Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Sturen Hoe werkt het roer

Dovnload 10.45 Kb.

Sturen Hoe werkt het roer



Datum28.06.2018
Grootte10.45 Kb.

Dovnload 10.45 Kb.

Sturen

1. Hoe werkt het roer
De stuurman stuurt de boot door het roer te verdraaien. Het roer werkt alleen als er water langs stroomt dus als de boot snelheid ten opzichte van het water heeft.  Zo gauw het roer een hoek maakt met de vaarrichting ontstaat er een drukverschil tussen de beide zijden van het roer. Dat drukverschil veroorzaakt een kracht dwars op het roervlak. Deze kracht kunnen we ontbinden in een kracht dwars op de boot en een kracht in de lengte richting die de boot remt. De kracht dwars op de boot is de stuurkracht die we willen oproepen; de remkracht is een ongewenst neveneffect. Hoe meer roer we geven hoe groter het drukverschil en dus ook de kracht dwars op het roerblad wordt. Maar tegelijkertijd wordt de verhouding tussen stuur- en remkracht ongunstiger. Als het roer dwars staat remmen we alleen nog maar. Beperk daarom de roeruitslag tot ong 30º.
2. Wat gebeurt er bij het sturen Door het sturen wordt er op de plaats van het roertje kracht op de boot uitgeoefend. Anders dan bij auto of fiets gebeurt dat ergens aan de achterkant. Je stuurt dus vooral de achtersteven naar de buitenkant van de bocht en in veel mindere mate de voorsteven naar de binnenkant. Het is buitengewoon belangrijk om voor iedere boot die je stuurt een goed gevoel te krijgen voor de verhouding van de twee verplaatsingen. Het betekent ook dat als je dicht langs de oever vaart het heel moeilijk is om van die oever weg te sturen. Net als een auto die je achteruit van de stoeprand weg moet rijden.
3. Wanneer sturen
Men neemt aan dat sturen tijdens de haal wordt tegengewerkt door de halende roeiers. Met andere woorden de roeiers bepalen de koers en veel minder de stuurkracht van het roertje. Het zou dus efficiënt zijn om vooral tijdens de recover te sturen. Dit is echter wel het moment dat de balans makkelijker verstoord wordt. Het sturen heeft invloed op de balans. De stuurman moet proberen om met zijn acties de balans zo weinig mogelijk te verstoren. En in de praktijk het gevoel ontwikkelen hoe dit het beste gaat.


5. Aanleggen Aankomen doe je in het algemeen tegen de wind (of de stroom) in. Kom altijd zo aan, dat de boot het vlot niet raakt. Ga voor de aanlegmanoeuvre uit van een hoek van aankomst van ongeveer 45º, iets kleiner voor langere boten (voor een acht b.v.ca. 20º) en iets groter voor kortere boten (voor een wherry ongeveer 40º). Laat minimaal 10 meter uit de kant lopen, zodat je ruim tijd hebt. Bereid de ploeg voor: “ stuurboord riemen hoog, Klaar om te houden bakboord”. Enkele meters uit de kant geef je het commando houden. De boot mindert dan vaart en draait van het vlot af. Nu kan je met het roertje corrigeren, gaat het draaien te snel, dan stuur je naar het vlot. Als je te weinig draait dan stuur je af. Bij een perfecte aankomst lig je 10 cm uit het vlot evenwijdig stil. Als je niet goed uit komt, modder dan niet door, maar stop tijdig (houden gelijk) en begin opnieuw.

6. Aanleggen en wind De wind heeft invloed op de keuze van de hoek van aankomst bij het vlot en de snelheid. Vaar in geval van meewind langzaam, houdt de hoek met het vlot wat kleiner en laat vroeg lopen. Houd bij tegenwind er goed de vaart in en maak de hoek wat groter. Anders wordt dit met dwarswind. Je hebt nu bovendien te maken met verlijeren (dwars-uit wegdrijven). In dat geval is het zaak om de punt van de boot voldoende in de richting van de wind te houden. Vooral dit laatste vereist veel praktische oefening.

De “lage wal” is de wal, waar de wind je heen drijft. Vaar bij harde zijwind niet te dicht langs deze wal, anders raak je “aan lager wal”. Bij aanleggen aan lage wal zorg je dat je wat verder van het vlot wegblijft, de wind helpt het laatste stukje. Bij aanleggen aan hoge wal moet je proberen dicht bij het vlot te blijven.

Op rechte stukken heeft dwars/zijwind veel invloed, door de continue zijwaartse druk moet je schuin tegen de wind in sturen om rechtuit over het water te gaan. Bij langzaam varen en stil gaan liggen moet je voldoende ruimte houden om niet in de kant te worden gezet.

Zie de website (www.hrvdecompagnie.nl onder “Opleiding/Training”) voor uitgebreide informatie over het sturen.



Uit: Sturen en manoeuvreren, RV “De Drie Provinciën” en Sturen, HRV “Het Spaarne”.
4. Achteruit sturen Bij het achteruitvaren speelt in het algemeen het roer een ondergeschikte rol. Het is voor de stuurman die met een aangehangen roer werkt bijna onmogelijk om te voorkomen dat het dwars gaat staan. In het gunstigste geval kan hij het roer strak in de midscheeps houden. De conclusie is dus: achteruit sturen doe je met de riemen.

  • 2. Wat gebeurt er bij het sturen
  • 3. Wanneer sturen
  • 5. Aanleggen
  • 6. Aanleggen en wind
  • 4. Achteruit sturen

  • Dovnload 10.45 Kb.