Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Stilistische verschijnselen in Seneca’s brieven van a tot Z

Dovnload 43.19 Kb.

Stilistische verschijnselen in Seneca’s brieven van a tot Z



Datum05.12.2018
Grootte43.19 Kb.

Dovnload 43.19 Kb.

Stilistische verschijnselen in Seneca’s brieven van A tot Z


Bij stilistische middelen kiest een auteur zijn woorden zo, of schrijft ze zó op, dat er meer nadruk komt op wat hij belangrijk vindt.

“Stijlfiguren” zijn er op het niveau van de hele tekst, de klanken van woorden, de woordvolgorde, woordkeus, gedachten en beeldspraak. In dit overzicht zijn ze zo geordend en z.v.m. voorzien van voorbeelden uit Seneca’s brieven. In Studeo en je examensyllabus worden de “verplichte stijlfiguren voor het CE” opgesomd en vind je meer voorbeelden.



  1. Opbouw van het betoog


  1. Sententia


Een aforisme (in het Latijn: sententia) is een beknopt geformuleerde spreuk of levenswijsheid:

7,8 homines dum docent discunt



terwijl mensen anderen iets leren, leren ze zelf

De eerste negentwintig brieven sluit Seneca af met een of meer aforismen, in epistula 7 bijvoorbeeld met drie (par. 11).


  1. Tegenwerpingen


Seneca laat vaak denkbeeldige personages tegenwerpingen maken op zijn ar- gumenten, zodat hij weer een aanleiding heeft om een volgend argument te berde te brengen; vaak zijn deze tegenwerpingen in de vorm van een vraag gegoten:

5,6 ‘Quid ergo? eudem faciemus quae ceteri? nihil inter nos et illos intererit?' Plurimum. ...

Wat krijgen we nou? Zullen wij dan hetzelfde doen als de anderen? Zal er dan geen enkel verschil zijn tussen ons en hen?’

Jawel, heel veel. ...

  1. Retorische vraag


Vraag waarop geen antwoord wordt verwacht.
  1. Praeteritio


Iemand kondigt aan dat hij iets niet zal bespreken en zegt het daardoor “stiekem” (lees: opzettelijk) toch.

  1. Klanken
  1. Alliteratie:


Onder alliteratie verstaan we klankherhaling (van medeklinkers) in een reeks woorden:

5,9 (multa bona) nostra nobis nocent


  1. Assonantie


Onder assonantie verstaan we klankherhaling (van klinkers) in een reeks woorden.

  1. Verbindingen
  1. Asyndeton


Impliciete verbinding: het achter elkaar plaatsen van woorden, woordgroepen of zinnen zónder verbindingswoord (et, sed, aut, nam):

7,1 aliquid ... turbatur, aliquid ... redit



iets ... wordt in verwarring gebracht (en) iets ... keert terug

7,4 mane leonibus et ursis homines, meridie spectatoribus suis obiciuntur

s morgens worden mensen voor de leeuwen en de beren geworpen, (maar) ’s middags voor hun toeschouwers

Een asyndeton dat een tegenstelling inhoudt, zoals in het laatste voorbeeld, noemen we een adversatief asyndeton.


  1. Polysyndeton


Constante herhaling van het voegwoord in een reeks woorden, zinsdelen of zinnen.

  1. Zinsbouw, woordvolgorde en herhalingen


  1. Polyptoton


Seneca’s favoriete stijlfiguur”

in één zin twee keer hetzelfde woord in een andere uitgang/naamval.

…ceteros in ipso vitae apparatu vita destituat

De overigen laat het leven in de steek juist bij het voorbereiden óp het leven.

  1. Anafoor:


Herhaling van een tekstelement aan het begin van opeenvolgende zinnen of delen daarvan.

  1. Ellips

De ellips, dat wil zeggen: het weglaten van een of meer woorden, waardoor een onvolledige zin ontstaat. Vaak moet er [in gedachten] iets herhaald worden uit de rest van de zin of de vorige zin.

5,6 ‘eadem faciemus quae ceteri [faciunt]? nihil inter nos et illos intererit?’

Plurimum [interest].

Niet alleen werkwoordsvormen, maar ook andere woorden kunnen worden weggelaten:

5,3 id agamus ut meliorem vitam sequamur quam vulgus, non ut contrariam [vitam sequamur].

Ellips is een van de middelen die Seneca hanteert om brevitas, beknoptheid van uitdrukking, te bereiken.


  1. Climax (ladder)


Reeks van tenminste drie tekstelementen die naar vorm/inhoud in een stijgende lijn zijn geordend. Tegenstelling: anti-climax
  1. Hyperbaton.


Twee woorden die grammmaticaal bij elkaar horen (bijv. congrueren) worden onderbroken door een ander tekstelement.
  1. Chiasme


De term chiasme komt van de Griekse letter X (chi) en wordt in het Nederlands ook wel kruisstelling genoemd. De opeenvolging van twee groepen woorden waarbij de volgorde van de tweede groep tegengesteld is aan die van de eerste groep. Betekenissen, klanken, woordsoorten etc. kan staan op de plekken (a) of (b).

te ipse coargue, inquire in te.






  1. Parallellisme


Opvallende overeenkomst tussen zinsdelen of zinnen in structuur of woordvolgorde

  1. Plaatsing van gedachten: tegenstellingen etc.
  1. Antithese


Een antithese is een koppeling van tegengestelde begrippen of gedachten, al dan niet aangegeven met een adversatief verbindingswoord (at, sed). In het adversatief asyndeton hierboven wordt de antithese weergegeven met de volgende woord(groep)en:

7,4 mane – meridie ’s ochtends ’s middags

leonibus et ursis - spectatoribus suis dieren mensen

  1. Paradox


Een paradox is een schijnbare tegenstelling. Bij een paradox worden door de schrijver woorden gebruikt waarvan de betekenis tegengesteld is, maar die in de context onverwacht wel een zinvolle mededeling zijn. Bij voorbeeld:

5,9 multa bona nostra nobis nocent



veel van onze goede eigenschappen doen ons kwaad

  1. Woordkeus
  1. Pleonasme


De kwalificatie bij een begrip ligt reeds in het begrip zelf besloten.
  1. Tautologie


Nevenschikkend herhalen van een begrip in andere woorden.
  1. Eufemisme


Weergave van een negatief begrip door een verzachtende uitdrukking.
  1. Ironie


Het tegenovergestelde zeggen van wat je bedoelt.
  1. Litotes


Dubbele ontkenning die het tegendeel juist versterkt.

  1. Beeldspraak
  1. Metafoor


Beeldspraak, overdracht van de betekenis van een woord op een ander woord op grond van een inhoudelijke overeenkomst. Alléén het beeeld wordt genoemd: “Vergelijking zonder “zoals”

28 qui in fluctus medios eunt



die zich midden in de golven begeven

De metafoor is dat het leven wordt vergeleken met de vaart van een schip. De golven staan dan voor een woelig leven.

28 cum difficultatibus rerum ... conluctantur

ze strijden/vechten met de moeilijkheden

Het leven wordt voorgesteld als een gevecht.

28 ... te ipse coargue, inquire in te; accusatoris primum partibus fungere, deinde iudicis, novissime deprecatoris

overtuig jezelf van schuld, klaag jezelf aan; vervul eerst de rol van aanklager, dan van rechter, tenslotte pas die van advocaat.

Het verbeteren van jezelf is voorgesteld als een proces met voorafgaand gerechtelijk onderzoek.


  1. Metonymia: o.a. Abstractum pro concreto


Bij metonymia wordt een woord vervangen door een ander woord op grond van een bepaalde overeenkomst, bijv pars pro toto of “hij drinkt teveel Bacchus”

Het gebruik van een abstract begrip om iets concreets aan te duiden:

41,8 insania (waanzin): waanzinnige mensen Zo ook:

5,7 custodia (gevangenis): gevangene


  1. Personificatie


Vorm van beeldspraak waarbij dingen, voorwerpen of abstracties als levende wezens worden voorgesteld of eigenschappen daarvan krijgen toebedeeld.
  1. Vergelijking


met “als” “zoals” “gelijk aan” etc.

bestaat uit:



  1. Het afgebeelde: dat wat vergeleken wordt met iets anders

  2. Het beeld waarmee er vergeleken wordt

  3. Tertium comparationis: in welk opzicht a wordt vergeleken met b.

  • Retorische vraag
  • Hyperbaton. Twee woorden die grammmaticaal bij elkaar horen (bijv. congrueren) worden onderbroken door een ander tekstelement. Chiasme
  • Pleonasme De kwalificatie bij een begrip ligt reeds in het begrip zelf besloten. Tautologie
  • Litotes Dubbele ontkenning die het tegendeel juist versterkt. Beeldspraak Metafoor
  • Metonymia: o.a. Abstractum pro concreto

  • Dovnload 43.19 Kb.