Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Ste Jaargang; nummer 3, november 2016

Dovnload 71.46 Kb.

Ste Jaargang; nummer 3, november 2016



Datum12.03.2017
Grootte71.46 Kb.

Dovnload 71.46 Kb.





Zendingspost

Kwartaaluitgave van de Classicale Commissies voor Zending en Werelddiaconaat; Classes Barendrecht en Dordrecht

68ste Jaargang; nummer 3, november 2016




Familie Anthonissen


Ilja en Marleen Anthonissen - Onderwijsadviseur en pastoraal werker, uitgezonden naar Israël
koptekst%20levant.jpg https://www.kerkinactie.nl/static/image/8915/10/familie%20ilja%20en%20marleen.jpg

iez Rasíe-ie s ljoebóvjoe [From Russia with love]

Blog

zaterdag 5 november 2016


Weblog 31, 4 november 2016
Zo Bond als in de gelijknamige film, met z’n even onwaarschijnlijke als bloedstollende plot, hebben we het niet gemaakt tijdens Sukkot, het joodse Loofhuttenfeest. Wel werden we in eigen land onverwacht getrakteerd op een lang weekend voormalige Sovjet-Unie op haar best.

Maanden geleden hadden we het woeste plan opgevat om tijdens deze achtdaagse happening vrienden in Kazachstan op te zoeken. Eén van hen heeft dit voorjaar haar eerste kind gekregen, terwijl een ander op haar veertigste nog steeds ongetrouwd is en het daar erg moeilijk mee heeft. Vervolgens kwamen we erachter dat er vanuit Tel Aviv geen directe vliegverbinding met Almaty is. Ook werd niet helemaal duidelijk in welk visumregime wij als administratief geëmigreerde Nederlanders vallen en realiseerden we ons dat we eigenlijk geen tijd hebben om dat allemaal uit te zoeken. Of het spontaan te ontdekken bij de Kazachse douane.

Gelukkig bedachten we nog bar weinig van Israël te hebben gezien, en werd het ‘gewoon’ Netanya aan de Middellandse Zee. Terwijl veel Nederlanders Sukkot komen meemaken in Jeruzalem, gaan niet-religieuze Israëli’s juist massaal de grens over. Naar Cyprus, West-Europa of de Egyptische Sinaï nota bene om er lekker te chillen: http://www.ad.nl/dossier-nieuws/wiet-roken-op-steenworp-afstand-van-is~a9d0b87d/. Wij mogen daar van de doorgaans nogal relaxte Nederlandse ambassade absoluut niet komen vanwege ISIS-aanwezigheid in het gebied. Qua drukte op het Netanyese strand kon het dus alleen maar meevallen, maar we waren wel wat bezorgd over de openingstijden van winkels en bezienswaardigheden. Veel is ’s middags namelijk dicht tijdens de zes ‘tussendagen’ van Sukkot. En hoe we het, op het ontbijt na, met eten gingen doen, wisten we ook nog niet. Vooral op shabbat, als alleen tankstation-shops open zijn. De hele dag Snickers eten?

Ons Sovjet déjà-vu begon al in het hotel, dat grotendeels bestierd en bevolkt werd door Russisch sprekende Israëli’s. Met Marieke en Niels als chaperonnes aan ons voeteneinde hier echter geen spionagefilmische verleidingsscènes; na een nachtje met z’n tweeën trekken aan een veel te klein dekbed, stonden we ’s ochtends vroeg al in ons beste Russisch te onderhandelen over een extra exemplaar. En legden we aan de moederlijke schoonmaaksters uit dat ze onze kamer niet hoefden opruimen, alleen de overvloedige plastic restanten van het broodje-kaas-op-de-kamer van de vorige avond. Dat hadden we trouwens gekocht in een Russische supermarkt waar we als kinderen zo blij rondhuppelden tussen Oekraïense bonbondozen en stapels Russische ‘roelet’ die, anders dan de casinoklank doet vermoeden, bestaat uit heerlijk chemische aardbeienjam en room in een eeuwig houdbaar cakeje. En alle varkensoren en -poten niet te vergeten, door Marieke en Niels ieuw-gillend aangewezen in de koelvitrine van de slagersafdeling. Wij zijn voorgoed bekeerd tot het Bijbels-koosjere dieet van herkauwende spleethoevigen, schubvinnige zeebeesten en tam gevogelte. Bij voorkeur hapklaar vormgegeven en gehuld in een krokant verhullend jasje. Ook op straat waanden we ons in ‘Stan’, met overal bloemenzaken en nagelstudio’s, gezellig keuvelende baboesjka’s in het park en gezinnen met spichtig blonde kindertjes die op het centrale plein zaten te luisteren naar aria’s uit een opera van Rossini, door Ilja’s andere opa altijd treffend ‘gezang uit een open raam’ genoemd.


Omdat we bij aankomst de allerlaatste gratis parkeerplek in de wijde omtrek van het hotel hadden weten te bemachtigen, zat er niets anders op dan verder alles te voet te doen. Tot groot plezier van de kinderen… Alleen de belofte dat we halverwege zouden stoppen in een eerder gespot indianendorp kon ze bewegen tot de door ons geplande stadswandeling. Als je loopt, proef je de sfeer beter en zie je meer. Zoals de eindeloze, dertig verdiepingen hoge woontorens waarmee de kust wordt volgeplempt en waar rijke joden uit de VS een optrekje kopen dat ze alleen met de feestdagen bewonen. En de grauwe volkswijken uit de jaren ’60 die eruit zien of ze elk moment kunnen instorten en waar grote gezinnen in minikamertjes op elkaars lip zitten. Ook liepen we langs het Park Hotel, waar in 2002 tijdens Pesach een als een vrouw verklede Palestijn uit de Westbank zichzelf opblies terwijl bejaarden samen de Sedermaaltijd aan het vieren waren. Er vielen dertig doden en honderdveertig gewonden, één van de afschuwelijke aanslagen die de bouw van de Muur hebben getriggerd.

Net vóór de speeltuin bezochten we het nationale monument voor de 25 (!) miljoen inwoners van de Sovjet-Unie die tijdens de Tweede Wereldoorlog het leven verloren in de strijd tegen het Nazisme. Omdat je vaak leest hoe moeilijk Joden het hadden in communistisch Rusland, vonden we het bijzonder dat de Russen hier de eer krijgen van het redden van het Joodse volk. De positie van de ruim één miljoen Russische Joden in de Israëlische samenleving is trouwens complex. In de jaren ’90 zijn ze hiernaartoe gekomen en sindsdien altijd een beetje buitenbeentjes gebleven: onafhankelijk qua taal en cultuur, en met een problematische achtergrond in de ogen van het zeer orthodoxe joodse rabbinaat. Een deel van deze Russen is etnisch Joods maar leeft ongelovig Russisch, terwijl honderdduizenden anderen graag willen integreren in de religieus-joodse samenleving maar hun Joodse afkomst niet kunnen aantonen. Weer een ander deel is christen, soms openlijk, soms in het verborgene. Omdat ze Russisch zijn, wordt dat wel meer getolereerd dan van andere Israëli's.

Op shabbat bezochten we een Messiasbelijdende gemeente. Ook als je geen Hebreeuws verstond, was het zonneklaar dat de preek ging over Yeshua als het Brood des Levens, dat daarna bij het avondmaal werd uitgedeeld in de Sukka, de tent van palmtakken waarin de Israëlieten ooit bivakkeerden tijdens hun tocht door de woestijn. Door de openingen tussen de takken kun je de hemel zien en besef je hoe klein en afhankelijk je als mens bent. Maar ook dat God over je waakt en voor je zorgt. Wij zagen een groep hartelijke mensen met oog voor hun naasten en waren niet verrast om later op hun website te lezen dat ze toenadering zoeken tot hun Arabische broeders & zusters in Israël en de Palestijnse Gebieden.

Natuurlijk kwamen we ook in Netanya Nederlanders tegen. Bij bovenstaande dienst ontmoetten we bijvoorbeeld een stel dat bemoedigingsreizen naar het Heilige Land maakt, waar ze bij Joodse gastgezinnen verblijven en verbinding zoeken door samen het Oude Testament te bestuderen. En een gezin dat hier al jaren woont en het steeds moeilijker vindt dat ze op school en op het werk niet mogen praten over hun geloof in Jezus. En op de boulevard hadden we een vervolgontmoeting met een echtpaar dat we eerder in Jeruzalem hadden gesproken. Zij vonden het een gemis dat er tijdens hun groepsreis geen aandacht was voor Palestijnse christenen en stonden daarin tamelijk alleen. Het was fijn om elkaar te kunnen bemoedigen en om ze op hun vrije dag toch nog kennis te laten maken met gelovigen uit ons netwerk. Niels en Marieke waren helemaal happy met deze ‘extra’ opa en oma die hand in hand met hen langs het strand wilden wandelen.

O ja, ons natje en droogje… Het zal je niet verbazen dat we drie keer bij IKEA zijn wezen eten. Daar waren ze, behalve op Erev Shabbat (vrijdagavond), ’s avonds namelijk gewoon open. En we waren niet de enigen. Toen we zaterdagavond een half uur na het einde van de shabbat uitgehongerd aan kwamen zetten, stonden er al honderden mensen bij de ingang te drommen. Wat zeker bijdroeg aan onze frequente gang naar de Zweedse meubelgigant waren de prijzen in andere restaurants. Op shabbat betaalde je 30-40 Euro voor een rondje buffet en als je in de Sukka wilde eten zelfs 60 Euro per persoon. Ruim twee euro per hap! Bij IKEA kostte het ‘manna (= gerecht) van de dag’ een bescheiden 5 Euro, waarvoor je – passend bij de tijd in de woestijn – een royaal stuk ‘kwakkel’ kreeg. Met Franse frietjes en een berg sperziebonen in plaats van de hemelse witte korrels, dat wel.
Al met al hebben we enorm genoten van ons verblijf aan de Russische Rivièra. Voor herhaling vatbaar! En als het kan binnenkort, want we zijn er na krap twee weken alweer aan toe – zie onze volgende blog.

Bericht van de gemeente Heerjansdam

Even voorstellen; Eva Steen werkt voor Rainbow Angels bij Victory4All in Zuid-Afrika.
Eva Steen uit Barendrecht is sinds mei 2014 uitgezonden naar Jeffrey’s Bay, Zuid-Afrika door de PKN gemeente Heerjansdam. Eva had hier al eerder een jaar gewerkt binnen een bestaand project van Victory4All. Eva heeft de groep Rainbow Angels opgericht binnen de Rainbow school. Dit is een speciale school voor kinderen met eenleerachterstand of verstandelijke beperking. Jeffrey’s Bay is gelegen aan de Oostkust van Zuid-Afrika. Hier wonen veel mensen in sloppenwijken en er heerst veel problematiek rondom verslaving, geweld en werkloosheid. Er was in de wijde omgeving geen enkele opvang voor kinderen met een meervoudige beperking. De kinderen bleven thuis en daarbij wisten ouders simpelweg niet hoe hier mee om te gaan. Kinderen kregen te weinig zorg en p1290423.jpg

14 jaar in de gehandicaptenzorg gewerkt en voelde in Zuid- Afrika heeft lang niet iedereen toegang tot goede gezondheidszorg. Eva heeft hiervoor in Nederland de roeping om haar werk op te zeggen en dit project

te starten. Er kwam veel bij kijken om voor deze kwetsbare kinderen iets te starten vanuit vrijwel niets.

Rainbow Angels begon met 5 kinderen en inmiddels bestaat de groep uit 7 kinderen waarvan de meeste kinderen een rolstoel gebruiken. De kinderen hebben allemaal een hersenbeschadiging opgelopen door te weinig zuurstof tijdens de bevalling of een ziekte binnen het eerste levensjaar, zoals hersenvliesontsteking. Dit uit zich in spasmes, vervormde gewrichten, epilepsie, niet kunnen staan of lopen, niet kunnen praten en daarbij een ernstige verstandelijke beperking.

“In de afgelopen 2,5 jaar hebben we al veel bereikt” aldus Eva. “Ten eerste zijn de kinderen veel mobieler geworden doordat ze of meer kunnen of doordat ze inmiddels een rolstoel hebben. Daarnaast zijn de ouders veel meer betrokken bij hun kind en de ontwikkeling en hebben ze geleerd hoe zij het beste met hun kind om kunnen gaan. We hebben steeds meer activiteiten gericht op hun behoeftes. Je moet hierbij denken aan masseren om spieren te laten ontspannen, zwemmen, muziektherapie en dergelijke.”

Naast het feit dat het project nu al behoorlijk staat wil Eva nog meer bereiken: zij wil meer kinderen kunnen helpen door met een tweede groep te kunnen uitbreiden. Hier is helaas nog wel een aparte ruimte voor nodig. Er bestaat inmiddels een wachtlijst met kinderen. 


“Ik probeer het evangelie uit te dragen door Gods liefde voor deze kinderen door te geven en te laten zien. Hier in Zuid-Afrika zijn deze kinderen nog niet zo geaccepteerd als in Nederland. Ik wil dat zij weten dat zij ook een parel in Gods hand en uniek zijn! Daarbij vertel ik dit ook aan de ouders om uit te leggen dat hun kind waardevol is in Gods ogen.”
Eva’s doel is om voor nog een termijn van 3 jaar aan dit project te wijden. Zij traint locale mensen om in de toekomst zelf in staat te zijn dit project en de zorg voor deze kinderen op een goede manier voort te zetten. Eva is afhankelijk van giften en sponsoren.
Meer weten over Eva en haar project?

Neem dan alstublieft een kijkje op Facebook; Eva Steen, of meldt u aan voor haar nieuwsbrief op rainbowangels0027@gmail.com


Wijkgemeente Wilhelminakerk Dordrecht
Bezoek aan Dordrecht in Zuid-Afrika.
Op 22 november 2016 is het zo ver. Een kleine delegatie vertrekt uit Dordrecht in Zuid-Holland naar Dordrecht in Zuid-Afrika.

De gemeentelijke stedenband bestaat al langer, maar de band met de Wilhelminakerk telt ook alweer heel wat jaren.


We (Sonja van Oeveren, Jan Jansen en ondergetekende) zien ernaar uit om de contacten te verstevigen. De afstand is groot en de wonderen van moderne communicatie zijn nog niet optimaal ingezet. We steken daarbij de hand in eigen boezem en zijn vast van plan mailadressen te “veroveren” om de communicatie gemakkelijker te maken.
Ook brengen we bezoeken aan de kliniek van Charlotte van den Berg. Zij is onze belangrijkste contactpersoon en goed in het onderhouden van de contacten. Zij bekijkt de website, leeft mee met de diensten op zondag en laat meer dan eens weten goed op de hoogte te zijn van ons wel en wee.

Dat is belangrijk. Van elkaar leren en proberen op gelijkwaardige manier met elkaar om te gaan.


Ook gaan we het moestuinproject bezoeken. 500 gezinnen kunnen door dit initiatief hun eigen groente verbouwen en zo het (vaak eenzijdige) menu aanvullen.

Ook de initiatieven van Peter Greyling op het gebied van scholing voor jongeren zijn een bezoek waard.


Het is de eerste keer, dat ik een bezoek breng aan Dordrecht en er zal veel op me afkomen.

Graag vertel of schrijf ik over mijn ervaringen.


Een hartelijke groet van Annet de Vries-Koppe

avkoppe@gmail.com



Familie Folmer wordt ondersteund door Barendrecht BW en Strijen

Verkiezingsstrijd op leven en dood


ill860 logo kia

De laatste tijd zijn de verkiezingen een populair onderwerp in het nieuws. We kiezen een nieuwe baas die ons mag gaan regeren. Verkiezingen laten altijd weer veel stof opwaaien en we hopen maar dat het de goede kant opgaat. In Nederland kunnen we bang zijn voor verminderde vrijheid van onderwijs of voor toenemende belasting. Maar dat is nog heel wat anders dan de zorg van de Congolezen; daar kunnen de verkiezingen een strijd zijn van leven en dood

Toegegeven; de bizarre verkiezingen in Amerika zijn een grote aanslag op ons vertrouwen in de democratie. En ook in Nederland zijn we soms bezorgd over de negatieve gevolgen van een bepaalde verkiezing. Maar we kennen niet het gevoel dat we liever even in een ander land zouden willen wonen tijdens de verkiezingen. Dat we bang zijn dat we ons boeltje in een rugzak moeten stoppen en op de vlucht gaan. Of dat enkele van de 50 militiegroepen in de omgeving weer naar de wapens grijpen en onze kinderen ophalen om met hen mee te vechten.
 
In Congo wel. De oorlog is nog maar 10 jaar geleden opgehouden. Vanaf 1998 zijn er naar schatting meer dan vier miljoen mensen overleden in de oorlog die tot 2004 voortduurde. Het was inderdaad het duistere hart van Afrika zoals Congo in de vorige eeuw werd genoemd. Ook na de oorlog is het oosten van Congo instabiel gebleven. Alhoewel mensen rondom Nyankunde toch weer langzaam zijn gaan settelen, hun akkers zijn gaan beplanten en hun huizen hebben herbouwd.
 
Maar nu komen de verkiezingen er weer aan. Althans dat zou moeten, want Kabila is alweer sinds 2001 president en heeft twee mandaten geregeerd, het maximale aantal. De verkiezingen moeten uiterlijk in november plaats vinden, maar het is al duidelijk gemaakt dat dit niet voor halverwege 2017 mogelijk is. Mensen gaan ervan uit dat Kabila onwettig langer president wil blijven. En daardoor zijn ze erg bezorgd. En niet onterecht: de protesten die vorige maand in Kinshasa plaats vonden, zijn met harde hand neergedrukt en daarbij zijn ongeveer 50 mensen om het leven gekomen.  

Voor ons is het misschien moeilijk voor te stellen. Maar onze vrienden en collega's hebben uit eigen ervaring gezien hoe makkelijk en hoe snel een bloedige burgeroorlog kan ontstaan. En zij zijn bang voor de verkiezingen, of beter gezegd, voor het feit dat verkiezingen niet plaats gaan vinden. En nogmaals: dat is geen angst voor een vulgaire president of angst voor afname van vrijheid van onderwijs. Maar dat is angst om het uitbreken van een nieuwe oorlog. Angst om je huis of je kinderen te verliezen. Angst voor nieuwe chaos. Angst dat Congo inderdaad het duistere hart van Afrika zal zijn.

Bid voor vrede in Congo.
Bid voor de komst van het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid in Congo.  

https://www.gzb.nl/zendingswerkers/willem-en-joanne-folmer/blog/verkiezingsstrijd-op-leven-en-dood?user_id=120



Berichten van Mijnsheerenland

Verslag reis naar Ghana

Op 30 april ben ik met 6 andere vrouwen afgereisd naar Acrra, de hoofdstad van Ghana, om een bijdrage te leveren aan het Life Line project.

Gedurende ons verblijf hebben wij aan 21 straatmeisjes, die opgevangen worden in het Life Line project, heel veel aandacht en liefde gegeven. U moet zich voorstellen, het zijn meisjes die op straat beland zijn en het zelf moeten uitzoeken. Meisjes in de leeftijd van 14 tot 19 jaar die geen liefde en aandacht gewend zijn.

Ze vonden het heerlijk al die aandacht. Samen kletsen, knutselen, lezen, zingen bidden en vooral veel, heel veel knuffelen, maar ook huilen toen we weer weggingen.

De meisjes blijven tot december 2016 in het opvanghuis. Tijdens het verblijf krijgen ze de begeleiding die ze nodig hebben, medische zorg en een opleiding voor kapster, naaister of sieraden maken. Aan het eind van het project wordt een veilige verblijfplaats gezocht waar ze kunnen wonen en een stageplaats zodat ze hetgeen ze geleerd hebben, verder kunnen ontwikkelen. De slagingskans is groot, meer dan 70% van de meisjes redden het nadat ze zijn opgenomen in het Life Line project, dat is een mooi resultaat.

Het voelde goed om daar te zijn, om iets van Gods liefde te kunnen laten zien. Het mooie is dat zij mij ook veel gegeven hebben. Het besef hoe goed wij het hier hebben, maar ook het besef hoe mooi het is om te delen.

Ik wil u bedanken voor uw giften en uw gebeden. Ik ben ervan overtuigd dat uw gebeden mij geholpen hebben om mee te doen aan dit mooie project.

Met een hartelijke groet,

Yvonne Kapoen



Verslag van de reis van Marijke de Lange

Het kiezen voor dit project heb ik meteen op de dag gedaan toen ik terug kwam uit Zambia. Bij de keuze maken voor dit project heb ik mijn hart gevolgd. Ik wist op dat moment ook nog niet wat mij te wachten stond. Dit kreeg ik op het voorbereidingsweekend te horen. Toen we bij het voorbereidingsweekend elkaar voor de eerste keer ontmoetten dacht ik bij het project: “Waar ben ik in vredesnaam aan begonnen?” De temperatuur zou 50 tot 60 ºC graden kunnen worden met weinig kans op regen. Ook kregen we te horen dat de mensen in het land erg wantrouwend kunnen zijn, omdat ze volop bezig zijn met overleven.

Hierdoor is de kans groot dat ze naar ons toe erg gesloten blijven en we hier dus niet veel van hoefden te verwachten. Ondanks dat ik aan het project begon te twijfelen, ben ik doorgegaan met de gedachte: “We zien wel hoe het daar is.” Het scheelde ook heel erg dat de groep mij erg meeviel. Omdat ik alleen ging was dit voor mij wel iets om zenuwachtig voor te zijn. Gelukkig werd ik meteen opgenomen in de groep en werd het een gezellig voorbereidingsweekend, dat mij het vertrouwen gaf op een goed project.

Na een lange reis landden we eindelijk op Port-au-Prince. Toen we de luchthaven uitkwamen kwam de hitte ons al tegemoet. Gelukkig konden we snel de bus in, die ons naar Atrel zou brengen. Tijdens de rit naar Atrel schrok ik erg van het verschil tussen rijk en arm. Sommige mensen wonen in hutjes, die op instorten staan terwijl andere mensen gewoon in enorme huizen wonen. Dit kan ik niet begrijpen. Ook zag ik nog steeds de gevolgen van de aardbeving in 2010. Op dit moment vroeg ik mezelf af wat er met het geld is gebeurd, dat toen naar het land gegaan is en of het wel voldoende is om alleen maar klaslokalen te gaan bouwen, omdat er zoveel meer hulp nodig is. Uiteindelijk realiseerde ik mezelf dat juist door deze klaslokalen te bouwen de kinderen beter kunnen gaan leren en hierdoor een betere toekomst op kunnen bouwen en zo ook beter aan het land zelf kunnen bouwen.

Maandag gingen we dan eindelijk naar de bouwplaats in Marot. Door de warmte moesten de taken goed afgewisseld worden en moest iedereen met regelmaat een verplichte drinkpauze inlassen. Op sommige bouwdagen was het 58 ºC … erg warm dus! Ondertussen ging iedereen zo goed als ze konden door met bouwen, maar we moesten wel goed op onszelf blijven letten. Juist door deze warmte konden we niet voluit gas geven. Toch hebben we het doel dat we hadden: het dak op de school, gehaald. De bouwdagen waren ook erg gezellig. Met handen en voeten probeerden we te communiceren met de bevolking, die ons hielp met de bouw. Wij leerden van hen ook verschillende woorden in het creools. Van de kinderen leerden we ondertussen liedjes in het creools. Ik heb erg kunnen lachen en goed kunnen praten tijdens de bouw met de groep. Het land is zo anders dan ik mezelf had voorgesteld. We kregen tijdens het voorbereidingsweekend te horen dat er weinig groen

was in Haïti. Hierdoor had ik een beeld gekregen dat er helemaal geen bomen groeien. Het land bestond uit een mooi bergachtig landschap met zo af en toe een boom, die ik niet had verwacht. De omgeving op de bouw was deze reis al meer dan waard. Oké de meesten van ons waren dan wel flink aan het zweten, maar dit namen we maar voor lief.

Naast het bouwen heb ik ook een aantal cultuuruitjes gedaan. Hier zijn herinneringen uit voort gekomen die ik niet snel zal vergeten. Zo ben ik met een groepje naar de markt gelopen. Dit was een wandeling van twee uur met een prachtig uitzicht. Tijdens deze wandeltocht kwamen we langs een huis. Hierbij stonden we stil en Deborah vertelde over de mensen, die in dit huis wonen. Ze vertelde dat de vrouw voor haar werkt en dat deze mensen al vier jaar aan het sparen zijn om een huis van steen neer te kunnen zetten. Naast het huis zag je een paar palen staan die een dak ondersteunen. Deborah vertelde ons dat dat dak is waarvoor ze vier jaar gespaard hebben en dat het nog een lange tijd kan duren voor ze de rest van het huis kunnen betalen. Naast deze wandeling heb ik een dag geholpen in de keuken met het koken. Door deze ervaring heb ik een enorm respect gekregen voor de vrouwen in Haïti. Ze zijn de hele dag bezig met koken en bakken. Ze beginnen vroeg in de ochtend met het maken van brood voor de volgende dag en ondertussen is het tijd om alvast wat dingen klaar te maken voor het avondeten. Deze vrouwen moeten zoveel tegelijk doen en dat in een keuken waar het nou niet bepaald afkoelt. Dit deed mij opnieuw waarderen wat een luxe wij in Nederland eigenlijk hebben. Ook de gesprekken met Kyrk over zijn geloof en de mensen in Haïti zal ik niet snel vergeten. Mijn mooiste moment van dit hele project is toch echt het overnachten bij de lokale bevolking geweest. Samen met twee groepsgenoten ging ik bij de onderdirecteur van de school in Atrel overnachten. Voor we bij hem aankwamen moesten we eerst nog een half uur door het donker lopen.

Op een gegeven moment besloten we om de zaklampen allemaal uit te doen om echt te kunnen ervaren hoe het voor de bevolking is om door het donker heen te lopen zonder zaklamp. Na een tijdje over de hobbelige weg gelopen te hebben merkte ik dat mijn ogen aan het donker gewend raakten, waardoor ik steeds meer van de route en de omgeving ging onderscheiden.

Verder hadden we nog het geluk dat de maan aan de hemel stond, zodat we iets meer licht hadden dan normaal. Uiteindelijk kwamen we aan bij de directeur. Buiten stond al een hele groep familie ons op te wachten om ons welkom te heten. Dit hadden we niet verwacht, omdat ons was verteld dat de bevolking erg wantrouwend naar ons kon zijn. Nadat we onze spullen hadden weggelegd gingen we buiten zitten. Omdat we elkaars taal niet spraken was er aan het begin een stilte. Na een tijdje besloten wij in het creools te gaan zingen. Toen wij hadden gezongen gingen de kinderen zingen en dansen. Wij probeerden ze na te doen. Dit leverde veel gelach op van de bevolking en van onze kant ook. Wat was dit een bijzonder gevoel. Ondanks een taalbarrière konden we het toch gezellig met elkaar hebben via dans, muziek en het spelen van spelletjes. Dit vond ik erg mooi en zal ik absoluut niet vergeten. Deze paar weken hebben mij opnieuw veranderd. Tijdens dit project is mijn geloof sterker geworden en het heeft ervoor gezorgd dat ik dankbaarder ben voor alles wat ik kan en wat ik heb. Ook hoop ik dat ik na dit project mensen kan gaan inspireren om ook een reis als deze te gaan maken.

Marijke de Lange




Nieuwsbrief Edwin, Lianne en Aron Visser, nr. 6, juli 2016



Bekijk deze nieuwsbrief online




https://gallery.mailchimp.com/41e9516033998fb706da2d09c/images/10f2c1e4-7f82-48aa-ad63-e15a14808d93.jpg




Volop verandering
Beste Marinka,

Het is  maandagavond.  De deur naar ons balkon staat open en de geluiden van de drukke winkelstraat waaraan we wonen dringen naar binnen. De ventilator aan het dak brengt een beetje verkoeling op deze warme zomeravond.

Vandaag was een drukke dag op het werk. Lianne was bezig een nieuwe collega in te werken. Edwin had een donor uit Canada op bezoek. En er kwamen collega's aan uit Libanon, Irak en Syrië die hier deze week een training komen volgen. Voor je het weet is een dag dan weer voorbij.

Nieuwe projecten
Ons werk is flink uitgebreid in de afgelopen tijd. Eén van de nieuwe projecten helpt vrouwen en kinderen met psychische problemen. Veel van hen hebben te maken gehad met trauma's en geweld. Niet alleen toen ze nog in Syrië woonden, maar ook tijdens hun leven als vluchteling in Jordanië.

Wees met

ons als wij uw vrede zoeken
In de gesprekken komen veel emoties naar boven. Dat maakt het programma niet gemakkelijk. Maar het beantwoordt heel duidelijk aan een grote behoefte.

Door de nieuwe projecten zijn onze teams ook flink uitgebreid. We hebben veel nieuwe collega's, grotendeels Jordaniërs. Het is heel mooi dat er in dit land goed opgeleide mensen zijn die ook nog eens een oprechte passie hebben om hun medemens in nood te ondersteunen.

Edwin is naast zijn werk voor Medair veel betrokken bij samenwerking en coördinatie met andere organisaties. waaronder de VN en de overheid van het land. Samenwerken is inspirerend, want het vergroot onze invloed en helpt om niet alleen 'branden te blussen' maar ook om iets te doen aan de wortel van de problemen en op hoger niveau invloed uit te oefenen.

Lianne is in haar werk als adviseur van de gezondheidszorg programma's bezig te kijken hoe we de kwaliteit kunnen verhogen. In deze 'moderne' tijd zijn er veel mogelijkheden om o.a. door technologie de kwaliteit van monitoring enorm te verbeteren. Vanaf haar bureau in Amman kan zij dagelijks 'real time' zien hoe klinieken in landen in de regio functioneren, hoe veel patiënten er komen, wat hun mankeert en welke diagnose is gesteld. 



Hoog bezoek
In het voorjaar kwamen de vier opa's en oma's hier op bezoek. Aron had er lang naar uitgekeken - en wij ook :). Het was mooi om hun iets van ons leven hier te laten zien en samen met ze door het land te reizen. En natuurlijk was dat inclusief een bezoek aan de Jordaanse hoogtepunten als de berg Nebo, Petra en de Dode Zee. 

Zwangerschap
Een ander mooi bericht is dat we ons tweede kindje verwachten! Op het moment dat we dit schrijven, zitten we in de 16e week van de zwangerschap. De uitgerekende datum is 5 januari 2017. Tot nu toe gaat het goed met Lianne en het kindje. Verloskundigen bestaan hier niet echt, maar we hebben een goede gynaecoloog gevonden waar we een keer in de maand voor controle naar toe gaan. We zijn er enorm blij mee en kijken uit naar begin volgend jaar.

De komst van een tweede kindje brengt ook heel veel praktische vragen met zich mee. Waar gaan we de bevalling doen? Hoe gaat we dat later doen met werk? Er zijn geen opa's of oma's of andere familieleden in de buurt om op te passen.

In ieder geval komen we naar Nederland voor de bevalling. Lianne en Aron zullen half november al komen en het plan is dat Edwin rond de kerst ook die kant op komt. Edwin zal niet al te lang na de bevalling weer naar Jordanië gaan, terwijl Lianne, Aron en ?? nog wat langer blijven. Verder hebben we na rijp beraad besloten dat het beter is dat Lianne stopt met werken vanaf november, zodat we de zorg voor ons gezin echt prioriteit kunnen geven. En hoewel het voor een heel goede en mooie reden is, gaat het haar best aan het hart om een punt te zetten achter een mooie baan. Voor nu lijkt het ons het beste. En we zullen wel zien of er in de toekomst weer andere mogelijkheden zullen opdoemen.

Zomer in Nederland
In augustus komen we voor ruim twee weken naar Nederland, van de 10e tot de 26e om precies te zijn. We hebben er zin in om familie en vrienden weer even te zien. Dus mocht je straks bij de Spar in Streefkerk, het Statenplein in Dordt of de Kerkbuurt in Sliedrecht denken: 'Dat gezicht ken ik!', dan klopt dat. En we praten dan natuurlijk graag even bij. 

Een zomerse groet uit Amman,


Edwin, Lianne, Aron en ??
Bericht van de Oude Kerk Zwijndrecht 

Zaterdag 19 november bent u van harte welkom op de Kasbergen dag.

Hans en Gerrie Kasbergen die vanuit Bergambacht uit gezonden zijn naar Malawi zijn deze middag onze gasten.

Zij zullen u mee op reis nemen naar Mzuzu, waar Hans de lokale gemeenschap helpt met het bouwen van waterputten, en waar Gerrie betrokken is bij de training van kleuterleidsters.

Aan het project Training van kleuterleidsters is Project 1027 (de opvolger van Luisterend Dienen) verbonden. De diaconie zal hier ook het een en ander over vertellen.

En tot slot willen we nog één keer terugblikken op de afgelopen zomer, toen Christiaan, Eline en Niels met WorldServants drie weken ‘vakantie’ hadden in Malawi. Een vakantie die overigens niet bestond uit luieren, maar uit keihard werken. Samen met jongeren uit Sprang Capelle en lokale bevolking bouwden zij aan een schoolgebouw.

Kortom een gevarieerd interactief en informatief programma, dat wordt afgesloten met een buffet. De koffie staat vanaf 15.00 uur klaar, om 15.30 begint het programma. Voor het buffet vragen wij een kleine vergoeding van € 7,50 (kinderen € 5,00) met een maximaal bedrag van € 25,00 per gezin. Als u mee blijft eten, horen wij dat graag voor 13 november van u op zendingscommissie@oudekerkzwijndrecht.nl cid:eb19042a-d5f2-485c-b30d-e2196873804d

U, jij komt toch ook ?!



Familie de Jonge bezoekt opnieuw Zimbabwe

Van 8 tot 30 juni 2015 zijn wij terug geweest in het land waarheen we in 2000 vanuit Puttershoek werden uitgezonden tot we in 2006 in Katwijk neerstreken. Het was een blij weerzien, voor mij voor de 2e, voor Teunie de 3e keer!

De vliegreis via Kenia ging vlot. Op het vliegveld huurden we een Toyota Raum die wel niet hoog op de wielen staat maar die toch wat laadruimte had. Op Morgenster Missie mochten we het huis betrekken van Mark en Annemarie Horst, die net nog met verlof in Nederland waren. Met een prachtige tuin erom heen, waarin de apen door de bomen sprongen dat het een lieve lust was. De eerste dagen was het vooral bekenden groeten, begroet worden en bijpraten over de situatie in het land. De rijken zijn wat rijker geworden maar de armen nog net zo arm; we kregen er binnen de kortste keren alweer heel wat aan de deur, en mijn vrouw raakte de kleren die ze van die en gene had meegekregen makkelijk kwijt, alsmede de zakken rijst en bonen die we net als voorheen op voorraad hadden. Drie zondagen woonden we de volle diensten in de kerk van Morgenster bij. Dat was weer zo vertrouwd. Ook hoorden we veel over de huidige bloei van de kerk . Toen wij in 2006 weggingen waren er 45 gemeenten die een dominee konden betalen, nu zijn er 80; telkens besluiten gemeenten te splitsen. Her en der worden nieuwe kerken gebouwd; de predikantsopleiding, in mijn tijd 24 studenten, heeft er nu 36.De ochtendwijdingen van de theologen heb ik een paar maal bezocht en een keer mogen toespreken. In de middelste week van ons verblijf hield ds. Aalt Visser, die mij in 2007 opvolgde, een driedaagse blokcursus over hoe je leken kunt trainen in bijbeluitleg. Het nieuwtje dat wij er waren had zich snel verspreid. Johanna’s schoolvriendinnetje Eugenia die zes jaar lang ’s middags bij ons in de tuin speelde kwam ons opzoeken vanuit Bulawayo. Een dagreis met de bus. Ze is getrouwd met een politieman en moeder van een leuk zoontje. Het was een emotioneel weerzien, evenals met Shinga. Zij was degene die in 2004 de kerk van Morgenster helemaal opknapte. Een project dat we bekostigden met een grote donatie uit Puttershoek. Negen jaar hadden we elkaar niet gezien!

Omdat velen tegenwoordig een mobieltje hebben had Teunie de vorige keer veel telefoonnummers verzameld. Zo kon zij afspraken maken met alle 5 vrouwengroepen die zij destijds opgericht had in de omliggende dorpen ter ondersteuning van de aidslijders. Ook al zijn wij nu al 9 jaar weg, tot onze verbazing bleken zij allemaal nog samen te komen: 2 groepen wekelijks, de andere veertiendaags of maandelijks! Maaltijden voor de wezen organiseren is er niet meer bij, zeker niet nu de laatste oogst heel min was. Maar men helpt elkaar bij ziekte, met landwerk, kinderopvang etc. Zo konden wij in de tweede week bezoeken brengen in Nemazuva, Charumbira, Sikato, Bani en Nemanwa. Met zang en dans kwamen de dames ons tegemoet. Nieuwtjes werden uitgewisseld, zorgen gedeeld. Een moeder nam ons mee naar huis om haar aan de benen verlamde dochter Sharai te zien. De rolstoel die ze destijds kreeg gebruikt ze nog. Maar haar kleren zagen er niet uit. Dus gingen we achter nieuwe aan. In een andere groep was de 15 jarige Linda. We hebben haar moeder gekend die stierf aan aids toen Linda nog een baby was. Wat had ze toen een zorgen om haar! Nu woont het kind met haar tante en opa, maar veel liever zou ze net als haar leeftijdgenoten naar school gaan. Zo gingen we haar inschrijven bij de middelbare school van haar dorp, betaalden schoolgeld tot eind ’16 en kochten in de stad een schooluniform, schoenen, rugzak, boeken, schriften en pennen om haar volwaardig mee te laten doen. Voor de in totaal 130 vrouwen hadden we bij de groothandel dagelijkse benodigdheden ingeslagen: ieder kreeg een doosje met 2 kg rijst, een fles bakolie, een staaf zeep, een zak gedroogde vis en een pak koekjes. We hadden 45 leesbrillen bij ons, waar we ouder wordende leden blij mee konden maken (later zijn we er aan anderen nog zeker 15 kwijtgeraakt). Degenen die een Shona-bijbel wilden hebben, konden die bij ons op de missie komen halen. We hebben ook met de groepen gezongen, soms hield éen der aanwezigen een gloedvolle preek. Maïszaden voor een hoopvol nieuw seizoen waren nu nog niet beschikbaar. Maar wel spraken we af met N. Richards Seed-Co in Masvingo dat op een bepaalde dag in september zakken van 10 kg prima zaad à USD 27,50 voor alle 120 gezinnen van de leden der groepen op een centraal punt bezorgd zouden worden.

In een restaurantje in de stad ontmoetten wij dhr. Chimhundu, sinds kort gepensioneerd als hoofdverpleger in een rurale kliniek. We hadden n.l. een hele doos teruggegeven medicijnen bij ons, die dokter Baan in Puttershoek de laatste tijd op zijn verzoek verzameld had. Chimhundu gaat nog regelmatig zijn oud patiënten bezoeken, maar als centraal diaken in de classis bezoekt hij Avondmaalsvieringen (die zijn in Zimbabwe altijd heel druk bezocht) en vrouwenconferenties, waar hij ook veel mensen bij zich krijgt met allerlei klachten en ook voorlichting geeft. Een onvermoeibare man die niet kan stoppen met doorgeven en raadgeven. Dat geldt ook van dhr. Machokoto, die we in Nemanwa bezochten. 20 jaar heeft hij het zendingsziekenhuis gediend. Nu is hij druk bezig een counselingspraktijk op te zetten voor het begeleiden van mensen met psychische problemen.

Benjamin Chikuku die 4 jaar met mij mee ging als vertaler bij het cursuswerk in de gemeenten, hebben we bezocht in de gemeente waar hij nu staat. Met hem en zijn vrouw Anywhere hadden we een fijne dag. Blijkens zijn verhalen is hij pastoraal zeer actief. Voor zijn bijstand aan gehandicapten lieten we wat extra’s achter. Ook spraken we af, de nabijgelegen school weer met voedsel en schriften te gaan steunen, zoals we al enkele jaren gedaan hebben. En we bestelden 30 tekstboeken om hem weer enkele T.E.E. cursussen op preekposten in zijn gemeente te laten houden. Ook een vertaler die later met mij meeging, Bright Purazeni, ontmoetten wij, zomaar toen wij een keer op pad gingen. Toen hij ons zag, sprong hij de auto uit om ons te omhelzen. Oud-student Tadzembwa, nu dominee, liepen we in de stad tegen het lijf op het moment, dat we onze auto voor het postkantoor met een wielklem was vastgezet. Toen hij de parkeerwachter zag riep hij “How can you do that? This man was my lecturer!” Met een zak rijst kon de boete worden afgekocht. Een andere oud student die we tegenkwamen bleef maar stamelen” ’t Is een wonder, ’t is een wonder!”, n.l. dat hij ons na zo lange tijd ineens weer vóor zich zag. Twee andere oud studenten zijn nu aan de theologische school verbonden: Menard Musendekwa als docent Oude Testament (dat was mijn vak) en Webster Vhembo als docent praktische vakken. De laatste zit in het huis waar wij destijds woonden.

In het Morgenster ziekenhuis, van waaruit Teunie destijds haar activiteiten ondernam, bracht zij een bezoek aan Sister Mugova. Zij is destijds als éen der eersten met aidsremmers behandeld en heeft toen de zorg gekregen voor de maandelijkse counseling van en voorlichting aan aidslijders die bij het ziekenhuis waren ingeschreven, op laatst wel 2.000. Zij behartigt deze taak nog steeds. Goed deed ons de ontmoeting met dhr. Rugare. Hij was destijds het hoofd der school waarop Johanna zat. Tegenwoordig is hij directeur van de Dovenschool en de daarbij behorende internaten. Sinds hij de leiding v heeft overgenomen is het aantal pupillen gegroeid van 150 tot 250. Hij denkt bij de inrichting van het schoolgebeuren helemaal vanuit het dove kind. De gebouwen zijn vrolijk opgeschilderd. De schooluniformen zijn heel fraai geworden. In Gutu Mission is het andere zendingsziekenhuis van de Reformed Church. Daar waren we nog nooit geweest, maar nu bezochten we er Janneke Wolswinkel, GZB-arts. Teunie ging ook met haar naar de kraam om babykleertjes uit de delen. De chaplain van het ziekenhuis was ook een oud student, evenals de predikant Zambuko die nu aan het hoofd van de missie staat. In de pastorie, liet hij me de studieboeken zien die hij destijds door mijn bemiddeling had gekregen. Gutu was al ver maar meer dan 200 km reden we op een zaterdag om onze vroegere hulp in de huishouding Simbisai te bezoeken die tegenwoordig onderwijzeres is op een school met 1.200 leerlingen. Voor haar hadden we kleren meegenomen, evenals voor haar zoon, nu zijn moeder boven het hoofd gegroeid. Hij zou voor onderwijzer gaan leren, dus studiegeld was welkom. Op de terugweg genoten we van de rotsformaties langs de weg en de baobabbomen. Voor onze tuinman Nhidza hoefden we de berg maar af. De citrusbomen in zijn musha stonden er maar treurig bij. Hij en zijn vrouw hoeven nog maar voor 3 kleinkinderen te zorgen. Die hadden weer schollgeld nodig…

Het mooiste project waar Teunie tegenaan liep heb ik voor het laatst bewaard. Toen we de eerste dagen wat rondtoerden kwamen we in Charumbira Clinic. Op een paar banken zaten de mensen te wachten tot ze

binnengeroepen werden. Een vrouw bleek nog een verklaring van Teunie bij zich te hebben, dat alle medische kosten door haar zouden worden vergoed: de bekende Paylist Mrs de Jonge. We zijn meer van die briefjes tegengekomen en konden de gelodigheid verlengen. De kliniek zag er goed onderhouden en mooi opgeschilderd uit, maar – er was geen water dan van een gegraven put vrij ver afgelegen waar nog wel wat water uit kwam, maar dat met reinigingstabletten gezuiverd moest worden. De dieselpomp op het terrein was al 10 jaar niet te gebruiken omdat die niet bij het grondwater kwam. En dat terwijl er wekelijks meerdere bevallingen in die kliniek plaatsvinden, waar per keer toch zeker 50 liter schoon water voor nodig is. We overlegden de volgende dag met de commissie die over de kliniek gaat. Het beste zou zijn een nieuwe put te boren op een nabijgelegen plek waar het grondwater bereikbaar was. Dit bleek toch nog 40 meter diep te zijn. De gemeenschap wilde ook wel iets bijdragen maar er was bijna niets in kas. Prijsopgaven werden aangevraagd. Het bleek wat het werk betreft om 2.300 US dollar te gaan, waarvan wij 2.000 voor onze rekening konden nemen. De dieselmotor van de oude pomp kon verplaatst worden. We stelden als voorwaarde dat het werk gedaan zou worden binnen de tijd van ons verblijf. En zo kwam er een week later een grote truck van Chapeta Fresh Water Supply het terrein op rijden. Toen onder grote belangstelling de pijpen omhoog getakeld waren en éen voor éen, onder het verspreiden van een stofwolk en rondvliegend gruis de harde bodem ingeboord werden, hadden we het goede gevoel: dit gaat lukken. Weer een week later was er een tappunt gemetseld en een kanaaltje via hetwelk een buizenstelsel naar een bestaande tank van 10.000 liter boven de kliniek gepompt kon worden. Toen we gingen kijken kwam een hele rij vrouwen met emmers rivierzand op het hoofd aangelopen om de metselaars van het nodige te voorzien. Spoedig zou het zuivere water gaan stromen. En niet alleen in de kliniek is er nu stromend water, ook alle omwonenden kunnen overdag bij het tappunt terecht. De zusters Thabe en Kanda zijn dolblij. Kunnen de mensen weer helpen zoals het hoort.”Our God is great” sms-ten ze bij het fotootje van de lopende kraan. Dat is ook Zimbabwe: zoals in psalm 42 doen de frisse waterstromen meteen aan God denken.

Rien de Jonge


Van de redactie: In deze uitgave van de Zendingspost vindt u verschillende berichten over Zending en Werelddiaconaat. Dit is de uitgebreidere uitgave van de Zendingspost die op de websites van de gemeenten kunnen worden geplaatst. Kopij voor de volgende Zendingspost voor 18 februari 2017 naar jacvisser@hotmail.com.

Wij hopen op veel nieuwe kopij van berichten uit de gemeenten!






Zendingspost November 2016

  • Familie Anthonissen
  • Verkiezingsstrijd op leven en dood

  • Dovnload 71.46 Kb.