Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Studiën over de revolutie en over het staatsrecht VI

Dovnload 7.64 Mb.

Studiën over de revolutie en over het staatsrecht VI



Pagina3/78
Datum28.10.2017
Grootte7.64 Mb.

Dovnload 7.64 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   78
Aanteekeningen van briefwisseling over de zaak van het lager onderwijs. 1840/1.1

 1. Le Roy.2 Vreest van onbepaalde vrijheid veel verwarring op het platteland.3

 2. W. van Lijnden. Wil de afschaffing der gemengde scholen.4

 3. P. H. Tydeman. Voor het bestaande.5

 4. Heldring. Eenige veranderingen.6

 5. W. de Clercq. Breek niet af eer gij wat hebt om op te bouwen.7

 6. Calkoen. Hoe de oncatholijke scholen staande gehouden, waar de meerderheid catholijk is? De scholen gaan te Schalkwijk, Houten, Cohen, enz. teniet.8

 7. Messchert. De commissie is de eerste stap tot verbetering, tevens de aanvang van veel strijds. De catholijken worden thans gedwongen aan de leeken een goed onderwijs te geven.9

 8. De Jager. Is het huisonderwijs vrij?10

 9. Koenen. `Nous ne voulons pas la contre‑révolution'.11

10. Freyss. Over het fabrijkwezen in verband met het onderwijs.12

11. W. v[an den] Hull. D[it]o, d[it]o,13 bepaaldelijk te Haarlem. Voorts algemeene aanmerkingen; is voor de splitsing.14

12. Da Costa. Verandering; maar het bestaande moet basis blijven.15

13. Warnsinck. Handhaving.16

14. Van Swinderen. Vier brieven.17 Handhaving.

15. De Jonge. Enkele wijzigingen; vooral omtrent het huisonderwijs.18

16. Schouwenberg/te Apeldoorn19/. Plan tot wegneming der bezwaren.20

17. Van der Brugghen. Invloed van wetsbepalingen, regering, en welgezinden ter langzame wijziging.21

18. Van Ewijck/met eene memorie22/. Milde, welwillende, en verzoenende uitvoering der wet. Desnoods, huisselijk onderwijs vrij van admissie; en in volkrijke steden onderwijzers van den tweeden rang.

19. Koebrugge/onderwijzer te Nijkerk/. Vrees voor erger.23

20. Baptist W. Noël. Aan de roomsch‑catholijken hun vertaling der Heilige Schrift geven. De extracts in Ierland alleen om den toestand van dat land.24

21. Bisschop van Londen.25 `In England the question may now be regarded as settled'.26

21a. /Delprat27 aan Van der Hoeven28/. Voorts D Merens.29

22. Lutteroth. Verny zou ongaarne zien dat «dans un pays en majorité protestant, les écoles fussent séparées et les enfants catholiques soustraits ainsi à l'influence évangélique qu'un maître et des condisciples protestants peuvent exercer sur eux . . . Mais c'est à l'influence anti‑biblique que vous souhaitez mettre fin.»30

10 dec. [1840]. R.31

Gouvernementsscholen. Aldaar kon ook het kenmerkend‑leerstellig onderwijs van elke gezindheid afzonderlijk worden gegeven; zooals reeds hier op de stadsscholen door catechizeermeesters. Waar 3/4 der bevolking protestant of roomsch‑catholijk [is] bij voorkeur een protestantschen of roomsch‑catholijken onderwijzer.

Bijzondere scholen. Het regt toekennen aan de ingezetenen om een geëxamineerden onderwijzer nemende, eene school op te rigten; mits fondsen tot onderhoud aanwijzende.

Bij Besluit gevaarlijk. Maar als een ontwerp van wet door eene protestantsche meerderheid verworpen wordt, wat dan? En hoe zal het ongenoegen groeijen!

Capad[ose].32 Verbetering der bestaande scholen. Geene meerdere vrijheid. Algemeen‑christendom. Of, zoo men tot splitsing moet komen, dan het onderwijs aan elke kerk. Het beginsel handhaven.

17 dec. [1840]. Dermout.33

Niet bevreesd voor de concurrentie der gezindheden. Ook in de Hervormde kerk zal ijver en werkzaamheid zijn. In de gemengde scholen blijft alles ligtelijk half werk. Wij bederven ons onderwijs ten gevalle der roomsch‑catholijken. Al moesten die op[enbare] scholen, zooals zij nu zijn, vallen, wat nood?
----

Noten bij no. 46 Aantekeningen etc.


1 

ARA, G. v. P., no. 36. De titel is gebaseerd op Nagelaten papieren, p. 72. Groen verwijst naar deze notities in zijn Autobiographie (no. 96) sub 1840 met de woorden: `Gesprekken en correspondentie'. Aant. van Groen op de eerste omslag: `Correspondentie over de zaak van het onderwijs in 1840 en 1841'. Aant. van Groen op de tweede omslag: `1840. Misschien in 1876 nog bruikbaar'.



2 

Sc. J. J. le Roy; cf. Briefw. I, 714, 3; II, 49, 10.



3 

Geen (deel van een) brief van Le Roy over dit onderwerp is opgenomen in Briefw. II.



4 

Cf. Briefw. II, 341 sub 8.



5 

Cf. Briefw. II, 339 sub 5; 345 sub 13; Boekholt, Het lager onderwijs, p. 227.



6 

Cf. Briefw. II, 336 sub 2.



7 

Cf. Briefw. II, 363; 341 sub 9; 356 sub 30.



8 

Cf. Briefw. II, 348 sub 19.



9 

Cf. Briefw. II, 338 sub 3.



10 

Cf. Briefw. II, 338 sub 4; 346 sub 16.



11 

Cf. Briefw. II, 342 sub 11. Zie voor deze leus van Le Maistre n. 193 van no. 47.



12 

Cf. Briefw. II, 350 sub 22.



13 

Hs.: `D:, d:,'. De brief van Van den Hull gaat eveneens `over het fabrijkwezen'.



14 

Cf. Briefw. II, 346 sub 18; 355 sub 29.



15 

Niet gevonden op welke brief Groen zich hier baseert. Gedachtenwisseling over het onderwijs in Brieven van Da Costa I, 67‑69; 99‑103.



16 

Cf. Briefw. II, 351 sub 23.



17 

Cf. Briefw. II, 340 sub 6; 343 sub 12; 349 sub 21; 352 sub 24.



18 

Zie voor de vijfde brief p. 357 sub 32; cf. Vree, De Groninger godgeleerden, p. 272 n. 64.



18 

Cf. Briefw. II, 341 sub 10.



19 

Cf. Briefw. II, 349 sub 20.



20 

Groen verwijst d.m.v. drie kruisjes naar zijn aant. op een afzonderlijk vel: `bij brief Schouwenberg 1840. dec. 1'. Daarna volgt het hs. van Schouwenbergs `Plan ter opheffing der bezwaren bestaande omtrent het lager onderwijs in het koningrijk der Nederlanden' (11 p. met 20 artn. en een Memorie van toelichting op 10 artn.). Het in Briefw. II, 349, 2 opgegeven raadsel is daarmee opgelost.



21 

Cf. Briefw. II, 353 sub 26; 345 sub 14.



22 

Cf. Briefw. II, 346 sub 17. De memorie o.d.t. `Klagten over het onderwijs' (11 p.) bevindt zich onder ons no. 36. Ook het speuren naar dit stuk (Briefw. II, 346, 5) kan dus gestaakt worden. Groen heeft met potlood een aantal kritische kanttekeningen bij de memorie gemaakt. Op het vel ervoor schreef hij: `Hand van Van Ewijck'.



23 

Cf. Briefw. II, 359 sub 37.



24 

Cf. Briefw. II, 354, sub 27.



25 

Charles James Blomfield.



26 

Cf. Briefw. II, 358 sub 34.



27 

Vermoedelijk de Waalse predikant G. H. M. Delprat.



28 

Het ligt voor de hand aan Abraham des Amorie van der Hoeven te denken; cf. Briefw. II, 338, 4; 339, 9.



29 

Volgens De Vries, p. 282 is van geen enkele Merens een brief vóór 1859 in het ARA aanwezig. De naam ontbreekt ook in het register van Briefw. II. Waarschijnlijk L. Merens; cf. Briefw. III, 463, 1; V, 183, 4.



30 

Cf. Briefw. II, 358 sub 33.



31 

P. de Raadt?



32 

Een dergelijke brief noch van Capadose noch van Dermout in Briefw. II.



33 

Groen schreef aan I. J. Dermout op 3 nov. 1840 over diens `Evangelisch Onderwijs' (Briefw. II, 332).


47 Discussiën in de staatscommissie. 1840/1.1

18 dec. [1840]2
Geen illusie; maar de gansche uitgestrektheid van het kwaad. Vooral de beginsels niet miskennen; en als een voorregt beschouwen wat verderfelijk is. Ik wensch geene omverwerping. Gemengde scholen, waar de kinderen der onderscheidene christelijke kerkgenootschappen zich kunnen ontmoeten, zonder dat er eenige aanstoot aan de gezindheden gegeven worde.

Objectie: Art. 226 der grondwet.3

Refutatie: Zorg; gelijke bescherming. Maar geene verpligting om gemengde scholen voor allen [daar te stellen?]. Als art. 1914 in den ruimsten zin genomen wordt, dan scholen voor alle gezindheden. Geen gelijke benadeeling. Nooit zo begrepen. De staatsregeling van 1805, art. 4, bepaalt: `gelijke bescherming aan alle Kerkgenootschappen.'5 En echter in de Wet van 1806 christelijk: art. 23 van het Reglement.6 Art. 11 van de Verordeningen voor de examens.7 Art. 6 der Algemeene schoolorde: christelijk gebed.8 Wel niet de regte zin, maar toch uitsluiting van het Israëlitisch element: het mogt niet hinderlijk zijn in de christelijke inrigting der school. Vandaar Besluit van 10 mei 1817 over de godsdienstige Israëlitische scholen.9 Ook in 't algemeen voor zedelijke en maatschappelijke pligten, beschaving. enz.10 Opmerkelijk Besluit: het verband van staat en kerk.

Wij zijn geen protestantsche of catholijke staat, volgens de bedoeling der grondwet; maar wel een christelijke staat, die alle bestaande godsdienstige gezindheden niet slechts verdraagt, maar gelijkelijk beschermt. Dit is, ofschoon er dubbele interpretatie kan zijn, vastgehouden ook in dagen van meerdere onverschilligheid. De bisschop van Luik.11 In België is de zaak dezelfde. Want hij spreekt van het openbaar onderwijs gegeven ten koste12 van den staat. Zie p. 11.13 `C'est la religion positive qui sera la base de l'éducation dans les écoles': [Exposé,] p. 545.

Door gemengde scholen versta ik die waar de kinderen der verschillende christelijke gezindheden komen. Kan nu in die gemengde scholen geenerlei christelijk element worden geduld? Thans vooroordeel; wegens de onchristelijke rigting die, onder den naam van christelijk, gegeven is. Maar de gemeenschappelijke14 oppositie toont reeds dat er dwalingen zijn, waartegen wij evenzeer ijveren en op denzelfden grond. Zij zijn er; tegenover die dogmata eristica.15 Ik treed niet in de vraag tot welke vakken zich het gezamenlijk onderwijs zal kunnen uitstrekken. Of de lezing van Gods Woord, in het bijzijn der roomsch‑catholijke kinderen, volstrekt onmogelijk is; dan wel of er, zooals in Ierland, extracts16 [gelezen kunnen worden] of de bijbelsche geschiedenis [verteld kan worden] door een protestant aan een catholijk en omgekeerd. Maar ik vraag wat of17 voor catholijken en protestanten beide beter is: de volstrekte uitsluiting van het christelijke, of het op den voorgrond stellen ervan. Een gebed? Lezen en schrijven? De geboden, het gebed des Heeren, eenige spreuken?18 De opleiding der kinderen. De meesters. Alle grieven, hier te lande, tegen de onchristelijke rigting; maar tot dusver niet tegen de onderwijzers die zich bij die algemeene waarheden bepaalden. En nu kunnen nog meerdere waarborgen [verlangd worden]. In Pruissen zijn die gemengde scholen.19

Objectie: De onderwijzers?



Refutatie: Betere vorming; ook niet te laag stellen. Een onderwijzer behoort christen te zijn en [een] handleiding van het onderwijs te hebben. En zou hij dan niet de eenvoudige bijbelwaarheden kunnen leeren?

En nu hoe is het facto hier te lande? De scholen, de boekjes.20 En echter de vreemdelingen!21 Vlugtig22: met23 schoolopzieners. Cuvier.24 Ook wij waarderen dat.25 De la Sagra.26 Daarentegen Cousin27 en Thiersch.28 Verkeerde aanhaling van Cousin door Binnenlandsch Departement.29

Het moet30 zoo zijn; volgens den zin en geest der Wet van 1806; die niet af te scheiden is van de reglementen en de circulaire. Slechts de uitvoering?31 Maar die uitvoering, terstond en voortdurend, bewijst toch ook iets. De geest des tijds, blijkbaar in den toestand der kerk, der Maatschappij [tot nut] van 't algemeen, en in 't algemeen van de toenmalige gewrochten. En ook in de handelingen der ontwerpers zelve. Geenszins hiermede het christelijk geloof van dezen of genen betwijfeld. De heer van Stralen32: maar dit juist.33 De circulaires der synodes34, enz. hebben voor mij weinig waarde. Getuige der flaauwheid van die periode, zoo ook de aartspriesters.35 Zij zullen zich voorgesteld hebben dat die gemeenschappelijke grondslag behouden was. Art. 22 en 2336 vereenigd met de periode uit de circulaire.37 Met geringe wijziging38: in de Wet. En door eene wet. Dit grondwettig. Teregt. Nadere toetsing wenschelijk.

Tijd van spanning.39 Geen maatregelen [nemen] die het karakter van die spanning dragen. Dus de gemengde scholen behouden. Geene weinig beduidende maatregelen, die het bezwaar gedeeltelijk zouden laten bestaan. Geene maatregelen die de spanning zouden verhoogen. Bij zulke gemengde ongodsdienstige scholen. De gansche Roomsch‑Catholijke kerk, blijkens het adres der kerkvoogden.40 Ook de Hervormde kerk. Niet slechts bijbellezing, maar christelijke opvoeding ook op de school.

Het bezwaar moet, zooveel mogelijk, gepreciseerd worden: waar wij ons over beklagen, wat wij verlangen. Wij klagen over onchristelijk en antichristelijk onderwijs.41 Wie niet voor ons is, is tegen ons.42 Maar wat is antichristelijk? Daarbij kan veel overdrijving plaatshebben. Paulus, Jacobus, Christus zelf! Maar ik zeg ook met een ander Duitsch geleerden43 dat men dikwerf uit het christendom Christus weggenomen heeft. Antichristelijk [is] alles wat eene der fundamentele waarheden van het evangelie regtstreeks of zijdelings omverwerpt of ondermijnt. En dit nu gebeurt juist, als men geschiedenis en zedekunde afscheidt van het leerstellige. Het is ermee zamengevlochten. Geschiedenis, dogmatiek, en zedekunde is één. Elk feit is een dogma, en elk dogma is de bron van een voorschrift.44 Bijvoorbeeld: Onze eerste ouders zijn Gode ongehoorzaam geweest45; door één mensch is de zonde, enz.46; de noodzakelijkheid om zich tot den Zaligmaker te wenden.47 Bijvoorbeeld: Jezus is op aarde gekomen48; Joh. 3 v. 1649; indien Hij zijn leven voor ons gesteld heeft, enz.50

Dit slechts in het oog houden. Geen systema, geen dorre, stelselmatige voordragt. Geen indringen in verborgenheden.51 Trapsgewijze. Voorzeker; maar dit geldt de wijs en den omvang der voordragt, nooit het wezen der waarheid. Nooit mag iets in een valsch licht worden geplaatst. Dezelfde waarheid moet voorgedragen worden op verschillende manier, naar ieders vatbaarheid. Men zou minder zwarigheid erin gezien hebben om het leerstellige aan kinderen voor te dragen, zoo men dit niet te uitsluitend als voorwerp van het verstand had beschouwd.52 Mysteriën blijven mysteriën ook voor den wijsgeer. De kinderen [zijn] vatbaar voor de eenvoudige waarheid. Dus wenschen wij slechts dat die groote, eenvoudige, algemeene waarheden van het evangelie, welke den weg der zaligheid uitmaken in de scholen, zooal niet opzettelijk geleerd, toch bij onderwijs en opleiding zoodanig in het oog worden gehouden dat al het overige daaruit afgeleid en daarmede in verband worde gebragt.

De geschiedenis uit het oogpunt van een christen. De zedekunde evenzeer. Geene heidensche zedekunde?53 Elke zedekunde is ongenoegzaam, die niet gebouwd is op onvermogen en hooger kracht. De opvoeding. Eene godsdienstige strekking? Ik ken er geene die niet tevens christelijk is (religiositeit54). Dit brengt mij tot eenige tegenwerpingen. `De school is eene instelling van den staat; enkel tot onderwijs, niet tot opvoeding.'55 Het systema is nieuw. Dateert van den revolutionairen tijd.56 Vroeger kerk en school in het naauwste verband. Het is dan ook enkel in de gerevolutioneerde staten. In Pruissen.57 In Engeland.58 Peel.59 Stanley.60 Het is ook reeds oud. Guizot en Cousin.61 De opvoeding moet niet met het onderwijs verward worden; het onderwijs is niet de gansche opvoeding62, maar toch een middel, een deel der opvoeding. In de school moet niet slechts onderwezen, maar ook opgevoed worden. De opvoeding is de zaak van de ouders en van de kerk. Ook, maar niet uitsluitend. Waarlijk hun vereenigde poging is niet teveel. Elkander ondersteunen. Hoeveel te meer, als de huisselijke opvoeding voor een groot deel des volks verderfelijk is.
23 dec. [1840].
Geheele nieuwe organisatie.63 Wij kunnen niet in die details [treden]. Alleen de beginselen aangeven; de applicatie overlaten aan degenen die daarmede belast zullen worden. De bijbel geen overvraging; een ultimatum.64 Insgelijks geen transigeren met beginsels; maar in de toepassing kan er toenadering, wederzijdsche inlichting zijn. Ik wensch niet zoozeer te betoogen wat ik op zichzelf het beste reken, maar te beoordeelen hetgeen ik mogelijk acht.

De toelichting van den heer Meylink.65 Niet zóó verdienstelijk. Onnaauwkeurigheden. Een met overhaasting vervaardigd zamenraapsel van uitgelokte bezwaren. Nubes66: een nevel, die ligt het oog der commissie benevelen zou. Anders geene pièces justificatives en wij hadden onverrigterzake uiteen moeten gaan? Ik betwijfel het. Wij zouden, evenals Z.M., genoeg aan het getuigenis der kerkvoogden67 gehecht hebben. De bisschop zelf68 zou ons ingelicht hebben. Spanning; ook kunstmatig. Ik moet hier te meer op drukken, om het verband met het bezwaar der Afgescheidenen. Men heeft de behandeling hiervan als questieus voorgedragen. Geene andere bezwaren ter onzer behandeling. Maar die bezwaren in hun ganschen omvang, ten aanzien der klagers en van allen die erdoor bezwaard worden.

De adress[en]69 zelf. Binnenlandsch Departement.70 De aard der zaak.71 Zonderling dat een gouvernement zich met bezwaren die zij kent, eerst dan bezig zou moeten houden, als men er requesten over inzendt. Beschamend voor het vertrouwen der ingezetenen. Wedstrijd van petitiën. Die het hardste schreeuwt72 . . . Z.M. Ook mijne benoeming.73 In dien zin tot mij gesproken. Liever explicatie vragen.74 Noodige opmerking. Anders, als er een middel gevonden wierd, waardoor alleen de roomsch‑catholijken bevredigd wierden, zouden wij gedefungeerd hebben. Er bestaan tegen het onderwijs hier te lande, bij de erkentenis van al het goede, zeer groote en zeer regtmatige bezwaren. Eigenlijk zich resumerende in het godsdienstig bezwaar, bijgebragt door roomsch‑catholijken en protestanten.

Over de inrigting van het onderwijs der openbare scholen en het gouvernementsmonopolie. Sedert 34 jaren voldoet het niet aan de verwachting van protestanten en catholijken? Het voldoet niet aan den eisch der roomsch‑catholijke en der christelijk‑protestantsche leer.75 Maar men was er lang mede ingenomen.

Hoe dit ook zij, de bezwaren bestaan; zij zijn wezenlijk en hoogst gewigtig. Aan den een' kant veel overdrijving; maar toch: de bevordering van dat soort van onderwijs76 heeft in België de treurigste gevolgen gehad. Tweeledig bezwaar. De verkeerde rigting van het openbaar onderwijs; de moeijelijkheid om zich daarvoor schadeloos te stellen. In verband. In de Wet van 1806 en in den geest dier tijden.

Nu het redres, de wegneming der bezwaren. Instandhouding der gemengde scholen. Derhalve zuivering, van de strekking tot protestantismus, antichristendom, indifferentismus. Die aanval tegen de Roomsch‑Catholijke kerk en die overhelling tot eene onchristelijke zedekunde kunnen worden voorgekomen. Sommige maatregelen ten voorbeelde: Meerdere evenredigheid der schoolopzieners. Waar tweederde der bevolking [roomsch of protestantsch is], stellig een roomsch‑catholijk of een protestant [benoemen]. Revisie der schoolboekjes. Onderwijzers; naar de tweederde [der bevolking benoemen]. De school [zij] toegankelijk voor de leeraars.77 Gemeentelijke schoolcommissie. Examens ook door de geestelijken der gezindheden [af te nemen]. Waarborgen voor hetgeen wij niet, maar nu ook waarborgen voor hetgeen wij al78 zullen hebben. Er moet eene positive rigting ten goede zijn. Gemengde christelijke scholen? Zonder vooroordeel hooren. Drieërlei onderrigt:
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   78

  • Discussiën in de staatscommissie.

  • Dovnload 7.64 Mb.