Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Schoolplan 2012- 2016 De Burcht, school voor vso-zmok Rijksstraatweg 24 2171 al sassenheim

Dovnload 1.2 Mb.

Schoolplan 2012- 2016 De Burcht, school voor vso-zmok Rijksstraatweg 24 2171 al sassenheim



Pagina9/36
Datum04.04.2017
Grootte1.2 Mb.

Dovnload 1.2 Mb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   ...   36

4.16.3 Deviant


De methode Deviant richt zich op Nederlands, rekenen, Engels en burgerschap. De Burcht zet de methodes in voor mbo-trajecten en het praktijkonderwijs,
Nederlands

De methode VIA is ontwikkeld conform de referentieniveaus van de Commissie Meijerink.

De methodes voor Nederlands bestaan uit vijf elkaar aanvullende producten waarmee

het totaalbeleid Nederlands op alle niveaus ingevuld kan worden:



  • Taalniveautest (TNT): adaptieve online niveautest om het taalniveau van de leerling vast te stellen;

  • VIA Handboek: naslagwerk Nederlands en communicatie ter ondersteuning van de VIA Werkboeken;

  • VIA Werkboeken: competentiegerichte werkboeken Nederlands op ‘Op weg naar 1F’, 1F-, 2F- en 3F-niveau;

  • ViaStarttaal: oefen- en toetsprogramma taalverzorging op vijf niveaus: ‘Op weg naar 1F’, 1F, 2F, 3F en 4F;

  • Toetsen: formatieve toetsen en methode-onafhankelijke kwalificerende toetsen.

Rekenen

Startrekenen is de methode rekenvaardigheid van Deviant. De methode is geschreven conform de referentieniveaus 1F, 2F en 3F van de Commissie Meijerink en wordt op grote schaal ingezet in het mbo. De didactiek van Startrekenen is ook geschikt voor het voortgezet onderwijs.

De methode bestaat uit vier elkaar aanvullende producten om het beleid voor rekenvaardigheid inhoud te geven:


  • Rekenniveautest (RNT): adaptieve online niveautest om het rekenniveau van de leerling vast te stellen;

  • Startrekenen leerwerkboeken: leerwerkboeken rekenvaardigheid op vier niveau: ‘Op weg naar 1F’, 1F, 2F en 3F;

  • Toetsen: formatieve hoofdstuk- en domeintoetsen en methodeonafhankelijke

eindtoetsen;

  • Startrekenen Online: oefen- en toetsprogramma rekenvaardigheid op vierniveaus: ‘Op weg naar 1F’, 1F, 2F en 3F.


Engels

Deze methodes bestaan uit elkaar aanvullende producten waarmee u het totaalbeleid

Engels op alle CEF-niveaus kunt invullen:


  • Language Level Assessment (LLA): adaptieve online niveautest Engels;

  • Engels Vooraf – Op weg naar A1: leerwerkboek Engels op ‘Op weg naar A1’-niveau;

  • Engels Vooraf Online: oefen- en toetsprogramma’s Engelse taalvaardigheid A1;

  • Starters: leerwerkboek Engels van (bijna) 0 naar A1-niveau;

  • Good Practice 2.0: competentiegerichte methode Engels A2, B1;

  • Elementary English (EE), First Aid Course English (FACE) en

  • Toetsen: formatieve hoofdstuktoetsen en methodeonafhankelijke kwalificerende

  • toetsen, niveau A1 t/m B2.


Loopbaan en Burgerschap

Voor leerlingen op het PrO, Entree-opleidingen (huidige AKA-trajecten en niveau 1-opleidingen). De methodes zijn gebaseerd op het vernieuwde brondocument ‘Loopbaan en burgerschap in het mbo’.

Deze methode bestaat uit:


  • Kies 1 leerwerkboek burgerschap;

  • Kies 1 Online: oefen- en toetsprogramma burgerschap ter ondersteuning van het

  • leerwerkboek.

  • Toetsen en uitgebreide keuzeopdrachten voor het portfolio.

Voor leerlingen op niveau 2-, 3- en 4-opleidingen van het mbo is de methode Schokland 3.0 ontwikkeld. Deze methode bestaat uit:



  • Schokland 3.0 - Handboek burgerschap;

  • Schokland 3.0 - Werkboek burgerschap voor niveau 2 van het mbo;

  • Schokland 3.0 - Werkboek burgerschap voor niveau 3-4 van het mbo;

  • Schokland 3.0 Online: oefen- en toetsprogramma burgerschap op niveau 2, 3 en

van het mbo

4.17 Leergebieden





Leergebied

Nederlands

Einddoel

Taalvaardig zijn op 1F niveau, om doorstroom naar een niveau 1-opleiding in het MBO te bevorderen. Voor deelnemers binnen het praktijkonderwijs is dit referentieniveau niet voorwaardelijk voor diplomering, maar wel wenselijk voor doorstroom naar het MBO.



Tussendoelen en leerlijnen
Mondelinge taalvaardigheden (subdomeinen gesprekken, luisteren, spreken)
Kan eenvoudige gesprekken voeren over vertrouwde onderwerpen in het dagelijks leven en buiten school.
Kan de gesprekspartners redelijk volgen tenzij ze voor onverwachte wendingen in het gesprek zorgen.
Kan zijn woorden ondersteunen met non-verbaal gedrag.
Kan luisteren naar eenvoudige teksten over alledaagse, concrete onderwerpen of over onderwerpen die aansluiten bij de leefwereld van de leerling.
Kan in eenvoudige bewoordingen een beschrijving geven, informatie geven, verslag uitbrengen, uitleg en instructie geven in alledaagse situaties in en buiten school.
Schrijven
Kan korte, eenvoudige teksten schrijven over alledaagse onderwerpen of over onderwerpen uit de leefwereld.
Lezen (subdomeinen zakelijke teksten, fictie (literaire) teksten)
Kan eenvoudige teksten lezen over alledaagse onderwerpen en over onderwerpen die aansluiten bij de leefwereld. Eenvoudige structuur, lage informatiedichtheid, belangrijke informatie gemarkeerd of herhaald, frequent gebruikte woorden. Tekstsoorten: informatief, instructief (o.a. routebeschrijving, opdracht in methode) en betogend (o.a. reclames).
Kan jeugdliteratuur belevend lezen. De structuur is eenvoudig. Het tempo waarin de spannende of dramatische gebeurtenissen elkaar opvolgen is hoog.
Begrippen en taalverzorging
Leestekens

Dubbele punt, punt, komma, puntkomma, uitroepteken, vraagteken, aanhalingsteken.

 

Woordsoorten

Zelfstandig naamwoord, werkwoord (klankvast, klankveranderend (zwak, sterk)), bijvoeglijk naamwoord.

 

Grammaticale kennis

Onderwerp, lijdend voorwerp, hoofdzin, bijzin, gezegde, persoonsvorm.

 

Tekstkennis

Standpunt, argument, feit, mening, tekstsoort en gesprekvormen, paragraaf.

 

Stilistiek en semantiek

Betekenis, symbool, synoniem, context, letterlijk, figuurlijk, uitdrukking, spreekwoord, gezegde, moedertaal, tweede taal, vreemde taal, standaardtaal, dialect, meertalig, formeel en informeel taalgebruik, leenwoord.

 Morfologie

Woordvorm, woorddeel, samengesteld, voorvoegsel, achtervoegsel, lettergreep. Getal (meervoud/enkelvoud), tijd (tegenwoordig, verleden, voltooid, onvoltooid). Verkleinwoord, verschijningsvormen werkwoord (stam, infinitief, bijvoeglijk naamwoord).

 

Opmaak

Bladzijde, woord, zin, hoofdletter, uitspraak, titel, hoofdstuk, regel, lettertype, alinea, kopje.

 

Klanken

Articulatie, klemtoon, intonatie, spreekpauze.


Beheerst de alfabetische spelling (spellen van klankzuivere woorden als haar, teen, boom).

Beheerst de orthografische spelling (o.a. woorden met ng, nk, sch, ch(t), aai, ooi, ieuw, eeuw, uw, de ë in ië of ieë.)

 

Beheerst de morfologische spelling (o.a. verkleinwoorden, meervoudsvormen, woorden met achtervoegsels als –ig, -lijk, -tie, -heid, -teit, -tijd,


-isch), bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord (verbrede straten).

 

Beheerst werkwoordspelling waarvan een deel zuiver morfologisch is (morfologische spelling op syntactische basis): zoals tegenwoordige tijd meervoud (lopen, raden), verleden tijd van werkwoorden met stam (bakte(n)) of –d (antwoordde(n)), hele werkwoord




Leestekens
Past hoofdletters, punten, vraagtekens, uitroeptekens en aanhalingstekens correct toe.

 

Overige regels

Past afbreekregels correct toe (ge-beuren, gebeu-ren).

 

Grammaticale begrippen voor werkwoordspelling


Beheerst grammaticale begrippen voor werkwoordspelling: persoonsvorm, voltooid deelwoord, stam, hele werkwoord, onderwerp, zwakke/sterke werkwoorden, werkwoordelijk gezegde, ’t kofschip of ’t ex-fokschaap

Relatie met de kerndoelen

De Commissie Meijerink heeft geformuleerd aan welke taaleisen leerlingen moeten voldoen ten aanzien van de volgende domeinen:

Leesvaardigheid; schrijfvaardigheid; mondelinge taalvaardigheden; taalverzorging en taalbeschouwing


Methode/leerlijn

Naam methode, versie, jaar:

Deviant Op weg naar 1F 2012-2013

1F MBO Breed

Deviant Via 1F 2012-2013

Deviant Via Handboek



Aanvullende lesmethoden:

Muiswerk oefenprogramma

Promotie onderdeel Lezen



Wijze van toetsing

Methodegebonden toets:

ja

Methodeonafhankelijke toets:

IVIO examen KSE 1

Aantal toetsmomenten per schooljaar:

Deeltoetsen per onderwerp 5x; deeltoetsen per thema 8x; eindtoetsen per thema 8x

Wijze normering toetsresultaten:

Deeltoets moet voldoende zijn dan een oefentoets, vervolgens een eindtoets

Overige wijze van toetsen:

IVIO

Plannen

Verdere implementatie van de methode Deviant. Ingevoerd in 2012.






Leergebied
Nederlands

Einddoel
Taalvaardig zijn op 2F niveau. De commissie Meijerink spreekt in haar rapport over een zogenaamd algemeen maatschappelijk niveau dat voor alle deelnemers in het MBO geldt om zonder problemen te kunnen deelnemen aan de maatschappij. Dit algemeen maatschappelijk niveau is vastgesteld op referentieniveau 2F. Niveau 2F is de uitstroomeis voor MBO-deelnemers van niveau 1, 2 en 3.


Tussendoelen en leerlijnen
Mondelinge taalvaardigheden (subdomeinen gesprekken, luisteren, spreken)
Kan in gesprekken over alledaagse en niet alledaagse onderwerpen uit leefwereld en (beroeps)opleiding uiting geven aan persoonlijke meningen, kan informatie uitwisselen en gevoelens onder woorden brengen.
Kan het spreekdoel van anderen herkennen en reacties inschatten.
Kan het verschil tussen formele en informele situaties hanteren. Maakt de juiste keuze voor het register en het al dan niet hanteren van taalvariatie (dialect, jongerentaal).
Kan luisteren naar teksten over alledaagse onderwerpen, onderwerpen die aansluiten bij de leefwereld van de leerling of die verder van de leerling afstaan.
Kan redelijk vloeiend en helder ervaringen, gebeurtenissen, meningen, verwachtingen, gevoelens onder woorden brengen over onderwerpen uit de (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard.
Schrijven
Kan samenhangende teksten schrijven met een eenvoudige lineaire opbouw over uiteenlopende vertrouwde onderwerpen uit de (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard.
Lezen (subdomeinen zakelijke teksten, fictie (literaire) teksten)
Kan eenvoudige teksten lezen over alledaagse onderwerpen en over onderwerpen die aansluiten bij de leefwereld. Eenvoudige structuur, lage informatiedichtheid, belangrijke informatie gemarkeerd of herhaald, frequent gebruikte woorden. Tekstsoorten: informatief, instructief (o.a. routebeschrijving, opdracht in methode) en betogend (o.a. reclames). Kan minder eenvoudige teksten, ook onderwerpen die verder van de leerling afstaan. Teksten hebben heldere structuur, zijn niet te lang en hebben lage informatiedichtheid.
Kan eenvoudige adolescentieliteratuur herkennend lezen. Het verhaal heeft een dramatische verhaallijn waarin de spanning af en toe wordt onderbroken door gedachten en beschrijvingen. De verhaalstructuur is helder. Poëzie en liedjes hebben bij voorkeur een verhalende inhoud en emotionele lading
Begrippen en taalverzorging
Leestekens

trema, accent

 

Grammaticale kennis

Lijdende en bedrijvende vorm, vragende vorm.


Tekstkennis

Aanduidingen voor tekstsoorten en genres (ook: aanduidingen voor gespreksvormen), hoofdgedachte (van tekst), tekstthema

 

Metatalige vormen: Woorden, zinnen, en tekstfragmenten die informatie geven over de rest van de tekst (zoals signaalwoorden, prospectieve en retrospectieve tekstelementen in inleiding, samenvattende zin aan slot).



 

Stilistiek en semantiek

homoniem, homofoon, vakjargon, stilistische adequaatheid (publiekgericht), presentatiekenmerken (van mondelinge en schriftelijke tekst).


Beheerst de spelling van moeilijke gevallen:
1 meervoud –s na klinker (cafés, cavia’s)
2 verkleinwoord na open klinker (parapluutje)
3 ’s in ’s ochtends
4 –en in stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden (houten)
5 meervoud –n bij zelfstandig gebruikte verwijzing (allen vs. alle)
6 wel/niet –n in samengestelde woorden

 

+ Beheerst de moeilijke gevallen in de spelling van de persoonsvorm:


1 tegenwoordige tijd: stam op –d enkelvoud (ik word, hij wordt)
2 tegenwoordige tijd: klankvaste of zwakke werkwoorden enkelvoud (ik leef, hij leeft)
3 verleden tijd: klankvaste of zwakke werkwoorden met stam op –d of –t (redden, pitten)

 

Beheerst de spelling van spelambigue woorden (mauwen, mouwen).



 

Leestekens
+ Gebruikt hoofdletters bij eigennamen (Joep, Frankrijk) en bij de directe rede (Hij zei: ‘Ik ga.’)

Relatie met de kerndoelen
De Commissie Meijerink heeft geformuleerd aan welke taaleisen leerlingen moeten voldoen ten aanzien van de volgende domeinen:

Leesvaardigheid; schrijfvaardigheid; mondelinge taalvaardigheden; taalverzorging en taalbeschouwing



Methode/leerlijn

Naam methode, versie, jaar:

Deviant 2F 2012-2013

Afhankelijk van de uitstroomrichting: 2F Techniek, 2F Mbo-Breed, 2F Horeca, 2F Sport en Bewegen, 2F Economie



Deviant Via handboek 2012-2013

Aanvullende lesmethoden:




Wijze van toetsing

Methodegebonden toets:

Ja

Methodeonafhankelijke toets:

IVIO examen KSE 2/3/4

Aantal toetsmomenten per schooljaar:

Deeltoetsen per onderwerp 5x; deeltoetsen per thema 8x; eindtoetsen per thema 8x

Wijze normering toetsresultaten:

Deeltoets moet voldoende zijn dan een oefentoets, vervolgens een eindtoets

Overige wijze van toetsen:

IVIO

Plannen





Leergebied
Nederlands

Einddoel
Taalvaardig zijn op 3F niveau. De commissie Meijerink spreekt in haar rapport over een zogenaamd algemeen maatschappelijk niveau dat voor alle deelnemers in het MBO geldt om zonder problemen te kunnen deelnemen aan de maatschappij. Dit algemeen maatschappelijk niveau is vastgesteld op referentieniveau 2F. Niveau 3F is het uitstroomniveau voor Mbo-deelnemers van niveau 4.


Tussendoelen en leerlijnen
Mondelinge taalvaardigheden (subdomeinen luisteren, gesprekken en spreken)
Kan luisteren naar een variatie aan teksten over onderwerpen uit de (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard.
Taken: Luisteren naar instructies, luisteren als lid van een live publiek, luisteren naar radio, tv en naar gesproken tekst op internet
De volgende kenmerken van de taakuitvoering zijn beschreven: begrijpen, interpreteren, evalueren, samenvatten.
Voor de teksten zijn tekstkenmerken opgesteld met betrekking tot lengte en opbouw.
Kan op effectieve wijze deelnemen aan gesprekken over onderwerpen uit de (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard.
Taken: deelnemen aan discussie en overleg, informatie uitwisselen.
De volgende kenmerken van de taakuitvoering zijn beschreven: beurten nemen en bijdragen aan de samenhang, afstemming op doel, afstemming op de gesprekspartner(s), woordgebruik en woordenschat, vloeiendheid, verstaanbaarheid en grammaticale beheersing.
Kan monologen en presentaties houden over onderwerpen uit de (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard, waarin ideeën worden uitgewerkt en voorzien van relevante voorbeelden.
Taken: Een monoloog houden.
De volgende kenmerken van de taakuitvoering worden beschreven: samenhang, afstemming op doel, afstemming op publiek, woordgebruik en woordenschat, vloeiendheid, verstaanbaarheid en grammaticale beheersing.


Schrijven (subdomeinen schrijven en taalverzorging)
Kan gedetailleerde teksten schrijven over onderwerpen uit de (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard, waarin informatie en argumenten uit verschillende bronnen bijeengevoegd en beoordeeld worden.
Taken: correspondentie, formulieren invullen, berichten, advertenties en aantekeningen, verslagen, werkstukken, samenvattingen, artikelen.
De volgende kenmerken van de taakuitvoering zijn beschreven: samenhang, afstemming op doel, woordgebruik en woordenschat, spelling, interpunctie en grammatica, leesbaarheid.
Er zijn regels beschreven voor: moeilijke gevallen in de morfologische spelling op syntactische basis (voor aspecten van de werkwoordspelling), leestekens, aaneenschrijvingen, losschrijving.

Lezen (subdomeinen zakelijke teksten, fictie (literaire) teksten)
Kan een grote variatie aan teksten over onderwerpen uit de (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard zelfstandig lezen, met begrip voor geheel en details.

Taken: lezen van informatieve teksten, lezen van instructies en lezen van betogende teksten.

De volgende kenmerken van taakuitvoering zijn beschreven: begrijpen, interpreteren, evalueren, samenvatten en opzoeken.
Literatuur
Kan fictionele, narratieve en literaire teksten lezen. Kan adolescentenliteratuur en volwassenenliteratuur kritisch en reflecterend lezen.
De volgende kenmerken van de taakuitvoering zijn beschreven: begrijpen, interpreteren, evalueren.
Argumentatieve vaardigheden
Kan een betoog analyseren, beoordelen, zelf opzetten en presenteren, schriftelijk en mondeling.


Relatie met de kerndoelen
De Commissie Meijerink heeft geformuleerd aan welke taaleisen leerlingen moeten voldoen ten aanzien van de volgende domeinen:

Leesvaardigheid; schrijfvaardigheid; mondelinge taalvaardigheden; taalverzorging en taalbeschouwing



Methode/leerlijn

Naam methode, versie, jaar:

Deviant 3F 2012-2013

3F MBO Breed

Deviant Via handboek 2012-2013


Aanvullende lesmethoden:




Wijze van toetsing

Methodegebonden toets:

Ja

Methodeonafhankelijke toets:

IVIO examen KSE 4

Aantal toetsmomenten per schooljaar:

Deeltoetsen per onderwerp 5x; deeltoetsen per thema 8x; eindtoetsen per thema 8x

Wijze normering toetsresultaten:

Deeltoets moet voldoende zijn dan een oefentoets, vervolgens een eindtoets

Overige wijze van toetsen:

IVIO

Plannen
Verdere implementatie van de methode Deviant. Ingevoerd in 2012.




Leergebied
Engels

Einddoel

Taalvaardig zijn op A1 niveau, om doorstroom naar een niveau 1-opleiding in het MBO te bevorderen.




Tussendoelen en leerlijnen
Luisteren:
Ik kan vertrouwde woorden en basiszinnen begrijpen die mezelf, mijn familie en directe concrete omgeving betreffen, wanneer de mensen langzaam en duidelijk spreken.
Lezen:
Ik kan vertrouwde namen, woorden en zeer eenvoudige zinnen begrijpen, bijvoorbeeld in mededelingen, op posters en in catalogi.
Spreken/productie:
Ik kan een eenvoudige interactie uitvoeren, aangenomen dat de andere persoon bereid is om dingen te herhalen of opnieuw te formuleren in een langzamer spreektempo en mij helpt bij het formuleren van wat ik probeer te zeggen. Ik kan eenvoudige vragen stellen en beantwoorden met betrekking tot directe behoefte of zeer vertrouwde onderwerpen.
Spreken/interactie:
Ik kan deelnemen aan een eenvoudig gesprek, wanneer de gesprekspartner bereid is om zaken in een langzamer spreektempo te herhalen of opnieuw te formuleren en mij helpt bij het formuleren van wat ik probeer te zeggen. Ik kan eenvoudige vragen stellen en beantwoorden die een directe behoefte of zeer vertrouwde onderwerpen betreffen.
Schrijven:
Ik kan een korte, eenvoudige postkaart schrijven, bijvoorbeeld voor het zenden van vakantiegroeten. Ik kan op formulieren persoonlijke details invullen, bijvoorbeeld mijn naam, nationaliteit en adres noteren op een hotelinschrijvingsformulier.



Relatie met de kerndoelen
Voor de moderne vreemde talen bestaat al een aantal jaren een Europees instrument om taalvaardigheid te kunnen beschrijven: het Common European Framework (CEF). De analyse van functionele taalvaardigheid wordt in CEF gedaan in de vorm van ‘can-do-statements’, korte, positief geformuleerde uitspraken over wat iemand kan doen in een taal.
Het CEF onderscheidt drie hoofdniveaus:

beginnend taalgebruiker (niveaus A1 en A2)

onafhankelijk taalgebruiker (niveaus B1 en B2)

vaardig taalgebruiker (niveaus C1 en C2).


Binnen het MBO zijn eisen gesteld met betrekking tot de beheersing van een moderne vreemde taal. Binnen De Burcht hebben wij gekozen voor de Engelse taal. Per vaardigheid is uitgewerkt op welk CEF-niveau de startend beroepsbeoefenaar aan het eind van de opleiding moet zijn. De vaardigheden zijn:

Luisteren, lezen, gesprekken voeren, spreken en schrijven.




Methode/leerlijn


Naam methode, versie, jaar:

Deviant Starters van 0 naar niveau A1

Deviant A1

Deviant Good Practice 2.0 2012-2013


Aanvullende lesmethoden:

Muiswerk oefenprogramma


Wijze van toetsing


Methodegebonden toets:

ja

Methodeonafhankelijke toets:

IVIO examen KSE 1

Aantal toetsmomenten per schooljaar:

Deeltoetsen per onderwerp 5x; deeltoetsen per thema 8x; eindtoetsen per thema 8x

Wijze normering toetsresultaten:

Deeltoets moet voldoende zijn dan een oefentoets, vervolgens een eindtoets

Overige wijze van toetsen:

IVIO


Plannen
Implementatie van de methode Deviant. Methode is ingevoerd in 2012.



Leergebied
Engels

Einddoel

Op niveau 1 en 2 van het MBO is taalvaardig zijn op A2 niveau het einddoel.




Tussendoelen en leerlijnen
Luisteren:
Ik kan zinnen en de meest frequente woorden begrijpen die betrekking hebben op gebieden die van direct persoonlijk belang zijn (bijvoorbeeld basisinformatie over mezelf en mijn familie, winkelen, plaatselijke omgeving, werk). Ik kan de belangrijkste punten in korte, duidelijke eenvoudige boodschappen en aan­kondigingen volgen.
Lezen:
Ik kan zeer korte, een­voudige teksten lezen. Ik kan specifieke voorspelbare informatie vinden in eenvoudige, alledaagse teksten zoals advertenties, folders, menu's en dienstregelingen en ik kan korte, eenvoudige, persoonlijke brieven begrijpen.
Spreken/productie:
Ik kan communiceren over eenvoudige en alledaagse taken die een eenvoudige en directe uitwisseling van informatie over vertrouwde onderwerpen en activiteiten betreffen. Ik kan zeer korte sociale gesprekken hanteren, zelfs terwijl ik gewoonlijk niet voldoende begrijp om het gesprek zelfstandig gaande te houden.
Spreken/interactie:
Ik kan communiceren over eenvoudige en alledaagse taken die een eenvoudige en directe uitwisseling van informatie over vertrouwde onderwerpen en activiteiten betreffen. Ik kan zeer korte sociale gesprekken aan, alhoewel ik gewoonlijk niet voldoende begrijp om het gesprek zelfstandig gaande te houden.
Schrijven:
Ik kan korte, eenvoudige notities en boodschappen opschrijven. Ik kan een zeer eenvoudige persoonlijke brief schrijven, bijvoorbeeld om iemand voor iets te bedanken.


Relatie met de kerndoelen
Voor de moderne vreemde talen bestaat al een aantal jaren een Europees instrument om taalvaardigheid te kunnen beschrijven: het Common European Framework (CEF). De analyse van functionele taalvaardigheid wordt in CEF gedaan in de vorm van ‘can-do-statements’, korte, positief geformuleerde uitspraken over wat iemand kan doen in een taal.
Het CEF onderscheidt drie hoofdniveaus:

beginnend taalgebruiker (niveaus A1 en A2)

onafhankelijk taalgebruiker (niveaus B1 en B2)

vaardig taalgebruiker (niveaus C1 en C2).


Binnen het mbo zijn eisen gesteld met betrekking tot de beheersing van een moderne vreemde taal. Binnen De Burcht hebben wij gekozen voor de Engelse taal. Per vaardigheid is uitgewerkt op welk CEF-niveau de startend beroepsbeoefenaar aan het eind van de opleiding moet zijn. De vaardigheden zijn:

Luisteren, lezen, gesprekken voeren, spreken en schrijven.





Methode/leerlijn


Naam methode, versie, jaar:

Deviant A1

Deviant Elementary English

Deviant Good Practice 2.0 2012-2013


Aanvullende lesmethoden:



Wijze van toetsing


Methodegebonden toets:

ja

Methodeonafhankelijke toets:

IVIO examen KSE 2/3

Aantal toetsmomenten per schooljaar:

Deeltoetsen per onderwerp 5x; deeltoetsen per thema 8x; eindtoetsen per thema 8x

Wijze normering toetsresultaten:

Deeltoets moet voldoende zijn dan een oefentoets, vervolgens een eindtoets

Overige wijze van toetsen:

IVIO


Plannen
Implementatie van de methode Deviant. Methode is ingevoerd in 2012.



Leergebied
Engels

Einddoel

Op niveau 3 en 4 van het MBO is taalvaardig zijn op B1 niveau het einddoel.




Tussendoelen en leerlijnen
Luisteren:
Ik kan de hoofdpunten begrijpen wanneer in duidelijk uitge­sproken standaarddialect wordt gesproken over vertrouwde zaken die ik regelmatig tegenkom op mijn werk, school, vrije tijd enz. Ik kan de hoofdpunten van veel radio- of tv-programma’s over actuele zaken of over onderwerpen van persoonlijk of beroepsmatig belang begrijpen, wanneer er betrekkelijk langzaam en duidelijk gesproken wordt.
Lezen:
Ik kan teksten begrijpen die hoofdzakelijk bestaan uit hoogfrequente, alle­daagse of aan mijn werk gerelateerde taal. Ik kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven begrijpen.
Spreken/productie:
Ik kan omgaan met de meeste situaties die kunnen optreden tijdens een reis in een gebied waar de betreffende taal wordt gesproken. Ik kan onvoorbereid deelnemen aan een gesprek over onderwerpen die vertrouwd zijn, of mijn persoonlijke belangstelling hebben of die betrekking hebben op het dagelijkse leven (bijvoorbeeld familie, hobby's, werk, reizen en actuele gebeurtenissen).
Spreken/interactie:
Ik kan de meeste situaties aan die zich kunnen voordoen tijdens een reis in een gebied waar de betreffende taal wordt gesproken. Ik kan onvoorbereid deelnemen aan een gesprek over onderwerpen die vertrouwd zijn, of mijn persoonlijke belangstelling hebben of die betrekking hebben op het dagelijks leven (bijvoorbeeld familie, hobby's, werk, reizen en actuele gebeurtenissen).
Schrijven:
Ik kan eenvoudige samenhangende tekst schrijven over onderwerpen die vertrouwd of van persoonlijk belang zijn. Ik kan persoonlijke brieven schrijven waarin ik mijn ervaringen en indrukken beschrijf.


Relatie met de kerndoelen
Voor de moderne vreemde talen bestaat al een aantal jaren een Europees instrument om taalvaardigheid te kunnen beschrijven: het Common European Framework (CEF). De analyse van functionele taalvaardigheid wordt in CEF gedaan in de vorm van ‘can-do-statements’, korte, positief geformuleerde uitspraken over wat iemand kan doen in een taal.
Het CEF onderscheidt drie hoofdniveaus:

beginnend taalgebruiker (niveaus A1 en A2)

onafhankelijk taalgebruiker (niveaus B1 en B2)

vaardig taalgebruiker (niveaus C1 en C2).


Binnen het MBO zijn eisen gesteld met betrekking tot de beheersing van een moderne vreemde taal. Binnen De Burcht hebben wij gekozen voor de Engelse taal. Per vaardigheid is uitgewerkt op welk CEF-niveau de startend beroepsbeoefenaar aan het eind van de opleiding moet zijn. De vaardigheden zijn:

Luisteren, lezen, gesprekken voeren, spreken en schrijven.





Methode/leerlijn


Naam methode, versie, jaar:

Deviant Elementary English

Deviant Good Practice 2.0 2012-2013




Aanvullende lesmethoden:



Wijze van toetsing


Methodegebonden toets:

ja

Methodeonafhankelijke toets:

IVIO examen KSE 4

Aantal toetsmomenten per schooljaar:

Deeltoetsen per onderwerp 5x; deeltoetsen per thema 8x; eindtoetsen per thema 8x

Wijze normering toetsresultaten:

Deeltoets moet voldoende zijn dan een oefentoets, vervolgens een eindtoets

Overige wijze van toetsen:

IVIO


Plannen








Leergebied

Rekenen 1F

Einddoel
Rekenvaardig zijn op 1F niveau, om doorstroom naar een niveau 1-opleiding in het mbo te bevorderen. Leerlingen in de bovenbouw van het Praktijkonderwijs, in de bovenbouw van het vmbo, in Entree-opleidingen (AKA en mbo niveau 1) werken op 1F niveau. Voor deelnemers binnen het praktijkonderwijs geldt dat zij aan het einde van hun opleiding op 1F-niveau moeten kunnen rekenen. Voor leerlingen binnen het Praktijkonderwijs is dit referentieniveau niet voorwaardelijk voor diplomering, maar wel wenselijk voor doorstroom naar het mbo.

Tussendoelen en leerlijnen
De leerling:

weet eenvoudige getallen, bewerkingen en symbolen correct te noteren en te gebruiken.

kan getallen lezen en uitleggen hoe getallen uit cijfers opgebouwd zijn;

kan hoofdrekenen met en zonder notatie van tussenresultaten;

kan hoofdbewerkingen (+, -, x, :) met gehele en eenvoudige decimale getallen op papier uitvoeren, evenals bewerkingen met eenvoudige breuken;

kan berekeningen uitvoeren om problemen op te lossen en de rekenmachine op verstandige wijze inzetten;

kan in de context van verhoudingen eenvoudige berekeningen uitvoeren, ook met procenten en verhoudingen;

kan veel voorkomende en eenvoudige meetinstrumenten gebruiken en aflezen, met maateenheden rekenen en in eenvoudige gevallen maateenheden in elkaar omzetten;

heeft een gevoel ontwikkeld voor standaardmaten in veel voorkomende situaties;

kent namen van enkele meetkundige figuren en begrippen en kan deze gebruiken om situaties in de ruimte te beschrijven;

kan eenvoudige tabellen, diagrammen en grafieken gebruiken bij het oplossen van problemen, ook om eenvoudige berekeningen uit te voeren.


Kerndoelen
Wij verwijzen naar de kerndoelen VSO, zoals voorgesteld in december 2011 door het Nationaal Expertisecentrum Leerplanontwikkeling.


Relatie met de kerndoelen

Binnen het gebied van rekenen  zijn er vier domeinen, die samen de relevante inhouden dekken: Getallen, Verhoudingen, Meten en Meetkunde, Verbanden




Methode/leerlijn

Naam methode, versie, jaar:

Deviant Startrekenen Vooraf 2012-2013

Startrekenen 1F




Aanvullende lesmethoden:

Muiswerk oefenprogramma

Promotie onderdeel Rekenen



Wijze van toetsing

Methodegebonden toets:

ja

Methodeonafhankelijke toets:

IVIO examen KSE 1 / 2

Aantal toetsmomenten per schooljaar:

Deeltoetsen per onderwerp 5x; deeltoetsen per thema 8x; eindtoetsen per thema 8x

Wijze normering toetsresultaten:

Deeltoets moet voldoende zijn dan een oefentoets, vervolgens een eindtoets

Overige wijze van toetsen:

IVIO

Plannen

Implementatie van de methode Deviant (ingevoerd in 2012)






Leergebied

Rekenen 2F

Einddoel
Rekenvaardig zijn op 2F niveau. Voor leerlingen binnen het VMBO geldt dat zij aan het einde van hun opleiding op 2F-niveau moeten kunnen rekenen. Binnen het mbo geldt dat leerlingen die een Entree-opleiding (AKA of niveau 1) volgen aan het eind van hun opleiding rekenen op 2F niveau moeten beheersen.

Tussendoelen en leerlijnen
De leerling:

kan alles wat bij 1F beschreven is;

kan negatieve getallen noteren, begrijpen en er eenvoudige berekeningen mee uitvoeren;

weet de betekenis van miljoen en miljard;

kan complexere berekeningen uitvoeren met procenten en verhoudingen;

kan in beperkte mate redeneren over verhoudingen en breuken;

kent de structuur en de samenhang tussen decimale maateenheden en kan in concrete situaties de juiste maateenheden gebruiken;

kent aanvullende namen van meetkundige figuren en begrippen en kan deze gebruiken om situaties in de ruimte te beschrijven;

kan (werk)tekeningen lezen, interpreteren en zelf maken;

kan complexere meetinstrumenten gebruiken en aflezen;

kan op basis van aanzichten, doorsneden en uitslagen van ruimtelijke figuren zich een beeld vormen van deze figuren;

kan oppervlakten en inhouden uitrekenen;

weet hoe de grootte van hoeken tot uitdrukking gebracht en gemeten kunnen worden;

kent in beperkte mate eigenschappen van meetkundige figuren;

kan tabellen, diagrammen en grafieken bij het oplossen van problemen gebruiken en daarbij conclusies formuleren;

kan bij een verband tussen grootheden een gegevenstabel en grafiek maken

kent van sommige verbanden de vorm van de grafiek en kan dergelijke verbanden uit een gegevenstabel herkennen;

kan in beperkte mate omgaan met formules.





Kerndoelen
Wij verwijzen naar de kerndoelen VSO, zoals voorgesteld in december 2011 door het Nationaal Expertisecentrum Leerplanontwikkeling.


Relatie met de kerndoelen

De commissie Meijerink heeft in het rapport ‘Doorlopende leerlijnen taal en rekenen’ per referentieniveau geformuleerd aan welke rekeneisen een leerling moet voldoen ten aanzien van de vier domeinen: Getallen, Verhoudingen, Meten en Meetkunde, Verbanden.




Methode/leerlijn

Naam methode, versie, jaar:

Deviant Startrekenen 2F 2012-2013


Aanvullende lesmethoden:

Muiswerk oefenprogramma

Promotie onderdeel Rekenen



Wijze van toetsing

Methodegebonden toets:

ja

Methodeonafhankelijke toets:

IVIO examen KSE 3/4

Aantal toetsmomenten per schooljaar:

Deeltoetsen per onderwerp 5x; deeltoetsen per thema 8x; eindtoetsen per thema 8x

Wijze normering toetsresultaten:

Deeltoets moet voldoende zijn dan een oefentoets, vervolgens een eindtoets

Overige wijze van toetsen:

IVIO

Plannen
Implementatie van de methode Deviant (ingevoerd in 2012).



Leergebied

Rekenen 3F

Einddoel
Rekenvaardig zijn op 3F niveau, om doorstroom naar een niveau 1-opleiding in het MBO te bevorderen. Leerlingen in de bovenbouw van de HAVO en het VWO, in het MBO op niveau 4 werken op 3F niveau.

Tussendoelen en leerlijnen
De leerling:

kan alles wat bij 1F en 2F beschreven is;

kan de rekenkundige vaardigheden uit 1F en 2F inzetten in complexe situaties, vooral die die aan een beroep gerelateerd zijn;

kan beroepsspecifieke meetinstrumenten aflezen en gebruiken, beroepsspecifieke maateenheden gebruiken, werktekeningen in een beroepssituatie lezen en interpreteren, grafische voorstellingen die in een beroepssituatie gangbaar zijn lezen en produceren;

kan termen en begrippen uit een beroepssituatie in verband brengen met rekenkundige termen en begrippen;

kan numerieke en ruimtelijke informatie uit verschillende bronnen combineren om conclusies te trekken en berekeningen te maken;

kan de resultaten hiervan presenteren met behulp van ict.



Kerndoelen
Wij verwijzen naar de kerndoelen VSO, zoals voorgesteld in december 2011 door het Nationaal Expertisecentrum Leerplanontwikkeling.


Relatie met de kerndoelen
De commissie Meijerink heeft in het rapport ‘Doorlopende leerlijnen taal en rekenen’ per referentieniveau geformuleerd aan welke rekeneisen een leerling moet voldoen ten aanzien van de vier domeinen: Getallen, Verhoudingen, Meten en Meetkunde, Verbanden.


Methode/leerlijn

Naam methode, versie, jaar:

Deviant Startrekenen 3F 2012-2013


Aanvullende lesmethoden:

Deviant Startrekenen Wiskit


Wijze van toetsing

Methodegebonden toets:

ja

Methodeonafhankelijke toets:

IVIO examen KSE 4

Aantal toetsmomenten per schooljaar:

Deeltoetsen per onderwerp 5x; deeltoetsen per thema 8x; eindtoetsen per thema 8x

Wijze normering toetsresultaten:

Deeltoets moet voldoende zijn dan een oefentoets, vervolgens een eindtoets

Overige wijze van toetsen:

IVIO

Plannen







Leergebied
Burgerschapsvorming



Einddoel
Participeren als deelnemer, burger of werknemer in een gemeenschap

Functioneren als beroepsoefenaar

Kennis en vaardigheden ontwikkelen t.b.v. burgerschap

Identiteitsontwikkeling

Reflectievermogen ontwikkelen


Tussendoelen en leerlijnen
Tussendoelen voor kortverblijf- leerlingen:
Oriëntatie op Burgerschap:
Wat is goed burgerschap: rechten en plichten
Kennismaking met de 4 dimensies:
Politiek-juridisch burgerschap

Economisch Burgerschap- als werknemer/consument

Vitaal burgerschap

Politiek
De inhouden worden als volgt geordend:

Zie jaarplanning:
Langverblijf-leerlingen:

Methode Deviant Schokland per leerling afhankelijk mbo niveau 2,3 en 4.

Voor de praktijklas Deviant Kies 1 Leerwerkboek burgerschap


Leeractiviteiten
Bijvoorbeeld:

Workshops

Open opdrachten

Gesloten opdrachten

Gespreksvormen

Dramaopdrachten

Creatieve opdrachten

Stages ( intern, extern)

Media: film, documentaires, tv., etc.


Methode/leerlijn


Naam methode, versie, jaar:

Deviant, Kies 1 Leerwerkboek burgerschap

Deviant, Schokland 3.0 hand- en werkboek burgerschap niveau 2, 3 en 4 van het MBO




Aanvullende lesmethoden:

Baanvaardig op stage

Nieuws in de klas met opdrachten, tweemaal per jaar

Zelfontwikkelde materialen


Wijze van toetsing


Methodegebonden toets:

nee

Methodeonafhankelijke toets:




Aantal toetsmomenten per schooljaar:

5 toetsmomenten

Portfolio

Kennistoetsen

Competentiemetingen (AKA)





Wijze normering toetsresultaten:




Overige wijze van toetsen:




Plannen


De buitenwereld naar binnen brengen om de leerlingen in contact te brengen met mensen uit de praktijk.

Bijvoorbeeld:

*Moondog een voorlichtingsprogramma van de NS

* filiaalmanager van een supermarkt

* manager van een fitnesscentrum





Leergebied
Algemene Techniek

Einddoel
De leerling leert technische toepassingen te herkennen en te gebruiken, mede om de eigen redzaamheid te verzorgen.

De leerling leert eenvoudig technisch onderhoud uit te voeren.

De leerling leert omgaan met materialen en gereedschap.

De leerling leert over veiligheidsaspecten en leert veilig te handelen op de werkplaats.




Methode/leerlijn

Naam methode, versie, jaar:

Lesbrieven

Op de volgende punten wordt voor alle leerlingen structureel afgeweken van de methode:

.Het lesmateriaal dat in dit vakleerplan aan de orde komt is dan ook gebaseerd op stukjes verzamelde lesmethoden, dat met knip en plakwerk en eigen ervaringen en ontwikkeld materiaal tot bruikbaar lesmateriaal is samengesteld.

Uitgangspunt daarbij is dat werkstukken en oefeningen in principe door alle leerlingen gemaakt kunnen worden.

De beginsituatie is zeer variabel, de leerlingen kunnen op elk tijdstip in het schooljaar instromen en de school ook weer op een willekeurig tijdstip verlaten.

De leeftijd, de vooropleiding, de interesse, de inzichten en vaardigheden zijn eveneens zeer wisselend.




Aanvullende lesmethoden:

Opitec-Techniek

Teles


CAD-college (elektro, bouw, trainen, ruimtelijk inzicht, installatietechniek)

De Koppeling

Techniek Totaal


Wijze van toetsing

Methodegebonden toets:

Nee

Methodeonafhankelijke toets:

Nee

Aantal toetsmomenten per schooljaar:

Geen

Wijze normering toetsresultaten:

Beoordeling door leerling en leerkracht

Overige wijze van toetsen:

Op vaste momenten wordt er door de leerkracht geobserveerd. Er wordt hierbij gebruik gemaakt van leerlijnen.

Plannen
Ontwikkelen van een oriëntatiemodule van 10 lessen met afsluiting en beoordeling.



Leergebied
Houtbewerken/ banktimmeren STAPPENPLAN 1 t/m 3 Stichting Hout en Meubel


Einddoel
Een starters opleiding voor hen die onvoldoende vooropleiding hebben, of bij niet erkende of te erkennen instellingen “werkzaam” zijn of verblijven, om een opleiding op niveau 1 via de reguliere weg te volgen.

Het stappenplan is een voortraject voor deelname aan schakelprogramma (stap 4 van SH&M, met aanvulling van deelkwalificatie 51895 (171) ondersteunende vorming houtberoepen), zodat leerling, indien werkzaam bij erkend leerbedrijf, kan deelnemen aan de reguliere niveau 2 opleiding van St. Hout & Meubel of bij een Regionaal Opleidings Centrum.



Tussendoelen en leerlijnen
Stap 1 Gereedschappen, Machines, Materialen, Houtverbindingen, Praktijkopdrachten

Tekeninglezen en Lijntekenen

Toetsing van theorie en praktijk via een examen.

Stap 2 Hout, Verbindingsmiddelen, Constructieleer, Praktijkopdrachten, Projectietekenen en tekeninglezen.

Toetsing van theorie en praktijk via een examen.

Stap 3 (nog niet van toepassing)


Onder regie van de WEC-raad is een project van start gegaan m.b.t. de ontwikkeling en implementatie van leerlijnen in het (voortgezet) speciaal onderwijs. Meer informatie hierover is te vinden op www.wecraad.nl.


Relatie met de kerndoelen
In opdracht van het ministerie van OCW heeft de Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) in samenwerking met het onderwijsveld de kerndoelen ontwikkeld voor het speciaal onderwijs. Het is de bedoeling dat deze kerndoelen in het jaar 2013 wettelijk van kracht gaan.

Methode/leerlijn

Naam methode, versie, jaar:

Stap 1, versie van januari 2001

Op de volgende punten wordt voor alle leerlingen structureel afgeweken van de methode:

Bij de lessen houtbewerken voor de intakegroepen wordt een zgn. startwerkstuk gemaakt om het niveau te kunnen bepalen, Daarbij wordt gebruik gemaakt van de methode Teles, een techniekmethode voor o.a. praktijkonderwijs. De doelen zijn echter hetzelfde, nl. tekeninglezen, aftekenen, en vaardigheden voor handgereedschappen , zoals zagen, boren, afwerking.

Aanvullende lesmethoden:

Bouwtechniek

-Basismodule timmeren en

-Module timmeren, kozijnen, ramen, deuren 1


Wijze van toetsing

Methodegebonden toets:

Ja . theoretische -en praktijktoetsen

Methodeonafhankelijke toets:

Nee

Aantal toetsmomenten per schooljaar:

Afhankelijk van instelling en mogelijkheden leerling

Wijze normering toetsresultaten:

Volgens regels van Stichting Hout en Meubel

En af te nemen door een erkend leermeester



Overige wijze van toetsen:

N.v.t.

Plannen
Ontwikkelen oriëntatiemodule (10 wekenprogramma) voor AKA / kortverblijvers


Leergebied

Metaaltechniek (assistent metaaltechniek)

Geïntegreerde vakken (deelkwalificaties) alles op niveau 1:
Basisvaardigheden Metaal

Booglassen MBE (NIL/SOM)

Booglassen MIG/MAG (NIL/SOM)

Basisvaardigheden Constructie

Basisvaardigheden Plaatwerken

Basis Draaien

Basis Frezen

Bewaken CNC-verspanen


Overige vakken;

CAM-trainer draaien (CAD/CAM programmeren)

CAD-trainer (technisch tekenen d.m.v. de PC)

Tekeninglezen Metaal

VCA (VeiligheidsChecklist voor Aannemers)


Einddoel
Competent en kansrijk een vervolg opleiding doen (op niveau 1 of 2) richting metaaltechniek en/of competent en kansrijk de arbeidsmarkt betreden.

Tussendoelen, proces en leerlijnen
De Assistent metaaltechniek werkt in een werkplaats, een productiehal of op locatie bij de klant, zowel binnen als buiten (bouwplaats). De assistent metaaltechniek ontvangt instructies en overige relevante informatie over de uit te voeren werkzaamheden. Soms neemt hij werk over van een collega. Hij bereidt zijn werk voor door de benodigde materialen, gereedschappen en materieel te verzamelen. Om dit te kunnen doen, beschikt hij over de noodzakelijke kennis van materiaal en materieel.
De assistent metaaltechniek verricht alleen of samen met anderen ondersteunende taken bij tenminste één van de volgende activiteiten:
Monteren en demonteren;

Stellen, maatvoeren/uitzetten;

Installeren;

Onderhouden en repareren;

Produceren;

Verbinden;

Afwerken;

Aanvoer, afvoer en opslag van materialen en materieel;

Inrichten bouwterrein/werkomgeving.
Soms voert de Assistent metaaltechniek de voorbereidende werkzaamheden uit terwijl de vakman de verdere kwaliteitsgevoelige handelingen verricht.

De Assistent metaaltechniek rapporteert mondeling aan zijn leidinggevende of belanghebbende collega’s over de werkzaamheden. Daarnaast moet hij bepaalde eenvoudige gegevens schriftelijk rapporteren.

De Assistent metaaltechniek voert het werk veilig en gezond (volgens de Arbo-wet) uit.
Alle leerlijnen volgens deelkwalificaties niveau 1.


Relatie met de kerndoelen
In opdracht van het ministerie van OCW heeft de Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) in samenwerking met het onderwijsveld de kerndoelen ontwikkeld voor het speciaal onderwijs. Het is de bedoeling dat deze kerndoelen in het jaar 2013 wettelijk van kracht gaan.

Methode/leerlijn

Naam methode, versie, jaar:

Voor de geïntegreerde vakken worden methoden van SOM (Stichting Opleidingen Metaal) en/of NIL (Nederland Instituut Lastechniek) gebruikt.

Op de volgende punten wordt voor alle leerlingen structureel afgeweken van de methode:

Enkele acties zijn vanwege het gesloten karakter van de school niet uitvoerbaar (bijvoorbeeld externe stages).

Aanvullende lesmethoden:

Voor de overige vakken worden methoden gebruikt van CAD College en WIA (Widenhorn Industriële Automatisering).

Wijze van toetsing

Methodegebonden toets:

Ja (momenteel alleen lasexamen via het NIL)

Methodeonafhankelijke toets:

nee

Aantal toetsmomenten per schooljaar:




Wijze normering toetsresultaten:




Overige wijze van toetsen:

Op vaste momenten wordt er door de leerkracht geobserveerd. Er wordt hierbij gebruik gemaakt van leerlijnen.

Plannen
In samenwerking met Kenteq en ROC’s in de regio de mbo opleiding metaalbewerking niveau 1 en 2 ontwikkelen.




Leergebied
VCA (Veiligheid, Gezondheid en Milieu Checklist Aannemers)

Einddoel
De leerling behaalt het VCA examen.

Tussendoelen en leerlijnen
De leerling is bekend met de regelgeving, risico’s en gevaren tijdens het werk.

De leerling kan de theorie toepassen tijdens het werk op de werkplaats.

Tijdens de cursus worden de volgende onderdelen behandeld:

Wet- en regelgeving

Risico’s en aanpak

Ongevallen en rampen

Werken met gevaarlijke stoffen

Brand en explosies

Gereedschap en machines

Elektriciteit

Hijsen en heffen

Werken op hoogte en op gevaarlijke locaties

Ergonomie

Persoonlijke beschermingsmiddelen



Relatie met de kerndoelen
In opdracht van het ministerie van OCW heeft de Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) in samenwerking met het onderwijsveld de eerste generatie kerndoelen ontwikkeld voor het speciaal onderwijs. Het is de bedoeling dat deze kerndoelen in het jaar 2013 wettelijk van kracht gaan.

Methode/leerlijn


Naam methode, versie, jaar:

Cursus B-VCA, Basisveiligheid

Tutorial Opleidingen & Advies BV



Enschede 2011

Op de volgende punten wordt voor alle leerlingen structureel afgeweken van de methode:

n.v.t.

Aanvullende lesmethoden:

VCA Promotie

Wijze van toetsing

Methodegebonden toets:

Ja, hoofdstuktoetsen en oefenexamens methode

Methodeonafhankelijke toets:

VCA examen

Aantal toetsmomenten per schooljaar:

3 á 4 keer examinering door extern bureau

Wijze normering toetsresultaten:




Overige wijze van toetsen:




Plannen
Examentrainingen realiseren



1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   ...   36

  • 4.17 Leergebieden

  • Dovnload 1.2 Mb.