Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Studentnummer: 0519330 Docenten

Dovnload 166.51 Kb.

Studentnummer: 0519330 Docenten



Pagina1/8
Datum25.06.2017
Grootte166.51 Kb.

Dovnload 166.51 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8

Herontwerp

kunstvakken 2

macintosh hd:users:robertbeharrell:desktop:screen shot 2012-05-27 at 9.27.30 am.png
A sketchbook

Uitdagend onderwijs

Ontwerpen

Monique van der Steen

Studentnummer: 0519330
Docenten:

Bartel Standaar-Dorhout

Freddy Veltman- van Vugt

Mei 2012

Inhoudsopgave


Inleiding 3

Onderwijsvisie 3

Curriculum Analyse 3

Kunstonderwijs 4

Analyse kv2 5

Probleemstelling 5

Instructional Design modellen 6

Essentie van de modellen 6

Mediamodel 6

Standaardmodellen 7

Systeemmodellen 7

Gevolgen voor het curriculum 9

Herontwerp voor de theorie van kunstvakken2 11

Volgen van de resultaten 11

Sociale Media 12

Reflectie 12



Bibliografie 12

Bijlagen 14

Opbouw van de module 17



macintosh hd:users:robertbeharrell:desktop:screen shot 2012-05-26 at 9.40.06 am.png


Erwin Olaf, Hope ,2005

Inleiding


De focus in deze paper ligt op de theoretische instructielessen die onderdeel zijn van het vak Kunstvakken 2 (kv2). Dit vak wordt sinds het schooljaar 2010-2011 op het Montaigne Lyceum (ML) aangeboden. Het is de voorbereiding op het beeldend eindexamenvak Kunst Algemeen voor leerlingen van VMBO-T en VMBO-GL. Op het ML staat kv2 nog in de kinderschoenen. Al langer worden er examens kunst afgenomen in het HAVO en VWO. Omdat kv2 voor ons een nieuw vak is zijn de klassen nog klein en is er slechts één docent die het vak geeft. Die ene docent, dat ben ik.
Om een juiste keuze te maken voor een ontwerpmodel zal ik eerst de visie van de school vaststellen. Vervolgens volgt een curriculumanalyse waarbij naar voren zal komen in hoeverre de visie overeenkomt met de wijze waarop het onderwijs vormgegeven is. Het curriculaire spinnenweb (van den Akker, 2003) leg ik over het gehele onderwijs en de theorielessen van kunstvakken2. De curriculumanalyse zal aantonen wat voor soort instructiemodel nodig is om het intended curriculum ook het implemented curriculum te laten zijn. De volgende stap is het analyseren van enkele instructie modellen en vanuit daar het instructiemodel te kiezen dat het best aansluit bij het in praktijk brengen van de vastgestelde visie. Hierna volgt de kern van de probleemstelling.

Tijdens de voorbereiding op het schrijven van dit stuk heb ik een aantal infographics gemaakt. Deze zijn verkleind in de bijlagen opgenomen, ze zijn echter interactief, dus te bekijken op het internet.


Monique van der Steen


Onderwijsvisie


Hier is de vraag, wat is de visie van het Montaigne Lyceum? De school streeft na dat de leerling de school verlaat met een diploma-plus dit houdt in dat naast het opdoen van kennis, het verwerken van inzichten en de vaardigheden om iets met die inzichten te doen centraal staat. Men gaat er in dat deze doelstelling van uit dat dit alleen te realiseren is met op maat gemaakt, contextrijk onderwijs. Dit houdt in dat het invullen van invulbladen en formats en het enkel en alleen werken met een methode niet volstaat.

Deze nobele doelen en de tien van Montaigne sluiten goed aan bij het sociaal constructivisme waarin de context belangrijk is. Hierin staat het kunnen toepassen van kennis centraal. Kennis kan hier namelijk niet losstaan van de toepassing, anders heeft ze geen waarde. Leren is een continu en levenslang proces. Het werken in de sociale context is belangrijk, samenwerken aan opdrachten werkt ondersteunend en het laat de leerling kennismaken met de ideeën van de andere leerlingen met betrekking tot het onderwerp. Bij het doen van verdere analyses en het schrijven een herontwerp voor de kunstvakken sluit ik sociaal constructivisme (van der Steen, Work in progress, 2012).



Curriculum Analyse


Om de curriculumanalyse uit te voeren ben ik op zoek gegaan naar het curriculum van het ML. Er is echter geen curriculum dat geheel op schrift staat en zich gebundeld op een plaats bevindt. De secties bespreken met elkaar de doorlopende leerlijn, zetten deze op schrift en verantwoorden dit bij de schoolleiding. De teams werken samen aan het vormgeven van thema’s, deze thema’s behoren ook tot het curriculum. Dit bij elkaar genomen is in principe het curriculum. De wens van de schoolleiding is wel dat deze documenten op den duur gebundeld worden. Omdat dit nu niet voor handen is heb ik ervoor gekozen om de school in zijn totaliteit te vergelijken met de eerder vastgestelde sociaal constructivistische visie.
Er zijn een aantal punten waarin de school zijn sociaal constructivistische visie niet naleeft. Docenten zijn op het ML verplicht zelf een deel van het lesmateriaal te ontwikkelen, er zijn echter geen duidelijke voorwaarden gesteld waar deze materialen aan moeten voldoen. Op deze manier zal het lesmateriaal nooit eenduidig de visie uitstralen.

Leerlingen krijgen niet de kans om hun eigen leerdoelen te bepalen, het onderwijs is hetzelfde voor iedereen en men wordt allemaal op dezelfde wijze beoordeeld. Momenteel wordt er veel met methodes gewerkt, hierdoor is het werken aan authentieke problemen tot een minimum teruggebracht. De vergelijking tussen de visie en de dagelijkse gang van zaken is overzichtelijk verwerkt in een tabel (bijlage, tabel 1, p.15).


Een van de redenen waarom de nadruk de afgelopen jaren is komen te liggen op het aanleren van kennis, was de beoordeling ‘zwak’ van de onderwijsinspectie. Het verschil tussen een schoolexamen en een centraal schriftelijk examen mag niet groter zijn dan 0.5 punt, dit was bij ons vaak groter omdat we niet alleen kennis maar ook vaardigheden beoordeelden. Om deze beoordeling kwijt te raken zijn we ons meer gaan richten op kennisoverdracht en is onderwijs volgens de visie naar de achtergrond geschoven.
Om duidelijk te krijgen in hoeverre de theoretische lessen van kv2 aansluiten bij de sociaal constructivistische visie heb ik de huidige opzet van de instructielessen aan de hand van het curriculaire spinnenweb (van den Akker, 2003) beoordeelt (bijlage afb.1, p. 15).
Van de negen onderdelen waaruit de analyse bestaat er twee zijn waar enige overeenkomsten te vinden zijn. Dit zijn de docentrollen en de plek waar de leerling leert. Voor mij is dit echter onvoldoende, om de visie zo goed mogelijk recht te doen zullen ook de andere punten bij de sociaal constructivistische visie aan moeten sluiten.

Dit wil niet zeggen dat er geen mooie dingen gebeuren op bijvoorbeeld het vlak ‘met wie de leerling leert’, een enkele keer roep ik de hulp van een expert in die toelicht wat hij doet en waarom hij dat doet. De mate waarin dit echter voorkomt beoordeel ik als onvoldoende om dit te benoemen als sociaal constructivistisch. Tijdens het onderwerp vormgeving maken de leerlingen een kunsttijdschrift, hiervan leer ik als docent heel veel omdat zij kunstenaars gebruiken waar ik soms nog nooit van gehoord heb. Ook hier geldt dat dit te weinig het geval is om ik mijn lessen als voldoende constructivistisch te beoordelen.



  1   2   3   4   5   6   7   8

  • Inhoudsopgave
  • Inleiding
  • Onderwijsvisie
  • Curriculum Analyse

  • Dovnload 166.51 Kb.