Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Slepende melkziekte / acetonemie

Dovnload 423.91 Kb.

Slepende melkziekte / acetonemie



Pagina1/3
Datum25.10.2017
Grootte423.91 Kb.

Dovnload 423.91 Kb.
  1   2   3

Ziekten van drachtige schapen

Slepende melkziekte / acetonemie
Chronisch gebrek aan energie met totale uitputting tot gevolg. Een stofwisselingsziekte die optreedt aan het eind van de dracht, meestal bij ooien die drachtig zijn van een meerling. Vooral vette en erg magere ooien zijn hier vatbaar voor (ook wel drachtigheidsvergiftiging genoemd).
Oorzaken: ongeveer 70% van het gewicht van het lam wordt de laatste 6 weken van de dracht gevormd. De oorzaak van de ontsporing van de stofwisseling is een combinatie van een
toegenomen energiebehoefte door de snel groeiende lammeren en een verminderde opname of opnamecapaciteit, waardoor ze haar vetreserves aanspreekt. Bij de vetafbraak komen dan vetzuren en glycerol vrij dat kan worden omgezet in glucose en dan dient als brandstof. De lever kan dit grote
aanbod vetzuren ineens niet aan en zorgt voor een gedeeltelijke omzetting in de ketonlichamen acetoacetaat en betahydroxybutyraat: gifstoffen. Indien de ooi te weinig voer krijgt aangeboden of te weinig opnamecapaciteit heeft (bij meerlingen weinig ruimte in de buik, waardoor het pens-
volume kleiner is), of als het voer te weinig voedingsstoffen bevat, kunnen deze problemen ontstaan. Een ooi die aan het begin van de dracht heel vet is heeft minder ruimte in de buik aan het eind van de dracht. Gevolgen: een verlaagd bloedsuikergehalte (hypoglycaemie), een verhoogd gehalte van
het bloed aan ketonlichamen, de giftige stoffen betahydroxybutyraat en acetoacetaat hyperketonemie en acetonemie) en een verzuring van het bloed (metabole acidose).

Symptomen: kunnen geleidelijk of acuut optreden, dieren zonderen zich af, eten minder, herkauwen minder, lopen wankel en zijn traag en slap. In een volgend stadium blijven ze liggen, kunnen blind worden, spiertrekkingen en spiertrillingen hebben, hoge pols en/of ademnood. De uitgeademde lucht ruikt naar aceton en uiteindelijk raken ze in coma en sterven.


Diagnose: de diagnose kan worden gesteld aan de hand van de verschijnselen én bloedonderzoek, aangezien bijvoorbeeld de ziektebeelden van melkziekte en kopziekte er op lijken. Alleen in het beginstadium van de ziekte heeft een behandeling zin, in een later stadium is het dier meestal niet meer te redden.

Behandeling: aantal mogelijkheden, o.a. inspuiting van glucose in combinatie met insuline, oraal glycerol of propyleenglycol en een eenmalige inspuiting met corticosteroïden (dexamethason of prednisolon), geconcentreerde electrolytoplossing oraal. Verder de eetlust stimuleren door het aanbieden van smakelijk licht verteerbaar voedsel (krachtvoer, voederbieten, aardappelen, pulp en smakelijk hooi) en het stimuleren van lichaamsbeweging.
Preventie: aan het begin van de dracht vervetting proberen te voorkomen, de laatste 6 weken van de dracht juist zorgen voor voldoende (kracht)voer. Eventueel de schapen ruim voor het aflammeren scheren: geschoren ooien nemen meer voer op en kunnen hun warmte beter kwijt, wat de kans op acetonemie verkleint.


Abortus bij schaap en geit en mogelijke risico’s voor de mens

Drachtige schapen en geiten kunnen hun lammeren verwerpen. Dit voortijdig dood ter wereld brengen van de lammeren kan verschillende oorzaken hebben. Van de ziektekiemen die besmettelijk verwerpen kunnen veroorzaken, zijn de meeste niet zonder risico voor de mens. Een aantal gerichte maatregelen kan deze risico’s voor de mens verkleinen.


1. Inleiding

Een goede administratie is een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering, ook in de agrarische sector. De meeste schapen- en geitenhouders houden een registratie bij van gedekte dieren. Dit kan per individueel dier, maar ook per groep. Beide vormen van registratie maken het mogelijk om oorzaken van eventuele problemen tijdens de dracht beter op te kunnen sporen. Abortusproblemen of vroeggeboortes zijn daar een onderdeel van.

De dracht van een schaap duurt gemiddeld 147 dagen en de dracht van een geit gemiddeld 150, beide met een spreiding van een aantal dagen rond dit gemiddelde. Onder abortus wordt verstaan de geboorte van een niet-levens­vatbare vrucht, waarvan de organen en het skelet reeds gevormd zijn. Van de ziektekiemen die besmettelijk verwerpen kunnen veroorzaken zijn de meeste niet zonder risico voor de mens. Door contact met zo’n ziektekiem kan een zoönose ontstaan: een ziekte die van dier op mens wordt overgebracht.
2. Oorzaken abortus

De oorzaken van abortus bij kleine herkauwers kunnen infectieus en niet-infectieus zijn. Bekende voorbeelden van niet-infectieuze oorzaken van abortus zijn een hond tussen de schapen, ziekte bij het moederdier, te weinig ruimte aan de voerbak en daardoor ontstane beschadiging van de vrucht en in sommige gevallen verkeerd gebruik van medicijnen of het zodanig uitvoeren van behande­lingen dat dit met de nodige stress gepaard gaat.

Hieronder volgt een opsomming van de meest voorkomende besmettelijke oorzaken van abortus in ons land.
2.1 Toxoplasma gondii

Toxoplasma gondii is een wereldwijd voorkomende protozo. In de cyclus van deze parasiet speelt vooral de jonge, niet-immune kat een belangrijke rol als uitscheider van de ziekteverwekker. Heel veel schapen worden in hun leven met deze parasiet besmet. De kans hierop neemt met de leeftijd toe. Bij binnen gehouden geiten is dit vaak niet het geval.

Een eerste contact van schapen of geiten met deze parasiet tijdens de dracht kan abortus tot gevolg hebben. Een hernieuwd contact met de parasiet tijdens een volgende dracht leidt niet opnieuw tot abortus. Wanneer een abortusuitbraak op een be­drijf wordt veroorzaakt door Toxoplasma gondii komen de gevallen dus voornamelijk voor bij de jongere dieren. Indien toxoplasmose optreedt bij binnen gehouden geiten die niet eerder met deze protozo in contact zijn geweest kan abortus bij dieren van alle leeftijden optreden.

De stadia van Toxoplasma gondii die vrijkomen tijdens een abortus vormen echter voor de mens maar een heel klein risico. Weefselcysten en oöcysten die katten uitscheiden zijn de belangrijkste bron van besmetting.

Ziekte bij de mens

Een besmetting bij gezonde mensen kan leiden tot moeheid, lusteloosheid en koorts maar in de regel gaat een besmetting niet gepaard met ziekteverschijnselen. Mensen met een verminderde weerstand kunnen na infectie ernstig ziek worden en bij vrouwen die tijdens de zwangerschap voor de eerste keer worden besmet kan een infectie, afhankelijk van het stadium van de zwangerschap, meer of minder ernstige gevolgen hebben voor de ongeboren vrucht.


2.2 Chlamydophila abortus

Deze bacterie heeft een afwijkende vermeerderingscy­clus en vermeerdert zich uitsluitend in levende cellen. Daardoor is deze ziektekiem niet zo eenvoudig te isoleren. De tijd die verloopt tussen een besmetting en het optreden van abortus bedraagt in de regel minimaal 5 à 6 weken. Ook bij ooien en geiten die aan het begin van de dracht worden geïnfecteerd, treedt abortus op in het laatste deel van de dracht. Veranderingen aan de placenta treden niet op voor de 90ste dag van de dracht. Vindt de infectie plaats op een later tijd­stip in de dracht, dan blijft de infectie vaak verborgen in het dier aanwezig en kan de volgende dracht leiden tot abor­tus.



Wanneer deze abortusverwekker eenmaal op een bedrijf is binnenge­haald, blijft het aantal abortusgevallen het eerste jaar meestal beperkt, tenzij heel vroeg in het aflamsei­zoen abortusge­vallen optreden. In dat geval is het mogelijk dat een aantal dieren in het gevoelige stadium van de dracht verkeert en datzelfde jaar nog aborteert. Is dat niet het geval, dan kunnen van de schapen of geiten die dan de infectie opdoen, het jaar daarop verschei­dene aborteren. In de jaren daarna aborteert in de regel een deel van de dieren die voor de eerste keer drachtig zijn. Verwer­pende ooien of geiten zijn in de regel niet of slechts heel kort ziek.

Ziekte bij de mens

Aanwezigheid van Chlamydophila abortus op een bedrijf is een risico voor zwangere vrouwen. Zij dienen direct en indirect contact met verwerpende dieren te vermijden. Infectie van een zwangere vrouw kan namelijk leiden tot verlies van de vrucht en ernstig ziek zijn en in enkele gevallen zelfs tot het overlijden van de vrouw. Mensen die assistentie verlenen bij de geboorte van een lam op een bedrijf met abortusproblemen doen er goed aan om nadien de handen goed te wassen en te ontsmetten.
2.3 Listeria monocytogenes

Listeria monocytogenes is een bacterie waarvan verschil­lende typen bestaan. Problemen met listeria komen bijna alleen voor bij schapen en geiten die gevoerd worden met ingekuil­de pro­ducten. Bij listeriose is abortus een van de mogelijke verschijnselen. Bij een uitbraak op een bedrijf waar altijd ingekuilde producten worden gevoerd, worden vaak vooral de jongere dieren getroffen. Na een infectie kunnen lacterende dieren deze ziektekiem uitscheiden via de melk. Op bedrijven met melkschapen en –geiten moet hiermee rekening worden gehouden, zeker als dergelijke bedrijven de melk zelf verwerken en niet pasteuriseren.




Ziekte bij de mens



Een besmetting bij gezonde mensen verloopt in de regel zonder verschijnselen of met verschijnselen van milde griep. Jonge kinderen, ouderen, zwangere vrouwen en mensen met een verminderde weerstand zijn veel gevoeliger voor een besmetting. Deze mensen kunnen ernstig ziek worden, een bloedvergiftiging krijgen en aan een besmetting sterven. Bij zwangere vrouwen kan een besmetting leiden tot infectie van de ongeboren vrucht met alle mogelijke nadelige gevolgen daarvan.
2.4 Campylobacter

In ons land kunnen verschillende campylobacter soorten abortus veroorzaken. Wanneer dit probleem op een schapenbedrijf speelt, kan het percentage aborterende dieren vrij hoog lig­gen. Ook de sterfte van normaal geboren lammeren kan erg hoog zijn. Opvallend is vaak dat binnen een bedrijf het ene koppel veel problemen kan hebben en een apart daarvan gehouden koppel helemaal niet. Hoewel de verwekker bij sommige schapen tot een volgend lammerseizoen in de galblaas of de darm aanwezig kan blijven en ook wordt uitgescheiden, komen niet vaak twee jaar achtereen problemen op hetzelfde bedrijf voor. Bij geiten worden deze verwekker veel minder aangetroffen.

Ziekte bij de mens

Een besmetting kan bij de mens leiden tot een darmontsteking. Ook een bloedvergiftiging en griepachtige verschijnselen met koorts, hoofd- en spierpijn zijn mogelijk.

  1   2   3

  • Abortus bij schaap en geit en mogelijke risico’s voor de mens
  • 1. Inleiding
  • 2. Oorzaken abortus
  • 2.1 Toxoplasma gondii
  • 2.2 Chlamydophila abortus
  • 2.3 Listeria monocytogenes
  • 2.4 Campylobacter

  • Dovnload 423.91 Kb.