Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Sint maarten school werk plan

Dovnload 1.06 Mb.

Sint maarten school werk plan



Pagina3/4
Datum25.10.2017
Grootte1.06 Mb.

Dovnload 1.06 Mb.
1   2   3   4

1.10.2. Zorgcontinuüm als uitgangspunt en houvast
Goede preventieve basiszorg (Fase 0)

We starten vanuit de visie dat ‘elke leerkracht’ een ‘zorgleerkracht’ is. Om zoveel mogelijk tegemoet te komen aan de onderwijsnoden van al onze leerlingen is de klasleerkracht de eerste verantwoordelijke wat betreft het nabij opvolgen van de ontwikkeling van elk kind. We proberen een zo volledig mogelijk beeld van elke leerling op te bouwen aan de hand van observaties en evaluaties. Hierbij hebben we zowel aandacht voor de leerinhoudelijke als voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind.

In de kleuterschool staan observaties voorop maar ook daar worden de ontwikkelingsdoelen systematisch geëvalueerd. Dit zal veelal spelenderwijs gebeuren. In de derde kleuterklas worden bovendien gestandaardiseerde tests gebruikt (Toeters voor elk kind en Kontrabas voor kinderen van wie we nog een duidelijker beeld willen krijgen naar aanloop van het eerste leerjaar).

In de lagere school hebben de kinderen de toetsen die peilen of de leerstof in de klas aangebracht, voldoende verworven is. Daarnaast worden LVS-tests begin- en midden leerjaar en AVI-tests gedaan.

Deze genormeerde toetsen betreffen de leerstofgebieden lezen, spelling en wiskunde. Ze hebben als doel kinderen met ontwikkelings- en leerachterstanden en/of -voorsprongen zo vroeg mogelijk op te sporen en gericht te ondersteunen. In september van het eerste leerjaar wordt ook de Salto-test gedaan die peilt naar de taalontwikkeling van de kinderen en onze verdere werking i.v.m. taalbeheersing zal beïnvloeden.

Oudercontacten vinden op verschillende manieren en tijdstippen plaats: een gemeenschappelijke infoavond midden september, twee individuele oudercontacten, vier uitgebreide rapporten en bijkomend oudercontact indien nodig op vraag van de leerkracht of de ouders. Op deze manier verkrijgen we meer informatie van de ouders (en omgekeerd). Zo kan ook worden nagegaan of leerkracht en ouders hetzelfde beeld hebben van het kind. Ouders, school (en eventueel externen) kunnen de zorg voor het kind op elkaar afstemmen.

Bovendien zorgen de leerkrachten voor een aangename, positieve en veilige sfeer in de klas en school. Ze doen mee aan de acties van het GoedGevoelTeam, doen klas- en kindgesprekken, stellen klasafspraken op en doen deze opvolgen door hun leerlingen. Ook schoolafspraken opgenomen in het schoolreglement dienen nageleefd te worden.

In elke klas is een afgevaardigde (en reserve) van het kinderparlement. Dat kinderparlement gaat minstens een keer per trimester door.

Leerkrachten observeren het sociaal gedrag van de kinderen.

Al de gegevens van toetsen, observaties en zorg door leerkrachten, ouders en externen worden bijgehouden in een digitaal kindvolgsysteem (Zorgkompas). Zo wordt een goede doorstroming van informatie van het kind in zijn totaliteit gegarandeerd zodat elk kind het onderwijs krijgt dat het nodig heeft.

Op het einde van het schooljaar vinden telkens overgangsgesprekken plaats. De leerkrachten van het voorbije schooljaar kunnen op deze manier bijkomende informatie verstrekken of bepaalde zaken toelichten aan de nieuwe leerkracht.

We hebben oog voor zowel kinderen die trager vorderen als voor kinderen die sneller vorderen. We trachten al onze kinderen zoveel mogelijk op te vangen binnen de klassikale setting door differentiatie en handelingsgericht werken.

De basiszorg is ruim en zo proberen we ook te handelen binnen onze school. We leren kinderen van jongs af aan keuzes maken. Dit gebeurt aan de hand van takenbord, contractwerk en /of hoekenwerk. Leren leren is een belangrijk agendapunt in elke klas van de lagere school. Kinderen leren hoe ze moeten studeren en hierin worden ze begeleid door hun leerkrachten. Ook willen we de kinderen van het zesde leerjaar begeleiden in het maken van een keuze van richting in het secundair onderwijs.

Contact met de kinderen is zeer belangrijk. We proberen zoveel mogelijk te communiceren ‘met’ en ons niet te beperken tot spreken ‘over’ kinderen. Dit is één van de kerngedachten van het handelingsgericht werken.

Door regelmatig bijscholingen te volgen blijven de (zorg)leerkrachten op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen en methodes in het onderwijs.

Verhoogde zorg (Fase 1)

In deze fase worden mogelijkheden en manieren van aanpak gezocht die kunnen gerealiseerd worden binnen de klaswerking. Het zorgteam overlegt welke onderwijsbehoeften het kind heeft en er wordt naar mogelijke oplossingen gezocht.

De differentiatie kan verschillende richtingen uit. Het kind krijgt meer tijd, aangepaste oefeningen, meer instructietijd en herhaling. Ook de pluswerking voor kinderen met nood aan meer uitdaging vindt hier zijn plaats. In onze taakverdeling zijn ook uren voorzien waarop de zorgleerkracht(en) de klasleerkrachten kunnen ondersteunen in hun klas.

Ook in deze fase blijft de klasleerkracht de verantwoordelijke voor de zorg.


Uitbreiding van zorg (Fase 2)

Soms stellen we vast dat de zorg binnen de klas toch niet voldoende blijkt te zijn om bepaalde moeilijkheden op te vangen. De klasleerkracht kan beroep doen op het zorgteam van de school.

De zorgleerkracht(en), zorgcoördinator, directie en CLB kunnen dan de klastitularis ondersteunen. Het probleem wordt geanalyseerd op een multidisciplinair overleg (MDO). We bekijken dan welke hulp we het best kunnen bieden aan deze leerling. Indien nodig trachten we aanvullende informatie te bekomen door observaties of via tests en door overleg met de ouders. Vanuit deze analyse wordt opnieuw gezocht naar een onderwijsaanbod dat inspeelt op de noden van het kind. Soms is het nodig aangepaste stimulerende, compenserende, remediërende en /of dispenserende maatregelen te treffen. Deze worden samen met alle partijen opgelijst en aan het begin van elk nieuw schooljaar terug overlopen en bijgestuurd waar nodig.

Een individueel handelingsplan is dus nodig in deze fase.

Soms is hulp van externe hulpverleners (kiné, logo, psycholoog…) nodig. Ook met hen is er communicatie via verslagen, overleg, mail en/of Zorgkompas.

We trachten de kinderen tijdens de zorgmomenten zodanig te begeleiden dat ze goed kunnen blijven volgen in de klas. De zorgleerkracht werkt individueel met een kind of met kleine groepjes van leerlingen. Zo kan er goed worden ingespeeld op de individuele noden en is er voldoende ruimte om vragen te stellen…

Er wordt gewerkt met remediëringsmateriaal dat aangevuld wordt naargelang de noden.

Soms gebeurt het dat het curriculum voor bepaalde kinderen te zwaar is. Dan wordt in overleg met ouders en leerling een plan opgesteld voor curriculumdifferentiatie. Dit houdt in dat we voor de leerling afstappen van het bereiken van de eindtermen maar dat we de leerling voorbereiden op een instap in een 1B-klas na het vijfde of zesde leerjaar.

Ook de kangoeroeklas voor (hoog)begaafde kinderen of kleuters met ontwikkelingsvoorsprong vindt zijn plaats in fase 2.
Kinderen met zeer specifieke zorgvragen (bv. autisme) kunnen begeleiding krijgen van een G(eïntegreerd)ON(derwijs)-leerkracht. Dit is een leerkracht uit het buitengewoon onderwijs die leerling, school en ouders ondersteunt in het leerproces zodat de ontwikkelingsdoelen/eindtermen van het gewone onderwijs behaald kunnen worden. Er wordt gewerkt met een individueel handelingsplan waarin de hulpvragen vanuit school, kind en ouders werden opgelijst. Het aantal jaren dat men beroep kan doen op deze GON-begeleiding is afhankelijk van de ‘stoornis’. De aanvraag moet steeds gebeuren voor het einde van het vorig schooljaar via de school en het CLB.

Overstap naar school op maat (Fase 3)

Indien de onderwijsnoden niet meer door de school kunnen gedragen worden, gaan we samen met de ouders op zoek naar een school op maat, een school met een meer aangepast aanbod.

In dit proces staat de communicatie centraal.
Onze draagkracht voor zorgcontinuüm

Kleuterleidsters en leerkrachten zetten hun beste beentje voor. Toch is het voor hen niet altijd mogelijk om voldoende tegemoet te komen aan de onderwijsnoden van een leerling. Het is vanuit deze optiek dat we als school onze draagkracht willen bepalen. Hierbij willen we zowel aandacht schenken aan de zorg voor onze leerlingen als aan de zorg voor de leden van ons schoolteam.

Wat houdt dit concreet in?

Onze school kan een leerling weigeren of doorverwijzen wanneer we ervan overtuigd zijn dat onze draagkracht onvoldoende is om tegemoet te komen aan de onderwijsnoden van een leerling. Dit gebeurt steeds in overleg met een neutrale partner, in dit geval het CLB. Het is hun taak om zo objectief mogelijk te bepalen of de draagkracht van onze school inderdaad overschreden is en de leerling een andere vorm van onderwijs nodig heeft. Hierbij hanteren we volgende criteria:



  • Het kind moet zich goed blijven voelen binnen de school.

  • Het kind moet zich blijven ontwikkelen en leerwinst blijven maken.

  • De klassituatie moet werkbaar zijn.

  • Het welbevinden van de leerkracht mag niet over het hoofd gezien worden.

  • De veiligheid moet gegarandeerd blijven.

  • Als alle voor de leerkrachten haalbare middelen uitgeprobeerd zijn en engagement van externen ontoereikend blijkt, moet er overleg gepleegd worden naar doorverwijzing.







Fase 3: overgang naar school op maat

- andere basisschool met voldoende specifieke zorgkracht



- andere school voor buitengewoon onderwijs

Zorgpiramide

versie 30/04/2016






CLB

Gemotiveerd verslag






Fase 2: Uitbreiding van zorg

aangestuurd door een individueel handelingsplan

A interventies klasintern door zorgteam

B interventies klasextern door zorgteam

C interventies door externe deskundigen

-aanvullende informatie: tests, oudercontact, overleg externen,

MDO : zoeken naar gepast onderwijsaanbod

- GON

- hulp zorgteam



- kangoeroeklas - externe hulp

- individueel handelingsplan

- aangepaste maatregelen (STICORDI)

- Individueel aangepast traject



Fase 0: Goede preventieve basiszorg

is de verantwoordelijkheid van elke klasleerkracht, van het hele schoolteam.

- Een door de school gedragen zorgvisie.

- Organisatie van een preventief zorgbeleid voor alle leerlingen.

- Systematische gegevensverzameling (LVS, kindvolgsysteem: Zorgkompas).






Fase 1: Verhoogde zorg

De verhoogde zorg wordt aangeboden door de klasleerkracht met mogelijke

ondersteuning van het zorgteam. Ze is onderdeel van de reguliere planning.




- aangepaste maatregelen - tempo differentiatie

- differentiatie in het onderwijsaanbod volgens de

(onderwijs)behoefte van de leerling

- verlengde instructie individueel of in subgroepje.

- clustering van leerlingen met gelijkaardige behoeften

- ‘M’-punten op rapport

- meer herhaling - ondersteuning/hulp van zorgjuf

- meer/langer aangepast materiaal als hulpmiddel

- verkorte instructie - vlugger overgaan tot de oefeningen

- moeilijkste oefeningen - extra (plus)taken

- zelfstandig werk met correctiesleutel




1.10.3. Betrokkenheid en samenwerking


- leren leren - klasafspraken opstellen, zichtbaar maken, doen naleven - GGT - kindgesprekken

- schoolreglement up-to-date houden, naleven - aangename, positieve, veilige leeromgeving

- AVI - LVS - Toeters - Kontrabas - Cito - SALTO - groepswerk - klasinterne hulp door zorgteam

- co-teaching - aandacht voor socio-emotionele ontwikkeling - inspelen op interesse van kinderen

- aandacht voor ontwikkelingsdoelen, leerinhouden - kinderparlement 1/trimester

- verschillende werkvormen hanteren - Zorgkompas up-to-date houden - observaties - evaluatie

- grondige analyse van toetsen - opsporen van leerachterstand, ontwikkelingsachterstand, voorsprong

- keuzes leren maken: takenbord, contractwerk, hoekenwerk, werkwinkel… - overgangsgesprekken

- zorg afstellen met regelmatig contact ouders, externe hulp, zorgteam - klassenraad - MDO

- informatie van ouders gebruiken - klasleerkracht blijft eerste verantwoordelijke - differentiëren - professionaliseren van leerkracht - hospiteren - gepaste nascholingen - handelingsgericht werken …



De school (in schoolgemeenschap) streeft naar een hoge betrokkenheid van haar verschillende geledingen.

Betrokken zijn wil zeggen, zowel betrokken zijn bij het bepalen van de doelen als bij de concretisering van het zorgbeleid. Het hele team werkt dus samen aan de realisatie van de zorgvisie en het zorgplan. Daarbij zijn de leerlingen en hun ouders belangrijke partners!

Differentiatie is een belangrijke sleutel om zorgbreed onderwijs te organiseren.


We gaan met andere woorden na wat een kind kan en hoever het kan geraken. Dat betekent dat kinderen die nood hebben aan extra zorg deze ook krijgen, rekening houdend met de draagkracht van de school.

Differentiatie is geen gemakkelijke opdracht. Het vergt veel teamoverleg, collegiale ondersteuning en kansen om dingen bij te leren.

Zorg is een opdracht van het hele team!
Het is belangrijk te weten wie wat doet in het team dat een brede zorg nastreeft.
De leerkracht

De leerkracht is de spilfiguur in de zorg voor de kinderen. Dit zowel op kleuterniveau als in de lagere school.


Van de leerkracht wordt verwacht dat zij/hij alle kinderen grondig observeert en evalueert. 
Tevens verwachten we van het leerkrachtenteam dat het ‘open staat’ voor de problemen van een kind en dat alle teamleden alle inspanningen leveren die binnen hun mogelijkheden liggen.

Dit houdt in:



  • Zorgen voor een positief klasklimaat waarin kinderen zich goed en veilig kunnen voelen.

  • Melden van een probleem bij de zorgcoördinator. Bespreken binnen zorgteam en met ouders.

  • Met hulp van ouders, zorgcoördinator en collega’s informatie inwinnen.

  • Met hulp van zorgcoördinator en/of zorgleerkracht doelstellingen binnen een handelingsplan bepalen.

  • Stimuleren: functionele opdrachten zoveel mogelijk aansluitend bij de leefwereld en het kunnen van de kinderen, een fijne klassfeer realiseren.

  • Remediëren. Dit betekent leerstof extra inoefenen, met andere middelen. Dit gebeurt binnen of buiten de klas.

  • Differentiëren. Dit betekent leerstof aanpassen (naar hoeveelheid, inhoud of tempo) zodat de leerling die beter kan verwerken. Dit kan ook betekenen dat de leerling andere leerstof krijgt aangeboden dan de medeleerlingen.

  • Compenseren. Hulpmiddelen (technische) aanbieden ter ondersteuning waardoor de kinderen de doelen kunnen bereiken.

  • Dispenseren. Dit betekent dat kinderen kunnen vrijgesteld worden van doelen binnen het gemeenschappelijk curriculum. De doelen kunnen vervangen worden door gelijkwaardige doelen. Er kunnen ook doelen toegevoegd worden. Dit alles met het oog op het behalen van het getuigschrift basisonderwijs.

  • Evalueren. Via leerling, ouders, gebruik van het leerlingvolgsysteem of extra testen. (voor alle leerlingen)

  • voortdurend evalueren van eigen handelen voor alle kinderen van de klas.

  • zich bekwamen via hospiteren, overleg, nascholing


Het zorgteam van de school

Leerkrachten staan er niet alleen voor. We willen zo goed mogelijk collegiale steun bieden met ons zorgteam:

Algemeen directeur: Dirk Buelens

Pedagogisch directeur: Elsie van Borm (vanaf 1-9-2015)

Zorgcoördinator: Dirk Cauwenbergh (2003 - 2004)

Els Verbruggen (2004 - 2005)

Ingrid Teijssen (2005 - 2014)

Marja Hendrickx (vanaf 1-9-2014)

Zorgleerkrachten: vanaf 1-9-2015: - kleuters: Charlot Goovaerts

- 1-2-3: Kris Huybrechts en Wim Hendrickx

- 4-5-6: Walter Segers en Wim Hendrickx

Ook beslissingen i.v.m. zittenblijven, uitsluiting of overgang naar school op maat worden in overleg met het zorgteam gehouden.


Directie

De pedagogisch directeur Mevr. Elsie van Borm heeft een goed beeld van elk kind, ook van de kinderen met specifieke noden. Zij is aanwezig op zorgteamvergaderingen, MDO = Multi Disciplinair Overleg en volgt de evolutie van elk kind via Zorgkompas. Zij informeert Mr. Dirk over kinderen met extra noden.

Zij is voor ouders, leerkrachten en kinderen aanspreekbaar en zal bijsturen indien nodig.

Algemeen directeur Mr. Dirk Buelens volgt de nascholingen van de leerkrachten op en geeft suggesties voor relevante nascholingen voor onze teamleden. Hij volgt kinderen met extra noden op door het lezen van verslagen, formele gesprekken en raadplegen van zorgkompas.



CLB

Het Centrum voor Leerlingbegeleiding is binnen onze school vertegenwoordigd door

(vanaf 1-9-2015) CLB-Psycholoog: Annemie Baplu (ook onze contactpersoon, op school: maandagmorgen)

Maatschappelijk werker: Nancy Severi

Verpleegkundige: Inge Keldermans

CLB-arts: Annemie Bogart.

Zij volgen de schoolse prestaties van leerlingen, hun sociaal emotioneel welzijn en hun medische zorg op.

Het CLB team geeft tips aan leerkrachten, helpt bij het bepalen van doelstellingen binnen een handelingsplan en indien nodig voeren zij extra observaties en/of tests uit.

Het CLB is vaak doorverwijzende instantie voor verder onderzoek of overgang naar buitengewoon onderwijs.

Dit gebeurt echter steeds in consensus met het team en de ouders.

Het CLB is er ook voor ouders. Zij kunnen er terecht voor leer- en sociaal-emotionele problemen bij de paramedische ploeg (schoolpsychologe en maatschappelijk werkster) en voor lichamelijke gezondheid bij de medische ploeg (arts en verpleegster). Deze laatsten volgen de lichamelijke gezondheid van de kinderen gedurende hun schoolloopbaan op.
Klassenraad

Voorafgaand aan het MDO (= Multi Disciplinair Overleg) is er een klassenraad waarop de klasleerkracht en zorgcoördinator alle kinderen bespreken. Dit biedt de kans om met onze expertise binnen de school veel kinderen te helpen. Mogelijk ontdekken we kinderen met noden waar we hulp van het CLB en/of externen nodig hebben. Met een gerichte hulpvraag kan het CLB het kind en/of zijn omgeving of de leerkracht ook doelgericht helpen.



MDO (= Multi Disciplinair Overleg)

Drie maal per schooljaar (of als de noodzaak voor een bepaald kind zich voordoet) vindt er een MDO plaats. Hier worden leerlingen met hun noden uitgebreid besproken. Pedagogisch directeur, CLB, betrokken leerkracht(en) en zorgcoördinator zijn hierbij aanwezig.

De zorgcoördinator bezorgt vooraf de namen van de kinderen en de specifieke hulpvragen aan deze mensen.
GOK 2002 tot 2005

Onze gekozen speerpunten voor GOK waren voor 2002-2003, 2003-2004 en 2004-2005:

Intercultureelonderwijs en

Leerling- en ouderparticipatie

Vanaf 2005: geen GOK - uren meer voor onze school.
GON begeleiding, externe hulpverlening (logopedisten, kinesisten…)

Op regelmatige tijdstippen is er overleg (informeren, evalueren, bijsturen) met alle externe instanties die hulp bieden aan leerlingen met specifieke noden. Dit kan ook op vraag van een van de betrokkenen.

Verslagen over resultaten of evaluaties van de vorderingen worden opgevraagd en in Zorgkompas geregistreerd.
Ouders en kinderen

We willen ouders zoveel mogelijk betrekken bij het onderwijsleerproces van hun kind en dit liefst van bij het begin. We zien hen als een onmisbare schakel om het onderwijsleerproces zo goed mogelijk te laten verlopen. Zij kennen immers hun kind het best en beschikken over belangrijke informatie die wij nodig hebben om ons onderwijsaanbod zo goed mogelijk af te stemmen.

Wij vinden het als school heel belangrijk om een open communicatie met de ouders te kunnen hanteren. Dit in het belang van de kinderen. Daarom hebben we vanaf 2015 een nieuw ‘Zorgkompas’ rapport (4 x per schooljaar), een gezamenlijk informatieavond per klas en twee geplande oudercontacten over de individuele kinderen. Tussenin kunnen ook formele of informele gesprekken plaatsvinden op vraag van het kind, de leerkracht of de ouders.

Indien wij problemen merken, worden de ouders zo snel mogelijk door de leerkracht op de hoogte gebracht.

We willen de kinderen en hun ouders ook ondersteunen in het moeilijk aanvaardingsproces bij leerstoornissen of beperkingen.

Ieder kind heeft het recht aanvaard te worden in zijn volledige eigenheid.


De klasleerkracht organiseert kindgesprekken volgens de behoeften van de kinderen. De kinderen weten dat ze steeds bij hun klasleerkracht, zorgleerkracht, zorgcoördinator of directeur terecht kunnen voor een (hulp)gesprek.
De zorgcoördinator

De zorgcoördinator is aanwezig op de school op maandag, dinsdag en woensdag (om de week). Binnen ons team voert de zorgcoördinator een aantal specifieke taken uit die het zorgbeleid in onze school richting geven, stimuleren, professionaliseren.

Haar/zijn taken zijn:


  • Coördinatie van het zorgbeleid op school.

    • ‘Zichtbaar’ aanspreekpunt voor elke zorgvraag in de school van kinderen, leerkrachten, ouders.

    • Aanbrengen en opvolgen van het kindvolgsysteem (Zorgkompas) MDO….

    • Registratie van nuttige informatie in Zorgkompas o.a. resultaten van Salto, LVS, AVI, IQ, verslagen van logo, kiné…

    • Organisatie van overleg met ouders, CLB, directie, leerkrachten en externen, MDO.

    • Evalueren en bijsturen van zorg op school

    • Documentatie voorzien, orthotheek uitbreiden, in orde houden.

    • Nieuwe werkdoelen i.v.m. zorg bepalen.

    • Werkteksten maken om tijdens vergadermoment te gebruiken en teamafspraken te formuleren

    • Afspraken in een definitieve tekstvorm zetten voor het schoolwerkplan

    • zorginitiatieven die in de school worden ontwikkeld coördineren en ondersteunen...



  • Collegiaal ondersteunen van de leerkracht.

    • Helpen met didactische suggesties voor differentiëren en aanreiken van hulpmiddelen.

    • Helpen bij het zoeken naar en bij het ontwikkelen van differentiatiemateriaal.

    • Ondersteunen in het verwerven van vaardigheden om te signaleren, te diagnosticeren, te plannen, uit te voeren en te evalueren.

    • Coachen door vanuit een collegiaal overleg te zoeken naar aanpak-mogelijkheden voor leerlingen met specifieke hulpvragen.

    • Helpen bij het uitstippelen van individuele leertrajecten.

    • Ondersteunen bij het optimaliseren van het afstemmen van het pedagogisch klimaat in de klas op de hulpvragen.

    • De klas overnemen om de klasleerkracht de kans te geven om bijv. een gesprek te voeren met een leerling die het sociaal-emotioneel moeilijk heeft, om te observeren, om overlegkansen mogelijk te maken.

    • Zich inzetten voor collegiaal overleg rond het voorkomen en aanpakken van probleemgedrag.

    • Het pedagogisch klimaat in de klas helpen afstemmen op de individuele hulpvragen.

    • Overgang van kleuter- naar basisonderwijs en van basisonderwijs naar S.O. mee opvolgen



  • Betrokkenheid naar de leerling.

    • Hulp bieden en gesprekken voeren.

    • Opvolgen van het handelingsplan.

    • Versterken van het welbevinden van de leerling.


Zorgkompas: ons digitaal kindvolgsysteem

Zorgkompas is een softwarepakket dat ons helpt om vanuit allerlei screenings: tests, rapporten, observaties, gesprekken … planmatig te handelen in een positieve sfeer, gekenmerkt door openheid en overleg.

De principes van handelingsgericht (samen)werken zijn het uitgangspunt.

De onderwijsbehoefte of opvoedingsbehoefte van het kind staan centraal.

We overleggen in een open en positieve sfeer.

We onderzoeken om te begrijpen en daarop aansluitend doelgericht te kunnen handelen.

We kijken wat iedere partij: het kind, de ouders, de leerkracht... nodig heeft.

In het kindvolgsysteem worden de ondernomen interventies en evaluaties geregistreerd door diegene die de interventie deed. De zorgcoördinator en pedagogisch directeur volgen dit proces mee op.



Zorg placemat:


1.10.4. Communicatie rond zorg
Via formele en informele contacten met kinderen, ouders, andere scholen, de Hombeekse gemeenschap, CLB, zorgverstrekkers kunnen we doelgericht werken rond zorg.

We evalueren onze eigen werking en nemen nieuwe initiatieven rond zorg: gebruik van digitaal kindvolgsysteem: Zorgkompas, nieuwe rapporten, invoeren fases in zorg, uitbouwen van een zorgteam, GoedGevoelTeam…

Onze zorgvisie staat uitgebreid in ons schoolwerkplan. Een beknopt overzicht van de organisatie van onze zorg staat op de schoolsite en in onze schoolbrochure. Alle betrokkenen kunnen steeds informeren bij directie, zorgcoördinator of klasleerkracht.

Via website, nieuwsbrief, oudercontacten, opendeurdagen, infobrochure, ouderraad, … worden de verschillende aanspreekpunten binnen onze school kenbaar gemaakt.


1.10.5. Evalueren, vernieuwen en professionalisering van onze zorg
Tijdens personeelsvergaderingen is zorg steeds een agendapunt. Dit agendapunt wordt aangebracht vanuit het zorgteam dat de vinger aan de pols houdt bij de klasleerkrachten en zelf ook agendapunten naar voor schuift volgens de noden binnen de school.

Leerkrachten die een interessante nascholing volgden i.v.m. zorg brengen verslag uit tijdens de personeelsvergadering en delen hun expertise met ons team.

Om de vernieuwingen te implementeren zijn soms ook teamgerichte nascholingen nodig: M-Decreet, fases binnen zorgcontinuüm, evalueren en rapporteren, werken met nieuw rapport binnen Zorgkompas…

Tijdens het functioneringsgesprek wordt gereflecteerd op de eigen- en de schoolzorgwerking met elke leerkracht.

Informeel zijn er veel mogelijkheden om over zorg en zorgkinderen te overleggen (tijdens de pauzes…).

We ondernemen heel wat actie om onze zorg te optimaliseren via nascholing, lectuur, uitbouw orthotheek, netwerkvorming met collega ’s uit andere scholen...

Waar nodig roepen we hulp in van de pedagogische begeleiding, ondersteuning vanuit Zorgkompas, CLB…

Door te hospiteren bij een collega verbeteren we onze zorgwerking en/of kunnen we zorgkinderen observeren.


1.10.6. Verantwoordelijkheden en leiderschap
Leerkrachten, zorgcoördinator, zorgleerkrachten en directie kennen hun taken dankzij hun gekregen functiebeschrijving. Nieuwe leerkrachten worden geïnformeerd over de zorgwerking door de pedagogisch directeur of door de zorgcoördinator.

1.10.7. Besluit

Onderwijs en opvoeding: een werk van vele handen.
Onze school wordt gedragen door het hele team. We werken samen, overleggen en streven naar een voortdurende kwaliteitsbewaking en -verbetering. We staan er gelukkig niet alleen voor. We erkennen onze partners in de opvoeding en het onderwijs van onze kinderen. Onze zorg voor zorg wordt gedeeld met verscheidene betrokkenen, wiens aandeel we één voor één waarderen.

In de eerste plaats de ouders, als verantwoordelijken voor de opvoeding van hun kinderen.

De leerlingen die ons kritisch naar onszelf doen kijken en die ons ook veel waardevolle informatie kunnen verschaffen.

De externe begeleiders die ons ondersteunen, vormen en ons helpen bij onze professionalisering.

Het schoolbestuur dat de eindverantwoordelijkheid draagt voor het beleid van de school.

De lokale gemeenschap waarin we gestalte geven aan onze opvoedings- en onderwijsopdracht.




Zorg-beleid 2015-2016

  • Zorg wordt gegeven door de zorgleerkrachten. De klastitularis behoudt de klasgroep.

  • Zorgkompas wordt ingevuld door de klastitularissen en op momenten dat er geen kinderen in de klas zijn.

  • Christel V.S. en Petra begeleiden tijdens hun eigen turnuur een andere klas. Ze begeleiden de hele klasgroep zodat de klastitularis zorg kan geven.

  • Mieke geeft zorg in 2KL en 3KL.(dus kleine groep)

  • Charlot geeft op woensdag 2u zorg met kinderen. (9.15u tot 11.10)

Zij bepaalt zelf, al naargelang de grootste noden, met welke kinderen ze werkt gedurende een hele termijn. Charlot werkt op woensdag in de kleine refter.

  • Wanneer de kleuterleidsters specifieke vragen hebben aan Marja kunnen ze Charlot op woensdag reserveren om de klas over te nemen. Dit kan tussen 8.25-9.15 en tussen 11.10-12.00. Tijdig vragen aan Charlot en Marja!!

  • Zorgkaarten regelmatig invullen (te krijgen bij zorgcoördinator)

  • Zorgleerkrachten stellen behandelingsplannen op.

  • Bij afwezigheid van kleuterjuf, noodlijsten voor verdeling van kleuters respecteren (opgemaakt door Charlot)

  • Goed Gevoel Team: lied, lidkaart, regenboogbank, afspraken, samenkomst met ouders

  • Pesten : trapsysteem (laten) respecteren

  1. klasleerkracht

  2. GGT: Koen en Sandy

  3. zorgcoördinator: Marja

  4. pedagogisch directeur: Elsie

  5. algemeen directeur: Dirk


Zorg-beleid 2016-2017


  • Zorg wordt gegeven door de zorgleerkrachten. De klastitularis behoudt de klasgroep.

  • Zorgkompas wordt ingevuld door de klastitularissen en op momenten dat er geen kinderen in de klas zijn.

  • Christel V.S. en Petra begeleiden tijdens hun eigen turnuur een andere klas. Ze begeleiden de hele klasgroep zodat de klastitularis zorg kan geven.

  • Mieke geeft zorg in 1K (dus kleine groep)

  • Charlot geeft op woensdag 3u zorg met kinderen.

Zij bepaalt zelf, al naargelang de grootste noden, met welke kinderen ze werkt gedurende een hele termijn. Charlot werkt op woensdag in de kleine refter.

  • Zorgkaarten regelmatig invullen (te krijgen bij zorgcoördinator)

  • Zorgleerkrachten stellen behandelingsplannen op.

  • Goed Gevoel Team: lied, lidkaart, regenboogbank, afspraken, samenkomst met ouders

  • Pesten : trapsysteem (laten) respecteren




  1. klasleerkracht

  2. GGT: Koen en Sandy

  3. zorgcoördinator: Marja

  4. pedagogisch directeur: Elsie

  5. algemeen directeur: Dirk



1.11.VISIE OP VERKEERSEDUCATIE:


  1. we respecteren in al onze lessen en acties de eindtermen en ontwikkelingsdoelen

  2. we volgen meer specifiek de leerplannen van het katholiek onderwijs

  3. we gebruiken de methode Knipperlicht van Wolters-Plantyn, nagelezen en goedgekeurd door het BIV (Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid)

  4. we willen met onze school expliciet volgende klemtonen leggen in de verkeerseducatie:




  1. ontwikkelen van basiscompetenties die onze lln. in staat stellen met vertrouwen zichzelf en hun omgeving steeds verder en diepgaander te exploreren

  2. ontwikkelen van een basishouding van openheid en respect tegenover mens en maatschappij, en meer specifiek in allerlei verkeerssituaties en zo bijdragen tot de eigen veiligheid en die van anderen (als voetganger, fietser, passagier)

  3. ontwikkelen van basisvaardigheden om zelfstandig met verkeersinformatie en verkeerssituaties te leren omgaan

  4. ontwikkelen van voldoende reactiesnelheid, evenwicht en coördinatie om zelfstandig te voet en met de fiets te kunnen verplaatsen via een voor onze lln. vertrouwde route; veel praktische oefeningen eerst in veilige omgeving en daarna in het drukke verkeer

  5. verkeersregels en -borden aanleren

  6. aanleren van de belangrijkste gevolgen van het groeiende autogebruik en de mogelijke alternatieven vergelijken

  7. aanleren hoe de lln. aan de hand van documentatie een route kunnen uitstippelen voor een trein-, tram en busverbinding

  8. stimuleren van een goede samenwerking met de ouders op vlak van verkeerseducatie zodat de ouders de aangeleerde gedragingen ook in de thuissituatie kunnen ondersteunen en inoefenen; actieve betrokkenheid van de ouders in de praktische verkeerslessen aanmoedigen

  9. leren op niveau: kleuters en 1ste graad nemen niet zelfstandig deel aan het verkeer (tenzij als passagier of meestapper), pas vanaf de 2de graad specifiek rond verkeersborden; gradueel de lessen opbouwen…de moeilijkheidsgraad stijgt geleidelijk

  10. werken aan een veilige schoolomgeving: gevolmachtigde opzichters, fietscontroles, parkeerproblemen in samenspraak met de ouders aanpakken, aanmoedigen van het STOP-principe (eerst stappen, trappen en openbaar vervoer, dan pas privé-vervoer)

  11. werkgroep van ouders, leerkrachten en directie onderhouden (eventueel aangevuld met tijdelijke externen); deze werkgroep behandelt verkeersmateries in de lessen, in de schoolomgeving en in het dorp of stad en kaart deze aan bij het stadsbestuur en andere instanties

  12. de werkgroep, in samenspraak met de leerkrachten en ouderraad, informeren en sensibiliseren de andere ouders om zo te komen tot een autoluwe schoolomgeving en voorbeeldgedrag in het verkeer

alle acties die met verkeer te maken hebben, passen in deze globale visie en staan dus niet los van elkaar; zoeken naar innoverende acties die perfect passen in deze totaalvisie



1.12. VISIE OP KWALITEITSZORG (KZ) / PLAN:
Kwaliteitszorg is geen eenduidig begrip. Kwaliteit kan verwijzen naar een positieve hoedanigheid, naar beoogde kwaliteit, geleverde of gerealiseerde kwaliteit.
Kwaliteitszorg is alleszins een cyclisch proces van:

  1. het omschrijven van de (beoogde) kwaliteit die verwacht wordt

  2. het realiseren van de kwaliteit die verwacht wordt

  3. evalueren van de (geleverde) kwaliteit

vanuit de (zelf)evaluatie terug komen tot omschrijving
Kenmerken van goede KZ

- Cyclisch werken is dan ook het belangrijkste kenmerk van kwaliteitszorg!

- Het systematisch werken kan best door regelmatige en geplande(zelf)evaluaties.

- Het KZ-plan omschrijft wanneer deze gebeuren, hoe (welke methodes /instrumenten)

en door wie.

- Het omschrijven gebeurt zo SMART mogelijk (specifiek, meetbaar, aanvaardbaar,

realistisch, tijdgebonden).

- Het evalueren moet een evenwicht vertonen tussen dataverzameling en dialoog.


  • Integraal: ze bestrijkt zo veel als mogelijk alle domeinen (CIPO: context/ input/ proces/ output). Zachte output zoals tevredenheid; harde output zoals resultaten.

  • Leiderschap bij KZ is enerzijds sturend en anderzijds participatie bevorderend

  • Vergelijken met vroegere resultaten of andere scholen verrijkt de evaluaties (benchmarking)

  • KZ moet gecoördineerd,

1   2   3   4

  • Uitbreiding van zorg (Fase 2)
  • Overstap naar school op maat (Fase 3)
  • Fase 3: overgang naar school op maat
  • Fase 2: Uitbreiding van zorg aangestuurd door een individueel handelingsplan A
  • Fase 0: Goede preventieve basiszorg is de verantwoordelijkheid van elke klasleerkracht, van het hele schoolteam.
  • Fase 1: Verhoogde zorg De verhoogde zorg wordt aangeboden door de klasleerkracht met mogelijke
  • 1.10.3. Betrokkenheid en samenwerking
  • Het zorgteam van de school
  • MDO (= Multi Disciplinair Overleg)
  • GON begeleiding, externe hulpverlening (logopedisten, kinesisten…)
  • Zorgkompas: ons digitaal kindvolgsysteem
  • 1.10.4. Communicatie rond zorg
  • 1.10.5. Evalueren, vernieuwen en professionalisering van onze zorg
  • 1.10.6. Verantwoordelijkheden en leiderschap
  • 1.10.7. Besluit Onderwijs en opvoeding: een werk van vele handen.
  • 1.11.VISIE OP VERKEERSEDUCATIE
  • 1.12. VISIE OP KWALITEITSZORG (KZ) / PLAN
  • Leiderschap

  • Dovnload 1.06 Mb.