Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Stageplek isw gasthuislaan Derdejaars docent in opleiding Door Sandra Bakker 0784090 Inhoudsopgave

Dovnload 0.78 Mb.

Stageplek isw gasthuislaan Derdejaars docent in opleiding Door Sandra Bakker 0784090 Inhoudsopgave



Pagina13/16
Datum04.04.2017
Grootte0.78 Mb.

Dovnload 0.78 Mb.
1   ...   8   9   10   11   12   13   14   15   16

Stripverhaal Periode 3


Stripverhaal opdrachtenboekje

katrien1

Stripverhaal opdrachtenboekje


Herhaling reeks van licht naar donker met inkt

Jullie hebben al een periode met inkt gewerkt. Misschien is het met inkt werken al wat vergeten, daarom maken we eerst een herhalingsopdracht.



Opdracht: je maakt van het A4 papier 8 vlakken. De materialen krijg je van je docent. Je schrijft op het vakje 8 je naam en klas. Je begint bij vakje 1 met het lichtste inkt, je mengt telkens het water met inkt, zodat het steeds donkerder wordt, totdat je bij zwart komt. Dit vakje is nummer 7. Probeer zo goed mogelijk van licht naar donker te schilderen. Dit doe je door bij water steeds meer zwart te mengen. Pas op dat je niet te veel water gebruikt! Zie het vb. hieronder wat de bedoeling is.

VB. 8 vlakken






















Naam:

Klas:




Striptekenen met vlekken

We gaan in deze lessenserie een strip tekenen vanuit vlekken. Deze vlekken worden gemaakt door inkt op je blaadje te laten ‘vallen’. Hieronder staan een aantal ‘vlek voorbeelden’.



Opdracht: maak op A4 papier 10 - 15 verschillende vlekken. De materialen krijg je van je docent.

Striptekenen: Stripfiguren

Heb jij ooit zelf wel eens een strip gelezen? Zo niet, heb je geen idee wat je moet tekenen. Dat maakt ook het verhaal maken erg lastig. Ken je deze bekende stripfiguren?



741donald-duck-postersgarfield-9063large_325838kuifje11875599yami_yugi

Opdracht: Als je, je vlekken heb gemaakt, bedenk je vervolgens wat voor stripfiguren jij wilt hebben. Een oma, opa, moeder, vader, eend etc. Maar een stripfiguur is ook verdeeld in een plaatje tekst, grote enz. Dit heb je gezien in je stripboek. Zoek 2 voorbeelden van bekende stripfiguren, vorm en teksten die jij leuk vind en teken die na. Plak de voorbeelden naast je getekende figuren. Je krijgt van de docent een A4 papier waarop je kan tekenen.

Doel: Inspiratie opdoen.

Materiaal: potlood, gum en A4 papier.

Tijdsduur: 20 min.



Opdracht: Je heb nu inspiratie opgedaan en je heb je vlekken. Ga aan de slag met je vlekken. Kies vlekken, waarvan jij denkt dat er een figuur uit kan komen en maak hiervan figuurtjes voor je stripverhaal. Naast de vlekken komen de figuurtjes te staan. Heb je geen plek? Vraag je docent om extra A4 papier.

Je mag na de getekende figuurtjes, de figuurtjes ook inkleuren.

Waarom moet je uit vlekken figuurtjes maken? Je tekent door de vlekken andere poppetjes dan anders doet. Waardoor je geen standaard figuurtjes krijgt.

Doel: Je fantasie laten werken

Materiaal: potlood, kleurpotloden, gum en A4 papier.

Tijdsduur: 2 lesuren.



Striptekenen : De basis

Voordat je in het net gaat tekenen is het handig om eerst een schets te maken. Voor stripfiguurtjes kun je hier het beste draadpoppetjes voor gebruiken. Hieronder staan een paar voorbeelden.




Opdracht: Teken met een HB potlood 4 draadpoppetjes met verschillende lichaamshoudingen. Vouw de A4 papier in vier delen, zodat je in elk vak een poppetje teken. Je mag de voorbeelden gebruiken. Bij de docent kan je A4 papier halen.

Doel: Oefening van houdingen en voorbereiding voor je stripboekje.

Materiaal: potlood, gum en A4 papier.

Tijdsduur: 10 min.



Striptekenen: Gezichten

Hieronder staan voorbeelden van ogen, monden, neuzen, oren, haar en rimpels voor stripfiguren.




Opdracht: Teken 2 gezichten met verschillende gezichtsuitdrukkingen. Neem het gezicht van één van je poppetjes! Deel je A4 papier in 2 vakken. Bij de docent kan je A4 papier halen.

Doel: Oefening van gezichtsuitdrukkingen en voorbereiding voor je stripboekje.

Materiaal: potlood, gum en A4 papier.

Tijdsduur: 10 – 15 min.







Striptekenen: Kleren

Hieronder zie je hoe een draadpoppetje verandert in een stripfiguurtje. Daaronder staan voorbeelden van kleren voor stripfiguren.




Opdracht: Teken één draadpoppetje met kleding aan, pas als je tevreden bent met het resultaat teken je er met in fineliner in het net er overheen. Bij de docent kan je A4 papier halen.
Doel: Oefening van stofuitdrukking en voorbereiding voor je stripboekje.

Materiaal: potlood, gum en eventueel A4 papier.

Tijdsduur: 20 min.


Striptekenen: teksten

Hieronder zie je tekstballonnen staan. Ieder staat voor emotie uitdrukkingen. Kijk goed wat voor tekstballonnen worden gebruikt en hoe de tekst word vormgegeven. Tip: Je kunt ook kijken in je eigen stripboek.



tekstballoncursus08_01

Opdracht: Maak zelf 6 voorbeelden van emotie uitdrukking doormiddel van teksten en ballonnen. Bij de docent kan je A4 papier halen.
Doel: Oefenen om via tekstballonnen emoties uit te drukken.

Materiaal: potlood, gum en A4 papier.

Tijdsduur: 15 min.


Striptekenen: van vlekken naar stripfiguren

Opdracht: Nu kies je de figuren uit die jij wilt gebruiken voor je striptekeningen en werk je die uit. Denk aan kleding, gezichtsuitdrukking en houding. Denk aan hoeveel figuren je nodig hebt in je strip. Bij de docent kan je A4 papier halen.

Doel: Leren om een schets uit te werken tot een figuur met kleding, houding en gezichtsuitdrukking.

Materiaal: potlood, gum en A4 papier.

Tijdsduur: 2 lesuren.



Striptekenen: Stripverhaal

Opdracht: Bedenk het stripverhaal. In dit vak hieronder zet je een woord, dat jij wilt gebruiken in je stripverhaal. Breidt het woord uit, door te bedenken wat er bij het woord past. Werk vervolgens het stripverhaal uit.

Doel: Leren om vanuit één woord tot verschillende begrippen te komen en daarvan een stripverhaal te maken.

Materiaal: potlood, gum en A4 papier.

Tijdsduur: 10 min.








Striptekenen

Opdracht: maak het stripverhaal met de vlekken die jij heb gekozen. Denk aan de oefeningen die je hebt gedaan. Dit wordt op een A3 met inkt uitgewerkt.

De eisen die aan het stripverhaal worden gesteld zijn:



  1. Lopend verhaal met een duidelijk begin en einde.

  2. Emotie uitdrukkingen met tekstballonnen.

  3. Verschillende gezichtsuitdrukkingen.

  4. Verschillende houdingen.

  5. Donker en lichtwerking.

  6. Figuren van je vlekken.

  7. Vormgeving.

  8. Origineel.

Tijdsduur: 2 - 6 lesuren.

Figuur tekenen Periode 4


Figuurtekenen in een nieuwe wereld

Jullie gaan figuren tekenen, die straks een nieuwe ruimte moeten komen. Dit mag van alles zijn. Op het station, in het vliegtuig, in de bergen, op het strand enz.
Denk daarbij aan dat de figuren die groter zijn dan jouw kleinere poppetjes. Vooraan horen te staan en de kleintjes achteraan.
Eisen:

- Minimaal 5 figuren in de tekening.

- Grote: A3 formaat
Doelen:

Leren om te gaan met dieptewerking.

Leren eigen creativiteit te gebruiken.
De leerlingen mogen verschillende materialen gebruiken. Op voorwaarde dat dit eerst aan de docent gevraagd wordt.



B1G http://www.isw.info/images/logos/gasthuislaan-madeweg.png

Onderwerp Voor de gemaakte en gegeven lessen
Datum 9 september 2008 http://www.isw.info/images/logos/gasthuislaan-madeweg.png

Onderwerp Tekenen met potlood

Klas B1G

Docent Sandra Bakker en assistent Tineke van Cappellen
Didactische werkvorm: Uitleggen en begeleiden.
Beginsituatie:

De leerlingen hebben wel eens met een potlood getekend, maar hebben geen enkel benul van wat een potlood kan en doet.


Doelen:

De leerling nieuwe informatie overbrengen.

De leerling toe aan te zetten om gebruik tem aken van schaduw, diepte, donker en licht in de schaduwen.

Kijken hoever leerlingen zijn met de teken techniek.


Lesverloop:

Tijd

Onderwerp

Activiteit

10 min

Welkomstwoord

Hoe gaat het? Wat gaan we doen vandaag?

15 tot 20 min

Theorie*

Wat doet een potlood?

Boek tekenen in zicht blz. 31 t/m 35.



De informatie van Tineke van Cappellen.




*Theorie - Wat doet een potlood?

Potlood

Het potlood is in 1790 uitgevonden door N.J. Conté.
De stift bestaat uit mengsel van grafiet en klei. Dit mengsel wordt in een oven gebakken. Veel klei en weinig grafiet geeft een hard potlood.
Veel grafiet en weinig klei geeft een zacht potlood.

ttpotloodalgemeen.jpg (25087 bytes)




Potlood (tekenen)

Zorg voor een potlood met scherpe punt. Alleen zo krijg je scherpe lijnen. Gebruik een liniaal of tekendriehoek. Houd hierbij het potlood haaks op het papier.
Teken alle lijnen eerst heel dun. Fouten gum je gemakkelijk uit. De belangrijkste lijnen trek je nog een keer over. Je noemt dat de tekening opwerken.

ttpotloodtekenen.jpg (13077 bytes)





Potlood (hardheid)

Op de meeste potloden staat een code. De code bestaat uit een letter en een cijfer.
H staat voor hard.
B staat voor zacht.
Het cijfer geeft de gradatie aan. Hoe hoger het cijfer hoe harder/zachter het potlood is. Een HB potlood wordt het meest gebruikt. Dit potlood is niet hard of zacht.

ttpotloodharder.jpg (44601 bytes)





Potlood (hard)

Een technische tekening maak je met een hard potlood. Met een hard potlood teken je scherpe lijnen. In een hard potlood zit veel klei en weinig grafiet.
Op het potlood staat de letter H en een cijfer.
Hoe harder het potlood hoe hoger het cijfer.
Op harde potloden staat 2H, 3H of 4H.

ttpotlood4h.jpg (12431 bytes)




Potlood (zacht)

Met een zacht potlood kun je goed schetsen. Je maakt gemakkelijk schaduwen en donkere vlekken. In een zacht potlood zit weinig klei en veel grafiet. Op het potlood staat de letter B en een cijfer. Hoe zachter het potlood hoe hoger het cijfer.
Op zachte potloden staat 2B, 3B of 4B.

ttpotlood4b.jpg (11876 bytes)

Bron: http://mediatheek.thinkquest.nl/~kl010/tekenen/potlood.htm







50 min

Opdracht voorwerpen*

Voorwerpen tekenen met potlood.




*Opdracht voorwerpen

De leerlingen gaan in de les ongeveer 3 voorwerpen tekenen. Er wordt gelet op het volgende:

  1. Diepte (ruimtelijk)

  2. Schaduw op de grond en in de voorwerpen.




15 min

Opruimen en huiswerkopdracht opgeven*

De leerlingen die klassen dienst hebben ruimen de dingen op en iedereen schrijft in hun agenda de huiswerkopdracht.




*Huiswerkopdracht

De leerling maakt thuis van een voorwerp, bv, van een knuffelbeer met potlood een tekening.

Gelet op:



  1. Diepte (ruimtelijk).

  2. Schaduw op de grond.

  3. Schaduw in het voorwerp.

  4. Donker en licht werking.

  5. Hard en zacht met het potlood. ( als het bv. een knuffel is moet het er ook zacht uitzien.)


Materialen:

HB potlood

A4 papier

Gum


Puntenslijper

Schetspapier

Boek


Datum 28 oktober 2008

Onderwerp Inkt en structuren http://www.isw.info/images/logos/gasthuislaan-madeweg.png

Klas B1G

Docent Sandra Bakker en assistent Tineke van Cappellen
Didactische werkvorm: Uitleggen en begeleiden.
Beginsituatie:

Leerlingen hebben nog nooit of wel eens met inkt gewerkt. Zij hebben wel de vorige les structuren met rubbins gemaakt.


Doelen:

Leerlingen kennis laten maken met Oost Indische inkt.

Leerlingen leren tekenen met kroontjes pen op papier.

Leerlingen kennis bijbrengen van structuren en Oost Indische inkt.

Leerlingen kennis laten maken met de techniek van inkt.
Lesverloop:


Tijd

Onderwerp

Activiteit

10 – 15 min

Theorie

Uitleg geven uit het boek Tekenen in zicht – structuur H1.2 blz. 15 t/m 19.

Extra verdieping voor leerlingen uit het boek Tekenen in zicht: H 2.2. blz. 65 t/m 69. Daaruit wil ik sommige woorden halen, die belangrijk zijn.



5 – 10 min

Opdracht met een krant

De leerlingen krijgen allemaal drie bladzijden van een krant. Uit de krant knippen zij drie structuren en leggen deze voor zich neer.

10 - 15 min

Instructie over inkt

Uitleg geven over Oost Indische inkt techniek. Uit het boek Tekenen in zicht blz. 110.

Daarnaast laat ik de leerlingen een aantal technieken op het bord zien. Zoals bv. krassen, strepen over elkaar heen leggen enz. Vraag ook aan de leerlingen of zij misschien ook technieken weten.




*de spullen kranten, kroontjes pen, schetspapier, A4 papier, inkt potje worden van tevoren neergelegd.


10 min

Opdracht fantasie dier in het woud*

Wordt door de docent uitgelegd.
1   ...   8   9   10   11   12   13   14   15   16

  • Stripverhaal opdrachtenboekje Herhaling reeks van licht naar donker met inkt
  • De materialen krijg je van je docent.
  • Pas op dat je niet te veel water gebruikt!
  • Striptekenen met vlekken
  • De materialen krijg je van je docent. Striptekenen: Stripfiguren
  • Striptekenen: van vlekken naar stripfiguren
  • Striptekenen: Stripverhaal
  • Figuur tekenen Periode 4 Figuurtekenen in een nieuwe wereld
  • Denk daarbij aan
  • De leerlingen mogen verschillende materialen gebruiken. Op voorwaarde dat dit eerst aan de docent gevraagd wordt. B1G
  • Onderwerp Voor de gemaakte en gegeven lessen Datum 9 september 2008
  • Beginsituatie
  • Lesverloop: Tijd
  • *Theorie - Wat doet een potlood
  • Materialen
  • Klas B1G Docent Sandra Bakker en assistent Tineke van Cappellen Didactische werkvorm
  • *de spullen kranten, kroontjes pen, schetspapier, A4 papier, inkt potje worden van tevoren neergelegd.

  • Dovnload 0.78 Mb.