Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Stageplek isw gasthuislaan Derdejaars docent in opleiding Door Sandra Bakker 0784090 Inhoudsopgave

Dovnload 0.78 Mb.

Stageplek isw gasthuislaan Derdejaars docent in opleiding Door Sandra Bakker 0784090 Inhoudsopgave



Pagina3/16
Datum04.04.2017
Grootte0.78 Mb.

Dovnload 0.78 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   16

Opdrachten uiterlijk inleveren vlak voor de les van die week. Ook bij lesuitvall!! Ditigaal cpn@isw.info maar liever op papier in grote lettes (voor een dyslectische docent)




Punten

Opdracht nr.

Titel opdracht / lesstof

Data inleveren

Lesweek

1

Opdracht 1

Inhoud H1, Klassieken




1.2

1

Opdracht 2

Inhoud H2, Kloosters en Romaans




1.3

1

Opdracht 3

Inhoud H3, Romaans en Gotiek




1.5

1

Opdracht 4

Inhoud H4 Renaissance




1.6

1

Opdracht A1

Begrippen, Hof en hoveling

14-10

1.7

1

Opdracht A2

Vragen

14-10

1.7

1

Opdracht 5

Homo Universailes en Commedia dell’ arte

28-10

1.8

1

Opdracht 6

Reformatie, contrareformatie en Moliere

11-11

2.1

1

Opdracht A3

Stelling, feesten en Vatel

18-11

2.2

4

Opdracht B

Presentatie hof

25-11

2.3

1

Opdracht 7

Inleiding Nederland 17de eeuw

02-12

2.4

1

Opdracht 7B

Commedia dell’arte




2.4

1

Opdracht C1

Vondel enz.

09-12 concert

2.5

2

Opdracht C2

Stellingen en vragen

19-12

2.6

4

Opdracht D

Presentatie 17de eeuw Nederland

05-01

2.7

1

Opdracht 8

Oefening examen

13-01

2.8


Schoolexamen in bufferweek 2.

Opdracht 1 t/m 7 inclusief A,B,C en D vormt je verslag dat aangevuld wordt met: dit geheel wordt compleet getoond uiterlijk op 13 januari. Dan krijg je 1 punt extra. Deel dit door 2 en je weet je cijfer.


Opdracht A: Begrippen en vragen Dinsdag 14oktober/ 18 november

Opdracht B: Presentatie Dinsdag 15 november

Opdracht C: Begrippen en vragen Dinsdag 19 december / 5 januari

Opdracht D: Presentatie Dinsdag 5 januari

Vwo 5http://www.isw.info/images/logos/gasthuislaan-madeweg.png

Onderwerp De opdrachten
Deze opdrachten zijn gemaakt door Tineke van Cappellen. De opdrachten moesten de leerlingen gedurende periode 1 en 2 maken. Elke les ongeveer 1 tot 2 opdrachten.


Kunstalgemeen vwo 5 Drama en Film 2008/2009


Opdracht 1

Duo.


Vragen naar aanleiding van de esthetica en H1. Beantwoorden en inleveren (ongeveer een ½ A4)


  1. Geeft een korte omschrijving van de basis van de ideeën van Aristoteles wat betreft kunst.

  2. Wat zijn de basis principes van het klassieke dram volgens Aristoteles? Waarom is dit zo belangrijk volgens hem?

  3. Stel dat Aristoteles in deze eeuwe mee kijkt wat vindt hij dan van een soap? Verklaar je antwoord!!

  4. Geef een korte omschrijving van de basis van de ideeën van Plato wat betreft kunst.

  5. Welke huidige kunstvorm zou Plato gewaardeerd hebben? Verklaar je antwoord!!

  6. Wat is de basis voor het klassieke idee over schoonheid van de Grieken? Waarom is dit voor iedereen die toen leefde zo duidelijk?


Opdracht 2

Solo.


Vraag n.a.v. H2. Beantwoorden en inleveren.


  1. Waarom heet Hoofdstuk 2 goddelijke orde? Verklaar je antwoord (ongeveer een ½ A4) n.a.v. Hoofdstuk 2.


Opdracht 3

Duo.


Vraag n.a.v. H3. Beantwoorden en inleveren (ongeveer een ½ A4).


  1. Wat is de functie van de stad in de middeleeuwen en hoe heeft dit de kunsten beïnvloed?

  2. Stelling: De kunsten ontwikkelde zich in de Gotiek op een zelfde soort manier. Dit is te zien en te horen. Verklaar deze stelling wat betreft de beeldende kunst, architectuur en de muziek.


Opdracht 4

Solo.


Vraag n.a.v. H4. Beantwoorden en inleveren (ongeveer ½ 4).


  1. Wat is het verschil in denken tussen de Middeleeuwen en de Renaissance wat betreft de kunsten, de geestelijken en de adel.


Opdracht A.

Deze opdracht bestaat uit 3 delen. Je maakt de opdracht in duo of 3-tallen.


1A

Welke termen horen het beste bij elkaar en waarom:



  1. Moliere A Louis seize Stijl

  2. Humanisme B Sterk licht/donker contrast

  3. Monteverdie C Theatrale onderbreking

  4. Mecenas D Lineair

  5. Concilie van Trente E Reformatie

  6. Rubens F L’Etat c’est moi

  7. Lodwijk XIV G Allegorie

  8. Balletkomedie H Begunstiger van kusntanars en wetenschappers

  9. Bernini I Tartuffe

  10. Leonardo da Vinci J Commedia dell’arte

  11. Charles le Brun K Sint-Pieter in Rome

  12. INtermedi L Homo Universales

  13. Luther M Volmaakte schoonheid door levensechtheid

  14. Caravaggio N Aandacht op het individu

  15. Mona Lisa O Sixtijnse kapel

  16. Magere Pantalone P L’orfeo

  17. Catharina de Medici Q Le bourgeois Gentilhomme

  18. Ballet de la Nuit R Madrigaal

  19. Michelangelo S Picturaal

  20. Orlando di Lasso T Contrareformatie

  21. Poussin U Le Ballet Comique de la Reine Louise



1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

































































A2

In deze opdracht worden er acht (deel)vragen gesteld over de hofcultuur en drama.


Per drietal gaan jullie enkele vragen beantwoorden, gebruik hiervoor je boek. Je krijgt van de docent te horen welke vragen!! Na ongeveer tien minuten omschrijf je mondeling per drietal aan jullie klasgenoten jullie antwoord.


  1. Omschrijf kenmerken van hoffeesten ten tijde van de Renaissance.

  2. Omschrijf welke functie de triomftochten hadden voor de hovelingen ten tijd van de Renaissance en benoemd twee kenmerken van de triomftochten.

  3. Wat voor functie had ‘ Basse danse’ ? Noem twee kenmerken van de ‘Basse danse’ .

  4. Omschrijf de term ‘ deus ex machina’ en waar werd dit in of voor gebruikt? Welke functie had de ‘peripterie’ (ommekeer) in een tragedie?

  5. Benoem een verschil tussen de ‘commedia erudita’ en de Commedia dell’ arte. Geef drie kenmerken van de Commedia dell’ arte.

  6. IN welk opdacht kan je een overeenkomst zien tussen de Commedi dell’Arte types en figuren uit ‘ Goede Tijden, Slechten Tijden?’.

  7. Geeft drie betekenissen van het woord hof. Omschrijf de functie van de hoven ten tijde van de Renaissance in Italië.

  8. De zon werd als vignet (logo) door Lodewijk XIV gebruikt. Wat wilde Lodewijk XVI hiermee benadrukken?


Opdracht 5

Duo.


  1. Hoofdstuk heeft als titel HOMO UNIVERSALIS. Bedenkt een meer passende titel voor dit hoofdstuk en verklaar waarom die beter de lading van het hele hoofdstuk dekt. Geeft een korte samenvatting (opsomming) wat er in dit hoofdstuk over theater staat vermeld en te maken heeft met de informatie uit voorgaande hoofdstukken. Vermeld het verband.


Opdracht 6

Duo.


  1. Wat was de functie van de reformatie en de contrareformatie voor de kunsten en voor de kunstenaars? ‘ Gebruik’ in je antwoord de woorden/begrippen vrijheid, opdrachtgever, regels, nieuwe ontwikkelingen, vorst en geloof.


A3

Stellingen.


In 1616 deed Gallilei de volgende uitspraak:

‘ Dat de zon in het middelpunt van het heelal staat en de aarde en ander planteten er omheen draaien’. Is de stelling van Gallilei waar of niet waar?


Antwoordt in 1616 niet waar, want het argument was: ‘ deze stelling is niet alleen dwaas en dom is, maar ook onverenigbaar met de waarheid van het geloof’ . Antwoord in 2009: Deze stelling is waar, omdat bewezen is dat het heelal veel groter is en dat de zon een van de vele onderdelen hiervan is.
Schrijf met je groepje 4 stellingen op naar aanleiding van de teksten in het lesboek. Deze stellingen worden door de rest van de klas gelezen en beoordeeld of ze wel of niet waar zijn. Uit je stelling moet je kennis over deze periode blijken. Je gebruikt dus zowel muziek, dans als drama. Beeldend kunst en architectuur mag je buiten beschouwing laten. Je krijgt hiervoor 15 minuten. Je levert een vel in met daarop de 3 stellingen erop geschreven met daarbij een verklaring voor hun waarheidsgehalte. Voor de klas schrijf je elke stelling op een A5 vel.
Stellingen worden klassikaal beoordeeld en moeten tot gebruik geheim blijven.
De stellingen worden door de docent beoordeeld op:

  • Bruikbaarheid voor een examen.

  • Inhoudelijke kennis van de periode hofcultuur.

  • Het vermogen verbanden te leggen tussen de verschillende disciplines.

  • Originaliteit.


Opdracht B

De opdrachten B en D zijn onderzoeksopdrachten met als doel de les inhouden makkelijker te onthouden.



B1

Maak met een groep van 4 personen de volgende opdracht:2

Patty Brard (BNN) geeft een groot feest. Zij wil dit doen in de stijl en geest van Lodewijk XIV op zijn hoogte punt. Zo als te zien is op onderstaande foto heeft zij dringend advies nodig. Dit zijn de onderdelen die zij op het feest wil terug laten komen:


  1. The place to be

  2. Topact (niet een band, maar iets anders)

  3. Catering

  4. Styling, decoratie en de uitnodiging

  5. Kleding advies, sieraden advies en gedrag advies (voor haar)

  6. Wie moet zij zeker uitnodigen?

  7. Welke dj moet de muziek regelen?

  8. Indeling van de avond

  9. Cadeaulijst

Beschrijf waarom Patty jullie adviezen op zal volgen. De motivatie hiervoor komt uit jullie kennis van wat je heb onderzocht over hoffeesten in de 17de eeuw. Met de nadruk op Lodewijk XIV.

Maak van deze informatie een hand-out voor je klasgenoten, waar de belangrijkste dingen (Die nog niet in de les zijn behandeld. ) op 1 A4 worden gezet. Maak van al je tips, een visuele voorstelling met afbeeldingen en/of fragmenten. Presenteert dit aan je klasgenoten, op 2 december zodat zij begrijpen waarom jullie de adviezen hebben gegeven.



B2

Maak met een groep van 3 personen de volgende opdracht:

Er schijnt een feest door Patty Brad (BNN) georganiseerd te worden voor haar nieuwe lover. De leerlingen willen daarvoor een docenten cabaret maken. Dit doen zij op de manier van commedia dell’arte uit de 17de eeuw.


  1. Welke rollen zijn er te vergeven en wat zijn de karakters daarvan.

  2. Welke docent vragen zij voor welke rol? Wat is de overeenkomst van de docent en de rol?

  3. Wat voor kleding past bij de rol/docent?

  4. Hoe wordt Patty Brad neergezet in commedia dell‘ arte?

  5. Welke maskers worden overdreven gemaakt?

  6. Hoe ziet de schoolposter eruit? (de aankondiging)

Beschrijf waarom jullie deze keuzes hebben gemaakt, op basis van wat je al weet en wat je heb onderzocht over de commedia dell ‘arte.patty

Als jullie deze informatie hebben opgezocht, maken jullie een hand-out voor je klasgenoten, waar de belangrijkste dingen op 1 A4 worden gezet. Die nog niet in de les zijn benoemd.

Maak van al je tips, een visuele voorstelling met afbeeldingen of fragmenten.. Presenteert dit aan je klasgenoten, zodat zij begrijpen waarom jullie dit hebben gekozen.

"Het is de zoveelste keer dat ik trouw", zegt de 52-jarige diva


Opdracht 7

Duo.


Alle vragen gaan over Nederland in de 17de eeuw.


  1. Waarom had Nederland niet een hof van pracht en praal zoals Frankrijk of Italië in de 17de eeuw?

  2. Waarom werd het de Gouden Eeuw genoemd?

  3. Welke kunsten floreerden vooral in de 17de eeuw en waarom?

  4. Bekijk enkele historiestukken (schilderijen) van Rembrandt en verklaar waaraan je kunt zien dat hij beïnvloed s door zijn theater bezoeken.


7B

Duo



  1. Welke karakters spelen erin commedie dell’arte? Leg uit wat voor types zij waren en hoe zij eruit zagen. Benadruk de kenmerken met plaatjes.

  2. In commedia dell ‘arte verandert het verhaal bij elke optreden, maar de karakters blijven hetzelfde. Leg uit waardoor dit komt.

  3. Zijn er verschillen in het volkstoneel en klassiek toneel? Leg je antwoord uit,

  4. Leg uit waardoor zestiende eeuw het theater steeds meer een belangrijke rol gaat spelen voor toneelgezelschappen.


Opdracht C

C1

Duo.


Welke termen horen het beste bij elkaar en waarom:


  1. Vermeer A Schouwburg

  2. Moraal B Sterk licht/donker contrast

  3. Vergankelijkheid C Orgel

  4. Specialisatie D Vondel

  5. Van Campen E ’t kan verkeren

  6. Stadhuis op de dam F Nieuwe Schouwburg

  7. 1665 G Beelden groepen

  8. Vierschaar H Genre

  9. Retorica I Kunsthandel

  10. Samuel Coster J Delft

  11. Vondel K Rederijkers

  12. Sweelink L 1ste Amsterdamse schouwburg

  13. Bredero M Republiek

  14. Rembrandt v Rijn N De mens is vergankelijk

  15. 80 Jarige oorlog O Porselein

  16. Willem van Oranje P Vanitasstileven

  17. Noordelijke Nederlanden Q Salomonsoordeel

  18. Tablaux vivants R Tomaat en Tulp

  19. Delft S Stedenmaagd

  20. VOC T Stadhuis op de dam

  21. Gijsbrecht van Amstel U België




1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

































































C2

Duo.
Schrijf met je groepje 4 stellingen op naar aanleiding van de teksten in het lesboek. Deze stellingen worden door de rest van de klas gelezen en beoordeeld of ze wel of niet waar zijn. Uit je stelling moet je kennis over deze periode blijken. Je gebruikt dus zowel muziek, dans als drama. Beeldend kunst en architectuur mag je buiten beschouwing laten. Je krijgt hiervoor 15 minuten. Je levert een vel in met daarop de 3 stellingen erop geschreven met daarbij een verklaring voor hun waarheidsgehalte. Voor de klas schrijf je elke stelling op een A5 vel.


Stellingen worden klassikaal beoordeeld en moeten tot gebruik geheim blijven.
De stellingen worden door de docent beoordeeld op:

  • Bruikbaarheid voor een examen.

  • Inhoudelijke kennis van de periode hofcultuur.

  • Het vermogen verbanden te leggen tussen de verschillende disciplines.

  • Originaliteit.


D

Voor het examen moet je:



  • Kunnen beschrijven wat de positie is van de kunstenaar in relatie tot vraag en aanbod in het kunstbedrijf en de historische context.

  • Van de functies en doelstellingen van kunst in dienst van politieke ideeën in relatie tot de kunsthistorische context beschrijvingen kunnen geven en de meest kenmerkende middelen kunnen noemen.

  • Weten welke inhoud (boodschap, propaganda, verzet) hierbij uitgedrukt wordt.

Voor het onderdeel drama moet je dit kunnen toepassen op de stadsschouwburg in Amsterdam, de rederijkerskamers, neoklassieke kluchten en tragedies, spektakelstukken.

De onderwerpen die hiervoor van belang zijn:


  • Visies op de geschiedenis; religieus en wereldlijk.

  • Diversiteit van christelijke geloofsovertuigingen.

  • Protestantse visies op de kunsten.

  • Aristoteles principes in het theater.

  • Ter lering en vermaak.

  • Kunst en vliegwerk (Toneel machines).

  • Vermaak als medicijn (klucht).

Maak met een groepje van 3 personen de volgende opdracht:

Leerling Bredero heeft van mijnheer Kagie en mevrouw Helder de opdracht gekregen om een klucht te schrijven voor de docenten toneel voorstelling van het ISW met de Aristoteles principes erin verwerkt. De klucht moet ter lering van de docenten en ter vermaak ven docenten en leerlingen worden volgens Bredero. ISW Directeur Vondel moet de klucht goedkeuren en heeft daarbij te maken met de leider van de protestantse kerk uit ’s- Gravenzande.

Hou als groep voor de klas de discussie over dit onderwerp waarbij de volgende rollen vervuld moeten worden:

1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   16

  • Punten Opdracht nr. Titel opdracht / lesstof
  • Schoolexamen in bufferweek 2.
  • Opdracht C: Begrippen en vragen Dinsdag 19 december / 5 januari Opdracht D: Presentatie Dinsdag 5 januari Vwo 5
  • Deze opdrachten zijn gemaakt door Tineke van Cappellen. De opdrachten moesten de leerlingen gedurende periode 1 en 2 maken. Elke les ongeveer 1 tot 2 opdrachten.
  • Opdracht A.
  • Opdracht B
  • Opdracht C C1

  • Dovnload 0.78 Mb.