Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Stencil voeding a deel 1

Dovnload 5.25 Mb.

Stencil voeding a deel 1



Pagina9/13
Datum25.09.2018
Grootte5.25 Mb.

Dovnload 5.25 Mb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13

2. Grondstoffen

Om een voersoort te maken zijn grondstoffen nodig. Enige kennis van grondstoffen is noodzakelijk om de samenstelling van voer te kunnen beoordelen. Stel bijvoorbeeld dat je werkt in een dierenspeciaalzaak en iemand vraagt je het verschil tussen Papegaai Basis en Papegaai Olympia. Je zult dan iets over de gebruikte zaden in het voer moeten weten om de klant goed te kunnen adviseren.


Granen kenmerken zich door een hoog gehalte aan zetmeel en een laag gehalte aan eiwit, vet, ruwe celstof, mineralen en vitaminen.

Granen worden vooral in dierenvoer gebruikt omdat ze veel zetmeel en dus energie bevatten. Veel gebruikte granen in dierenvoer zijn: maïs, tarwe, gerst, haver en milletzaad.

Kenmerkend voor peulvruchten is het hoge eiwitgehalte. In duivenvoer worden wel peulvruchten gebruikt als erwten, duivenbonen en linzen. Ook grondnoten worden tot de groep peulvruchten gerekend.


Oliehoudende zaden hebben een hoog gehalte aan vet en eiwit, een verschillend gehalte aan ruwe celstof en bevatten een geringe hoeveelheid zetmeel. Oliehoudend zaden bevatten meer mineralen dan granen. Veel gebruikte oliehoudende zaden in vogelvoer zijn raapzaad, negerzaad, lijnzaad en zonnebloemzaad.
Indelen van zaden

  • de granen worden hoofdzakelijk tot de grasachtige worden gerekend;

  • peulvruchten vlinderbloemigen zijn, waarbij de zaden in een peul worden

gevormd;

  • oliehoudende zaden een hoog olie-/vetgehalte bevatten.

Grondstoffen als walnoten en johannesbrood worden gerekend tot de groep overige plantaardige producten.


Bijproducten ontstaan bij de verwerking van grondstoffen zoals granen, peulvruchten, zaden, suikerbieten en dergelijke. Uit suikerbieten wordt bijvoorbeeld suiker gewonnen en het bijproduct is pulp. Zo wordt uit sojabonen olie gewonnen en het bijproduct is sojaschroot. Tal van voorbeelden zijn te bedenken.
De belangrijkste bijproducten zijn:

  • Zemelen.

Zemelen ontstaan bij de verwerking van meel tot bloem. Zemelen zijn rijker aan ruwe celstof, eiwit, mineralen en vitaminen dan tarwe. Ze bevatten echter wel veel minder zetmeel.

  • Schroot en schilfers.

Deze bijproducten ontstaan bij de verwerking van zaden tot olie. Met name sojaschroot (restproduct van sojabonen) wordt veel gebruikt in dierenvoer. Het bevat een hoog eiwitgehalte met een goede verteerbaarheid. Ook het energiegehalte is hoog.

  • Pulp.

Pulp ontstaat bij de winning van suiker uit suikerbieten. Nadat aan de suikerbiet de meeste suiker onttrokken is, blijft de zogenaamde natte pulp achter. De natte pulp kan worden gedroogd en in brokjes worden geperst. Dat heet dan droge pulp. Pulp heeft een hoge energiewaarde, maar een wat lagere eiwitwaarde.

  • Melasse.
    Dit is een stroopachtig product dat ontstaat bij de verwerking van rietsuiker of suikerbieten. Het wordt wel gebruikt als bindmiddel bij het persen van brok. Ook bij het inkuilen van vochtig gras wordt het wel gebruikt om het inkuilproces te versnellen. Melasse heeft een zoete smaak, het voer wordt daardoor smakelijker.

  • Tapioca

Dit bijproduct is afkomstig van de wortels van de cassaveplant. Tapioca bevat veel energie, maar heel weinig eiwit. Het wordt gebruikt als vervanger van granen in verschillende soorten dierenvoer.
De laatste jaren zijn de dierlijke voedermiddelen nogal in de belangstelling geweest. Dit betreft dan de dierlijke voedermiddelen die geproduceerd worden van destructiemateriaal. Onder andere door te lage verhitting kunnen ziektekiemen in leven blijven en in het voer van landbouwhuisdieren terechtkomen. Via het vlees van deze dieren kunnen de ziektekiemen zelfs bij de mens terechtkomen. Bij een zorgvuldige verwerking van destructiemateriaal zullen door een hoge verhitting alle ziektekiemen worden gedood. Het is dan mogelijk in dierenvoer gebruik te maken van producten als diermeel,vleesbeendermeel, vismeel en dergelijke.
In huisdierenvoer worden ook producten als vleesmeel en vismeel verwerkt. Ook deze producten ontstaan door verhitting en vermaling, alleen wordt daarvoor geen destructiemateriaal gebruikt.
Andere dierlijke voedermiddelen zijn melkproducten, die vooral in gedroogde vorm (melkpoeder) in voer voor jonge dieren worden verwerkt. Melkpoeder is te gebruiken na de eerste biest. Indien er echt geen andere mogelijkheid is kan men ook in de eerste levens dagen melkpoeder gebruiken. Maar biest heeft absoluut de voorkeur aangezien hier belangrijke antistoffen inzitten van het moederdier.
In dierentuinen wordt ook wel vlees- en slachtafval gevoerd dat afgekeurd is voor menselijke consumptie. Dierlijke voedermiddelen bevatten hoogwaardig eiwit. Daarnaast bevat met name

beendermeel veel mineralen. Tenslotte wordt aan voer ook wel dierlijk vet toegevoegd, vooral om de energiewaarde van het voer te verhogen.


Om een samengesteld voer of een volledig voer te kunnen maken moeten er aan de verschillende grondstoffen nog extra mineralen en vitaminen toegevoegd worden. Deze mineralen- en vitaminemengsels kunnen in de handel worden gekocht en met de verschillende grondstoffen worden gemengd. In sommige gevallen wordt er ook grit aan het voer toegevoegd, bijvoorbeeld bij samengesteld kippenvoer voor een goede vertering in de maag. Ook kunnen er medicijnen aan een voer toegevoegd worden. Dit kan standaard, maar ook op aanvraag.

2.1 Samenstelling
Aan de productie van voer wordt veel aandacht besteed. Een volledig voer is afgestemd op de behoeften van het dier. Eet jij ook volgens de maaltijdschijf?
Grondstoffen voor de productie van gemengd en samengesteld voer worden aangevoerd vanuit de hele wereld. Dit gebeurt meestal per schip. Slechts een gedeelte komt uit Nederland of uit de andere EU-landen.
Bij voer dat door fabrikanten op de markt gebracht wordt, denk je aan brok, blikvoer, zaadmengsels en dergelijke. Grofweg kun je een onderscheid maken tussen veevoer (voor landbouwhuisdieren) en petfood (voor gezelschapsdieren). Naast overeenkomsten zijn er ook duidelijke verschillen tussen veevoer en petfood. Die houden direct verband met de verschillen tussen productiedieren en gezelschapsdieren op het gebied van huisvesting, doelstelling van de houderij en dergelijke.
Productie van vogelvoer

Nadat voor een vogelvoer de samenstelling bekend is, kan de productie beginnen De aangevoerde zaden worden eerst geschoond. Dit betekent dat grond- en stofdeeltjes en eventuele andere verontreinigingen, bijvoorbeeld kafdeeltjes, worden uitgezeefd. Vervolgens worden de verschillende zaden gemengd en geborsteld met olie. Je krijgt op die manier een stofvrij en glanzend zaadmengsel. Dit is belangrijk voor de gezondheid van de vogel en is aantrekkelijk voor de consument.


Productie van brok

De productie van brok is wel wat ingewikkelder. In figuur 1.9 zie je een schema waarin



de productie van een huisdierenvoer van grondstoffen tot brok is weergegeven. Een paar zaken uit dit schema worden hierna onder de loep genomen.

De grondstoffen worden in aparte silo’s opgeslagen. Vervolgens worden de grondstoffen gemalen en nauwkeurig afgewogen. Na het malen worden de grondstoffen in een mengketel gemengd. Mineralen en mineralenmengsels (premixen) worden afgewogen en toegevoegd aan de grondstoffen.

Als laatste worden vloeistoffen zoals melasse of olie toegevoegd.
In figuur 1.9 zie je dat het gemengde voer geëxtrudeerd wordt. Dit betekend dat het mengsel door een extruder gaat die het mengsel kneedt en samendrukt. Door het toevoegen van stoom wordt het mengsel verwarmd. Door deze warmtebehandeling raakt het mengsel kort aan de kook, waardoor het beter verteerbaar wordt. Aan het eind van de extruder is een matrijs geplaatst. Vorm en grootte van de gaatjes in de matrijs zijn afhankelijk van de brok die men wil maken. Achter de matrijs draait een mes om de korrels op lengte af te snijden.
Veel petfood wordt geproduceerd met een extruder. Een voordeel van een geëxtrudeerd product is dat het na het extruderen nog veel vet kan opnemen. Dit is met name van belang bij honden- katten- en vissenvoer. Omdat tijdens het extruderen stoom is toegevoegd, moet het product gedroogd

worden. Daarna kunnen eventueel vetten, vitaminen, enzymen, smaakstoffen en geurstoffen worden toegevoegd. Dat gebeurt dan met een spray. Tenslotte wordt de brok gekoeld en verpakt. Misschien heb je ook weleens gehoord van geëxpandeerd voer.


Expanderen is ook een proces waarbij het voer wordt verwarmd. Alleen wordt het daarna niet tot brok gemaakt. Het voer, bijvoorbeeld graan, wordt alleen beter benutbaar gemaakt. Een voorbeeld van expanderen dat je ongetwijfeld kent, is de bereiding van popcorn.
Veel brok voor veevoer wordt geperst. Het productieproces is hetzelfde als bij extruderen. In plaats van extruderen moet je dan lezen persen. Natuurlijk kan ook een geëxpandeerd voer geperst worden. De brok wordt gevormd met een korrelpers. In de pers wordt het voer ook door een matrijs geperst. Ook hier zijn verschillende brokvormen mogelijk, alleen minder dan bij de extruder.
Toevoegingen

Om een samengesteld voer of een volledig voer te kunnen maken moeten er aan de verschillende grondstoffen nog extra mineralen en vitaminen toegevoegd worden. Deze mineralen- en vitaminemengsels kunnen in de handel worden gekocht en met de verschillende grondstoffen worden gemengd. In sommige gevallen wordt er ook grit aan het voer toegevoegd, bijvoorbeeld bij samengesteld kippenvoer voor een goede vertering in de maag.



1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13


Dovnload 5.25 Mb.