Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Studiën over de revolutie en over het staatsrecht VI

Dovnload 7.64 Mb.

Studiën over de revolutie en over het staatsrecht VI



Pagina14/78
Datum28.10.2017
Grootte7.64 Mb.

Dovnload 7.64 Mb.
1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   ...   78
Aanteekeningen over Die Unruhen in der Niederländisch‑Reformirten Kirche während 1833 bis 1839 von X, herausgegeben von Dr. Gieseler: Hamburg, 1840. ± 1841.1

I. Vorbereitung und Anfang der Unruhen.2

Doode orthodoxie. Afval in de achttiende eeuw. 1795. Scheiding van kerk en staat.3 Bij G[ieseler] als bewijs voor een beter christelijk leven:

a. verdraagzaamheid jegens de remonstranten;

b. Evangelische gezangen.4 Zie Feith over de psalmen bij Scholte.5 [Zie] verscheidene gezangen. [Zie] Franschen bundel.6

p. 11: Aanbeveling in 18137 om de gezangen te zingen.

1815. De koning benoemt eene commissie.8

1816. Reglement.9 Onderteekening van formulier.10 Eerst heeft men het11 ontkend: Verwey [, Het adres aan alle mijne Hervormde landgenooten, getoetst], p. 19.12 Oppositie der classis van Amsterdam: 4 maart [1816] bij Capad[ose, Ernstig en biddend woord,] p. 60‑74.13

p. 17: Verdraagzaamheid. Vrijheid in de kerk. Brouwer14: blijft predikant. Godgeleerde bijdragen.15 Schotsman16, Bilderdijk.17 Zie de Wenken van De Clercq.18 Da Costa.19 Bezwaren.20 Capadose.21 Molenaar.22


II. Geschichte der kirchlichen Unruhen über die Autorität der symbolischen Bücher.23 a[nno] 1833‑1835.24 De Cock.25 Scholte.26 De Afgescheidenen vervolgd niet om de leer, maar om handelingen.27

p. 81: Zij waren vooral `wider die alte Ordnung', daar de Evangelische gezangen reeds 1803‑1807 ingevoerd waren. Ook in de kerk twee partijen: `eine mehr Evangelisch‑freie, und eine mehr symbolisch‑beschränkte.'28 De Groot.29 Heringa.30

1834. Circulaire van het synode.31 Afwijzing der adressen van leeken.32 Nederlandsche stemmen.33 Engels.34

p. 103: de helderdenkende Van der Linden.35

1835. Le Roy en Engels36 c.s. door het synode afgewezen37, tegen het gevoelen van Heringa.38
III. Folgen der vorhergegangenen Unruhen, und gegenwärtiger Zustand der christlichen Kirche in den Niederlanden. 1835‑1839.39

1. Folgen in Bezug auf die Justiz. De artikelen van het code pénal worden ook in Frankrijk toegepast.40 [De Afgescheidenen zijn even] oproerig als in België [de rebellen waren].41 (Vergelijk hiermede Nederlandsche stemmen V, p. 47).42

2. Folgen in Beziehung auf den Staat. Inkwartiering: p. 157.43 Besluit van 5 julij 1836.44

p. 177: Werk van Boeles.45

3. Folgen in Bezug auf die Theologie. Theologische bijdragen.46 Nederlandsche stemmen.47 Olijftak.48 Reformatie.49 Waarheid in liefde.50 Dissertaties van Scholten51, Thoden van Velzen.52

4. Einige Winke über den gegenwärtigen Zustand der Christlichen Kirche in den Niederlanden. Die Dordsche Synode hatte offenbar die Absicht gehabt, den Fortschritt der Wissenschaft zu hemmen.53 Fliedner heeft Van Heusde niet gewaardeerd54; deze tegenover Bilderdijk.55 Nergens meer godsdienstige genootschappen: p. 203.56 Is al dat goede, gedeeltelijk althans, niet aan Bilderdijk c.s. zijn oorsprong verschuldigd? Neen: p. 203. De oud‑orthodoxen worden niet verdrukt.57 Brief der Amsterdamsche predikanten, 1 febr. 1836.58 G. van Kooten op 7 oct. 1838: vijftigjarige dienst.59 X komt telkens terug op het geringe en onaanzienlijke der personen.60


----

Noten bij no. 48. Aanteekeningen over Die Unruhen etc.


1 

ARA, G. v. P., no. 33, eigenhandig ontwerp. Aan de titel heeft de bewerker alleen de eerste twee woorden toegevoegd. Het werk is geschreven door P. Hofstede de Groot; cf. Jaarboek der Rijks‑Universiteit te Groningen 1886/7, p. 35. De voorrede van Gieseler is op 12 sept. 1840 gedateerd. Het is daarom niet waarschijnlijk, dat Groen vóór 1841 aan de lectuur toegekomen is. De overeenkomst tussen sommige van zijn aantekeningen en de tekst van de o.d.t. De bewegingen in de Nederlandsche Hervormde kerk in 1841 verschenen vertaling maakt het eveneens raadzaam dit nummer niet vóór 1841 te dateren. Gieseler komt eenmaal voor in Briefw. II (p. 414), maar wordt er niet met het onderhavige boek in verband gebracht. In het Verslag van de aanwinsten der K.B. wordt noch van het Duitse origineel noch van de Ned. vert. gewag gemaakt.



2 

Cf. Die Unruhen, p. 4 e.v. (titel van Erster Abschnitt).



3 

Marginale aant. van Groen: `De kerk geheel calvinistisch: Nederlandsche stemmen VI, 180. Vrg. Capadose [, Ernstig en biddend woord], p. 83. Alle kerken afdeelingen der christenheid'. In bovengenoemd tijdschrift vindt men t.a.p. het eerste van drie artikelen van Koenen Over de kerk en hooge‑school van Genève, vooral in haren invloed op de Nederlanden. Capadose betoogt t.a.p., `dat aan den Staat rechtens geen macht, noch bestuur over de Kerk toekomt' en acht dit een gereformeerd beginsel. Cf. De bewegingen, p. 134 over de Herv. kerk als `Afdeeling van de Evangelische Kerk.'



4 

Marginale aant. van Groen: `Met dwang ingevoerd: Broes [, De kerk en de staat] IV, 1, p. 151.' Men leest t.a.p., dat minister Mollerus er niet voor terugdeinsde `de tegenstanders der nieuwe gezangen in regten te vervolgen, werkelijk op gelijken voet als ruim dertig jaren vroeger omtrent de nieuwe berijmde psalmen geschied was.'



5 

Feith formuleerde zijn bezwaren tegen de psalmen in de voorrede van zijn Proeve van eenige gezangen (1804). H. P. Scholte bestrijdt hem in Iets over de psalmen, p. 18‑24. Cf. Boeles, Over staatsregt, p. 52.



6 

Niet duidelijk welk Frans gezangboek door Groen bedoeld wordt.



7 

De circulaire van Van Tets van Goudriaan d.d. 17 maart 1814 op p. 7/8 van De bewegingen; cf. Die Unruhen, p. 10‑12; Zeldam Ganswijk, Bijdragen I, 316‑318.



8 

Op 28 mei 1815 werd de z.g. consulerende commissie benoemd. De tekst van het K.B. in Volledige verzameling, p. 30/1; cf. p. 89.



9 

Sc. het Algemeen reglement; cf. Die Unruhen, p. 13.



10 

Door de `Kandidaten voor de Heilige Dienst'. Het betrof de Formulieren van eenigheid; cf. Die Unruhen, p. 14/5; De bewegingen, p. 10/1.



11 

Sc. de dubbelzinnigheid van het quatenus.



12 

Verwey wijst t.a.p. de van Molenaar afkomstige beschuldiging van opzettelijke misleiding van de hand: `Geene gezonde hersenen, niemand, die de taal verstaat, zal er dat misleidende in vinden, dat de schrijver, uit alles venijn zuigende, daaraan toeschrijft.'



13 

T.a.p. is de Memorie van bezwaren van de classis Amsterdam afgedrukt. Zie voor het antwoord van het departement Van Loon, Het algemeen reglement, p. 159, 11.



14 

P.W. Brouwer, Hervormd predikant te Maassluis publiceerde in 1826 De bijbelleer, aangaande den persoon van Jezus Christus, in het licht gesteld. Hoewel dit boek - ook in de ogen van Hofstede de Groot - verre van orthodox was, bleef de schrijver `een algemeen geacht en geliefd leeraar der Kerk' (De bewegingen, p. 14; cf. Die Unruhen, p. 18). Zie ook Fliedner, Collektenreise II, 506; 551.



15 

De redacteuren H. H. Donker Curtius en P. van der Willigen toonden zich `Anhänger eines rationalen Supernaturalismus . . . Sie übten durch ihre Zeitschrift . . . einen fast unbegrenzten Einfluss auf die Theologischen Kreise der Niederlande aus . . . zum Heile der Gemeinde' (Die Unruhen, p. 18/9; cf. De bewegingen, p. 14/5).



16 

Zijn Eere‑zuil voor de Dordse synode bleef `die Stimme eines Rufenden in der Wüste', tot tevredenheid van Hofstede de Groot; cf. Die Unruhen, p. 31/2; De bewegingen, p, 27/8.



17 

Voor zijn `Dordrechter Orthodoxie' kan de Groninger theoloog geen enkel begrip opbrengen; cf. Die Unruhen, p. 33‑38; De bewegingen, p. 28‑33.



18 

Zie n. 13 van no. 36. Hofstede maakt in Die Unruhen geen melding van dit opstel.



19 

Cf. Die Unruhen, p. 38 e.v.; De bewegingen, p. 33 e.v.



20 

Sc. Da Costa's Bezwaren tegen den geest der eeuw; cf. Die Unruhen, p. 41 e.v.; De bewegingen, p. 36 e.v.



21 

Cf. Die Unruhen, p. 38 e.v.; De bewegingen, p. 33 e.v. Marginale aant. van Groen: `Antiliberal[istisch] was de weg tot bevordering niet.' Betekenis onduidelijk. Wellicht houdt deze aant. verband met Capadose's kritiek op de in n. 31 infra genoemde synodale brief van 16 juli 1834. Bij deze brief staat in margine gedrukt: `Aanschrijving betrekkelijk de bevordering der zuivere Evangelieprediking gearresteerd' (Hand. 1834, p. 164). Cf. De bewegingen, p. 137 over de Herv. kerk als `eene liberale Kerk'; p. 142 over het liberalisme als `ongeloof'.



22 

Bespreking van Molenaars Adres aan alle mijne Hervormde geloofsgenooten op p. 45 e.v. van Die Unruhen; p. 40 e.v. van De bewegingen. Cf. Boeles, Over staatsregt, p. 183 n. 217.



23 

Marginale aant. van Groen: `In 1830 gunstige invloed der zoogen[aamde] Bilderd[ijkiaansche] oppositie. Zie over de Formul[ieren] Bickell [, Ueber die Verpflichtung der evangelischen Geistlichen auf die symbolischen Schriften,] p. V.' De passage is reeds gedrukt in Het regt der Hervormde gezindheid, p. 40, 1; cf. p. 45, 1 en 2; 48, 1; 71, 1; Briefw. V, 110, 3. Uit de bladzijaanduiding (p. V) blijkt, dat Groen de tweede, uitgebreide druk (1840) voor zich had. Van de eerste (1839) had hij reeds eerder met instemming kennis genomen. Het begin van deze aant. is raadselachtig. Wanneer Hofstede de Groot van de `Bilderdijkiaansche oppositie' melding maakt, doet hij dit steeds in ongunstige zin; cf. De bewegingen, p. 40; 52; 157; 162; 180; 200. Misschien is `1830' een verschrijving voor `1836'. Over de sympathie voor de Afgescheidenen bij `niet weinige Gemeenteleden' merkt de hoogleraar op p. 149 op: `Nu bleek de vrucht van de tien jaren gevoerde oppositie en van de talrijke brochures, die door de Bilderdijkiaansche partij waren verspreid en niet weinige gemoederen met argwaan, wrevel en ontevredenheid hadden vervuld. Zonder deze voorbereidende opwinding zou De Cock geenen bijval hebben gevonden . . .'



24 

Cf. Die Unruhen, p. 54 e.v. (titel van Zweiter Abschnitt).



25 

Hofstede behandelt de Afscheiding o.l.v. Hendrik de Cock op p. 54‑77 van Die Unruhen; p. 48‑70 van De bewegingen.



26 

Cf. Die Unruhen, p. 77‑80; De bewegingen, p. 71‑74.



27 

Marginale aant. van Groen: `Vervolging om der godsd[ienst] wille: Nederlandsche stemmen V, p. 13‑15.' T.a.p. een art. o.d.t. Heeft er in Nederland, al dan niet, vervolging plaats om der godsdienst wille? Deze woorden komen (met dezelfde verwijzing) ook voor in De maatregelen3, p. 64; cf. Boeles, Over staatsregt, p. 112 n. 131; 145; 179; 250 n. 296; 256‑258.



28 

Zie Die Unruhen, p. 82.



29 

Hofstede bespreekt zijn eigen rol in de kerkelijke strijd van die tijd op p. 82 e.v. van Die Unruhen; p. 76 e.v. van De bewegingen. Hij geeft er een samenvatting van zijn Gedachten over de beschuldiging tegen de leeraars (zie bibliografie), waarvan hij ook een tweede, uitgebreide druk het licht deed zien. Cf. Vree, De Groninger godgeleerden, p. 89‑103.



30 

Van Heringa's Berigt aangaande zeven stellingen (zie bibliografie) zegt Hofstede de Groot: `Der Zweck dieser Schrift war, zu zeigen, dass er zwischen den beiden Parteien, der einen, welche den Glaubensformeln, und der andern, welche bloss der Bibel folgte, einen Mittelweg einschlage, indem er die Formeln der Hauptsache nach befolgt haben wollte, weil sie in derselben mit der Bibel übereinstimmten, ohne dass er jedoch genau angab, was er als Hauptsache betrachte . . .' (Die Unruhen, p. 90).



31 

De tekst van de circulaire d.d. 16 juli 1834 in Hand. alg. chr. syn. der Herv. kerk 1834, p. 164/5; De bewegingen,p. 84/5; cf. Die Unruhen, p. 91/2. Ook bij Capadose, Ernstig en biddend woord, p. 32‑34.



32 

Aan de synode van 1834 onthoudt de schrijver zijn bijval niet: `Er waren vele adressen van aanhangers van De Cock ingekomen, met verzoek, dat de Formulieren ten strengste mogten gehandhaafd worden; doch dit verzoek liet zij onvoldaan en de adressen legde zij ter zijde, zoowel omdat zij op hoogen en de Leeraars beschuldigende toon waren gesteld, als omdat Leeken met de onderteekening van die Formulieren van regtswege niets te maken hebben' (De bewegingen, p. 86; cf. Die Unruhen, p. 93).



33 

Dit tijdschrift der `vrienden van Bilderdijk' wordt vergeleken met de Berlijnse Evangelische Kirchenzeitung `met welker bekrompenen geest deze Stemmen best overeen kwamen; doch van wier theologische geleerdheid zij niets bezaten' (De bewegingen, p. 91; cf. Die Unruhen, p. 98).



34 

Met Engels' Ontboezeming is Hofstede de Groot ingenomen. In zijn Waarheid en geloof en Geloofs‑roem toonde Engels zich toch weer aanhanger `der meer bekrompene aan Formulieren gehechte partij in de Nederlandsche Hervormde Kerk' (De bewegingen, p. 94; cf. Die Unruhen, p. 99‑102). Cf. Wumkes, Ds Remko Engels en het Réveil.



35 

In tegenstelling tot vele andere scribenten, die het naamloos voor de quatenus‑interpretatie van de Formulieren opnamen gaf J. van der Linden van Spranckhuysen, `een oud, geleerd en helderdenkend Predikant . . . met zijnen naam eenige Bijdragen voor de zuivere Bijbelleer' uit (De bewegingen, p. 95/6). Cf. Boeles, Over staatsregt, p. 41 n. 39.



36 

Tekst van het adres van Engels op p. 99‑106 van De bewegingen; cf. Die Unruhen, p. 107‑114. Zie over het adres van J. J. le Roy d.d. 17 juni 1835 Die Unruhen, p. 107; 114; cf. De bewegingen, p. 99; 107.



37 

Zie over de afwijzing Die Unruhen, p. 131; De bewegingen, p. 122.



38 

Cf. Die Unruhen, p. 135; De bewegingen, p. 126.



39 

Cf. Die Unruhen, p. 141 e.v. (titel van Dritter Abschnitt).



40 

Cf. Die Unruhen, p. 146‑156; De bewegingen, p. 153‑163; Boeles, Over staatsregt, p. 232‑240. Marginale aant. van Groen: `Niets van de regtbanken die vrijgesproken hebben. Amsterdam 21 april 1836: Nederlandsche stemmen IV, p. 215. Doorwrochte verhandeling van Huidekoper'. Op p. 215 worden de overwegingen die de Amsterdamse rechtbank tot vrijspraak gebracht hadden, meegedeeld. Over de verhandeling van A. W. Huidekoper (hs. abusievelijk `Huydecoper') vindt men voldoende informatie in Briefw. II, 306, 4. Omgekeerde verwarring in de spelling op p. 306 r. 4 waar met `Huidecoper' niet de Amsterdamse advocaat, maar de Haagse predikant T. C. R. Huydecoper bedoeld is; cf. Posthumus Meyes, Hervormd 's‑Gravenhage, p. 117‑119.



41 

Cf. De bewegingen, p. 157: `Dezelfde bandelooze en eigenwillige geest openbaarde zich in het Kerkelijke, en even stout als de Belgen en Belgenvrienden de hun niet aangename wetten hadden vertreden, vertrapten nu deze godsdienstige heethoofden de hun lastige instellingen'; cf. Die Unruhen, p. 150.



42 

T.a.p. wordt in de `Beschouwing der tijden' hetzelfde verwijt tegen de vervolgers der Afgescheidenen gericht: `Tot hoe lang zullen wij toch dit erfdeel uit België overnemen, en zal men gedoogen, dat eene woeste volksmassa losgelaten worde op personen, wier eenige misdaad het is den Heere zoo te willen dienen, als zulks sedert bijna drie eeuwen in deze gewesten plaats heeft gehad!' Marginale aant. van Groen: `Verzoek der synode aan J[ustitie] D[epartement]: Nederlandsche stemmen IV, p. 215.' T.a.p. wordt aan de Hervormde synodale commissie verweten, dat zij de hulp van de minister van Hervormde Eeredienst had ingeroepen om de minister van Justitie te bewegen tot vervolging van de separatisten `ook zonder aangifte van eenige contraventie tegen de bestaande wetten.' Cf. Briefw. II, 203, 6.



43 

`Freilich haben Einquartierungen stattgefunden, und zwar bei den Separatisten; doch nicht weil sie Separatisten waren, nein! bei ihnen wie bei allen andern Einwohnern dieses oder jenes Dorfes, wo Truppen erforderlich waren, um Aufständen zuvorzukommen.' Cf. De maatregelen3, p. 47 e.v. Marginale aant. van Groen: `Het erge der inlegeringen weggelaten.'



44 

Tekst van dit K.B. no. 75 in De bewegingen, p. 171‑176; Die Unruhen, p. 165‑170.



45 

P. Boeles, Over staatsregt, hervormd kerkbestuur en separatismus; cf. De bewegingen, p. 183; De Vries, p. 50.



46 

Sc. de Godgeleerde bijdragen; cf. Die Unruhen, p. 18; 188; De bewegingen, p. 199. Ook Capadose, Ernstig en biddend woord, p. 37; 107/8 duidt het tijdschrift zo aan.



47 

Cf. Die Unruhen, p. 190; De bewegingen, p. 200; Vree, De Groninger godgeleerden, p. 204‑207; 342.



48 

Dit tijdschrift (1836‑1839) werd geredigeerd door L. G. James; cf. Die Unruhen, p. 191; De bewegingen, p. 202; Briefw. II, 245, 9; 263, 2; Aspecten van het Reveil, p. 131; 139.



49 

Cf. Die Unruhen, p. 191; De bewegingen, p. 202; Briefw. II, 185, 1.



50 

Cf. Die Unruhen, p. 192‑195; De bewegingen, p. 203‑206; Briefw. II, 173, 1.



51 

De Dei erga hominem amore; cf. Die Unruhen, p. 196; De bewegingen, p. 206; Vree, De Groninger godgeleerden, p. 173/4.

52 

Commentatio theologica de hominis cum Deo similitudine; cf. Die Unruhen, p. 196; De bewegingen, p. 206. Van der Brugghen noemde deze dissertatie `een allertreurigste, maar tevens belangrijke productie', die kenmerkend was voor de Groninger richting (Briefw. II, 462/3; cf. p. 468; 504; Vree, De Groninger godgeleerden, p. 133; 135; 227; 254; 313).

53 

Cf. Die Unruhen, p. 197 r. 1‑2. Marginale aant. van Groen: `Niets van Dermout en Ypey; en V[an] d[er] K[emp]. Brieven der geestelijkheid uit Zwitzerland: Nederlandsche stemmen VI, p. 14, 45, 89. Van der Willigen, Wezen des christendoms. 1836.' Van der Kemp bestreed De geschiedenis der NHK van Ypey en Dermout in De eere der NHK gehandhaafd tegen Ypey en Dermout; cf. Capadose, Ernstig en biddend woord, p. 107. Hofstede de Groot had zich wel uitgesproken over Van der Kemps aanval op zijn Gedachten; cf. Die Unruhen, p. 86; De bewegingen, p. 79. Van der Kemp had dit werkje met zijn auteur uitdrukkelijk opgenomen in de ondertitel van zijn geschrift De beschuldiging etc. Capadose zinspeelt op deze `uitmuntende wederlegging van het geschrift des Hoogleeraars Hofstede de Groot' in zijn Ernstig en biddend woord, p. 9 (*). De drie passages in de Nederlandsche stemmen getuigen van de deelneming van de Zwitserse predikanten in het lot der Nederlandse Afgescheidenen. Cf. Briefw. II, 231, 2; Boeles, Over staatsregt, p. 202. De Verhandeling over het eigenlijke wezen des christendoms van P. van der Willigen wekte Groens misnoegen op; cf. Briefw. II, 187, 8; Adres2, p. 13, 1; Aan de Hervormde gemeente, p. 2, 2; Adviezen 1840, p. 33; Brieven van Da Costa I, 33, 1; Vree, De Groninger godgeleerden, p. 183/4; 192 n. 68; 303; 337; Van der Kemp‑Koenen, Briefwisseling, p. 179.



54 

Cf. Die Unruhen, p. 197‑202; De bewegingen, p. 208‑212.



55 

Cf. Die Unruhen, p. 201; De bewegingen, p. 211; Vree, De Groninger godgeleerden, p. 49 n. 112.



56 

`Vielleicht blühen nirgends mehr als in den Niederlanden alle religiöse Gesellschaften unsers Jahrhunderts, die Bibel‑, Missions‑, Tractaten‑, Gefangenen‑, Armen‑Gesellschaften jeglicher Art und Tendenz.' Cf. De bewegingen, p. 213. Marginale aant. van Groen: `[Niets van] den aard van het onderwijs, den aard dezer godsd[ienstige] genootschappen.'



57 

Cf. Die Unruhen, p. 204/5; De bewegingen, p. 215.



58 

Tekst van dat herderlijk schrijven van 27 hervormde predikanten in De bewegingen, p. 215‑226; Die Unruhen, p. 205‑216.



59 

Zijn over Luk. 2, 29‑30 gehouden jubileumpredikatie in De bewegingen, p. 227‑234; Die Unruhen, p. 217‑224. Cf. Briefw. II, 428, 7 en 9; Fliedner, Collektenreise II, 476‑478; 532‑534; 539; Vree, De Groninger godgeleerden, p. 187 n. 52.



60 

Cf. Die Unruhen, p. 60: `allerlei Menschen aus dem niedrigsten Pöbel'; p. 143/4: `Leute von der geringeren Klasse; p. 171: `Zimmergesellen, Färber und Bauern'; De bewegingen, p. 133: `het gemeen'. Marginale aant. van Groen: `Aanmerkingen van Broes; over de tegenwoordige verdraagzaamheid: [De] kerk en [de] staat I, 141; het onregt aan de separatisten: IV, 1, p. 128; bemoeijenis van den staat met de Hervormde kerk: IV, 1, p. 100; synodale commissie: IV, 1, p. 138.' In I, 141 schrijft Broes als nabetrachting op zijn bespreking van Athanasius: `De verdraagzaamheid onzes tijds maakt zich wel eens de berisping waardig, die ik haar onlangs door een' mijner vrienden hoorde geven in de snedige vraag: of zij ook alleen voor ketters gunstig is, en de overorthodoxen uitsluit?' In IV, 1, 128 laakt Broes de gerechtelijke repressie en bestraffing van verschillende afscheidingsbewegingen, zowel van joodse als van gereformeerde signatuur. Cf. De bewegingen, p. 155/6. In IV, 1, 100 betoogt hij, dat de `bemoeijing van den Staat' in het koninkrijk der Nederlanden het grootst is t.o.v. de Hervormde kerk. Het gouvernement schreef een nieuwe vorm van kerkbestuur voor, regelde de gehele predikantsopleiding, controleert het beroepingswerk en heeft zitting in de Hervormde synode. Op p. 138 noemt Broes de in de `Synodale commissie van slechts zeven leden' geconcentreerde macht `voor de vrijheid der Kerk gevaarlijk.' Cf. Capadose, Ernstig en biddend woord, p. 99.


49 Aanteekeningen betreffende het concordaat. 1841.1
1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   ...   78

  • Aanteekeningen betreffende het concordaat.

  • Dovnload 7.64 Mb.