Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Student: Robin Gerris

Dovnload 1.2 Mb.

Student: Robin Gerris



Pagina1/6
Datum25.10.2017
Grootte1.2 Mb.

Dovnload 1.2 Mb.
  1   2   3   4   5   6


‘Op welke manieren kan het logboek ingezet worden als middel voor procesbewaking bij het vak beeldende vorming voor Havo 5 op het Mollerlyceum’

Student: Robin Gerris

Studentnr: 2171987

Fontys Contact Docent: J. Plasman

Studieloopbaanbegeleidster: R. Lievens

Stagebegeleidster: M. van Treijen

Naam school: Mollerlyceum

Adres: Bolwerk Zuid 168

Postcode: 4600 AL

Plaats: Bergen op Zoom

Telefoonnummer: 0164-241550

Mailadres: Info@mollerlyceum.nl



Voorwoord

Afstuderen, het laatste jaar op de opleiding. Een periode in je leven waarin beslissingen worden gemaakt voor de toekomst. Een ijkpunt in het leven waarin je vaststelt dat je jezelf verder gaat specialiseren in een vak waar je plezier hebt en kennis over vergaard hebt. Dit is wat ik de afgelopen periode gedaan heb.


Mijn naam is Robin Gerris, student aan de academie voor beeldende vorming op de Fontys hogeschool voor de kunsten, te Tilburg. Mijn opleiding is een docentenopleiding die zichzelf toe heeft gewijdt aan de educatie in de kunstensector. Een opleiding waar je, naast het vakcurriculum, jezelf ontwikkelt als persoon en een visie op het leven leert te vormen. Wat is belangrijk en wat wil ik graag aan de buitenwereld laten zien, kortom wie ben ik en hoe profileer ik mijzelf. Aangezien ik het fijn vind om kennis te ontvangen, wil ik ook kennis overdragen naar derden. Dit heeft er voor gezorgd dat ik voor de docentenopleiding gekozen heb en uiteindelijk mijn passie voor het delen van kennis centraal wil stellen in mijn vakgebied.

Het middelbaar onderwijs is een sector die hier aansluiting op heeft. Het is een plaats waarin de overdracht van kennis en vaardigheden naar jonge adolescenten centraal staat. met name de leerlingen die in het laatste jaar zitten verwonderen mij. Ze zitten op een ijkpunt in hun leven waarin ze veel keuzes moeten maken, ze kiezen onder andere voor een vervolgopleiding en proberen te achterhalen wie ze als persoon zijn. Omdat ik zelf op een vergelijkbaar punt in mijn leven zit, trok dit mijn aandacht en daardoor heb ik gekozen om mijn afstudeeronderzoek te doen op een middelbare school.


Omdat ik zelf iemand ben die procesgericht werkt heb ik dit als eis gesteld voor mijn afstudeerplek. Daarnaast wilde ik graag een stageplaats waarin ik veel vrijheid had om met het curriculum om te gaan. Een plaats om te experimenteren en te ontdekken. Een avontuur, dat is wat ik wilde creeëren.

De school die aan mijn eisen voldeed was het Mollerlyceum te Bergen op Zoom. Een stad waar ik zelf als kind veel geweest ben, een plaats met veel herinneringen en dus een veilige omgeving. Het Mollerlyceum was voor mij nog onbekend, een plaats die nog niet ontdekt was. Dit prikkelde mij enorm, graag wilde ik weten hoe ik deze plek kon ontdekken en wat mij zou opvallen aan deze school. Na een eerste gesprek werd duidelijk dat het vak beeldende vorming op een procesgerichte manier gegeven en de docent op een intuïtieve, leerlinggerichte manier te werk gaat. Hier wilde ik op onderzoek uit. De plannen waren gemaakt, en ik kon niet wachten om aan mijn ontdekkingsreis te beginnen.


Soms kom je als ontdekkingsreiziger een medereiziger tegen.Dat is in deze situatie het geval geweest. Er ontstaat dan een kruisbestuiving waarbij je elkaar inspireert, motiveert en voorkennis kunt delen. Dit is het geval geweest. Ik hoop dat we allebei onze ontdekkingsreis met nieuwe kennis en vaardigheden kunnen voortzetten. Bij deze, bedankt Margot voor de zeer inspirerende en motiverende begeleiding.
Robin

Inleiding'>Inhoudsopgave

Inleiding 4 t/m 5

Deelvraag 1 Wat zijn de kennis, vaardigheden en behoeftes van een Havo 5 leerling? 6 t/m 10

Antwoord deelvraag 1 10

Deelvraag 2 Wat zijn de actuele doelen voor het vak beeldende vorming bij Havo 5? 11 t/m 12

Antwoord deelvraag 2 12

Deelvraag 3 Hoe zorg ik dat de leerlingen van Havo 5 hun proces beheersen

en begrijpen door het gebruik van hedendaagse onderwijsmethoden 13 t/m 18

Antwoord deelvraag 3 18

Deelvraag 4 waar kan de relatie gelegd worden tussen het logboek en

procesgericht leren tijdens de les beeldende vorming 19 t/m 23

Antwoord deelvraag 4 23

Conclusie 24 t/m 25

Product 26

Bijlage 27

Inhoudsopgave 28



Bronnenlijst 29 t/m 30

Inleiding 31

Notities gesprek 32



Deelvraag 1 33

Profilering Havo leerling 34



Deelvraag 2 35

Syllabus Habo beeldende vorming nieuwe stijl 36 t/m 37

Syllabus Havo/Vwo kunst algemeen 38 t/m 39

Advies kunst van het nieuwe 40



Deelvraag 3 41

Visie op educatie 42 t/m 44

Visie op beeldend 45 t/m 46

Beeldend werk 47 t/m 48

Formele Theorie: ZDT’s 5 minitheorieën 49

Whitepaper 21st century skills 50 t/m 59

Didaktisch planningsmodel, J.D.H.M. Vermunt 60

Deelvraag 4 61

Formulier met alle antwoorden op de enquete 62 t/m 63

Lege enquete 64 t/m 67

Product 68

Docentenhandleiding product 69 t/m 73

Handout praktijk opdracht abstractie & beweging 74 t/m 75

Handout theorie opdracht abstractie & beweging 76

Beoordelingsformulier 77 t/m 78
Inleiding

Als naar de geschiedenis gekeken wordt heeft de menselijke samenleving een nooit een vaste vorm gehad. Door de consistente interactie en relatie met elkaar heeft de mens als gezamelijk doel de vooruitstrevende ontwikkeling van de samenleving centraal gesteld. Keer op keer vinden er in hoog tempo innoverende vernieuwingen plaats. Of het om het uitvinden van het wiel gaat of de ontwikkeling van het vakgerichte gildesysteem in de middeleeuwen. Vakmanschap, creativiteit en samenwerking zijn altijd sleutelbegrippen geweest in deze ontwikkeling. Door de jaren heen is de vorm waarop deze begrippen worden uitgevoerd echter wel veranderd. Deze verandering van vorm vorm heeft een enorme invloed op de manier waarop wij leven, leren en werken.


Momenteel bevindt de maatschappij zich opnieuw in een transitie waarbij de ‘digitale revolutie’ de boventoon voert. Van een industrieële samenleving waarbij de overdracht van kennis en vaardigheden gebaseerd was op de behoeften van werkgevers en het onderwijs werd vormgegeven door passief leren wordt nu de omslag gemaakt naar een kennis samenleving die gericht is op kennisconstructie door actief leren.1 Het is duidelijk dat dit grote veranderingen voor het onderwijs met zich mee brengt. Het onderwijs en met name het kunstonderwijs speelt een grote rol in de ontwikkeling van de volgende generatie die onderdeel zal zijn van deze maatschappij.
Om deze nieuwe generatie voor te bereiden op een samenleving waarin procesgericht werken en kennisconstructie de boventoon voert heb ik besloten om mijn onderzoek te richten op het ideale beeld van het onderwijs wat hun hierin begeleid. Onverwacht kwam dit onderwerp ter sprake toen ik in gesprek was met mijn stagebegeleidster2. Uit dit gesprek bleek dat de ideale situatie voor hun bestond uit een leeromgeving waarbij op een procesgerichte manier gewerkt wordt aan nieuwe vaardigheden en kennis. ‘21st century skills’ en ‘De kunst van het nieuwe’ vormen hierbij het uitgangspunt voor vorm van het vakcurriculum.
Daarnaast waren er een aantal vraagstellingen vanuit de school die gericht waren op het vakcurriculum van de bovenbouw. Deze vraagstellingen betroffen o.a. de de vorm van leerlingbegeleiding in de praktijk, het aan kunnen tonen wat er geleerd wordt bij het vak beeldende vorming, geen direct functionele toepassing van het logboek en de zoektocht naar een nieuwe toepassing van de persoonlijke begeleiding bij de doelen van de leerling. Deze vraagstellingen kunnen wij omzetten in doelen voor dit onderzoek.


  • Beter kunnen aantonen aan de onderwijsinspectie wat er geleerd wordt bij het vak beeldende vorming door fysiek bewijs aan te leveren.

  • Een concrete toepassing van het logboek zoeken voor procesgericht onderwijs

  • Betere aansluiting met de persoonlijke doelen van de leerling

Ten slotte was de school op zoek naar een manier om het logboek bij deze hedendaagse manier van procesgericht leren te incorperen.


Deze laatste toevoeging aan deze vraagstellingen zorgt er voor dat ik een kwalitatief onderzoek ga verrichten en ga kijken waar ik de essentiële functie van het logboek in de les beeldende vorming sterker kan benadrukken. Dit heeft geleid tot de volgende hoofdvraag voor mijn onderzoek:
Op welke manieren kan het logboek ingezet worden als middel voor procesbewaking bij het vak beeldende vorming voor Havo 5 op het Mollerlyceum’
Om deze hoofdvraag te beantwoorden moet ik het exacte domein van de doelgroep, het betreffende vak, de methode van begeleiding en de functie dat het logboek momenteel heeft bepalen. Dit heeft geleid tot de volgende deelvragen:


  • Wat zijn de kennis, vaardigheden en behoeftes van een Havo 5 leerling?

  • Wat zijn de actuele doelen voor het vak beeldende vorming bij Havo 5?

  • Hoe zorg ik dat de leerlingen van Havo 5 hun proces beheersen en begrijpen door het gebruik van hedendaagse onderwijsmethoden

  • waar kan de relatie gelegd worden tussen het logboek en procesgericht leren tijdens de les beeldende vorming

Er heerst onduidelijkheid in de klas en de leerlingen begrijpen niet goed waar ze aan toe zijn omdat ze niet weten voor wie en waarom er geleerd moet worden. Hierdoor zijn ze niet zo gemotiveerd als dat mogelijk is. Door duidelijkheid, structuur,inzicht, een consistente verantwoording en een directe toepassing van vakgerichte kennis en vaardigheden aan te bieden kan dit doorbroken worden. Mijn verwachting is daardoor dat door een verantwoorde, consistente implementatie van het logboek en een toepassingsopdracht die gericht zal zijn op de doelen van zowel de leerlingen als het ministerie de lessen succesvoller, interessanter en meer gericht op het nu zullen zijn.’


Deze hypothese zal als leidraad dienen voor dit onderzoek. Deze ga ik onderzoeken door als eerste de behoeftes, kennis en vaardigheden van de doelgroep vast te stellen zodat ik ze daarna kan koppelen met de kennis, vaardigheden en doelstellingen die bij het vakgebied horen. Wat wordt bij het vak beeldende vorming aangeleerd en welke onderwijs/vakdidaktische theorieën zorgen er voor dat de overdracht van deze kennis en vaardigheden optimaal gerealiseerd kunnen worden. Omdat ik zelf een eigen visie over het onderwijs heb bepaald deze visie grotendeels de keuze voor de procesgerichte theorieën. Daarna ga ik de theorie testen in de praktijk door een enquete af te nemen bij de leerlingen. Wat vinden zij eigenlijk belangrijk bij het vak beeldende vorming? Hoe kijken hun tegen het logboek aan? Hieruit zal ik een conclusie kunnen trekken die tot een aanbeveling voor de school zal leiden. Deze aanbeveling wordt begeleid met een lessenreeks die zowel de docent als de leerlingen gaandeweg leert omgaan met een procesgerichte manier van werken waarbij competentie, relatie en autonomie centraal staan.

Ik wens u veel plezier met het lezen van mijn onderzoek. Ik hoop dat het tot nieuwe perspectieven op het procesgericht onderwijs en met name op de uitvoering van het vak beeldende vorming zal leiden.



Deelvraag 1

Wat zijn de kennis, vaardigheden en behoeftes van een Havo 5 leerling?
De gemiddelde leeftijd van een Havo 5 leerling varieert van 15 tot 17 jaar. Dit betreft de levens- en ontwikkelingsfase van de adolescent. Door het omschrijven van kennis, vaardigheden, behoeftes en ontwikkelingen van deze fase kan een juiste weergave van deze doelgroep worden gemaakt. Er zullen 3 verschillende gebieden onderzocht worden. Cognitief gebied, sociaal/emotioneel gebied en de vorming van een persoonlijkheid.
Als eerst zal er gekeken worden naar de sociaal emotionele ontwikkeling van de betreffende doelgroep. Hierna zal een koppeling plaats vinden met het schoolsysteem. Op cognitief gebied vinden er grote veranderingen plaats. Ondanks een min of meer gelijkblijvend IQ krijgt de intelligentie een grotere reikwijdte doordat de adolescent meer ervaring heeft opgedaan dan het schoolkind. Dit confronteert ze op de 1ste plaats met meer onderwerpen om over na te denken. Op de 2de plaats breidt ook het denkvermogen zich uit waardoor zij onder andere een verbetering zien in verschillende informatieverwerkingsprocessen en een omschakeling maken van het concreet naar het abstract denken. Dit zet voor een groot deel de toon voor de belevingswereld van de adolescent. Zij gaan door hun ervaringen en voorkennis op een nieuwe manier over zichzelf en anderen denken en beoordelen elkaar daardoor anders. Dat blijkt ook uit de vernieuwing aan onderwerpen waarmee ze in hun leven geconfronteerd worden en als belangrijk beschouwen.
Ze hebben behoefte aan een grotere zelfstandigheid waarbij de mogelijkheden en grenzen worden bepaald door de groei van hun intelligentie. Hierdoor wordt de behoefte om zichzelf op een individuele manier, zo optimaal mogelijk te ontwikkelen en dus te presteren groter. De adolescent is voordeel dat in deze levensfase de leerpotentie van de hersenen het grootste is. Dat wil niet zeggen dat iedere adolescent alles kan leren tijdens deze fase. Voor ieder persoon zal deze intelligentie een andere vorm basisvorm hebben. Daarom is het belangrijk om een onderscheid te maken tussen intelligentie waar je goed bent in het werken met je handen, en het werken met woorden. Ieder adolescent zal beide bevatten, maar de hoeveelheid daarin varieërt per individu.
Door deze verschillende vormen van intelligentie is het van belang dat de adolescent niet alleen les krijgt in algemene vorming. Als er geen onderscheid wordt gemaakt in persoonlijke kwaliteiten kan een leerling dus niet volledig tot individuele ontwikkeling komen. Dit zou ten koste van de intrinsieke motivatie die de stuwende drijfkracht is van de adolescent. Hieruit blijkt ook dat een grote succesbeleving bij het maken van opdrachten van belang is bij de adolescent. Als de adolescent ziet dat hard werken leidt tot een grote succesbeleving, dan zal hij dit als gunstig gedrag ervaren. Helaas reageert het puberbrein nauwelijks op kleine positieve ervaringen. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de school leerlingen tekort zou doen als het alleen algemene vorming in de lessen verstrekt. Het is belangrijk om vakgerichte kennis en vaardigheden aan te leren waardoor de leerlingen zich verrijkt voelen.


Door het onderscheid in algemene vorming en vakgerichte vorming kan er dus gesproken worden over 2 soorten intelligentie. Deze over een algemene intelligentie, ook wel de vloeiende facetten van intelligentie genoemd. Dit is de intelligentie die algemeen inzetbaar is. Bijvoorbeeld de snelheid waarmee informatie wordt opgenomen, het gemak waarmee iemand van de ene op de andere oplossingsstrategie kan omschakelen en het kunnen leggen van verbanden tussen losse elementen. Naast deze algemene facetten zijn er ook specifieke facetten, ook wel uitgekristalliseerde intelligentie genoemd. Deze intelligentie is veel minder algemeen inzetbaar en vooral bruikbaar bij specifieke vraagstukken. Dit betreft o.a. de omvang van de woordenschat, de mate van inzicht in menselijke verhoudingen en affiniteit met natuur.
Bij de adolescent vindt ook de overgang van concreet naar abstract denken plaats. Voordat een individu in de adolescentie geraakt zal het namelijk eerder concreet denken. Bij het concreet denken wordt nagedacht over onderwerpen die het heden betreffen of tastbaar zijn. Bij het abstract denken leert men voorstellingen maken van zaken die niet direct in de realiteit waarneembaar zijn. Dit betreft alle zintuigen waarmee waargenomen kan worden. Doordat de leerlingen kennis maken met zowel concreet als abstract denken, kan de leerling op meerdere manieren problemen benaderen. Hierdoor versterkt dus het probleemoplossend vermogen. Het abstracte denken betekent ook dat de adolescent toegang krijgt tot beeldspraak, waarbij het niet gaat om wat er feitelijk staat, maar om symbolen die verwijzen naar een achterliggende, niet direct waarneembare betekenis. Voorbeelden hiervan zijn gedichten en popsongs. Als de adolescent zich verder ontwikkelt ontstaat ook het propositioneel denken wat nog verder van de realiteit afstaat. Het gaat dan om puur logisch denken, los van welke realiteit dan ook. ‘Als we aannemen dat dit waar is, moet dat dan ook waar zijn? Door deze nieuwe mogelijkheid van propositioneel denken en hanteren van abstracte begrippen, confronteert een adolescent voor het eerst met allerlei dingen in het leven die niet kloppen. Dit leidt tot een zoektocht naar argumentatie. De adolescent gaat zich bezighouden met vraagstellingen in het leven die o.a. betrekking hebben op normen en waarden en deze met logica proberen op te lossen. Hierbij zal de adolescent buitengewoon kritisch worden ten opzichte van de maatschappij Het besef dat het feigelijke en het mogelijke vaak niet samenvallen, maakt dat de adolescent voortdurend ontdekt dat het feitelijke tekorten heeft en rebelleert daar tegen. Dit brengt ons bij het sociale gebied. Want in de adolescentenogen deugt dit niet allemaal even goed. Ze gaan spelen met de redeneerregels en benaderingswijze tegenover elkaar.
Als laatste zijn er nog vier kwantitatieve cognitieve veranderingen die benoemd moeten worden. Het betreft hier de informatieverwerkingsprocessen. De toename van deze veranderingen kan sterk per individu verschillen.

  1   2   3   4   5   6

  • Inhoudsopgave Inleiding
  • Antwoord deelvraag 3 18 Deelvraag 4
  • Inleiding
  • Deelvraag 3
  • Deelvraag 1 Wat zijn de kennis, vaardigheden en behoeftes van een Havo 5 leerling

  • Dovnload 1.2 Mb.