevoegd gezag een overgangsdocument op. Het overgangsdocument wordt verstrekt aan de ouders van een minderjarige of handelingsonbekwame leerling en aan de leerling die meerderjarig en handelingsbekwaam is. Desgewenst wordt een afschrift verstrekt aan de leerling die de leeftijd van 16 jaar en nog niet die van 18 jaar heeft bereikt.

Alle vso-leerlingen krijgen bij het verlaten van de vso-school een document mee met informatie over kennis, vaardigheden, mogelijkheden en beperkingen van de leerling.

2.7.12 Portfolio


Een portfolio is een belangrijk instrument om de buitenwereld te laten zien wat een leerling aan competenties in huis heeft en welke ontwikkeling hij/zij heeft meegemaakt. Voor alle uitstroomprofielen bestaat de verplichting dat competenties aangetoond moeten worden. Met name de competenties uit de preambule en de competenties voor (werken), wonen, vrije tijd en burgerschap kunnen op deze zichtbaar gemaakt worden.

Een portfolio is ook een begeleidingsinstrument dat gericht is op het bevorderen van open contact tussen leerlingen enerzijds en docenten, mentor, gedragswetenschapper en ouder anderzijds over zijn/haar (onderwijs)resultaten. De school richt zich op het vergroten van het zelfbeeld van de leerling. Met een portfolio wordt er structureel gewerkt aan het bevorderen van een positief zelfbeeld. Een portfolio kan zo een “showcase”voor de leerling worden.

Een portfolio is van belang voor de communicatie van leerlingen met (vervolg)instellingen en werk. Deze doorstoomcompetenties betreffen de meest fundamentele bekwaamheden die horen bij alle beroepen en vervolgopleidingen. Het zijn sleutelcompetenties en zijn van groot belang bij het doorstromen naar een vervolgopleiding of werk. Het zijn competenties, zoals bereid zijn je in te zetten, betrouwbaarheid, loyaliteit, werkdiscipline, omgaan met anderen, samenwerken, zelfreflectie en het zelfstandig opdoen van kennis en vaardigheden.

.

Een portfolio omvat schoolopdrachten, eigen werk, eigen ervaringen, PTA, stage-opdrachten, praktijkopdrachten en bevat ‘bewijzen’ van:



  • Behaalde resultaten in de vakken of ‘leergebieden’ zoals voorgeschreven in de WVO (uitstroom 1).

  • Certificaten en (deel)kwalificaties gericht op beroep of arbeid (uitstroom 1, 2 en deel 3);

  • Vaardigheden taal en rekenen/wiskunde (uitstroom 2).

  • Competenties leren, loopbaan en burgerschap (uitstroom 2).

  • Competenties voor (zelfstandig) wonen en vrije tijdsbesteding (uitstroom 1, 2, 3).

  • Aangevuld met een omschrijving van de ondersteuningsbehoefte van de leerling bij arbeid en bij maatschappelijk functioneren; deze ondersteuningsbehoefte is op een objectiveerbare manier vastgesteld, bijvoorbeeld testresultaten(uitstroom 1, 2, 3).



2.7.13 Nazorg


Het bevoegd gezag van de school waar de leerling voortgezet speciaal onderwijs heeft gevolgd, adviseert in voorkomende gevallen tot twee jaar nadat de leerling die school heeft verlaten, de leerling, de werkgever of vervolgonderwijs op diens verzoek over het aansluitend vervolgonderwijs, het uitoefenen van een functie op de arbeidsmarkt en het functioneren in een vorm van dagbesteding.

2.8 Centraal Ontwikkeld Examen (COE)


In de komende schooljaren worden zowel in het vo als in het mbo de eerste Centraal Ontwikkelde Examens Nederlands en rekenen verplicht afgenomen.

2013-2014 Nederlands en rekenen 3F

2014-2015 Nederlands en rekenen 2F

2.8.1 COE Nederlands


Voor het centraal ontwikkeld examen Nederlands geldt dat de taalvaardigheden lezen

en luisteren centraal worden geëxamineerd. Het betreft een digitaal en volledig computerscoorbaar examen waarin beide onderdelen afwisselend worden aangeboden.

De overige taalvaardigheden (spreken, gesprekken voeren en schrijven) worden geëxamineerd door middel van instellingsexamens. De borging van deze instellingsexamens ligt bij de onderwijsinstelling. De onderwijsinstelling mag examens inkopen of zelf examens ontwerpen, mits deze examens voldoen aan de vereiste standaarden van de Inspectie van het Onderwijs.

2.8.2 COE rekenen


Voor het centraal ontwikkeld examen rekenen geldt dat de domeinen Getallen, Verhoudingen, Meten & meetkunde en Verbanden geïntegreerd in het examen worden aangeboden. Het betreft een digitaal en volledig computerscoorbaar examen (2F en 3F) waarbij het gebruik van een eigen rekenmachine niet is toegestaan.

In het centraal ontwikkeld examen rekenen ligt de nadruk op het functioneel rekenen. Het betreft voornamelijk contextrijke opgaven en een beperkte hoeveelheid ‘kale sommen’. Er zullen geen punten voor de berekening aan de leerling worden toegekend.



2.9 Overige thema’s



Thema Opbrengstgerichtheid: invoering ontwikkelingsperspectief

In 2013 gaat de nieuwe wetgeving voor het vso in werking. Het werken met handelingsplannen wordt dan vervangen door het werken met een ontwikkelingsperspectief (OPP). Het OPP heeft als belangrijkste kenmerk dat het breder is en verder kijkt. Het is veel meer gericht op de uitstroomprofielen van het onderwijs en gericht op het hele kind. We kijken niet alleen naar de cognitieve mogelijkheden van de leerling, maar nemen daarin ook andere vaardigheden mee, zoals sociaal gedrag en leren leren. Op deze manier kan een goed plan worden gemaakt en kunnen realistische doelen worden gesteld.


Thema Doorstroomleeftijd, verblijfsduur en onderwijstijd:

De leeftijd waarop de leerling het so moet verlaten is 14 jaar. Daarna stroomt de leerling door naar vso of vo. Het OPP bepaalt waar de leerling naar toe gaat. Aanpassingen in de uitstroomprofielen zullen ook landelijk moeten worden geborgd.


Thema bekwaamheidseisen leraren voortgezet speciaal onderwijs:

Scholen die als aangewezen instelling gaan diplomeren dienen voor de vo-vakken docenten te hebben met een relevante lerarenopleiding (geen pabo). Het traject voor zij-instromers blijft bestaan.

Daarnaast gaat de inspectie nog een onderzoek doen naar toezicht op leraarschap.
Thema toezicht en verantwoording:

Het nieuwe toezichtkader treedt tegelijkertijd met het wetvoorstel in werking.

Uitgangspunten van het nieuwe toezicht zijn:

• risicogestuurd toezicht in plaats van cyclisch

• resultaten eerst, vervolgens het proces

• intensiteit toezicht in relatie met kwaliteit

• bestuur als aanspreekpunt

• handhaving en rekenschap.


Dit vertaalt zich naar: ontwikkelingsperspectief, opbrengsten (examenresultaten, in-, door- en uitstroomgegevens), risicoprofiel en signalen (o.m. klachten berichtgeving in media) en jaarstukken (schoolgids, financiële stukken, interne verantwoording).
Thema Incidentenregistratie

Het kabinet streeft er wel naar een eenduidige incidentenregistratie verplicht te stellen voor het basisonderwijs, het speciaal onderwijs, het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. Een wetsvoorstel daarvoor is (op 8 juli 2011) ingediend bij de Tweede Kamer. De registratiegegevens zullen geen persoonsgegevens bevatten. Onderwijsinstellingen moeten zich houden aan de Wet bescherming persoonsgegevens.

De gegevens van de incidenten zijn ook niet openbaar. De gegevens blijven in het bezit van de onderwijsinstelling. De Inspectie van het Onderwijs krijgt wel inzage in deze gegevens tijdens het schoolbezoek.

Thema Kwaliteitsbeleidsplan

Gezien alle ontwikkelingen rondom de nieuwe wetgeving, het Passend Onderwijs en de eigen ambities van de Aloysius Stichting is er voor gekozen om landelijk een systeem voor interne kwaliteitszorg te gaan implementeren. Het systeem is gebaseerd op de ISO-norm en maakt het mogelijk de Stichting als zodanig te certificeren. De Aloysius Stichting heeft de ambitie om zich in 2013 te laten certificeren. Alle sectoren nemen deel en zullen dit opnemen in hun schoolplan.


1   ...   22   23   24   25   26   27   28   29   ...   36

  • 2.7.12 Portfolio
  • 2.7.13 Nazorg
  • 2.8 Centraal Ontwikkeld Examen (COE)
  • 2.8.2 COE rekenen
  • 2.9 Overige thema’s

  • Dovnload 1.2 Mb.