Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Stad, cultuur en strand

Dovnload 113.85 Kb.

Stad, cultuur en strand



Pagina6/6
Datum16.05.2018
Grootte113.85 Kb.

Dovnload 113.85 Kb.
1   2   3   4   5   6

10. Acapulco


Do. 1-1-2009
In een klein winkeltje op het busstation van Zihuatanejo kopen we ons ontbijt. Want in het plaatsje zelf zijn alle winkeltjes (in ieder geval voor ons vertrek 10:30) nog gesloten. Twintig minuten voor ons vertrek, vertrekt er een ‘economico’ bus. Echt goed volgen doen we het niet, maar het lijkt erop dat wij in dezelfde bus terecht zijn gekomen. De bus ruikt niet echt fris, is niet zo schoon als we gewend zijn en het is er warm. Met diarree is dit niet zo’n succes. Of de kip gisteravond bij kaarslicht op het strand echt gaar was is dus maar de vraag.
We komen gelukkig wat vroeger dan verwacht aan in Acapulco. Na een rit door en langs enorme kokospalm-plantages doemt in de verte de enorme badplaats met hoge flatgebouwen voor ons op. Acapulco ligt net als Zihuatanejo ook in de deelstaat Guerrero, aan de Grote Oceaan. Het is de belangrijkste Pacifische haven van Mexico en op Cancún na de belangrijkste badplaats van het land.

De naam Acapulco komt uit het Nahuatl en betekent "plaats met veel riet". De stad werd in 1528 gesticht als vertrekpunt voor schepen naar Azië. Tussen 1565 en 1810 voer vanuit Acapulco elk jaar het Manillagaljoen heen en weer naar Manilla op de Filippijnen. In 1615 werd het het fort van Acapulco vernietigd door de Nederlanders; twee jaar later werd het herbouwd. In 1776 en 1909 werd de stad getroffen door aardbevingen. President Miguel Alemán heeft na het einde van zijn termijn (1952) veel gedaan om Acapulco tot badplaats te ontwikkelen. Het werd hierdoor een populaire badplaats, vooral bij Amerikanen. De schaduwzijde was echter dat voor de arme bevolking niets werd gedaan. Hoewel een groot deel van de Acapulcanen in armoede leefden hebben weinig toeristen daar wat van gemerkt; de hotels waren zo gebouwd dat geen enkel raam uitzicht gaf op de sloppenwijken en er werd ook gezorgd dat toeristen niet door arme buurten hoefden te komen als ze wilden winkelen. De laatste jaren is Acapulco in de greep geraakt van drugshandel en het daaraan gerelateerde geweld, aangezien het zich op een belangrijke doorvoerroute voor drugs uit Zuid-Amerika bevindt.


We komen aan op het verkeerde busstation, want van hier vertrekken geen bussen naar Mexico City Norte. We willen daar morgen pas heen, maar in verband met de drukte (ook de Mexicanen gaan weer terug) moeten we toch zo snel mogelijk buskaartjes regelen.

Met alle bagage moeten we naar het station Papagayo Central zien te komen, wat ons alleen gaat lukken in een kever. Blauw met witte rijden hier rond. Roland z’n rugzak beland ergens voorin onder de motorkap. Het past allemaal maar net.

Het is druk bij de balie waar de bustickets naar Mexico City Norte worden verkocht en ook de prijzen weten ze wel. 510 Pesos per persoon (ca. 50 US$), zonder korting voor Anwar wat we tot nu toe wel telkens hebben gekregen. In een (weer andere) taxi laten we ons afzetten bij hotel Torre Eifel, wat hoger op een heuvel gelegen vlakbij het Zocalo plein en de klifduikers.

Anwar vergeet zijn kroel, die blijft in de taxi achter. Gelukkig hebben we er meerdere bij ons.


We laten onze spullen achter in de kamer (die er heel wat schoner en beter uitziet als in Zihuatanejo, schone douche … maar wel koud water) en lopen dan heuvel af naar het Zocalo plein. Het Zocalo-plein is niet groot (eigenlijk te klein voor een stad als Acapulco), mooi groen met veel bomen en overal liggen kleedjes om wat te verkopen. Kinderen worden vermaakt door diverse clowns. Vanaf een dakterrasje hebben we een leuk uitzicht over het pleintje. We nemen ook nog een kijkje bij de haven waar peperdure boten liggen, eten pizza (weer op het Zocalo) en lopen daarna in het donker heuvel op naar de klifduikers. We zijn niet de enigen! Wat een drukte! De voorstelling van half 8 is net voorbij, maar velen blijven staan tot half 9. Ze weten de spanning aardig op te voeren. Eerst duiken ze met een net om de rommel weg te halen (het is niet zo fijn als je van ca. 40 m hoogte met je hoofd op een bierblikje terecht komt), daarna gevolgd door het echte werk.
Eerst klimmen ze met hun gespierde lijf uit het water de rots op. Vol concentratie en met de nodige show duiken de waaghalzen daarna in de peilloze donkerte naar beneden. Een plons en een daverend applaus volgt. Wat een spektakel!
Vanaf ons balkon slaan we de chaos van het verkeer gaande, allemaal van en naar de klifduikers. Het blijft druk, om half 11 is de laatste voorstelling. Dan met fakkels. Wij slapen dan al.

11. Via Mexico City weer naar huis


Vr. 2-1-2009
De bus terug naar Mexico City Norte gaat pas om 12:15 uur. Voor die tijd kunnen we dus nog een keer naar het Zocalo. Ontbijten bij ‘Le Flor de Acapulcos’, souvenirs en t-shirts kopen en dan is het toch nog haasten om weer op tijd bij het busstation Papagayo te komen. Weer in een wit/blauwe kever.
We zitten nu in de bus, op snelweg 95. We zijn zo ongeveer op de helft. Zonet hebben we een Spiderman film gezien, reisverhaal van afgelopen dagen is weer bijgewerkt. Anwar snoept zijn snoep-staaf en Margret slaapt. Om naar Mexico City te kunnen komen moeten we de bergen van de Zuidelijke Sierra Madre over steken. Het gebergte strekt zich uit van Michoacán door Guerrero tot aan Oaxaca. Het hoogste punt van de Westelijke Sierra Madre is 3703 meter in het centrum van Guerrero. Het gebergte ligt ten zuiden van de Trans-Mexicaanse vulkanengordel, waarvan het gescheiden wordt door de rivier Rio Balsas.
Het gebergte is bekend vanwege de rijkdom aan endemische soorten en haar biodiversiteit. In de bergen van de Zuidelijke Sierra Madre leven onder andere de Zapoteken en de Mixteken.
Rond 5 uur komen we aan bij het noordelijk busstation. Marcel haalt ons op. Heerlijk om direct bij het hotel te worden afgezet. En wat een genot om weer alle luxe om je heen te hebben. Goed werkende douche (eindelijk weer eens warm water) en het bed met de vele kussens knipoogt al. Maar eerst nog even wat drinken en eten de lounge.

We zijn weer terug in het vertrouwde Crowne Plaza hotel.



Roland in Mexico – maart 2009 (Veracruz)
 


Als Roland na 1 maand weer terug gaat naar mexico ligt de confetti van Anwar zijn pinjata ligt nog in zijn vertrouwde hotelkamer … (de fooi heeft dus niet echt geholpen).

In een weekend gaat Roland dan naar Veracruz, waar hij het volgende reisverhaal heeft bijgehouden.
Lang weekend Veracruz

 

Op maandag 16 maart zijn alle bedrijven in Mexico gesloten in verband met de geboortedag van Benito Juárez. Eigenlijk is hij op 21 maart geboren, maar sinds 2006 is dat veranderd in de derde maandag van maart. Ik heb mezelf getrakteerd op een lang weekend Veracruz. De lucht in Mexico city toch niet zo schoon, dus frisse zeelucht zal mij goed doen. Sinds een paar maanden heeft de busmaatschappij ADO een nieuw busstation in Tlalnepantla gebouwd. Ik kan het station zien liggen vanuit mijn hotelkamer van het Crown Plaza Hotel. Kaartjes heb ik al gekocht, vertrek om 10:30 op zaterdagochtend. Eerst nog even langs de OXXO voor chips en wat te drinken en om 10:10 zit in de wachtruimte van het busstation. Ik heb uiteraard weinig spullen bij me, dus hoef ik niets in te checken. De busstations in Mexico lijken erg op luchthavens. Om 10:25 mogen we boarden, net zoals een luchthaven is er een veiligheids controle, mannen links en vrouwen rechts. Er hangt zo’n zelfde bordje als op luchthavens met welke spullen niet ‘aan boord’ mogen. Ik word gefouilleerd en de man ontdekt niet dat ik twee telefoons, 1 fototoestel en een gereedschapset (met mes) aan mijn riem heb hangen…. Om 10:35 vertrekt de bus, Tlalnepantla is in het noorden van de stad en Veracruz is richting het westen. Dat betekent dat we eerst nog 1,5 uur door de stad rijden voor we de snelweg 150D op kunnen. Al snel daarna zitten we in de bergen en is het zwaarbewolkt. Het regent niet, maar daar is alles mee gezegd. Na een paar uur word het zelfs mistig. Ik had ook zelf kunnen rijden, ik heb een Chevy tot me beschikking (is in werkelijkheid een Opel Corsa…) maar ik vind dit wel een relaxte manier van reizen. Ik heb de Chevy in de garage van Crown plaza gelaten.


Na ruim 4,5 uur komen we aan in het plaatsje Córdoba, volgens de Lonely Planet zou het wel een aardig stadje zijn met koloniale gebouwen. Nu we er zo doorheenrijden komt het bij mij niet echt prettig over, maar misschien ligt het aan het weer. Het is nog steeds bewolkt en mistig. We stoppen voor 15 minuten bij het ADO busstation, een aantal mensen stappen uit, en ook komen er “nieuwe” passagiers bij. De plek naast mij blijft vrij, zodat er genoeg ruimte naast mij is voor chips, drank en boeken. Nu we de bergen uit zijn klaart het weer opeens op en alles ziet er een stuk zonniger uit. De agaves en cactussen hebben plaatsgemaakt voor bananen- en palmbomen. Om 5 uur rijden we Veracruz binnen, de buiten wijken zijn ruim opgezet, brede lanen met palmbomen, met hier en daar een watertje waar jachten geparkeerd liggen. Het busstation is zoals overal in Mexico ruim en schoon. Voor 25 peso’s koop ik een taxi kaartje en 15 minuten later sta ik bij hotel Mar y Tierra. Ik had al wat voorwerk gedaan, en dit hotel is niet al te duur, ligt centraal en aan zee, en heeft op de bovenste verdieping een zwembad. Ik krijg de laatste kamer, niet echt bijzonder, maar er is een bed, douche en een raam wat uitkijk in een schacht. Het is inmiddels onbewolkt, maar de zon staat al laag.
Ik besluit om richting Zócalo (plein) te lopen. Eerst een stukje de Blvd Camacho, aan de boulevard liggen marine- en vissers boten. De marine schepen worden uitgebreid door Mexicaanse toeristen op de foto gezet, in veel landen zouden ze daar niet van gediend zijn…. Op de boulevard is het druk, en na 500meter kom ik bij het uitermate lelijke Pemex gebouw, hier slaat de boulevard linksaf de Paseo del malecon in en op dit punt heb je mooi uitzicht over de haven en het San Juan de Ulúa waar ik mogen naar toe ga. Langs een rij toeristische winkeltjes die allemaal T-shirts en schelpen pleuraria verkopen kom ik aan bij het Zócalo, het plein is niet echt groot, maar wel gezellig druk. Ik drink een biertje op het plein, het is inmiddels donker, en ga dezelfde route weer terug naar me hotel. In het restaurant van het hotel eet ik een torta, hoewel de torta niet slecht is, kan hij toch niet tippen aan de torta’s van Pizza 2000 in Ticoman.

Ik lees ‘s avonds nog wat op mijn kamer, met op de achtergrond het geluid van de tv zender VH1, en ga relatief vroeg onder de wol….

 

15 maart 2009

Om 7:00 uur kijk ik uit het raam door de schacht naar boven, het is bewolkt, ik heb dus niet echt haast. Om 9:00uur eet ik een stuk brood met boter en jam en drink een paar kopen koffie. Daarna loop ik de pier die recht voor het hotel begint af. De pier is ongeveer 700meter lang, en beschermt de haven van Veracruz. Op de pier staan een aantal koperen beelden, een man in duikpak, een paar mannen die spoorbanen aanleggen en een paar man die tegen een groot blok duwen… Op het eind van de pier staat uiteraard een lichtbaken. Ik loop weer terug, en neem een taxi naar San Juan de Ulúa, het lijkt zo dicht bij, maar is toch nog een aardig eindje rijden.

Het fort was van origine een eiland, maar is nu met een weg verbonden aan het vaste land. Hier op dit eiland stichtte op vrijdag 21april 1519 (goede vrijdag)de Spanjaard Hernán Cortés Vila Rica de la Vera Cruz, het latere Veracruz.

Het fort werd in die tijd als onneembaar beschouwd, tot er in een nacht van 17mei 1683 Nederlandse piraten aan kwamen zijlen

De Nederlandse piraat, Nikolaas van Hoorner, ging eerst met 200 piraten aan land. De dag erop kwam Laurens de Graaf met nog eens 600 man en op 18 mei vielen ze samen de stad aan. Ze schoten op alles wat los en vast zat en binnen een half uur hadden ze de hele stad veroverd. Alle 6000 inwoners werden gegijzeld en vier dagen lang roofden en plunderden de piraten. 

 

Ik ben voor Mexicaanse begrippen vroeg, dus ben ik de enige in het fort. En het is zondag en dat betekent in Mexico dat je geen entree hoeft te betalen. Gedurende de 19e eeuw diende het fort voornamelijk als gevangenis, nu ligt het fort midden in het havengebied en op nog geen 100 meter afstand worden containers gelost. Ondanks dat je continu “haven geluiden” hoort heeft het fort wel iets… Als ik na een uurtje vertrek komen er net vijf toeringbussen met Mexicanen aan. Ik laat me door een taxi in de buurt van het Zócalo afzetten, en loop via de toeristen winkels (waar ik teenslippers koop) weer terug naar mijn hotel, waar ik mijn zware schoenen verwissel voor de teenslippers. Ik heb het plan om via de Malecon naar het zuiden te lopen, de boulevard lijkt op een combinatie van Beirut (maar dan zonder kapot geschoten gebouwen) en Havana (maar dan zonder oude Amerikaanse auto’s). Aan de boulevard liggen hier en daar kleinen strandjes, aan Playa de hornes eet ik biefstuk met patatjes en drink een biertje, het is zondag en behoorlijk druk op het strand. Inmiddels heb ik het idee gevat om een schriftje te kopen, zodat ik het verhaal van dit weekend op papier kan zetten. Ik had geen zin om mijn laptop mee te slepen, die heb ik samen met de Chevy in Crown Plaza achter gelaten. Dus dan maar op zoek naar ouderwets pen en papier. Na een tijdje lopen kom ik op de boulevard een winkel centrum tegen. Er is ook een boeken winkel waar van alles verkocht wordt, behalve wat papier, zo zijn we wel eens in China dagenlang op zoek geweest naar een schriftje…. In het winkel centrum is ook de entree van het Acurio, dat lijkt me wel wat, maar nadat ik de rij heb gezien die meer dan 100 meter lang is besluit ik maar verder te lopen. Na zo’n 12 km mijn nieuwe teenslippers te hebben ingelopen besluit ik dat het wel genoeg is, de zon is inmiddels doorgekomen, ik heb mij niet ingesmeerd en begin mijn nek al te voelen. Dus ik neem een taxi terug naar het Zócalo, vanaf het plein loop ik zigzaggend terug richting mijn hotel waar ik een speelgoed- annex snuisterijen winkel tegen kom, waar ik iets vind wat op een schriftje lijk. Vlak achter mijn hotel ligt het Baluarte de Santiago, het fort behoorde tot een stadswal en lag indertijd aan zee ter verdediging tegen piraten. Na het fort loop ik terug naar mijn hotel. Het Mar Y Tierra hotel bestond ooit uit twee hotels. Ik verblijf op de vierde etage van het lage gebouw, het zwembad is op de zesde etage van het hoge gebouw. Dat betekent met de lift naar beneden, door de lobby naar een andere lift naar de zesde etage. Het water van het zwembad is te koud, dus ik zoek een plekje in de zon om een boek te lezen totdat het begint te schemeren. Daarna neem ik een douche en ga een hapje eten.



 

16-maart 2009

Om halfzeven beginnen kinderen door het gehele gebouw te gillen en met deuren “te gooien”.



De dag begint net als gisteren met bewolking. Na een ontbijt en een paar bakken koffie lijkt de lucht open te breken, en besluit ik nogmaals de pier op te lopen. Er staat wel wat meer wind dan gisteren. Na de pier ga ik nog eens bij het Acurio kijken, het is ongeveer twee km lopen, het is zonnig en het is goed dat ik me vandaag met factor 20 heb ingesmeerd. Bij het Acurio is het nog rustig, dus ik kan zo doorlopen. Het is grappig opgezet, allerlei vissen inclusief haaien en zeekoeien zwemmen links, rechts en boven je langs. Na het Acurio loop ik naar een andere pier, tussen deze pier en die ik vanochtend heb gezien ligt de jachthaven. Deze pier is langer, en net als ik bij het eind ben komt er een schip de haven binnen gevaren. Ik loop weer terug naar het hotel, smeer mij opnieuw in, en loop naar het centrum om met een toeristen bus de rest van de omgeving te bekijken. Zo’n bus lijkt op een dubbeldeks open trammetje, en rijdt in een half uur langs alle bezienswaardigheden van Veracruz. Na dit toeristisch rondje loop ik terug naar het hotel, verruil me slippers voor me schoenen, check uit, en ga nog wat eten in het hotel. Om kwart voor twee neem ik een taxi naar het busstation, waar een ADO bus me in 7,5 uur weer naar Tlalnepantla, Mexico city brengt….



Pag.
1   2   3   4   5   6

  • 11. Via Mexico City weer naar huis
  • Roland in Mexico – maart 2009 (Veracruz)

  • Dovnload 113.85 Kb.