Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Scène I, pag. 7  24

Dovnload 66.72 Kb.

Scène I, pag. 7  24



Datum14.03.2019
Grootte66.72 Kb.

Dovnload 66.72 Kb.

Scène I, pag. 7 24
Aureliano Buendia kijkt naar zijn vuurpeloton en denkt na over die dag, dat zijn vader hem meenam om het “ijs” te leren kennen. Ze leefden toen in Macondo, een kleine nederzetting. Elk jaar hield een zigeunergroep er halt en één zigeuner, Melquidas, wist altijd hoe hij de nieuwigheden moest aanprijzen : de magneet. José Arcadio Buendia, een man wiens fantasie het werkelijke oversteeg was een makkelijke prooi voor die zogehete “wonderen”. Zijn ideeën hadden niet altijd het gewenste effect. Hij kocht nadien ook een lens en navigatie-instrumenten. Melquidas schonk hem later een alchemistenlaboratorium. Ook muziekinstrumenten, papegaaien, apen, geheugenmachines en een drankje om onzichtbaar te worden. Hij kreeg bij de introductie van dit laatste “wonder” wel te horen dat Melquidas gestorven was. Lang zou zijn verdriet niet duren, want in een tentje op de markt vond hij een harige reus die een piratenkist voorstelde, waarin zich een vreemde, doorschijnende, vormvaste substantie bevond. José betaalde het gewenste bedrag om binnen te komen en het wonder te mogen aanraken : het was ijs. Totaal van de kaart zwoer hij : “dit is de uitvinding van onze tijd”.
Ook leren we in deze scene de begingeschiedenis van José en zijn vrouw Úrsula, zijn ontdekkingreis naar de uitersten van Macondo en zijn teleurstelling toen bleek dat Macondo alleen maar omringd was door water.
Scene II, pag. 25 43
Het blijkt dat Ursula en José Arcadio Buendia neef en nicht zijn. Vandaar besluiten ze geen kinderen te kopen, tot Prudencio Aguilar José erg diep kwetst. José vermoordt hem en hij besluit de kinderloze regel aan zijn laars te lappen. Omdat Prudencio hem blijft kwellen, besluiten ze te verhuizen.
Ze zetten koers naar “Macondo”, maar José’s plannen om Macondo te moderniseren worden op een zijspoor gezet als hij zich met de opvoeding van zijn zonen gaat bezighouden. Hij spendeert terug wat tijd in zijn labo en bekijkt Melquidas’ plannen nog eens.
Zijn oudste zoon, José Arcadio, groeit snel op en trekt de aandacht van Pilar Ternera (vrouw van lichte zeden). Met haar beleeft hij enkele nachten sweet lovin’. Ook Aureliano, de jongste zoon, raakt geboeid door het vrouwelijke geslacht. Amaranta wordt geboren, het laatste kind van José Arcadio Buendia en Ursula. De zigeuners komen terug, brengen een vliegend tapijt mee en José Arcadio wordt vader van een kind bij Pilar.
José Arcadio vermijdt het vaderschap en zoekt soelaas bij de zigeuners, leert daar een alleraardigst meisje kennen en wordt zelf zigeuner. Ursula gaat haar zoon achterna, Aureliano en vader ontdekken vreemde dingen in verband met de steen der wijzen en pas na 5 maanden keer Ursula terug, met een hele hoop mensen bij haar.
Scene III, pag. 43 65
José Arcadio’s zoon, inventief genoemd “José Arcadio” (doch, om verwarring te vermijden, “Arcadio”), en Amaranta worden opgevoed door Visitacion, een Indiaanse. Macondo wordt een bloeiend handelscentrum. Daar komen de zigeuners weer, echter zonder José Arcadio. Aureliano, een jonger knaap ondertussen, brengt tijd door in het laboratorium.
Opeens staat daar Rebeca. Ze is blijkbaar een nichtje van Ursula, maar José Arcadio Buendia noch Ursula weten dit. Ze ziet er erg wereldvreemd uit en vermits ze geen naam heeft (of hem niet wil zeggen), noemen ze haar Rebeca. Ze heeft de ergerlijke gewoonte om aarde en kalk te eten. Ursula vindt dat dit moet stoppen en “pepert” haar eens goed is. Dit blijkt resultaat te hebben en na een paar weken begint Rebeca te eten en te spelen. Ze wordt aanzien als een nieuw lid van de familie.
Visitacion merkt echter dat ze aan slapeloosheid lijdt. José Arcadio Buendia ziet er geen graten in, maar die ziekte blijkt te lijden tot vergeetachtigheid. Kort daarna is heel het dorp klaarwakker en tevens “klaar” om alles te vergeten. Tot Aureliano een remedie vindt … men kan alles benoemen. Toen ook dat gecompliceerder wordt, probeert José Arcadio Buendia de geheugenmachine uit te vinden. Het tuig iss bijna klaar, als een vreemdeling zich aanmeldt. J.A.Buendia ontvangt hem met een brede glimlach : het is Melquidas, die de dood blijkbaar beu was en terugkeerde. Hij heeft het prototype van het fototoestel bij, het daguerrotype.
Francisco de Man keert terug, een oude zwerver-zanger. Úrsula gaat eens luister om iets op te vangen over José Arcadio. Ze komt niets te weten, maar wel dat haar mama gestorven is. Francisco wordt vergezeld door een dikke vrouw, die een hulpeloos mulattenmeisje bij heeft. Ze “leent” haar uit voor 20 centavo’s. Ook Aureliano probeert eens, maar komt verbouwereerd buiten.
Aureliano en zijn vader discuteren over de toekomst van Macondo en Ursula probeert het hoofd koel te houden in dit huis. Ze breidt haar zaak in suikergoed verder uit en ziet dat Amaranta en Rebeca al jonge vrouwen worden. Ze verbouwt het huis volledig, want als ze binnenkort zouden trouwen, zou het huis te klein zijn.
Als het huis bijna af is, krijgt Ursula het bevel het huis blauw te schilderen. J.A. Buendia vraagt zich af waarom. Dat antwoord ontvangt hij al te gauw, want het blijkt dat een man, don Apolinar Moscote, burgemeester van Macondo wordt. J.A. Buendia gaat het Moscote even duidelijk maken dat Macondo geen burgemeester hoeft. Moscote, ijzig kalm, zoekt bescherming. Hij laat z’n vrouw, kinderen en enkele soldaten overkomen.
J.A. zal het even regelen en hij en Moscote komen tot een overeenkomst : Moscote mag blijven, als de huizen mogen blijven in de kleur die ze nu hebben en dat de soldaten die hij heeft meegebracht zullen verdwijnen. Ze schudden handen en alles is in orde. Aureliano vindt de jongste dochter van Moscote meer dan interessant …
Scene IV, pag. 66 86
De werken aan het huis zijn zo goed als klaar en de jongste meisjes, Amaranta & Rebeca zijn opgegroeid tot jonge vrouwen. Ursula bestelt snuisterijen voor het huis, die geleverd worden door een niet onknappe jongeling, Pietro Crespi.
Ursula bereidt “het feest” voor, Crespi plaatst een piano, Moscote’s dochters openen een naaiatelier en J.A.B - twijfelend aan God’s bestaan - prutst met de piano, om te ontdekken waarvan de muziek komt. Omdat Pietro weggaat, vervalt ongelukkige Rebeca weer in haar voorheen verdwenen ongelukkigheid en eet ze weer aarde. Amparo Mascoto komt op een dag de familie Buendia met een bezoekje vereren en heeft een brief van Pietro bij voor Rebeca. Ze klaart meteen op en wordt goede vrienden met Amparo.
Aureliano vindt dat, nu Amparo geregeld over de vloer komt, Remedios maar eens moet meekomen. Hij hoopt dat het zal gebeuren en inderdaad, ze komt mee. Hij probeert te converseren met het (nog steeds) jonge meisje, maar dat verloopt nogal stroef.
Het huis is vervuld van liefde : Aureliano schrijft verzen over Remedios en Rebeca wacht geduldig op post van Pietro. Op een dag heeft de post vertraging (ze staken zekers) en Rebeca propt zich van pure ellende vol met aarde. Amaranta, bezorgd als ze is, zoekt naar een verklaring en stuit op alle andere brieven van Pietro.
Aureliano praat met Pilar over Remedios en zij belooft met het meisje te gaan praten. Amaranta lijdt ondertussen ook aan koorts en schrijft brieven naar Pietro. Ursula, wanhopig met twee zieken in huis, vindt Amaranta’s brieven en vervloekt de dag waarop ze een pianola hadden besteld. Pilar laat weten dat Remedios wil trouwen. Nu moet Aureliano dit nog uitleggen aan zijn ouders en familie.
Er volgt gemor, maar Ursula vindt het toch ok. Ook Rebeca zou mogen trouwen met Crespi, want haar liefde werd beantwoord. Rebeca vond (uiteraard) meteen levenslust en ook Amaranta genas, hoewel ze het huwelijk niet goed keurde.
Aureliano trekt zijn beste pak aan en begeeft zich naar de Moscote’s, die blijkbaar nog niet eens op de hoogte waren gebracht. Don Apolinar begrijpt niet waarom Aureliano uitgerekend die dochter kiest, die nog in bed plast. Zijn besluit staat echter vast en het feit dat ze nog niet vruchtbaar is - iets dat Don Apolinar nog als argument aanhaalt - neemt hij er graag bij. Al dit “geluk” werd enkel verstoord door Melquidas’ dood.
J.A.B. wilt er niet van weten dat men Melquidas zal begraven. “Hij is onsterfelijk”, zegt hij. Het lichaam begint al wel in vergevorderde staat van ontbinding te raken, dus mag hij toch worden begraven. Ze richten een kerkhof op en het wordt de eerste begrafenis sinds de stichting van Macondo. Pietro komt, sinds hun verloving, elke dag langs en brengt elke dag een stuk speelgoed mee. J.A.B.’s leed om de dood van Melquidas wordt hierdoor verzacht en hij dacht weer aan de goede oude dagen in het labo.
Rebeca is ongerust door Amaranta. Ze is wel op reis, maar heeft gezworen dat er doden zullen vallen als Rebeca en Pietro trouwden. Rebeca zuigt op haar duim en moet moeite doen om geen aarde te eten. Ze gaat op consultatie bij Pilar, die haar weet te zeggen dat ze enkel zal rusten als haar ouders begraven worden. Ze krijgt een flashback naar toen ze als klein meisje bij de Buendia’s aankwam, met de beenderen van haar ouders in een zakje. J.A.B. zoekt en vindt de beenderen, en ze worden naast Melquidas begraven.
Pilar Ternera is weer “vriendin aan huis” bij de familie Buendia en J.A.B. maakt een dansend popje, dat hem zo opslorpt dat hij dagen niet meer komt eten. Hij blijft ijsberen en ziet opeens Prudencio. Hoewel hij eerder zijn vijand was, is Buendia oprecht blij hem te zien. Ze blijven tot aan de ochtendstralen babbelen over lang vervlogen tijden. Dan verliest J.A.B. alle besef van tijd en kan het geestelijk niet meer aan.
Hij wordt zo emotioneel bij de gedachte aan alle dierbare overledenen en slaagt zijn labo kort en klein. Aureliano laat hem vastbinden aan een kastanjeboom. De eens zo imposante José Arcadio Buendia, medestichter van Macondo en peetvader van de Buendia-clan, verwelkt als een plantje, zonder enig besef van het leed dat hem overvalt. Hij brabbelt een onverstaanbaar taaltje en zit moedeloos voor zich uit te staren.

Scene V, pag. 87 111
Het huwelijk van Aureliano en Remedios heeft plaats, maar Rebeca is ongelukkig. Het had eigenlijk haar huwelijk moeten zijn, maar Pietro werd plots weggeroepen. Hij had een brief ontvangen waarin stond dat zijn moeder op sterven lag. Hij reisde naar zijn moeder, maar die bleek springlevend. Hij spoedde zich nog terug naar het feest, maar dat was toen al over zijn hoogtepunt heen. Het is duidelijk dat iemand Pietros huwelijk met Rebeca wilde verijdelen en hierover wordt ook Amaranta aan de tand gevoeld, maar die blijft in alle talen ontkennen.
Pater Nicanor wilt beginnen met de bouw van een kerk, maar vindt hiervoor niet de nodige financiering. Hij doet beroep op chocolade om 12cm te zweven. De godvrezende en goedgelovende inwoners schenken hem bijgevolg handenvol duiten, waardoor de bouw snel kan beginnen. Enkel J.A.B. vindt er niks aan. Hij zou enkel overtuigd zijn door een daguerrotype (foto) van God. Nicanor raakt geïntrigeerd door de man, die daar maar vastgebonden zit. Hij speelt elke middag een spelletje schaak met José. Wanneer hij hem vraagt waarom hij vastgebonden is - want hij is toch nog zo helder van geest - antwoordt J.A.B. dat hij “immers gek was”. De pater besloot hem te negeren.
De kerk afmaken zal nog steeds 10 jaar in beslag nemen. Gelukkig zijn de inwoners gul en als tenslotte Pietro nog het benodigde geld geeft, kunnen hij en Rebeca eindelijk trouwen. Amaranta zorgt er echter voor dat de motten flink kunnen huishouden in Rebeca’s trouwjurk. Rebeca checkt gelukkig vroegtijdig haar jurk, en deze wordt meteen hersteld. Teneinde raad wil Amaranta gif in Rebeca’s thee gieten.
Maar arme Remedios zou het slachtoffer worden, want om toch maar geen vergiftiging op haar geweten te hebben, had Amaranta gesmeekt dat er iets ergs zou gebeuren. Remedios raakt vergiftigd door haar eigen bloed en sterft. Ursula stelt een rouwcentrum op en houdt de gedachte aan de betreurde Remedios levend.
José Arcadio (oudste zoon van J.A.B.) is terug. Hij vertelt over zijn ervaringen en ontdekt dan een wederzijdse interesse in zijn “zusje” (nu ja, aangenomen) Rebeca. Tegen alle natuurregels in, besluit hij te trouwen met zijn halfzus. Pietro, die reeds jaren op haar hand wachtte, blijft ontgoocheld en onbegrepen achter. Ursula, geschokt door het gebrek aan fatsoen, verbiedt hen in huis te blijven. Ze huren een huisje en enkel Aureliano houdt nog contact.
Crespi wil met Amaranta trouwen, maar zij houdt de boot (nog) af. Aureliano bespreekt de nakende verkiezingen met schoonvader Moscote. Aureliano bezoekt daarna homepathisch dokter Noguera (meer bedrieger, dan dokter), die de jeugd politiek wil beïnvloeden. In december brak de oorlog effectief uit en vormt Aureliano met zijn vrienden een groepje dat vernieling zaait. Ze voegen zich daarna bij de troepen van generaal Medina.
Scene VI, pag. 111 129
Aureliano begint aan een beruchte carrière. Arcadio, José Arcadio’s zoon, volgt zijn voorbeeld. Ursula uit haar woede op Arcadio en zwaait vanaf dan de plak in het dorp. Ursula houdt haar vastgebonden man op de hoogte van de laatste nieuwtjes, zoals het bericht dat Pietro en Amaranta dan toch gingen trouwen. Pietro treft alle voorbereidingen, maar Amaranta zegt hem doodleuk dat ze toch nooit zullen trouwen. De arme man stapt uit het leven.
Pilar Ternera “schenkt” Arcadio voor enkele dagen een jonge vrouw, Santa Sofia de la Piedad. Ze krijgen echter een dochter en gaan samenwonen. Arcadio opent bovendien een bureau waar men eigendomsrechten moest registreren. De opbrengsten gebruikt hij zelf. Ursula is geschokt en schrijft de gebeurtenissen naar Aureliano, in de hoop hem te bereiken.
Een man, Gregorio Stevenson, brengt berichten mee over Aureliano, maar Arcadio gelooft hem niet. Pas als een nieuwe strijd begint, mag Stevenson zich mee mengen in de strijd. De tegenstrijders winnen echter glansrijk en Arcadio wordt gevangen genomen. Wanneer ze hem fusilleren, wenst hij nog dat zijn tweede kind (Sofia is zwanger) Ursula of José Arcadio wordt genoemd.
Scène VII, pag. 129 150
Macondo ontvangt het bericht dat Aureliano’s strijdmakkers grotendeels gesneuveld zijn, maar dat Aureliano zelf en Gerineldo Marquez nog leven. Ursula vertelt J.A.B. het goede nieuws, maar dan krijgen ze het bericht te horen dat Aureliano zou worden gedood in Macondo. Ursula gaat haar zoon opzoeken bij zijn herintrede in Macondo. Ze kan hem enkel spreken in de gevangenis.
Ze durven Aureliano echter niet meteen dood te schieten, want dat zou wel eens slecht onthaald kunnen worden door de bevolking. Wanneer de dag van de executie dan tóch aanbreekt, komt José Arcadio echter gewapend op straat om een halt te roepen. Er breekt meteen een nieuwe oorlog uit. Aureliano Buendía verlaat enkele dagen later, bewapend met 2000 soldaten, de stad.
Ursula heeft op dat moment haar handen vol : Santa Sofía de la Piedad en haar drie kinderen trekken in bij de familie. Het meisje hebben ze Remedios genoemd, de tweeling José Arcadio Segundo en Aureliano Segundo. Werk zat, maar Amaranta neemt meteen de zorg van de kinderen op zich en richt een kleuterschooltje op.
Een jaar na Aureliano Buendía’s vlucht waren José Arcadio en Rebeca in Arcadio’s huis ingetrokken. Op een dag sluit José Arcadio de slaapkamerdeur en hoort het dorp een luide knal. Een lange bloedstraal stroomt door het dorp en Ursula onderzoekt meteen vanwaar de straal komt. Ze vindt José Arcadio met een wonde in zijn rechteroor, maar het geweer vindt men niet. “Het enige mysterie dat in Macondo nooit werd opgelost”. José Arcadio wordt begraven, maar de kruitgeur blijft. Rebeca, in diepe rouw, maar misschien niet zuiver op graat, “graaft” zichzelf in (ze verstevigt haar huis in die mate dat je het nauwelijks bezoeken kan) en wordt vergeten. Enkel haar dienstmaagd en vertrouwelinge Argénida blijft bij haar.
Kolonel Aureliano Buendía keert terug en wordt ei zo na gedood wanneer hij koffie met genoeg braaknot “om een paard te doden” drinkt. Na vier dagen en de zorg van zijn moeder is hij buiten levensgevaar. Hij begint terug te schrijven. Gerinaldo Márquez leert Aureliano José om te gaan met vuurwapens en koestert ook hartstocht voor Amaranta, die hem echter blijft afwijzen. Kolonel Aureliano Buendía schrijft op één van zijn reizen in een brief aan zijn moeder dat ze goed voor papa moest zorgen, want dat hij ging sterven. Ursula vreest meteen het ergste en laat J.A.B. naar binnen brengen, om hem goed te kunnen verzorgen. Niemand krijgt echter contact met de grijsaard, enkel Prudencio Aguilar. Zijn dood is echter onafwendbaar en een begrafenisstoet bewijst hem de laatste eer.

Scène VIII, pag. 150 170
Aureliano José begint een verhouding met zijn tante Amaranta, maar zij beseft al snel dat ze te ver gaat. Er ontstaat twijfel over de oorlog en een nakende wapenstilstand, tot kolonel Aureliano Buendía met zijn manschappen zelf een blitzbezoek aan Macondo brengt, waarbij ze het garnizoen ontbinden, de wapens begraven en de archieven vernietigen. Aureliano José gaat met hen mee. Visitación sterft en kolonel Aureliano wordt lang voor dood aanzien, tot Úrsula weer een brief van hem krijgt.
Aureliano José deserteert en wil de draad met Amaranta terug opnemen, maar zij negeert hem. Op dat moment komt een dame met een vijfjarig jongetje naar Macondo. De dame beweert dat het jongetje een zoon van Aureliano Buendía is. Niemand twijfelt daaraan en Úrsula noemt hem Aureliano met de achternaam van zijn moeder. Generaal José Raquel Moncada, de burgemeester van het dorp, wordt de peetvader. Op twaalf jaar tijd kwamen nog 16 andere Aureliano’s aan in Macondo.
Aureliano José wordt neergeschoten op straat en kolonel Aureliano Buendía keert terug en zet de aanval op Macondo in. Wanneer hij zijn familie komt bezoeken, valt het Úrsula op hoe vervreemd en angstaanjagend hij zich gedraagt. Hij herziet ook de eigendomsrechten en ontdekt de knoeierijen van José Arcadio, die hij met één pennensteek ongeldig maakt. Hij bezoekt de vergeten Rebeca om haar op de hoogte te stellen van zijn beslissing.
Moncada wordt door kolonel Aureliano Buendía ter dood veroordeeld en de verdedigen van Úrsula halen niets uit. Moncada heeft nog enkele persoonlijke spullen van zijn vrouw en vraagt Aureliano Buendía om ze terug te geven.
Scène IX, pag. 170 190
Gerineldo Márquez distantieert zich van de oorlog en probeert Amaranta, vruchteloos, tot zich te winnen. Aureliano Buendía keert als een ander mens terug, maar de strijd woedt nog steeds. Hij blijft zich echter vreemd gedragen (niemand mag hem tot op minder dan drie meter benaderen, bijvoorbeeld). Indiaan Teófilo Vargas maakt amok en komt voor het volk op. Hij wordt echter meteen in een hinderlaag gelokt en vermoord, zodat Aureliano Buendía terug het opperbevel heeft. Hij voelt echter een plotse kilte in zichzelf en een milde afkeer van de oorlog. Er komen zes advocaten informeren naar het toekomstig verloop van de oorlog. Úrsula vangt hen op, want Aureliano Buendía is nauwelijks geïnteresseerd en staat hen pas enige maanden later te woord.
De advocaten vragen hem van enkele beslissingen af te zien en enkel te vechten voor de macht. Aureliano Buendía gaat akkoord zonder enig overleg met zijn mannen en ondertekent de papieren. Kolonel Gerineldo Márquez is lichtjes geshockt en noemt dit verraad. Hij wordt meteen van hoogverraad beschuldigt (ironisch) en ter dood veroordeeld. Ursula confronteert Aureliano Buendía en, gekweld door een knagend geweten, laat hij Gerineldo vrij en maakt meteen een einde aan de oorlog. Hij komt terug thuis wonen.
Hij is het huiselijk leven niet meer gewend en enkel Úrsula kan met hem een gesprek voeren. Bovendien verbrandt hij alle herinneringen aan vroeger. Op de dag van de wapenstilstand rijdt hij samen met Gerineldo naar de plaats van afspraak, tekent hij het verdrag en ontvangt de 92 goudstaven die Macondo rijk is. Hij schiet in zijn borst en hoewel Úrsula meteen uitroept dat ze hem hebben vermoord, overleeft hij het schot en krijgt meteen zijn oude waardigheid terug.

Úrsula verjongt het huis en zichzelf en ook muziek mag weer gehoord worden. De talloze rouwperiodes zijn voorbij.


Scène X, pag. 190 212
De tweeling, José Arcadio Segundo en Aureliano Segundo, lijken zo erg op elkaar, dat zelfs Santa Sofía de la Piedad verward geraakt en hen kleren en een armbandje met hun naam op geeft. Ze verwisselen echter geregeld van kleren en armbandje, zodat niemand echt meer weet wie wie is. Aureliano Segundo verdiept zich op zijn beurt in Melquidas’ geschriften. Hij ontmoet Melquidas ook. José Arcadio Segundo wordt op zijn beurt misdinaar en doet zijn communie. Hij heeft ook een verborgen relatie met Petra Cotes. Toevallig ontmoet ook Aureliano Segundo haar en, omdat zij in de waan is dat hij gewoon José Arcadio Segundo is, begint ook een relatie met haar.
Úrsula nadert de kaap van honderd, maar blijft fit als een hoentje. Aureliano Seguno trouwt met Fernanda del Carpio en wordt vader van een flinke zoon die ze, wie had het kunnen denken, José Arcadio dopen. Hij blijft echter Petra Cotes zien en houdt buitensporige feestjes met vrienden. Zijn vee is vruchtbaarder dan ooit en hij verdient fortuinen. Kolonel Aureliano Buendía heropent het laboratorium en begint terug gouden visjes te vervaardigen. Petra Cotes begint konijnen te verloten en koeien te kweken, waardoor Aureliano Segundo’s fortuin nog groter werd. José Arcadio Segundo vat het plan op om een bootdienst in Macondo te beginnen en vertrekt na de eerste verwezenlijkingen met de noorderzon.
Na lange tijd vaart hij terug binnen en noemt zijn reis en dito ervaringen een succes. Hij heeft enkele Franse dames meegebracht, die meteen een groot feest in Macondo organiseren. Remedios, de dochter van Santa Sofía de la Piedad en door haar schoonheid “Remedios de Schone” genoemd, wordt tot koningin uitgeroepen. Ze maakt alle mannen zot van verlangen, maar wijst iedere kandidaat af. Aureliano Buendía blijft gouden visjes maken en vergeet alles in verband met de oorlog.
Het is tijdens dit feest dat Aureliano José zijn vrouw ontmoet, die naar Macondo was gekomen omdat ze dan “koningin van Madagaskar” zou worden.
Scène XI, pag. 212 232
Zijn huwelijk was al meteen in gevaar toen hij Petra Cotes in de klederdracht van de koningin van Madagaskar stopte. Zij keerde terug naar haar geboortedorp, maar hij kon haar overtuigen dat ze moest terugkomen.
Nu is alles terug in orde, maar hij blijft naar Petra Cotes gaan. Fernanda confronteert hem hiermee, maar hij legt uit dat de dieren anders niet meer vruchtbaar zijn. Ze staat aanvankelijk sceptisch tegenover zijn uitleg, maar met bewijzen kan hij zijn gelijk behalen. Zodoende mag hij Petra blijven bezoeken. Fernanda aardt echter niet in de familie en ondergaat de grillen van Amaranta noodgedwongen. Úrsula probeert het gezin zo goed mogelijk te laten functioneren, maar ze wordt stilaan blind. Fernanda probeert het gezin naar haar wil in te schikken en kan iedereen ombuigen, behalve de oude Aureliano Buendía. Zij en Aureliano Segundo krijgen een dochertje, dat Fernanda Renata doopt.
De regering wil Aureliano Buendía’s jubileum vieren, maar hij moet er niets van weten. Úrsula klopt bij hem aan, met zijn 17 zonen die hij nog nooit gezien heeft. Ze hadden van het jubileum gehoord en kwamen naar hun vader kijken. Ze blijven enkele dagen feesten en alleen Aureliano Triste blijft in het dorp, om er een ijsfabriek op te richten. Op Aswoendag, net voor ze vertrekken, neemt Amaranta hen mee naar de kerk en krijgen ze van pater Antonio Isabel (opvolger van Pater Nicanor) een onuitwisbaar askruisje op hun voorhoofd.
Aureliano Triste bezoekt Rebeca en hij en Aureliano Segundo willen haar terug in huis halen, maar Rebeca zelf weigert. De 16 andere Aureliano’s komen in Macondo op bezoek en knappen Rebeca’s huis helemaal op. Aureliano Centeno blijft bij Aureliano Triste werken. Door de verhoogde ijsproductie wil Aureliano Triste een spoorlijn in Macondo introduceren. Hij slaagt er ook in en na enkele maanden afwezigheid rijdt hij met een locomotief het dorp binnen, tot grote verbazing van de bevolking.
Scène XII, pag. 232 254
Deze spoorweg brengt een heel nieuw publiek met zich mee, van reizigers tot feestvierders. De bioscoop, de grammofoon, de telefoon … alle nieuwe snufjes worden door de buitenlanders meegebracht en de inwoners van Macondo kijken meermaals raar op. Mr. Herbert en Mr. Jack Brown komen het dorp met overdreven belangstelling inspecteren en beginnen aan de andere kant van de spoorlijn een eigen dorp te bouwen, met bazaartjes, schiet- en goktenten en vooral bananenplantages. Aureliano Segundo is in zijn nopjes met de toevloed van zoveel vreemdelingen. Het huis van de familie vult zich met al deze mensen en Úrsula blijft kwiek voor eten zorgen. Remedios de Schone maakt nog steeds elke man gek van vervoering en met al die vreemdelingen heeft ze, nog meer dan vroeger, een hoop aanbidders.
Amaranta en Remedios zijn bezig de linnen lakens in de tuin te vouwen. Remedios stijgt op een bepaald moment ten hemel en het wordt haar Hemelvaart genoemd, hoewel de bevolking dit nauwelijks gelooft. Twee andere Aureliano’s, Aureliano Serrador en Aureliano Arcaya, komen ook in het ijsfabriek werken. De vreemdelingen beginnen iets teveel overmacht te krijgen en zelfs de politie wordt vervangen door een bende moordenaars. Aureliano Buendía kan het niet meer aanzien en roept dat hij zijn zonen zal bewapenen, zodat ze met de indringers kunnen afrekenen. Zestien Aureliano’s worden in diezelfde week nog vermoord, met een kogel door hun askruisje. Enkel Aureliano Amador kan vluchten.
Gekwetst door het verlies van zijn zonen, stapt Aureliano Buendía uit zijn isolement en gaat krampachtig en snel geld ronselen, zodat hij samen met Gerineldo Márquez een nieuwe oorlog kan uitroepen.
Scène XIII, pag. 254 277
Úrsula wil met alle geweld de jonge José Arcadio een pauselijke vorming geven en stuurt hem naar het seminarie. Ze blijft zich nuttig maken in het huis en vecht tegen de blindheid. Ze bekijkt ook hoe het de familie is vergaan sinds de stichting van Macondo. Ook Meme (zoals iedereen de jonge Renata noemde) volgt een opleiding aan het college. En gelukkig luwt stilaan de bananenkoorts. Fernanda ziet haar kans om het huis te organiseren zoals zij het wilt en stuurt Aureliano Segundo definitief weg, naar Petra Cotes. Hij bouwt weer enorme drink- en eetfestijnen. Op een dag komt Camila “De Olifant” Sagastume, een immens dikke vrouw, aan in Macondo. Ze houden een eetduel, waarbij uiteindelijk Aureliano Segundo, nochtans bekend om zijn enorme eetlust, het onderspit moet delven en het bewustzijn verliest. Hij wil bij Fernanda sterven, maar overleeft.

Aureliano Buendía heeft al langer zijn plannen voor een nieuwe oorlog laten varen en Amaranta weeft haar eigen lijkwade. Fernanda vreest dat Meme zal denken dat haar ouders uiteenzijn en ze kan met Aureliano Segundo afspreken dat hij, telkens Meme langskomt, ook in het huis inwoont, zodat ze een perfect gezinnetje lijken.


José Arcadio Segundo komt weer thuis en probeert Aureliano Buendía, verbitterd na zijn mislukte oorlogspoging, uit diens schelp te lokken. De ex-kolonel blijft hardnekkig in Melquidas’ kamer zitten om gouden visjes te maken en ze daarna weer om te smelten, om nieuwe visjes te maken. Een circus bezoekt Macondo en Aureliano Buendía is geïnteresseerd genoeg om even een kijkje te nemen, waardoor hij werd herinnerd aan die dag dat zijn vader hem kennis liet maken met het ijs.
Scène XIV, pag. 277 302
Aureliano Buendía sterft en Meme beïndigt haar klavecimbelstudies. Het meisje houdt zich bezig met de alledaags bezigheden van een jong meisje. Ze gaat naar feestjes, bezoekt vriendinnetjes en geeft hier en daar een klavecimbelconcerto. Ze heeft ook enkele Amerikaanse vriendinnetjes. Fernanda steigert bij die gedachte, Úrsula vindt het goed. Meme onderhoudt bovendien een uitstekende band met haar vader, aan wie ze al haar geheimen en problemen kwijt kan.
Onverwacht sterft Amaranta en Úrsula komt na de rouwperiode niet meer uit bed. Ze blijft echter kranig en vindt haar gelijke in Amaranta Úrsula, de jongste dochter van Aureliano Segundo en Fernanda. Meme heeft een vriend, maar Fernanda sluit haar op, om een schande te ontwijken. De man, Mauricio Babilonia, wil Meme bezoeken, maar wordt door Fernanda tegengehouden. Ze wil haar dochter tegen hem beschermen, omdat hij uit de bananenmaatschappij komt, zoals ze het andere deel van Macondo noemden. Meme gaat bij Pilar Ternera vragen iets over de toekomst te vertellen. Aureliano Segundo zorgt ervoor dat ze elkaar zoveel mogelijk kunnen ontmoeten, al was het maar omdat hij daarmee Fernanda’s gezag ondermijnt.
Babilonia bezoekt Meme elke avond. Hij kruipt via het dak naar de badkamer, waar Meme op hem wacht. Fernanda vraagt echter aan de nieuwe burgemeester of ze ‘s nachts geen agent op de patio kan krijgen, die de wacht houdt. Ze beweert dat haar kippen worden gestolen. Wanneer de agent Mauricio naar Meme ziet klimmen, schiet hij hem door de ruggengraat. Arme Mauricio is voor de rest van zijn leven bedlegerig.
Scène XV, pag. 302 323
Fernanda steekt Meme in een klooster. Wanneer Aureliano Segundo hoort wat Fernanda met hun dochter heeft gedaan, is hij kwaad. Ondertussen roept José Arcadio Segundo de arbeiders van de bananenmaatschappij op tot staking, iets dat hem onmiddellijke bekendheid oplevert. Een non bezorgt Fernanda, tegen haar zin, een kind van Meme en Mauricio. Het klooster had het kind (in een helder moment, ongetwijfeld) Aureliano genoemd. Fernanda maakt de familie wijs dat ze het kind, al drijvende, in een mandje had gevonden.
De grote staking overspoelt het dorp met arbeiders, die een rebellie starten, zich verstoppen in de bergen, vernieling zaaien waar kan en saboteren wat te saboteren viel. Het stationsplein is gevuld met meer dan drieduizend mensen. Een luitenant klimt op het dak van het station, gebaart om stilte en leest “Decreet Nummer Vier van de Burgerlijk en Militair Commandant van de Provincie” voor. Daarin staat dat de stakers misdadigers zijn en het leger heeft de toestemming die te doden. De kapitein geeft de mensen vijf minuten om te vluchten. Niemand verroert zich en het ontaardt in één bloedbad. José Arcadio Segundo verliest het bewustzijn en wordt wakker in een trein, waar hij boven op alle neergeschoten mensen ligt. Hij springt uit de voorste wagon en begint, in de gietende regen, de terugtocht naar Macondo.
Tot zijn grote verbazing weet niemand nog iets van het verschrikkelijke bloedbad. Santa Sofía de la Piedad brengt hem naar Melquidas’ kamer, zodat hij daar kan uitrusten. Zijn broer spreekt hem, maar weet ook niets van de afslachting. Kort daarna proberen de troepen en de militairen iedereen op te pakken die “toen aan het station stond”. Ze vallen ook bij de Buendia’s binnen en hoewel ze de kamer - met de geschriften van Melquidas en waar José Arcadio Segundo op dat moment verblijft - binnentreden, zien ze hem niet zitten en gaan ze terug weg. José Arcadio Segundo weet nu met zekerheid dat zijn strijd voorbij is en niemand zal hem nu nog storen. Enkel Aureliano Segundo zoekt hem zes maanden later, als het nog steeds regent, terug op. “Het waren er drieduizend” is alles wat José Arcadio Segundo vermoeid kan uitbrengen.
Scène XVI, pag. 324 343
Het blijft maar regenen. Fernanda denkt dat haar echtgenoot wacht tot het niet meer regent om naar zijn “bijslaap” terug te keren. Gerineldo Marquez laat het leven en krijgt, voor een man van zijn positie, een miserabele begrafenis. Ook Úrsula komt uit bed om naar de begrafenisstoet te kijken en roept Gerineldo aan met “mijn zoon”. Aureliano Segundo begeeft zich door de regen even naar de stallen van Petra Cotes. Van het vee bleef, op één dood paard en een mager muildier, niets meer over. Alle dieren waren gestorven en weggespoeld door de modder. Aureliano Segundo ziet de noodsituatie in en pendelt tussen zijn stallen en Fernanda, die andere zorgen heeft. Ze hebben nog maar zes kilo vlees en één zak rijst. Maar zolang het regent kan Aureliano Segundo niets doen.
Fernanda beklaagt, in één lange monoloog, haar miserie. Aureliano wordt het op een moment zo beu dat hij alles in huis kapot gooit. Daarna loopt hij het huis uit en keert terug met een hoop proviand, in de hoop dat Fernanda nooit meer zal zagen.
Amaranta Úrsula en Aureliano spelen met Úrsula alsof ze een oude pop is. Aureliano Segundo herinnert zich plotseling de schat, waarvan enkel Úrsula de vindplaats kent. Hij probeert op alle manieren te weten te komen waar het goud zich bevindt en raadpleegt zelfs Pilar Ternera. Hij begint dan maar te graven.
De vier jaar, elf maanden en twee dagen regen, zijn eindelijk voorbij. Macondo is een puinhoop, maar de meeste bewoners hebben nog steeds de moed om ermee door te gaan. Ook Petra Cotes, die meteen een nieuwe loterij wil beginnen, met als prijs haar laatste muildier.

Scène XVII, pag. 343 365
Úrsula krijgt José Arcadio Segundo zo ver dat hij geregeld het kamertje schoonmaakt en ook zichzelf een beetje verzorgd. José Arcadio, de paus in wording, stuurt het bericht naar Fernanda dat hij Macondo zal bezoeken. Dat is genoeg voor Fernanda om meteen heel het huis proper te willen maken, want haar zoon mag toch geen slechte indruk krijgen.
Aureliano Segundo en Petra Cotes kunnen enkele nieuwe dieren kopen na het verloten van het muildier en ze beginnen terug een bescheiden loterij, die ze “Loterij van de Goddelijke Voorzienigheid” dopen. Aureliano Segundo heeft hiermee de handen vol en tijd voor zijn kinderen is er nauwelijks. Fernanda stuurt Amaranta Úrsula naar school, maar Aureliano blijft thuis. Úrsula vraagt op een dag, in één van haar minder heldere momenten, wie die jonge Aureliano is. “Ik ben Aureliano Buendía” antwoordt de jongen. Ze verwart hem met haar eigen zoon. Vanaf dan kan ze het heden en het verleden niet meer scheiden en is ze echt aan het aftakelen. Amaranta Úrsula en Aureliano verklaren haar dood en ze legt zich bij de feiten neer, hoewel ze weet dat ze nog leeft. Ze houdt nog een smeekgebed en Aureliano Segundo probeert nog informatie over de precieze vindplaats van de schat los te krijgen. Op Witte Donderdag wordt ze dood aangetroffen.
Er komen maar weinig mensen naar haar begrafenis, omdat bijna niemand wist dat ze nog bestond. Een epidemie laat alle vogels sterven, wat volgens pater Antonio Isabel de schuld is van de Wandelende Jood, een hels ondier met bokkenpoten en andere fraaie lichaamsdelen. Ze vangen een eng monster in een valkuil en hangen dit behaarde mensdier op aan een amandelboom op het dorpsplein. Ze leggen het op de brandstapel als het begint te stinken.
Rebeca sterft en Aureliano Segundo wil haar huis renoveren om het te kunnen verhuren. Het pand is een zodanige staat van verkommering, dat het onmogelijk opgeknapt kan worden. De regering wil de onderscheiding die kolonel Aureliano Buendía al zo lang verdient eindelijk uitrijken, zij het aan één van zijn nakomelingen. Aureliano Segundo wil de gouden medaille wel aanvaarden, maar Petra Cotes weigert. De zigeuners, afstammelingen van Melquidas bezoeken Macondo opnieuw en, omdat ze zien dat het dorp zo verarmd is, maken de bewoners weer warm voor hun meegebrachte wonderen.
Fernanda laat het huis verwaarlozen en sluit het zelfs af van de buitenwereld. Ze heeft bovendien last van haar baarmoeder en wil dat met een pessarium verhelpen. Ze communiceert zelfs met onzichtbare dokters. Ze krijgt geen antwoord, maar haar zoon José Arcadio kan haar de pessaria sturen vanuit Rome.
Aureliano vindt zijn gelijke in José Arcadio Segundo, die hem leert lezen en schrijven, en het jongetje beweert ook dat er drieduizend doden zijn gevallen. José Arcadio begint opeens meer te begrijpen van Melquidas’ geschriften. Hij weet nu al dat het een alfabet is van zevenenveertig tot drieënvijftig letters en ook Aureliano herkende de tekens uit een Engelse encyclopedie. Aureliano Segundo heeft last van zijn ademhaling, vraagt raad aan Pilar Ternera, zoekt naar een afbeelding van hem in Fernanda’s kamer (want Pilar had gezegd dat Fernanda misschien wel een afbeelding van hem had behekst) en vindt enkel de pessaria. Pilar Ternera verbrandt de spulletjes voor de zekerheid en raadt Aureliano Segundo ook aan om een broedse, natte kip levend te begraven.
Hij wordt op een nacht toch hevig hoestend wakker en beseft dat zijn dagen geteld zijn. Amaranta Úrsula mag in, jawel, Brussel gaan studeren en haar vader geeft haar wat geld van de laatste loterijen. Fernanda verzet zich met alle geweld tegen die reis, “want Brussel licht te dicht bij het verderfelijke Parijs”, maar laat haar dochter toch gaan, wanneer ze van pater Ángel te horen krijgt dat ze in goede kringen zou verblijven. Aureliano Segundo en Fernanda wuiven samen hun dochter uit.
Op 9 augustus van dat jaar zegt José Arcadio Segundo opeens, zonder aanleiding en midden in een gesprek, tegen Aureliano : “Vergeet nooit dat het er meer dan drieduizend waren en dat ze in zee gesmeten zijn”. Hij valt na deze zin voorover op de perkamenten die hij aan het lezen was en is op slag dood. Ook Aureliano Segundo stikt op dat moment finaal in zijn gruwelijke hoestbuien. Petra Cotes wil Aureliano Segundo de lakschoenen brengen die hij in zijn doodskist wilde aanhebben, maar Fernanda verbiedt haar de toegang tot het huis. Beide broers worden bijgezet, maar de aangeschoten dragers verwisselen de kisten.
Scène XVIII, pag. 365 387
Aureliano blijft in het kamertje van Melquidas en gaat voort waar José Arcadio Segundo gestopt is. Ook hij ziet Melquidas en praat met hem. Hij ontdenkt zelfs in welke taal de geschriften geschreven zijn, namelijk in het Sanskriet. Melquidas vertelt hem dat er in een winkeltje, waar ten tijde van de bananenmaatschappij de toekomst voorspeld werd, een Catelaan woont die het boek “Leerboek voor het Sanskriet” heeft. Aureliano vraagt aan Santa Sofia of zij het boek wil halen. De oude vrouw doet wat de jongen vraagt en het leren van het Sanskriet gaat goed. Melquidas zegt Aureliano dat zijn bezoekmogelijkheden steeds korter zouden worden en wanneer hij uiteindelijk afscheid neemt, valt ook het kamertje ten prooi aan het stof, de hitte en zullen de perkamenten na verloop van tijd vergaan.
Santa Sofia ziet in dat ze het huis niet langer kan onderhouden. Ze wil haar oude dag doorbrengen bij een nicht in Riohacha en Aureliano geeft haar veertien gouden visjes mee, om te overleven. Op een dag kon Aureliano het eerste vel perkament ontcijferen. Hij had nog enkele boeken nodig, want de Spaanse tekst was in codes geschreven. Hij gaat naar het winkeltje, vindt de vijf boeken die hij nodig heeft en wil ze betalen met het voorlaatste gouden visje. De geleerde Catelaan geeft hem ze gratis mee, want de laatste lener was Izaak de Blinde, “dus weet wel wat je doet”.
Fernanda sterft zonder enige aanleiding en Aureliano weet ze op te baren, zodat ze er nog even mooi ligt als vier maanden later haar zoon José Arcadio terugkeert. Hij knapt het huis op en denkt nog elke dag aan Amaranta. De twee hebben het niet bepaald breed en José Arcadio moet de zilveren kandelaars en de heraldieke nachtspiegel verkopen om te kunnen eten. Hij vindt nog plezier wanneer hij jongetjes van het dorp kan uitnodigen, om hen te laten spelen in het salon of in de tuin. Twee jongetjes zijn op een nieuwsgierig om te gaan uitzoeken wat die behaarde en vervuilde man, Aureliano, daar uitspookt. Ze durven pas binnengaan als Aureliano op een andere dag in de keuken is. De jongens willen de vergeelde vellen papier verscheuren, maar ze worden door een hemelse kracht van de vloer getild en blijven in de lucht hangen tot Aureliano terugkeert. Vanaf dan vallen ze hem niet meer lastig.
De vier oudste jongens zorgen voor José Arcadio’s uiterlijk. Op een nacht zien ze in Ursula’s kamer een gele gloed door het verkruimelde cement. Ze vinden de drie zeildoeken en met koperen strikken afgesloten zakken en daarin zitten tweehonderd veertien gouden dubloenen.
José Arcadio kan zich hiermee terug luxe permitteren en koopt hopen eten en houdt decadente zuipfeestjes. Hij blijft echter aan Amaranta denken en op een dag raakt hij woedend door het zelfbeklag en de zelfverachting die tijdens de voosheid van het drinkgelag in hem rezen. Hij jaagt de jongens het huis uit, valt ten prooi aan een hevige astma-aanval en vraagt Aureliano voor hem naar de apotheek te gaan. De twee mannen leren elkaar appreciëren en doen, hoewel het absolute minimum, enkele zaken samen.
Er wordt op de deur geklopt en Aureliano Amador, de enige overlevende van de zeventien zonen van Aureliano Buendían, staat in bedelaarsoutfit aan de deur. José Arcadio en Aureliano weten herinneren zich niets van hem en aanzien hem als schooier. Ze slagen de deur terug dicht en Aureliano Amador wordt door twee politieagenten, die hem al jarenlang najagen, met twee kogels door het askruisje doorboord.
José Arcadio maakt plannen om een bedrijfje op te zetten, waardoor ze zouden kunnen leven. Hij neemt zijn dagelijks bad en de vier jongeren die hij het huis had uitgejaagd, springen door de open dakpannen van de badkamer naar beneden en duwen hem zo lang onder water, dat de arme man verdrinkt. De jongeren nemen de drie zakken goud en verdwijnen. Aureliano mist hem nadien bij het middageten, zoekt heel het huis rond en vindt hem in de badkuip. Aureliano beseft hoeveel hij eigenlijk van José Arcadio was gaan houden.
Scène XIX, pag. 387 409
Amaranta Úrsula en haar Vlaamse man Gaston, met wie ze een halfjaar geleden was getrouwd, arriveren in Macondo. Ze begint meteen aan de restauratie van het huis. Ze kleedt Aureliano aan volgens de laatste mode (ze is geabonneerd op alle internationale modebladen) en stuurt hem op straat, als hij weer te lang in het kamertje heeft gezeten. Gaston snapt het overdreven enthousiasme van zijn vrouw voor dit dorpje niet en laat alles maar begaan. Hij bouwt een velocipède, onderzoekt de plaatselijke insecten, hij probeert zich jong te houden en mee te gaan met zijn vrouwtje (hij was al een veertiger). Hij is een onstuimig minnaar en wilde haar, voor ze getrouwd waren, tot zijn vrouw maken. Ook al moest hij daarvoor naar dit overgewaardeerde dorp verhuizen.
Gaston voelt zich echter al snel nutteloos in Macondo. Hij heeft er alle insecten ontleed en spreekt ondertussen vloeiend Spaans. Maar Amaranta Úrsula heeft steeds iets om handen, zodat zijn eventuele verhuisplannen op de lange baan worden geschoven. Hij gaat praten met Aureliano, maar de jongen blijft altijd afstandelijk en ongenaakbaar. Gaston vat het plan op om, vechtend tegen de verveling, een luchtpostbedrijf te beginnen.
Aureliano maakt regelmatig uitstapjes naar het dorp en ontmoet, op één van zijn meestal doelloze en met melancholie naar het oude Macondo gevulde tochten, een oude Antilliaanse neger. Hij staat hem in het Papiamento, een taal die hij vrijwel meteen onder de knie heeft, te woord en leert ook zijn achterkleindochter kennen. Deze potige en voluptueuze negerin, Nigromanta, bevalt hem wel en ze worden liefjes. Hij moet haar na een tijd wel toegeven dat Amaranta Úrsula eigenlijk zijn droomvrouw is en hun relatie stopt. Ze ontvangt hem nog steeds met evenveel warmte (ook zij is een vrouw van lichte zeden), maar nu moet hij betalen.
Hij bezoekt de boekenwinkel en ontmoet er vier jonge mannen die in een discussie over het elimineren van de kakkerlakken door de jaren heen bezig zijn. Een ongetwijfeld boeiend onderwerp en hij fungeert, op aanraden van de boekhandelaar, als bemiddelaar in het gesprek. Het is het begin van een grootste vriendschap en hij sluit zich elke middag aan bij Álvaro, Germán, Alfonso en Gabriel.
Vooral in Gabriel vindt hij zijn gelijke, omdat de jongen een achterkleinzoon was van Gerineldo Márquez en in die hoedanigheid de enige was die geloofde in Aureliano Buendía, de wapenbroeder en onafscheidelijke vriend van zijn overgrootvader. Want de rest van het dorp gelooft dat die Aureliano Buendía een verzinsel van de regering was om liberalen te kunnen vermoorden. Aureliano deelt soms zijn huis met Gabriel en beveelt hem aan bij Nigromanta.
Gaston raakt teleurgesteld door het wachten op zijn vliegtuig, om de eerste stappen in de richting van het luchtpostbedrijf te ondernemen. Hij wantrouwt zijn correspondenten in Brussel. Aureliano kan zich niet meer bedwingen en verklaart zijn hartstocht aan Amaranta Úrsula, die hem boos afwijst en zegt terug naar België te vertrekken.
Álvaro komt de boekhandel binnen en vertelt de vier mannen over een zoölogisch bordeel, “Het Gouden Kind”. Ze gaan meteen het bordeel opzoeken. De ingang van het bordeel wordt door een oude, in een rieten schommelstoel gezeten, vrouw bewaakt. Het is Pilar Ternera, die de kaap van honderd vijfenveertig al lang gepasseerd is. Ze herkent Aureliano en heeft een onderhoud met hem, waarin hij over zijn gevoelens voor Amaranta Úrsula spreekt. Ze verzekert hem dat ze op hem wacht.
Terug thuis verlaat Amaranta Úrsula net de badkamer. Aureliano springt op haar en geeft zich aan zijn lusten over. Amaranta is aanvankelijk geschokt, maar vindt plezier in deze overdaad aan incestueuze perikelen.
Scène XX, pag. 409 427
Pilar Ternera sterft in haar schommelstoel, in welke ze ook begraven wordt. De oude boekhandelaar verkoopt alles en vertrekt - net als toen hij, ten tijde van de bananenmaatschappij aangekomen was - met de boot. Hij schrijft de jongelingen frequent en spoort ze aan Macondo te verlaten. Álvaro, Alfonso en Germán vertrekken en enkel Gabriel blijft in het dorp.
Gaston keert zelf naar Brussel terug, om orde op zaken te stellen. Hij is het wachten beu. Amaranta Úrsula en Aureliano geven zich, nu Gaston weg is, helemaal over aan de liefde en bedrijven die bijna vierentwintig uur op vierentwintig. Uit Gaston’s brieven blijkt dat het vliegtuig inderdaad onderweg moest zijn, maar dat de zending in een verkeerd land was aangekomen. Amaranta verwacht niet meer dat hij nog zal terugkeren. Ook Aureliano houdt zo weinig mogelijk contacten en correspondeert nog maar sporadisch met de Catalaan en Gabriel. Wanneer Gaston stuurt dat hij terugkomt, schrijft Amaranta dat het voor haar onmogelijk zou zijn zonder Aureliano te leven, hoe graag ze Gaston ook zag. Gaston stuurt een brief terug waarin hij haar hartstocht begrijpt en hiermee eindigt hun relatie. Amaranta Úrsula en Aureliano verwachten nu een kindje.
Amaranta Úrsula en Aureliano halen herinneringen aan vroeger op en hij vraagt zich af van wie hij eigenlijk een kind is. Hij zoekt het antwoord in de pastorie, in de door motten aangevreten archieven. De pastoor vraagt naar zijn naam en ook hij kent Aureliano Buendía niet.
Het huis vervalt steeds meer en enkel Fernanda’s slaapkamer wordt nog gebruikt. Ze ontvangen een brief die duidelijk niet van de Capelaan was, maar Aureliano weigert hem te openen. Amaranta Úrsula’s bevalling is ophanden en de vroedvrouw, een vriendin van de meisjes die de liefde uit honger bedreven, komt helpen. Het is een flinke jongen, inclusief varkensstaart, die ze (waar blijven ze de originaliteit halen) Aureliano dopen. Amaranta Úrsula begint plots hevig te bloeden. Ze zinkt weg in een coma en sterft.
Aureliano beseft hoeveel hij van zijn vrienden hield en hoe hij ze nu nodig heeft. Hij wil de apotheek bezoeken, maar volgens een oud, in de buurt wonend vrouwtje is er nooit een apotheek geweest. Hij drinkt een brandewijn in een etablissement waar Rafael Escalona, neef van de bisschop en erfgenaam van de geheimen van Fransisco de Man, accordeon speelt. Hij drinkt teveel en wordt melancholisch.
Nigromanta vangt hem op en de volgende morgen wordt hij met hoofdpijn wakker. Hij denkt meteen aan zijn kind en gaat het opzoeken. Hij vindt het niet meer in het mandje. Aureliano zet zich in de schommelstoel met een verhaal (Rebeca, Amaranta, Amaranta Úrsula … ze hebben er allemaal in gezeten). Hij ziet zijn kind, of wat er van over bleef. Het is nog enkel een uitgedroogd vel. De mieren slepen het mee over het stenen paadje in de tuin.
Aureliano wil de mieren wel tegenhouden, maar hij denkt aan het motto van de perkamenten : De eerste van het geslacht is vastgelegd aan een boom en de laatste wordt opgevreten door de mieren.
Hij zoekt meteen de papieren van Melquidas terug op, die nooit duidelijker waren dan nu. Het is de geschiedenis van de familie, honderd jaar van te voren en tot in de meest banale bijzonderheden beschreven door Melquidas. Hij zoekt meteen naar zijn eigen verhaal, of liever naar zijn eigen toekomst, terwijl een orkaan het huis praktisch vernielt.

“Maar nog voor hij bij het laatste vers was gekomen had hij al begrepen dat hij deze kamer nooit meer zou verlaten, want het stond geschreven dat de stad van de spiegels (of spiegelingen) door de wind weggevaagd en uit de herinnering der mensen weggewist zou worden zodra Aureliano Babilonia de perkamenten tot het einde toe ontcijferd had - en dat alles, wat daarin beschreven stond, voor altijd en eeuwig onherhaalbaar was, omdat de geslachten, die gedoemd zijn tot honderd jaar eenzaamheid, geen tweede kans krijgen op aarde.”

  • Scene II, pag. 25  43
  • Scene III, pag. 43  65
  • Scene IV, pag. 66  86
  • Scene V, pag. 87  111
  • Scene VI, pag. 111  129
  • Scène VII, pag. 129  150
  • Scène VIII, pag. 150  170
  • Scène IX, pag. 170  190
  • Scène X, pag. 190  212
  • Scène XI, pag. 212  232
  • Scène XII, pag. 232  254
  • Scène XIII, pag. 254  277
  • Scène XIV, pag. 277  302
  • Scène XV, pag. 302  323
  • Scène XVI, pag. 324  343
  • Scène XVII, pag. 343  365
  • Scène XVIII, pag. 365  387
  • Scène XIX, pag. 387  409
  • Scène XX, pag. 409  427

  • Dovnload 66.72 Kb.