Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Schoolplan 2012- 2016 De Burcht, school voor vso-zmok Rijksstraatweg 24 2171 al sassenheim

Dovnload 1.2 Mb.

Schoolplan 2012- 2016 De Burcht, school voor vso-zmok Rijksstraatweg 24 2171 al sassenheim



Pagina7/36
Datum04.04.2017
Grootte1.2 Mb.

Dovnload 1.2 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   36

4.13.1 Trajectonderwijs


Voor een deel van de leerlingen is terugkeer naar de school van herkomst zonder het oplopen van leerachterstand het doel. In overleg met de laatst bezochte school wordt gekeken of de leerling zijn/haar opleiding kan voortzetten. Voor de leerlingen die niet terugkeren naar de school van herkomst, heeft De Burcht binnen de leerlijnen mogelijkheden om een zelfstandig leertraject te volgen op het niveau vmbo, havo en vwo. De school heeft een trajectklas voor de onderbouw en de bovenbouw.

Op De Burcht wordt veel aandacht besteed aan het behalen van certificaten en diploma’s. Voor leerlingen die op niveau vmbo-tl, havo en vwo eindexamen willen doen is er de mogelijkheid om voor 1 of meerdere vakken staatsexamen te doen.

Deze staatsexamens hebben dezelfde “waarde” als het behalen van een diploma op een

reguliere school. De vakspecifieke eindtermen zijn conform de exameneisen van de CEVO.


4.13.2 Arbeidsmarkt gekwalificeerd assistent

Binnen De Burcht is de opleiding AKA (ArbeidsmarktgeKwalificeerd Assistent) ingevoerd en blijft in ontwikkeling. De Burcht zal een convenant sluiten met het ROC Leiden. De betreffende docenten zullen in de toekomst nauw samenwerken met het ROC. De opleiding AKA is een 'brede' opleiding op niveau 1, bedoeld voor leerlingen die nog niet goed weten welk beroep ze moeten kiezen. Voor de AKA opleiding moet men echter minimaal 16 jaar zijn. De opleiding is gericht op diegene die door diverse oorzaken geen regulier schooldiploma heeft verworven. Motivatie voor de opleiding speelt een belangrijke rol. De opleiding duurt ongeveer 1 jaar. Naast praktische vakken krijgt men ook een aantal algemene vakken zoals Nederlands, Engels en rekenen en burgerschapskunde. Gedurende de opleiding werk men aan een portfolio. Deze opleiding is er ook op gericht direct, dan wel later, door te stromen naar een opleiding op niveau 2 om daarmee alsnog een startkwalificatie te halen.

Het PDCA-model van Deming, dat ook geborgd is in ons kwaliteitssysteem is ook het hart van ons AKA-aanbod. Door deze cyclus te verbinden aan een schriftelijke verslaglegging in de vorm van een portfolio ontstaat een procesmatig verkregen bewijsvoering van competenties die, mits voldoende doorlopen, leiden tot diplomering.

De examinering en dus de route naar een AKA-diploma is door De Burcht vastgelegd in een convenant met ROC Leiden.


Eindtermen mbo

De Burcht heeft een samenwerkingscontract met ROC Leiden als het gaat om de mbo-1 en mbo -2 opleidingen. De vakspecifieke eindtermen conform de exameneisen zijn sinds het schooljaar 2011-2012 opgenomen in de vakleerplannen.



4.13.3 Praktijkonderwijs


De Burcht heeft een klas speciaal voor praktijkleerlingen. De benadering van deze leerlingen heeft een wat andere invulling gekregen. Zij zijn gebaat bij een ander klimaat en een aangepaste aanpak om te voorkomen dat zij tussen de reguliere doelgroep geen, te weinig of verkeerde aandacht krijgen. Zij begrijpen hun omgeving onvoldoende en uiten dat door acting-out gedrag te vertonen om zo te voorkomen dat hun beperkingen duidelijk naar voren komen en leeftijdsgenoten door hebben dat zij het reguliere onderwijs- en behandelaanbod niet kunnen volgen. Op school is een speciale klassengroep geformeerd waarin deze leerlingen een aangepast onderwijsprogramma krijgen aangeboden, dat vanuit de praktijk wordt vormgegeven. De situering van deze klassengroep moet zodanig zijn dat er een veilige werkomgeving is, waarbij zij niet worden afgeleid door leerlingen van andere klassengroepen en zich niet ten opzichte van hen hoeven te bewijzen.
Uitgangspunten onderwijsprogramma:

  • Ervaringsleren (theoretische onderbouwing vanuit de praktijk; Promotie en/of methode van school van herkomst).

  • Visueel ingesteld programma, weinig tekst veel plaatjes, doe-opdrachten.

  • Werken indien nodig met tekens/pictogrammen.

  • Inslijpen van vaardigheden zodat deze worden opgeslagen in het lange termijngeheugen.

  • Toewerken naar instroomniveau 1 (assistentenniveau) van het ROC Leiden waarbij vaardigheden van de AKA (Arbeidsmarkt geKwalificeerd Assistent) centraal staan door middel van het aanbieden van oefensituaties in erkende leerwerkplaatsen (alle praktijklokalen van de school).



4.14 Referentieniveaus


Op 1 augustus 2010 is de wet Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen in werking getreden. In het kader van deze wet beschrijft het ‘Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen’ per onderwijssoort, schoolsoort of opleidingsniveau aan welke taal- en rekeneisen een leerling moet voldoen. Doel van de referentieniveaus is om doorlopende leerlijnen binnen en tussen schooltypen te kunnen vormgeven. Het referentiekader bestaat uit vier niveaus. De niveaus komen min of meer overeen met de overstapmomenten in ons onderwijssysteem:

• Niveau 1F: eind basisonderwijs

• Niveau 2F: eind vmbo/mbo 2

• Niveau 3F: eind havo 5 en mbo 4

• Niveau 4F: vwo 6
De F staat voor fundamenteel. Naast fundamentele niveaus onderscheidt de expertgroep

streefniveaus. Deze niveaus behalen verschillende leerlingen op verschillende momenten in hun leerloopbaan.




Voorbeeld: aansluiting tussen vso en mbo, hbo en wo (zie het schema hieronder).


Niveau

Fundamentele kwaliteit

Drempel

1F

Eind primair onderwijs

Van po-vo

2F (=1S)

Eind vmbo. algemeen maatschappelijk niveau

Van vo fase 1 naar vo fase 2

Van vmbo naar mbo



3F (=2S)

Eind mbo-4 en havo

Van vo en mbo naar ho

4F (=3S)

Eind vwo

Van vo naar wo

Leerlingen die vanuit vso willen doorstromen naar mbo-2, moeten voldoen aan hetzelfde niveau als doorstromers vanuit vmbo, namelijk referentieniveau 1S/2F voor taal en 2F voor rekenen/wiskunde. Niveau 2F is ook het algemeen maatschappelijk functioneel niveau, het niveau dat voor alle Nederlanders van belang is. De methoden zijn aangepast aan de referentiekaders.


4.15 Europese referentiekader Engels

Met het opengaan van de Europese grenzen nam de roep toe om taalvaardigheid van burgers in alle lidstaten - ook ten opzichte van elkaar - goed te kunnen beoordelen. Daartoe is het Europees Referentiekader (ERK) ontwikkeld: een door de Raad van Europa vastgesteld kader van niveau-omschrijvingen voor alle Moderne Vreemde Talen-onderwijs in Europa. Dit ERK wordt sinds augustus 2007 ook in Nederland als officieel instrument gehanteerd.

Met het opengaan van de Europese grenzen nam de roep toe om taalvaardigheid van burgers in alle lidstaten - ook ten opzichte van elkaar - goed te kunnen beoordelen. Daartoe is het Europees Referentiekader (ERK) ontwikkeld: een door de Raad van Europa vastgesteld kader van niveau-omschrijvingen voor alle Moderne Vreemde Talen-onderwijs in Europa. Dit ERK wordt vanaf augustus 2007 ook in Nederland als officieel instrument gehanteerd.

De kwalificatiestructuur binnen BVE is inmiddels gebaseerd op het ERK. SLO heeft de eindtermen Moderne Vreemde Talen van vmbo en havo/vwo uitgewerkt volgens de niveaus van het ERK. Ook de kerndoelen onderbouw voor Moderne Vreemde talen zijn door gekoppeld aan de ERK-niveaus

Het Europees referentiekader: zes niveaus, vijf 'gebruiksterreinen' (taalvaardigheden)

Het ERK beschrijft de taalvaardigheden op basis van vijf 'gebruiksterreinen'21 en zes

competentieniveaus.
De zes competentieniveaus hebben in het Europese document de volgende namen gekregen:


  • A1 Breakthrough

  • A2 Waystage

  • B1 Threshold

  • B2 Vantage

  • C1 Effective operational proficiency

  • C2 Mastery


1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   36

  • 4.13.3 Praktijkonderwijs
  • 4.14 Referentieniveaus

  • Dovnload 1.2 Mb.