Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Secundair onderwijs leerplan secundair onderwijs

Dovnload 0.52 Mb.

Secundair onderwijs leerplan secundair onderwijs



Pagina4/8
Datum01.08.2017
Grootte0.52 Mb.

Dovnload 0.52 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8

3.6.3 Reflecteren over de eigen werkwijze en de behaalde resultaten
- "Hardopdenkoefeningen", namelijk vertellen wat men aan het doen is of hoe men een probleem denkt aan te pakken, zijn belangrijk. Daarom mag er de nodige tijd aan besteed worden. De leerpsychologie beklemtoont het belang van het verbale stadium in de cognitieve ontwikkeling. De leerlingen raken immers meer bewust van wat ze doen en van de manier waarop zij het doen.
- Zij moeten aangemoedigd worden om "over de muur te kijken": zo leren ze uit de ervaring van anderen: hoe leggen anderen (medeleerlingen, ervaren taalgebruikers) het aan boord, wat vinden zij efficiënt? - welke strategieën worden toegepast bij het leren van andere vreemde talen?
- Vooraleer ze een werk indienen, kan overwogen worden hen het ontwerp samen te laten verbeteren of voorstellen tot verbetering te laten bespreken.
- Zelfevaluatie is een krachtig hulpmiddel om de inzet, maar ook het leerproces en het uiteindelijke resultaat te verbeteren. De leerling evalueert (enkele) aspecten van zijn prestatie aan de hand van vooraf bepaalde criteria of van een afgesproken beoordelingsschema.

Bijvoorbeeld

? Voor een huistaak (algemeen):

zorg en algemeen uitzicht,

zin voor nauwkeurigheid (werd, ingeval van twijfel, een woordenboek geraadpleegd, een grammatica?),

nauwkeurigheid van de verbetering van de vorige taak enz.


? Voor een spreekoefening:

adequaatheid van de voorbereiding:

het verzamelen en ordenen van gegevens,

werd er geformuleerd met eigen woorden of heeft men een geschreven voorbereiding gememoriseerd?

duidelijke formulering van de boodschap (dit kan geëvalueerd worden door een opname kritisch te beluisteren):

doeltreffendheid van de boodschap,

orde en volledigheid van de informatie,

gepast woordgebruik,

gepast/overdreven gebruik van compensatie- en ontwijkingsstrategieën,

...
• Voor een brief:

inhoud:

- duidelijke formulering van de boodschap,



- orde van het betoog,

- volledigheid van de informatie;

stijlkenmerken:

- bondigheid,

- variatie in het woordgebruik (geen storende herhalingen);

enz.
Een afwijkende evaluatie door de leraar kan leiden tot een verhelderende discussie.


Evaluatieschema's kunnen echter ook beperkt blijven tot strikt persoonlijk gebruik indien de leerlingen dit wensen, bijvoorbeeld wanneer het gaat over attitudes, organisatie van de studietijd en degelijke.
3.6.4 Algemene aanbevelingen
- Wees "transparant" in uw didactiek: praat over het waarom van uw werkwijze (doel, inhouden, werkwijze, evaluatie). (H. Holec - zie 5. Bibliografie).
- Onderhandelen en onderhandelingsvaardigheid is wellicht het centrale concept: van gedachten wisselen, ervaring uitwisselen, van elkaar leren, afspraken maken voor gemeenschappelijk uitproberen, rekening houden met beperkingen en (niet-direct-veranderbare) hindernissen, hulp aanbieden en hulp vragen. (M. Goethals - zie 5 Bibliografie).
- Het grootste leereffect met betrekking tot de leerautonomie wordt verkregen door trainingsactiviteiten in groepen (wellicht vooral per twee).

4 EVALUATIE

4.1 Evalueren zoals men heeft geoefend
Bij het evalueren van de communicatieve vaardigheden dienen de vier vaardigheidsdomeinen (lezen, luisteren, spreken en schrijven) aan de orde te komen. Bij de cijferverdeling houdt men rekening met de onderlinge belangrijkheid van deze vaardigheden zowel als met de aandacht die er tijdens de voorbije periode aan besteed werd.
Aanvaardbare verhoudingen zijn bijvoorbeeld:

- gespreksvaardigheid: tussen 25 en 35 %;

- luistervaardigheid: tussen 15 en 25 %;

- leesvaardigheid: tussen 25 en 35 %;



- schrijfvaardigheid: tussen 25 en 35 %.
Men evalueert uiteraard met geëigende middelen.
4.1.1 Spreekvaardigheid
De gespreksproef gebeurt mondeling. Ze kan slaan op transactionele zowel als op interactionele situaties.
De transactionele gesprekken houden variaties in op de dialogen die tijdens het schooljaar geoefend werden. Er wordt uitdrukkelijk rekening gehouden met de taalcorrectheid.
Het toetsen van de interactionele gespreksvaardigheid houdt in dat men de leerlingen confronteert met minder vertrouwde situaties, waarbij zij ook gebruik kunnen maken van compensatie- en ontwijkingstechnieken. Hier worden voornamelijk het doeltreffend taalgebruik en de spreekdurf in rekening gebracht.
De leerlingen krijgen een "rollenkaart", met zo nodig ook een aantal nuttige woorden en uitdrukkingen. Na een korte voorbereidingstijd voeren ze de dialoog twee aan twee of met de leraar.
Positieve evaluatie is belangrijk. De score wordt niet bepaald door een optelsom van de gemaakte fouten. Zonder daarom slordig taalgebruik te belonen, kan men ook rekening houden met het feit dat de leerlingen zich niet beperken tot het reproduceren van van buiten geleerde formules (la prime au risque).

4.1.2 Luister- en leesvaardigheid
Bij luister- en leestoetsen biedt men zo nodig de context aan evenals ongekende woorden en uitdrukkingen die essentieel zijn om de boodschap te begrijpen.
Om de leesvaardigheid te toetsen laat men de leerlingen de nodige tijd om de gevraagde informatie rustig op te zoeken in de aangeboden documenten. Men mag zich niet systematisch beperken tot evaluatie van het gedetailleerd tekstbegrip (detailidentificatie). Ook de andere leerplandoelstellingen moeten regelmatig aan de orde komen. (Zie de leerplandoelstellingen onder 2.2). Toetsvormen als "vrai-faux-vragen", meerkeuzevragen of "cloze-toetsen" (een "gatentekst" vervolledigen) liggen dan niet altijd voor de hand.
Indien men de luister- en de leesvaardigheid wil meten via het beantwoorden van open vragen of het vervolledigen van een "grille de lecture" of "grille d'écoute", kan men opteren om deze opdrachten te laten uitvoeren in de moedertaal. Het feit dat een leerling de gepaste onderdelen kopieert, geeft immers geen garantie dat hij ze ook correct begrijpt. Voor een valide evaluatie van de receptieve vaardigheden mogen de leerlingen geen enkele hinder of beperking ondervinden om hun inzicht te bewijzen.
4.1.3 Schrijfvaardigheid
De evaluatie van de schrijfvaardigheid is slechts relevant indien zij gebeurt aan de hand van opdrachten die rechtstreeks verband houden met de leerplandoelstellingen en leerinhouden onder 2.5.
Schriftelijk te beantwoorden vragen over tekstinhouden en dergelijke, kunnen dus niet dienen om de doelstellingen met betrekking tot de schrijfvaardigheid te meten.
4.1.4 Gebruik van hulpmiddelen
Een realistische toetsing van de lees- en de schrijfvaardigheid (bv. door nieuwe authentieke teksten te lezen, brieven aan te passen) impliceert dat men de leerlingen laat gebruikmaken van de normale beschikbare hulpmiddelen (woordenboeken, grammatica, modelbrieven) en de diverse toetsonderdelen laat verlopen binnen redelijke, vooraf bepaalde tijdslimieten.

4.2 Permanente evaluatie
Evaluatie betekent meer dan alleen maar cijfers op een rapport. Ze is een belangrijk onderdeel van het leerproces. Ze laat toe na te gaan of en in welke mate de doelstellingen werden bereikt en wat nog moet geremedieerd worden. Voor de leerlingen betekent ze hoofdzakelijk waardering van de gepresteerde inspanningen: ze is een belangrijke motiverende factor.
Permanente evaluatie is hier dus volledig op haar plaats. De evaluatie kan direct aansluiten bij sommige lesactiviteiten, echter liefst in afspraak met de leerlingen: een voortdurende druk is immers niet bevorderlijk voor optimale oefenresultaten. Wat het toetsen van de gespreksvaardigheid betreft, kunnen de verschillende leerlingen in de loop van het trimester voldoende aan bod komen om een gefundeerde evaluatie mogelijk te maken.

Permanente evaluatie kan probleemloos gecombineerd worden met evaluatie binnen de traditionele examenperiodes en de geïntegreerde proef. De traditionele examenbeurten kunnen onder andere de gelegenheid bieden om belangrijke leerstof te herhalen en om de leerplandoelstellingen aan bod te laten komen die in de loop van het trimester niet of onvoldoende konden geëvalueerd worden.


Het is echter logisch dat, op het einde van de opleiding, de op dat ogenblik bereikte taalvaardigheid in belangrijke mate de totale score bepaalt. Men kan bijvoorbeeld denken aan een eindscore die voor de helft of meer bepaald wordt door de eindprestatie in het kader van de geïntegreerde proef en voor het overige door de geleverde inspanningen tijdens het schooljaar.

5 BIBLIOGRAFIE

5.1 Woordenboeken en woordenlijsten; normalisatie; grammatica's
5.1.1 Algemene woordenboeken
AL, BPF, et al., Van Dale groot woordenboek Frans-Nederlands, Nederlands-Frans (2 vol.), Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen: 1983-1985.
BOGAARDS, P., et al., Van Dale Handwoordenboek Frans-Nederlands, Nederlands-Frans (2 vol.), Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen.
HERCKENRATH, C., DORY, A., Wolters'sterwoordenboek Nederlands-Frans, Frans-Nederlands, 2 vol., Wolters-Noordhoff, Groningen.
5.1.2 Gespecialiseerde woordenboeken
Académie des sciences commerciales, Dictionnaire commercial, Entreprise Moderne d'Edition - CILF, Paris, 1987.
DUTTWEILER, G., Les 20 000 phrases et expressions de la correspondance commerciale et privée, Editions générales, Genève, 1961.

In feite is dit geen woordenboek, maar een viertalige lijst met bruikbare zinnen en uitdrukkingen.


HOOF, D. van, Dictionnary for foreign trade and international co-operation - Woordenboek voor buitenlandse handel en internationale samenwerking - Dictionnaire pour le commerce extérieur de la coopération internationale - Wörterbuch für den Aussenhandel und die internationale Zusammenarbeit, Maklu, Antwerpen, 1991.
LOCHARD, J. et al., 200-2000 Mots pour l'entreprise, Editions d'Organisation, Paris, 1984.
SERVOTTE, J.V., Dictionnaire commercial: Français - Nederlands - English - Deutch, Erasme, Bruxelles, 1987/7.
TEULON, F., Vocabulaire économique PUF (Coll. Que sais-je? nr. 2624), Paris, 1991. Handig (en niet duur) lexicon met basisterminologie.
Enkele juridische woordenboeken.
5.1.3 Afkortingen en letterwoorden
CALVET, L.-J., Les sigles, PUF (Coll. Que sais-je?), Paris, 1980.
CARTON, J. et al., Dictionnaire des sigles nationaux et internationaux, La Maison du Dictionnaire, Paris, 1987/3.
5.1.4 Normalisatie
BIN Belgisch Instituut voor Normalisatie - Institut belge de normalisation (IBN) - Brabançonnelaan, 29 - 1040 Brussel, tel.: (02)734 92 05.
5.1.4.1 Belangrijke normbladen
NBN Z 01-002 (1991), Indelen en typen van documenten.
NBN X 04-001 (1986), Nederlandse woordenlijst voor bedrijf en techniek, met taalkundige aanwijzingen.
NBN X 04-002 (1989), Terminologie française. Mises en garde et listes lexicales pour la technique et le commerce.
NBN X 336-337-338-346, Formules administratives et commerciales + addenda. (Tweetalig).
5.1.4.2 Toelichtingen bij de normen
BIN-NORMEN, Licap, D/1994/0279/047.
RAPPORTEREN, Licap, D/1994/0279/048.
5.1.5 Grammatica's (voor de leraren)
GREVISSE, M., Le bon usage. Grammaire française. 12e édition refondue par André GOOSSE, Duculot, Gembloux, 1986.
GREVISSE, M., GOOSSE, A., Nouvelle grammaire française, Duculot, Paris/Gembloux, 1980.
HANSE, J., Nouveau dictionnaire des difficultés du français moderne, Duculot, Gembloux, 1983.

5.2 Leermateriaal
5.2.1 Algemeen
ANCEAUX, H., FONTYNE et al., Tout oreilles, Van Walraven, Apeldoorn, ISBN 906049-3796 (leerlingenboek), 906049-380X (docentenboek), 906049-7376 (cassette).

Voor de luistervaardigheid (mededelingen, gesprekken), gevarieerde oefeningen.


ANCEAUX, H., VAN BAARS, J., et al., Hexagone, Een bovenbouwmethode Frans voor het voortgezet onderwijs, Meulenhoff Educatief, Amsterdam, 1986.

Leerboeken Frans met lerarenhandleiding en audiocassettes.

Klemtonen op lees- en luistervaardigheid.
ARKEL, Tin van, A bientôt (3 delen/niveaus), Intertaal, Amsterdam, 1990. Tekstboeken, werkboeken, handleiding, cassettes.

Spreektaal rond situaties en thema's als kennismaken, naar café gaan, hobby's en interesse, levensmiddelen kopen enz.

Bedoeld voor volwassen. Er wordt uitgegaan van een vooropleiding van 3-4 jaren Frans.
BRUCHET, J., Voyage à Villers. Entraînement à l'expression orale, Larousse, Paris, 1987.

Modeldialogen met luisteroefening, rollenspellen, fixatie- en transferoefeningen, "mots et expressions utiles"; met audiocassette. Dagelijkse gebruikstaal. Alles speelt zich af op een eiland waar men vakantie geboekt heeft.

Bruikbaar vanaf een derde of vierde jaar Frans.
BRUCHET, J., Parler français au bureau. Spreekvaardigheid Frans voor kantoor en bedrijf. Nederlandse bewerking door Daniëlle Van BALEN-HABETS, Intertaal, Amsterdam, 1989.

Modeldialogen met luisteroefeningen, rollenspellen, fixatie- en transferoefeningen, "mots et expressions utiles"; met audiocassette.


CICUREL, F., PEDOYA, E., PORQUIER, R., Communiquer en français. Actes de parole et pratiques de conversation, Hatier, Paris, 1987. Met audiocassette.
Ecoute, écoute ... Compréhension orale en français langue étrangère, Didier, Paris - CRAPEL, Nancy, 1986.

Methode gericht op luistervaardigheid. Met audiocassette. Gevarieerde luisteroefeningen (dialogen, reclame, mededelingen, antwoordapparaat).


KUIPERS, C., VERDAASDONK, D., Le français du tourisme, Intertaal, Amsterdam, 1993. ISBN 90 5451 0064.

2 audiocassettes met authentiek luistermateriaal. ISBN 90 5451 0072.

Handleiding met sleutel. ISBN 90 5451 0080.
MALANDAIN, J.-L., 60 voix ... 60 exercices, Hachette, Paris.

Gesprekken over het dagelijks leven. Met audiocassettes.


Teleac, Frans voor bedrijf en beroep, Stichting Teleac, Utrecht, 1992.

Geïntegreerde methode. Mondelinge zowel als schriftelijke taalbeheersing, ook via de telefoon en telefax. Bestaat uit een cursusboek, geluidscassettes, een videoband, correspondentiesoftware (bouwsteencorrespondentie).


VERMEULEN-SMIT, A., WIJGH, I., DE HONDT, H., Ça va? Stichting Teleac, Utrecht, 1986.

Bestaat uit een cursusboek, audio- en videocassettes.


5.2.2 Zakelijke taal
BERGER, J., et al., Par téléphone, par lettre 1 + 2, Plantyn, Deurne, 1990/5 - 1991/5.
BRUCHET, J., Parler français au bureau. Spreekvaardigheid Frans voor kantoor en bedrijf. Nederlandse bewerking door Daniëlle Van BALEN-HABETS, Intertaal, Amsterdam, 1989.

Modeldialogen met luisteroefeningen, rollenspellen, fixatie- en transferoefeningen, "mots et expressions utiles"; met audiocassette.


DAENEN, Chr., LEMMENS, C., Modules MEAO Frans:

1 Premiers contacts/Promotion

2 Documentation/Réservation

3 Offres

4 Commandes

5 Paiements

6 Réclamations

7 Référence/Représentation

8 Depuis les commandes jusqu'aux réclamations

IPRO, Amersfoort, 1992. Tekstboeken en studiehandleiding. Men overweegt in de toekomst audiocassettes uit te geven.


DANILO, M., CHALLE, O., MOREL, P., Le français commercial, Presse pockets (La langue pour tous), Paris, 1985. ISBN: 2-266-01-1353-X.

Geïntegreerde methode, met audiocassettes (vrij lange dialogen tussen werknemers in het bedrijf of met klanten).

Waardevol materiaal, dat men echter meestal zelf zal moeten exploiteren.
DANILO, M., TAUZIN, B., Le français de l'entreprise, Clé International, Paris, 1990. Met cassette.
DANY, M., NOE, C., Le français des employés. Service - commerce - industrie, Hachette (Coll. le français et la profession), Paris, 1986.

Onder andere accueillir, renseigner; courrier ... - met audiocassettes.


DANY, M., GELIOT, J., et al., Le français du secrétariat commercial, Hachette, Paris.

(Coll. le français et la profession), 1987.

Met audiocassettes.
GROENHOF, J., DIJK, F.G.M. van, Correspondentie Frans. Praktische gids voor de communicatie in het Nederlands-Frans handelsverkeer, Thieme, Zutphen, 1991/2.

Authentieke documenten: formulieren, voorbeeldbrieven, enz.

De opdrachten bestaan uit het doen navolgen van de modellen.
KPC, Vakgroep Frans MEAO,

- Je m'appelle ... Quel est votre nom? - L'argent, toujours l'argent - Je vous invite ...

- Affaires à faire (3 delen).

Katholiek Pedagogisch Centrum (KPC), 's-Hertogenbosch, 1991.

Geïntegreerde methode, thematische leerstofeenheden (modules), met audiocassettes.
MEUNIER, N., COADOU, G., Travaux professionnels sur documents commerciaux (2 vol.), avec Corrigé des exercices, Foucher, Paris.

De oefeningen bestaan uit authentieke commerciële documenten die door de leerlingen moeten worden ingevuld.


MUNSTERS, W., GEURTS, A., FIJMA, P., Vocabulaire commercial et économique (2 vol.), Wolters-Noordhoff, Groningen, 1988.
ROME-DE WEER, C., Ecrire des lettres commerciales (2 vol.), MIM, Deurne, 1988/5.

Uitgebreid oefenboek met gevarieerde oefeningen.


Teleac, Frans voor bedrijf en beroep, Stichting Teleac, Utrecht, 1992.

Geïntegreerde methode. Mondelinge zowel als schriftelijke taalbeheersing, ook via de telefoon en telefax. Bestaat uit een cursusboek, geluidscassettes, een videoband, correspondentiesoftware (bouwsteencorrespondentie).



5.3 Lerarendocumentatie: lestechnieken en achtergronden
5.3.1 Algemeen
BOGAARDS, P., Basisvorming Frans, Stenfert Kroese/Martinus Nijhoff, Leiden, 1989.

De drie delen over de basisvorming in Nederland die werden uitgegeven bij Stenfert Kroese/Martinus Nijhoff zijn in grote mate complementair, en vormen een uitstekende inleiding op communicatief talenonderricht.

(Zie ook de JONG en WILLEMS, WESTHOFF).
JONG, W.N. de, WILLEMS, G.M.M., Basisvorming Engels, Stenfert Kroese/Martinus Nijhoff, Leiden, 1989.

(Zie ook BOGAARDS, WESTHOFF).


KOSTER, MATTER, Vreemde talen leren en onderwijzen, Wolters-Noordhoff, Groningen, 1983.
NEUNER, G., et al., Übungstypologie zum kommunikativen Deutschunterricht, Langenscheidt, München, 1981.
SHEILS, J., La communication dans la classe de langue, Conseil de la coopération culturelle, Strasbourg, 1991. ISBN 92-871-1551-6.

Overzicht van talloze variaties van leeractiviteiten onder de rubrieken Interaction, Compréhension,

Compréhension orale, Compréhension écrite, Expression orale, Expression écrite en Compétence linguistique (grammatica). Uitgewerkte lesvoorbeelden in verschillende talen.
VOORT, P.J. van der, MOL, H., Basisdidactiek voor het onderwijs in de moderne vreemde talen, Wolters-Noordhoff, Groningen, 1989. ISBN 90-0159599-5.
WESTHOFF, G.J., Basisvorming Duits, Stenfert Kroese/Martinus Nijhoff, Leiden, 1989.

(Zie ook BOGAARDS, de JONG en WILLEMS).


5.3.2 Specifieke onderwerpen
5.3.2.1 Gespreksvaardigheid
AMAND, J., CLIJSTERS, W., Le téléphone. Ici Intercom sa, Plantyn, Antwerpen, 1993.
BARIL, D., et al., Techniques de l'expression écrite et orale (2 vol.), Sirey, Paris, 1988/7.
BERNIE, M.-M., ABOVILLE, A.d', L'entretien de recrutement, Editions d'Organisation, Paris, 1985. Met cassette.
COLIGNON, J.-P., Savoir écrire, savoir téléphoner, Duculot (coll. L'esprit des mots), Louvain-la-Neuve, 1992/2.
GOETHALS, M., Groeien naar autonomie. Voorbeelden van gestructureerde drama-activiteiten. In Werkmap voor Taalonderwijs (Acco, Leuven), nr. 46, zomer 1987, p. 95-102.
RICHTERICH, R., SCHERER, N., Communication orale et apprentissage des langues, Hachette, coll. F., Paris, 1975.
STEEHOUDER, M.F., et al., Leren communiceren: procedures voor mondelinge en schriftelijke communicatie, Wolters-Noordhoff, Groningen, 1990/2.
5.3.2.2 Luistervaardigheid
ANCEAUX, H.T., Luisteren en lezen, Spruyt, van Mantgem en de Does, Leiden, 1989.
DIJK, F.G.M. van, Luistervaardigheid. In KPC, Werkgroep MVT (Moderne Vreemde Talen), Nieuwsbrief MEAO, nr. 24 (februari 1990). KPC, 's-Hertogenbosch.

Theoretische benadering en praktische suggesties.


UR, P., Teaching listening comprehension, Cambridge University press, Cambridge, 1984.

Inleiding over "listening in real-life" en algemene adviezen voor het bedenken van luisteroefeningen. Talrijke voorbeelden.


5.3.2.3 Leesvaardigheid
ANCEAUX, H.T., Luisteren en lezen.
GRELLET, F., Developing reading skills, Cambridge University Press, Cambridge, 1981.

Systematische verzameling van (voorbeelden van) activiteiten om de leerlingen leesstrategieën bij te brengen.


JANSSEN, G., Leesvaardigheid. In KPC, Werkgroep MVT, Nieuwsbrief MEAO, nr. 24 (februari 1990).
MAANEN, T. van, MULDER, H., Lire, c'est la clé. Lesmateriaal "lezen voor studie en beroep", SLO, Leerplanafdeling Algemeen Voortgezet Onderwijs, Enschede. Met lerarenhandleiding.
WESTHOFF, G., Voorspellend lezen. Een didaktische benadering van de lesvaardigheidstraining in het moderne-vreemdetalenonderwijs, Wolters-Noordhoff, Groningen, 1981.
WESTHOFF, G., Leesvaardigheid, In levende Talen.
5.3.2.4 Schrijfvaardigheid
DAVIS, P., RINVOLUCRI, M., Dictation. New methods, new possibilities.
FAYET, M., NISHIMATA, A., Savoir rédiger le courrier d'entreprise, Editions d'organisation, Paris, 1987/2.

Per type brief worden structuur en inhoud aangeduid (b.v. offerte, maandbrief enz.). Uitgewerkte modellen, veel oefeningen.


GIRAULT, O., Communication professionnelle (2 vol.: BEP-ACC-CAS 1e et 2e années), Fouchier, Paris, 1987.

Geeft onder andere data voor bouwsteencorrespondentie.


GRABNER, C., HAGUE, M., Ecrire pour quoi faire, Didier, Paris, 1987. Met cassette.
MIM, Le français pratique. L'entreprise au quotidien. Frans en Franse handelscorrespondentie. Met audiocassette, MIM, Deurne, 1993.
5.3.2.5 Kennis van land en volk - interculturele communicatie
HOFSTEDE, G., Allemaal andersdenkenden. Omgaan met cultuurverschillen, Contact, Amsterdam, 1991.
MAUCHAMP, N., La France de toujours, Clé International, Paris, 1991.
MERK, V., BROWAEYS, M.-J., Frankrijk. Omgangsvormen, tradities, zakelijke conventies, verblijf en vervoer, specifieke vocabulaire, Wolters-Noordhoff (Business class), Groningen, 1992.
WIJST, P. van der, Beleefdheidsmarkeringen in Franse en Nederlandse verzoeken. In R. van Hout en E. Huls (red.), Sociolinguïstische conferentie, Eburon, Delft, 1991, p. 473-489.
5.3.2.6 Leerautonomie
BIMMEL, P., Leren leren in de basisvorming moderne vreemde talen. In Levende Talen, september 1992, p. 297-304.
DELLER, S., Lessons from the learner. Student-generated activities for the language classroom, Longman, London, 1990.
1   2   3   4   5   6   7   8


Dovnload 0.52 Mb.