Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Stichting nederlands moedertaalonderwijs te porto

Dovnload 117.39 Kb.

Stichting nederlands moedertaalonderwijs te porto



Datum04.04.2017
Grootte117.39 Kb.

Dovnload 117.39 Kb.

SCHOOLGIDS 2016 – 2017

STICHTING NEDERLANDS MOEDERTAALONDERWIJS TE PORTO
Afdeling Voortgezet Onderwijs

SCHOOLGIDS

STICHTING NEDERLANDS MOEDERTAALONDERWIJS TE PORTO

Een woord vooraf


Om in de behoefte aan onderwijs in de Nederlandse taal en cultuur te voorzien werd reeds meer dan 20 jaar geleden in Porto met Nederlands basisonderwijs NTC gestart. In de omgeving van Porto woonden toen een aantal Nederlandstalige expatriats, waarvan de ouders aan Nederlandse bedrijven in Portugal waren verbonden. De Nederlandse lessen waren bedoeld om de overgang naar het Nederlandse onderwijs zo probleemloos mogelijk te maken. Zie meer over de geschiedenis van de school onder hoofdstuk 1.1.
Deze initiatieven groeiden uit tot een Nederlandse stichting, de Stichting Nederlands Moedertaalonderwijs te Porto (kortweg NedMoP). Na een aantal jaren bleek dat rond Porto eveneens behoefte bestond aan voortgezet onderwijs Nederlands NTC, waarna onze afdeling VO werd opgericht. Wij bieden sindsdien ‘het hele pakket’ aan.

De NedMoP volgt zoveel mogelijk de richtlijnen van de Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland (NOB).

-----------
Deze schoolgids is bedoeld om ouders te informeren. Aan de schoolgids kunnen zij concrete verwachtingen ontlenen over wat de school hen biedt.
Op 8 en 9 februari 2016 ontving de school een inspectiebezoek van de inspecteur van het onderwijs in het buitenland, Drs. Hombergen. Het vastgestelde rapport is in te zien op de internetpagina van de inspectie. In deze schoolgids wordt aandacht besteed aan de bevindingen van de inspecteur.

Indien ouders vragen of wensen hebben naar aanleiding van deze schoolgids kunnen ze contact opnemen met het bestuur (adressen en telefoonnummers achterin deze gids) of met de lerares.


----------------------------------

1. De school

1.1. Naam en locatie
De naam van de school is voluit: Stichting Nederlands Moedertaalonderwijs te Porto, afgekort NedMoP.

Onze school is ontstaan in de tijd dat Philips in de omgeving van Porto een fabriek had en vele Nederlandse expatriats tot het personeelsbestand behoorden. Ook Gist-Brocades had Nederlandse werknemers, evenals Levi-Strauss en enkele textielbedrijven. Sommige kinderen van deze gezinnen volgden Engelstalig dagonderwijs op een internationale school, andere volgden het Duitse of Franse dagonderwijs, maar de meeste kinderen keerden na een aantal jaren weer terug naar Nederland. De Nederlandse lessen waren bedoeld om de overgang naar het Nederlandse onderwijs zo probleemloos mogelijk te maken.

Na de toetreding van Portugal tot de Europese Gemeenschap en het doorzetten van de globalisering zijn deze bedrijven langzamerhand verdwenen. Onze school kwam hierdoor in een crisis terecht; het leek erop dat de school opgeheven zou moeten worden wegens gebrek aan leerlingen. Vrij onverwacht kwam echter een nieuwe ontwikkeling op gang: het onderwijs aan kinderen uit gemengde gezinnen (één ouder Portugees, één ouder Nederlander of Vlaming). Het aantal leerlingen uit gemengde Portugees-Nederlandse/Vlaamse families nam toe en de school kon overleven. De laatste jaren krijgen wij ook leerlingen uit gezinnen waarin beide ouders Portugees zijn.

Onze school kwam door deze nieuwe ontwikkelingen in een omschakelingsproces terecht. Wij moesten ons gaan oriënteren op onderwijs aan leerlingen die minder goed of geen Nederlands spraken. Deze fase van heroriëntatie is nu vrijwel voltooid.

Onze school werkt nog steeds samen met de internationale scholen, hoewel we door het ontbreken van Nederlandse (expatriat) leerlingen daar geen les meer geven. Onze leerlingen leggen hun IGCSE examens af op de CLIP (Colégio Internacional, ook wel Internationale School genoemd) of de OBS (Oporto British School).
1.2. Bestuur en directie
De stichting beschikt over een bestuur dat grotendeels uit ouders wordt samengesteld. De uitzondering is onze voorzitter, Arie Pos; hij heeft geen kinderen meer op de school, maar is de vader van een ex-leerling. Door zijn onderwijservaring en studie Nederlands is hij een deskundige op pedagogisch gebied. De penningmeester is financieel deskundige en de secretaris is, naast zijn werk voor het bestuur, de overlegpersoon tussen bestuur en ouders. Zowel vertegenwoordigers van de Nederlandstalige als de Portugeestalige ouders maken deel uit van het bestuur.
1.3 Situering van de school
De leslocatie bevindt zich in Foz, in een apart gedeelte van een privéhuis. In het leslokaal aldaar bevindt zich de bibliotheek. Ook bevinden zich daar computers, een tv en een dvd-speler. Het stadsdeel Foz is gemakkelijk bereikbaar via de autosnelweg.
1.4. Schoolgrootte
De afdeling voorgezet onderwijs had gedurende het schooljaar 2015/16 6 leerlingen. Er is één lerares.
2. Waar de school voor staat

2.1. Uitgangspunten
De ouders van de leerlingen die Nederlands als eerste taal kiezen zijn veelal van mening dat hun kinderen later in staat moeten zijn in Nederland of Vlaanderen te studeren. Een bewijs van een goede beheersing van de Nederlandse taal is een vereiste voor de Nederlandse en Vlaamse hbo’s en universiteiten. Bij ouderbesprekingen op de jaarlijkse algemene vergadering blijkt steeds weer: men wil dat wij zo dicht mogelijk aansluiten bij het onderwijs Nederlandse taal in Nederland en België.
Ook het feit dat onze leerlingen steeds vaker Nederlands als eindexamenvak willen kiezen op hun reguliere scholen, dwingt ons ertoe het Nederlands zeer serieus en zo effectief mogelijk aan te bieden. Wij richten ons daarom op de eisen die worden gesteld voor de volgende examens:


  • I.G.C.S.E. (International General Certificate of Secondary Education, afgenomen op de OBS en de CLIP, maar ook voor niet-leerlingen van deze scholen toegankelijk), diverse niveaus;




  • A.I.C.E. (een internationaal examen, dat op de CLIP wordt afgenomen);




  • I.B. (International Baccalaureat, afgenomen op de OBS), diverse niveaus;




  • Certificaat Nederlands als Vreemde Taal van de Nederlandse Taalunie, met name het Profiel Academische Taalvaardigheid en het Profiel Hoger Onderwijs, open voor kinderen die niet op OBS of CLIP zitten;

De onderwijsniveaus zijn, zoals hierboven blijkt, variabel. De keuze van het af te leggen examen is cruciaal en hangt meestal af van de mogelijkheden en met name de ambities van de leerling.



2.2. Geschiedenis examens
In het verleden bevonden de kinderen van economisch zwakkere gezinnen zonder de financiële armslag om hun kinderen naar een internationale school te sturen, zich in een minder gunstige positie. Zij konden geen I.G.C.S.I., A.I.C.E. of I.B. doen, omdat ze niet op een internationale school zaten en zouden naar Nederland moeten reizen om daar het niet alom erkende NT2 staatsexamen af te leggen.
De school heeft sinds enkele jaren regelingen met beide bovengenoemde internationale scholen die ertoe leiden dat ‘kinderen van buiten’ daar toch bovengenoemde examina kunnen afleggen. Laatstgenoemde examina worden door hbo-opleidingen, hogescholen en universiteiten in Nederland erkend. De examenkosten zijn verwaarloosbaar. De examens worden op de OBS of de CLIP afgenomen, waarbij we gebruik kunnen maken van het surveillancesysteem van deze scholen.

Onze school heeft daarnaast een regeling getroffen met de Universiteit van Coimbra, waar door docenten van de Nederlandse Taalunie Nederlands gedoceerd wordt. De regeling houdt in dat onze leerlingen bij de Faculdade de Línguas het examen ‘Academische Taalvaardigheid’ of ‘Hoger Onderwijs’ kunnen afleggen. Genoemde examens hebben als toelatingsexamen voor universiteiten een wijde erkenning gekregen en kunnen tegen zeer geringe kosten worden afgelegd.



2.3. Organisatie examens
De examens worden georganiseerd in overleg met de OBS, CLIP en de Universiteit van Coimbra, die de aanvragen regelen. Omdat het om internationale examens gaat worden de examendata jaarlijks vastgesteld. Ze moeten worden afgelegd binnen een bepaalde periode.

2.4. Het klimaat van de school
De sfeer waarin een kind opgroeit is van groot belang bij de vorming van zijn persoonlijkheid. Wij stellen daarom een vriendelijk klimaat op prijs, waarin kinderen respect hebben voor elkaar en waarin orde en regelmaat heerst.


  1. De organisatie van het onderwijs



3.1. De organisatie van de school
Het onderwijs Nederlands is een aanvulling op het onderwijs van de dagschool. Dat betekent dat het aantal beschikbare uren en lestijden beperkt is tot de naschoolse uren en de zaterdag. De kinderen zijn bovendien afkomstig van meerdere scholen.
In het verleden trachtten wij zo veel mogelijk samen te werken met de internationale scholen en veel lessen werden daar gegeven. Met het verdwijnen van de Nederlandse en Belgische leerlingen (expatriats) op deze scholen moesten wij ook het onderwijs Nederlands staken. Nu wordt nog maar op één locatie lesgegeven, een privéhuis waar wij een grote zaal huren.
Voor het schooljaar 2015/2016 hadden we 7 groepen (gehele school).
Het niveau van de leerling is bepalend voor de indeling in groepen. Maar ook factoren als leeftijd en geestelijke rijpheid kunnen een rol spelen bij de indeling. Ten slotte speelt de afstand tot de school een rol. Twee broertjes uit het verre Braga moeten eigenlijk in dezelfde groep, anders moeten de ouders eindeloos heen en weer rijden.
De groepjes zijn zelden groter dan 5 kinderen omdat wij proberen te voorkomen dat kinderen met grote niveauverschillen bij elkaar worden geplaatst. Gezien onze doelstelling – het voorbereiden voor in Nederland erkende examens en het aansluiten bij het Nederlandse onderwijs – is dit een noodzaak.
Leerlingen krijgen aandacht op het niveau van hun individuele problematiek. Door middel van signaleringstoetsen worden de specifieke problemen van elk kind in kaart gebracht.

3.2. De samenstelling van het team
Het bestuur zorgt voor de organisatie van het onderwijs en de buitenschoolse activiteiten. Het bestuur onderhoudt contact met de ouders, waarbij de oudervergadering erg belangrijk is, en met de Stichting NOB, de Inspectie en eventueel met andere scholen.
De leerkracht zorgt voor de lessen aan de kinderen. Op dit moment hebben wij één leerkracht, die naast het onderwijs tevens de dagelijkse leiding op zich neemt. De leerkracht stelt samen met het bestuur de jaarlijkse schoolgids en het schoolplan (4 jaar geldig) op. De leerkracht houdt oudergesprekken en schrijft de rapporten. De leerkracht woont de bestuursvergaderingen bij.
De keuze van de leerstof wordt, zoals uit het bovenstaande duidelijk zal zijn geworden, in grote mate bepaald door de gekozen doelen en de eisen, gesteld door examens waarvoor we voorbereiden.

3.2. De samenstelling van het team
Op dit moment hebben wij één leerkracht, die tevens de dagelijkse leiding op zich neemt.

3.3. Het programma, in het algemeen
Wij hebben op onze school te maken met een grote verscheidenheid aan niveaus bij de leerlingen.
Naast enkele leerlingen uit richting 1 (beide ouders spreken Nederlands) hebben wij veel leerlingen waarvan slechts één ouder het Nederlands machtig is (richting 2). Ook hebben wij leerlingen waarvan één ouder weliswaar een Nederlandstalige achtergrond heeft, maar waar in het gezin niet consequent Nederlands wordt gesproken (richting 3).
Hiernaast hebben wij leerlingen die met regelmaat het Nederlandse onderwijs gevolgd hebben en leerlingen die van elders komen, vaak in diverse landen hebben gewoond en soms als gevolg van onregelmatig onderwijs met lacunes kampen.
Al deze leerlingen met hun uiteenlopende niveau moeten in klasjes verdeeld worden, waarbij ieder het liefst bij zijn leeftijdsgenoten wil blijven.
Om deze redenen is het onmogelijk om per ‘klas’ een strak programma voor het leerstofaanbod op te stellen. Een aanpak die zich beperkt tot het blindelings werken met een klassikale methode is evenmin succesvol. Klasgenoten op onze school hebben daarom niet altijd dezelfde opdrachten en vaak niet hetzelfde huiswerk.
Het belangrijkste is dat er per leerling een weg wordt uitgestippeld die naar het einddoel – het gekozen type eindexamen – leidt. Dit einddoel wordt samen met leerling en ouders gekozen in hiervoor georganiseerde gesprekken.
Het programma hangt af van de gekozen richting, zie hieronder, maar voor ieder niveau kennen wij een paar grondbeginselen die in ieder geval aan de orde komen.
Het onderwijs Nederlands is erop gericht dat leerlingen:


  • taal zo effectief mogelijk gebruiken in verschillende taalsituaties;

  • een academische taalvaardigheid verwerven, zowel receptief als reproductief, mondeling en schriftelijk, in informele en meer formele situaties;

  • taalsituaties kunnen analyseren, meerduidige uitleg, witte ruis, demagogie, drogredeneringen etc.;

  • de gebruiksmogelijkheden van taal leren waarderen door gevoel te ontwikkelen voor effectieve communicatie;

  • inzicht verwerven in de rol en het belang van taal voor het maatschappelijk functioneren.



3.4. Het programma, concreet
3.4.1. Het I.B.

Het IB is het enige examen dat als onderdeel van het examenpakket op de OBS wordt aangeboden. Alleen leerlingen die de OBS frequenteren kunnen dit examen afleggen.

Het IB kent diverse examens met diverse niveaus. Op de OBS wordt bijna altijd het A1 programma gekozen voor het vak Nederlands. Een lichter programma kan ook gekozen worden.

Het IB programma telt diverse niveaus. De bekendste zijn Language A-higher en A-standard, die echter qua zwaarte niet veel verschillen. Daarnaast bestaat het gemakkelijkere Language B.

Het accent ligt op de analyse van teksten van verschillende aard en de creatieve reflectie op deze teksten. Er dienen voor language A-higher rond twaalf literaire werken geanalyseerd te worden, deels behorend tot de Nederlandse literatuur en deels tot de wereldliteratuur (te lezen in Nederlandse vertaling). Op het centraal examen wordt aan de kandidaat een vraag van een behoorlijke abstractiegraad aangaande 1 of 2 van deze werken voorgelegd, welke vraag in een opstel dient te worden uitgewerkt. Een ander onderdeel van het centraal schriftelijk is het analyseren en vergelijken – eveneens in de vorm van een opstel – van twee pittige teksten, meestal doorspekt met stijlfiguren.
De mondelinge examens worden digitaal opgenomen en hebben o.a. de analyse van een literaire passage tot onderwerp. Spreekbeurten, voordrachten, rollenspelen en andere meer creatieve vormen van mondeling taalgebruik vormen eveneens een onderdeel van het programma. Voorts behoort ‘coursework’ tot het programma: er wordt thuis een literair essay geschreven.

Het IB-diploma staat hoog aangeschreven in Nederland en Vlaanderen en geeft wereldwijd toegang tot een universitaire studie. Naast hoogwaardige technische vaardigheden zijn een zekere geestelijke rijpheid en plezier aan kritische analyse voorwaarden voor het succesvol afleggen van dit examen.


3.4.2. Certificaat Nederlands als Vreemde Taal

Het CNaVT is door de Leuvense Universiteit en de Universiteit van Amsterdam ontwikkeld. Het CNaVT biedt de keuze uit 6 profielen: het profiel academische taalvaardigheid (PAT), het profiel taalvaardigheid hoger onderwijs (PTHO), het profiel professionele taalvaardigheid (PPT), het profiel taalvaardigheid praktische beroepen (PTPB), het profiel maatschappelijke taalvaardigheid (PMT) en het profiel toeristische taalvaardigheid (PTT).


Onze school heeft alleen ervaring met de eerste twee: PAT en PTHO. Beide niveaus toetsen of de kandidaat het Nederlands beheerst op het niveau van de overgang van voortgezet naar hoger onderwijs. Na de recente aanpassing van het programma zijn de examens bijzonder veeleisend geworden en het ‘certificaat’ heeft bij Nederlandse universiteiten al veel prestige opgebouwd.
Het examen bestaat uit een groot aantal onderdelen, die hoge eisen stellen aan technische vaardigheden. Van de kandidaat wordt geëist dat hij uitermate ‘lenig’ een academisch Nederlands hanteert.
Men moet snel een academische tekst kunnen samenvatten, redigeren of van commentaar voorzien. De tekstbegripvragen vereisen bekendheid met wetenschappelijk jargon en een aanzienlijk analysevermogen. Er is ook een mondeling examendeel: ook hier weer een uitermate academisch onderwerp en de noodzaak dit jargon zelf te kunnen gebruiken. Luistertesten behoren eveneens tot het examen. Literatuur komt niet aan de orde en het beroep op creativiteit en reflectie is beperkt.
3.4.3. Nederlands binnen het IGCSE-programma (International General Certificate of Secondary Education)

Het IGCSE is de internationale variant van het GCSE, het algemeen afsluitend diploma van het Britse voortgezet onderwijs. In Nederland wordt dit niveau op ongeveer havo gewaardeerd. Het niveau first language laat zich vergelijken met ten minste dat van het NT2, niveau 2. Het niveau second language (of: ‘foreign language’) is haalbaar voor kinderen uit richting 3 en geeft toch toegang, wat het vak Nederlands betreft, tot een aantal opleidingen in Nederland. Wie echter het certificaat first language met een goed cijfer haalt kan meestal tot een hbo-opleiding in Nederland worden toegelaten.


Beide examens toetsen technische vaardigheden: tekstbegrip, een korte uiteenzetting maken, het schrijven van een brief met een bepaald onderwerp. Er is tevens een mondeling examen. Literatuur behoort niet tot het programma.
3.4.4. Inlichtingen over eindexamens, NT2

Staatsexamens worden zonder meer erkend in Nederland. Het staatsexamen bestaat uit een mondeling en een schriftelijk gedeelte. De niveaus zijn: vmbo, havo, vwo en NT2. Het mondelinge deel wordt altijd in Nederland afgenomen. Voor het schriftelijk moeten kandidaten vanuit Europa naar Nederland komen; kandidaten van buiten Europa kunnen het schriftelijk bij de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging afleggen.


In de praktijk brengt deze gebondenheid aan Nederland wat de examinering betreft extra kosten met zich mee en enige logistieke problemen.
Voor nadere inlichtingen over bovengenoemde examina kan met de leerkracht contact worden opgenomen.

3.5. Nederlandse Cultuur
Wij besteden de laatste jaren ook tijd aan cultuuronderwijs. Aandacht wordt besteed aan de volkscultuur (traditionele Nederlandse feesten), geografie en demografie van Nederland. In een zelfgemaakte serie over de “Gouden eeuw” komt de schilder- en dichtkunst aan de orde. Ook de hoogtepunten uit de geschiedenis worden besproken. Ten slotte komt de actualiteit aan de orde, bv. een kabinetsval, een Nederlander die op een hoge, internationale post wordt benoemd. Deze keuze is gemaakt mede na overleg met de ouders.
Het Sinterklaasfeest wordt door de school samen met de Nederlandstalige gemeenschap georganiseerd. Dit feest is populair bij jong en oud.

3.6. Voorzieningen op de leslocaties
Wij beschikken over een bibliotheek, een t.v. met dvd-speler en twee computers. Daarnaast uiteraard een veelheid aan materiaal. Er wordt gewerkt met computerprogramma’s en divers materiaal voor het cultuuronderwijs.


  1. De zorg voor kinderen



4.1. De opvang van nieuwe leerlingen in de school
Aanmelding van nieuwe leerlingen geschiedt meestal telefonisch. Bij de inschrijving nemen wij de persoonlijke gegevens van het kind op en vragen wij aan de ouders een kopie van het paspoort van het kind. Ook ontvangen wij graag gegevens van de vorige school, zoals toetsgegevens, het schoolrapport, e.d. De lerares neemt vervolgens een intaketest af om het kunnen van de leerling nauwkeuriger vast te stellen.

4.2. Het volgen van de ontwikkeling van het kind
Via toetsen en observaties worden de vorderingen van het kind bijgehouden. Per leerling wordt een mapje bijgehouden met gegevens betreffende toets- en rapportgegevens van verschillende jaren, gesprekken met ouders en evt. gegevens betreffende extra hulp.
De leerlingen krijgen tweemaal per jaar, rond Kerst en voor de zomervakantie, een rapport mee naar huis. De rapporten voor het vak Nederlands op voornoemde internationale scholen worden opgesteld conform de aldaar heersende normen.
Vervolgens worden de ouders uitgenodigd om het rapport met de leerkracht te bespreken in een tienminutengesprek.

Indien daartoe aanleiding bestaat, worden de ouders tussentijds uitgenodigd voor een gesprek. Als ouders zelf behoefte hebben aan een gesprek zijn ze altijd welkom. Zij kunnen hiervoor contact opnemen met de leerkracht.



4.3. De speciale zorg voor kinderen met speciale behoeften
Indien een kind leerproblemen of sociaal-emotionele problemen heeft, wordt uiteraard contact met de ouders opgenomen.
Aan de ouders wordt toestemming gevraagd voor het begeleiden met extra hulplessen of voor verder onderzoek (eventueel door de Stichting NOB). Na een orthopedagogisch onderzoek is er op basis van het verslag een gesprek met de ouders.
In het verleden is het eenmaal gebeurd dat wij een handelingsplan hebben opgesteld en uitgevoerd. Dit was succesvol en de betreffende leerling is geslaagd voor zijn IB A1 en studeert thans in Nederland.

4.4. Plaatsing van leerlingen met speciale behoeften
Zittenblijven wordt zoveel mogelijk vermeden; het gebeurt doorgaans alleen wanneer de leerresultaten en de ontwikkeling van een kind opvallend achterblijven bij die van de meeste klasgenoten en de school hiervoor geen andere oplossing gevonden heeft. Een groep overslaan gebeurt wanneer de resultaten van het kind opvallend boven de norm uitsteken. Zowel het zittenblijven als het overslaan van een klas wordt uiteraard diepgaand met de ouders besproken.

4.5. Begeleiding bij verhuizing
Indien het kind onze school verlaat wordt voor wat betreft het Nederlands een schooladvies afgegeven. De ouders ontvangen dan een leerlingdossier voor de nieuwe school. Het dossier omvat:


  • een onderwijskundige rapportage;

  • het traditionele rapport;

  • bewijs van uitschrijving.



4.6. Naschoolse activiteiten voor kinderen
Wij geven regelmatig huiswerk op. Hiervoor hebben wij de volgende redenen:


  • huiswerk fungeert soms als extra oefenmateriaal voor de leerling en helpt hem om bepaalde lacunes in zijn kennis aan te vullen, zodat hij zich in een klasje kan handhaven;

  • huiswerk vormt een aanvulling op het Nederlandse onderwijs, dat in uren beperkt is;

  • het is een belangrijke mogelijkheid de kinderen te brengen tot een persoonlijke en zelfstandige verwerking van de lesstof.


4.7. Buitenschoolse activiteiten van de Nederlandse gemeenschap
Voor de gehele Nederlandse gemeenschap wordt een Sinterklaasmiddag georganiseerd. De laatste keer werd het evenement door ruim 70 mensen bezocht. Voorts doen leerkracht, ouders en kinderen mee aan de internationale dag van de OBS: ieder land presenteert op deze dag culinaire specialiteiten, die door het publiek kunnen worden gekocht. In ons geval is de specialiteit steevast poffertjes bakken.

5. De leraren
Er kunnen redenen zijn dat leerkrachten niet aanwezig zijn, zoals ziekte of het volgen van cursussen. In de regel worden de uitgevallen lessen ingehaald.
In geval van overmacht zijdens de leerling (b.v. langdurige ziekte) wordt naar een mogelijkheid gezocht het verzuimde in te halen, b.v. door extra lessen.
Net als in vele andere beroepen is ook voor onderwijsgevenden van belang dat zij de ontwikkelingen binnen het onderwijs volgen en aandacht schenken aan de vergroting van hun deskundigheid. Hiertoe volgt de leerkracht, als de financiën van de stichting dit toelaten, bijscholingscursussen in Nederland.
Gedurende het vorige schooljaar werden door de leerkracht geen schooldagen verzuimd.

6. De ouders
6.1. Het belang van de betrokkenheid van de ouders
Van de ouders en leerkrachten wordt verwacht dat zij handelen in het belang van het kind. Wij proberen een goede samenwerking te creëren door de school toegankelijk te maken voor de ouders. Ouders krijgen zoveel mogelijk informatie.
Van ouders wordt verwacht dat zij vertrouwen hebben in het onderwijzend personeel. Begrip en respect voor elkaar is het uitgangspunt voor een goede communicatie.
Juist in het kader van ons onderwijs is het bovendien noodzakelijk dat ouders en school dezelfde doelen stellen ten aanzien van het te bereiken niveau van Nederlandse taalbeheersing. Daarmee verband houdt de mate waarin thuis Nederlands wordt gesproken.

6.2. Informatievoorziening aan ouders
De ouders brengen een gesprek tot stand wanneer ze vragen hebben over de resultaten of gedrags- of leermoeilijkheden van hun kind.
In gevallen waarin de leerkracht een gesprek met de ouders noodzakelijk acht, zal zij uiteraard het initiatief daartoe nemen. Na het eerste en tweede rapport worden de ouders uitgenodigd voor een tienminutengesprek, waarbij de leerkracht toelichting geeft op het rapport.
Aan het begin van het schooljaar vindt een oudervergadering plaats. Deze avond staat in het teken van de informatievoorziening aan de ouders over alle zaken die met het onderwijs in de groep te maken hebben, zoals onderwijsvisie, gebruik van leermiddelen, huiswerk etc.
De ouders ontvangen jaarlijks de Schoolgids.

6.3. Inspraak
Het bestuur van onze stichting bestaat momenteel uit 3 ouders. In het bestuur hebben zowel expatriats als ouders die permanent in Portugal wonen zitting.
Initiatieven om hiernaast nog een ouderraad of een medezeggenschapsraad te creëren zijn in het verleden niet van de grond gekomen bij gebrek aan belangstelling van de ouders.
Mocht u als ouder ervoor voelen een ouderraad of medezeggenschapsraad in het leven te roepen, dan kunt u hierover contact opnemen met het bestuur.

6.4. Activiteiten voor ouders
Bij het functioneren van de school en het organiseren van activiteiten is de ouderparticipatie onontbeerlijk. Indien u bereid bent hieraan mee te werken dan wordt u verzocht contact met de leerkracht op te nemen.

6.5.Klachtenregeling
In de praktijk komt het soms voor dat ouders zich tot de school wenden met klachten, problemen of vragen over hun kinderen. Uitgangspunt is dat de ouder de klacht aankaart bij degene die met de klacht te maken heeft. Met een klacht over het lesgeven moet de ouder dus eerst met de leerkracht praten.
Als dit gesprek geen bevredigende oplossing biedt, kan de ouder zich tot het bestuur wenden. Het bestuur zal de kwestie dan nader bekijken.
Mocht ook dit niet tot een bevredigende oplossing leiden, dan kan men zich wenden tot de Klachtencommissie voor Nederlandse Scholen in het Buitenland, waarbij wij zijn aangesloten. Het adres is als volgt:
Mw. mr. M.A. Husmann-van Son,

Ambtelijk secretaris landelijke klachtencommissie voor het

algemeen bijzonder onderwijs

p/a VBS, Bezuidenhoutseweg 225, 2594 AL DEN HAAG,

tel. 070-3315252, fax 070-3814281

6.6. Schoolgeld/ouderbijdrage
Onze school kent een gedifferentieerd systeem van bijdragen. Voor het schooljaar 2016/2017 zal de basisbijdrage van 480,- euro per leerling met het inflatiepercentage verhoogd worden. Voor het tweede en derde kind wordt resp. 10% en 20% korting gegeven. Voor leerlingen die het IB examen willen afleggen heeft de school een speciale regeling getroffen. Informatie hierover is verkrijgbaar bij het bestuur of de directrice.
Ingeval de ouders voor een Nederlands bedrijf werken c.q. ingeval het bedrijf contractuele verplichtingen heeft wat de kosten van het onderwijs aan kinderen van werknemers betreft, wordt van het bedrijf ook een bijdrage verwacht: de zogenaamde bedrijfsbijdrage. De achtergrond hiervan is dat ook van bedrijven een krachtsinspanning gevergd wordt bij het in stand houden van een lespunt aangezien zij direct belanghebbend zijn.
Het bestuur stelt de hoogte van het lesgeld vast.
6.6.1. Regeling voor minder draagkrachtige ouders

Uitgangspunt van onze school is dat geen enkel kind om financiële redenen buiten de boot mag vallen. Ingeval de financiële omstandigheden van een gezin de betaling van de ouderbijdrage onmogelijk maken, kan contact met het bestuur worden opgenomen.



6.7. Verantwoording
Op de ouderavond aan het begin van het schooljaar legt het bestuur verantwoording af van het gevoerde financiële beleid.
De financiën worden, voorafgaand aan deze vergadering, door twee onafhankelijke ouders gecontroleerd. Deze personen zijn op de oudervergadering aanwezig en kunnen aan het bestuur nadere uitleg vragen.

7. De ontwikkeling van het onderwijs in de school
In het afgelopen jaar kreeg de school bezoek van de onderwijsinspectie.
Het inspectiebezoek van 8 en 9 februari 2016 gaf het volgende beeld:
De opbrengsten liggen op het niveau dat op grond van de kenmerken van de leerlingenpopulatie verwacht mag worden.

De leerlingen behalen het opleidingsniveau dat mag worden verwacht (in hoge mate)

De leerlingen lopen weinig vertraging op in de opleiding.
De aangeboden leerinhouden zijn gericht op de brede ontwikkeling van leerlingen en de voorbereiding op vervolgonderwijs of arbeidsmarkt en samenleving.

De aangeboden leerinhouden Nederlandse taal in de onderbouw voldoen aan de kerndoelen.

De aangeboden leerinhouden Nederlandse taal in de bovenbouw zijn dekkend voor de examenprogramma’s.

De school met taalzwakke leerlingen heeft een aanbod aan leerinhouden dat past bij de talige onderwijsbehoeften van deze leerlingen


De leerlingen krijgen voldoende tijd om zich het leerstofaanbod eigen te maken.

De uitval van geplande onderwijsactiviteiten blijft beperkt (in hoge mate)

Het ongeoorloofde verzuim van leerlingen is beperkt (in hoge mate)

De leerlingen maken efficiënt gebruik van de onderwijstijd


Het schoolklimaat wordt gekenmerkt door veiligheid en respectvolle omgangsvormen.

Ouders zijn betrokken bij de school door de activiteiten die de school daartoe onderneemt.

De lerares van de school zorgt ervoor dat de leerlingen op een respectvolle manier met elkaar en anderen omgaan (in hoge mate)

De lerares legt duidelijk uit, organiseert de onderwijsactiviteiten efficiënt en houdt de leerlingen taakbetrokken.

De lerares geeft duidelijke uitleg van de leerstof.

De lerares realiseert een taakgerichte werksfeer (in hoge mate)

De lerares is actief betrokken bij de onderwijsactiviteiten.



De lerares stemt aanbod, instructie, verwerking en onderwijstijd af op verschillen in ontwikkeling tussen de leerlingen.

De aangeboden leerinhouden maken afstemming mogelijk op de onderwijsbehoeften van individuele leerlingen (in hoge mate)

De lerares stemt de instructie af op verschillen in ontwikkeling tussen de leerlingen.

De lerares stemt de verwerkingsopdrachten af op verschillen in ontwikkeling tussen de leerlingen (in hoge mate).


De lerares volgt systematisch de vorderingen van de leerlingen.

De school gebruikt een samenhangend systeem van genormeerde instrumenten en procedures voor het volgen van de prestaties en de ontwikkeling van de leerlingen.

De lerares volgt en analyseert systematisch de voortgang in de ontwikkeling van leerlingen.
De leerlingen die dat nodig hebben krijgen extra zorg.

Op basis van een analyse van de verzamelde gegevens bepaalt de school tijdig de aard van de zorg voor de zorgleerlingen.

De school voert de zorg planmatig uit.

De school evalueert regelmatig de effecten van de zorg.


De school zorgt systematisch voor behoud of verbetering van de kwaliteit van haar onderwijs.

De school heeft inzicht in de onderwijsbehoeften van haar leerlingenpopulatie (in hoge mate).

De school evalueert jaarlijks de resultaten van de leerlingen.

De school evalueert regelmatig het onderwijsleerproces.

De school werkt planmatig aan de verbeteractiviteiten.

De school borgt de kwaliteit van het onderwijsleerproces.

De school waarborgt de kwaliteit van de examens en van andere toetsinstrumenten.

De school verantwoordt zich aan belanghebbenden over de gerealiseerde onderwijskwaliteit (in hoge mate)

Vorig jaar werd door het bestuur besloten dat in het jaar 2015-2016 bijzondere aandacht besteed zou worden aan:

1) Oriëntatie op lesmateriaal dat beter aansluit bij de eisen van bovengenoemde examina.


2) Planmatiger opzet leerproces V.O.
3) Invoering werkvormen, die aansluiten op genoemde examina.

Evaluatie:




  1. Lesmateriaal: Er zijn 2 nieuwe leerboeken aangeschaft, die naast het bestaande materiaal een goede voorbereiding bieden voor het examen IGCSE. Met behulp van de twee bovengenoemde internationale scholen is een map samengesteld met belangrijke en geactualiseerde informatie over de exameneisen. Ook zijn twee mappen aangelegd met ‘past papers’, oude examina. Vooral de oude examens geven veel informatie over het type teksten, de diepte van de vragen en de eisen in het algemeen.

  2. Planmatige opzet: De lerares is hiermee aan de slag gegaan, maar naar haar mening is een rigide planmatige opzet moeilijk haalbaar, gezien de grote verschillen in niveau en de lacunes, die van leerling tot leerling variëren. Zij is van mening dat een individuele benadering de beste garanties geeft voor een goed resultaat.

  3. Werkvormen, aansluiting op examina: Na voltooiing van het onder 1) genoemde project en na overleg met docenten van de genoemde internationale scholen bleek het goed mogelijk om werkvormen te vinden die aansluiten op de genoemde examina. Zo wordt er nu meer aandacht aan het opstel gegeven en heeft de lerares een aantal richtlijnen ontwikkeld met oefenmateriaal voor het structureren van teksten.

Voor het komend schooljaar staan de volgende plannen op stapel:
1) De ervaringen van vertrekkende leerlingen worden in kaart gebracht.

2) Evalueren veiligheid.

3) Contact met dagscholen over overlappingspunten.
Toelichting op het laatste punt:

De contacten met het dagonderwijs zijn ook voor het onderdeel Nederlandse cultuur belangrijk. Vooral aangaande het geschiedenisonderwijs van de dagschool kan nog voordeel behaald worden door onze vaderlandse geschiedenis te laten meeliften met dit onderdeel van de dagschool. Op het gebied van ontleden denken we dat we tijd kunnen besparen, omdat de Portugese scholen veel tijd aan ontleden besteden. Verder wordt op de dagschool veel tijd aan tekstbegrip en stijlfiguren besteedt; ook daarvan kan beter geprofiteerd worden bij het onderwijs in de Nederlandse taal. De techniek van tekstanalyse is vrijwel gelijk en de stijlfiguren zijn hetzelfde.



7.2. Contacten
Zoals uit het bovenstaande blijkt werkt onze school nauw samen met de OBS en de CLIP, de twee internationale scholen in Porto. Wij onderhouden verder intensieve relaties met de Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland

8. De resultaten van het onderwijs
In voorjaar 2016 hadden wij geen leerlingen die meededen aan officiële examina. Er waren geen leerlingen die de school verlieten.
Voorjaar 2015 deden 5 leerlingen het examen IGCSE, zowel foreign language als first language. Drie leerlingen slaagden met het cijfer A star (hoogst mogelijke cijfer), één met A en één met D. De examina werden afgelegd op de Internationale School te Porto (CLIP). Opgemerkt moet worden dat één van de vijf leerlingen na een onderbreking van diverse jaren alsnog besloot dat zij het examen wilde halen.
Voorjaar 2014 deed 1 leerling het examen IGCSE. Hij slaagde met een puntentotaal van 93, wat resulteerde in het cijfer A star, het hoogst mogelijke cijfer. Het examen werd afgelegd op de Internationale School te Porto (CLIP).
Voorjaar 2013 deden 3 leerlingen het examen IGCSE. Ze slaagden alle drie met het cijfer A. Het examen werd afgelegd op de Internationale School te Porto (CLIP).
Voorjaar 2012 deed 1 leerlinge het examen ‘Profiel Hoger Onderwijs’ van de Nederlandse Taalunie. Het examen werd afgelegd aan de Letterenfaculteit van de Universiteit Coimbra. Zij is met een goed puntenaantal geslaagd.
Zomer 2010 deed 1 leerlinge het eindexamen IGCSE, foreign language Nederlands. Zij slaagde met het cijfer A star.
In 2009 deden twee leerlingen het eindexamen IGCSE, foreign language Nederlands. De leerlingen behaalden beide het cijfer A star.
Eén leerlinge deed in mei 2009 mee aan het examen ‘Profiel Hoger Onderwijs’ van de Nederlandse Taalunie. Zij is met een zeer goed puntenaantal geslaagd (75 punten van maximaal 78 punten). De student werd toegelaten tot de Universiteit Leiden, studie Russisch. De universiteiten erkennen het Certificaat van de Nederlandse Taalunie.
In 2008 legde 1 leerling het I.B. niveau A1 af. De leerling behaalde het eindcijfer 6 (‘out of 7’). De faculteit van haar keuze, de rechtenfaculteit Leiden, die tegenwoordig een beperkte toelating kent, eiste een hoog cijfer voor Nederlands. Onze leerling werd met dit cijfer toegelaten tot de rechtenstudie.
Eveneens deden twee eindexamenkandidaten voortgezet onderwijs eindexamen Nederlands in het kader van het IGCSE-First language en slaagden met de cijfers Astar (het hoogst haalbare) en B (‘goed’).
Eerder legden twee kandidaten het examen af voor het profiel Academische Taalvaardigheid (PAT) van de Nederlandse Taalunie; ze zijn eveneens beiden geslaagd. De Taalunie werkt niet met cijfers.
Het examen IGCSE, second language Nederlands, heeft de laatste tijd aan onze school een actueler belang gekregen, omdat het een uitstekende hulp blijkt voor kinderen uit Portugese gezinnen die het Nederlands niet op eerste-taalniveau kunnen afleggen. Vier jaar geleden werd een oud-leerling, inmiddels student aan de Technische Universiteit te Porto, uit ongeveer 200 kandidaten gekozen voor een Erasmusjaar in Delft, Nederland. Zijn diploma IGCSE second langage Dutch bleek de doorslag te hebben gegeven bij de selectie.

8.1. Doorstroom na afleggen examen
De leerlingen die tot op heden IB bij ons aflegden (allen slaagden) stroomden allemaal door naar universiteiten in Nederland.
De leerlingen die Nederlands als IGCSE-vak kozen studeren nu in Nederland of in Portugal.
De leerlingen die een profiel van het CNaVT aflegden stroomden meestal door naar universiteiten in Nederland. Drie studenten besloten hun bacheloropleiding in Portugal te doen met het plan om daarna in Nederland een masterprogramma te volgen.

8.2. Doorstroom binnen de school
De doorstroom van leerlingen van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs vond steeds plaats. In enkele gevallen verhuisde het gezin naar Nederland, waardoor het onderwijs in Nederland werd voortgezet.
Bij de doorstroom spelen de resultaten van de Cito-toets een rol. Aan de ouders wordt verzocht zich met vragen over de doorstroom tot één van de directieleden te richten.

8.3. Uitstroomcijfers
Percentage leerlingen (van de gehele schoolbevolking voortgezet onderwijs) dat in 2015 een officieel examen aflegde: 67 %.

Idem dat in 2014 een officieel examen aflegde: 14 %.

Idem dat in 2013 een officieel examen aflegde: 60 %.

Idem dat in 2012 een officieel examen aflegde: 25 %.

In 2011 hadden wij geen leerlingen die uitstroomden en een V.O. examen aflegden.
Uitslagen examina:

Vijf leerlingen deden voorjaar 2015 het examen IGCSE, zowel foreign language als first language; drie leerlingen slaagden met het cijfer A star (hoogst mogelijke cijfer), één met A en één met D.

De leerling die voorjaar 2014 examen deed behaalde een A.

De drie leerlingen die voorjaar 2013 examen deden behaalden ieder een A.

Het puntenaantal van de leerlinge die zomer 2012 slaagde was: A.

Uitslag van examen 2010: 1 leerling geslaagd voor IGCSE, cijfer A star.

Examens 2009: 1 leerling geslaagd voor CNaVT, profiel PTHO, behaald resultaat: 75 van 78 punten; 2 leerlingen slaagden voor IGCSE, foreign language Nederlands, beide met cijfer A star.
Schoolverlaters zonder diploma: 0% (verhuizing door ouders naar Nederland)

Slagingspercentage per schooltype: 100%.

Landelijke slagingspercentages: niet bekend.

Vervolgopleidingen schoolverlaters: zie boven.


9. Kwaliteit van onderwijzend personeel
De leerkracht is afgestudeerd aan de Lerarenopleiding Ubbo Emmius met als vakken Nederlands en Frans. Beide vakken werden op tweedegraadsniveau afgelegd en aan de verplichtingen op didactisch en onderwijskundig gebied werd voldaan. Door de inspectie werd een ontheffing verleend voor het geven van onderwijs aan de hoogste klassen van het VWO of een vergelijkbaar niveau.
10. Schooltijden en vakantierooster
Ons uitgangspunt is dat een leerling tenminste 3 uur Nederlands per week ontvangt.
Voor de IB klas geldt: 3 uur per week voor A 1 standaard en 7 uur per week voor IB hoog niveau. Voor de overige niveaus geldt eveneens: 3 uur per week.
Het onderwijs wordt gegeven in drie 'terms' van elk 12 weken. Wij volgen hierbij het vakantierooster van de OBS en de CLIP. Het vakantierooster wordt aan het begin van het schooljaar verstrekt.
In gesprekken vragen we de ouders hun verlof zoveel mogelijk met de schoolvakanties te laten samenvallen. Indien dit niet lukt krijgt de leerling schoolwerk mee voor de betreffende periode.
Er wordt een absentieregistratie bijgehouden en op het rapport worden de verzuimde uren vermeld.

11. Namen en adressen
Contactadres van de school

Rua Dr. Sousa Rosa 144, 4150 Porto, tel. 22-6109269


Bestuur Stichting Nederlands Moedertaalonderwijs Porto:

Dr. Arie Pos: voorzitter

Avenida Barão Lourenço Martins 419

4580-336 Cete

Tel. (00 351) 255 752 315 en 914 774 021

E-mail: ariepos@hotmail.com


Ir. Inge Van Staeyen: penningmeester

Av. D. Alfonso Henriques 244, 3e etage,

4810-174 Guimarães

Tel. (00 351) 962 525 936

E-mail: ingevanstaeyen@hotmail.com
Drs. Symon Riedstra: secretaris

Travessa Adelino Amaro da Costa 655

4420-610 Gondomar

Tel. (00 351) 913 295 515

E-mail: riedstra@clix.pt
Stichting NOB

Parkweg 20a

2271 AJ Voorburg

+ 31 (0)70 386 66 46

www.stichtingnob.nl

info@stichtingnob.nl


Vertrouwensinspecteur buitenland:

Rijksinspectiekantoor Utrecht

Postbus 2730

3500 GS Utrecht

+ 31 (0)30 669 06 00
Centraal Meldpunt Vertrouwensinspecteurs:

+31 (0)76 524 44 77


Onderwijsinstanties in Nederland

Onderwijsinspectie Buitenland, Postbus 7447, 4800 GK Breda, tel.: 076 524 44 77, e-mail: buitenland@owinsp.nl



Porto, augustus 2016

Arie Pos, voorzitter NedMoP


Dovnload 117.39 Kb.