Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Specifieke Eindtermen

Dovnload 88.6 Kb.

Specifieke Eindtermen



Datum15.05.2017
Grootte88.6 Kb.

Dovnload 88.6 Kb.

Specifieke Eindtermen
Het artikel van dit jaar gaat over de specifieke eindtermen. Deze eindtermen worden door de overheid opgelegd aan alle leerlingen die de richting Moderne Talen gekozen hebben. In de huidige leerplannen voor de derde graad staan ze vermeld in een lijst, maar worden ze niet echt toegelicht. Nochtans vormen ze een belangrijke schakel in de profilering van de leerling Moderne Talen.
Schrijnend
Al te veel leerlingen kiezen voor moderne talen in de derde graad, terwijl zij nochtans niet bepaald over een goed ontwikkeld taalgevoel beschikken en, wat misschien nog erger is, geen uitgesproken interesse hebben voor taal.
Deze leerlingen hebben niet echt voor talen gekozen en zijn vaak ten gevolge van het watervalsysteem in die richting terecht gekomen. Bijgevolg bevinden zich in onze modernetalenklassen vaak groepen leerlingen die niet op hun plaats zitten. Het volstaat om de studiekeuzes na te gaan van leerlingen uit de klas Moderne Talen - Wetenschappen om te zien wat dit betekent: slechts een klein aantal leerlingen beslist om verder te studeren in talen.
Het is daarom niet verwonderlijk dat leraren die in de modernetalenklassen les geven klagen over het niveau en het gebrek aan motivatie van een aantal van hun leerlingen. Het begint eigenlijk al in de eerste graad. In aso-scholen komen kinderen die het niveau van de Latijnse klas niet zouden aankunnen in de ‘moderne’ terecht en dat is voor velen al een negatieve keuze. Door deze vorm van voorsortering zijn de richtingen met moderne talen in onze scholen bijgevolg geen sterke richtingen, en dat heeft niets te maken met de kwaliteit van onze didactische benadering, noch met de moeilijkheidsgraad van de talen zelf. In heel wat scholen is de richting Moderne Talen daarom weinig geprofileerd en daar moeten we iets aan doen.
De overheid geeft ons de middelen om deze situatie voor een stuk recht te zetten. Er is een betere profilering van leerlingen moderne talen nodig en die start best al in de eerste graad.
Profilering
In de eerste graad verwachten de leerplanmakers dat je een onderscheid maakt tussen elementair, basis en verdieping. Binnen de evaluatie kun je op die manier al zien welke leerlingen taalvaardig zijn, talent hebben voor taal en kun je hen naar die richtingen oriënteren. Voor de tweede graad bevatten de nieuwe leerplannen een profielbeschrijving van de leerling Moderne Talen, die bij deliberaties mee bepalend kan zijn bij het opmaken van de adviezen naar de derde graad. Binnen die profilering gaat het over het taalniveau van de leerling, maar ook over zijn interesses. De resultaten van een profielonderzoek vormen een goede aanvulling bij de cijfers die op de deliberatie van het vierde jaar voorliggen en hebben als enige bedoeling te verhinderen dat leerlingen die geen interesse hebben voor moderne talen, toch in die richting zouden terecht komen.
Profilering in de derde graad: Specifieke Eindtermen (SET)
In de derde graad verwachten we een duidelijk profiel. Die profilering gebeurt aan de hand van specifieke eindtermen, minimumdoelen die de overheid oplegt aan de leerlingen uit de modernetalenklassen. Zij dienen de leerlingen voor te bereiden op hun latere taalstudie en richten zich op hogere, rijkere vormen van communicatie en taalbeschouwing. Eigenlijk gaat het over verdieping en uitbreiding, in aansluiting van wat in de eerste graad al aan bod kwam.
SET in Engels
Over welke eindtermen gaat het? Hieronder zie je het overzicht van welke eindtermen aan bod komen in de drie moderne vreemde talen:


Specifieke eindtermen mvt
- hebben betrekking op algemene vorming

- voorbereiding op vervolgopleidingen

- naast taalbeheersing komen ook leerinhouden aan bod die betrekking hebben op

A. taal en communicatie



  1. taal en cultuur

  2. taal als systeem

  3. onderzoekscompetenties (over een literair of linguïstisch vraagstuk)





Op het schema zie je hoe in het vijfde en/of in het zesde jaar binnen het vak Engels de SET 1, 3, 5,6,7,9,11,12,13,14, 16,17 en 18 aan bod moeten komen. De laatste drie eindtermen gaan over onderzoeksvaardigheden.


1 Taal en Communicatie (SET 1)


SET 1 De leerlingen kunnen domeinspecifieke teksten, zoals zakelijke en wetenschappelijke, structureren, verwerken en gepast presenteren in functie van de ontvanger.

Analoog met domeinspecifieke inhoudelijke invullingen in tso-richtingen verwacht de taalwetgever dat je bij leesvaardigheid teksten kiest ter ondersteuning van de tweede pool uit de modernetalenklas. Dat kunnen wetenschappelijke teksten zijn, eventueel in samenspraak met de leraar Natuurwetenschappen, voor de richting Wetenschappen-MOT, economische teksten voor de richting Economie-MOT, literaire teksten voor de richting Latijn-MOT ...

De verwerking van deze teksten staat eveneens omschreven:



  • structureren aan de hand van een leesstrategie: interpreteren van titels en ondertitels, afbeeldingen, aanstrepen verbindingswoorden, aanstrepen van delen die samen horen …

  • verwerken: weergeven van de inhoud in een mindmap of een grafische vormgeving van de inhouden, parafraseren, samenvatten, argumenten oplijsten, beoordelen …

  • presenteren: rapporteren in een samenvatting of in een mondeling verslag aan de hand van bv. PowerPoint of Prezi.

Bovendien wordt verwacht dat de leerlingen hun lees-, verwerkings- en presentatietaken uitvoeren in functie van de ontvanger. Vaak richten onze lessen en onze evaluatie in de hogere jaren zich uitsluitend op het geatomiseerde en geïsoleerde taalelement. Onze aandacht gaat daarbij naar de juiste uitspraak, de correcte grammaticale vorm, het juiste woord, het juiste fonetische teken, het vinden van concrete informatie in teksten. Hoewel vormstudie en zin voor vormcorrectheid erg belangrijk zijn, leidt dit in sommige gevallen tot een formalistische aanpak, waarbij de focus van het taalonderricht ligt op de vorm en niet voldoende op correcte communicatie.

Een voorbeeld binnen de context van zakelijke communicatie:


Leerlingen krijgen de opdracht om in kleine groepjes een aantal documenten te lezen binnen een simulatie van een bedrijfssituatie, in elk document een probleem te identificeren, te bespreken en te komen tot een oplossing voor het voorgelegde probleem.
Hier volgt één document, een handgeschreven memo van John (deputy) aan Susan (manager). John heeft een anonieme nota ontvangen en geeft die door aan zijn baas, Susan. Het gaat om diefstal in het bedrijf en daarom stelt hij voor om de politie in te schakelen.

Document 2

Dear Susan, have a look at this note I found pushed under my door last Wednesday morning. Fortunately I found it before anyone else came in. I haven’t said anything to Ms Walker, I think she would be too upset, but should I call the police? John

rechte verbindingslijn 3Look out, Mrs Goldstein: that “Mrs” Sylvia Walker is stealing cat food! And did you know she has left her husband and is living with another man? You need to do something about this or things get out of hand!




(adapted from Joni Farthing, Out of the In-Tray)

De leerlingen bespreken de nota in kleine groepjes en dienen samen een beslissing te nemen. Ze beantwoorden de vraag: Wat zou jij doen als je Susan was?

Bij de evaluatie van deze gespreksopdracht kun je uiteraard rekening houden met een aantal klassieke criteria:


    • ACCURACY: pronunciation, articulation, stress, correct grammatical constructions expressing suggestions, conjectures, appropriate vocabulary on theft, warnings …

    • FLUENCY: speed, pauses …

We pleiten ervoor om niet alleen de taalkundige aspecten te evalueren, maar ook het hele communicatieproces en het criterium ‘probleemoplossend denken’ in rekening te brengen.




    • COMMUNICATION: Hebben de groepsleden het bericht op eenzelfde wijze geïnterpreteerd? Spraken ze naast mekaar? Waren ze luisterbereid?




    • PROBLEM SOLVING: Waren hun oplossingen aanvaardbaar en realistisch? Waren hun oplossingen correct en humaan met respect voor de werknemer?

Heel wat leerlingen lezen het bericht, denken nauwelijks na en stellen voor om de betrokken (vermeende) dief onmiddellijk te ontslaan, wat in dit geval tot een verkeerd resultaat leidt. Je kunt immers geen werknemer zomaar ontslaan op basis van een anonieme klacht. Om te komen tot een juiste oplossing dien je immers planmatig te werk te gaan volgens een bepaalde strategie:




  1. Lezen van de memo;

  2. Interpreteren van de memo (wie is wie? Wat is er gebeurd?);

  3. Voorstellen van een mogelijke oplossing;

  4. Ondersteunen van het voorstel door het geven van argumenten;

  5. Aftoetsen of iedereen het voorstel aanvaardt, tegenargumenten beluisteren;

  6. Samenvatten en tot een besluit komen;

  7. Het besluit vertalen naar een handeling, afspreken wie die zal uitvoeren.

In deze discussie zou dit als volgt kunnen gebeuren:




  1. Elk lid van de gespreksgroep leest de memo in stilte;

  2. De gespreksleider schetst de situatie en identificeert de betrokkenen (adjunct-directeur, directeur, anonieme aanklager, beschuldigde werknemer) en formuleert de anonieme klacht (diefstal van kattenvoer, overspel);

  3. Een leerling stelt voor om een overleg te laten plaatshebben tussen de directeur en de beschuldigde. Deze leerling denkt dat de beschuldigde zal overgaan tot bekentenissen;

  4. De andere gespreksleden menen van niet. Ze pleiten ervoor om de teamleider in te lichten en te vragen of die de vermeende dief kan proberen te betrappen;

  5. De gespreksleider formuleert de argumenten voor en tegen;

  6. De gespreksleider formuleert het besluit: de directeur (Susan) zal met de teamleider een gesprek voeren en een discrete observatieopdracht geven.

Dat laatste gesprek (Susan – teamleider) kunnen de groepsleden spelen in een simulatie.


We pleiten ervoor om na te gaan of de communicatie correct en efficiënt verloopt en de leerlingen strategieën toepassen om tot oplossingen te komen. Daarbij moeten ze informatie interpreteren binnen een breed communicatief kader, probleemoplossend denken, inzicht verwerven in tekststructuur, een zoekende en geconcentreerde houding aannemen, kritisch omgaan met informatie binnen complexere taaltaken. De Specifieke Eindtermen nodigen ons uit om taal binnen de bredere context van doelmatige communicatie te plaatsen.
2 Taal en cultuur (SET 3, 5, 6, 7 en 9)


SET 3: De leerlingen vergelijken hoe in de eigen cultuur en in andere culturen informatie gebracht wordt bij interpersoonlijke, intergroeps- en massacommunicatie.

Vanuit het vak Nederlands zijn onze leerlingen vertrouwd met een communicatiemodel. Zij moeten zich vragen kunnen stellen over de zender en de ontvanger van de boodschap, over de bedoeling van de zender, over de door hem gebruikte kanalen. De tekstsoort, het register en de wijze waarop de boodschapper zijn doel bereikt zijn daarvan afhankelijk.

Een voorbeeld:

Bij een vergelijking van tabloids en quality papers wordt dieper ingegaan op de verschillende manieren waarop eenzelfde boodschap wordt gebracht. De opdracht zou kunnen zijn dat een groep leerlingen informatie verwerkt in een artikel voor een tabloid, terwijl een andere groep een artikel schrijft voor een quality paper. Het artikel moet zowel inhoudelijk als qua stijl en lay-out aan de kenmerken van de krantensoort beantwoorden.

Een voorbeeld:

De leerlingen verwoorden hoe de Angelsaksische cultuur bij persoonlijke communicatie bijvoorbeeld tussen jongeren anders is dan in hun eigen cultuur. Ze verwoorden waarin die verschilt. Of ze verwoorden hoe omgangsnormen binnen bepaalde sociale groepen anders zijn dan in hun eigen cultuur. Dit zou tot een echt sociolinguïstisch onderzoek kunnen leiden (SET 16,17,18).


SET 5: De leerlingen kunnen misverstanden in de interculturele communicatie die ontstaan door taalkundige of culturele verschillen herkennen en rechtzetten.

Door taalkundige of culturele verschillen tussen het Engels en het Nederlands ontstaan vaak misverstanden. Via lectuur en behandeling van teksten leren de leerlingen deze stereotiepe misverstanden ontmaskeren en correct interpreteren.

We besteden aandacht aan false friends zoals eventually, economical, actual, a character, a chef.


We wijzen op gebruiken die in sommige gevallen aanleiding kunnen geven tot misverstanden.
Een paar voorbeelden:


  • That’s very interesting … betekent niet noodzakelijk dat de ander jouw voorstel interessant vindt, vaak integendeel. Een gesprekspartner gebruikt de constructie immers vaak om een tegenvoorstel te formuleren: That’s very interesting, but …

  • Do you want a double room or a twin room? is een grammaticaal correcte zin, maar Britten vinden zulke vragen toch maar klantonvriendelijk. Ze zeggen: Would you like a double room or a twin room?

  • Bij het doorgeven van handgeschreven telefoonnummers heb je soms misverstanden omwille van de manier waarop de cijfers 1 en 7 geschreven worden. De Britse 7 heeft immers geen liggend streepje en lijkt bijgevolg op onze 1.

  • Bij een datum worden in het Amerikaans Engels de maanden eerst opgegeven. Het is daarom beter om de maanden voluit te schrijven, ook al wijkt deze praktijk af van de NBN-normen bij briefschrijven.

  • Vakjes worden door Britten aangevinkt, terwijl wij daar normaal gezien een kruisje in plaatsen. Bij tick (off) plaats je best een vinkje. Een kruisje betekent: niet van toepassing. Het niet respecteren van deze regel kan nare gevolgen hebben bij het invullen van formulieren.

  • Asterix in Britain bevat tal van clichés, verwijzingen naar de Britse geschiedenis, puns en situationele humor.




SET 6: De leerlingen kunnen cultuuruitingen verkennen die specifiek zijn voor de gebieden waar de doeltaal als omgangstaal gebruikt wordt

Over het verkennen van literatuur vind je in de Didactische en Pedagogische Berichten van 2010-2011 een uitgebreid artikel.

Systematische, exhaustieve literatuurgeschiedenis geven is niet de bedoeling en daar is bovendien nauwelijks tijd voor.

Het is goed om stil te blijven staan bij grote gebeurtenissen, vieringen en herdenkingen die binnen de Angelsaksische traditie leven: Thanksgiving, Independence Day, Martin Luther King Day, Poppy Day, Guy Fawkes Day, de State Opening of Parliament, Red Nose Day en de vele ceremonies en pageantries die talloze Britse boezems te allen tijde met trots vervullen.

In de leerplannen staat echter ook duidelijk dat we oog dienen te hebben voor de multiculturele eigenheid van de Angelsaksische continenten. Voor Amerika en Australië lijkt dat evident, maar ook de Britse grootsteden zijn smeltkroezen geworden van diverse culturen (zie verder).



SET 7: De leerlingen verkennen cultuur door middel van visuele taal zoals film, toneel, dans, reclame, videoclips, beeldend werk, websites ...

Binnen deze eindterm wordt gewezen op het multimediaal karakter van onze zoektocht naar Angelsaksische cultuuruitingen.


Voorbeelden:
Gebruik www.spezify.com, een zoekrobot die audiovisueel materiaal rond een bepaald thema verzamelt.

Bij de komende herdenkingen rond De Groote Oorlog vind je een erg professionele website op http://www.bbc.co.uk/history/worldwars/wwone/


Nodig een native speaker uit. John Arnold (Amerikaanse cultuur), David Chan (jongerencultuur), Jeremy Bourne (Britse cultuur) zijn native speakers die in onze scholen interessante voordrachten kunnen geven. Contacteer hen via onze website.
Reserveer een voorstelling van de English Theatre Company http://www.englishtheatrecompany.com/ of de Big Wheel Company http://www.bigwheel.org.uk/
Organiseer een trip naar Londen of Kent. Naast de traditionele West End sites en landmarks kun je ook een interculturele ontdekking inbouwen vanuit een originele invalshoek: East End Bangla Town met street art rond Spitalsfield bijvoorbeeld. http://www.alternativeldn.co.uk/ kan ik hierbij sterk aanbevelen.
Heb aandacht voor Indische cultuur via filmmateriaal: Slumdog Millionaire, The Best Exotic Marigold Hotel, Ae Fond Kiss …, films met een zeker Bollywood-gehalte.


SET 9: De leerlingen kunnen gevoelens en leeservaringen op een creatieve manier vorm geven.


Terwijl de twee vorige eindtermen aanzetten tot verkennen en interpreteren van de andere cultuur, legt SET 9 de nadruk op de creatieve expressie van de leeservaring, meer bepaald de literaire leeservaring. Ook hier verwijzen we naar ons artikel van vorig jaar.
3 Taal als systeem (SET 11, 12 en 14)


SET 11: De leerlingen kunnen strategieën inzetten en passende hulpmiddelen hanteren om inzicht te verwerven in spellingsysteem, uitspraak, betekenis van woorden, zinsconstructies en de relatie klank-teken.

Deze SET zet leerlingen aan om zelfstandig taalkundige elementen op te zoeken, de eigen taalproducten van zichzelf en van de buur bij te sturen en daarbij passende (ICT)-middelen te gebruiken.

Op vlak van ICT-ondersteunende middelen zijn we natuurlijk erg verwend. Hieronder een aangepaste lijst met eventuele hulpmiddelen die de leerlingen vooruithelpen bij het uitvoeren van hun taaltaken.





Wat kunnen je leerlingen?

Welke programma's gebruiken zij daartoe?

lezen

  • De leerlingen kunnen de betekenis van woorden uit hun context afleiden met behulp van elektronische woordenboeken;

  • Ze kunnen Google (define) gebruiken;

  • Ze kunnen passende afbeeldingen zoeken bij woorden uit de tekst;

  • Dyslectische leerlingen kunnen leesbalk, vergrootglas, voorleesfuncties, kleuraanpassingen en aangepaste lettertypes invoeren.

verklarende woordenboeken

http://www.dictionary.com

http://www.ldoceonline.com/

http://en.wiktionary.org/wiki/Wiktionary

http://www.macmillandictionary.com

http://visual.merriam-webster.com/


http://www.rsc-ne-scotland.ac.uk/eduapps/mystudybar_v3.php

schrijven

  • Synoniemen zoeken ze via Word, thesauri of via Google. Je leerlingen kunnen goede varianten vinden voor woorden die ze in hun tekst te vaak herhalen. Op die manier kunnen ze hun woordenschat verrijken;

  • De leerlingen kunnen de juiste uitdrukkingen en voorzetsels vinden door de frequentie ervan te controleren op het Internet.

http://www.dictionary.com. thesaurus


COCA, British National Corpus



spreken

gesprek



  • Bij de voorbereiding van een spreekopdracht kunnen de leerlingen de uitspraak van bepaalde woorden opzoeken;

  • Ze kunnen een goede Powerpoint- of Prezi- presentatie maken ter ondersteuning van hun presentatie;

http://howjsay.com

http://www.nl.forvo.com

MS Office

www.prezi.com


luisteren


  • De leerlingen kunnen teksten laten voorlezen door aangepaste software;

  • Heel wat didactische sites bieden voorgelezen teksten met bijhorende oefeningen.

http://www.esl-lab.com/


woorden

schat


http://www.lexipedia.com/

http://www.visuwords.com

http://visual.merriam-webster.com/


grammati-ca

  • Ze vinden online oefensites met grammaticale uitleg en oefeningen die automatisch verbeterd worden.

http://www.edufind.com/english/grammar/subidx.cfm.

http://learnenglish.be

http://www.bbc.co.uk/worldservice/learningenglish/index.shtml

http://web2.uvcs.uvic.ca/elc/studyzone/index.htm

http://www.englishforum.com/00/interactive/
http://www.lapasserelle.com/lm/pagespeciales/half.baked/halfbakedtests.index.html.
http://www.dpbbrugge.be/engels/initial_grammar_placement_test.htm


structu- reren van informatie

De leerlingen kunnen gebruik maken van een grafische structuur om de inhouden van teksten op een overzichtelijke wijze weer te geven. Ze gebruiken daartoe o.a. mind maps.

Graphic organisers: http://freeology.com/graphicorgs/eMindMaps http://www.leerhof.be/

XMind http://www.xmind.net/






SET 12: De leerlingen kunnen strategieën inzetten om hun taalleerproces autonoom te evalueren, bij te sturen en verder te zetten.

De leerlingen hebben kijk op mogelijkheden om een taal te leren, om een tekst aan te pakken, om leer- en communicatiestrategieën in te zetten. In dit verband verwijzen we naar ons artikel uit de Didactische en Pedagogische Berichten 2006-2007 over het werken met een portfolio. Daarin wordt uitgelegd hoe leerlingen hun taalbehoeftes kunnen bepalen na registratie van eigen taalproblemen en na het bepalen van wat ze nodig zullen hebben in hun later studie- en beroepsleven. Vervolgens bepalen ze acties die aan die behoeftes tegemoet komen, voeren die uit en bespreken die in een leergesprek met hun leraar.

SET 14: De leerlingen herkennen en illustreren elementen van taalvariatie.

Context bepaalt het register. Binnen deze SET verwachten we dat leerlingen gevoelig worden voor register, jongerentaal, texting en slang. Vooral het onderscheid maken tussen formeel en informeel taalgebruik blijft een moeilijke zaak. Al te vaak gebruiken ze informele taal in simulaties binnen formele contexten. Bij zakelijke telefoongesprekken bijvoorbeeld beginnen ze het gesprek met Hi! En eindigen met See you!, terwijl daar geijkte formules voor bestaan.


4 Onderzoekscompetentie (SET 16, 17 en 18)

SET 16 De leerlingen kunnen zich oriënteren op een onderzoeksprobleem door gericht informatie te verzamelen, te ordenen en te bewerken.

SET 17 De leerlingen kunnen een onderzoeksopdracht voorbereiden, uitvoeren en evalueren over een literair en /of linguïstisch vraagstuk.

SET 18 De leerlingen kunnen de onderzoeksresultaten en conclusies rapporteren en ze confronteren met andere standpunten.

Deze drie SET leiden tot het voeren van een beperkt wetenschappelijk onderzoek rond taal (linguïstiek) of literatuur. Leerlingen leren zich op die manier te oriënteren op een onderzoeksprobleem door gericht informatie te verzamelen, te ordenen en te bewerken. Bovendien leren ze een onderzoeksopdracht voor te bereiden, uit te voeren en te evalueren. Ten slotte kunnen ze resultaten en conclusies van hun onderzoek rapporteren en confronteren met andere standpunten. SET 16,17,18 dienen in de loop van de derde graad aan bod te komen in de lessen Frans, Engels, of in beide.

Het is aangewezen om de onderzoeksvaardigheden die voorbereiden op het project (rond opzoeken van informatie, kritisch staan tegenover informatie, structureren van data, schrijven van een essay, presenteren) in de loop van de derde graad geleidelijk aan op te bouwen om dan in het finale eindwerk te laten uitvoeren. Uiteraard worden veel vaardigheden al aangeleerd in andere vakken zoals Nederlands, geschiedenis of ICT. Het loont daarom de moeite om na te gaan welke deelfacetten van dit proces werden aangereikt, in welk vak en in welke graad. Zodoende kun je terugvallen op zaken die de leerlingen vroeger hebben gezien en hoef je die niet opnieuw in de les Engels aan te leren. Het schrijven van een bibliografie bijvoorbeeld leren de leerlingen in de lessen Nederlands.



Het proces dat we bij de geïntegreerde proef volgen is grosso modo als volgt opgebouwd:

  1. Bepalen wat een onderzoeksprobleem is;

  2. Afbakenen van onderzoeksproblemen. Hoe van een algemene vraagstelling komen tot een concrete onderzoeksvraag? Vanuit één hoofdvraag komen tot deelvragen die op een zinvolle manier kunnen onderzocht worden;

  3. Zoeken naar informatie op het internet of in bibliotheken. Hiertoe worden ICT-toepassingen ingezet.

  4. Controleren van de echtheid van die informatie. Bepalen wat belangrijk is en wat niet. Oefenen op het onderscheid tussen hoofdzaken en details;

  5. Bij het opslaan van de informatie worden bronnen genoteerd, een bibliografie opgesteld, op een correcte manier geciteerd;

  6. Ordenen van de informatie. Diverse ordeningsmethodes bespreken om informatie te inventariseren en in een structuur weer te geven. We denken in de eerste plaats aan mind mapping of outlining;

  7. Schrijven van een academische tekst waarin de onderzoeksresultaten aan bod komen. Eventueel statistieken, grafieken, beeldmateriaal en tabellen toevoegen. Om de tekst te schrijven gebruiken de leerlingen woordenboeken, thesauri en de spellingchecker. Ze schrijven en redigeren hun tekst als een wetenschappelijke paper met voetnoten, voetteksten, bijschriften …;

  8. En/of brengen ze een mondelinge samenvatting van hun werk voor de klas in een overzichtelijke presentatie en kunnen ze antwoorden op vragen;

  9. De laatste fase binnen het OVUR-proces omvat een reflectie op eigen functioneren, op het groepswerk en op de resultaten van het onderzoek: Werd de onderzoeksvraag beantwoord en werd het resultaat van het onderzoek op een goede manier gecommuniceerd?




Orienting



brainstorm

formulate a research question

do preparatory research

take notes

look up information

report

write an essay

be critical

present

structure information

evaluate

PowerPoint

quote, bibliography






Preparing


Doing research



Reporting


Reflecting


Het VSKO heeft een reeks fiches met help lines: tips, invulkaders en een uitgeschreven structuur waarbinnen de opdrachten dienen uitgevoerd te worden. VSKO: http://ond.vvkso-ict.com/vvksomain/download/Onderzoek.pdf

Wat de inhoud van het project betreft geef je best een overkoepelend thema op waarbinnen leerlingen in kleine groepjes een deelthema kiezen. De leerlingen dienen echter zelf de onderzoeksvraag te stellen!

Zoek thema’s die een element van confrontatie bevatten.

Het is de bedoeling dat dit project de leerlingen laat kennismaken met onderzoekstechnieken en methodes om informatie te verwerken en te presenteren. Het proces is hierin het belangrijkste. Het kan geenszins de bedoeling zijn dat de leerlingen een volledig wetenschappelijk onderzoek gaan uitvoeren. Normaal gezien zou een project moeten kunnen gebeuren in een periode van twee weken (6 lesuren), eventueel gespreid over het schooljaar.

Het is nodig om af te spreken met de collega’s Frans in verband met de invulling en planning van dit project. Maar evenzeer met de collega’s die werken in de Vrije Ruimte of collega’s Nederlands, ICT of geschiedenis om te zien welke onderzoeksvaardigheden in de vorige jaren werden geoefend en via welke criteria de leerlingen beoordeeld werden bij het opmaken van een PowerPoint, het werken met mindmaps, het structureren van een tekst, het opstellen van een bibliografie …


In de marge hiervan blijkt er ook nood aan een module Academische Vaardigheden. Op dit ogenblik is daarover nog niets te vinden in leerplannen of in de SET, hoewel die vaardigheden er impliciet in vervat kunnen zitten. Het gaat daarbij over academisch schrijven, academische teksten lezen en beluisteren, notities nemen bij hoorcolleges, corpusanalyse uitvoeren. Binnen dit artikel is echter geen ruimte om daar nog verder op in te gaan. In der Beschränkung zeigt sich der Meister.

Wil je meer lezen over de aanpak van literatuur, lees ons artikel van 2011-2012;

Over nieuwe inzichten in grammaticale aanpak: het artikel van 2010 -2011;

Over Strategieën: het artikel van 2009 – 2010;

Over ICT-ondersteuning: het artikel van 2008 – 2009;

Over portfolioleren: het artikel van 2006 – 2007.


Deze artikels kun je bereiken op de homepage www.dpbbrugge.be/engels/
Eekhoutcentrum
Op woensdag 3 oktober spreekt Johan Strobbe over veranderingen in de Engelse taal en Englishes in de KULAK. Het betreft een uitbreiding van de interessante werkwinkel die hij op de Dag van Engels en Duits 2012 bracht.
De Dag van Engels en Duits valt volgend jaar op woendag 13 maart 2013. Gastspreker is John Field.
In april 2013 komt Chaz Pugliese spreken in de KULAK. Hij brengt Being creative in teaching languages.
Ik wens jullie een goede start toe.

Johan Delbaere




  • Profilering in de derde graad: Specifieke Eindtermen (SET)
  • Specifieke eindtermen mvt
  • 1 Taal en Communicatie (SET 1)
  • 2 Taal en cultuur (SET 3, 5, 6, 7 en 9)
  • 3 Taal als systeem (SET 11, 12 en 14)
  • 4 Onderzoekscompetentie (SET 16, 17 en 18)

  • Dovnload 88.6 Kb.