Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Secundair onderwijs leerplan secundair onderwijs

Dovnload 0.52 Mb.

Secundair onderwijs leerplan secundair onderwijs



Pagina1/8
Datum01.08.2017
Grootte0.52 Mb.

Dovnload 0.52 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8

VLAAMS VERBOND VAN HET KATHOLIEK

SECUNDAIR ONDERWIJS

LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS

IMMOBILIËNBEHEER
Derde graad TSO

Derde leerjaar

Licap - Brussel D/1995/0279/041A- september 1995
LESSENTABEL

1 Basisvorming 4
AV Godsdienst 2

AV Nederlands 2



2 Optie
2.1 Studierichting (fundamenteel gedeelte): 26
AV Engels (x) 2

AV Frans (x) 3

AV Nederlands (x) 1

PV Stages Toegepaste economie 6

TV Toegepaste economie 10

Beheer onroerende goederen 3

Marktstudie en verkoop 2

Warenkennis 2

Wetgeving 3

TV Toegepaste economie//Toegepaste informatica (x) 4



2.2 Complementair gedeelte: maximum 6
- Te kiezen uit de vakken en/of de specialiteiten opgesomd in het Besluit van de Vlaamse Executieve van 5 juni 1989 tot vaststelling van de algemene vakken, de kunstvakken, de technische vakken en de praktische vakken.

- Pedagogische aanbeveling:

AV Duits (x) 2

AV Kunstgeschiedenis (x) 2

Geschiedenis van de bouwkunst

AV Lichamelijke opvoeding 1 2

PV Stages Toegepaste economie 2 •

TV Toegepaste economie 2

Vaktechnieken/Seminaries

1 Voor het AV-vak Lichamelijke opvoeding (D/1995/0279/099) werd er een apart leerplan uitgewerkt.

(x) Voor deze vakken is het leerplan in deze brochure opgenomen.

(•) Staat voor uitbreiding van het aantal lesuren voorzien in de basisvorming of in het studierichtingsgedeelte.

IMMOBILIENBEHEER

Derde graad TSO

AV ENGELS

Derde leerjaar: 2 uur/week

In voege vanaf 1 september 1995

D/1995/0279/041A

INHOUD

1 SITUERING VAN HET LEERPLAN EN BEGINSITUATIE 3

2 VAKDOELSTELLINGEN 3

2.1 Algemene doelstellingen 3

2.2 Specifieke doelstellingen 5

3 LEERINHOUDEN 6

4 DIDACTISCHE WENKEN 6


5 BIBLIOGRAFIE 8


1 SITUERING VAN HET LEERPLAN EN BEGINSITUATIE
Het leerplan 'Engels' - derde leerjaren van de derde graad TSO - is bestemd voor leerlingen die één van de volgende acht richtingen binnen de sector 'Handel-Toerisme' volgen: 'Administratie vrije beroepen TSO', 'Immobiliënbeheer TSO', 'Internationaal transport en goederenverzending TSO', 'KMO-administratie TSO', 'Medico-sociale administratie TSO', 'Public relations TSO', 'Toerisme en recreatie TSO', 'Toerisme en organisatie TSO' 'Verkoop en distributie TSO'.
Er is een grote verscheidenheid onder de leerlingen die zich voor deze leerjaren aanbieden. Zij kunnen zowel uit een economisch georiënteerde studierichting uit het ASO als uit de studierichtingen 'Handel', 'Boekhouden-informatica', 'Secretariaat-talen' TSO als uit een derde leerjaar van de derde graad BSO 'Kantooradministratie en gegevensbeheer' komen. Hun voorkennis aan Engels is zeer gevarieerd, zowel in uren als in vaardigheid.

Men mag aannemen dat de leerlingen in de twee voorgaande jaren het Engels vlot en zo efficiënt mogelijk tot 'algemene' communicatieve doeleinden hebben leren gebruiken. Zij kregen immers allen minimum twee uren Engels per week in de derde graad.


Deze cursus heeft twee aspecten. Enerzijds is hij de voortzetting van de cursus Engels in de derde graad met 'algemene' communicatieve doeleinden, en anderzijds houdt hij ook rekening met de specifieke behoeften van de leerlingen in de sector 'Handel-Toerisme'. In deze zin wordt hij tot op zekere hoogte een cursus Engels met specifieke doeleinden (English for Special Purposes) en onderscheidt hij zich van alle andere cursussen Engels zowel in het TSO als in het ASO. Idealiter wordt de precieze samenstelling ervan opgemaakt in onderling overleg tussen de leraren Engels en alle leraren die de voor de studierichting specifieke vakken onderwijzen. Daarbij dient men echter zorgvuldig rekening te houden met de doelstellingen van dit leerplan, die hieronder beschreven worden.

2 VAKDOELSTELLINGEN
Zoals reeds gezegd werd, hebben de doelstellingen van de cursus Engels in de derde leerjaren van de derde graad 'Handel-Toerisme' enerzijds betrekking op de kennis van het Engels met 'algemene' doeleinden, en anderzijds op de kennis van het Engels met de 'specifieke' doeleinden van elk van de specialisaties.

Daarbij moeten de 'algemene' doelstellingen eerder gezien worden in functie van de meer 'specifieke' doelstellingen. Immers, de doelstellingen beogen in de eerste plaats het verwerven van direct praktische vaardigheden voor de latere beroepspraktijk van de leerlingen.


Dit houdt ook in dat de klemtonen die gelegd worden in de eerste plaats bepaald moeten worden door de aard van de specialisatie. Het is de taak van de leraar Engels om, in overleg met vakleraren, stagebedrijven en eventuele potentiële werkgevers de specifieke vereisten van de studierichting te onderkennen en de leerinhouden dienovereenkomstig aan te passen. Indien de leraar zich een concreet beeld kan vormen van de mogelijke tewerkstellingsplaatsen voor zijn leerlingen, kan hij deze beter voorbereiden op hun toekomstig werk.

2.1 Algemene doelstellingen
Hieronder worden de praktische vaardigheden vermeld die de leerlingen op het einde van de derde leerjaren van de derde graad in de mate van het mogelijke verworven moeten hebben.
2.1.1 Zo groot mogelijke ontwikkeling van begrijpend lezen en luisteren
- Gepast reageren op korte mondelinge of schriftelijke mededelingen, beschrijvingen en toelichtingen: beamen, afwijzen, om nadere toelichting vragen enz.

- In het Engels geformuleerde opdrachten en instructies nauwkeurig uitvoeren.

- Gebruiksaanwijzingen, brochures, handleidingen, enz. die rechtstreeks verband houden met de gekozen specialisatie kunnen interpreteren en toepassen.

- Documenten kunnen interpreteren, invullen en verwerken.

- Zelfstandig (dit is zonder de hulp van de leraar) korte luister- en leesteksten over meer algemene onderwerpen in essentie - en zoveel mogelijk ook in detail - begrijpen.

- Strategische vaardigheden verwerven die de lees- en luistervaardigheid verhogen:

? Hoofdzaken van bijzaken onderscheiden.

? Hulpmiddelen goed gebruiken: illustratiemateriaal, woordenboeken en woordenlijsten, zaakregister enz.

? Bij zelfstandig lezen betekenissen uit de context afleiden en een beroep leren doen op de voorkennis die men over het onderwerp al heeft.

? Bij het luisteren zich leren concentreren op wat men wel verstaat eerder dan afgeleid te worden door wat men niet begrijpt.



2.1.2 Opvoeren van de mondelinge communicatieve vaardigheid in interactieve situaties
Hieronder wordt de vaardigheid verstaan om met anderstaligen die het Engels ook als communicatiemiddel gebruiken, zowel informeel sociaal contact te hebben als om met hen, in bedrijfs- of werkomstandigheden om te gaan.
- Algemene taalfuncties spontaan gebruiken in allerlei soorten gesprekken.

- Informele sociale gesprekken voeren: zich voorstellen, informatie uitwisselen over familie, leefgewoonten, accommodatie in stad of streek, weer, vakantie, (small talk) ...

- Zakelijke conversaties voeren: in allerlei bedrijfssituaties op een doelgerichte en gepaste manier

? korte functionele conversaties voeren, bijvoorbeeld aanduidingen geven of vragen, informatie verstrekken en bekomen

? beroepsgerichte conversaties voeren: commentaar geven en argumenteren, overleggen en plannen, onderhandelen ...

? een langere uiteenzetting geven in verband met de specialisatie, bijvoorbeeld een rondleiding geven, een systeem, structuur of werkwijze uitleggen ...

- Korte voorstelling geven aan de leerlingen over hun stagebedrijf.

- Zowel informele als zaakgerichte telefoongesprekken voeren en hierbij gebruikmaken van de juiste uitdrukkingen.



2.1.3 Schriftelijke vaardigheden
- In het Engels vermelde cijfers, getallen, korte getallengroepen (bv. telefoonnummers), letters, letter- en cijfercombinaties en afkortingen noteren (en indien nodig, ook verstaanbaar doorgeven).

- Met de Engelse uitspraak van de letters van het alfabet voorgespelde namen en termen correct noteren en zelf zulke woorden correct spellen.

- Notities nemen: een boodschap, een telefoongesprek, een instructie.

- Documenten invullen: bijvoorbeeld transport- en verzekeringsdocumenten, bankdocumenten, commerciële documenten ...

- Bestaande formuleringen en documenten aanpassen:
Bijvoorbeeld:

? standaardbrieven aanpassen aan de situatie.

- Stagebedrijf voorstellen en de rol die zij er vervullen.

- Dossier samenstellen en verwerken in verband met activiteiten van de specialisatie.

- Korte, zakelijke brieven schrijven: bijvoorbeeld vragen naar informatie, afspraak maken, bestellen en annuleren, klachten formuleren, reserveren ...

- Faxberichten en electronic mail kunnen interpreteren en opstellen.


2.1.4 Achtergrondkennis over de landen met Engels als voertaal
- De leerlingen weten in welke landen in hoofdzaak Engels als voertaal gebruikt wordt. Zij kunnen deze landen en hun belangrijkste steden op de wereldkaart situeren.

- Zij hebben weet van de betekenis van deze landen in verband met hun specialisatievak.

- Zij zien het belang in van Engels voor hun specialisatievak, als internationaal communicatiemedium en als informatiebron.

2.1.5 Woordenschat
- Een elementaire basiswoordenschat wordt via zowel receptief als productief herhaald gebruik onderhouden. In concreto gaat het hier vooral om de woordenschat in verband met 'Praktische, mondelinge communicatieve vaardigheid in interactieve situaties'.

- De leerlingen hebben een receptieve kennis van de woordenschat die nodig is voor het begrijpen van de in de klas aangeboden luister- en leesteksten (herkennen).

- Zij hebben zowel receptieve als productieve kennis van een aantal belangrijke woorden uit de vaktaal van hun specialisatierichting en over hun stagebedrijf. In verband hiermee worden de vakleraar en de stagebegeleider geraadpleegd.

- Zij verwerven vaardigheid met strategieën om ongekende woorden gemakkelijker te begrijpen, te memoriseren en weer te roepen.



2.1.6 Spraakkunst
Kennis van spraakkunst is geen doel op zichzelf. De in de vorige jaren verworven grammaticale kennis en vaardigheid wordt heropgefrist en, waar het nodig of nuttig blijkt, verdiept.

2.2 Specifieke doelstellingen
- De onder 2.1 opgesomde algemene doelstellingen worden zoveel mogelijk geconcretiseerd en geïnterpreteerd in functie van de meer 'specifieke' behoeften eigen aan de specialisatierichting. Essentieel hiervoor is de samenwerking met de vakleraar om de doelstellingen van het vak Engels te laten samenvallen met deze van de componenten Praktijk, Informatica en Bedrijfsvorming.

- Om de voor de leerlingen van deze doelgroep zo belangrijke communicatieve vaardigheid te optimaliseren wordt aan de volgende punten bijzondere aandacht besteed:

? Aan het communicatieve taalgebruik dat verband houdt met specifieke bedrijfs- of werkomstandigheden worden relatief hoge eisen gesteld. Hier wordt, naast vlotte en efficiënte communicatie, ook een zo groot mogelijke vormcorrectheid, zowel bij spreken als schrijven, nagestreefd.

? Belangrijke aspecten van de 'communicatieve' houding krijgen bijzondere aandacht: houding, beweging, stemvolume, articulatie, intonatie, soepelheid in de uitdrukking, beleefdheid enz.

- Zoveel mogelijk verschillende gespreksvormen komen aan bod en worden geoefend: monoloog (korte uiteenzetting, beschrijving, toelichting, introductie ...), dialoog (interview, gedachtewisseling met een partner ...) en groepsgesprek (discussie, debat, panelgesprek ...).

- Het observatievermogen, als een belangrijk aspect van het communicatieproces, wordt speciaal geoefend. Met het oog hierop wordt, naast het traditionele tekstmateriaal, ook zoveel mogelijk videomateriaal gebruikt.

- Bij het schrijven van zakelijke brieven wordt bijzonder belang gehecht zowel aan de opbouw en de stijl van de brief als aan nauwkeurigheid en vormcorrectheid.

3 LEERINHOUDEN
Aangezien het leerplan Engels voor de derde leerjaren van de derde graad uiterst doelgericht geconcipieerd werd, vallen de leerinhouden samen met de leerplandoelstellingen, en hoeven zij hier niet herhaald te worden.
Daarnaast werd hierboven in de situering van het leerplan aangestipt dat het nauwkeurig bepalen van de prioriteiten en de gedeeltelijke opvulling van de leerinhouden, tot de gezamenlijke verantwoordelijkheid behoort van de leraar Engels en de vakspecialisten, die van nabij bij de opleiding en het verhogen van de tewerkstellingskansen van de leerlingen betrokken zijn.
Bij het begin van het schooljaar stelt de leraar Engels, na raadpleging van of in samenwerking met de vakspecialisten en rekening houdend met eventuele suggesties van de leerlingen zelf, aan de hand van de leerplandoelstellingen een lijst op van documenten en luister- en leesteksten die hij in de loop van het schooljaar zal behandelen.

Bij elk document of tekst wordt bondig genoteerd welke vaardigheden men ermee denkt aan te brengen of te oefenen. Op deze manier verkrijgt men een provisorische jaarplanning, die naargelang het schooljaar vordert, inhoudelijk opgevuld en aangepast kan worden. Deze jaarplanning is voor elke afzonderlijke groep leerlingen het uiteindelijk, aan hun specifieke leersituatie aangepast, geconcretiseerd leerplan en kan aan de inspectie voorgelegd worden.



4 DIDACTISCHE WENKEN
- De doelstellingen hebben betrekking op concrete praktische vaardigheden. Alle lessen Engels zullen dan ook in de eerste plaats 'doelessen' zijn, waarin de leerlingen al doende in bepaalde vaardigheden geoefend worden en de daarvoor nodige kennis verwerven. Theoretische behandeling van leerstof, tenzij uiterst occasioneel, kort en eenvoudig, is hier uit den boze.
- Het blijvend motiveren van de leerlingen is van het grootste belang. Dat is enkel mogelijk als zij het nut en de zin van de cursus Engels inzien, regelmatig het gevoel hebben dat zij vorderingen maken en als jonge volwassenen hun eigen inbreng in het leerproces hebben. Daarom zal de leraar zoveel mogelijk tekstmateriaal kiezen dat op een of andere manier verband houdt met het vakterrein van de leerlingen, aansluit bij hun belangstellingssfeer of door hen zelf werd gesuggereerd.

Bovendien wordt dit materiaal zo gekozen of voorbewerkt, dat het telkens nog vrij gemakkelijk binnen het begripsvermogen van de leerlingen valt. De leeractiviteiten worden zo gepland dat alle leerlingen ze mits de nodige inspanning nog aankunnen, maar dat zij toch telkens een uitdaging vormen.


- Eenzelfde thema wordt best gebruikt om de verschillende vaardigheden (lees- en luistervaardigheid en praktische, mondelinge communicatieve vaardigheid in interactieve situaties) te oefenen, en eventueel een of ander aspect van grammatica of woordenschatverwerving waartoe het thema zich leent, op te frissen of aan te brengen. Met het oog daarop zal men lees- en luistertekstjes, documenten, situationele dialogen, enz. rond eenzelfde thema in één leerpakket trachten te verzamelen en uit te werken.
- In de leerjaren waar rondom cases wordt gewerkt, spreekt het voor zich dat de leraar Engels de leerstof aanpast aan de cases en daarrond alle vaardigheden tracht te integreren zowel wat de leerstof als attitudes betreft. Samenwerking tussen leraren is hier noodzakelijk.
- Het aanleren van bepaalde attitudes en sociale vaardigheden is bijzonder belangrijk. Leerlingen moeten zich kunnen inschakelen in het bedrijfsleven, de specifieke houdingen nodig voor het goed uitvoeren van hun taak moeten geaccentueerd worden. De leerlingen moeten zich bewust worden van de menselijke dynamiek.

? Zin voor orde en nauwkeurigheid ontwikkelen.

? Binnen elke opdracht streven naar optimale kwaliteit, met oog voor de economische aspecten.

? Doorzetting tonen bij het verkrijgen van informatie.

? Een positieve houding tegenover de snelle veranderingen aannemen.

? Zelfstandig werken met zin voor initiatief en verantwoordelijkheid.

? Een flexibele houding ten opzichte van een wisselend takenpakket aannemen.

? Bereid zijn tot permanente vorming.

? Contactvaardigheid en zin voor samenwerking aanleren.

? Zelfcontrole ontwikkelen.

? De eigen plaats in het toekomstig beroepsleven correct inschatten.
- Luistervaardigheid oefent men zonder dat de leerlingen de gesproken tekst op een script kunnen volgen. De leerlingen moeten zich leren concentreren op wat zij horen. Het is belangrijk dat de moeilijkheidsgraad van de luisteroefeningen geleidelijk opgevoerd wordt. Werken met video-opnamen van de BBC is hier bijzonder nuttig. Het luisteren moet ook voorbereid worden door een kort gesprek over het onderwerp, waarbij enkele nieuwe woorden vooraf aangebracht worden.
- Leesvaardigheid betekent 'in staat zijn om zelfstandig - dit is zonder hulp van de leraar - teksten te lezen en te begrijpen'. Als leesvaardigheid geoefend wordt, lezen de leerlingen derhalve steeds de tekst stil voor zichzelf. Daarna wordt dan op een of andere manier nagegaan in hoever de tekst begrepen werd. Naar aanleiding hiervan kunnen achteraf leesstrategieën waarover in rubriek 2.1.1 sprake is, aangebracht worden.
- Het brengt weinig zoden aan de dijk om leerlingen een tekst luidop te laten voorlezen. Wil men uitspraak oefenen, dan kan dit beter gebeuren tijdens interactieve communicatieve oefeningen. Daar is het zinvol en nodig dat de mondelinge taaluitingen voor anderen duidelijk verstaanbaar zijn.
- De plaats van iedere communicatieve vaardigheid in het lessenpakket Engels wordt bepaald door de specialisatierichting.

Mondelinge communicatieve vaardigheden bijvoorbeeld zijn essentieel voor de studierichtingen 'Toerisme en organisatie' en 'Toerisme en recreatie' terwijl het werken met documenten centraal staat in de studierichting 'Internationaal transport en goederenverzending'. Deze klemtonen moeten zowel in het lessenpakket, als in de eindevaluatie gerespecteerd worden.


Ook bij toetsen moet rekening gehouden worden met de doelstellingen die in de loop van het jaar nagestreefd werden. De gebruikte teksten zijn vanzelfsprekend nog niet vooraf in de klas behandeld, maar de toetsvormen zijn dezelfde als deze die tijdens de lessen gebruikt werden. De mondelinge communicatieve vaardigheden kunnen zowel permanent geëvalueerd worden tijdens het jaar als in een 'formele' examenproef.

5 BIBLIOGRAFIE
Hieronder volgt een zeer beperkte keuze "aanraders". De boekenmarkt voor Engels als vreemde taal is zeer groot en titels alleen zeggen weinig. Wat hieronder gecommentarieerd staat, is in elk geval ruim de aankoop waard. We selecteerden een paar basiswerken en veel verzamelingen van goede lesideeën en voorbeelden van lesmateriaal: praktisch bruikbaar en gemakkelijk toegankelijk. Schoolboeken (voor leerlingen) werden niet opgenomen.

5.1 Algemeen
CANDLIN, C.N. (ed., transl.), The Communicative Teaching of English. Principles and an Exercise Typology, Longman, London, 1981, 229 blz.

Een "klassieker". Vooraf 4 bijdragen van drie "groten" : H.-E. Piepho, C.N. Candlin and C. Edelhoff over doelstellingen, over het ontwerpen van een communicatieve cursus, over leerstrategieën (leren lezen), en over tekstsoorten, media en vaardigheden. De andere 170 pp. geven een volledig met voorbeelden verrijkt overzicht van de zowat 65 soorten oefeningen in de vier categorieën van de "typologie": (A) informatie ordenen, (B) taal reproduceren, (C) vaardigheden oefenen, en (D) geïntegreerd oefenen. Een onuitputtelijke inspiratiebron voor gedifferentieerde activiteiten en voor wie zelf taak- en werkbladen wil aanmaken.


LEWIS, M., HILL, J., Practical Techniques for Language Teaching, Language Teaching Publications, Hove, 1985, 134 blz.

Dé verzameling adviezen van het praktische gezond verstand voor de leraar Engels. Zeer herkenbaar, vaak verrassend, steeds deugddoend. Ideale lectuur voor een kwartiertje tussendoor.


SHEILS, J., Communication in the modern languages classroom, Council of Europe (Council for Cultural

Co-operation), Strasbourg, 1988, 309 blz.

Systematisch geordend overzicht van een ontelbare variatie van leeractiviteiten in een communicatief vreemdetalenonderwijs; onder de titels "interaction" "comprehension", "listening", "reading", "speaking", "writing" en grammatica; daarbinnen in (chrono)logische volgorde, met overgedrukte les- en materiaalvoorbeelden uit tientallen publikaties (ook enkele voor Frans, Duits ...). Een onuitputtelijke bron voor jaren exploratie en herontdekken.

VAN EK, J.A., ALEXANDER, L.G., Waystage English. An intermediary objective below Threshold Level in a European unit/credit system of modern language learning by adults, Pergamon Press, Oxford, 1980, 101 blz.

Systematische inventaris van taalfuncties, woordenschat en structuren, die een zinvol geheel vormen op een niveau dat als "onderweg" of "halfweg" naar het drempelniveau (Threshold Level) kan worden beschouwd.

Het drempelniveau is dat van volwaardige sociale (niet-academische) communicatie. Het "waystage" niveau bepaalt een sociale verbale communicatie met duidelijke beperkingen in complexiteit van functies en noties, over minder verschillende "topics", met een nog hinderende beperking in woordenschat en structurele variatie. Een spiegel ter toetsing van het niveau op het einde van de tweede graad (ook al is dit boek voor volwassenenonderwijs gedacht).

5.2 Lezen
GRELLET, F., Developing Reading Skills. A practical guide to reading comprehension exercises, Cambridge University Press, Cambridge, 1981, 252 blz.

Zo goed als geen theorie over lezen en leesstrategieën, wel een systematische verzameling van talrijke korte voorbeelden van activiteiten bij teksten die bij de leerlingen leesstrategieën moeten helpen ontwikkelen, dus leren leter lezen. Bij elke oefening vooraf: "specific aim", "skills involved" en "why?".


NUTTALL, C., Teaching Reading Skills in a Foreign Language, Heinemann, London, 1982, 233 blz.

Zowel goed leesbare achtergrondkennis rond de vernieuwde aanpak van het leren lezen in de vreemde taal, als de nodige voorbeelden daarbij (alle voor het Engels).



5.3 Luisteren
UR, P., Teaching Listening Comprehension, Cambridge University Press, Cambridge, 1984, 173 blz.

Een goed leesbare inleiding (30 blz.) over "listening in real-life" en algemene adviezen voor het bedenken van luisteroefeningen. De rest van het boek zijn voorbeelden: "listening for perception" (at word level; at sentence level), "making no (verbal) response", "making short responses", "making longer responses".



5.4 Spreken
KLIPPEL, F., Keep Talking Communicative fluency activities for language teaching, Cambridge University Press, Cambridge, 1985, 202 blz.

123 systematisch beschreven mondelinge activiteiten, "elementary to advanced", telkens met: "aim, level, organisation, preparation, time, procedure, variations, remarks". De nodige indexen achteraan, 50 blz. "worksheets to be copied".

  1   2   3   4   5   6   7   8

  • IMMOBILIENBEHEER Derde graad TSO AV ENGELS Derde leerjaar: 2 uur/week In voege vanaf 1 september 1995
  • 2.1 Algemene doelstellingen 3 2.2 Specifieke doelstellingen 5 3 LEERINHOUDEN 6 4 DIDACTISCHE WENKEN 6
  • 2.1.2 Opvoeren van de mondelinge communicatieve vaardigheid in interactieve situaties
  • 2.1.3 Schriftelijke vaardigheden
  • 2.1.4 Achtergrondkennis over de landen met Engels als voertaal
  • 2.2 Specifieke doelstellingen - De onder 2.1 opgesomde algemene
  • 5.1 Algemeen CANDLIN, C.N.
  • VAN EK, J.A., ALEXANDER, L.G.
  • 5.2 Lezen GRELLET, F.
  • 5.3 Luisteren UR, P.
  • 5.4 Spreken KLIPPEL, F.

  • Dovnload 0.52 Mb.