Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Seksueel misbruik en seksuele intimidatie Protocol

Dovnload 88.11 Kb.

Seksueel misbruik en seksuele intimidatie Protocol



Datum01.08.2017
Grootte88.11 Kb.

Dovnload 88.11 Kb.


logo totaal


Seksueel misbruik en seksuele intimidatie - Protocol




versie datum: V3.01-200612017, tkn GMR 28-06-17

Betreft




- nieuw beleid




- vernieuwend beleid

X

- uitwerking van beleid / protocol

x







Status




- datum advies notitie DB

30 juni 2015 > 4 april 2017

- datum voorgenomen besluit best.

30 juni 2015 > 4 april 2017

- datum advies/instemming GMR

WMS Art. 10.e (instemming)


29 mei 2017

- datum def. vaststelling bestuur

29 mei 2017

- datum inwerkingtreding




- datum evaluatie

2020







Communicatie en uitvoering




- inlichten MR




- inlichten leerkrachten

X

- inlichten ouders

Protocol moet voor ouders te vinden zijn op de website van PCBO Amersfoort.

- inlichten extern

Vertrouwenspersonen genoemd in de klachtenregeling.






INHOUDSOPGAVE

1. Inleiding

1.1 Aanleiding

1.2 Visie

1.3 Literatuur & Digitale informatie

2. Grondslag

3 Welke wettelijke verplichtingen worden er verlangd?

4 Uitwerking binnen PCBO Amersfoort

4.1 Voorkomen van seksueel misbruik en seksuele intimidatie

4.2 Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG)

4.3 Bij (een vermoeden van) seksueel misbruik en/of seksuele intimidatie

4.3.1 Meldplicht

4.3.2 Overlegplicht

4.3.3 Aangifteplicht

4.3.4 Na de aangifte, positie van de medewerker tegen wie aangifte is gedaan

4.3.5 Niet doen en wel doen

4.4 Klachtenregeling

4.5 Rehabilitatie

4.6 Invoering van dit protocol

5. Aangifte politie

6. Bijlagen












1

INLEIDING







1.1

Aanleiding

Leerlingen en personeelsleden kunnen alleen goed functioneren als zij zich op school veilig voelen. Seksueel misbruik en seksuele intimidatie kunnen leiden tot gevoelens van onveiligheid. Leerlingen en personeelsleden die hiermee worden geconfronteerd, verzuimen, worden ziek of verlaten voortijdig de school.

Een ieder die in school werkt en leert, heeft recht op bescherming tegen seksueel misbruik en seksuele intimidatie.
Op 28 juni 1999 is de wetswijziging bestrijding van seksueel misbruik en seksuele intimidatie in het onderwijs in werking getreden.

Het gaat in deze wet om strafbare vormen van seksueel misbruik en seksuele intimidatie: zedenmisdrijven, zoals ontucht, aanranding en verkrachting gepleegd door een medewerker van de school jegens een minderjarige leerling.









1.2

Visie

Vanuit de grondslag en de visie van PCBO Amersfoort zijn alle scholen binnen de stichting overtuigd van het belang om kinderen een veilige basis te bieden. Dit geldt evenzeer voor het bieden van een veilige werkplek voor personeel. Dit zien wij als basis voor kinderen om niet alleen tot goede leerresultaten te komen maar ook om zich te kunnen ontwikkelen tot evenwichtige en verantwoordelijke burgers in onze maatschappij. Zo staat in onze missie dat wij ‘Wij willen dat kinderen hun eigen verantwoordelijkheid nemen en zelfstandig, kritisch en respectvol leren samenleven.’ Kernwoorden zijn: lef (kritisch denken), ruimte (respect en eigenheid) en verantwoording (in vertrouwen in elkaar).

Volgens de wet is een school veilig als de psychische, sociale en fysieke veiligheid van leerlingen en personeel niet door handelingen van andere mensen wordt aangetast. Veiligheid is de verantwoordelijkheid van het bestuur maar ontstaat in onze visie niet als losstaand iets en is ook geen vaststaand gegeven.

Seksueel misbruik en seksuele intimidatie vormen een aantasting van de veiligheid en vragen een specifieke aanpak als hier (mogelijk) sprake van is.









1.3

Literatuur & Digitale informatie

  • Adelmund, K.Y.I.J., (1999), Memorie van antwoord t.a.v. wijzigingen van enkele onderwijswetten in verband met ondermeer de bestrijding van seksueel misbruik en seksuele intimidatie in het onderwijs (25979), z.p.

  • Z.a., (2001), Seksueel misbruik en seksuele intimidatie in het onderwijs: Meldplicht en aangifteplicht, (Voorlichtingsbrochure over de wettelijke richtlijnen voor bestrijding van seksueel misbruik en seksuele intimidatie in het onderwijs (wetswijziging 28 juli 1999)), Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Zoetermeer (Van: http://www.huiselijkgeweld.nl/dossiers/seksueel_kindermisbruik/publicaties/brochures/
    seksueel_misbruik_onderwijs, binnengehaald op 28-11-2016, om 16.15 uur)

  • Z.a.. (z.j.), Moet de school seksueel misbruik melden en aangeven?,
    (Van: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/veilig-leren-en-werken-in-het-onderwijs/
    vraag-en-antwoord/moet-de-school-seksueel-misbruik-melden-en-aangeven,
    binnengehaald o
    p: 28-11-2016, om 15.30 uur)

  • Z.a., (z.j.), Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) voor onderwijspersoneel, Stichting School en Veiligheid (zoals te vinden op hun site, 28-11-2016 om 15.55 uu)

  • www.schoolenveiligheid.nl







2

GRONDSLAG

  • Wet op het Primair Onderwijs

  • Wetboek van Strafrecht

  • CAO PO (2016-2017 art. 11.5)

  • Wet bestrijding seksueel misbruik en seksuele intimidatie in het onderwijs







3

WELKE WETTELIJKE VERPLICHTINGEN WORDEN ER VERLANGD?

De CAO (2016-2017 art. 11.5) verlangt veiligheid en het voorkomen van o.a. seksuele intimidatie.

De wet bestrijding seksueel misbruik en seksuele intimidatie in het onderwijs geeft aan hoe te handelen bij (het vermoeden) van seksueel misbruik en/of seksuele intimidatie. De wet is gebaseerd op de gedachte dat herhaald seksueel wangedrag het best kan worden bestreden door politie en justitie in te schakelen. De wet bevat daarom een overleg- en aangifteplicht voor het bevoegd gezag en een meldplicht voor het personeel bij een dergelijk zedenmisdrijf.

Bij een vermoeden van seksueel wangedrag of misbruik op school of daarbuiten dient het bevoegd gezag hiervan terstond op de hoogte gebracht te worden.


Wanneer een leerkracht is veroordeeld voor een zedendelict, kan hij geen VOG verklaring omtrent gedrag krijgen en dus niet meer op een school worden aangesteld.
In de gewijzigde Arbowet die op 1 januari 2007 in werking is getreden, wordt seksuele intimidatie geschaard onder de algemene definitie van psychosociale arbeidsbelasting. Onder psychosociale factoren worden factoren in de arbeidssituatie verstaan die stress veroorzaken. Het begrip seksuele intimidatie is hierdoor uitgebreid ten opzichte van het oude begrip. Onder seksuele intimidatie wordt thans verstaan: enige vorm van verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreëerd.
In geval van (een vermoeden van) seksueel misbruik1 en/of seksuele intimidatie1 van een leerling door een medewerker van PCBO Amersfoort is er een wettelijke meldplicht 2 van kracht, wellicht gevolgd door een aangifte bij justitie of politie.

Een medewerker 3 die het vermoeden heeft van of informatie krijgt over een mogelijk zedendelict gepleegd door een medewerker 3 van PCBO Amersfoort jegens een minderjarige leerling, is verplicht dit te melden aan het bevoegd gezag 4. De medewerker die ondanks dit vermoeden of deze kennis niet meldt, pleegt daarmee plichtsverzuim. Iets dat reden kan zijn voor disciplinaire maatregelen als later blijkt dat deze medewerker verzuimd heeft te melden 5.

Het bevoegd gezag 4 moet de melding van een mogelijk zedendelict bespreken met de vertrouwensinspecteur van de Inspectie van het Onderwijs 6. De vertrouwensinspecteur stelt vast of er een redelijk vermoeden is van een strafbaar feit. Als dat het geval is, is het schoolbestuur verplicht om aangifte van misbruik te doen bij de politie.

Alvorens deze aangifte te doen, stelt het bevoegd gezag de ouders van de betrokken leerling en de medewerker 3 tegen wie een beschuldiging (of een vermoeden) van seksueel misbruik en/of seksuele intimidatie is geuit hiervan in kennis.

Mogelijke bedenkingen van betrokken ouders en/of betrokken leerling ontslaat het bevoegd gezag niet van de verplichting tot het doen van aangifte. De wet stelt in dit geval het algemeen belang boven dat van individuele betrokkenen.










4

UITWERKING BINNEN PCBO AMERSFOORT







4.1

Voorkomen van seksueel misbruik en seksuele intimidatie

Ter voorkoming en bestrijding van seksueel misbruik en seksuele intimidatie op school hanteert elke school van PCBO Amersfoort gedragsregels (zie gedragsregels voor ouders, leerkrachten en leerlingen in het Pestprotocol). De gedragsregels geven duidelijkheid over hoe het team met de aan hen toevertrouwde kinderen (en met elkaar) omgaat.



Een specifieke uitwerking van deze gedragsregels om seksueel misbruik en seksuele intimidatie te voorkomen, zijn hieronder opgenomen:
A. Mondeling en schriftelijk taalgebruik wat niet kan:

  • seksistisch taalgebruik, insinuaties, grappen e.d. die het doel hebben een ander te kwetsen, te kleineren of belachelijk te maken;

  • opmerkingen of grapjes met een duidelijk seksuele lading of die als zodanig kunnen worden uitgelegd;

  • de aanwezigheid en het gebruik op school van beeldend en schriftelijk materiaal (boeken, films, tijdschriften), waarin iemand wordt voorgesteld als minderwaardig of als lustobject.


B. Eén op één contacten, wat niet kan:

  • bij schoolactiviteiten zorgt de volwassene ervoor dat er geen inbreuk gemaakt wordt op de integriteit en privacy van anderen;

  • de volwassene moet zich altijd bewust zijn van zijn/haar machtspositie. Deze mag nimmer aangewend worden voor eigen (lust)gevoelens;

  • lichamelijk contact, dat door één van beiden partijen als onprettig wordt ervaren, is niet acceptabel;

  • bedenk dat leerlingen soms op intimiteit aansturen en bepaald gedrag proberen uit te lokken. Dit maakt seksueel gedrag tussen de volwassene en het kind niet acceptabel;

  • voorkom die situaties die door ouders of kinderen als seksueel geladen kunnen worden uitgelegd;

  • in de groepen 1 en 2 kunnen kinderen zich gezamenlijk douchen en aankleden. Vanaf groep 3 gebruiken we gescheiden douches en kleedruimtes;

  • aanwezigheid van volwassenen in de kleedruimtes is slechts toegestaan als dat noodzakelijk en/of functioneel is.



C. Regels bij buitenschoolse activiteiten:

  • voor alle één op één contacten, die zich onvermijdelijk in vele situaties buiten school voordoen, geldt het bovenstaande in onverminderde mate;

  • bij buitenschoolse activiteiten (kampen, sportdagen e.d.) zorgt de leiding ervoor dat het gedrag in de slaapzalen, het toilet en de was- en kleedruimtes (van kinderen en volwassenen ) geen inbreuk maakt op de privacy;

  • bij schoolkampen geldt dat vanaf groep 3 de kinderen gescheiden slapen en douchen.


D. Tot slot:

  • steeds geldt dat een ieder toeziet op het respecteren van de aan hen toevertrouwde kinderen. Een personeelslid van de school of iemand die als zodanig optreedt, kan zich nooit beroepen op het feit dat, over een bepaalde door hem/haar verrichte handeling, nooit afspraken zijn gemaakt of dat het bevoegd gezag de gedragsregels niet heeft gefiatteerd.







4.2

Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG)

Medewerkers die verbonden zijn aan PCBO Amersfoort dienen in het bezit te zijn van een geldige Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). De VOG toont aan dat iemands gedrag geen belemmering vormt voor het uitoefenen van een bepaalde functie.

De regels rond de VOG en de wijze waarop deze binnen PCBO Amersfoort worden toegepast, staan beschreven in een Memo Verklaring Omtrent het Gedrag welke is opgenomen in het stichtingshandboek 7.

Correct omgaan met de regels rond de VOG verkleint het risico op het aannemen van een medewerker die in het verleden betrokken is geweest bij een zedendelict 8.

De aangifteplicht voorkomt dat medewerkers die eventueel verdacht worden van seksuele intimidatie en/of seksueel misbruik toch elders dit gedrag kunnen voortzetten.







4.3

Bij (een vermoeden van) seksueel misbruik en/of seksuele intimidatie







4.3.1

Meldplicht

In geval van (een vermoeden van) seksueel misbruik en/of seksuele intimidatie van een leerling door een medewerker van PCBO Amersfoort is er een wettelijke meldplicht 9 van kracht, wellicht gevolgd door een aangifte bij justitie of politie.

Een medewerker 3 die het vermoeden heeft van of informatie krijgt over een mogelijk zedendelict gepleegd door een medewerker 3 van PCBO Amersfoort jegens een minderjarige leerling, is verplicht dit te melden aan het bevoegd gezag 4. De medewerker die ondanks dit vermoeden of deze kennis niet meldt, pleegt daarmee plichtsverzuim. Dit kan reden zijn voor disciplinaire maatregelen als later blijkt dat deze medewerker verzuimd heeft te melden.
Iemand die een melding wil doen, neemt contact op met het bestuurskantoor van PCBO Amersfoort. Dat kan via het telefoonnummer (033-) 46.48.065.
De melder geeft aan de directeur-bestuurder te willen spreken in verband met de wettelijke verplichting een (vermoeden van) seksueel misbruik en/of seksuele intimidatie te melden.
Er zijn nu vier mogelijke situaties:


  1. de melder wordt direct doorverbonden met de directeur-bestuurder en kan melden. De melder heeft aan zijn/haar meldplicht voldaan. Zie verder § 4.3.2. In het gesprek tussen melder en directeur-bestuurder wordt afgesproken of en zo ja door wie, de schoolleiding over deze situatie wordt geïnformeerd.




  1. de directeur-bestuurder is wel aanwezig maar op dat moment niet bereikbaar voor deze melding. De medewerker van het bestuurskantoor noteert de contactgegevens van de melder en spreekt af op welk moment de melder en de directeur-bestuurder elkaar wel kunnen spreken. Zie verder § 4.3.2. In het gesprek tussen melder en directeur-bestuurder wordt afgesproken of en zo ja door wie, de schoolleiding over deze situatie wordt geïnformeerd.




  1. de directeur-bestuurder is niet aanwezig en op dat moment niet bereikbaar voor deze melding. De medewerker van het bestuurskantoor noteert de contact gegevens van de melder. De medewerker van het bestuurskantoor zoekt contact met de directeur-bestuurder, geeft de contact gegevens van de melder door en de directeur-bestuurder neemt contact op met de melder. Zie verder § 4.3.2. In het gesprek tussen melder en directeur-bestuurder wordt afgesproken of en zo ja door wie, de schoolleiding over deze situatie wordt geïnformeerd. Het streven is dat melder en directeur-bestuurder dezelfde dag contact met elkaar hebben.




  1. de melder krijgt per telefoon geen contact met de directeur-bestuurder en ook niet met het bestuurskantoor. In dat geval stuurt de melder een e-mailbericht naar bestuur@pcboamersfoort.nl. Heeft de melding geen betrekking op de schoolleiding, wordt dit e-mailbericht in c.c. ook verzonden naar de schoolleiding. De melder schrijft in het e-mailbericht dat hij/zij een melding over (een vermoeden van) seksueel misbruik en/of seksuele intimidatie wil doen maar geen contact heeft gekregen met de directeur-bestuurder en vermeld zijn of haar eigen contactgegevens.

Indien (het vermoeden van) seksueel misbruik en/of seksuele intimidatie niet de schoolleiding zelf betreft maar een medewerker van de school, neemt de melder in dit geval zelf contact op met de schoolleiding om deze over het (vermoeden van) seksueel misbruik en/of seksuele intimidatie te informeren. Als de schoolleiding oordeelt dat er reden is om te vermoeden dat het seksueel misbruik en/of de seksuele intimidatie zonder ingrijpen zou kunnen voortduren, neemt de schoolleiding gepaste maatregelen om dit te voorkomen. De schoolleiding tracht tevens contact te krijgen met de directeur-bestuurder. Als dit contact niet tot stand komt, en de actualiteit ingrijpen vergt, handelt de schoolleiding op gepaste wijze en legt deze wijze in een kort en feitelijk verslag vast en mailt dit naar de directeur-bestuurder. In deze specifieke situatie kan ook de schoolleiding in overleg met de vertrouwensinspectie gaan.







4.3.2

Overlegplicht

Als er een melding van (een vermoeden van) seksueel misbruik en/of seksuele intimidatie door een medewerker 3 van PCBO Amersfoort bij de directeur-bestuurder komt, gaat deze in alle gevallen in overleg met de vertrouwensinspecteur van de Inspectie van het Onderwijs 6. De vertrouwensinspecteur is degene die vaststelt of er een redelijk vermoeden is van een strafbaar feit. Als dat het geval is, is het bevoegd gezag verplicht om aangifte bij de politie te doen.







4.3.3

Aangifteplicht

Als de vertrouwensinspecteur aangeeft dat er een redelijk vermoeden is van een strafbaar feit, is het bevoegd gezag verplicht om aangifte te doen. Dat is ook wat het bevoegd gezag gaat doen.

Alvorens daadwerkelijk aangifte te doen, informeert de directeur-bestuurder de ouders van de betrokken leerling en de medewerker tegen wie een beschuldiging (of een vermoeden) van seksueel misbruik en/of seksuele intimidatie is geuit dat er aangifte zal worden gedaan.

Om aangifte te doen, moet het bevoegd gezag een afspraak maken met de politie (0900-8844) om op een bureau aangifte te doen.

Mogelijk dat ook de ouders aangifte hebben gedaan of voornemens zijn dit te doen, dit is geen reden om als bevoegd gezag van het doen van aangifte af te zien.







4.3.4

Na de aangifte, positie van de medewerker tegen wie aangifte is gedaan

Als er aangifte is gedaan, is er minimaal een vermoeden dat er mogelijk strafbare feiten zijn gepleegd. Er volgt een periode van onderzoek en mogelijk van juridische vervolging. Hoewel een verdachte zolang hij/zij niet veroordeeld is, slechts ‘verdachte’ is, is er een situatie ontstaan waarin het onwenselijk kan zijn dat de betrokken medewerker tegen wie aangifte is gedaan, onverminderd zijn/haar reguliere werk op de eigen werkplek blijft uitvoeren.

Afhankelijk van de situatie zal door het bevoegd gezag beoordeeld worden in hoeverre de betreffende medewerker werkzaamheden kan blijven verrichten of dat deze, al dan niet tijdelijk, gestaakt moeten worden.

In het geval de medewerker geen werkzaamheden mag verrichten, geeft het bevoegd gezag ook aan wat dit betekent voor de salarisbetaling aan deze medewerker.

Het bevoegd gezag 4 hanteert hetgeen is vastgelegd in de CAO over schorsing als ordemaatregel en disciplinaire maatregelen.

Welke maatregel wordt toegepast is aan het bevoegd gezag. Dit afhankelijk van de ernst van de situatie en/of de frequentie van het gedrag en/of wat wet- en regelgeving gebied.
PCBO Amersfoort zal zich zonder meer conformeren aan in deze situatie van toepassing zijnde wetgeving en deze onverminderd toepassen/uitvoeren.
Mocht de medewerker tegen wie aangifte is gedaan veroordeeld worden, zal ook PCBO Amersfoort passende maatregelen nemen tegen de betrokken medewerker. Het bevoegd gezag 4 hanteert daarbij hetgeen is vastgelegd in de CAO over schorsing als ordemaatregel en disciplinaire maatregelen.







4.3.5

Niet doen en wel doen

Om misverstanden te voorkomen vermelden we expliciet

  • wat het bevoegd gezag (en/of de schoolleiding) NIET moet doen:

  • een melding over seksueel misbruik of seksuele intimidatie “bewaren” voor het functioneringsgesprek;

  • zelf onderzoek doen naar aanleiding van meldingen van ouders of collega’s;

  • de aangeklaagde schorsen, zonder dat deze is geïnformeerd over de aard van de melding;

  • een brief schrijven aan de ouders dat iemand verdacht wordt als er nog geen politieonderzoek of klachtenonderzoek is geweest;

  • nadere mededelingen doen over het klachtenonderzoek of politieonderzoek aan de pers;

  • de aangeklaagde in onduidelijkheid houden om de schade voor de school te “beperken”;

  • de klachtenprocedure negeren of het begin ervan uitstellen;

  • zelf voor vertrouwenspersoon spelen.




  • wat het bevoegd gezag (en/of de schoolleiding) WEL moet doen:

  • de schoolleiding licht altijd het bevoegd gezag in zodra er sprake is van een vermoeden of klacht rondom seksueel wangedrag of misbruik;

  • het bevoegd gezag zal afhankelijk van de situatie met de schoolleiding externe instanties inschakelen en met hen de wijze van communicatie naar ouders, leerlingen en verder afstemmen.







4.4

Klachtenregeling

Sinds 1 augustus 1998 is voor ieder schoolbestuur het verplicht een klachtenregeling te hebben. Deze garandeert een zorgvuldige behandeling van klachten.

Alle betrokkenen (leerlingen, ouders, medewerkers, enz.) kunnen gebruikmaken van deze klachtenregeling. Klachten over seksueel misbruik en/of seksuele intimidatie kunnen ook op deze manier onder de aandacht gebracht worden.

De klachtenregeling van stichting PCBO Amersfoort voorziet in interne contactpersonen voor klachten op elke school. Deze kan informatie geven over het verloop van een klachtenprocedure, doorverwijzen naar de vertrouwenspersoon en zorgen voor eerste opvang.

Als een contactpersoon wordt geïnformeerd over mogelijk seksueel misbruik en/of seksuele intimidatie door een medewerker richting een minderjarige, is deze wettelijk verplicht hiervan het bevoegd gezag op de hoogte te brengen, zie ook § 4.3.1. Het bevoegd gezag is vervolgens wettelijk verplicht om overleg te hebben met de vertrouwensinspecteur, zie ook § 4.3.2 en kan verplicht zijn vervolgens aangifte te doen, zie ook § 4.3.3.
Ouders kunnen daarnaast contact op nemen met de vertrouwenspersoon van de stichting. (De vertrouwenspersoon en de vertrouwensinspecteur zijn twee verschillende functies, met verschillende taken en bevoegdheden en zullen door ook twee verschillende personen ingevuld worden.) De onafhankelijke vertrouwenspersoon van de stichting gaat in zijn algemeenheid met de klager na of de gebeurtenis aanleiding geeft tot het indienen van een officiële klacht of dat door bemiddeling een oplossing kan worden bereikt. Een vertrouwenspersoon begeleidt de klager eventueel bij de verdere procedure en helpt de klager (indien nodig) bij het doen van aangifte bij de politie. Indien nodig verwijst de vertrouwenspersoon naar instanties gespecialiseerd in opvang en nazorg. Een vertrouwenspersoon is verplicht tot geheimhouding van alle zaken die hij te weten komt.
Stichting PCBO Amersfoort is aangesloten de landelijke klachtencommissie voor het christelijk onderwijs 10.

Zowel leerlingen en hun ouders als medewerkers kunnen een klacht indienen bij deze klachtencommissie, onder andere over gedragingen van personeelsleden.

Dit kan een klacht zijn over seksueel misbruik of seksuele intimidatie.

Als de klachtencommissie de klacht na onderzoek gegrond verklaart, dan volgt rapportage en advies naar het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag neemt vervolgens maatregelen.









4.5

Rehabilitatie

Als na justitieel onderzoek blijkt dat de klacht op valse gronden is ingediend, kan het bevoegd gezag van PCBO Amersfoort de aangeklaagde medewerker een rehabilitatietraject aanbieden. Dat traject wordt samengesteld in overleg met de valselijk beschuldigde medewerker. Mogelijke onderdelen van dat traject zijn een brief aan de ouders/verzorgers, een teamgesprek, een leerlingenbijeenkomst, al dan niet in aanwezigheid van de vals beschuldigde medewerker.

Het bevoegd gezag kan tevens maatregelen treffen jegens de leerling die de valse beschuldiging heeft geuit. Dit kan variëren van de eis dat excuses worden aangeboden tot schorsing of verwijdering.

Mocht de medewerker vinden dat hij onheus bejegend is door PCBO Amersfoort rond de beschuldiging en het onderzoek daarnaar, kan de medewerker daarover een klacht indienen bij de klachtencommissie.









4.6

Invoering van dit protocol

Na vaststelling van dit protocol, wordt dit in alle scholen onder de aandacht gebracht van alle medewerkers. Daarbij zal specifiek aandacht gegeven worden aan de meldplicht die voor alle medewerkers geldt.

Nieuwe medewerkers worden gewezen op de protocollen die binnen PCBO Amersfoort en de specifieke werkplek van kracht zijn.







5

AANGIFTE POLITIE

In geval van verbaal en/of fysiek geweld en/of (seksuele) intimidatie en/of het ernstig in gevaar brengen van leerlingen en/of personeel wordt in principe aangifte gedaan bij de politie.







6

SCHOOLGIDS

  • verplicht: klachtenregeling;

  • aanbevolen: welke vertrouwensinspecteur de meest aangewezene is voor de leerlingen en/of ouders, en hoe deze en waar deze te bereiken is.







6

BIJLAGEN

(bijv. werkdocument, protocol)

Bijlage 1 Memo PCBO Amersfoort Verklaring Omtrent het Gedrag (24 augustus 2015)

Bijlage 2 Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) voor onderwijspersoneel, School en Veiligheid

Bijlage 3 Klachtenregeling PCBO Amersfoort




1 Alle seksuele handelingen, zowel onvrijwillige als ‘vrijwillige’ tussen medewerkers van PCBO Amersfoort en minderjarigen zijn strafbaar.

2 Deze wettelijke verplichting betekent dat wie weet heeft of een vermoeden heeft van seksueel misbruik en/of seksuele intimidatie van een medewerker met een minderjarige leerling en dit niet meldt, zich schuldig maakt aan plichtsverzuim. Dat betekent dat het niet melden kan leiden tot rechtspositionele gevolgen. Bij niet-melden kunnen het slachtoffer en/of diens ouders een schadeclaim indienen tegen de medewerker.

3 Een ‘medewerker’ is niet alleen de medewerker met een vaste aanstelling, maar omvat tevens personen die buiten een (vast) dienstverband werkzaamheden verrichten voor de school, zoals: stagiaires, schoonmaakpersoneel, uitzendkrachten en vrijwilligers.

4 Het ‘bevoegd gezag’ is in het geval van seksueel misbruik en/of seksuele intimidatie altijd het bestuur (en niet de schoolleiding).

5 Ook is denkbaar dat het slachtoffer of diens ouders een schadeclaim indienen tegen deze persoon als door diens zwijgen het seksueel misbruik heeft kunnen voortduren.

6 De vertrouwensinspecteurs zijn alle werkdagen tijdens kantooruren (08.00-17.00 uur) bereikbaar op het nummer: 0900 111 3 111.

7 Zie bijlage 1 Memo Verklaring Omtrent het Gedrag. Deze memo is illustratief en wordt indien noodzakelijk geactualiseerd. De meest actuele versie is te vinden in het stichtingshandboek.

8 Zie bijlage 2 Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) voor onderwijspersoneel, uitgave van School en Veiligheid. Hierin wordt toegelicht in welke gevallen men niet in aanmerking komt voor een VOG. Afhankelijk van de situatie gelden er langere of kortere termijnen waarin iemand geen geldige VOG kan verkrijgen.

9 Deze wettelijke verplichting betekent dat wie weet heeft of een vermoeden heeft van seksueel misbruik en/of seksuele intimidatie van een medewerker met een minderjarige leerling en dit niet meld, zich schuldig maakt aan plichtsverzuim. Dat betekent dat het niet melden kan leiden tot rechtspositionele gevolgen. Bij niet-melden kunnen het slachtoffer en/of diens ouders een schadeclaim indienen tegen de medewerker.

10 Zie bijlage 3 Klachtenregeling PCBO Amersfoort

Protocol Seksueel misbruik en seksuele intimidatie Pagina van

  • Seksueel misbruik en seksuele intimidatie - Protocol
  • Communicatie en uitvoering
  • A. Mondeling en schriftelijk taalgebruik wat niet kan
  • B. Eén op één contacten, wat niet kan
  • C. Regels bij buitenschoolse activiteiten
  • 4.3.1
  • 4.3.2
  • 4.3.3
  • 4.3.4
  • 4.3.5

  • Dovnload 88.11 Kb.