Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Studiën over de revolutie en over het staatsrecht VI

Dovnload 7.64 Mb.

Studiën over de revolutie en over het staatsrecht VI



Pagina61/78
Datum28.10.2017
Grootte7.64 Mb.

Dovnload 7.64 Mb.
1   ...   57   58   59   60   61   62   63   64   ...   78

Elders schrijft hij: `Een opstand meer ongegrond en moedwillig als die van 18 maart is er niet in de gansche historie. Was er iets in Pruissen dat naar dwingelandij geleek? Waren hier toestanden als die welke de Fransche revolutie voorafgingen? Waar was in Pruissen eene regeering door koninklijke boeleersters? Waar eene begunstiging van den adel die vernedering of uitsluiting van den burgerstand meêbragt? Waar eene geestelijkheid door welke de inkomsten des lands weelderig werden verteerd? Waar de algemeene pachters, door wie het volk uitgezogen werd? Ten ware misschien de tyranny hierin bestaan heeft dat men het christendom niet geheel ten gunste der filosofie wegdreef, of dat de koning aan het mondig geworden volk zijn kroon niet overgaf, of dat aan geen zijner ministers, ter oplossing van het vraagstuk van het pauperisme, het vinden van den steen der wijzen gelukt is. De stem der groote vorsten van Hohenzollern uit hun grafgesteente en de stem des konings van den troon mogten met de woorden van den profeet vragen: wat heb ik u gedaan, mijn volk, en waarmeê heb ik u beledigd?120 En dit is het ergste in deze rebellie niet dat ze geen grond had. Veel zwaarder verwijt ligt in de bron waaruit ze voortkwam: stelselmatige verzaking van gehoorzaamheid en trouw aan de overheid die [door] God over ons gesteld is. Daarom treft de onuitwischbare schuld van dien dag veel minder de ruwe volksmassa die, uit verharding en behoefte tot wagen gereed, de daad gepleegd heeft, dan de beschaafde kringen die de gezindheid waarin ze haar oorsprong had, hebben voortgebragt en gekweekt.'121

Van den koning zegt Stahl: `Hij sloot eene overeenkomst met de revolutie en, door dit te doen, zwichtte hij voor haar. Hij deed de onbestemde woorden klinken: `Duitsche bondstaat en constitutionele staatsregeling voor alle Duitsche landen.' Hij hield het zwaard, tot straf van hen die kwaad doen122 gegeven in de scheê. Zijn bevel was slechts met schieten op te houden; maar zonder zijn bevel - door eene noodlottige omstandigheid - trokken de troepen af, en hij werd een gevangen van de magt wier nederlaag hij zich tot levensdoel gesteld had. Zou iemand van zichzelven durven verzekeren dat hij niet zou hebben gewankeld, toen Gods oordeelen over de aarde gingen en de zedelijke wereld uit haar voegen gerukt was? Men lette ook hierop dat hetgeen waarin de koning toegaf, niet onmiddellijk op de onbedriegelijke waarheid der goddelijke openbaring, maar op zijn eigen menschelijke123 overtuiging, hoe wel gegrond ook, berustte en dat misschien ook de Duitsche nationale leus van den opstand een weêrklank had in zijn hart.'124

Pruissen lag, gedurende den zomer van 1848, in de dienstbaarheid der revolutie. Maar wat deed Stahl? Hield hij zich schuil en werkeloos gedurende den storm? Zocht hij afleiding en troost in wetenschappelijken arbeid? Was zijn deelgenootschap aan de algemeene ellende tot een moedeloos murmureren over de dwaasheid der vrijzinnigen en conservatieven, onder een telkens herhalen van het: `ik heb het u gewaarschuwd!' beperkt? O neen! En zoo men verlangt te weten hoe Stahl de proef doorgestaan heeft, men lette op de houding der Evangelische Kirchenzeitung, op de Kreuzzeitung, op de Kirchentag te Wittenberg125 en op het, ter bestrijding van de revolutie, ter regeling van den constitutionelen staat, door hem gegeven program.

Stahl was, gelijk we zagen126, met den uitgever127 der Kirchenzeitung homogeen. Hij schreef in dit blad menig opstel. Of ook in die dagen is mij onbekend. Ik vond er geen; ik geloof niet dat Stahl dikwijls anonym schreef. Maar ongetwijfeld werd, door den dagelijkschen omgang, vooral ook in zoodanigen tijd, de geestverwantschap versterkt. Wat Hengstenberg toen, in antirevolutionairen zin, deed en schreef, wist iedereen dat door Stahl beaêmd werd. En welke is toen de houding van Hengstenberg geweest? Men weet dat te Parijs door vele geestelijken om den vrijheidsboom gedanst werd, men weet dat te Berlijn het meerendeel der protestantsche predikanten de lijkstaatzie der opstandelingen gevolgd heeft. Ik spreek geen hard vonnis hierover uit; maar, bij het aanschouwen der algemeene zwakheid, betaamt het des te meer hulde te brengen aan de kracht dergenen van wie te midden van gejubel en dreigement, tegen de terzijdestelling van goddelijke en menschelijke wetten protest uitging. Als men de Evangelische Kirchenzeitung128 doorbladert, vindt men telkens den ernst, de waardigheid, de onvervaardheid, ook de bedachtzaamheid en liefde, ook de onwankelbare hoop van den christen; ook die kalmte welke, bij de verandering der bewegelijke dingen, haar rustpunt in het onbewegelijk koningrijk en in het profetisch vergezicht heeft. Boete en gebed meer dan ooit; gebed ook voor den koning, den gezalfde des Heeren, dat hij aan het `bij de gratie Gods' te midden van allen aandrang, gedachtig zij.

`Vooral aan de verkondigers van Gods Woord is het thans opgelegd, tegenover den gruwel der verwoesting129, het verderf te doen kennen en het geneesmiddel. Of twijfelt iemand er nog aan dat de politische revolutie in Duitschland, zooals vóór eene halve eeuw de Fransche, uit het ongeloof ontstaan zij en zonder de ontvreemding der zielen aan de christelijke kerk niet mogelijk geweest ware? En is er inmiddels een nieuw leven van het oude christengeloof ontwaakt, zoo zal het ook in deze kritieke dagen niet aan christelijke voorgangers ontbreken, die onverschrokken de volle waarheid durven spreken. Kritische dagen; dagen van beproeving en zifting, dewijl veler gedachten openbaar worden130, dewijl veler vastheid in de vroeger beleden waarheid op de proef gesteld wordt, of zij ook stand houde in de ure van gevaar en verzoeking. En indien soms hier en daar een christelijk hart aan het wankelen geraakt is door het acht geven op de zoogenaamde openbare meening, gelijk ze zich in het hooghartig dreigen van het straatrumoer vertoont, dan gelieve de Heer, onze God en Heiland, het weder op te richten en te sterken en te bevestigen bij het zien op de heillooze gevolgen die door geene concessiën kunnen worden bezworen of gestuit of verzacht, maar door elke afgedwongen toegeeflijkheid worden verergerd en versneld, omdat daarmeê de trotschheid wast en de onverzadelijkheid steeds hongeriger wordt. Maar het voornaamste - het kan thans niet genoeg worden herhaald -, hetgeen den mensch in de huishouding Gods alleen betaamt, is dit, dat een iegelijk te zijner plaatse, de uikomst aan den Heer overlate, en wat hem zelven betreft, zonder aanzien van personen of omstandigheden, onvervaard zich ondergeschikt betoone aan Gods onverbrekelijke wet.'131

Tegenover de vrijzinnige, democratische periodieke drukpers moest er, ook in den politieken strijd, een christelijk, een antirevolutionair orgaan zijn. Met 1 julij verscheen de Neue Preussische Zeitung.132 Met een kruis en de spreuk: `Voorwaarts, met God, voor koning en vaderland.' Dit is de zoogenaamde Kreuzzeitung, waarvan de invloed ter vereeniging en zamenwerking van de welgezinden, ter versterking van de wankelmoedigen, ter beteugeling van de kwaadwilligen, ter voorbereiding van doeltreffenden weerstand, in 1848 onberekenbaar en tot op den huidigen dag zeer nuttig geweest is. Welken moed ertoe behoorde om toen met zoodanig dagblad op te treden, kan hij alleen begrijpen, die den ban van het jaar 1848, die al wat edel was terneêr drukte, gevoeld heeft. De waardij dezer courant heeft welligt haar meest juisten maatstaf in den onverzoenlijken haat waarmeê nog133 heden alle organen der revolutie, ze mogen heeten zoo ze willen, tegen haar vervuld zijn. Stahl zonder eenigen twijfel was de ontwerper van het moedig bedrijf. De onderneming geschiedde op zijn raad, onder zijn toezigt en medewerking. Hij schreef erin. Niemand schreef erin die niet leerling, vriend, geestverwant, volger was van een zoo uitstekenden leidsman.

Uit de woestheid en overmoed der revolutionnairen, in verband met den toegenomen invloed van het ongeloof, zoowel in als buiten de kerk, was er van de toepassing der heerschende wanbegrippen ook voor kerk en school, groot nadeel te voorzien. Vereeniging der evangelische christenen was onmisbaar. Vandaar het Verbond hetwelk te Wittenberg van 20‑26 september134 zijn eerste zamenkomst (Kirchentag) hield. De meeste notabiliteiten van het christelijk Duitschland waren aldaar bijeen. De evangelische kerkgemeenschappen van Duitschland vereenigen zich tot een kerkenverbond. Dit is niet eene unie die confessionele kerken opheft, maar eene kerkelijke confederatie. Zij omvat alle kerkgemeenschappen, die op den bodem der reformatorische belijdenissen staan; met name de Luthersche, de Gereformeerde, de Geunieerde en de Hernhutter‑broedergemeente. Zij heeft ten doel openbaring van de wezenlijke eenheid der evangelische kerk; onderhoud van gemeenschap in broederlijken zin; gemeenschappelijk getuigenis tegen al wat niet‑evangelisch is; onderlinge raad en bijstand. Zij let op de verhouding van kerk en school, op de toekomstige betrekking van de kerk tot het landsheerlijk bestuur, op de inwendige zending. Tot voorzitters worden benoemd Von Bethmann‑Hollweg en Stahl.

Ik sprak ook van het door Stahl in het licht gegeven program. Hiermee bedoel ik het geschrift De revolutie en de constitutionele monarchie, eene reeks van in elkander grijpende verhandelingen, grootendeels reeds opgenomen in de Kreuzzeitung en die gezamenlijk werden uitgegeven in het begin van december135; waartoe gedeeltelijk, schrijft hij, de gelegenheid aanleiding gaf; en echter niet een gelegenheidsschrift. Het geldt de juiste afbakening der constitutionele monarchie, gelijk ze èn van de republiek èn van andere beperkte monarchiën verschilt.

Terstond handhaaft Stahl de eigenaardigheid der antirevolutionaire rigting. Onder de vrijzinnigen waren er velen die in hun afkeer tegen den thans ook in hun oog te snellen vooruitgang, zich onder de vaan van behoud en matiging hadden geschaard en thans aan de regterzij of in het regte midden meenden te staan. Dien waan ontneemt Stahl. Het is hier om vastheid van omtrekken in ons politiek systema te doen. Het staat op den bodem van het regte midden, naar zijn zuiver begrip. Dienovereenkomstig moet het een zelfstandig beginsel hebben. Dit kan geen ander zijn dan de bindende kracht der bestaande regtsorde en het gezag van boven; dit is het vaste steunpunt van een ernstig streven naar vrijheid, volksregt en vooruitgang. Zij die thans beweeren dat ze tot het regte centrum, of zelfs tot de regterzij136 behooren, staan dikwerf op den bodem der revolutie en der volkssouvereiniteit en zijn daarom niet dan eene afdeeling der linkerzij, die haar beginselen ontzenuwt en met haar eisschen transigeert.

Antirevolutionair. Men verlangt dat de revolutie worde erkend; dat is dat haar beginsel voortaan rigtsnoer en wet zij. De koning geen souverein meer; de koning ondergeschikt aan de volksvertegenwoordiging, gelijk deze aan het souvereine volk. Geenerlei regt, geenerlei grens tegenover den volkswil. Algemeen stemregt, algemeene wapening, l'impôt progressif, de losbandigheid van het gepeupel, wetgeving en bestuur in den geest der glorierijke maartsche revolutie. De revolutie als grondwet en beslissenden maatstaf. Zoo ver is het niet gekomen. Noch feitelijk, noch regtens. De koning is niet onttroond; hij heeft zijne souvereiniteit niet verloren, noch door eigen toedoen, noch door geweld. Nog staat de troon. Nog is de revolutie geen bestanddeel van ons publiek regt. Het komt erop aan de regtens nooit opgeheven betrekking ook feitelijk te handhaven en tegen eene overheersching zich te verzetten die den val van hetgeen ze bestrijdt, verdicht om dien te bewerken.



Maar niet reactionair. Onder vrijwaring tegen het beginsel der revolutie, moet het feit en hetgeen dientengevolge onherroepelijk tot stand gekomen is, worden erkend. Niet in het straatgevecht van maart, maar wel in de beloften en handelingen des konings, in de staatsstukken van maart en april, ligt een regtsgrond. Daardoor is het volk deelgenoot van het openbaar gezag met den koning en kan zoowel de toekomstige uitoefening van het staatsgezag als de tegenwoordige vaststelling van den staatsvorm slechts van beider gemeen overleg uitgaan. Dit alleen geeft wezenlijken waarborg. Steunt alles op het geweld der revolutie, waarom dan niet in soortgelijk geweld een steun van contrarevolutie gezocht? Is de overmagt van het volk, zooals men zegt dat ze zich den 18en maart geopenbaard heeft, de regtstitel, waarom dan niet door een nieuwe botsing de overmagt des konings hersteld?136a Het staatsregt in Pruissen is van nu af aan echt‑constitutioneel. En hier doet Stahl aan de school van Von Haller gevoelen, dat het pleit beslist is; dat het volharden in haar staatsleer op een ijdel en verderfelijk pogen uitloopt en dat de banier der conservatieven met de behoeften en de ontwikkeling onzer dagen in overeenstemming moet zijn. Het echte constitutionele zal, volgens u, slechts het tegendeel zijn èn van radicalisme èn van absolutisme? Dus niets eigenaardigs, slechts regtsorde in 't algemeen, zoodat ook de stenden, zooals de groote keurvorst137 ze vond, constitutioneel waren?138 Zou dan de constitutionele staat, waarnaar de beweging sedert eene halve eeuw, ook onder misbegrip en afdwaling, heen strekt, volgens de ware opvatting niet anders zijn dan de oude Germaansche staat waarin de kleinere gezellige kringen (de monarchiën in de monarchie) onder den oppersten kring, den staatskring, regt en zelfstandigheid en zelfregering hadden, zoodat dit eigen regt in de stenden vertegenwoordigd, maar daarentegen de hoogste kring, de staat, aan den koning als uitsluitenderwijs zijn eigen zaak, overgelaten werd? Voorzeker neen. Maar dit is de beteekenis van het constitutionalisme, van het echte en onechte, van de voortreffelijke Engelsche staatsregeling als van de mislukte Fransche en Spaansche constitutiën dat het volk als geheel aan de regering in den hoogsten kring zelven deel heeft, en dat de representatie niet enkel zelfstandige kringen, maar tevens de menschen, de personen in die stenden vertegenwoordigt en door het kiesregt gevormd wordt. Dit is de grondtrek van den modernen staat, het139 verschil zoowel van den ouden Germaanschen staat, als van hetgeen tot de absolutistische overgangsperiode [behoort]. Dat men dit kenmerk niet onder den naam van valsch constitutionalisme begrijpe en bestrijde, dit is de eisch der hedendaagsche verlichting; dit zou zijn zich geheel buiten de wereldhistorische, ja providentiële beweging te plaatsen om zich aan eigen persoonlijke lievelingsdenkbeelden te blijven hechten. Dit karakter van den nieuwen staat heeft Pruissen in maart (nog vóór het straatgevecht) aangenomen, nadat men tot dien tijd toe zich daartegen verzet had in de vruchtelooze pogingen om die oude vormen van den Germaanschen staat te herstellen. Het koningschap is niet opgeheven; de volkswil is niet in de plaats gekomen van regt en van vorstelijk gezag; maar wel heeft het constitutionele stelsel den vroegeren staatsvorm vervangen. Die verandering heeft een feitelijken en een regtmatigen grondslag. Hiervoor zijn de proclamatiën van den koning in maart en in april beslissend. Ook in de hoogste sfeer is de volksvertegenwoordiging met den koning de overheid des lands. Haar toestemming is onmisbaar niet enkel voor wetten die [in] verkregene regten ingrijpen, maar voor alle wetten; zij bepaalt het gebruik niet slechts der belastingen die zij uit eigen goed bewilligt, maar zij regelt met de regering de geheele huishouding van staat; de wetgevende magt, de financiële kracht van den staat zijn in gemeenschappelijk bezit van koning en volk. Ook de ministeriële verantwoordelijkheid, door den koning toegezegd, kenmerkt den nieuwen staatsvorm. Derhalve, wanneer eene vereeniging van welgezinden tegen den aanval op regt en gezag en koningschap iets zal uitrigten, dan mag deze wezenlijke verandering niet worden voorbijgezien, dan mag men niet vergeten dat de nieuwe orde ook een regt is en dat men ook schennis van het regt begaat, als men zich tegen het doen gelden daarvan verzet.140

Monarchaal‑constitutioneel moet de staatsregeling zijn; zoodat het onschendbare, onontneembare koningschap uit eigen wortel, van Gods genade, niet van den volkswil, niet van beteekenis en kracht worde beroofd. De absolutistische monarchie wil niemand er hebben. De oude Duitsche monarchie met haar landstenden die slechts voor eigen verkregen regten opkwamen en in de hoogere eigenlijke staatszaken niets te zeggen hadden, is onherroepelijk teniet gegaan. De constitutionele monarchie der Franschen, gelijk ze van 1789 tot 1848 op den grond der volkssouvereiniteit en in den zin van een werktuigelijk evenwigt der magten beproefd is, verwerpen en bestrijden wij van ganscher ziel. Desgelijks de geprezene parlementaire regering, waarin de koning niets te doen heeft dan de stemmen van de Kamer te tellen en dan te verkondigen wie minister is geworden en het land regeren moet, deze nabootsing en karikatuur van Engeland. Wat blijft dan nog over als wensch en doel onzer toekomst? Niets dan de constitutionele monarchie naar Engelsch voorbeeld, in de groote omtrekken, doch naar onzen eigen toestand zoo gewijzigd dat de koning nog een wezenlijke magt in het land en door verzekerdheid zijner bevoegdheden een afzonderlijk en zelfstandig deelgenoot van het openbaar gezag blijve. Dit moge nu reeds op zichzelf moeijelijk zijn, en het is dit in den hoogsten graad onder de tegenwoordige overmagt der radicale denkwijs; maar wordt het niet bereikt, dan geraken wij onvermijdelijk tot de republiek; want eene aan het volk onderworpen koning is eene verhouding te ongerijmd om duurzaam te kunnen zijn.140a

Voorts betuigt Stahl de wenschelijkheid van twee Kamers140b en de onmisbaarheid van het koninklijk veto. Wilt ge dit niet, schaf de monarchie af. De koning moet een tegenwigt zijn, omdat de volksvertegenwoordiging naar geenerlei kiesvorm de juiste uitdrukking van den volkswil geeft, en omdat de wil ook der volksmeerderheid onder den invloed van dwaling, van hartstogtelijkheid, van ongeregtigheid raakt. Moet dan de wil van éénen zooveel gelden als die van twintig millioen?141 Het is hier niet te doen om een mensch, maar om eene instelling, van eene magt die, in het belang van allen, tegen het dringen en drijven der partijen bestand zij. De bestemming van het koningschap is vooral schuts en hulp aan den onderdrukte, een individu, eene klasse, een stand, eene provincie, eene godsdienstige partij, kortom aan eene minderheid. Daartoe dient het veto en daarom moet de koning het vrij en onverlet kunnen gebruiken, niet naar den wil der meerderheid, maar juist tegen haar wil, als dam tegen haar ongeregtigheid, tegen het misbruik van haar overmagt en dit vrije, zelfstandige veto is daarom het kenmerk of er nog waarlijk een koning is of niet.141a

Wat is dan een constitutionele koning? Niet enkel de uitvoerende magt, maar de souverein, die het regt en de uitoefening der souvereiniteit heeft; hij is beperkt, maar geen koning enkel in naam en schijn. In die sfeer is de magt, de invloed, het toezigt der volksvertegenwoordiging tegenover hem; maar zooals hij in geen punt mag zeggen: `Dit is mijn welbehagen', zoo behoeft hij ook niet aan de uitspraak van parlement of volk: `zoo begeer ik het' gehoorzaam te zijn. Hij moet magt hebben tegen volksvertegenwoordiging en openbare meening; magt om de minderheid tegen de meerderheid te beschermen; eene magt grooter of kleiner, naargelang van zijn persoonlijke bekwaamheid en van de zedelijke waardij der zaak die hij wil doorzetten en die nooit ter verstooring van de staatsorde of van den geregelden gang van het bestuur krachtig genoeg zij.142

Wilt gij een constitutionelen koning naar vrijzinnig model, dan zal straks een constitutioneel eigendom naar socialen trant het gevolg zijn. Het geldt hier de keus niet enkel van politieken, maar tevens van zedelijken grondslag. Of de hoogste wet der zedelijke wereld is de volkswil. Of er is boven den mensch eene hoogere zedelijke magt die voor hem ordeningen vastgesteld en geheiligd heeft, krachtens welke ook de volkswil gebonden is aan de bestaande overheid en aan het bestaande regt. Daar tusschen is geen derde, ten ware dan karakterloosheid.143
Stahl 1848‑1861
[. . .]144 `magten der vernieling pligt zijn. Die vroeger op het regt enkel der stenden bedacht waren, kunnen thans naauwelijks weigeren zich naar het constitutionele stelsel te voegen en, wat de vroeger[e] liberalen aangaat, de ervaring en de nood der tijden heeft ze misschien in meer conservatieve en monarchale stemming gebragt.144a Onzerzijds moeten wij met smart veel laten varen waarvan men nu eenmaal de verbindende kracht prijsgegeven heeft, en veel laten wij gaarne vallen, wat door ons uitdrukkelijk slechts als voorzorg in een tijdperk van overgang aanbevolen werd; maar wij kunnen niet wijken van de oude onveranderlijke grondslagen der maatschappelijke zamenleving waaraan we ten allen tijde hulde hebben gebragt. Deze grondslagen, door eene magt hooger dan de volkswil gelegd, waartegen de gansche stroom der beweging als tegen eene rotse der ergernis145 aandruischt, deze juist zijn het, op welke alleen de lang zoozeer begeerde vrijheid en eenheid van het Duitsche vaderland kan worden gevestigd, door welke alleen de waarlijk niet geringer voorregten die de Duitsche natie reeds sedert eeuwen bezit, orde, welvaart, beschaving, zedelijkheid, kunnen worden bewaard.'146

In november147 brak de koning met de revolutie; dat is, met haar beginsel; niet met hetgeen, ten gevolge der gebeurtenissen, al was het gebrekkig en verkeerd en schadelijk, verbindende kracht en verkregen regt had. Een krachtig ministerie werd benoemd; de overmoedige Nationale Vergadering verlegd en ontbonden148; den 4. december werd de nieuwe constitutie uitgevaardigd. Menig merk droeg ze van haar revolutionairen oorsprong. Wat moet er nu, in dergelijke omstandigheden, verder worden verrigt? Door het opheffen van den nog niet in vergetelheid geraakten standaard zoowel als door de verontwaardiging over haar wanbedrijf en woestheid is de revolutie gestuit. Moet men nu op een vernietigen, op een ontduiken, op een ontzenuwen en verdraaijen? . . . neen, volgens Stahl moet men op handhaving, herziening, zuivering en ontwikkeling der constitutie bedacht zijn. Met gelijke veerkracht moet er weêrstand worden geboden èn aan de revolutiegezinden èn ook aan hen die zoo gaarne de naauwelijks behaalde zege tot eene niet geoorloofde reactie, tot een gedwongen en stelselmatig achterwaarts keeren naar vroegeren toestand zouden hebben misbruikt; zonder daarbij acht te geven, noch149 op de beloften des konings, noch op de veranderde omstandigheden, noch op hetgeen in het streven van [het] liberalisme, ook te midden der dwaling, prijzenswaard is. Met een eigendunkelijk wegcijferen van hetgeen gebeurd is, komt men, ook in politiek overleg, niet ver; men behoort in het oog te houden, schrijft Stahl, dat ook de nieuwe orde een verkregen regt heeft, en dat dit niet te laten gelden ook schennis van het regt is. De constitutie bevat bepalingen schadelijk en ongerijmd. Verbetering is geoorloofd, maar enkel langs den bij de constitutie aangewezen weg van geleidelijke en partiële herziening. Aldus is welligt, ook thans nog, na zooveel oponthoud en teleurstelling, voor Pruissen eene staatsregeling verkrijgbaar waarbij, met eerbiediging van onveranderlijke beginsels, ook op volkskarakter en volkshistorie en op al wat in de ontwikkeling der eeuw aanwinst mag heeten, worde gelet.

Deze beschouwing is ook opgenomen in eenige uitnemende hoofdstukken waarmeê Stahl het in 1856 verschenen derde deel van de derde uitgaaf der Regtsfilosofie verrijkt heeft.150 Aan eene bezworen grondwet moeten overheid en volk, als is ze afkeurenswaard, met naauwgezetheid getrouw zijn. Maar niet als aan een Eeuwig Edict waaraan, ook wanneer men tot beter inzigt is gekomen, de natie verslaafd is. Geenszins; zij is een vorm die het historisch regt en volksbestaan regelt en wijzigt, niet vervangt en oplost; allezins voor herziening vatbaar, en die wèl in haar bepalingen en voorschriften, maar volstrekt niet in de dwaalbegrippen en grilligheden onder wier invloed zij in meerdere of mindere mate tot stand kwam, verbindende kracht heeft.151

1   ...   57   58   59   60   61   62   63   64   ...   78


Dovnload 7.64 Mb.