Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Schoolplan 2012- 2016 De Burcht, school voor vso-zmok Rijksstraatweg 24 2171 al sassenheim

Dovnload 1.2 Mb.

Schoolplan 2012- 2016 De Burcht, school voor vso-zmok Rijksstraatweg 24 2171 al sassenheim



Pagina31/36
Datum04.04.2017
Grootte1.2 Mb.

Dovnload 1.2 Mb.
1   ...   28   29   30   31   32   33   34   35   36

Voorstel Kerndoelen vso


Alle uitstroomprofielen

December 2011

Verantwoording
© 2011 SLO (nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling), Enschede

Alle rechten voorbehouden. Mits de bron wordt vermeld is het toegestaan om zonder voorafgaande toestemming van de uitgever deze uitgave geheel of gedeeltelijk te kopiëren dan wel op andere wijze te verveelvoudigen.


Auteurs: Projectgroep Passende kwalificaties - kerndoelen vso

In opdracht van: Ministerie van OCW

Informatie

SLO


Secretariaat: Speciaal onderwijs

Postbus 2041, 7500 CA Enschede

Telefoon (053) 4840 664

Internet: www.slo.nl

E-mail: so-po@slo.nl

AN: 2.5517.434
Inhoud

Preambule bij de kerndoelen voortgezet speciaal onderwijs

1. Leergebiedoverstijgende kerndoelen voor het vso

2. Kerndoelen uitstroomprofiel Vervolgonderwijs

3. Kerndoelen uitstroomprofiel Arbeidsmarkt

4. Kerndoelen uitstroomprofiel Dagbesteding
Preambule bij de kerndoelen voortgezet speciaal onderwijs

Inleiding

De eerste generatie kerndoelen voor het voortgezet speciaal onderwijs vormt het fundament voor de onderwijsinhoudelijke inrichting van dit vso in drie uitstroomprofielen:

• het uitstroomprofiel gericht op doorstroom naar het vervolgonderwijs (mbo, hbo en wo);

• het uitstroomprofiel gericht op doorstroom naar de arbeidsmarkt;

• het uitstroomprofiel gericht op doorstroom naar dagbesteding.

De onderwijsinhoudelijke inrichting van het voortgezet speciaal onderwijs is gebaseerd op de uitstroombestemmingen van vso-leerlingen in de afgelopen jaren.

Met het vaststellen van de drie uitstroomprofielen maakt de overheid duidelijk waaraan het voortgezet speciaal onderwijs is gehouden bij de vormgeving van haar onderwijs.

De wettelijke verankering van de drie uitstroomprofielen biedt het voortgezet speciaal onderwijs een aanknopingspunt in de richting van een meer opbrengstgerichte manier van werken in het

vso.
Drie uitstroomprofielen

De uitstroomprofielen in het voortgezet speciaal onderwijs zijn gebaseerd op de feitelijke werkwijze die het vso in de afgelopen jaren op eigen initiatief heeft gehanteerd. De wettelijke verankering van uitstroomprofielen maakt enerzijds duidelijk waartoe het vso is gehouden bij de vormgeving van haar onderwijsaanbod, in die zin beperken uitstroomprofielen de relatieve vrijheid van het vso, anderzijds biedt deze wettelijke verankering het vso houvast. Houvast bij de vormgeving van het onderwijs, bij de communicatie naar belanghebbenden en betrokkenen en niet in de laatste plaats, bij het nastreven van opbrengsten.

De uitstroomprofielen worden hieronder kort geschetst. Per uitstroomprofiel wordt ingegaan op

de doelstelling en de doelgroep (leerlingen).


Uitstroomprofiel Vervolgonderwijs

Leerlingen

Leerlingen in het uitstroomprofiel Vervolgonderwijs zullen vaak vanuit het speciaal onderwijs instromen. Andere leerlingen komen uit het (speciaal) basisonderwijs of stromen tussentijds in vanuit het voortgezet onderwijs. De leerlingen hebben een indicatie voor cluster 1, 2, 3 (op grond van een lichamelijke beperking, epilepsie of langdurige ziekte) of 4. De verschillen tussen leerlingen kunnen groot zijn. Gemeenschappelijk is dat zij, cognitief gezien, in staat worden geacht examen te doen en een diploma te halen. Zij zijn echter vanwege specifieke beperkingen of stoornissen op ondersteuning aangewezen. De behoefte aan ondersteuning is zodanig dat deze niet in het regulier voortgezet onderwijs gegeven kan worden. In het voortgezet speciaal onderwijs wordt deze ondersteuning geïntegreerd in het onderwijsprogramma. De behoefte aan ondersteuning zal per leerling en per leeractiviteit kunnen verschillen en zal dus om maatwerk vragen.


Doelstelling

Het onderwijs in dit uitstroomprofiel is gericht op het behalen van een regulier diploma vmbo (inclusief aangepaste trajecten zoals leerwerktrajecten), havo of vwo, op doorstromen naar vervolgonderwijs (mbo, hbo, wo) of terugstroom van de leerling naar het reguliere onderwijs. Het onderwijsprogramma in dit uitstroomprofiel sluit nauw aan op de kerndoelen en exameneisen die gelden voor het regulier voortgezet onderwijs. De leerlingen in dit profiel moeten voor een diploma aan dezelfde eisen voldoen als de leerlingen in het regulier onderwijs.

Het vso staat daarmee voor de complexe taak om binnen deze reguliere kaders maatwerk te realiseren.

Het onderwijs in dit uitstroomprofiel richt zich niet alleen op de voorbereiding op vervolgonderwijs, maar ook op het leren omgaan met de beperking en op bevordering van de zelfredzaamheid van leerlingen. Het gaat in het VSO ook om de ontwikkeling van competenties op het gebied wonen, vrije tijd en burgerschap. Zelfredzaamheidcompetenties zullen een belangrijke plaats in het onderwijs moeten krijgen, opdat de leerling zo zelfstandig mogelijk door het leven kan gaan. Bovendien zal er tijdig een plaats in het onderwijsaanbod moeten worden ingeruimd voor de transitie naar het vervolgonderwijs.


Uitstroomprofiel Arbeidsmarkt

Leerlingen

Het vso-uitstroomprofiel Arbeidsmarkt is er voor leerlingen in de leeftijd van circa 12 tot maximaal 20 jaar bij wie tijdens de overgang naar het vso wordt ingeschat dat zij (eenvoudige) werkzaamheden zullen kunnen verrichten in loonvormende arbeid op de arbeidsmarkt, maar niet een volledig kwalificerend diploma kunnen behalen. Zij zijn echter ook vanwege specifieke beperkingen of stoornissen op ondersteuning aangewezen. De behoefte aan ondersteuning is zodanig dat deze niet in het voortgezet onderwijs gegeven kan worden. In het voortgezet speciaal onderwijs wordt deze ondersteuning geïntegreerd in het onderwijsprogramma. De behoefte aan ondersteuning zal per leerling en per leeractiviteit kunnen verschillen en zal dus om maatwerk vragen.


Doelstelling

Het onderwijs in het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel is enerzijds gericht op een brede persoonlijke vorming en participatie in de samenleving en anderzijds op duurzame toeleiding van leerlingen naar een passende plaats op de arbeidsmarkt. Het behalen van passende beroepskwalificaties kan daar deel van uitmaken. Tevens is onderwijs in dit uitstroomprofiel gericht op het leren omgaan met de beperking of stoornis en op bevordering van de zelfredzaamheid van leerlingen. Zelfredzaamheidcompetenties hebben een belangrijke plaats in het onderwijs, omdat de leerling wordt toegerust voor een zo zelfstandig mogelijke participatie op de arbeidsmarkt en bij wonen, vrije tijd en burgerschap.

Er gelden voor leerlingen in dit uitstroomprofiel geen formele exameneisen. Het is dan ook voor betrokkenen in de samenleving vaak niet goed te herkennen wat een leerling aan het einde van zijn vso-loopbaan in het uitstroomprofiel Arbeidsmarkt kan en weet. Het vso staat daarmee voor de complexe taak om voor iedere leerling een optimale balans te bewerkstelligen tussen maatwerk enerzijds en anderzijds herkenbaarheid voor derden van de behaalde onderwijsresultaten. Het optimale resultaat van het onderwijs in dit uitstroomprofiel is een voor de leerling en de samenleving succesvolle transitie van school naar werken, wonen, vrijetijdsbesteding en burgerschap. De kerndoelen voor dit uitstroomprofiel zijn op al deze transitiegebieden gericht.

Uitstroomprofiel Dagbesteding

Leerlingen

Leerlingen in dit uitstroomprofiel worden geacht na het vso een plaats te krijgen in een instelling voor dagbesteding. De groep is zeer divers. Een deel van de leerlingen kan met ondersteuning en begeleiding werkzaamheden verrichten, bijvoorbeeld in een aangepaste omgeving en werksetting. Voor andere leerlingen zijn hun mogelijkheden en beperkingen dusdanig dat andersoortige activiteiten aangewezen zijn. Bovendien is er in dit uitstroomprofiel geen ondergrens in het niveau van de leerlingen en gezien het recht op onderwijs voor iedereen, is een deel van de leerlingen aangewezen op een zorg- en onderwijsaanbod dat hen vooral een veilige en ontwikkelingsgerichte omgeving biedt. Voor elke leerling wordt gestreefd naar een zo groot mogelijke redzaamheid en evenwichtige persoonlijke en sociale ontwikkeling.


Doelstelling

Het onderwijs binnen dit uitstroomprofiel richt zich op persoonlijke vorming en competentieontwikkeling rond werk- en dagactiviteiten, wonen, vrije tijdsbesteding en burgerschap. Binnen dagbesteding is het volgende onderscheid te maken:

• arbeidsmatige activiteiten (werk/taken gericht op productie/resultaat, met beperkte vereisten en werkdruk en zonder 'afrekening');

• dagbestedingsactiviteiten (activiteiten gericht op eigen ontwikkeling, oefening en behoud van vaardigheden);

• belevingsgerichte activiteiten (verzorgende en veilige situatie, waarin zoveel mogelijk kansen en stimulansen tot contact/interactie met de omgeving).

Het is een taak van de school om samen met de leerling en ouders en in afstemming met de in aanmerking komende dagbestedingsinstelling een onderwijsprogramma in te richten dat is toegesneden op het best passende toekomstperspectief in brede zin.


Kerndoelen en hun functies

Kerndoelen kaderen de inhoud van het onderwijsaanbod en omschrijven een inspanningsverplichting voor vso-scholen. Voor leerlingen zijn de kerndoelen echter streefdoelen. Kerndoelen hebben in het algemeen meerdere functies, waarbij het accent kan verschillen vanuit het perspectief van de diverse betrokkenen: de overheid, de inspectie, het onderwijs, de individuele scholen, leerkrachten, leerlingen en hun ouders. Letschert (SLO, 1998) geeft een overzicht van functies van kerndoelen dat we hieronder kort samenvatten.


Criteriumfunctie

Kerndoelen zijn het criterium voor goed onderwijs aan speciale leerlingen en daarmee een middel voor kwaliteitszorg.



Afstemmingsfunctie

Door kerndoelen kunnen de aansluitingsmogelijkheden tussen scholen worden geoptimaliseerd. Zij geven duidelijkheid over het kernprogramma van het voorgezet speciaal onderwijs.



Beeldvormende functie

Kerndoelen geven een overzichtelijk beeld van wat een school voor voortgezet speciaal onderwijs te bieden heeft. Ze maken zichtbaar wat het onderwijsaanbod is van het voortgezet speciaal onderwijs.



Emancipatoire functie

Kerndoelen helpen de ontwikkelingskansen van leerlingen te optimaliseren en stellen, door hun streefdoelkarakter, hoge verwachtingen aan school, leraren en leerlingen.



Zelfreferentiële functie

Met kerndoelen neemt de school zichzelf de maat. Kerndoelen kunnen een belangrijke rol spelen bij het eigen onderwijsbeleid van de school voor voortgezet speciaal onderwijs.


Kerndoelen per uitstroomprofiel

Kerndoelen omschrijven op hoofdlijnen het onderwijsaanbod van de school. Voor leerlingen zijn de kerndoelen echter streefdoelen. Kerndoelen doen geen uitspraak over een niveauaanduiding en ze gelden dus niet als eindtermen waaraan een leerling moet voldoen.

Het niveau van beheersing en de mate van zelfstandigheid dat bij bepaalde kerndoelen kan worden bereikt en de mate van ondersteuning die daarbij nodig is, kan per individuele leerling verschillen.

De vso-scholen krijgen de wettelijke taak om de vso-kerndoelen uit te werken of toe te snijden ten behoeve van de doelgroep(en) van de school.


1. Leergebiedoverstijgende kerndoelen voor het vso


    1. Karakteristiek

De leergebiedoverstijgende kerndoelen in het voortgezet speciaal onderwijs richten zich op het

functioneren van jongeren op de gebieden leren, werken, burgerschap, wonen en vrije tijd. Er is aandacht voor het aanleren van kennis en vaardigheden, maar evenzeer voor de ontwikkeling van sociale, communicatieve en emotionele aspecten.

De leergebiedoverstijgende kerndoelen betreffen vier thema's:
1. Leren leren.

2. Leren taken uitvoeren.

3. Leren functioneren in sociale situaties.

4. Ontwikkelen van een persoonlijk toekomstperspectief.


Leren leren

Bij veel leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs vraagt het ontwikkelen van een open en flexibele leerhouding en het leren toepassen van leerstrategieën veel aandacht. Het leren (mede)verantwoordelijkheid nemen voor het leerproces en het actief werken aan de eigen ontwikkeling en met zelfvertrouwen kennis opbouwen is belangrijk.


Leren taken uitvoeren

Leerlingen leren, zo planmatig, methodisch en zelfstandig mogelijk, taken uit te voeren en hierbij zo nodig hulp te vragen. Het doel is een zo groot mogelijke zelfstandigheid en eigen regie van de leerling. Voor een deel van de leerlingen geldt dat de zelfredzaamheid blijvend (intensieve) aandacht vraagt. Het verder optimaliseren en geïntegreerd gebruiken van de zintuiglijke en motorische mogelijkheden kan hieronder vallen.


Leren functioneren in sociale situaties

De beperking en/of problematiek van leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs maakt dat bepaalde competenties, met name op sociaal, emotioneel en communicatief gebied, niet door iedereen als vanzelf worden ontwikkeld of kunnen worden geleerd. De verdere ontwikkeling van deze competenties in allerlei contexten vraagt extra aandacht.


Ontwikkelen van een persoonlijk toekomstperspectief.

Leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs worden zich enerzijds bewust van hun kracht en kwaliteiten en leren anderzijds omgaan met hun beperkingen. Het ontwikkelen van een positief zelfbeeld en een realistische kijk op de eigen toekomstmogelijkheden vormen cruciale doelen.


Leerlingen oriënteren zich hierbij:

• op zichzelf, hun eigen wensen en voorkeuren;

• op ontwikkelingsmogelijkheden;

• op de wereld van opleidingen, werk en/of dagbesteding;

• op mogelijkheden en wensen met betrekking tot burgerschap, wonen en vrije tijdsbesteding.
De leergebiedoverstijgende kerndoelen zijn hetzelfde voor alle drie de uitstroomprofielen:

Vervolgonderwijs, Arbeidsmarkt en Dagbesteding. Zij zijn globaal geformuleerd zodanig dat, afhankelijk van het uitstroomprofiel en de doelgroep, verschillende uitwerkingen mogelijk zijn. Uitwerkingen kunnen verschillen voor wat betreft het niveau en de context waarin het kerndoel gestalte krijgt. De mate van zelfstandigheid en planmatigheid die bij elk kerndoel nagestreefd kan worden en het type en de hoeveelheid ondersteuning die nodig is, zullen per uitstroomprofiel, maar ook per leerling sterk variëren. Vaak zal bij de concretisering van een kerndoel in leeractiviteiten maatwerk nodig zijn. Soms zal duidelijk zijn dat een leerling het maximum haalbare bij een kerndoel is bereikt en zal de aandacht uitgaan naar uitbreiding op

andere (compenserende) gebieden.

In het uitstroomprofiel Vervolgonderwijs kunnen eisen aan de leerlingen worden gesteld als het

gaat om de planmatigheid bij het leren en handelen. Dit geldt bijvoorbeeld voor het zelfstandig kiezen en toepassen van leer- en zoekstrategieën en het inzetten van taal-, reken- en ICTvaardigheden. De eisen die in dit profiel worden gesteld aan het initiatief, het overzicht, het tempo en de nauwkeurigheid van leerlingen bereiden voor op exameneisen en instroomeisen van het vervolgonderwijs. Ook mag in dit profiel van leerlingen worden verwacht dat zij kritisch kunnen reflecteren op leer- en werkprocessen, op sociale interacties en op de eigen rol in diverse sociale situaties. De mate waarin leerlingen zich kunnen inleven en rekening kunnen houden met andermans gevoelens en meningen zal echter ook afhankelijk zijn van de

eventuele sociale beperking van de leerling.

Het ontwikkelen van een persoonlijk toekomstperspectief zal in dit profiel gericht zijn op de keuze voor een vervolgopleiding die past bij de individuele wensen, mogelijkheden en beschikbare ondersteuning. Ook de reflectie op realiseerbare woonsituaties en vrije tijdsbesteding maakt onderdeel uit van het toekomstperspectief in dit uitstroomprofiel.
In het uitstroomprofiel Arbeidsmarkt kunnen eisen aan de leerlingen worden gesteld als het gaat om de planmatigheid bij het leren en handelen. Dit geldt bijvoorbeeld voor het leren toepassen van leer- en zoekstrategieën en het inzetten van taal-, reken- en ICT-vaardigheden. De eisen die in dit profiel worden gesteld aan het initiatief, het overzicht, het tempo en de nauwkeurigheid van leerlingen bereiden voor op de (toekomstige) rol van werknemer in arbeidsorganisaties en op zo zelfstandig mogelijk wonen, vrije tijdsbesteding en burgerschap. Ook mag in dit profiel van leerlingen worden verwacht dat zij leren reflecteren op de eigen rol in leer- en werkprocessen en in diverse sociale situaties. De mate waarin leerlingen zich kunnen inleven en rekening kunnen houden met andermans gevoelens en meningen zal echter ook afhankelijk zijn van de eventuele sociale beperking van de leerling.

Het ontwikkelen van een persoonlijk toekomstperspectief zal in dit profiel gericht zijn op de keuze voor een plek op de arbeidsmarkt die past bij de individuele wensen, mogelijkheden en beschikbare ondersteuning. Ook de reflectie op realiseerbare woonsituaties en vrije tijdsbesteding maakt onderdeel uit van het toekomstperspectief in dit uitstroomprofiel.


In het uitstroomprofiel Dagbesteding worden de leergebiedoverstijgende doelen ingevuld vanuit de mogelijkheden en het perspectief van de leerling. Hierbij is belangrijk om bij de vier genoemde thema's aandacht te geven aan wat de ontwikkeling van leerling op dat vlak kan stimuleren. Uitgangspunt is niet het benadrukken wat niet lukt, maar het ontdekken wat wel mogelijk is en daaruit een positief en reëel zelfbeeld te ontwikkelen. Bij 'leren leren' zal de aandacht vooral gericht zijn op leren door doen en het stimuleren van activiteiten die de ontwikkeling bevorderen. Leerlingen leren omgaan met het eigen leervermogen en leren hoe taken zelfstandig of met ondersteuning kunnen worden aangepakt. Dit staat mede in het licht van het persoonlijk toekomstperspectief van de leerlingen op het gebied van wonen, werk en dagactiviteiten, vrijetijdsbesteding, burgerschap en persoonlijke ontwikkeling. Burgerschap komt voor deze doelgroep neer op zo maximaal mogelijk participeren in de nabije sociale omgeving en hetzelfde geldt voor de andere transitiegebieden. Voor de doelgroep van het uitstroomprofiel Dagbesteding is dat zeer divers, gezien de grote verschillen tussen leerlingen in hun mogelijkheden en beperkingen. Het gaat om maatwerk. Dat geldt ook voor de wijze waarop de leergebiedoverstijgende kerndoelen worden uitgewerkt en in het programma worden geïntegreerd.

Bij elk van de leergebiedoverstijgende kerndoelen wordt een uitwerking gegeven in de vorm van voorbeelden van mogelijke subdoelen. Sommige voorbeelden zijn van toepassing voor alle drie de uitstroomprofielen, andere zullen meer specifiek van toepassing zijn voor één uitstroomprofiel.


Kerndoelen 'Leren leren'
1. De leerling ontwikkelt een open en flexibele houding ten opzichte van de wereld om

hem heen, mede in het kader van een leven lang leren.
Hierbij kan men denken aan:

• het ontwikkelen van zelfvertrouwen bij het leren van nieuwe kennis en vaardigheden;

• het opdoen van kennis over de wereld waarin je leert, werkt, woont, als burger functioneert

en vrije tijd besteedt.


Uitstroomprofiel Vervolgonderwijs:

• het actief, planmatig en kritisch onderzoeken van de wereld en er een eigen betekenis aan verlenen;

• het formuleren van eigen leervragen.
Uitstroomprofiel Arbeidsmarkt:

• het uitwisselen van ervaringen over de wereld waarin je leert, werkt, woont, als burger functioneert en vrije tijd besteedt;

• het ontwikkelen van competenties gericht op een leven lang leren, waaronder het leren in toekomstige werk- en woonsituaties.
Uitstroomprofiel Dagbesteding:

• stimuleren van nieuwsgierigheid en belangstelling voor de wereld en de mensen;

• ervaringen opdoen in de eigen situatie en deze integreren in het eigen handelen en de persoonlijke ontwikkeling.
2. De leerling leert doelgericht en planmatig te leren en daarbij strategieën te

gebruiken.

Hierbij kan men denken aan:

• het leren plannen en monitoren van het leerproces;

• het nemen van (mede)verantwoordelijkheid voor het eigen leer- en ontwikkelingsproces.
Uitstroomprofiel Vervolgonderwijs:

• het stellen van eigen leer- en ontwikkelingsdoelen;

• het leren hanteren van strategieën bij het leren (bijvoorbeeld: memoriseren, aantekeningen maken, schematiseren);

• het systematisch leren reflecteren op het eigen leerproces en hierbij gebruik te maken van

feedback.
Uitstroomprofiel Arbeidsmarkt:

• het herkennen van leer- en ontwikkelingsdoelen, en het nut ervan voor de eigen ontwikkeling;

• het aanleren van een doelgerichte en planmatige aanpak bij leren en handelen;

• het aanleren en gebruiken van passende (leer-)strategieën voor het leren en handelen;

• het systematisch leren reflecteren op het eigen leer- en werkproces;

• het leren gebruiken van feedback voor verbetering van leren en handelen.


Uitstroomprofiel Dagbesteding:

• het (h)erkennen van leer- en ontwikkelingsdoelen bij leeractiviteiten, de noodzaak van oefening en het nut voor de eigen ontwikkeling;

• het leren van een proces- of stapsgewijze aanpak in handelen bij leertaken en activiteiten;

• leren terugkijken naar het resultaat van de eigen activiteiten en het daarbij gevolgde werkproces, samen met anderen en ook zelfstandig;

• het leren gebruiken van strategieën, bijvoorbeeld ondersteund met picto's.
3. De leerling leert verschillende soorten informatie te zoeken, te beoordelen en te

gebruiken.

Hierbij kan men denken aan:

• het leren zoeken naar relevante informatie in diverse typen (digitale en niet digitale) bronnen.



Uitstroomprofiel Vervolgonderwijs:

• het leren hanteren van zoekstrategieën;

• het leren kiezen van passende zoekstrategieën;

• het leren beoordelen van informatie op betrouwbaarheid, representativiteit en bruikbaarheid;

• het leren en gebruiken van ICT-vaardigheden (zoals leren omgaan met zoekmachine, e-mail en digitale sociale netwerken).
Uitstroomprofiel Arbeidsmarkt:

• het leren zoeken naar informatie in diverse bronnen (mondeling, schriftelijk, tekst, beeld, digitale bronnen);

• het leren beoordelen van diverse bronnen op betrouwbaarheid;

• het leren en gebruiken van ICT-vaardigheden.


Uitstroomprofiel Dagbesteding:

• het leren zoeken naar informatie in diverse bronnen (mondeling, tekst, beeld, digitale bronnen);

• het leren beoordelen van diverse informatie en bronnen op relevantie voor de beoogde taak;

• het leren en gebruiken van ICT-vaardigheden.


4. De leerling leert op basis van feiten een mening te vormen, deze adequaat te uiten en

respectvol om te gaan met andere meningen.

Hierbij kan men denken aan:

• het leren vormen en uiten van je mening;

• het leren aangeven of je het met een mening van een ander eens bent.
Uitstroomprofiel Vervolgonderwijs:

• het leren herkennen van een mening en argumenten in een tekst of mondelinge uiting;

• het leren baseren van je mening op verschillende feiten;

• het leren zoeken van argumenten om een mening te onderbouwen;

• het leren benoemen en hanteren van overeenkomsten en verschillen in meningen.
Uitstroomprofiel Arbeidsmarkt:

• het leren onderscheid maken tussen feiten en meningen;

• het vormen en uiten van een eigen mening op basis van feiten;

• het leren argumenteren op basis van feiten en eigen meningen;

• het leren afwegen van verschillende meningen en argumenten;

• het leren benoemen en hanteren van overeenkomsten en verschillen in meningen.


Uitstroomprofiel Dagbesteding:

• het vormen van een eigen mening;

• het uiten van een eigen mening en voorkeuren;

• het leren benoemen en hanteren van overeenkomsten en verschillen in meningen van zichzelf en anderen;

• het leren onderscheid maken tussen feiten en meningen.

1   ...   28   29   30   31   32   33   34   35   36

  • Auteurs
  • Preambule bij de kerndoelen voortgezet speciaal onderwijs Inleiding
  • Uitstroomprofiel Vervolgonderwijs
  • Uitstroomprofiel Arbeidsmarkt
  • Uitstroomprofiel Dagbesteding
  • Kerndoelen en hun functies
  • Kerndoelen per uitstroomprofiel
  • 1. Leergebiedoverstijgende kerndoelen voor het vso Karakteristiek
  • Kerndoelen Leren leren 1. De leerling ontwikkelt een open en flexibele houding ten opzichte van de wereld om hem heen, mede in het kader van een leven lang leren.
  • 2. De leerling leert doelgericht en planmatig te leren en daarbij strategieën te gebruiken.
  • 3. De leerling leert verschillende soorten informatie te zoeken, te beoordelen en te gebruiken.
  • 4. De leerling leert op basis van feiten een mening te vormen, deze adequaat te uiten en respectvol om te gaan met andere meningen.

  • Dovnload 1.2 Mb.