Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Student: Robin Gerris

Dovnload 1.2 Mb.

Student: Robin Gerris



Pagina6/6
Datum25.10.2017
Grootte1.2 Mb.

Dovnload 1.2 Mb.
1   2   3   4   5   6

Whitepaper ‘21st Century Skills in het onderwijs’ Pagina 7 http://www.21stcenturyskills.nl

  • Vaardigheid ‘Probleemoplossend denken en creativiteit’

  • Leeractiviteiten waarin een groot beroep wordt gedaan op probleemoplossend vermogen en creativiteit van leerlingen vallen binnen deze vaardigheid. De leeractiviteiten richten zich op het zoeken van oplossingen voor een nieuw probleem, het afronden van een taak zonder instructies over de te volgen aanpak of het samenstellen van een complex product dat voldoet aan een aantal vooraf gestelde eisen. Een verhoogd leerrendement wordt bereikt als de oplossing in de echte wereld moet worden geïmplementeerd.



  • Vaardigheid ‘Planmatig werken’

  • Bij planmatig werken ontwikkelen leerlingen vaardigheden in het kader van zelfsturing. Leerarrangementen bestrijken een langere termijn waarbij leerlingen zelf verantwoordelijk zijn voor planning, kwaliteitsbewaking en uiteindelijke zelfevaluatie en reflectie. Daarbij wordt de effectiviteit verhoogd als leerlingen bij aanvang van de taak op de hoogte zijn van de beoordelingscriteria.



  • 21st century skills in het onderwijs

  • Onderwijs in een kennissamenleving

  • In de nieuwe kennissamenleving zijn scholen geen exclusieve leeromgevingen meer. Leerlingen en studenten leren ook buiten school. Denk bijvoorbeeld aan het volgen van een talencursus via het internet, informatiebronnen als Twitter, maar ook via de vele instructiefilmpjes die op YouTube te vinden zijn. Daarnaast is een zich ontwikkelende kennissamenleving gebaseerd op een leven lang leren. Van burgers wordt verwacht dat ze zich flexibel kunnen opstellen en aanpassen aan de veranderende omstandigheden in leven, leren en werken.

  • Waar in een industriële samenleving in het onderwijs de nadruk ligt op kennisoverdracht, is dat in een kennissamenleving op het ontwikkelen van 21st century skills. Onderstaand overzicht zet een aantal verschillen tussen de beide onderwijsvormen naast elkaar.



































































  • Whitepaper ‘21st Century Skills in het onderwijs’ Pagina 8 http://www.21stcenturyskills.nl



    • Onderwijs in een industriële samenleving

    • Onderwijs in een kennissamenleving

    • Gericht op kennisoverdracht

    • Gericht op kennisconstructie

    • Leerkracht en boeken als bron van kennis

    • Leerkracht als coach van leerlinggestuurde leerprocessen

    • Lessen gebaseerd op de hogere niveaus van de taxonomie van Bloom: Analyse, Synthese en Evaluatie

    • Passief leren

    • Actief leren

    • Gefragmenteerde lessen en curriculum

    • Vakoverstijgende projecten

    • Gebaseerd op behoeften van werkgevers in een industriële samenleving

    • Gebaseerd op behoeften van werkgevers en maatschappij in een kennissamenleving

    • Boeken, schriften, pennen staan centraal

    • Blended learning met rijk gebruik van ict

    • Vindt vooral binnen klaslokalen plaats

    • Interactie binnen en buiten school



  • Integratie of innovatie (paradigma’s)

  • Nu de kennissamenleving steeds meer vorm en inhoud krijgt, wacht ook het onderwijs een transformatie. Een nu nog klein, maar toenemend aantal scholen en onderwijsinstellingen in Nederland heeft kennis genomen van de nieuwe term 21st century skills. In de zoektocht naar hoe 21st century skills in het onderwijs te verweven zijn, rijst voor scholen een aantal vragen. De meest cruciale daarbij is of de vaardigheden kunnen worden geïntegreerd in het huidige onderwijs of dat een innovatie naar een nieuw onderwijsparadigma (het geheel van opvattingen die ten grondslag liggen aan de onderwijskundige visie van scholen) gewenst is. Het lijkt evident dat scholen, of nu gekozen wordt voor integratie of innovatie, veranderprocessen moeten doormaken. Daarbij dient allereerst aandacht besteed te worden aan visieontwikkeling om de te volgen koers te kunnen bepalen. Aan de hand daarvan kan het curriculum worden aangepast of worden herontworpen. Vervolgens is het van belang te werken aan de deskundigheid van leerkrachten en/of docenten. In het onderwijs waarin 21st century skills een belangrijke rol hebben, besteden ze minder tijd aan frontale kennisoverdracht en krijgen ze een meer coachende functie.

  • Ook de rol van andere betrokkenen is aan verandering onderhevig zijn. Genoemd is al dat leerlingen bij het leren meer eigen verantwoordelijkheid dragen en er zelf meer sturing aan geven. Dat vergt onder andere van ouders een andere betrokkenheid bij het leren. Leren vindt niet alleen op school plaats, maar ook daarbuiten. Voorbeelden daarvan zijn het leren



























  • Whitepaper ‘21st Century Skills in het onderwijs’ Pagina 9 http://www.21stcenturyskills.nl

  • vanuit activiteiten die het gezin onderneemt en het leren in clubverband tijdens vrijetijdsbesteding.

  • Steeds vaker blijkt dat het management van scholen een cruciale rol vervult in het welslagen van veranderkundige processen. Naast het bieden van ruimte voor schoolontwikkeling ondersteunen ze het team van docenten en/of leerkrachten bij het bevorderen van de deskundigheid op gebieden als nieuwe didactiek en klassenmanagement. Support vanuit het bestuur van scholen is daarbij onontbeerlijk.



  • Afsluitend

  • Suggesties voor aanvullingen, kritische kanttekeningen en /of reacties op dit whitepaper zijn van harte welkom op http://www.21stcenturyskills.nl/whitepaper

  • Op http://www.21stcenturyskills.nl/ondersteuning is een aanbod voor ondersteuning van scholen en onderwijsinstellingen te vinden. Het ondersteuningsaanbod is gebaseerd op zowel de integratie van 21st century skills in het huidige onderwijs als bij veranderkundige trajecten. Scholen, leerkrachten en docenten kunnen kiezen uit een breed scala aan workshops, trainingen en opleidingen.

  • Wij inspireren en ondersteunen u graag!

  • Henk Lamers Mobiel 06 1849 5201 henk.lamers@21stcenturyskills.nl

  • Frank van den Oetelaar Mobiel 06 5572 7925 frank.vandenoetelaar@21stcenturyskills.nl http://twitter.com/21stcskills http://www.facebook.com/21stcenturyskillsnl





































  • Whitepaper ‘21st Century Skills in het onderwijs’ Pagina 10 http://www.21stcenturyskills.nl



    • Didaktisch planningsmodel

    • naar: J.D.H.M. Vermunt 1994



    • VOORBEREIDING
      I


    • In deze fase worden denkstrategieën en vakinhoudelijke concepties van leerders gediagnosticeerd, wordt aangesloten bij hun leerstijlen en preconcepties en worden constructieve fricties gecreëerd tussen oude - en nieuw te verwerven kennis.

    • VOORBEREIDING
      II


    • In deze fase worden cognitieve, affectieve en regulatieve leer- en denkactiviteiten in samenhang onderwezen. Doorgaans verborgen leer- en denkactiviteiten worden zo overt en expliciet mogelijk gedemonstreerd. Leerders worden vervolgens geactiveerd om de gedemonstreerde leer- en denkactiviteiten zelf in verschillende situaties toe te passen, en krijgen procesgerichte feedback op de kwaliteit van de wijze waarop zij dat gedaan hebben.

    • VERWERKING

    • In deze fase wordt de activering van de onderwijsgevende geleidelijk teruggetrokken en wordt door het creëren van uitdagende leeromgevingen een voortdurend beroep gedaan op het gebruik van de nieuw verworven leer- en denkvaardigheden van de leerder.

    • EVALUATIE

    • In deze fase worden toetsen afgenomen die denkactiviteiten en concepties van de vakinhoud meten. Deze fase is in wezen identiek aan de diagnostische fase in het begin. Uit het verschil tussen de uitkomsten van deze twee meetmomenten blijkt in hoeverre denkvaardigheden zijn toegenomen en concepties van de vakinhoud zijn veranderd.















































































  • Deelvraag 4

    • Antwoorden enquete

    • Lege enquete





    • Antwoorden Enquete 14/2/2014


    • Ja/nee vragen

    • Welke van de volgende opdrachten heb je wel eens uitgevoerd in je logboek?



      • Ja

      • Nee

      • Een plan van aanpak gemaakt

      • 29

      • 17

      • 43

      • 3

      • Een concept uitgeschreven

      • 27

      • 19

      • Schetsen gemaakt

      • 45

      • 1

      • Een kijkwijzer van een kunstwerk gemaakt

      • 2

      • 44

      • Materiaalexperiment uitgevoerd

      • 37

      • 9

      • Reflectie op je eigen werk geschreven

      • 32

      • 14

      • Lesbeschrijving na afloop van de les gemaakt (procesbeschrijving)

      • 21

      • 25

      • Doelen opgeschreven voor je werkproces

      • 23

      • 23

      • Een beschrijving gemaakt van een kunstwerk of kunstenaar

      • 16

      • 30

      • Een koppeling gemaakt tussen het werk van een kunstenaar, en eigen werk

      • 12

      • 34

      • Evaluatie aan het einge van een opdracht

      • 38

      • 10







    • Aankruisen
      Wat vind jij belangrijke dingen die bij het vak beeldende vorming horen?

    • 42

    • Leren tekenen

    • 35

    • Leren schilderen

    • 19

    • Leren fotograferen

    • 10

    • Leren animeren

    • 23

    • Collages maken

    • 30

    • 21

    • 15

    • Concepten bedenken



    • 13

    • Kunstgeschiedenis leren

    • 43

    • Vrijheid tijdens de les

    • 11

    • Een beeldend onderzoek opstarten

    • 34

    • Duidelijke, heldere opdrachten

    • 43

    • Plezier hebben















      • 28

      • Overleggen met klasgenoten over je proces

      • 14

      • Korte of lange termijn doelen stellen voor jezelf

      • 33

      • Experimenteren met materiaal (proefjes maken)

      • 12

      • Leren plannen

      • 42

      • Creatief werken

      • 2

      • Presentaties maken

      • 9

      • Aandachtig naar andere mensen luisteren

      • 3

      • Theoretische huiswerk opdrachten

      • 21

      • Praktische huiswerk opdrachten

      • 1

      • De krant lezen

      • 23

      • Gestructureerde, duidelijke opdrachten

      • 13

      • 19



    • Stellingen
      Ben jij het eens met de stelling? Zet een kruisje bij het betreffende vakje.


    • (1 = helemaal oneens, 2 = oneens, 3 = neutraal, 4= eens, 5 = helemaal mee eens)



      • 1

      • 2

      • 3

      • 4

      • 5

      • Ik kan overzichtelijk plannen en mijzelf daar aan houden



      • 4

      • 14

      • 24

      • 3

      • 1

      • Ik heb plezier tijdens de praktijklessen beeldende vorming



      • 0

      • 1

      • 6

      • 27

      • 12

      • Ik kan goed reflecteren over mijn beeldend proces



      • 2

      • 7

      • 29

      • 8

      • 0

      • Ik leer bij het vak beeldende vorming kennis en vaardigheden die belangrijk zijn voor later



      • 5

      • 12

      • 20

      • 6

      • 3

      • De vaardigheden/kennis die ik bij het vak beeldende vorming leer, vind ik leuk



      • 1

      • 5

      • 16

      • 18

      • 5

      • Ik kan goed naar andere mensen luisteren tijdens de les beeldende vorming



      • 2

      • 4

      • 19

      • 20

      • 1

      • Ik kan mijn proces goed terug vinden in mijn logboek



      • 2

      • 8

      • 19

      • 13

      • 4

      • Mijn logboek is overzichtelijk, ik weet daardoor hoe ik dingen terug moet vinden



      • 4

      • 4

      • 20

      • 16

      • 2

      • 0

      • 6

      • 15

      • 21

      • 4

      • 1

      • 8

      • 20

      • 14

      • 3

      • Ik vind de praktijkopdrachten onduidelijk en weet niet wat ik moet doen.



      • 7

      • 19

      • 8

      • 10

      • 2

      • Ik vind dat ik genoeg zelf mag bepalen bij de les beeldende vorming



      • 0

      • 1

      • 11

      • 21

      • 13

      • Ik snap het nut van de praktijk en theorie opdrachten



      • 0

      • 6

      • 15

      • 19

      • 6

      • Ik heb meer aan creatief werken, dan aan kunst maken.



      • 0

      • 1

      • 23

      • 17

      • 5







    • Enquete Beeldende vorming

    • Ik zou graag willen weten wat jou ervaringen zijn m.b.t. het logboek dat bij het vak beeldende vorming wordt gebruikt. Vind je het fijn om er mee te werken? Snap je waar het logboek voor is? Als je er in terug kijkt, begrijp je dan nog wat er staat? Ook wil ik graag weten hoe jij het vak beeldende vorming ervaart. Leer je ook echt iets waar je later wat aan hebt? Deze enquete helpt mij om mijn onderzoek voor mijn eigen studie te doen. Ik doe dit namelijk om er achter te komen waar jullie het logboek voor gebruiken, en of het misschien beter en ook leuker gebruikt kan worden in de les. Ook wil ik de lessen nog interessanter maken. De lijst mag anoniem ingevuld worden. Dus je hoeft je naam er niet op te schrijven. Schrijf er wel je klas op! Vul de lijst op je gemakje in, en zodra je hem af hebt kan je hem direct bij mij inleveren.
    • Alvast bedankt,


    • Robin Klas:







    • Open vraag
      Waarom denk je dat het logboek gebruikt wordt in de les beeldende vorming?



    • ………………………………………………………………………….………………………………….………………………………….………….



    • ……………………….………….……………………….………………………………….………………………………….………………………..



    • ………….………………………………….………………………………….………………………………….………………………………….…..



    • ……………………………….………………………………….………………………………….……...……………………………….……………

    • Ja/nee vragen

    • Welke van de volgende opdrachten heb je wel eens uitgevoerd in je logboek? (Omcirkel Ja of Nee)

    • Een plan van aanpak Ja / Nee



    • Een woordweb gemaakt Ja / Nee



    • Een concept uitgeschreven Ja / Nee



    • Schetsen gemaakt Ja / Nee



    • Kijkwijzer van een kunstwerk gemaakt Ja / Nee



    • Materiaal experiment uitgevoerd Ja / Nee



    • Reflectie op je eigen werk geschreven Ja / Nee



    • Lesbeschrijving na afloop van de les gemaakt (procesbeschrijving) Ja / Nee



    • Doelen opgeschreven voor je werkproces Ja / Nee



    • Een beschrijving gemaakt van een kunstwerk of kunstenaar Ja / Nee



    • Een koppeling gemaakt tussen het werk van een kunstenaar, en eigen werk Ja / Nee



    • Evaluatie aan het einde van een opdracht Ja / Nee

    • Aankruisen
      Wat vind jij belangrijke dingen die bij het vak beeldende vorming horen? (Zet een kruisje voor deze dingen, je mag meerdere dingen aankruisen!)





    • Leren tekenen



    • Leren schilderen



    • Leren fotograferen



    • Leren animeren



    • Collages maken



    • Kritisch leren kijken naar je beeldend proces



    • Reflecteren op je beeldend werk



    • Concepten bedenken



    • Kunstgeschiedenis leren



    • Vrijheid tijdens de les



    • Een beeldend onderzoek opstarten



    • Duidelijke, heldere opdrachten



    • Plezier hebben



    • Overleggen met klasgenoten over je proces



    • Korte of lange termijn doelen stellen voor jezelf



    • Experimenteren met materiaal (proefjes maken)



    • Leren plannen



    • Creatief werken



    • Presentaties maken



    • Aandachtig naar andere mensen luisteren



    • Theoretische huiswerk opdrachten



    • Praktische huiswerk opdrachten



    • De krant lezen



    • Gestructureerde, duidelijke opdrachten



    • Het kennen van hedendaagse kunst



    • Zelf doelen stellen en behalen



    • Stellingen
      Ben jij het eens met de stelling? Zet een kruisje bij het betreffende vakje.


    • (1 = helemaal oneens, 2 = oneens, 3 = neutraal, 4= eens, 5 = helemaal mee eens)



      • 1

      • 2

      • 3

      • 4

      • 5

      • Ik kan overzichtelijk plannen en mijzelf daar aan houden













      • Ik heb plezier tijdens de praktijklessen beeldende vorming













      • Ik kan goed reflecteren over mijn beeldend proces













      • Ik leer bij het vak beeldende vorming kennis en vaardigheden die belangrijk zijn voor later













      • De vaardigheden/kennis die ik bij het vak beeldende vorming leer, vind ik leuk













      • Ik kan goed naar andere mensen luisteren tijdens de les beeldende vorming













      • Ik kan mijn proces goed terug vinden in mijn logboek













      • Mijn logboek is overzichtelijk, ik weet daardoor hoe ik dingen terug moet vinden













      • Ik weet waarom ik mijn proces bij moet houden in mijn logboek













      • Ik vind het belangrijk om mijn proces bij te houden in mijn logboek













      • Ik vind de praktijkopdrachten onduidelijk en weet niet wat ik moet doen.













      • Ik vind dat ik genoeg zelf mag bepalen bij de les beeldende vorming













      • Ik snap het nut van de praktijk en theorie opdrachten













      • Ik heb meer aan creatief werken, dan aan kunst maken.













    • Zijn er nog dingen die je graag wilt leren tijdens de les? Schrijf hier ook bij waarom!


    • ………………………………………………………………………….………………………………….………………………………….………….



    • ……………………….………….……………………….………………………………….………………………………….………………………..



    • ………….………………………………….………………………………….………………………………….………………………………….…..



    • ……………………………….………………………………….………………………………….……...……………………………….……………



    • ………………………………………………………………………….………………………………….………………………………….………….



    • ……………………….………….……………………….………………………………….………………………………….………………………..



    • ………….………………………………….………………………………….………………………………….………………………………….…..



    • ……………………………….………………………………….………………………………….……...……………………………….……………





    • Heb je nog opmerkingen? Dan kun je deze hier kwijt.


    • ………………………………………………………………………….………………………………….………………………………….………….



    • ……………………….………….……………………….………………………………….………………………………….………………………..



    • ………….………………………………….………………………………….………………………………….………………………………….…..



    • ……………………………….………………………………….………………………………….……...……………………………….……………



    • ………………………………………………………………………….………………………………….………………………………….………….



    • ……………………….………….……………………….………………………………….………………………………….………………………..



    • ………….………………………………….………………………………….………………………………….………………………………….…..



    • ……………………………….………………………………….………………………………….……...……………………………….……………

















































    • Product

    • Docentenhandleiding product

    • Handouts lessen

    • Beoordelingsformulier

    • Docenten handleiding Abstractie & Beweging

    • Welkom bij de docentenhandleiding van mijn product. Dit product is een praktische lessenserie die is ontwikkeld om de leerlingen van de bovenbouw Havo kennis te laten maken met een procesgerichte manier van werken waarbij het logboek het belangijkste kernelement vormt. Bij deze lessenserie worden korte theoretische impulsen gegeven waarbij deze direct in de praktijk wordt toegepast. De volledige lessenserie bestaat daarom ook uit een praktische en theoretische opdracht. Bij beide worden de leerlingen geacht om zelfstandig onderzoek te verrichten naar kunstenaars en beeldende technieken die ze interessant vinden. Intrinsieke motivatie vanuit de leerling is een vereiste, en daar zal je als docent op in moeten spelen. Je zal als docent dan ook voornamelijk een begeleidende functie hebben en het individuele proces van de leerling volledig moeten ondersteunen. Er staan ca. 16 weken voor deze opdracht, 2 uren per week. Dit mag uiteraard aangepast worden naar eigen wens.



    • Doelen lessenserie

    • Leren om procesgericht te werken

    • Het leidt tot een confrontatie met eigen denk en werkproces waarbij de leerling zichzelf bewust wordt van dit proces en een stimulering van zelfontwikkeling en reflectie centraal staat. De leerling leert zijn of haar eigen proces in zien en daardoor leert de leerling een eigen leermethode te ontwikkelen waarbij hij of zij zichzelf het prettigste bij voelt.



    • Sociale interactie die leidt tot actieve samenwerking

    • Dit ontstaat door onderling overleg van de leerlingen over hun logboek en hun beeldend werk. Consistent moet de discussie tussen de leerlingen en tussen de leerling en de docent opgezocht worden zodat er een confrontatie met het eigen proces ontstaat. De leerlingen hebben ook de mogelijkheid om samen 1 werk te maken tijdens de opdracht, en doordat ze zo vrij worden gelaten zoeken ze ook steeds deze samenwerking op.



    • Kruisbestuiving tussen de docent en de leerling

    • Doordat de docent als kunstenaar voor de klas staat en zijn/haar eigen beeldend proces mee neemt. De docent leert hierdoor zelf anders naar het eigen werk kijken en het beter formuleren, en het wordt tegelijkertijd voor de doelgroep inzichtelijk gemaakt dat het kunstenaarsschap geen abstracte bezigheid is, maar iets wat wel te bevatten valt. Het zorgt voor een grote toegankelijkheid en een veilige leeromgeving in de les.



    • Persoonlijke kwaliteiten, talenten en vaardigheden aanleren en benutten

    • Deze opdracht is erg gericht op de leerling als individu. Doordat iedere leerling anders in zijn/haar eigen proces en keuze voor beroep/vervolgopleiding staat, heeft iedere leerling andere behoeftes. Deze opdracht biedt de ruimte voor de leerlingen om hun eigen vraagstellingen te gebruiken en daardoor hun eigen keuzes in vaardigheden en kwaliteiten te maken. Dit zorgt voor een intrinsiek gemotiveerde leerling die vaardigheden aanleert waar het praktisch nut zichtbaar van is.

    • Aanleren en toepassen van de 21st century skills

    • Er worden diverse vaardigheden aangeleerd die relevant zijn aan de vragen uit het beroepsveld van de 21ste eeuw. De leerlingen leren om de kennis die ze al bezitten aan te vullen met nieuwe kennis, dit kan op een analoge maar ook digitale manier gebeuren. In deze opdracht zal de leerling namelijk kennis van zowel internet als boeken gehaald kunnen worden. De leerlingen kunnen ook, als ze daar de wens naar hebben, met nieuwe media aan de slag. Programma’s als Photoshop, illustrator en technieken als fotografie en animatie behoren tot de mogelijkheden. Doordat de leerling geconfronteerd wordt met eigen vraagstellingen en die van klasgenoten leert het om zijn/haar probleemoplossend vermogen te ontwikkelen en eigen strategieën te bedenken die deze vragen kunnen oplossen. Door out of the box te denken kan de leerling hierdoor met diverse mogelijke oplossingen komen. Als laatste wordt het planmatig werken genoemt, dit wordt aangeleerd door het inplannen van 2 verschillende opdrachten waar de leerling aan werkt en zelfstandig in moet plannen.



    • Het aanleren en gebruiken van metacognitieve vaardigheden

    • Naast dat deze opdracht de leerlingen een degelijke kennis van kunst en geschiedenis mee geeft leert het hun ook om hun eigen manier van leren te ontwikkelen. Wat wil ik leren, en hoe kan ik dit het beste doen? Op een persoonsgebonden manier leren de leerlingen reflecteren, verantwoorden, verklaren en inzicht verkrijgen.



    • De opdrachten

    • Praktijk opdracht

    • De praktijk opdracht draait om het ontwikkelen en leren opstarten van een individueel beeldend proces. Hierbij is het de bedoeling dat de leerling zijn/haar eigen vraagstellingen mee neemt naar de les en zelfstandig op zoek gaat naar onderwerpen en thematieken die uitgebeeld kunnen worden door abstractie & beweging als uitgangspunt te nemen. Hierbij maakt de leerling een keuze tussen het maken van een portret of een landschap. Naast het beeldend werk wat gemaakt wordt is het logboek het belangrijkste component van de opdracht. Het is het persoonlijke leerdocument van de leerling wat iedere les wordt aangevuld met nieuw bronmateriaal en reflectie op het proces.

      De opdracht is ingedeeld in 4 fases. Deze fases zijn bedoeld als richtlijnen voor het proces. Het moet niet beschouwd worden als 1 vast pad dat bewandeld wordt, maar als treinstations waar de trein steeds opnieuw langs rijdt. De leerling kan door naar deze fases te kijken steeds zien in welke fase hij of zij de beste aansluiting heeft. Het is dan ook belangrijk als docent om deze fases als leidraad te gebruiken voor de begeleiding en de leerling hier ook op te wijzen indien hij of zij vast zit.





    • Theorie opdracht

    • Bij het theoretisch component zal de leerling zelfstandig onderzoek moeten doen naar theoretisch bronmateriaal voor het beeldend werk. Het is de bedoeling om 3 historische of hedendaagse kunstenaars uit te zoeken en daarbij 1 werk uit te kiezen en deze samen met de kunstenaar te beschrijven. Na deze beschrijving wordt de leerling geacht om een connectie met het eigen werk te zoeken en deze ook te beschrijven. Als docent is het de bedoeling om de leerlingen meerdere kunstenaars te geven waar hij/zij naar kan kijken. Deze kunnen voortkomen uit de theoretische introducties van de lessen of suggesties die de docent uit eigen ervaring kent.





    • Hoe kan je een les starten?

    • Iedere les start met een korte introductie. De keuze ligt hier echter bij de docent. Je kan een powerpoint presentatie laten zien met theorie over de betreffende periode, kunstboeken van kunstenaars kunnen introduceren, maar je zou ook materiaal mee kunnen nemen om te laten zien bij de les. De centrale boodschap van deze introductie is het prikkelen van de leerling. Het activeren door vragen te stellen, discussie opwekken waarbij beelden centraal staan. Als docent zijnde heb je ook ervaring met het maken van beeldend werk. Een optie hierbij is om je eigen beeldend proces ook te laten zien. Hierdoor wordt het voor de leerling namelijk toegankelijker om met beeldende vorming bezig te zijn, en dus ook een proces op te starten. De introducties van de les zijn altijd kort, maar krachtig en daardoor ook open voor interpretatie zodat de leerling zelf kan kijken wat hij/zij nodig heeft voor de praktijk/theorie opdracht.



    • Instructie-/ontdektafel

    • Dit is een belangrijk onderdeel van de lessen. Aan deze tafel zullen de introducties gehouden worden en hier zal ook al het bronmateriaal van de lessen komen te liggen. Door o.a. de materialen en kunstboeken hier op te stellen nodigt het de leerlingen uit om er mee te experimenteren en kan je als docent zijnde hier makkelijk op terug grijpen tijdens hetzelfstandig werken.



    • Zelfstandig werken

    • Na de introductie gaan de leerlingen zelfstandig aan de slag met hun eigen proces. De docent heeft hierbij een begeleidende functie door het aanbieden van technieken die de leerling nodig heeft, of doet hierbij voorstellen van kunstenaars die relevant zijn voor het proces van de leerling. Dit mogen kunstenaars uit de periode van de modernen zijn of hedendaagse kunstenaars. Het is belangrijk dat je als docent de leerlingen hier ook met elkaar laat samen werken. Ga de discussie aan over het proces en betrek hier de mening en vragen van verschillende leerlingen die aan dezelfde tafel zitten ook bij. Op deze manier is het makkelijker om meerdere leerlingen te begeleiden omdat ze vaak met dezelfde vraagstukken zitten. Omdat de leerlingen veel zelfstandig werken bij deze opdracht is het belangrijk om als docent goede afspraken betreft planning met de leerlingen te maken. Op deze manier leert de leerling namelijk vooruit denken en plannen. Een zeer belangrijke vaardigheid in het beroepsveld.



    • Het logboek

    • Het logboek is het kernelement van de opdracht. Het dient als communicatiemiddel tussen de leerlingen en de docenten omdat vrijwel het gehele proces door de leerling geregistreerd. Er worden o.a. materiaalexperimenten uitgevoerd, mindmaps gemaakt, lesbeschrijvingen gemaakt, procesfoto’s in geplaatst, evaluaties geschreven en de theoretische opdracht wordt ook hierin genoteerd. Het is een duidelijke en heldere weergave van het proces wat de leerling heeft doorgemaakt. Het dient dus ook als waardig portfoliostuk wat de leerling bij en eventuele vervolgopleiding kan tonen als bewijsmiddel. Het moet tijdens de opdrachten goed worden benadrukt dat dit het belangrijkste onderdeel van de lessen is. Anders zijn de leerlingen zichzelf hier niet bewust van.



    • De docent mag zelf beslissen of het een digitaal of analoog logboek is, maar het moet wel passen bij de visie van school. Het is belangrijk dat de docent zelf ook aantekeningen in het logboek maakt zodat de docent op de hoogte blijft van de processen die de leerling ondergaan. Dit kan zeer goed tijdens, maar ook na de les.



    • Afsluiting

    • De les wordt altijd afgesloten door de spullen gezamenlijk op te ruimen en kort een aantal punten aan te stippen die tijdens de les behandeld zijn. Ook is het belangrijk om op frequente basis de leerlingen er aan te herinneren hoe ver ze zijn en ze hier ook op te complimenteren.



    • Beoordeling
      Het einde van de opdracht wordt afgesloten met een beeldende presentatie. De leerlingen stellen hun werk op in de les op een manier waarop ze ook hun beeldend werk zouden presenteren in een museum. Hierbij laten ze wat belangrijke ontwikkelingen uit hun proces zien en spreken ze over de gekozen kunstenaars voor de theoretische opdracht. Het is belangrijk om van te voren aan te geven dat de leerlingen een presentatie over hun werk gaan houden zodat ze zichzelf hier goed op kunnen voorbereiden. Daarbij is het een idee om als docent hier een presentatie over je eigen beeldend werk te houden. Hier kan je alle elementen van de beoordeling er in betrekken zodat de leerlingen weten waar ze op beoordeeld worden. Dit kunnen ze dan weer noteren in hun logboek. Hier krijgen de leerlingen ook weer meer inzicht in het professionele werkproces. De beoordelingscriteria zijn als volgt: het product telt 2x mee, het proces ook 2x en het logboek 1x. Alles wordt apart berekend, en daarna samengevoegd en gedeeld door 5. Hierdoor ontstaat 1 punt.



    • Tips voor de lessen:

    • Verfris jezelf als docent door veel boeken en tijdschriften door te nemen voor je ze mee neemt naar de les. Dit geeft nieuwe perspectieven voor jou als kunstenaar.

    • Zorg voor een breed spectrum aan materialen waar de leerlingen mee kunnen experimenteren. Karton, hout, piepschuim, verf, krijtjes etc. Er zal een deel aanwezig zijn op school, maar verzin zelf ook een hoop nieuwe dingen! (Waar zou jij graag mee willen experimenteren? Misschien kan je wel iets meenemen uit je eigen beeldend proces)

    • Durf de les uit handen te geven. Leerlingen van Havo 5 zijn zeer zelfstandig en hebben behoefte aan wederzijds vertrouwen. Door ze veel dingen zelfstandig te laten doen en hun het vertrouwen te geven kunnen ze hier op gecomplimenteerd worden als het goed gaat en aangesproken als het niet goed verloopt. Het is een intensieve opdracht voor zowel de docent als de leerlingen dus neem de rust.

    • Zorg voor prikkelingen waarbij de leerlingen anders naar materiaal of kunst gaan kijken. Neem verschillen tussen de materialen mee, en laat hier ook duidelijk praktijkvoorbeelden uit de voorbijgaande of actuele kunstgeschiedenis zien.

    • Neem je eigen beeldend proces mee naar de les. Dit zorgt voor een laagdrempeligheid binnen de lessen en leerlingen zullen hierdoor een respect voor jou als docent en kunstenaar krijgen. Ze zien dat iemand verstand heeft van het vak en zullen daardoor sneller dingen accepteren en zich veiliger voelen op school.

    • Mogelijkheid tot individueel onderzoek is belangrijk voor deze opdracht. Geef leerlingen de ruimte om zelf te experimenteren en te ontdekken. Als ze willen samenwerken dan mag dit, geef ze opties om nieuwe dingen te ontdekken.

    • Stel in de eerste les de vraag wat de leerlingen graag zouden willen leren. Dit leidt vaak tot nieuwe perspectieven voor de docent vanwaar de opdracht uit benaderd kan worden. Misschien wil iemand wel photoshoppen? Dan kan dit nu zeer goed! Geef ruimte voor initiatief van de leerlingen.

    • Suggestie Weekindeling

    • Omdat de docent veel zelf moet bepalen bij deze opdracht wil ik een suggestie voor een weekindeling geven.



    • Week 1

    • Introductie praktijkopdracht

    • doornemen fase 1

    • praktijkvoorbeelden fase 1 tonen

    • Week 2

    • Doornemen fase 2

    • tonen van aanbod materiaal voor beeldend proces

    • uitleg van deze materialen

    • zelfstandig werken

    • Week 3

    • Tonen aanbod materiaal voor beeldend proces

    • uitleg bij deze materialen

    • Week 4

    • Doornemen fase 3

    • meenemen dummy’s en logboeken van kunstenaars

    • (misschien ook docent zelf)

    • Behandelen lesbeschrijvingen die in het logboek moeten.

    • Voorbeeld geven (Voorlezen uit dummy?)

    • Week 5

    • Tonen kunstenaarsboeken + materiaal

    • Tonen eigen beeldend werk + uitleg

    • Zelfstandig werken

    • Week 6

    • Tonen kunstenaarsboeken + materiaal

    • Zelfstandig werken

    • Week 7

    • Introductie theorieopdracht

    • Tonen kunstenaarsboeken + materiaal

    • Zelfstandig werken

    • Week 8

    • Doornemen fase 4

    • Zelfstandig werken

    • Week 9

    • Tonen eigen beeldend werk (progressie t.a.v. vorige keer)

    • Zelfstandig werken

    • Week 10

    • Zelfstandig werken

    • Doornemen presentatie opties beeldend werk

    • Week 11

    • Herinneren aan theoretische opdracht

    • aageven dat er nog 3 weken zijn om het af te ronden

    • Week 12

    • Zelfstandig werken

    • Week 13

    • Zelfstandig werken

    • Voorbeeld presentatie docent.

    • Hoe presenteer je beeldend werk? (Eigen proces en beelden laten zien)

    • Week 14

    • Zelfstandig werken en afronden van opdracht

    • Week 15

    • Evaluatie met de leerlingen samen a.d.h.v. vragen fase 3/4, beschrijven in logboek

    • Leerlingen stellen hun werk op en beoordelen elkaars werk met het formulier.

    • Week 16

    • Evaluatie met de leerlingen samen a.d.h.v. vragen fase 3/4 beschrijven in logboek

    • Leerlingen stellen hun werk op en beoordelen elkaars werk met het formulier.

    • Week 17

    • Beoordeling docent van de opdrachten.









    • Op de volgende pagina’s bevinden zich de handouts van de praktijk en theorie opdracht en de beoordeling. Deze kunnen aan de leerling verstrekt worden. Het is handig als ze deze in hun logboek plakken zodat ze terug kunnen kijken naar de verschillende faseringen en het werk wat nog moet gebeuren.

    • Abstractie & beweging Praktijkopdracht

    • De aankomende periode gaan jullie werken aan een beeldende opdracht die met “de cultuur van het moderne, eerste helft van de 20e eeuw” te maken heeft.

    • Er zijn ca. 16 lesweken met 2 lesuren per week

    • Je maakt: een praktijkwerkstuk + het logboek + een theorieopdracht

    • (weging 3: 2: 1)



    • Wat ga je maken?

    • Je maakt de keuze tussen portret of landschap. Bij beide is het de bedoeling dat er of abstractie, of beweging in te vinden is. Je bent vrij om te kiezen tussen diverse media, maar kies voor het medium wat het beste past bij jou beeldend werk. Veel experiment staat centraal in deze opdracht. Probeer veel verschillende materialen uit en misschien kan je iets uit proberen wat je eigenlijk al lang wilde doen.



    • Waaraan moet het product voldoen?

    • Het werk moet abstract of geabstraheerd zijn of met beweging te maken hebben

    • Het werk moet de inhoud & intentie van jouw onderwerp zichtbaar maken

    • Het werkproces moet een beeldend werk in een discipline naar keuze opleveren (2D, 3D, 4D)

    • Het werk moet goed zijn t.a.v. beeldende kwaliteit/vormgeving; materiaal & techniek.

    • Het moet goed gepresenteerd worden.



    • Waaraan moet het proces voldoen?

    • In het werkproces moet onderzoek en doorzettingsvermogen te zien zijn.

    • Het werkproces moet van creatieve oplossingen getuigen (inventiviteit)

    • Er moet een link zijn tussen het eigen werk en het werk van een kunstenaar uit de moderne tijd (= theorieopdracht)

    • In het werkproces moet een goede (= kritische) zelfevaluatie zichtbaar zijn.

    • Aan de hand van het logboek moet gaandeweg het proces inzichtelijk gemaakt worden, dit moet op chronologische wijze worden bij gehouden in het logboek.



    • Waaraan moet het logboek voldoen?

    • Er is een keuze verantwoording voor de inhoud aanwezig.

    • Er zijn tenminste 8 materiaal experimenten te vinden.

    • Er is minimaal 1 mindmap aanwezig.

    • Er is 1 analyse aanwezig van een tussenfase van je beeldend werk.

    • Er is gekeken naar minimaal 3 andere kunstenaars, waarbij plaatjes geprint en opgeplakt zijn.

    • Er zijn minimaal 5 lesbeschrijvingen aanwezig. Hierbij beschrijf je wat je gedaan hebt, en waarom. Per beschrijving minimaal 5 regels.

    • Er is minimaal 1 verslag aanwezig van een gesprek met de docent, of een klasgenoot.



    • Creatieve processen naar abstractie

    • Kijk naar andere kunstenaars: In de periode van de moderne cultuur waren veel kunstenaars met creatieve beeldende processen bezig. Toch waren deze allemaal anders. Voorbeelden van creatieve processen vind je bij: Mondriaan, Kandinsky, Man Ray, Picasso, Brancusi enz.



    • Het creatieve proces

    • Het creatieve proces: voorbereiden

    • FASE 1: Brainstormen over onderwerp = divergent denken & actief zoeken. Zoek zo veel mogelijk materiaal zodat je op meerdere manieren geïnspireerd kan worden.

    • In tijdschriften & kranten & tv

    • In boeken in de kast (info over kunstenaars)

    • ook in je eigen omgeving

    • veel ideeën noteren in je logboek (ook tussentijds dus niet alleen in de lessen )

    • een mindmap maken.

    • Een associatiereeks maken.





    • Het creatieve proces: uitbroeden

    • FASE 2: Alle mogelijke ontwerpideeën op papier zetten: schrijven, tekenen, collages maken enz.

    • Probeer minimaal 3 ideeën te hebben zodat je wat achter de hand hebt.

    • Op inspiratie moet je niet wachten, maar je moet die actief zoeken.

    • Snelle schetsen maken (voor de vorm).

    • Je gaat proeven doen voor materiaal/constructie/ techniek en kleur (niet arbeidsintensief maar snelle proeven)

    • Zoeken naar kunstenaars die bij jou werk passen.

    • Feedback vragen aan medestudenten.





    • Het creatieve proces: inzicht

    • FASE 3: Reflecteer over je werk. Hier bekijk je alle gemaakte schetsen, experimenten, collages en beschrijf je wat je ziet. Al deze bevinden beschrijf je in je logboek.

    • Vragen die hierbij helpen zijn o.a.
      Wat heb ik gedaan? Omdat ik …. wilde laten zien, heb ik gekozen voor

    • Waarom heb ik voor de kleur …. gekozen? Ik heb gekozen voor tekenen omdat:

    • Wat is mijn gevoel bij dit werk? Hoe heb ik de intentie beeldend verwerkt?



    • Je blijft denken over de beste manier om het idee te visualiseren

    • Je spreekt met klasgenoten over je gemaakte keuzes zodat je deze kan verantwoorden.

    • Je blijft zoeken naar nieuwe ideeën of invalshoeken die je op zou kunnen nemen in je ontwerp.



    • Het creatieve proces: verificatie
      FASE 4: Dan stel je vast wat het beste ontwerp is: aan welke eisen moest het ontwerp voldoen en je bepaalt of dit ook echt het beste ontwerp is dat je kunt maken of dat er toch nog verbeteringen in moeten komen.

    • Denk goed na over je doorlopen proces, kijk nog eens naar de vragen uit fase 3.

    • Maak een keuze waar je achter staat, probeer wel nog open te staan voor toeval.

    • Je beschrijft en verantwoordt de keuze voor je eindwerkstuk.

    • Organiseer je proces en logboek, zorg dat alles aanwezig is!

    • Abstractie & beweging Theorie opdracht

    • Een belangrijk onderdeel voor het vak beeldende vorming is de kennis van beeldend werk en kunstenaars. Nu krijg je bij de theorie lessen vaak kunstwerken te zien en moet je van buiten weten wat er op staat. Soms vind je deze werken heel interessant, maar soms ook niet. Omdat je zelf ook beeldend werk maakt is het van belang dat je ook naar beeldend werk kijkt wat jou zou kunnen inspireren. Waarom inspireert het je? Wat kan je voor je eigen werk gebruiken? Deze theoretische opdracht helpt daarbij.



    • Succes!



    • Criteria opdracht:

    • Zoek 3 (hedendaagse of historische) kunstenaars uit, en bij ieder kies je 1 beeldend werk uit . (Dus je hebt 3 kunstwerken in totaal)

    • Beschrijf aan de hand van voorstelling, vormgeving en materiaal/techniek de 3 kunstwerken.

    • Beschrijf wat jou inspireert bij deze werken.

    • Beschrijf wat je van dit beeldend werk voor je eigen beeldend werk zou kunnen gebruiken

    • Beschrijf je gevoelens bij dit beeldend werk. Wat vind je er van, en waarom?

    • Maak een printje van ieder beeldend werk en beschrijving en plak deze in je logboek.

    • Minimaal een half a4tje tekst per kunstenaar en/of beeldend werk. Lettertype 11.



    • Tips om je te helpen bij de opdracht:

    • Voorstelling: Wat wordt afgebeeld? Is er een onderwerp, verhaal, thema, boodschap, concept?

    • Voorstellingen zijn onderwerpen en/of thema’s als stilleven, landschap, portret etc. naar de waarneming of naar de fantasie. Zoek naar verborgen symbolen of attributen en beschrijf wat je ziet.



    • Vormgeving: Hoe wordt de voorstelling afgebeeld/vormgegeven door middel van beeld? Hoe wordt het gebouw/object/affiche vormgegeven?

    • Begrippen die je helpen om de vormgeving te beschrijven zijn vorm, compositie, ruimte, licht en kleur.



    • Materiaal/techniek: Waarmee, met welke materialen en technieken, wordt de voorstelling/het gebouw/object/affiche vormgegeven

    • Waarmee wordt de voorstelling/het gebouw/object/affiche vormgegeven?

    • Voorbeelden van materialen: Olieverf, hout, steen, gips, stof.

    • Voorbeelden van technieken: Schilderen, tekenen, fotografie, collage, beeldhouwen, grafische technieken.



    • Als je gaat zoeken kunstenaars kan dit op meerdere manieren. Je hebt boeken ter beschikking, maar ook het internet. Je kan zoeken op periodes in de kunstgeschiedenis die je interessant vindt, of misschien wel op sleutelwoorden als ‘olieverfschilderij met natuur’, ‘houtskool tekening’, ‘Aboriginal art’ of ‘expressionisme’. Er zijn oneinde mogelijkheden, wees creatief met zoeken. Als je niet weet waar je op moet zoeken, vraag het direct aan mij of een klasgenootje. Dan krijg je gegarandeerd meer tips!

    • Beoordelingsformulier evaluaties

    • Tijdens de evaluaties mag jij een rol spelen in de beoordeling van je klasgenoten. Dit is van belang omdat je op een andere manier naar het werk leert kijken. Je leert dan het verhaal van het werk te koppelen aan de beeldaspecten. Dit is erg belangrijk omdat je dan leert om op een kritische, objectieve manier te kijken. Wees dus kritisch naar elkaar, maar wel rechtvaardig! Aan het einde is het de bedoeling dat je een verantwoording voor je beoordeling schrijft. Dit hoeft niet lang te zijn, maar denk wel goed na over wat je schrijft!



    • Naam: Presentatie van:

    • Klas:



    • Productcriteria ( Omcirkel het punt wat jij geeft aan het onderdeel (1=zeer slecht, 10 = uitmuntend)

      • Is het verhaal duidelijk zichtbaar in het beeld (Symbolisch, metalaag)?

      • 1

      • 2

      • 3

      • 4

      • 5

      • 6

      • 7

      • 8

      • 9

      • 10

      • Het medium en de drager die gekozen zijn passen bij het beeldend werk (fysieke laag).

      • 1

      • 2

      • 3

      • 4

      • 5

      • 6

      • 7

      • 8

      • 9

      • 10

      • De manier waarop gesproken is tijdens de presentatie ondersteunt het beeldend werk.

      • 1

      • 2

      • 3

      • 4

      • 5

      • 6

      • 7

      • 8

      • 9

      • 10

      • De manier waarop het beeldend werk gepresenteerd is, past goed bij het werk.

      • 1

      • 2

      • 3

      • 4

      • 5

      • 6

      • 7

      • 8

      • 9

      • 10

      • Er is een duidelijke connectie te zien tussen de gekozen materialen en het eindwerk.

      • 1

      • 2

      • 3

      • 4

      • 5

      • 6

      • 7

      • 8

      • 9

      • 10



    • Procescriteria Omcirkel het punt wat jij geeft aan het onderdeel (1=zeer slecht, 10 = uitmuntend)

      • De 3 kunstenaars die gekozen zijn passen goed bij het beeldend werk.

      • 1

      • 2

      • 3

      • 4

      • 5

      • 6

      • 7

      • 8

      • 9

      • 10

      • Er is een koppeling gemaakt tussen de 3 kunstenaars en het beeldend werk.

      • 1

      • 2

      • 3

      • 4

      • 5

      • 6

      • 7

      • 8

      • 9

      • 10

      • Ik vind dat er voldoende stappen genomen zijn in het proces.

      • 1

      • 2

      • 3

      • 4

      • 5

      • 6

      • 7

      • 8

      • 9

      • 10

      • Er zijn risico’s genomen in het proces (b.v. materiaalexperiment, andere beelden).

      • 1

      • 2

      • 3

      • 4

      • 5

      • 6

      • 7

      • 8

      • 9

      • 10

      • Er is gereflecteerd over het eigen handelen in het proces(logboek, mondeling).

      • 1

      • 2

      • 3

      • 4

      • 5

      • 6

      • 7

      • 8

      • 9

      • 10



    • Logboek Omcirkel het punt wat jij geeft aan het onderdeel (1=zeer slecht, 10 = uitmuntend)

      • Er zijn 3 kunstenaars gekozen en beschreven in het logboek.

      • 1

      • 2

      • 3

      • 4

      • 5

      • 6

      • 7

      • 8

      • 9

      • 10

      • Er is onderzoek verricht naar verschillende mogelijkheden waarop het beeld uitgewerkt kon worden.

      • 1

      • 2

      • 3

      • 4

      • 5

      • 6

      • 7

      • 8

      • 9

      • 10

      • Er zijn mindmaps gemaakt in het logboek.

      • 1

      • 2

      • 3

      • 4

      • 5

      • 6

      • 7

      • 8

      • 9

      • 10

      • Er is een reflectie op het proces te vinden in het logboek.

      • 1

      • 2

      • 3

      • 4

      • 5

      • 6

      • 7

      • 8

      • 9

      • 10

      • Er is in het logboek beschreven wat er gedaan is tijdens de les.

      • 1

      • 2

      • 3

      • 4

      • 5

      • 6

      • 7

      • 8

      • 9

      • 10



    • Opmerkingen:



      • Eindwerk

      • …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………....…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………....…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………....…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………....…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………....





      • Proces

      • …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………....…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………....…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………....…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………....…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………....





      • Logboek

      • …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………....…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………....…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………....…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………....…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………....





      • Checklist

      • Naam en klas + naam van degene die presenteert ingevuld?

      • Alle beoordelingspunten ingevuld?

      • Opmerkingen/verantwoording ingevuld?

      • Kijk nog 1 maal goed naar het beeldend werk of je nog iets vergeten bent.

      • Inleveren bij de docent!















    1 Whitepaper 21st century skills in het onderwijs, zie bijlage deelvraag 3

    2 Voor notities gesprek, zie bijlage inleiding

    3 Profilering Hao leerling, zie bijlage deelvraag 1

    4 Doelstellingen OCW kunst van het nieuw, zie bijlage deelvraag 2

    5 Doelstellingen OCW kunstvakken nieuwe stijl, zie bijlage deelvraag 2

    6 Doelstellingen OCW kunst algemeen, zie bijlage deelvraag 2

    7 http://www.21stcenturyskills.nl/whitepaper/ ,Bijlage deelvraag 3

    8 http://www.sgboz.nl/Portals/0/Mollerlyceum/Schoolgids/Schoolgids_Mollerlyceum_13-14_LR.pdf, blz 7,8

    9 5 formele theorieën van de ZDT, bijlage deelvraag 3

    10 Vermunt, J.D.H.M. (1994). Procesgericht opleiden. Gids voor de opleidingspraktijk

    11 Didaktisch planningsmodel, J.D.H.M. Vermunt,zie bijlage deelvraag 3

    12 http://www.21stcenturyskills.nl/visie-en-missie-21st-century-skills/

    13 Beschrijving doelen product, zie bijlage product
    1   2   3   4   5   6


    Dovnload 1.2 Mb.