Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Sprekend verleden bavo Deel 2 Hoofdstuk 2 wb/ww opdracht 5

Dovnload 31.22 Kb.

Sprekend verleden bavo Deel 2 Hoofdstuk 2 wb/ww opdracht 5



Datum05.12.2018
Grootte31.22 Kb.

Dovnload 31.22 Kb.



Sprekend verleden bavo

Deel 2

Hoofdstuk 2 wb/ww opdracht 5



NijghVersluys

Ericastraat 18

3742 SG Baarn


Correspondentieadres

Postbus 225

3740 AE Baarn
Telefoon afdeling voorlichting en verkoop: 035-548 24 70

telefax: 035-541 82 21

E-mail: info@nijghversluys.nl
Internet:

http://www.nijghversluys.nl

© 2002 uitgeverij NijghVersluys bv, Baarn, The Netherlands
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voorzover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j het Besluit van 20 juni 1974, St.b. 351, zoals gewijzigd bij het Besluit van 23 augustus 1985, St.b. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Reprorecht (Postbus 882, 1180 AW Amstelveen). Voor het overnemen van (een) gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) dient men zich tot de uitgever te wenden.
WB/WW Opdracht 5: Een luthers beeld van Luther
Een film over Maarten Luther
In de benaderingswijze-oefening op blz. 20 van het leerboek Sprekend verleden deel 2 wordt in enkele regels een beeld gegeven van Luther zoals hij in een naar hem genoemde speelfilm is te zien en te horen. Dat beeld kun je vergelijken met het beeld dat in het historisch overzicht van Sprekend verleden deel 2 van Luther wordt gegeven.

Je kunt dit onderzoekje (zie WB/WW opdracht 5: Een luthers beeld van Luther) uitbreiden door de film of een deel ervan te zien of de tekst met het volledige filmverhaal te lezen. Je krijgt dan een uitgebreider beeld van Luther.

Hieronder volgt een beschrijving van de inhoud van de film. Beantwoord na het lezen ervan de volgende vragen:

1 Op welke punten spreken film en historisch overzicht elkaar tegen?

2 a Wordt in het historisch overzicht belangrijke informatie weggelaten die in de film wel wordt genoemd?

b Wordt in de film belangrijke informatie weggelaten die in het historisch overzicht wel stata vermeld?

3 Geeft de film een juist beeld van de opkomst van het lutheranisme? Of hadden de makers bepaalde punten anders moeten beliandelen? Zo ja, wat en hoe?

De inhoud van de film
We schrijven over het jaar 1505 en bevinden ons in Erfurt, een plaats in het zuiden van het Duitse rijk. Daar woont een veelbelovend student in de rechten, Maarten Luther. Hij is 22 jaar en populair onder zijn medestudenten. Deze zijn dan ook zeer verbaasd, wanneer Maarten in een herberg zijn bezittingen komt verdelen met de mededeling 'Voortaan heb ik dit niet meer nodig'. Zijn vrienden begrijpen er niets van. 'Wat ben je van plan?' vragen zij. Maarten geeft hun een vaag antwoord: 'Sommigen zijn voor rechten in de wieg gelegd, maar ik niet. Er is iets dat me niet bevredigt. Laten we hopen dat ik de goede weg vind.

Deze weg zoekt hij in een klooster in Erfurt. Hij doet bij zijn intrede de gebruikelijke belofte, dat hij zich zal houden aan de regels van het klooster: in armoede leven en gehoorzamen aan zijn meerderen. Luther loopt dan ook bedelend over de markt, schrobt de vloeren van het klooster en gaat verzonken in gebed.

Maar wat houdt hem nu bezig, met welke problemen worstelt hij? Hij bekent het aan vicaris (plaatsvervanger van de bisschop) Von Staupitz: hij maakt als mens fouten, voelt zich schuldig tegenover God. Hij ziet God als iemand die hem daarvoor straft. Op zijn beurt kan Luther daarom God niet liefhebben.

De abt (prior) van het klooster wil Luther liever kwijt. Maar Von Staupitz besluit om Luther te laten studeren: de bijbel en theologie in het algemeen. Een tijdje later zendt hij Luther ook op reis naar Rome. Daar verdient hij allerlei aflaten. Een aflaat is een kwijtschelding van een aantal jaren straf die ieder mens oploopt door zijn zonden. Na de dood zou iedere gelovige volgens de katholieke Kerk in het vagevuur komen, een voorportaal van de hemel. Door tijdens je leven allerlei aflaten te verdienen kon je je verblijf in het vagevuur verkorten. Aflaten kon je ook kopen in de vorm van een briefje . In Rome verdient Luther bijvoorbeeld 17 000 jaar aflaat door een gebed te zeggen bij de relikwieën (overblijfselen van heiligen, zoals stukjes kleding en bot) van de heiligen Petrus en Paulus.

Eind maart 1511. Luther is weer terug in Erfurt. Hij komt onder de indruk van de tekst van een gezang: 'Op U, Heer, vertrouw ik. Red mij door uw gerechtigheden.' 'Wat is Gods gerechtigheid?', vraagt zijn abt hem. Luther antwoordt: 'Wat de Heilige Schrift erover zegt: zij redt en oordeelt niet naar verdienste'. Dit antwoord komt niet overeen met de uitleg van de katholieke Kerk. Die gerechtigheid, het rechtvaardige oordeel, dat God over ieder mens uitspreekt na zijn dood, krijg je niet zonder meer, je moet er iets voor doen. Luther wordt gewezen op zijn eigenzinnige uitleg.

Luther werpt zich weer op de studie. Dan ontmoet hij zijn oud‑studiegenoot Spalatinus. Deze is ook priester geworden en bovendien onderwijzer van de neven van hertog Frederik van Saksen. Ook is hij diens secretaris. Deze hertog heeft in Wittenberg een universiteit gesticht. Spalatius wil Luther als kandidaat voor de functie van professor (hoogleraar) in de theologie naar voren schuiven. Hij vraagt Luther nog of hij heeft gevonden wat hij zocht, toen hij afscheid nam in de herberg. Luther blijft hem het antwoord voorlopig schuldig.

Het voorstel van Spalatinus slaat aan bij hertog Frederik: Luther wordt hoogleraar en priester in Wittenberg (1512).

Luther blijft intussen worstelen met de vraag, hoe God de mens na zijn dood beoordeelt en wanneer hij hem toegang geeft tot de hemel. Hij komt steeds meer tot de overtuiging, dat aflaten niet de juiste manier kunnen zijn. Wanneer Von Staupitz hem een aantal nieuwe relikwieën komt tonen (waarmee iemand 1 902 202 jaar aflaat kan verdienen), keert Luther zich openlijk af.

Von Staupitz komt Luther om uitleg vragen: 'Vanwaar die plotselinge twijfel?' Was Luther in de discussie met de abt nog niet zeker van zijn zaak, nu staat hij sterker: 'Het is geen plotselinge twijfel, het is groeiende zekerheid.' De waarheid heeft hij gevonden in de bijbel, en wel in de brief van Paulus aan de christenen van Rome: 'De rechtvaardige zal alleen door zijn geloof leven.' Met andere woorden, ieder mens kan de hemel verdienen door zijn geloof in God. Niet het vereren van relikwieën en het bezitten van aflaten redden de mens, maar een oprecht geloof.

Luther gaat nu openlijk de handel in aflaten aanvallen. In een preek veroordeelt hij de monnik Tetzel die in Wittenberg aflaten komt verkopen. De opbrengst daarvan wordt gebruikt om de Sint Pieter in Rome te bouwen. Aflaten geven geen verlossing, vindt Luther. Wanneer je rijk bent, kun je eenvoudig in de hemel komen door veel aflaten te kopen, maar 'voor God is er geen verschil in aanzien.' De bijbel leert dat Christus aan het kruis gestorven is voor de zonden van de rnensen. 'Hoe kan iemand dan nog eens een betaling verlangen?'

Hertog Frederik heeft Tetzel inmiddels uit Saksen weggezonden; niet omdat hij ook tegen aflaten is, maar hij is bang zelf niet voldoende te verdienen aan de verkoop. Luther mag intussen wat hem betreft doorgaan met zijn aanvallen op de aflaten.

Op 31 oktober 1517 doet Luther een belangrijke stap. Hij spijkert 95 stellingen op de deur van de kerk van Wittenberg. Hierin vat hij zijn kritiek op de katholieke Kerk samen.

Hoewel dit nog voorbij gaat aan de gewone gelovigen ('Weer zo'n Latijns stuk'), worden de stellingen in de kring van priesters en studenten druk besproken. Tenslotte worden de stellingen ook vertaald in het Duits. De situatie raakt in een stroomversnelling: de inkomsten van Tetzel lopen terug, de aartsbisschop van Mainz waarschuwt de paus, deze dreigt Luther met de ban (uitstoting uit de katholieke Kerk) als hij zijn geschriften niet herroept.

Luther weigert een stap terug te doen en verbrandt in het openbaar op 10 december 1520 de brief. Een afgevaardigde van de paus komt hertog Frederik dan om de uitlevering van Luther vragen. 'Luther is mijn onderdaan, antwoordt de hertog, 'en daar­om ben ik hem bescherming schuldig'. Hij stelt daarom voor om Luther voor de Rijksdag (een vergadering van de vorsten van het Duitse Rijk met de keizer over zaken die voor het hele rijk van belang waren) te laten verschijnen waar hij zich kan verdedigen.

De Rijksdag wordt in 1521 in Worms gehouden. De keizer, Karel V, stelt luther twee vragen: 'Geeft ge toe, dat deze geschriften van uw hand zijn?' en 'Wilt gij, Maarten Luther, bij uw denkbeelden blijven of zijt gij bereid deze te herroepen?' De eerste beantwoordt Luther bevestigend , op de tweede zegt hij : 'Heb ik kwalijk gesproken, bewijs het mij. Ik kan niet en wil niet herroepen. Hier sta ik, ik kan niet anders.'

Karel V had Luther een vrije terugtocht beloofd, maar beperkt die na de Rijksdag tot 21 dagen. Hertog Frederik die sympathieën heeft voor Luther, wil zijn onderdaan beschermen en laat hem ontvoeren. Luther duikt een tijdlang onder op een kasteel, de Wartburg, en vertaalt intussen het Nieuwe Testament, het tweede deel van de bijbel, in het Duits. Zijn aanhang in het Duitse Rijk groeit, maar hij wi1 nog geen nieuwe Kerk stichten. Hij hoopt de fouten binnen de katholieke Kerk te kunnen verbeteren.

De openlijke afscheiding komt op de Rijksdag van Augsburg in 1530. Omdat hijzelf vogelvrij is verklaard, moet Luther de verdediging van zijn leer overlaten aan de vorsten die achter hem staan. Zij stellen voor de vergadering met Karel V een belijdenis op, waarin zij verklaren aanhangers te zijn van de ideeën van Luther. Daarmee nemen zij het risico, dat het Duitse rijk uiteenvalt. 'Maar zeggen zij, 'een rijk zonder geloofsvrijheid is geen rijk'.

Karel V doet een laatste, wanhopige poging om de vorsten van hun standpunt af te brengen. Hij wijst op het gevaar dat de gehele christenheid bedreigt: de Turken die vanuit het zuidoosten steeds verder Europa binnenvallen. Zijn pleidooi overtuigt de vorsten niet: 'Als vorsten wensen wij politieke eenheid, maar niet tegen de prijs van het geloof. Over ons geweten kunt u niet gebieden.'



Aan het eind van de film dankt Luther God in een gebed. Zijn aanhangers zingen het lied 'Een vaste burcht is onze God'.




Sprekend verleden bavo deel 2 – internetopdracht

  • WB/WW Opdracht 5: Een luthers beeld van Luther
  • De inhoud van de film

  • Dovnload 31.22 Kb.