Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Standaard programma van eisen gemeenten regio achterhoek

Dovnload 457.06 Kb.

Standaard programma van eisen gemeenten regio achterhoek



Pagina1/7
Datum31.07.2017
Grootte457.06 Kb.

Dovnload 457.06 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7




PvE      
STANDAARD PROGRAMMA VAN EISEN GEMEENTEN REGIO ACHTERHOEK
Inventariserend veldonderzoek proefsleuven (IVO-P)



     
Gemeente     











Goedkeuring PvE door invullen autorisator



Handtekening voor akkoord

Naam en functie: drs. M.H.J.M. Kocken, regionaal archeoloog

Datum:



Dit programma van eisen is voornamelijk gericht op inventariserend archeologisch vooronderzoek in het landelijk gebied. Dit programma van eisen is uitsluitend bedoeld om eisen te stellen waaraan de vergunningvrager van overheidswege dient te voldoen. Dit programma van eisen bevat geen aanvullende eisen die de vergunningvrager aan de uitvoerder stelt. Vergunningvrager, bevoegde overheid en uitvoerder dragen vanuit hun rol bij aan het uitvoeren van het onderzoek volgens dit PvE en aan het handhaven van de vereiste kwaliteit. Bij het aantoonbaar in gebreke blijven van vergunningvrager en /of uitvoerder kan de bevoegde overheid gelasten dat de werkzaamheden worden gestaakt en/of worden verbeterd.



Programma van Eisen

Locatie

 FORMTEXT [Gerichte gebiedsaanduiding, bijvoorbeeld: deelgebiedaanduiding, kadastraalnummer, adres, toponiem.]    

Projectnaam

 FORMTEXT [Projectnaam die de initiatiefnemer aan het project gegeven heeft]

Plaats binnen archeologisch proces

  • IVO – Proefsleuven (IVO-P)

Opsteller




Naam, adres, telefoon, e-mail

datum

paraaf

Auteur


     

     




Senior KNA-archeoloog

(controle/goedkeuring en auteur hoofdstukken 4 en 6)



     

     




Vergunningvrager of initiatiefnemer bestemmingsplanwijziging




Naam, adres, telefoon, e-mail

datum

paraaf




     

     



Goedkeuring bevoegde overheid




Naam, adres, telefoon, e-mail

datum

paraaf

[Gemeente]

     

     



Archeologisch adviseur van de bevoegde overheid

drs. M.H.J.M. Kocken, regionaal archeoloog
Omgevingsdienst Achterhoek (ODA)

Elderinkweg 2

Postbus 200, 7255 ZJ Hengelo (Gld.)

E: marc.kocken@odachterhoek.nl

M: 06 52 56 58 55



     




INHOUDSOPGAVE

HOOFDSTUK 1. ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ONDERZOEKSGEBIED 7

HOOFDSTUK 2. AANLEIDING EN MOTIVERING VAN HET ONDERZOEK 8

2.1 Aanleiding 8

2.2 Motivering 8

2.3 Doelstelling 8



HOOFDSTUK 3. EERDER UITGEVOERD ONDERZOEK 10

HOOFDSTUK 4. ARCHEOLOGISCHE VERWACHTING 11

4.1 Situering en inrichting van het onderzoeksgebied 11

4.2 Regionale archeologische en (cultuur)landschappelijke context 11

4.3 Aard en typering van de vindplaats(en) 11

4.4 Begrenzing en oppervlakte van de vindplaats(en), indien bekend 11

4.5 Bodemopbouw en stratigrafie 11

4.6 Historisch grondgebruik en bebouwing 11

4.7 Prospectieve kenmerken en typering 11

4.8 Archeologische stratigrafie en diepte van vondstlagen 11

4.9 Structuren en sporen (systemisch) 11

4.10 Anorganische artefacten 11

4.11 Organische artefacten 11

4.12 Archeozoölogische en -botanische resten 11

4.13 Menselijke resten 12

4.14 Gaafheid en conservering 12

5.1 Doelstelling 13

5.2 Relatie met NOaA en/of andere onderzoekskaders 13

5.3 Onderzoeksvragen 13



HOOFDSTUK 6. METHODEN EN TECHNIEKEN: OPERATIONALISERING 18

6.1 Strategie en uitgangspunten 18

6.2 Methoden en technieken (veldwerk) 19

6.3 Omgang met kwetsbaar vondstmateriaal 22

6.4 Structuren, grondsporen 22

6.5 Aardwetenschappelijk onderzoek 25

6.6 Anorganische artefacten 25

6.7 Organische artefacten 25

6.8 Archeozoölogische en -botanische resten 25

6.9 Menselijke resten 26

6.10 Dateringsonderzoek en overig natuurwetenschappelijk onderzoek 26

6.11 Beperkingen 27



HOOFDSTUK 7. UITWERKING EN CONSERVERING 28

7.1. Evaluatierapport 28

7.2 Technische uitwerking – algemeen 29

7.3 Wetenschappelijke uitwerking - algemeen 29

7.4 Structuren, grondsporen, vondstspreidingen 29

7.5 Analyse aardwetenschappelijke gegevens 30

7.6 Anorganische artefacten 30

7.7 Organische artefacten 30

7.8 Archeozoölogische en -botanische resten 31

7.9 Beeldrapportage 31



HOOFDSTUK 8. (DE)SELECTIE EN CONSERVERING 32

8.1 Selectie materiaal voor uitwerking 32

8.2 Selectie materiaal voor deponering en verwijdering 32


32

8.3 Selectie materiaal voor conservering 34



35


HOOFDSTUK 9. RAPPORTAGE EN DEPONERING 36

9.1 Eindrapportage 36

9.2 (Eisen aan) deponering van vondsten en data 38

9.3 Integriteit 38



HOOFDSTUK 10. RANDVOORWAARDEN EN AANVULLENDE EISEN 39

10.1 Personele randvoorwaarden 39

10.3 Kwaliteitsborging, toezicht en handhaving 40

10.4 Externe communicatie 42

10.5 Overige randvoorwaarden en aanvullende eisen 42

HOOFDSTUK 11. WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN HET VASTGESTELDE PVE 42

11.1 Wijzigingen tijdens het veldwerk 42

11.2 Belangrijke wijzigingen 43

11.3 Procedure van wijziging na de evaluatiefase van het veldwerk 43

11.4 Procedure van wijziging tijdens uitwerking en conservering 44

HOOFDSTUK 12 Archeologische Kennisagenda Oost- Gelderland 44

12.1 De vier archeologisch inhoudelijke topthema’s voor Oost-Gelderland 44

12.2 Verdedigingswerken in betwist grensland 44

12.3 Regionale laatmiddeleeuwse stads- en dorpsvorming 46

12.4 Het ontstaan van het hoevenlandschap 46

12.5 Grondstofwinning, -productie en -gebruik 47



HOOFDSTUK 13 Voorraad archeologie Archeoregio 3 48

LITERATUUR EN BIJLAGEN 50

Literatuur 50

Bijlage(n) 50



BIJLAGE LIJST MET TE VERWACHTEN AANTALLEN 51

HOOFDSTUK 1. ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ONDERZOEKSGEBIED

Projectnaam

     

    Provincie

    Gelderland

    Gemeente

     

    Plaats

     

    Toponiem

     

    Adres

     

    Kaartbladnummer

     

    x,y-coördinaten (RD in meters)




X

Y




NW

     

     




NO

     

     




ZW

     

     




ZO

     

     

    CMA/AMK-status

     

    Archis-monumentnummer

     

    Archis-waarnemingsnummer

     

    CIS-code/ARCHIS-onderzoekmeldingnummer

Voor aanvang van het onderzoek dient de CIS-code aangevraagd te worden bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (ARCHIS).

    Oppervlakte plangebied

     

    Oppervlakte onderzoeksgebied

     van het deelgebied waarbinnen het proefsleuvenonderzoek plaatsvindt;

     van het gebied dat d.m.v. dit proefsleuvenonderzoek daadwerkelijk wordt onderzocht.



Totale oppervlakte werkputten op maaiveldniveau

      [zie tevens § 6.1]

Dekkingspercentage

      procent van het onderzoeksgebied

    Huidig grondgebruik

     

Aard vergunningplichtige activiteit

     


HOOFDSTUK 2. AANLEIDING EN MOTIVERING VAN HET ONDERZOEK

Waar in de tekst sprake is van ‘vergunningvrager’ dient dat als ‘vergunningvrager dan wel initiatiefnemer van een bestemmingsplanwijziging of omgevingsvergunning’ gelezen te worden. Waar sprake is van een ‘vergunningaanvraag’ dient dat als ‘vergunningaanvraag of aanvraag wijziging bestemmingsplan’ gelezen te worden.
2.1 Aanleiding

Dit programma van eisen heeft betrekking op een proefsleuvenonderzoek in relatie tot de in hoofdstuk 1 genoemde vergunningplichtige activiteit:      .



Deze vergunningplichtige activiteit zal naar verwachting de volgende verstoring te weeg brengen:      .
Verwachte effecten van de vergunningplichtige activiteit op het archeologisch bodemarchief:      
2.2 Motivering

  • Het onderzoeksgebied is volgens de vigerende gemeentelijke      kaart gelegen in een gebied met een       archeologische verwachting;

  • Volgens het gemeentelijk archeologiebeleid is in dit gebied voor werkzaamheden dieper dan       cm en met een oppervlakte van meer dan       vierkante meter een rapport over de waarde van het te verstoren terrein vereist;

  • Eerder onderzoek heeft aangetoond dat in het onderzoeksgebied, in hoofdstuk 4 nader gespecificeerde, archeologische resten1 aanwezig zijn;

  • Op grond hiervan is door de bevoegde overheid besloten dat (verder) onderzoek naar de waarde nodig is:      ;

  • Conform het stroomdiagram voor de keuze onderzoeksmethoden van KNA 3.3 is een proefsleuvenonderzoek het meest geschikt om de vraagstelling te beantwoorden;

  • Dit programma van eisen bepaalt aan welke eisen het rapport over de waarde en het daarvoor uit te voeren onderzoek moet voldoen.


2.3 Doelstelling

  • Het       van archeologische resten en het toetsen van eerder geformuleerde verwachtingen hieromtrent;

  • Buiten monumenten: het bepalen van de archeologische kenmerken van het terrein, waaronder het lokaliseren van eventuele vindplaatsen, het toetsen van de in hoofdstuk 2.2 genoemde en/of in hoofdstuk 4 gespecificeerde verwachting en het bepalen van de archeologische waarde van het terrein conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (vigerende versie) ten behoeve van besluitvorming over al dan niet aan de vergunning te stellen voorwaarden;

  • Binnen monumenten: het actualiseren en detailleren van de archeologische kenmerken en de hierboven genoemde, eerder bepaalde waarde van het terrein en/of delen daarvan ten behoeve van besluitvorming over al dan niet aan de vergunning te stellen voorwaarden. Dit kan leiden tot wijziging van de eerder vastgestelde waarde of tot een specificeren van de aard of plaats van de binnen het monument aanwezige vindplaats;

  • Het geven van aanbevelingen over de noodzaak van eventueel vervolgonderzoek of te nemen behoudsmaatregelen, gelet op de geconstateerde informatiewaarde en gaafheid en de te verwachten verstorende effecten van de ingreep waarvoor vergunning gevraagd wordt.

  • Het onderzoeken welke mogelijkheden er zijn, of welk perspectief er is, voor in situ behoud en wat daarvoor de randvoorwaarden zijn;

  • Het geven van aanbevelingen met betrekking tot de bij eventueel vervolgonderzoek toe te passen strategieën, methoden en technieken, onderzoeksprioriteiten en onderzoeksvragen;

  • Het geven van aanbevelingen met betrekking tot de aard van eventueel te nemen behoudsmaatregelen.


HOOFDSTUK 3. EERDER UITGEVOERD ONDERZOEK




  • Onderzoeksmeldingnummer

ARCHIS-gegevens

  • Soort onderzoek

type onderzoek

  • Uitvoerder

naam uitvoerder

  • Uitvoeringsperiode

maand-jaar (mm-yy)

  • Rapportage/publicatie

auteur(s), jaar, titel, reeks, reeksnummer, uitgever etc

  • Bewaarplaats vondsten/documentatie

De vondsten en documentatie van het uitgevoerde onderzoek bevinden zich in het archief/depot van naam bedrijf te plaats onder projectcode ….. . Zij worden overgedragen aan het provinciaal archeologisch depot van de provincie Gelderland te Nijmegen.




Bovenstaande tabel kopiëren en invullen als meer publicaties voorhanden zijn en/of meer typen onderzoek uitgevoerd zijn.

HOOFDSTUK 4. ARCHEOLOGISCHE VERWACHTING


4.1 Situering en inrichting van het onderzoeksgebied

Met ‘onderzoeksgebied’ of ‘onderzoeksterrein’ wordt bedoeld het in hoofdstuk 1 genoemde onderzoeksgebied. Zie ook figuur 1.


4.2 Regionale archeologische en (cultuur)landschappelijke context

Voor het grotere kader wordt verwezen naar het rapport bij de gemeentelijke  FORMTEXT [maatregelen/verwachtingen/beleids]kaart. In deze alinea wordt ingegaan op de directe omgeving van het onderzoeksgebied.


 FORMTEXT [ Welke vindplaatsen zijn er uit de omgeving bekend? Wat is er bekend van hun aard, ouderdom, omvang, gaafheid, conservering en landschappelijke context. Geef de ruimtelijke verspreiding aan.]
4.3 Aard en typering van de vindplaats(en)

 FORMTEXT [Aard en typering van de vindplaats(en) is grotendeels gebaseerd op de bevindingen en adviezen van eerder (voor)onderzoek (auteurs, publicatiejaar)]


4.4 Begrenzing en oppervlakte van de vindplaats(en), indien bekend

     
4.5 Bodemopbouw en stratigrafie

     
4.6 Historisch grondgebruik en bebouwing

     
4.7 Prospectieve kenmerken en typering

     
4.8 Archeologische stratigrafie en diepte van vondstlagen

     
4.9 Structuren en sporen (systemisch)

     
4.10 Anorganische artefacten

     
4.11 Organische artefacten

     
4.12 Archeozoölogische en -botanische resten

     
4.13 Menselijke resten

     
4.14 Gaafheid en conservering

     


HOOFDSTUK 5. DOELSTELLING EN VRAAGSTELLING
5.1 Doelstelling

Bij karterend proefsleuvenonderzoek

De doelstelling van karterend proefsleuvenonderzoek is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het bureauonderzoek (conform KNA versie 3.3 protocol 4003 inventariserend veldonderzoek). Indien het onderzoek inderdaad archeologische resten oplevert, dient de archeologische waarde hiervan direct aansluitend te worden vastgesteld (zie doelstelling ‘Bij waarderend proefsleuvenonderzoek’). Het onderzoek komt voort uit de eisen die de bevoegde overheid stelt aan de aanvraag voor een omgevingsvergunning of wijziging van een bestemmingsplan.

     

Bij waarderend proefsleuvenonderzoek

De doelstelling van het onderzoek is het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein c.q. de archeologische vindplaats (waardestelling conform KNA versie 3.3 Bijlage IV waarderen van vindplaatsen en eisen gesteld in dit PvE). Het onderzoek komt voort uit de eisen die de bevoegde overheid stelt aan de aanvraag voor een omgevingsvergunning of de wijziging van een bestemmingsplan. Het resultaat van een IVO is een rapport met een waardering en een inhoudelijk (selectie-)advies (buiten normen van tijd en geld), aan de hand waarvan een beleidsbeslissing genomen kan worden. Dit betekent dat de veldactiviteiten uitgevoerd worden tot het niveau waarop deze beslissing gefundeerd genomen kan worden, dat wil zeggen dat de archeologische waarden van het terrein/vindplaats in voldoende mate zijn vastgesteld.

     
5.2 Relatie met NOaA en/of andere onderzoekskaders

Voor een proefsleuvenonderzoek is de NOaA niet verplicht, maar kan wel richtinggevend worden ingezet. Wel van toepassing is de regionale archeologische kennisagenda (zie hoofdstuk 11; Kennisagenda Archeologie Oost Gelderland; Boonstra e.a. 2011) en de thans bekende regionale voorraad archeologie (hoofdstuk 12: Zoetbrood e.a. 2006). De topthema´s uit de Kennisagenda Archeologie Oost/Gelderland (Hoofdstuk 11: Boonstra e.a. 2011) zijn - getuige de onbalans in de huidige regionale voorraad archeologie - uitdrukkelijk niet bedoelt als selectie-instrument.


5.3 Onderzoeksvragen

De onderzoeksvragen dienen puntsgewijs en beargumenteerd beantwoord te worden. Indien geen antwoord mogelijk is, dient dat beargumenteerd toegelicht te worden.


5.3.1 Bodemopbouw en landschap

  1. Hoe is de opbouw van het profiel (lithologische laagopeenvolging en bodemhorizonten)?

  2. Wat was (waarschijnlijk) het niveau van het maaiveld in de onderscheiden archeologische perioden?

  3. Welke hydromorfe kenmerken zijn in het profiel aanwezig (sporen van oxidatie en reductie) en op welke diepte(n)?

  4. Welke lagen/bodemhorizonten zijn kalkrijk, kalkarm of kalkloos?

  5. Wat is de grondwaterstand en de grondwatertrap ter plaatse?

  6. Welke lagen/bodemhorizonten bevatten organische resten (plantenresten, dierresten)?

  7. In het kader van waardestellend onderzoek, zijn er, gelet op de lokale lithologie, bodems en hydrologie, onverbrande dierlijke en plantaardige resten:

    1. te verwachten?

    1. Zo ja, in welke context(en)?

  1. Zijn er:

a.Sedimentiefases te onderscheiden in het profiel?

    1. Wat zijn de onderscheidende kenmerken daarvan?

    2. Wat is de geschatte datering?

    3. Heeft tussen de onderscheiden fases van sedimentatie bodemvorming plaats gevonden?

  1. Is er sprake van processen van bodemvorming, erosie, laterale verplaatsing, afdekking?

  2. Is er sprake van processen van vernatting (gley, veenvorming) en/of verdroging (eventueel verstuiving?

  3. In welke mate is de bodem in het plangebied verstoord?

  1   2   3   4   5   6   7

  • Gemeente  
  • Plaats binnen archeologisch proces
  • Vergunningvrager of initiatiefnemer bestemmingsplanwijziging
  • Goedkeuring bevoegde overheid
  • INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1. ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ONDERZOEKSGEBIED 7 HOOFDSTUK 2. AANLEIDING EN MOTIVERING VAN HET ONDERZOEK 8
  • HOOFDSTUK 6. METHODEN EN TECHNIEKEN: OPERATIONALISERING 18
  • HOOFDSTUK 7. UITWERKING EN CONSERVERING 28
  • HOOFDSTUK 8. (DE)SELECTIE EN CONSERVERING 32
  • HOOFDSTUK 10. RANDVOORWAARDEN EN AANVULLENDE EISEN 39
  • HOOFDSTUK 12 Archeologische Kennisagenda Oost- Gelderland 44
  • HOOFDSTUK 13 Voorraad archeologie Archeoregio 3 48 LITERATUUR EN BIJLAGEN 50
  • HOOFDSTUK 2. AANLEIDING EN MOTIVERING VAN HET ONDERZOEK
  • HOOFDSTUK 3. EERDER UITGEVOERD ONDERZOEK
  • HOOFDSTUK 4. ARCHEOLOGISCHE VERWACHTING 4.1 Situering en inrichting van het onderzoeksgebied
  • 4.3 Aard en typering van de vindplaats(en)
  • 4.7 Prospectieve kenmerken en typering
  • 4.13 Menselijke resten
  • 5.2 Relatie met NOaA en/of andere onderzoekskaders
  • 5.3.1 Bodemopbouw en landschap

  • Dovnload 457.06 Kb.