Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Sociaal Schouwburgplein Rotterdam: Stadsbestuur

Dovnload 339.29 Kb.

Sociaal Schouwburgplein Rotterdam: Stadsbestuur



Pagina1/2
Datum23.11.2018
Grootte339.29 Kb.

Dovnload 339.29 Kb.
  1   2

Sociaal Schouwburgplein Rotterdam:

Stadsbestuur

De gemeenteraad van Rotterdam bestaat uit 45 leden. De Partij van de Arbeid en Leefbaar Rotterdam zijn de grootste politieke partijen in Rotterdam met beiden 14 zetels. De VVD en D66 hebben elk vier zetels; CDA en GroenLinks hebben drie zetels; de SP twee zetels en CU/SGP heeft één zetel.


Het college van burgemeester en wethouders bestond sinds 2006 uit PvdA, CDA, GroenLinks en VVD. In april 2009 stapte de VVD uit het gemeentebestuur; de coalitie bleef overeind. Ahmed Aboutaleb (PvdA) is sinds januari 2009 burgemeester van Rotterdam.

Gemeenteraad

Heden

Uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen van 2002, 2006 en 2010:



Gemeenteraadsverkiezingen

Partij

 % 2002

 % 2006

 % 2010

Z. 2002

Z. 2006

Z. 2010

PvdA

22,4

37,4

28,9

11 (10)

18

14

Leefbaar Rotterdam

34,7

29,7

28,6

17 (13)

14

14

CDA

11,3

7,7

6,7

5

3

3

SP

4,0

6,6

5,6

1

3

2

VVD

9,8

6,2

9,6

4

3

4

GroenLinks

6,5

4,3

7,3

3 (2)

2

3

CU/SGP

2,7

2,4

3,0

1

1

1

D66

5,1

2,2

9,3

2

1

4

Stadspartij Rotterdam

2,5

1,0

NVT

1

0

NVT

Overige

1,0

2,5

1,1

0 (6)

0

0

Opkomst

54,8

57,8

46,0

45

45

45

Verleden

Vanaf 1962 is de Rotterdamse gemeenteraad als volgt samengesteld:



Gemeenteraadszetels

Partij

1962

1966

1970

1974

1978

1982

1986

1990

1994

1998

2002

2006

2010







PvdA

23

18

19

24

25

21

24

18

12

15

11

18

14







Leefbaar Rotterdam

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

17

14

14







CDA

13

12

12

10

10

8

8

9

6

6

5

3

3







SP

-

-

-

-

-

-

-

-

1

4

1

3

2







VVD

4

5

5

7

6

9

7

6

6

9

4

3

4







GL

4

6

3

3

1

4

2

2

3

4

3

2

3







CU/SGP

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1







D66

-

-

4

-

2

2

2

7

7

3

2

1

4







Stadspartij Rotterdam

-

-

-

-

-

-

-

-

2

2

1

-

-







CP(86)/CD

-

-

-

-

-

-

1

2

6

-

-

-

-







Overige

-

3

1

-

-

-

-

-

1

1

-

-

-







Totaal

45

45

45

45

45

45

45

45

45

45

45

45

45







Aan het schouwburgplein liggen vele kunst en cultuur gebouwen en instellingen. Het is een plein met groot sociaal en kunst gerelateerd publike. De vele café’s, voorstellingen en films maken het tot een zeer sociaal plein in Rotterdam.

Zo ligt aan het schouwburgplein:



Rotterdamse Schouwburg

Missie
De Rotterdamse Schouwburg is een vitaal stadstheater met een (inter)nationale uitstraling dat zich richt op het versterken van het maatschappelijke en publieke draagvlak voor kwaliteitspodiumkunsten in Rotterdam door het tonen en (co)produceren van geïnspireerde en inspirerende kwaliteitsvoorstellingen en projecten voor een breed en divers publiek.

Ongeveer 85 mensen werken jaarlijks aan 500 voorstellingen, die kunnen variëren van klassiek ballet tot experimenteel multimediatheater. De schouwburg beschikt over 3 verschillende zalen, de Grote Zaal, Kleine Zaal en de Krijn Boon Studio. Alle belangrijke Nederlandse toneel-, dans,- en operagezelschappen zijn hier te zien. Rotterdamse gezelschappen zoals het Ro Theater, Scapino Ballet Rotterdam en Dance Works Rotterdam hebben hier vaak hun première.

Verder is de Rotterdamse Schouwburg één van de weinige schouwburgen in Nederland met een structurele internationale programmering. Regelmatig zijn belangwekkende buitenlandse gezelschappen te gast. Traditioneel staat de maand september in het teken van De Internationale Keuze van de Rotterdamse Schouwburg, een mooi festival om het seizoen te openen. Naast de Internationale Keuze biedt de Rotterdamse Schouwburg ook onderdak aan andere festivals zoals: GDMW, het Internationale Film Festival Rotterdam en Poetry International. 
De Rotterdamse Schouwburg is ook actief als producent. Onder de noemer Productiehuis Rotterdam steunt de Rotterdamse Schouwburg theatermakers die grenzen verleggen en zich laten voeden door andere kunstdisciplines.

Voor 1988

Groote Schouwburg
In 1887 wordt de Groote Schouwburg aan de Aert van Nesstraat geopend, een weelderig neoclassicistisch gebouw met prachtige salons en 1250 zitplaatsen. Het zou niet misstaan in Parijs of Wenen. De initiatiefnemers Le Gras, Van Zuylen en Haspels leidden de Verenigde Rotterdamse Toneellisten. Het vooruitstrevende gezelschap speelde vooral nieuw Nederlands repertoire; de uitvoering van Multatuli’s Vorstenschool moet een hoogtepunt geweest zijn. Maar ook opzienbarende buitenlandse nieuwlichters durfden ze aan: Else Mauhs en Cor van der Lugt Melsert speelden Minnespel (Liebelei) van Arthur Schnitzler. Na de Eerste Wereldoorlog was de publieke belangstelling zo verminderd dat de groep alleen kon blijven bestaan door te fuseren met het Haagse Hofstadtoneel. Cor van der Lugt Melsert leidde die groep met een gelukkige mix van artistieke en zakelijke kwaliteiten. Ondanks de hit Boefje van de oer-Rotterdamse schrijver M.J. Brusse (in 1935 werd de vijhonderdste opvoering gevierd) wreekte zich in de economisch moeilijke jaren het verschil in cultuur tussen Rotterdam en Den Haag. De Rotterdammers herkenden zich steeds minder in de combinatie en in 1938 ging het Rotterdamsch-Hofstad Tooneel ter ziele. Rotterdam heeft dan geen stadsgezelschap meer en zou ook snel zijn schouwburg verliezen.

Veerkracht
Het bombardement van 14 mei 1940 vaagde het hart van Rotterdam weg, en daarmee het belangrijkste deel van de stedelijke infrastructuur. Het centrum lag in puin, en de grote banken en hotels liggen nu eenmaal in het centrum. Dat geldt nog in sterkere mate voor cultuurgebouwen; spreiding over de wijken zou pas later worden uitgevonden.

“De allerernstigste gevolgen van de vernielingen te Rotterdam zijn de ontwrichting van het stadsleven, vooral van het culturele, dat de stadsbevolking bijeen houdt en doet groeien en ontwikkelen, zodanig, dat nieuwe ontwikkelingen op allerlei gebied van de stad uitgaan. Het culturele leven in een stad is niet slechts gelegenheid tot genot voor inwoners en omwonenden, niet slechts prikkel tot verkeer, vertier en vertering, het is tegelijkertijd haard van economische ontwikkeling, basis voor industriële en commerciële bloei. […] Van die cultuurdragers moet het nieuwe leven komen, óók op economische gebied, want alleen alleen een cultureel mens heeft voldoende fantasie om nieuwe wegen in te slaan.” (Economisch-Statistische Berichten, 8 januari 1947).

Lukt het een stad zonder hart, met een bijna geamputeerd cultureel leven leraren, rechters en andere ambtenaren van kwaliteit aan zich te binden? Men maakte zich daar grote zorgen over. Rotterdam nam de cultuur als impuls voor stadsleven en economie serieus en sloeg met grote daadkracht anderhalf jaar na het bombardement al de eerste paal in de grond voor wat de noodschouwburg zou gaan heten: een gebouw, opgetrokken uit het puin van het bombardement. De architecten, vader en zoon Sutterland, woekerden met de beschikbare middelen. De heipalen hadden eerder een gesloopte kerk gefundeerd, een half miljoen afgebikte bakstenen werden hergebruikt, andere bouwmaterialen werden listig uit het zicht van de bezetters gehouden. Wel verdween er nogal wat bouwhout in de kacheltjes van kleumende Rotterdammers. In de oorlog werd ook tijdens de door de nazi’s afgekondigde bouwstop clandestien doorgewerkt en in 1947 stond er weer een schouwburg in Rotterdam, met duizend zitplaatsen. Niet geschikt voor de grotere producties, maar er kon weer gespeeld worden. Dat gebeurde op 10 januari voor het eerst, door een gezelschap met de toepasselijke naam START (Stichting Amsterdams Rotterdams Tooneel). Het plan was dat de noodschouwburg hooguit een jaar of twintig zijn functie zou vervullen; het zouden er veertig worden.



Stadsgezelschappen
Met evenveel energie werd ook de andere kant van het Rotterdamse theaterleven weer op poten gezet. Tijdens de oorlog werd de Stichting Rotterdamsch Tooneel opgericht. Ko Arnoldi krijgt de leiding over het nieuwe stadsgezelschap, waarbij Ko van Dijk memorabele rollen speelt (onder meer in Shakespeares Othello en Hendrik IV). In 1954 bloeit het toneel onder Ton Lutz. Hij maakt ruimte voor de eerste stukken van de jonge Hugo Claus (Suiker, Een bruid in de morgen). Nu nog denken mensen ontroerd terug aan de Cyrano de Bergerac van Guus Hermus. In 1962 nam Rob de Vries het stadsgezelschap over van Ton Lutz. Een hoogtepunt van zijn Nieuw Rotterdams Toneel is Hamlet met Eric Schneider in de titelrol. Na de dood van de Vries in 1969 en die van zijn rechterhand Richard Flink twee jaar eerder houdt John van de Rest de groep nog een paar jaar in de lucht, maar de jaren na de Aktie Tomaat zijn niet gunstig voor grote stadsgezelschappen. Kleinere Rotterdamse initiatieven hebben wel succes: het Onafhankelijk Toneel, F Act, Diskus (kollektief vormingstheater) en de Bloemgroep (vrouwentheater) trekken een nieuw publiek. Toch wordt er weer een stadsgezelschap opgericht, in 1977. Franz Marijnen gaat het RO Theater leiden, regisseert zelf spraakmakende voorstellingen en haalt internationale regisseurs naar Rotterdam. Gefrustreerd door het schrale culturele klimaat en de politieke besluiteloosheid – er werd al twintig jaar gepraat over een nieuwe schouwburg, maar daar bleef het bij – vertrekt Marijnen in 1983. Het jaar daarop valt dan eindelijk de beslissing. De ‘noodschouwburg’ wordt gesloopt en Jos Thie en Antoine Uitdehaag trekken tijdelijk in Hal 4 aan de Watertorenweg. Daar maken ze vitale voorstellingen als God (Woody Allen) en Merlijn of ’t Barre land (Tankred Drost). Op 15 april 1988 openen ze de nieuwe schouwburg met de opera Pol, naar het boek van Willem van Iependaal.

Na 1988

De kist van Quist
“Het feit alleen al dat een stad met zeshonderdduizend inwoners, met pretenties van hèb je me daar, voor zijn toneel niet meer over heeft dan een totaal afgeschreven gebouw, een noodgebouw, dat die stad dus niet ècht een theater heeft, in het hárt van de stad, dat vind ik echt, ja kóm nou!” (Franz Marijnen, artistiek leider RO Theater, februari 1983)

Dromen en wensen waren er genoeg, maar zelfs in bouwlustig Rotterdam duurde het lang voordat die werkelijk in beton en glas gevat werden. Het ‘noodgebouw’, dat het culturele vuur in Rotterdam na de oorlog weer aanblies en snel plaats zou gaan maken voor een volwaardig nieuw theater, heeft net zijn veertigste verjaardag niet gehaald. Opgetrokken uit het puin van het bombardement had het gebouw een sterke symbolische waarde, maar de akoestiek was slecht, het podium te klein, de technische mogelijkheden beperkt en de faciliteiten waren verouderd. In 1984 valt dan eindelijk het besluit dat het noodgebouw moest wijken voor een nieuwe schouwburg. Rotterdam moest een tijd wachten tot deze theaterdroom was verwezenlijkt, maar toen het zover was, stond er ook iets bijzonders. Wim Quist ontwierp in nauwe samenspraak met theaterdirecteuren Carel Alons en Krijn Boon een gebouw van een grootstedelijke allure, een schouwburg die totaal anders is dan alle andere Nederlandse schouwburgen. “Een schouwburg waarin bijna alles kan”, zei Quist. “Boven de ingang aan het plein de toneeltoren. Omgeven door hoge, lichte foyerruimten wordt de zaal, in één omtrekkende beweging, bij de stad getrokken en vormen zaal en toneel een ruimtelijke eenheid.”

Brede blik
De nieuwe Rotterdamse Schouwburg is geen doorsnee stadsschouwburg. Al vonden veel Rotterdammers de ‘Kist van Quist’ te wit, te modern en te sober om de herinnering aan de warmte van het oude theater te doen vergeten, de gastvrijheid voor bezoekers en bespelers maakte veel goed. Voor Wim Quist vormden de grijze, glazen buitenkant en de witte, lichte publieksruimten, gevat in robuust beton, een beschermend omhulsel voor de zaal. Daar, in het hart van het gebouw, op het toneel was er ruimte voor kleur en voor leven. En dat programma toonde het beste dat traditie en vernieuwing te bieden hadden. Daarin was de nieuwe Rotterdamse Schouwburg consequent en overtuigend. Er was ruimte voor opera, dans en theater uit de hele wereld. Een hoogtepunt vormde de legendarische uitvoeringen van Ten Oorlog van Luc Perceval en Tom Lanoye die de schouwburg als coproducent van deze monsterproductie voor altijd op de Europese kaart van belangrijke theaters zette De kunsten beïnvloeden elkaar en kunnen niet zonder elkaar. Beeldende kunst van internationale kwaliteit is in en om de schouwburg ruim vertegenwoordigd. De objecten aan de gevel zijn van George Rickey, achter de bar in de grote foyer hangt een groot kunstwerk van Carel Visser. Met de blauwe en rode lichtlijnen in de foyer verwijst Jan van Munster naar twee kanten van theater: rood voor het warme pluche en blauw voor het moderne experiment. Langs de majestueuze trappen naar de Grote Zaal hangen 84 aluminium platen. Samen vormen ze Beeldspoor, het alternatief voor de traditionele galerij van theaterhelden, zoals in veel grote schouwburgen te zien is. Elk jaar worden kunstenaars uitgenodigd om in de schouwburg voorstellingen te bezoeken en naar aanleiding daarvan op een van die platen een kunstwerk te maken. Zo blijft er iets duurzaams over van het vluchtige theater. De catalogus is inmiddels een staalkaart van belangrijkste Nederlandse beeldende kunstenaars.

Een vitaal gebouw
De Rotterdamse Schouwburg produceert zelf voorstellingen – ook dat is bijzonder in Nederland. Eerst in De Kist en sinds 2000 in Productiehuis Rotterdam krijgen talenten en gelauwerde theatermakers de ruimte en de inspiratie om nieuw werk te ontwikkelen. Productiehuis Rotterdam is een vitaal laboratorium dat de theaterkunst in Nederland verrijkt en bovendien theatermakers van buiten Nederland introduceert. Eén van die groep talenten, het spraakmakende acteurscollectief Wunderbaum, begon in Productiehuis Rotterdam, verwierf zelfstandige financiering en heeft voor de komende vier jaar onderdak gevonden in de schouwburg.

Zo is de schouwburg de laatste jaren steeds meer een bruisende ontmoetingsplek geworden voor kunstenaars en hun publiek. Het theater laat zich al lang niet meer bedwingen en beperken tot de veiligheid van de donkere zaal, het ontsnapt steeds vaker uit de eeuwenoude codes van het klassieke theater. Met grote regelmaat vinden er in de foyers, op de trappen, op het plein voor het gebouw voorstellingen, performances, feesten, maaltijden, lezingen en presentaties plaats. Als partner voor uiteenlopende festivals is de schouwburg een uitdagende plek. Naast de eigen Internationale Keuze (september) vinden het International Film Festival Rotterdam (januari), Motel Mozaïque (april), de Rotterdamse Operadagen (mei) en Poetry International (juni) in de schouwburg een warm onthaal. Ondanks de ruime aandacht voor nationale en internationale gezelschappen blijft de schouwburg het huis voor Rotterdamse gezelschappen. Scapino, Conny Janssen Danst, Danceworks en natuurlijk het Ro Theater zijn huisbespelers. De familievoorstelling van het Ro Theater werd een evenement waar mensen naar uitkijken. Onder leiding van Guy Cassiers en daarna Alize Zandwijk ontwikkelde het gezelschap zich tot een toonaangevend, internationaal aansprekend gezelschap.

Van repertoire tot avant-garde, van kindertheater tot opera, van dans tot debat: de Rotterdamse Schouwburg is een huis voor de kunsten waar steeds meer bezoekers zich thuis voelen. Meer dan vijfhonderd presentaties vinden er jaarlijks plaats. Het gebouw zal een nog actievere rol gaan spelen in het culturele leven van Rotterdam dan het nu al doet. Om werkelijk een schouwburg van de eenentwintigste eeuw te kunnen zijn, zijn aanpassingen onvermijdelijk. In de komende jaren is een ingrijpende herinrichting voorzien, die het gebouw opener, warmer en toegankelijk moet maken. Echter zonder het allerbelangrijkste uit het oog te verliezen: een burcht te zijn waar het kwetsbare en het onzegbare van de kunst zich beschermd en gekoesterd weet en waar avond aan avond de toeschouwer oog in oog staat met de spelers en deelgenoot is van het geheim dat theater heet.

Filmcomplex Pathe Schouwburgplein. Dit is een moderne bioscoop die de hedendaagse Hollywood cinema vertoont. Maar ook jaarlijks deelneemt aan het Internationaal filmfestival Rotterdam.


GESCHIEDENIS VAN DE DOELEN

De traditie van een concertgebouw met de naam de Doelen gaat terug tot in de zeventiende eeuw, toen na 1680 regelmatig door een orkest van stadsmuzikanten openbare concerten werden gegeven in 'De Doele' aan het Haagscheveer, dicht bij de Delftsche Poort. Dit gebouw verving sinds 1622 de daarvoor bestaande 'St. Joris Doele', die vanaf de Middeleeuwen de sociëteit was geweest van het gilde van de voetboogschutters. De Doele was dus de plek waar men op 'doelen' oefende in het boogschieten en waar men zich na gedane arbeid overgaf aan de geneugten van drank en muziek van rondtrekkende muzikanten, om over andere zaken maar niet te spreken.



DOELEN OP DE COOLSINGEL

In 1844 werd de 'Groote Doelezaal' aan de Coolsingel geopend ter vervanging van 'De Doele' aan het Haagscheveer. Na een kleine honderd jaar intensief gebruik als concertgebouw, maar net als de huidige Doelen ook als zaal voor feesten en partijen, moest deze zaal wegens bouwvalligheid in 1930 worden gesloten. De nieuwe Doelenzaal die in 1934 in gebruik werd genomen, werd in mei 1940 bij het bombardement van Rotterdam verwoest.



HUIDIGE GEBOUW

Op 9 juli 1962 slaat Eduard Flipse de eerste paal van het huidige gebouw: een ontwerp van de architecten E.H. en H.M. Kraaijvanger en R.H. Fledderus. Op 18 mei 1966 werd Concert- en congresgebouw de Doelen geopend en kon de tot in de 17e eeuw teruggaande traditie van een Rotterdams concertgebouw met de naam 'de Doelen' weer in ere worden hersteld. Het bombardement van mei 1940 vernietigde niet alleen de historische kern van Rotterdam, maar ook een bloeiend en veelzijdig muziekleven, dat in de vorige eeuw dat van Den Haag, maar zelfs ook gedurende enige tijd dat van Amsterdam in de schaduw stelde. Voor de officiële opening werd het gebouw in de omgang 'Rotterdams Concertgebouw' genoemd. Zeer tegen de zin van het Amsterdams Concertgebouw. Het gemeentebestuur koos op 19 juni 1965 voor de naam 'de Doelen'. De akoestiek van het gebouw wordt alom geroemd.



VEEL BELANGSTELLING VOOR MONUMENT VAN WEDEROPBOUW

De bouw van de Doelen vormde een bekroning van de wederopbouw in de eerste twintig jaar na de oorlog en de feitelijke opening was niet zonder reden gepland op 18 mei, toentertijd de traditionele opbouwdag. Tegen de aanvankelijke verwachtingen in bleek er van de kant van het publiek een zo grote belangstelling te bestaan voor de concerten in de Doelen dat men in het land al snel ging spreken van het zogenaamde 'Doeleneffect' als variant op de bekende economische wet: 'aanbod schept vraag'. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest kon zich ontplooien, op relatief grote schaal konden andere muziekvormen van kamermuziek tot pop goed gedijen en het concertpubliek groeide in een paar jaar naar een omvang die bijna vier keer zo groot was als voor de totstandkoming van de Doelen.



EINDE AAN GROEIMOGELIJKHEDEN REDEN VOOR UITBREIDING

Omdat tegelijkertijd ook de congresfunctie sterk groeide, ontstond tegen het einde van de jaren tachtig een situatie waarin zowel voor de concert- als de congresfunctie de grenzen aan de groei-mogelijkheden in zicht kwamen. Begin jaren negentig begon de Doelen met zo'n 600 concerten en ongeveer 1000 aan de congresfunctie toe te rekenen activiteiten per jaar respectievelijk ongeveer 450.000 en 200.000 bezoeken te tellen en kwam vanuit fysieke begrenzingen óf stilstand óf uitbreiding aan de orde. Voor het laatste is gekozen en de 
oplevering van een nieuw congres-complex in 2000, ontworpen door de architect Jan Hoogstad,
geeft de Grote Zaal en Jurriaanse Zaal hun primaire functie van concertzaal terug en voorziet in groeipotentieel voor de Doelen, als concert- én congresgebouw.


  1   2

  • Gemeenteraad Heden
  • Gemeenteraadsverkiezingen Partij % 2002
  • Z. 2006 Z. 2010
  • Gemeenteraadszetels Partij 1962 1966
  • Totaal 45 45 45 45
  • Rotterdamse Schouwburg Missie
  • Voor 1988 Groote Schouwburg
  • Na 1988 De kist van Quist
  • GESCHIEDENIS VAN DE DOELEN
  • VEEL BELANGSTELLING VOOR MONUMENT VAN WEDEROPBOUW
  • EINDE AAN GROEIMOGELIJKHEDEN REDEN VOOR UITBREIDING

  • Dovnload 339.29 Kb.