Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Slepende melkziekte / acetonemie

Dovnload 423.91 Kb.

Slepende melkziekte / acetonemie



Pagina3/3
Datum25.10.2017
Grootte423.91 Kb.

Dovnload 423.91 Kb.
1   2   3

2.10 Schimmels

Een enkele keer komt bij individuele dieren abortus voor die veroorzaakt wordt door schimmels en gisten, na besmetting van andere organen. Infec­ties volgen op het eten of inademen van sporen uit beschim­meld, rottend voer of strooisel. Dit komt hoofdzakelijk voor gedu­rende de wintermaanden en bij slechte stalomstandigheden. Schimmels slaan gemakkelijk aan op vruchtvliezen en vermenig­vuldigen zich daar, vaak gevolgd door aantasting van de vrucht.



2.11 Potlijven

Hieronder wordt verstaan het geheel of gedeeltelijk naar buiten komen van de schedewand. Soms komt zelfs de baarmoedermond naar buiten. Het treedt met name op gedurende d e laatste weken van de dracht.

Er worden veel oorzaken voor genoemd. Verlapte ophangbanden na voorgaande zware geboorten, druk in het bekken door het gewicht van de baarmoeder en erfelijkheid.

Als er niet ingegrepen wordt, gaat de ooi alleen maar meer persen en komt er nog meer naar buiten toe wat daarop verontreinigd en beschadigd raakt. Ook krijgen we te maken met een bemoeilijkte urineafvoer en zelfs met blaasontsteking. Bij de geboorte vindt de ontsluiting nogal eens onvolledig plaats.

Bij het constateren van een potlijver dient er dan ook ingegrepen te worden. Dit kan door het aanbrengen van een ‘lepel’ in de vagina die aan de wol wordt vastgezet. Dit werkt alleen bij lichte vormen. Bij de geboorte hoeft deze niet eerst verwijderd te worden, omdat deze door het lam uit de schede wordt gedrukt. Ook kan een bühnerse hechting worden aangelegd. Zeker bij ernstige vormen is dit de enige mogelijkheid. Bij een naderende geboorte moet deze wel losgeknoopt worden om het lam te kunnen laten passeren. Let wel: niet uithalen, maar in een grote lus vastknopen, zodat de geboorte kan plaatsvinden zonder dat het bandje er uit gaat. Dit kan dan na de geboorte weer strak worden vastgeknoopt.

Na het aanleggen van een bühnerbandje willen de dieren nog wel eens ernstig op de teruggeduwde massa blijven persen. Om dit te voorkomen kan het schaap van achteren hoog gezet worden, zodat de massa uit het bekken richting buikholte zakt. De aandrang tot persen wordt dan minder.

Omdat we met een erfelijk gebrek te maken hebben, moet de ooi van de fokkerij worden uitgesloten.


Moeilijkheden na de geboorte

De problemen die we na de geboorte tegen komen, kunnen we eenvoudig verdelen in:


Problemen bij de ooi

Nadat de ooi bevallen is, zijn er allerlei veranderingen gaande die de kans op ziekte vergroten. Door de veranderde hormoonhuishouding bij de ooi is ook de weerstand sterk afgenomen rond het aflammeren. Na de geboorte staat de baarmoedermond nog open en is de baarmoeder zelf nog gevuld met inhoud (nageboorte en vruchtwater) die een prima voedingsbodem vormt voor ziektekiemen. Doordat ook de melkgift op gang komt, loopt ook de uier kans om ontstoken te raken. De ooi staat op stal met meestal veel andere dieren, waardoor de infectiedruk enorm toeneemt.


De volgende problemen worden vaak gezien:

Baarmoederprolaps.

Hierbij is de wand van één of beide baarmoeder-hoorns zo ingestulpt, dat ze via de schede naar buiten komen. De oorzaak kan heel divers zijn. Een baarmoeder die na de geboorte onvoldoende samentrekt. Een zwaar geboren lam dat met het verlossen een soort van vacuüm achter zich trekt, waardoor de baarmoederhoorn vanzelf al instulpt. Ook bij een beschadiging aan vagina of baarmoedermond kunnen deze gaan ontsteken, waar de ooi dan weer op gaat persen. Ook een lichte vorm van instulping kan dan al naar buiten worden geperst. Als we de ooi met zo’n prolaps aantreffen, moet er direct hulp verleend worden. De prolaps wordt dan teruggebracht en, om recidive te voorkomen, wordt er een bühnerbandje aangelegd.

Aan de nageboorte staan. Hiervan spreken we als de nageboorte na 12 uur nog niet is afgekomen. Een etterige baarmoederontsteking kan het gevolg zijn. Daarom moet zo’n dier altijd behandeld worden. Soms is het mogelijk de nageboorte met de hand te verwijderen. Nabehandelen met antibiotica is wel noodzakelijk.


Baarmoederontsteking.

oorzaak is altijd het binnendringen van ziektekiemen in de baarmoeder waar rond de geboorte het perfecte milieu heerst om te groeien. Vaak zijn deze ook binnengebracht door de schapenhouder zelf tijdens het verlenen van geboortehulp. Het is dan ook een goede gewoonte na elke vorm van geboortehulp een nageboortepil op te doen, eventueel gecombineerd met antibiotica in de nek. De meeste infecties genezen vanzelf. Wanneer de afweer van de ooi hiervoor echter tekort schiet, krijgen we een (ernstig) ziek dier. Koorts, niet eten en een vieze stinkende uitvloeiing zijn de uitwendige verschijnselen. Altijd moet er een antibioticumbehandeling plaatsvinden. Beschadigingen aan vulva, schede en baarmoedermond. Deze zijn meestal het gevolg van een te zware geboorte. Afhankelijk van de ernst resulteert dit in een ontsteking met een meer of minder ziek schaap. Een geval moet apart genoemd worden. Dit is wanneer de schede zo beschadigd is geraakt tijdens de geboorte dat er een verbinding met de buikholte is ontstaan. Soms worden door deze opening de darmen via de schede naar buiten geperst. Dit leidt in haast alle gevallen tot de dood van het schaap. Beter is het in zo’n geval de ooi direct te laten euthanaseren.


Problemen bij het lam.

Nadat het lam geboren is, zijn de eerst 24 uur het belangrijkst. Het lam is de eerste dagen bijzonder ziektegevoelig. Als we hier een optimale verzorging aanbieden, kunnen we de kansen van het lam aanzienlijk verhogen. Hygiëne bij de geboortehulp, naveldesinfectie, voldoende biest- en melkverstrekking, een juiste omgevingstemperatuur en een goede moeder-lambinding zijn de eerste dagen erg belangrijk. De volgende problemen worden vaak gezien:


Dode of zwak geboren lammeren.

Onvoldoende voeding van de ooi tijdens de dracht kan leiden tot onvoldoende ontwikkeling van de vrucht en dus tot zwakke lammeren. Ook de vorming van uierweefsel komt hierdoor in het gedrang. Gevolg zijn een onvoldoende biest- en melkproductie. Al deze factoren dragen bij tot de ontwikkeling van zwakke lammeren. Deze kunnen hun temperatuur niet op peil houden en kunnen niet zonder hulp staan en drinken. De enige remedie is ze zo snel mogelijk (kunst-) biest geven en zorgen dat ze zo snel mogelijk hun normale lichaamstemperatuur bereiken.

Het liefst geven we gewone schapenbiest. Hierin zitten naast de energie, ook vitaminen, mineralen, antistoffen en stoffen die het darmpek afdrijven. Na 36 uur worden de antistoffen in de biest niet meer opgenomen door de darm van het lam. Dus zo snel mogelijk biestverstrekking is essentieel. Als er geen schapen- of kunstbiest aanwezig is, dan is runder-biest het beste alternatief.
Ademzwakte.

Na de geboorte komt de ademhaling gewoonlijk vanzelf op gang. Soms gebeurt dit niet of onvoldoende. Dit kan komen omdat het lam zelf te zwak is, of omdat er te veel slijm en/of vruchtwater in de mond- en neusholte zit. We kunnen dit laatste proberen te verhelpen door dit met de hand weg te masseren, of door het lam even op de kop te houden en licht heen en weer te slingeren. Verder kan de ademhaling gestimuleerd worden door het lam droog te wrijven en het door de ooi te laten likken. Als we de kop van het lam met koud water nat maken, gaat het ook vaak ademen door de zo ontstane koudeshock. Er zijn ademhalings-stimulantia op de markt die kunnen helpen. Als geen van deze methoden werkt, kunnen we altijd nog over gaan op kunstmatige ademhaling. Ikzelf heb voorkeur voor de volgende manier: Ga op de knieën over het lam heen staan en pak het lam bij de borstholte vast met beide handen. Zorg er voor dat het kopje helemaal vrij ligt, met het neusje vooruit in de vrije lucht. De duimen liggen bovenaan tegen de ruggengraat aan en de vingertoppen raken elkaar onder het lam tegen het borstbeen. Til nu het lam iets in de hoogte terwijl het op de vingertoppen rust. De ribbetjes gaan nu naar buiten en er vindt hierdoor een passieve inademing plaats. Daarna laten we het lam weer zakken naar de bodem en tegelijkertijd drukken we de beide ribbogen wat naar binnen. Hierdoor forceren we een uitademing. Dit houd je een paar minuten vol. Doordat je het lam zo vasthoudt, voel je automatisch de frequentie van de hartslag. Je voelt al gauw of de hartslag beter of slechter wordt. Af en toe geef je het lam de kans zelf te ademen voordat je het weer optilt. Duurt het te lang voordat het lam zelf ademt, dan ga je weer even door met het op deze wijze beademen. In de loop der tijd merk je gauw genoeg of je een lam aan het redden bent, of dat je een lam verliest.


Navelontsteking.

De navelstreng breekt meestal vanzelf af. Omdat er via deze open verbinding gemakkelijk kiemen naar binnen kunnen, is het noodzakelijk deze zo min mogelijk te bezoedelen en snel te ontsmetten met jodiumtinctuur. Eventueel de volgende dag nogmaals als de navel nog niet geheel is opgedroogd. Een droge ondergrond voor de lammeren verlaagt de infectiedruk en dus de kans op een navelontsteking. Als we toch een navelontsteking krijgen, kunnen we de volgende symptomen waarnemen: zwakte, een zichtbaar ontstoken navel tot aan zieke lammeren met koorts en sterfte. Als het lam de eerste dagen overleeft kunnen we, t.g.v. het spreiden van de ziektekiemen door het lichaam, allerlei vormen van ontsteking zien optreden. Dit kan variëren van gewrichts- tot hersen- en hersenvliesontstekingen. Altijd moeten deze lammeren gedurende langere tijd met antibiotica behandeld worden.


Entropion.

Deze afwijking zien we vaak bij lammeren vanaf een paar dagen oud. Hierbij is de ooglidrand zo naar binnen gekruld dat de haren van het ooglid op de oogbol komen te liggen en zodoende een ontsteking hiervan veroorzaken. De oorzaak is gelegen in het feit dat de huid op de kop eigenlijk te ruim aanwezig is. Bovendien ligt het oog nog te diep doordat het vetkussen achter het oog nog onvoldoende ontwikkeld is. Als we hier niets aan doen gaat het in de milde gevallen vanzelf over. In alle andere gevallen moeten we ingrijpen. Dit kan door het toepassen van een oogzalf die 2 x daags wordt toegepast. Hierdoor wordt de oogbol beschermd en door de groei van het lam verdwijnt de afwijking vanzelf. Ook kan het onderooglid tussen twee nagels gekneusd worden, waardoor de huid bij en tegen elkaar aan komt te liggen en de entropion ook verdwijnt. Eenzelfde effect bereiken we met het zetten van één of meerdere agraves op het onderooglid.


Ziekten van melkgevende schapen


Kopziekte
Kopziekte ofwel hypomagnesaemie treedt op tijdens de top van de lactatie, ongeveer drie tot zes weken na het lammeren. Het wordt vaak gezien bij oudere ooien die na het lammeren goed ruwvoer krijgen, maar geen of weinig krachtvoer. Daarom wordt de ziekte soms weide- of grastetanie genoemd. Meestal gaat het om meerdere dieren in een koppel. In uitzonderlijke
situaties kunnen lammeren die alleen grote hoeveelheden melk drinken, de ziekte ook krijgen. Het ziektebeeld lijkt veel op dat van melkziekte, maar hier is de oorzaak een tekort aan magnesium in het bloed. Met de melk verlaten grote hoeveelheden calcium en magnesium het lichaam. Een tekort treedt op wanneer het rantsoen onvoldoende magnesium bevat. Of als het magnesium in het rantsoen onvoldoende door de ooi kan worden benut. Dat gebeurt vooral als het rantsoen te veel kalium bevat. Hoewel aan krachtvoer extra magnesium is toegevoegd, kan dit niet in alle gevallen een tekort voorkómen. Bij een ooi met kopziekte is elke vorm van stress dodelijk. Voorbeelden daarvan zijn: lawaai, transport, veel regen, plotseling optredende lage buitentemperaturen en tijdelijk onvoldoende voeropname. De zieke ooi krijgt een infuus met calcium en magnesium, en eventueel een kalmerend middel. Ook de rest van het koppel heeft extra magnesium nodig. Dit is mogelijk door het verstuiven van 30 kilogram magnesiumoxyde (gebrande magnesiet) per hectare of het verstrekken van 7 gram magnesiumoxyde per ooi per dag. Doseer nauwkeurig, want te veel magnesium geeft diarree. Verweid eventueel de dieren naar een minder bemest perceel. De waarschijnlijkheidsdiagnose wordt gesteld op de informatie van de schapenhouder en de verschijnselen. Bij levende dieren kan bloed- of urineonderzoek de diagnose bevestigen. De verschijnselen bestaan uit: verminderde voeropname en als gevolg daarvan een holle buik, afzonderen van het koppel, een stijve, trage gang en in een later stadium verminderd bewustzijn, overprikkelbaarheid, lang aanhoudende spiertrillingen, schrikachtig gedrag, ongecoördineerde gang, krampaanvallen waarbij de dieren op de zij liggen met fietsendebewegingen, tandenknarsen, sterk speekselen, schuim om de bek, verwijde pupillen en draaien met de ogen. Bij dieren met hersenverschijnselen is het verloop vaak zo snel dat een behandeling te laat komt.

Melkkreupelheid
Melkkreupelheid, stijfheid bij overhouders en rachitis zijn uitingen van een botprobleem. De belangrijkste oorzaken komen voort uit een niet juiste voeding waarin naast calcium en fosfor vooral vitamine D-gebrek een rol speelt. In gras zit geen vitamine D. In hooi, kuil en krachtvoer wel. Maar hooi bevat meer vitamine D dan kuil. Dat komt doordat hooi langer in de zon ligt dan kuil. Op bedrijven met problemen is het daarom verstandig hooi bij te voeren. Melkkreupelheid komt voor bij jonge melkgevende ooien. Gezien de groei van hun lammeren geven ze veel melk. Ter preventie kunt u de dieren tijdens de top van de lactatie (rond april-mei) scheren. Onder invloed van zonlicht maakt de huid van een schaap ook zelf vitamine D aan. Scheren vergroot het huidoppervlak dat direct aan zonlicht wordt blootgesteld, zo wordt een grotere hoeveelheid vitamine D gevormd. Enkele weken na aflammeren vertonen dieren met melkkreupelheid een afwijkende beweging, ze lopen pijnlijk. Het dier probeert de voorbenen te ontlasten door ze heel voorzichtig in één lijn voor elkaar te zetten. De achterbenen worden ver naar voren onder het lichaam geplaatst. In ernstige gevallen liggen de dieren veel en vreten ze minder. De conditie neemt snel af. Deze aandoening komt een enkele keer ook voor bij hoogdrachtige melkschapen met een meerling. Als in een koppel meerdere dieren deze afwijking vertonen, dien dan direct een vitamine D-injectie toe. Als er te veel gevallen optreden, geef dan alle dieren vitamine D. Verstrek hooi en krachtvoer speen de lammeren indien ze minimaal 15 kilo wegen, en scheer de ooien. Herstel zal snel optreden. Als ze al langer verschijnselen vertonen, duurt het langer. Denk aan een hersteltijd van een week voor elke dag dat het probleem heeft bestaan.

Stijve overhouders
Als in open winters met voldoende gras drachtige ooilammeren niet bijgevoerd worden treden soms bewegingsstoornissen op. Hun skelet is namelijk nog niet volledig ontwikkeld. Deze aandoening treedt niet op bij dieren die vanaf de jaarwisseling een beetje hooi of krachtvoer bijgevoerd krijgen. Waarschijnlijk is een tekort aan vitamine D de belangrijkste oorzaak. De problemen beginnen vaak in de loop van januari of februari, een aantal ooilammeren wordt stijf en later duidelijker kreupel. Ze liggen veel en nemen minder gras op. Zonder behandeling ontstaan verdikkingen aan de uiteinden van de lange beenderen. Later kunnen ook geboorteproblemen ontstaan omdat botverdikkingen op de bekkenbodem een vernauwing van de geboorteweg veroorzaken. Geef ter behandeling alle dieren een vitamine D-injectie. Herstel treedt sneller op naarmate u eerder behandelt.

Overige botaandoeninqen
Rachitis of Engelse ziekte bij jonge opgroeiende lammeren. Ze krijgen afwijkende beenstanden zoals o-benen, xbenen en verdikkingen aan de gewrichten. De dieren lopen pijnlijk en de groei neemt af. De oorzaak is ook een voedingsfout waarbij calcium, fosfor en vitamine D een rol spelen. De laatste jaren zien we deze aandoening zelden meer. Door dezelfde voedingsfouten komt breuk van de dijbeenkop zo nu en dan voor bij jonge, hoogdrachtige ooien. Het beenweefsel wordt dan broos. De voeding aanpassen kan de situatie verbeteren, maar volledig herstel treedt bijna nooit op.
1   2   3

  • Moeilijkheden na de geboorte
  • Dode of zwak geboren lammeren.
  • Melkkreupelheid
  • Stijve overhouders
  • Overige botaandoeninqen

  • Dovnload 423.91 Kb.