Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Studiën over de revolutie en over het staatsrecht VI

Dovnload 7.64 Mb.

Studiën over de revolutie en over het staatsrecht VI



Pagina9/78
Datum28.10.2017
Grootte7.64 Mb.

Dovnload 7.64 Mb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   ...   78

I

1. Meerdere evenredigheid tusschen de gezindheden bij de keuze van schoolopzieners.

2. Evenzoo bij de aanstelling der onderwijzers.

3. Aanstelling, ter revisie der boekenlijst, van eene gemengde commissie. Ieder erkend christelijk kerkgenootschap zou een afgevaardigde, als medelid der commissie, kunnen benoemen. De keus van nieuwe boeken kan niet geschieden dan met eenparigheid van stemmen.

4. Circulaires ter meerdere bekendmaking van den geest waarin de regering verlangt dat de verordeningen op het onderwijs in de openbare scholen ten uitvoer zullen worden gelegd. Hieraan de meestmogelijke publiciteit [geven].
II

Besluiten kunnen genomen worden ter executie van de Wet; ter ampliatie en alteratie van de reglementen in den geest der Wet.

1. Ter inrigting van christelijke gemengde scholen in den geest der Wet van 1806, zou in overweging kunnen komen een Concept‑Besluit, als volgt:
Concept‑Besluit

Wij Willem, enz.



In aanmerking nemende de bezwaren welke tegen den aard en de strekking van het godsdienstig onderwijs in de openbare lagere scholen, op onderscheidene wijs ter onzer kennis zijn gebragt; willende al aanstonds, in afwachting eener eventuele herziening van de wetten en reglementen op het lager onderwijs, de uitvoering dezer verordeningen in overeenstemming brengen met derzelver geest en bedoeling; gelet op art. 32463 van het Reglement op het lager schoolwezen; op het rapport der commissie464, enz.; den Raad van State gehoord, enz.

Art. 1. De artikelen 22 en 23 van het Reglement voor het lager schoolwezen worden vervangen als volgt465:
22.

Alle schoolonderwijs zal moeten strekken om, onder het aanleeren van gepaste en nuttige kundigheden, de kinderen op te leiden tot die zedelijkheid welke op de geloofswaarheden en voorschriften van de openbaring berust.


23.

Ten aanzien der openbare scholen wordt bepaald:

(1). In den algemeenen schooltijd zal onderwijs gegeven worden alleen in het lezen, schrijven, rekenen, en de Nederduitsche taal. De onderwijzer zal, behoudens inachtneming van hetgeen bij het vorig artikel is bepaald, zich onthouden van al wat aan eene erkende christelijke gezindheid billijkerwijs aanstoot geven zou.

Ten waarborge eener rigtige nakoming van deze verpligting zal

a. De school voor de leeraars van elke gezindheid waarvan een kind aldaar ter schole gaat, toegankelijk zijn.

b. In elke gemeente eene plaatselijke schoolcommissie zijn. Dezelve zal bestaan uit den burgemeester, twee personen ter keuze van het gemeentebestuur, een leeraar der meest talrijke protestantsche gezindheid en een roomsch‑catholijk pastoor, ter keuze respectievelijk van den kerkeraad en van de kerkelijke overheid.

c. Eene gemengde staatscommissie466 worden benoemd, aan welke de klagt tegen den onderwijzer, schriftelijk aan den schoolopziener, en door hem, met zijne c[onsideratiën] en a[dvies] aan het departement van Binnenlandsche Zaken opgezonden, ter beoordeeling zal worden voorgelegd. De onderwijzer zal, naar gelang der omstandigheden, door vermaning, intrekking der speciale admissie, of intrekking der algemeene toelating kunnen worden bestraft.

d. Dezelfde staatscommissie zal worden belast met eene jaarlijksche revisie der gebeden, gezangen en leer‑ of leesboekjes welke, met uitsluiting van alle anderen, ten dienste der openbare scholen zullen worden bestemd.

(2). Het onderrigt in de geschiedenis des bijbels en in de geschiedenis des vaderlands en in 't algemeen elk onderrigt, waarop het kenmerkend‑leerstellige eener bijzondere gezindheid onvermijdelijken invloed heeft, zal niet gegeven kunnen worden dan afzonderlijk en met overleg der respectieve kerkelijke besturen aan de kinderen van iedere gezindheid. De onderwijzer zal voor de kinderen zijner gezindheid met dit onderrigt worden belast. Een derde gedeelte van den schooltijd zal aan dit afzonderlijk onderrigt worden bestemd. In elke plaats waar zich eene protestantsche gemeente bevindt, zal, hetzij door den protestantschen onderwijzer hetzij door of vanwege den leeraar, voor de protestantsche kinderen dagelijks in den bijbel gelezen worden.

(3). Het eigenlijk leerstellig onderrigt zal, in of buiten de school, door de leeraars der respectieve gezindheden of van hunnentwege geschieden.



2. Bij Besluit zou de oprigting eener tweede normaalschool, of eene gewijzigde inrigting der reeds bestaande467 plaats kunnen hebben.

3. Welligt, bij de regeling der zaak van de huisonderwijzers, de vergunning van zoogenaamde familiescholen.
III

Eene herziening der Wet van 1806, waarbij zou worden uitgegaan van het beginsel dat, behoudens toezigt van staat en kerk, meerdere vrijheid ter oprigting van eigene scholen moet worden verleend.
11 jan. 1841.
Commissie van onderwijs468 te Utrecht. Meerdere afzondering van het godsdienstonderrigt van de openbare scholen.
Adres van den heer van Dubbelden, administr[ateur]469 apostoliek. Constatering van verscheidene feiten. `Gesteld dat in ééne gemengde school al wat naar godsdienstig onderrigt zweemt, moet weggelaten worden, enz.'470 De onmogelijkheid om het roomsch‑catholicismus in te prenten.471

Eenstemmig over den aard der bezwaren.

I. Welke zijn de bezwaren; en in hoever gegrond?

II. Waaraan toe te schrijven?



III. Welke maatregelen?472

I. a. (Naauwgezette protestanten die leerstellig onderrigt op de scholen zouden verlangen) zouden zich473 mogen hebben doen hooren.474 Alleen daarover.475 In het midden laten dat de poging [, om door middel van begrippen van algemeene geschiedenis en bloot natuurlijke zedekunde de jeugd tot maatschappelijke en christelijke deugden op te leiden, van den kant der Roomsch‑Katholijke Kerk] altijd tegenstand zal ontmoeten.476 Een onderwijs [, ingerigt om de kinderen op te leiden tot alle maatschappelijke en christelijke deugden, zoo als de wet van 3 April 1806 dit heeft begeerd] godsdienstloos te noemen [is haar eenigzins gewaagd, zoo niet overdreven toegeschenen . . .].477 De ondervinding heeft het niet met treurige voorbeelden gestaafd.478 Weinig zorg in de keuze der schoolboeken.479 Groote onevenredigheid tusschen de schoolopzieners.480 Ook tusschen onderwijzers.481 Zeer vele bezwaren gegrond.482

II. Nagenoeg met eenstemmigheid [moet de Commissie verklaren] dat in de Wet geen grond [voor gemoedsbezwaren van eene of andere godsdienstige gezindheid is te vinden].482a Verdraagzaamheid, vrijgevigheid ten aanzien van godsdienstige begrippen. Alle die stukken ademen christelijke liefde.483 Die geest en strekking [is echter] niet in acht genomen. De Wet is op eene verkeerde en eenzijdige wijze toegepast.484 In aanmerking komt hier de vereeniging der onderwijzerspost met het kostersambt. En de vrij algemeen (?) [aan een schoolonderwijzers‑plaats] verbondene voorwaarde.485

III. Veel verschil [van gevoelen is in de Commissie] blijven bestaan.486
12 januarij 1841.
Voortgezette behandeling van het rapport.
14 januarij 1841.
Rapport.

Vereeniging van de onderwijzerspost met eene kerkelijke bediening. De afschaffing tast het recht van bezit aan.487 Aan de Gedeputeerde Staten dezelfde, maar geen meerdere magt geven als nu de gouverneur heeft.488
15 januarij [1841].
Resumtie.

Vereeniging.489 Niet meer verpligt: onderzoek hieromtrent. Doch wel facultatief. Schoolboeken. Centrale commissie. Art. 23490 niet toepasselijk op de bijzondere scholen. Inrigting der gemengde scholen.

Van Wijckerslooth: Niet opleiding tot christelijke deugden.491

Van Hugenpoth: Wil wel gebed behouden.



Van der Hoeven: Het verschil in de hoofdpunten des geloofs bestaat tusschen roomsch‑catholijken en protestanten in het geheel niet. Kerkelijke dogmata. Het onderwijs wordt gegeven door roomsch‑catholijke onderwijzers aan protestanten en vice versâ ten volkomen genoegen van de ouders. Een cursus van catechetisch onderwijs. Algemeen godsdienstig gezang.

Kist492: `zullende daardoor tevens gelegenheid zijn om de dagelijksche bijbellezing, door de protestanten als onafscheidelijk van een goed volksonderwijs beschouwd, zonder aanstoot voor de roomsch‑catholijken, plaats te doen hebben.'493
16 januarij 1841.
Repliek van den bisschop op een stuk494 van prof. Kist.
18 jan. [1841].
Rapport der drie leden.495 [Het] verlichtste deel der natie verlangt niet het lager onderwijs in handen der geestelijkheid over te geven.496
c.497 Verderfelijk. Heerlijke vruchten, ook in de laatste tijden. Bewondering van vreemden. Bijzondere scholen veel minder goed dan de openbare. Leerboeken in uitsluitenden of overdreven zin van het kerkgenootschap. In Duitschland strekking tegen de Confessions‑Schulen: Kaiserslautern498, Pruissen. Onder den paus. In de eenheid van het onderwijs ligt de eenheid van den staat. Conferentie met Dr. Stein.499

Bijlage A. Rapport van den directeur‑generaal voor de Roomsch‑Catholijke Eeredienst, van 1 augustus [1840].1
De roomsch‑catholijken beklagen zich niet slechts dat de verbanning der geloofsleer tot indifferentismus leidt, maar ook dat het onderwijs, in strijd met hetgeen het stelsel oorspronkelijk beloofde, eene rigting gekregen heeft overeenkomstig de leerstellingen der protestantsche gezindheid. Zij zijn tegen al wat strekt om met terzijdeschuiving van eenige harer positive geloofsstukken, leerbegrippen en beginselen van tucht een zoogen[oemd] algemeen christendom te helpen daarstellen. Geene opleiding tot maatschappelijke en christelijke deugden door begrippen van algemeene godsdienst en bloot natuurlijke zedekunde.

Bij gemengde scholen achten velen art. 23 van het Reglement2 onontbeerlijk. Art. 6 van Besluit van 27 mei 18303 baat niet, zoolang het onderwijs een bepaalden godsdienstigen grondslag blijft missen, en de schoolmeesters spreken en redeneren in den geest van hunne gezindheid. Onpartijdigheid is onmogelijk. Anticatholijke schoolboeken. Vele protestantsche onderwijzers, tegelijk voorlezers en kosters der Hervormde kerk. Zoo ook de opzieners, waaronder vele predikanten (benoeming van Robidé van der Aa).4 Door de gemengde scholen is de gewenschte verdraagzaamheid niet ontstaan. Beter is het dat zij het onderscheid eerst leeren kennen nadat de grondwaarheden van het evangelie door een stellig godsdienstig onderrigt in hun gemoed hebben geworteld.

Men mogt van overdrijving en vooroordeel spreken, dit baat niet, nu het geweten in het spel is gebragt. De handhaving van het stelsel zou nu maatregelen van dwang vereisschen. Zeer bedenkelijk, bij den invloed van het nu opgetreden gezag5; hetwelk de overdreven ijveraars nog tegenhoudt, en, den geoorloofden weg inslaande, het oor niet leent aan hen die het uitvaardigen van een kerkelijk verbod tegen het bezoeken der gemengde scholen en het gebruiken van de afgekeurde leerboeken reeds vóór lang hebben aangeraden.

Art. 2266 en 1907 der grondwet vereenigen. Toezigt van het gouvernement; maar geen invloed op het leerstellige, door boeken, meesters, of opzieners. Maar het oprigten van scholen voor de roomsch‑catholijke jeugd zal langzaam gaan, wegens gebrek aan onderwijzers. Waar de protestantsche en katholijke bevolking ieder op zichzelve talrijk genoeg is om eene eigene of afzonderlijke school te hebben, is de zwarigheid der afscheiding weinig beteekenend. Elders zou de toepassing zooveel mogelijk plaats moeten hebben: het onderwijs naar de geloofsbegrippen der meerderheid; en voor de overigen zou door een ondermeester of anderzins worden gezorgd. Voorts afzonderlijke leerboeken; afzonderlijke schoolcommissiën en schoolopzieners. De vrijheid der ouders blijve onbeperkt. Verzoekt, zoodra mogelijk, de regeling door Binnenlandsch Departement.

Bijlage B. Rapport van den minister van Binnenlandsche Zaken.8
P. 1‑12. Beschrijving van het stelsel. Goede vruchten. Cuvier, Cousin, De la Sagra, Minutes of the Committee of Council on Education.9

Drie hoofdpartijen tegen het stelsel: de naauwgezette protestanten; de naauwgezette roomsch‑catholijken; de vrijzinnigen. Evenals eene tak van nijverheid, kan men de vrijheid van onderwijs beperken, doch door wettelijke bepalingen. Goed onderwijs noodig. Maar dan ook een genoegzaam bestaan voor de onderwijzers. Voortgaande zooals nu, zal er weldra op alle plaatsen een goed lager onderwijs zijn. Doch ook de schoolgelden zijn hiertoe onmisbaar. Daarom het getal bepaald, ook bij Besluit van 1830.10 Bij vrije concurrentie zouden veelal de openbare scholen tenietgaan, zonder dat de bijzondere op den duur zouden kunnen blijven bestaan. Om de openbare scholen desnoods geheel uit 's rijks kas te bekostigen, zou het dubbel der tegenwoordige bijdragen waarschijnlijk lang niet toereikende zijn. De gemeentebesturen en de Provinciale Staten zullen weigeren. Daarenboven op den duur zouden de openbare scholen zegevieren; doch hoeveel kinderen zouden de slagtoffers der proefneming zijn! In België ellendig. Aanhaling uit Ducpétiaux11, uit Ramon de la Sagra.12

P. 27. Onderzoek van de requesten. De wet van 1806 wil leerstellig onderwijs; maar niet door den schoolmeester. Met toejuiching der kerkgenootschappen. Men wilde dus niet opleiden tot indifferentismus. Zoo er verzuim is, men wijte het aan de besturen der kerkgenootschappen. De schoollocalen zelve zouden nu voor catechizatiën buiten den schooltijd kunnen worden opengesteld.



P. 32. Ons onderwijs is niet godsdienstloos; want zelfs Cousin heeft gezegd: `en Hollande, en Ecosse, et en Allemagne l'éducation est profondément religieuse' (Cousin, Pruissen, II, 22713). Onderwijs is niet de geheele opvoeding.14 Art. 22615 is niet zooals art. 228.16 Binnenlandsch Departement helt over tot het gevoelen dat het vigerend stelsel en bepaaldelijk dat der gemengde scholen, waaruit alle leerstellig godsdienstonderwijs geweerd wordt, doelmatig is.

P. 39. Klagten tegen de wijze van toepassing der verordeningen.



a. Leerboeken. Onbepaalde klagt. Weinig boekjes niet goed; men zal toch niet over de eerste lees‑ en taalboekjes klagen. Zoo noodig, zouden de onderwijzers gehouden kunnen zijn kennis van die boekjes te geven aan de geestelijken der verschillende gezindheden, welke casu quo zouden kunnen klagen bij de hoogere autoriteiten.

b. Uitlegging door de onderwijzers. Men wijze slechts den proselytenmaker aan. Binnenlandsch Departement gelooft dat de onderwijzer zich kan onthouden van zijn dogma in het onderwijs te mengen. Hoe zouden anders de roomsch‑catholijken het stelsel van 1806 goedgekeurd hebben? Op eene menigte scholen treden de onderwijzers niet in het leerstellige van eenige godsdienst (p. 47 sq.). De niet‑catholijken hebben nooit over de proselytenmakerij der roomsch‑catholijke onderwijzers geklaagd. De schoolcommissiën zouden bij circulaire kunnen aangeschreven worden om de onderwijzers hieraan te herinneren. Er zijn geen voorbeelden van roomsch‑catholijken die door het lager onderwijs van hun geloof zijn afgevallen.

c. Schoolopzieners.17 In Amsterdam is het lid van het stedelijk bestuur, met het schoolwezen belast, een roomsch‑catholijk.18 Men heeft personen van kunde, braafheid, en geschiktheid genomen, zonder naar hun kerkgenootschap te vragen. Er zijn ook kerkleeraren; doch men heeft in den laatsten tijd U.M. geadviseerd om, zooveel mogelijk, leeken te benoemen. Het Staatsbesluit van 2 aug. 180819, waarbij de geestelijken geweerd werden, is niet, of slechts korten tijd, in werking geweest.

Het adres der Gedeputeerde Staten van Noord‑Braband.20 Binnenlandsch Departement tracht in die provincie, bij voorkeur, roomsch‑catholijke onderwijzers te plaatsen, maar kunde en bekwaamheid kan niet als bijzaak worden beschouwd.21 Binnenlandsch Departement wil wel een lid van Gedeputeerde Staten tot voorzitter der commissie22, in plaats van den gouverneur. Maar meer concessie niet.

Zoo men tot verandering van het geheele stelsel wil overgaan, lette men op het volgende. Er zijn reeds eene menigte scholen zooals men die verlangt. Bij de roomsch‑catholijke arm‑ en weeshuizen; voorts andere roomsch‑catholijke scholen, kostscholen, enz. Slechts toestemming van het stedelijk bestuur, als waarborg tegen overdrijving. Volledige vrijheid zou het openbaar onderwijs met volstrekten ondergang bedreigen. Zie de Verzameling der adviezen in 1829.23 Vermindering der openbare scholen; weigering der gemeentelijke en provinciale subsidiën. Het rijk zal dan niet uitsluitend subsidiëren kunnen de gemeenten waar de openbare scholen in stand gebleven zijn. Weldra geen ander toezigt dan uit het oogpunt van policie.

De directeur‑generaal wil afscheiding der scholen volgens de kerkgenootschappen (gezindheden). Maar dan zullen ook de leden der verschillende gereformeerde gezindheden afzonderlijke scholen willen hebben. In groote gemeenten roomsch‑catholijken, jansenisten, gereformeerden, lutherschen, remonstrantsche[n], doopsgezinden, enz. De grondwet zorgt gelijkelijk voor de gezindheden. In Pruissen zorgt men slechts voor twee gezindheden. Daar is de afscheiding niet systematisch ingevoerd, maar het gevolg van vroegere omstandigheden. Men helt er thans over naar ons stelsel.



Bij splitsing veel meer schoolgebouwen noodig; veel meer onderwijzers. Nu zijn in 1840 voor de verbetering van hun lot op 's lands begrooting reeds  125.000 toegestaan. Dan ook normale school24 voor de roomsch‑catholijken en welligt voor andere gezindheden. Afzonderlijke schoolcommissiën. Meer dan één inspecteur. Afzonderlijke schoolonderwijzersgezelschappen. Hoe te doen met de vergelijkende examens? Het in werking brengen zal overgroote moeijelijkheden hebben.
----

Noten bij no. 47. Discussiën in de staatscommissie.
1 

ARA, G. v. P., no. 35 (De Vries no. 46 sub 5), eigenhandig ontwerp. Titel ontleend aan Groens aant. op de omslag van het desbetreffende deel van dit nummer: `Discussiën in de commissie.' Cf. Briefw. II, 336‑360 (no. 477); 608, 2. Onder dit nummer vindt men de volgende stukken:

1. Brief van De Kock d.d. 13 nov. 1840: mededeling van Groens benoeming tot lid der commissie.



2. Afschrift van het benoemingsbesluit van Willem II (K.B. van 12 nov. 1840 no. 15, afgedrukt in Staatsblad no. 72, Ned. Staatsc. no. 273 van 14 nov. 1840, Hemkes, Handboek I, 377/8, Zeldam Ganswijk, Bijdragen I, 274/5, Flory, Vrijmoedige gedachten, p. 6‑8).

3. Brief van De Kock d.d. 4 dec. 1840: mededeling van plaats (Raad van State op het Binnenhof) en datum (14 dec. 1840) der eerste commissievergadering.



4. Afschriften (vervaardigd door een klerk) van:

a. Het Rapport der staatscommissie. Hierop is aangetekend: `Kopij' en `'s Gravenhage, 19 januarij 1841.' In ARA, Kabinet des konings, codenr.‑inv. 2.02.04 bevindt zich onder inv.‑nr. 4533 het originele hs. voor de koning, voorzien van zijn talloze onderstrepingen (cf. Bosscha, Leven van Willem II, 2e dr., p. 644). Met pen is erop geschreven: `Geheim. Exh. 13 febr. 1841 La U4.' Ook de Nota's A‑C zijn hierbij. Nota B is wel door Groen ondertekend, maar niet in zijn hand (in tegenstelling tot de sub 5 genoemde `minute'). Dit hs. telt 102 p. Cf. Briefw. II, 373, 1; 1009; Van der Giezen, Een halve eeuw, p. 239 sub j. In ARA, Binn. Z., geheim no. 51 (12 maart‑29 april 1841), codenr.‑inv. 2.04.26, bevinden zich vier gedrukte exemplaren van het rapport. Op de eerste is met pen geschreven: `Exh. 16 maart 1841 no. 157/geheim.' In 1848 sprak Groen er zijn bevreemding over uit, dat het rapport nooit gepubliceerd was. Cf. Aan G. graaf Schimmelpenninck, p. 55. Cf. Briefw. V, 305, 5. Het merkwaardige is, dat publicatie wel in de bedoeling gelegen heeft. De gedrukte tekst heeft immers tot opschrift: `Zitting 1849‑1850. - (II.) Staatsbegrooting voor het dienstjaar 1850. Vde Hoofdstuk. (Bijlage tot de Memorie van beantwoording). No. 71.' In de Hand. (en Bijlagen) van de Tweede Kamer is dit rapport echter niet te vinden. Cf. Briefw. V, 306, 5. Dat Groen als Kamerlid deze gedrukte tekst ontvangen heeft, is mogelijk, maar niet waarschijnlijk. Cf. Briefw. V, 631. Mackay wekt de indruk deze stukken wel in zijn bezit gehad te hebben. Cf. Een ernstig antwoord, p. 8, 1. Groen noemt het rapport ook in Aan G. graaf Schimmelpenninck, p. 110; Adviezen 1856/7 II, 3; 5; 79; 238*; 256*; Brieven van Da Costa I, 67. De eigenlijke tekst van het rapport der commissie (zonder de bijlagen) beslaat p. 1‑15. Samenvatting bij Van Otterloo, De lagere schol, (aant.) p. 21‑27.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   ...   78


Dovnload 7.64 Mb.