Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Subjectieve belastingplicht

Dovnload 337.93 Kb.

Subjectieve belastingplicht



Pagina8/9
Datum05.12.2018
Grootte337.93 Kb.

Dovnload 337.93 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

Vervreemdingsvoordelen

Het probleem dat in de wet bijna niks is terug te zien over de reguliere voordelen, doet zich ook een beetje voor bij de vervreemdingsvoordelen. De vervreemdingsvoordelen begeven zich op een ander niveau. Dat is het verkeer van aandelen tussen belastingplichtigen die een aanvulling vormen op voordelen die op grond van de bronnentheorie al bij de aandeelhouder in de heffing zijn betrokken. Het heeft niks te maken met het kapitaalverkeer tussen aandeelhouder en vennootschap.


De subjectieve voordelen die aan de persoon zijn gebonden worden afgerekend tussen de belastingplichtige onderling met een heffing aan de kant van de belastingdienst op basis van het gerealiseerde persoonlijk voordeel bij de vervreemding van een pakket aandelen. In de heffing wordt betrokken het volledige waardeverschil tussen de waarde bij de start van oprichting tot einde onder aftrek van de bedragen die al als regulier voordeel zijn uitgekeerd. Die verlagen namelijk de waarde van de vennootschap. Ook weer onder bijtelling van de bedragen die aan de vennootschap zijn toebedeeld. Dus toevoeging van de aftrekkingen en onder aftrek van de kapitaalstortingen. Net als bij de winstsfeer. Ook daar zie je helaas terug dat de wetgever iets geks heeft gedaan, namelijk niet opschrijven wat de hoofdregel is. Het standaardbegrip moet je kennen uit de boeken. De uitzonderingen staan wel weer in de wet, in art. 4.16.
De HR heeft aangegeven dat tot de vervreemding van een AB wordt gerekend het voordeel dat wordt genoten bij de situatie waarin de aandelen uit het vermogen van de belastingplichtige raken en overgaan naar het vermogen van een ander. Elke rechtshandeling die daartoe leidt, wordt als vervreemding aangemerkt in het kader van de AB-regeling. Dit staat dus niet in de wet.
Je denkt dan aan verkoop van een aandelenpakket. Er zijn meer vormen waarin dit zich voordoet, bijvoorbeeld bij ruil. Je kan een aandelenpakket ruilen voor een ander aandelenpakket. Ongeacht de uitkomst en ongeacht of er geld over tafel gaat, worden al de transacties gezien als vervreemding. De verkoop van aandelen tegen loon in natura is ook een vervreemding. De opbrengst van de vervreemding zal je moeten waarderen. Voor schenking geldt dat net zo goed.
De HR heeft hierop wel een uitzondering geformuleerd en vervolgens in dat arrest gezegd dat de uitzondering zich niet voordeed. De HR heeft gezegd dat ruil van aandelen op zichzelf gezien een vervreemding oplevert, maar er situaties kunnen zijn dat de ruil van aandelen niet het karakter hebben van winstrealisatie niet heeft. Er moet dan economische vergelijkbaarheid zijn. De belastingplichtige heeft dan voor en na de ruil in economische zin geen andere positie heeft gekregen. Dit kan het geval zijn bij certificering van aandelen. De SS meent dat hij daar allemaal voorwaarden aan mag verbinden. De belangrijkste voorwaarden is dat de stichting in haar statuten moet opnemen dat elke euro dividend die wordt ontvangen, direct aan de aandeelhouders moet worden uitgekeerd. Dat is raar, want de stichting zou als ze dat niet zou doen, niet in een ander economische positie komen te verkeren. De HR heeft hier nog niet over geoordeeld.
Je moet in de cursus nog even lezen over de reguliere voordelen. Je moet je dan met name even focussen op verkapt dividend, de eisen die daaraan gesteld worden. Voor de vervreemdingsvoordelen moet je lezen over de rechtshandeling ten gevolgen waarvan aandelen uit het vermogen raken en het moment waarop de AB-winst wordt geconstateerd.

HC 13, 21-03-2017, aanmerkelijk belang



Vervreemdingsvoordelen

Een van de problemen in de AB is dus dat heel veel niet in de wet staat. Dit probleem doet zich ook voor bij de vervreemdingsvoordelen. In art. 4.12 IB staat dat vervreemdingsvoordelen worden belast. De afdeling van de vervreemdingsvoordelen begint met een artikel met daarin fictieve vervreemdingen. Datgene wat bijzonder is wordt nog besproken en wat het normale vervreemdingsbegrip is, staat niet in de wet.


Vervreemdingsbegrip

Tot de vervreemdingsvoordelen behoren volgens de HR het voordeel uit vervreemding en de daarin besloten liggende rechten. Een rechtshandeling ten gevolge waarvan aandelen uit het vermogen van een belastingplichtige gaan in het vermogen van een ander wat een vervreemding oplevert. Daar is een uitzondering, namelijk in de gevallen waarin de vervreemding niet een winstrealisatie oplevert. Daar is sprake van wanneer voldaan wordt aan de voorwaarden dat de aandelen in economische zin dezelfde positie innemen als de aandelen die afgestaan zijn. Dit kan zich voordoen bij ruil. Als voorbeeld hebben we in het vorige college certificering van aandelen genoemd, omdat je met het certificaat van het aandeel in de stichting administratiekantoor exact dezelfde economische positie inneemt als daarvoor met het gewone aandeel. Alleen het zeggenschap is weggetrokken van de aandeelhouder, omdat die bij de stichting is geplaatst.


Soorten vervreemding

Als je goed gaat tellen zijn er in de AB-regeling drie soorten vervreemdingen. Die moet je onderscheiden. Je hebt de vervreemding volgens de wet: een rechtshandeling waarbij aandelen uit het vermogen van een belastingplichtige overgaan in het vermogen van een ander. Voorbeelden hiervan zijn koop, verkoop en ruil. Dan hebben we nog de fictieve vervreemdingen. Die staan in de wet genoemd en kunnen niet ergens anders uit voortvloeien. We hebben ook nog de vervreemdingen in de zin dat de HR weleens heeft geroepen dat het geen vervreemding is in de zin van de hoofdregel en ook geen fictie, maar hem toch meerekent. Het vervreemdingsbegrip kan dus op hele verschillende manieren benaderd worden. Door de jaren heen is er een beetje een rommelig beeld ontstaan waar soms een juridische benadering wordt gekozen en soms een economische benadering.


Fictieve vervreemding

Er zijn handelingen die niet onder het begrip vervreemding vallen, maar volgens de wetgever wel moeten leiden tot een afrekening. De afrekening moet je zien als een tussenafrekening. Het is een nabootsing als wat we bij de winstsfeer bij winst uit onderneming doen. Bij de ondernemers hebben we een startdatum; vanaf dat moment is de winstsfeer van toepassing. Daar ga je weer uit als de onderneming is overleden of gestaakt. Gedurende het hele ondernemers leven zit je in de winstsfeer. Als je er uit gaat, moet je afrekenen. Zo wordt altijd bewaakt dat de totale winst correct wordt berekend.


De onderneming gaat altijd een keer dood, dus is er altijd een afrekening. Een BV gaat soms generaties door. Dan heb je niet de automatische eindafrekening. Daarom heeft de wetgever een afrekenmoment voor de eigenaar van de aandelen van de vennootschap in het leven geroepen. Er wordt tussentijds afgerekend per subject. Als er geen fictieve vervreemdingsmomenten zouden worden aangewezen, kan een aandeelhouder weg lopen zonder af te rekenen. In art. 4.16 heeft de wetgever bepalingen opgenomen die ten doel hebben om al die momenten waarop het begrip ‘rechtshandeling waarbij aandelen uit het vermogen van een belastingplichtige overgaan in het vermogen van een ander’ niet aanwezig is, maar waar wel geheven moet worden om heffingslekken te voorkomen.
Bij sommige bepalingen van art. 4.16 kan je je afvragen of er wel een heffingslek zou zijn als de bepaling niet opgenomen zou worden. Toch heeft de wetgever dit gedaan, want je weet niet hoe de HR hierover zou oordelen. De eerste reden hiervoor is het voorkomen van claimverlies. De tweede reden is dat als je iets als fictieve vervreemding bestempeld, je er ook faciliteiten aan kan verbinden. Aan de faciliteit kan je weer voorwaarden stellen die gericht zijn op het behoud van de claim. De derde reden is dat soms de wetgever iets niet als een regulier voordeel wilt beschouwen, maar het als een vervreemdingsvoordeel wilt beschouwen. Daarin zitten essentiële verschillen. Het grootste verschil in de heffingssystematiek is dat reguliere voordelen niet qua timing kunnen worden gecorrigeerd. Bij vervreemdingsvoordelen kan er altijd gecorrigeerd worden naar WEV. Daar kan dus veel meer gecorrigeerd worden. In de reguliere sfeer kan je zelf bepalen wanneer en voor welk bedrag je een voordeel in aanmerking neemt. De wetgever kan dan zeggen dat hij dat in bepaalde gevallen niet wilt en het dan aanmerkt als fictief vervreemdingsvoordeel.
Art. 4.16 lid 1 sub a

In art. 4.16 lid 1 sub a staat het inkopen van aandelen. Waarom moet dat onder de fictieve vervreemding worden gebracht? Is het niet sowieso een vervreemding? Het enige verschil tussen inkoop en verkoop van aandelen is dat bij de inkoop de vennootschap inkoopt en het niet aan een willekeurige derde is. Of het nou een inkoop is van de vennootschap of de aankoop van een belastingplichtige maakt niet uit. Het is dus raar dat het in dit artikel staat. Je kan dit alleen maar begrijpen als je terug gaat naar oude jurisprudentie. De normale fiscale behandeling zinde de wetgever niet, behandeling als namelijk regulier voordeel. De wetgever heeft het nodig gevonden, omdat de inkoop van aandelen door de jurisprudentie een ander etiket gekregen dan de simpele vergelijking of het aan de belastingplichtige wordt verkocht of aan de vennootschap, het blijft een rechtshandeling. De HR vindt dat het wel wat uitmaakt. Dat kan je alleen begrijpen als je de inkoop van aandelen niet als een handeling ziet, maar in een continu proces zou plaatsen.


Stel we hebben een vennootschap met een aandelenkapitaal van 100 aandelen van 10.000 euro met flink wat reserves (900.000 euro). De vennootschap besluit om 1 aandeel in te kopen. Er zijn dan nog 99 aandelen met een aandelenkapitaal van 99.000 aandelenkapitaal. Er zijn nog 891.000 euro aan reserves. Stel dat de vennootschap dit 100 keer doet, dan lijkt het op een liquidatie. Bij liquidatie van de vennootschap zou je denken dat je over alle reserves die je toebedeeld krijgt afrekent. Aan de ene kant is het een rechtshandeling waarbij aandelen uit het vermogen van een belastingplichtige overgaan in het vermogen van een ander (juridische benadering) en aan de andere kant ben je eigenlijk stukje per stukje de vennootschap aan het liquideren (economische benadering). De HR heeft daarom gezegd dat de inkoop van aandelen wordt aangemerkt als een regulier voordeel. De automatische consequentie is dan dat de belastingplichtige niet gedwongen kan worden om dividend uit te keren en dat de prijs niet gecorrigeerd kan worden. De belastingplichtige zou ook naar de notaris kunnen gaan en één aandeel laten inkopen voor nominale waarden. In de sfeer van de reguliere voordelen zou je dan niet hoeven af te rekenen. De 9000 die niet aan de aandeelhouder is uitgekeerd toen hij dat ene aandeel liet inkopen, is niet verdwenen, maar is alleen maar niet opgehaald door de aandeelhouder. Het is in de vennootschap blijven hangen en is van de aandeelhouders. Je kan dan gaan timen; wanneer je de reserves laat uitkeren. Dat is de reden waarom de wetgever heeft ingegrepen. De timing wilde de wetgever aan banden leggen.
Art. 4.16 lid 1 sub c

Het betaalbaar stellen van liquidatie-uitkeringen (sub c) is als fictieve vervreemding aangemerkt, om het heffingsmoment te beïnvloeden. Een liquidatie-uitkering is namelijk gewoon een regulier voordeel, maar het kan handig zijn voor de wetgever om al eerder tot heffing over te gaan, namelijk op het moment het betaalbaar wordt gesteld.


Art. 4.16 lid 1 sub d

In sub d heeft de wetgever een clausule opgenomen voor de zekerheid dat een bepaalde gebeurtenis een fictieve vervreemding oplevert, om te voorkomen dat als je daar een procedure over gaat voeren en je die zou verliezen er een heffingslek zou ontstaan. Het gaat om het van rechtswege worden van aandeelhouder of houder van winstbewijzen in een andere vennootschap indien vermogen van de vennootschap waarin de belastingplichtige een aanmerkelijk belang heeft, onder algemene titel overgaat op een andere vennootschap. Dit is dus de juridische fusie. Omdat hij van rechtswege verdwijnt, kan er betwijfeld worden of er sprake is van een rechtshandeling waarbij aandelen uit het vermogen van een belastingplichtige overgaan in het vermogen van een ander. Als er iets van rechtswege ophoudt te bestaan, dan gaat er niets over, is de gedachte. Als dat zou gebeuren is er een faciliteit die de doorschuiving van de claim mogelijk maakt.


Art. 4.16 lid 1 sub e

In sub e staat de overgang onder algemene titel alsmede de overgang krachtens erfrecht onder bijzondere titel. Alle vormen van erfrechtelijke verkrijging worden bij de erflater beschouwd als fictieve vervreemding. De erflater rekent dus af en de erfgenaam start met de door hem of haar verkregen nieuwe waarde van het aandelenpakket. Van generatie op generatie ga je afrekenen op de waardeontwikkeling van het ab-pakket.


Art. 4.16 lid 1 sub f

Als je het brengen in het vermogen van een onderneming of het tot het resultaat uit een werkzaamheid gaan behoren niet als fictieve vervreemding aanmerkt, dan zou de claim verloren gaan. Stel dat je eerst een eenmanszaak hebt en daarna een BV ontstaat en je na enige tijd de BV-aandelen uit de ab-sfeer en inbrengt in het ondernemingsvermogen, dan zou er geen sprake zijn van een rechtshandeling waarbij aandelen uit het vermogen van een belastingplichtige overgaan in het vermogen van een ander. De aandelen blijven dan in hetzelfde vermogen, maar de claim is wel verloren gegaan. De aandelen komen op de balans voor de WEV. De claim van voordat de belastingplichtige de ondernemingssfeer instapte zou verdwenen zijn. Daarom ziet de wetgever dit als fictieve vervreemding.


Art. 4.16 lid 1 sub g

In sub g staat het niet langer aanwezig zijn van een aanmerkelijk belang. Dat is een hele belangrijke. Stel dat je door een meesleep- of meetrekregeling opeens uit de ab-regeling gaat. Het is buiten de situatie dat je verkoopt, want dat is een gewone vervreemding. Als een ander er dus voor zorgt dat je pakket de ab-sfeer verlaat, is er een eindafrekeningsmoment.


Art. 4.16 lid 1 sub h

Sub g is voor emigratie in feitelijke zin of in formele zin. Ook als jij op grond van een bepaald belastingverdrag niet meer geacht wordt in Nederland inwoner te zijn, dan verlies je die status. Op dat moment gaat voor de toekomst op jouw privépositie een ander land belasting heffen. De belasting bij emigratie hoeft niet meteen te worden afgerekend. Daar heb je de conserverende aanslag voor. Als je komt te overlijden of je zoveel dividend uitkeert dat je de vennootschap leeg trekt, moet je afrekenen. Vroeger kreeg je een briefje na 10 jaar waarin stond dat je niet meer hoefde te betalen. Dan was je van je ab-claim af. Die bepaling is geschrapt uit de wet per 2015. Je moet nu afrekenen over de waarde die in Nederland is opgebouwd.


Art. 4.16 lid 1 sub i

In sub j wordt als fictieve vervreemding aangemerkt het verlenen van een koopoptie. Dus als je een koopoptie verleent op jouw aandeel aan een ander.


Art. 5.16 lid 1 sub j

Dit lid is toegevoegd, omdat er een foutje zat in de wet. Met trustfiguren kon je ab-winst voorkomen. Dat heeft de wetgever met deze bepaling gedicht.


Deze fictieve vervreemdingen moeten een sluitend beeld opleveren van de ab-regeling. We hebben dus vervreemdingsmoment die door de HR worden gedefinieerd als rechtshandelingen waarbij aandelen uit het vermogen van een belastingplichtige overgaan in het vermogen van een ander. We hebben de fictieve vervreemdingen gericht op claimverlies, het naar voren halen van heffingen etc. We hebben dan ook nog de vervreemdingen van de HR in economische zin. Die gaan we zo bespreken.
Omvang vervreemdingsvoordelen

Hoe werkt dan de ab-regeling? Hoofdregel is overdrachtsprijs van het aandelenpakket minus de verkrijgingsprijs van het aandelenpakket, art. 4.19. Bij allebei wordt de waarde bepaald op de bedongen tegenprestatie. In art. 4.21 staat wat onder de verkrijgingsprijs moet worden verstaan. Dat is de tegenprestatie die de belastingplichtige heeft opgeofferd om het aandeel te verwerven. Bij de overdrachtsprijs, gaat het om de tegenprestatie die de belastingplichtige ontvangt als tegenprestatie voor het afstaan van de aandelen, art. 4.20. Een overdracht in natura wordt gewaardeerd naar de WEV.


In art. 4.22 staat dat als bij een vervreemding of verkrijging een tegenprestatie ontbreekt of er wel is, maar is bedongen bij een niet onder normale omstandigheden gesloten overeenkomst, dan wordt de waarde gesteld op de waarde in het economisch verkeer. Indien er de overeenkomst niet onder normale omstandigheden is, dan moeten alle onzakelijkheden gecorrigeerd worden. Dit kan zijn de rente, de zekerheden etc.
Bij art. 4.20, 21 en 22 horen allemaal bijzondere bepalingen, maar die kunnen we niet allemaal gaan behandelen. Stel je hebt een aandelenpakket en je gaat naar Nederland, dan is er wel in een ander land een verkrijgingprijs geweest. Als je in Nederland komt, dan zou eigenlijk pas de teller gaan lopen. Bij emigratie zet je de teller ook stil. Daar heb je een bijzonder bepaling voor.
Het is van belang dat je het systeem van art. 4.20, 21 en 22 goed in beeld hebt. De drie soorten vervreemdingen moet je goed onder controle hebben. Dat zijn de belangrijkste onderdelen van de vervreemdingsvoordelen.
Vervreemding HR

De HR heeft op een aantal momenten moeten ingrijpen met jurisprudentie om het vervreemdingsbegrip aangevuld met de fictieve vervreemding compleet te maken. In bepaalde situaties kon er geen heffing plaatsvinden, waardoor er een heffingslek ontstond. Je moet weten bij welk type transacties je het vervreemdingsbegrip moet uitbreiden door te kijken naar de waarde die een bepaalde aandeelhouder heeft voor en na de transactie. Je gaat dus een oordeel uitspreken of een aandeelhouder door een bepaalde transactie geen geld is kwijtgeraakt. Dat is een hele economische benadering die niet past bij de echte vervreemding en valt ook niet onder de fictieve vervreemdingen.


De twee voorbeelden die het meest voorkomen is de inkoop en uitgifte van aandelen tegen onzakelijke prijzen. Je kan ervoor zorgen dat er door een emissie of een inkoop van aandelen belangen verschuiven van de ene naar de andere aandeelhouder. Bij die verschuiving is cruciaal voor de ab-regeling dat alle reserves die een aandeelhouder heeft, voor zover die verschoven worden naar een andere aandeelhouder, de oude aandeelhouder daarover afrekent.
Stel er is een inkoop van aandelen en de prijs is lager dan de WEV en er zijn meerdere aandeelhouders. Een van de aandeelhouder is de vader en de andere aandeelhouder is de zoon. Beide hebben ze 50% van de aandelen. Ze hebben allebei 50 aandelen van 1.000 euro. De vennootschap heeft een waarde van 1 miljoen euro; 100.000 euro aan aandelenkapitaal en 900.000 euro reserves. Als vader aandelen laat inkopen, dan krijg je weer de discussie of dat een rechtshandeling is ten gevolge waarvan aandelen uit het vermogen van een belastingplichtige gaan in het vermogen van een ander. We hebben te maken met een inkoop van aandelen die belast kan worden als vervreemdingsvoordeel, waarbij de vader ten opzichte van de vennootschap een contractspartij is. De aandelen verdwijnen en de vader moet afrekenen over de winst. In principe is dat 9000 euro. Als de vader ter zake van dat bedrag afrekent, is in principe het systeem sluitend. De vraag is naar wie de 9.000 euro gaat als vader zou besluiten om de aandelen in te kopen door de vennootschap voor 1.000 euro en hij niet enig aandeelhouder is, maar zijn zoon medeaandeelhouder is. De zoon profiteert dan van de inkoop tegen een te lage prijs. De 9.000 die in de vennootschap blijft hangen, vloeit niet meer toe aan vader voor zijn andere aandelen als enige, maar aan alle resterende aandelen. Over de verschuiving van de winstreserves wilde de wetgever een heffing oploslaten.
Dus de inkoop van aandelen tegen een onzakelijke prijs in combinatie met het bestaan van meerdere aanhouders leidt tot een vervreemding die de HR eigenlijk koppelt aan het normale vervreemdingsbegrip, maar dan door de economische benadering te kiezen van een aandelentransactie. De vader rekent af, want die geeft een voordeel aan de zoon. De zoon mag, voor zover vader afgerekend heeft, z’n verkrijgingsprijs verhogen met het bedrag waarbij de vader belastingheffing is toegepast. De zoon moet wel schenkbelasting betalen over het voordeel dat hem is gegeven.
Hoe kan je bewerkstelligen dat bij emissie van aandelen de zoon weer een voordeel geniet? Dat kan doordat in de AV het voorstel tot uitgifte van nieuwe aandelen wordt besproken. Dat voorstel luidt: we stellen de aandeelhouder (zoon) in de gelegenheid om mee te doen aan de emissie (en hoewel we allemaal weten dat de aandelen 10.000 waar zijn, betaald de zoon daarvoor 1.000 euro). De aandeelhouder (vader) die het goed vindt dat er nieuwe aandelen worden uitgegeven aan een al bestaande aandeelhouder en die aandeelhouder stort daarvoor minder geld dan de WEV van het aandeel op dat moment, staat toe dat van de 900.000 euro reserves die in de vennootschap aanwezig zijn een beetje gaat naar de nieuwe aandelen van de zoon waar geen reserves ophangen. Je verdeelt in feite vanaf het moment van emissie 900.000 euro reserves niet meer over 100 aandelen, maar over 101 aandeel. Omdat er geen geld is gestort in de vennootschap, is het gemiddeld aantal reserves over de aandelen gedaald. Er is dan dus een verschuiving. Het nominale aandelenkapitaal wordt van 100.000 euro naar 101.000 euro verhoogd. Verdeeld over 101 aandelen. Aan de nieuwe 101.000 aandelenkapitaal is nog steeds de 900.000 euro reserves gekoppeld. Wat er had moeten gebeurden is dat de aandeelhouder (vader) tegen zijn zoon had gezegd: ik wil je de gelegenheid bieden om 1 aandeel extra te nemen, maar daar hoort wel een compensatie bij. Er had een akte moeten komen waarin de notaris zegt dat in het aandelenkapitaal door de emissie op het nieuw uit te geven aandelen een nominale waarde geldt van 1.000 euro en 9.000 agio. Totaal moet de zoon dus 10.000 storten. Niemand is dan armer of rijker geworden. Dit moet je elke keer controleren als er een inkoop of emissie van aandelen is. Door de inkoop en emissie kunnen dus winstreserves verschuiven, wat wordt aangemerkt als een vervreemding.
Bij conversie van aandelen is het niet zo dat een aandeelhouder aandelen inlevert bij de vennootschap of verkoopt aan een ander. Je laat zonder dat je als aandeelhouder afscheid neemt van de vennootschap, laat je de inhoud van je aandeelhoudersrechten veranderen van oud naar nieuw. Je kan naar de notaris gaan en de vader andere aandelen geven. Die aandelen kan je statutair recht geven om 5% van de waarde van het aandelenpakket ten tijde van de omzet, voor de toekomst. De vader verstrekt dan in feite een langdurige risicokapitaalverschaffing aan de vennootschap, waar hij 5% ten hoogte van zijn inleg aan rendement behaalt. Nadat dat betaald is, gaat de rest naar de aandelen van de zoon. Je mag het doen met letter aandelen, maar ook dat 5% naar de vader gaat en de rest naar de zoon. Beide varianten hebben hetzelfde effect. Er is dan ook sprake van potentieel een verschuiving van winstrechten. Als de vader niet de juiste tegenprestatie krijgt voor de inhoud van zijn nieuwe aandeel als je dat vergelijkt met de waarde van zijn oude aandeel, kan er wat verschuiven. Dat wordt dan hetzelfde behandeld als de verschuiving door inkoop of emissie. Je moet dit ook kunnen berekenen.
Verder zijn art. 4.28 en 4.29 belangrijk. Die zeggen wanneer er geheven wordt over de vervreemding van een ab-pakket en wat er gebeurd bij prijscorrecties. Als we er niet aan toe komen, moet je het zelf lezen in het boek. Ook de regeling voor de overdracht van aandelen in het kader van schenking en vererving in het kader van bedrijfsopvolging is belangrijk en ingewikkeld (de BOR). Staat in de Successiewet en de IB.

HC 14, 22-03-2017, aanmerkelijk belang



Bedrijfsopvolgersregeling

De bedrijfsopvolgersregeling is een belangrijke regeling voor de praktijk. Er is altijd wel een regeling geweest die het makkelijker maakt voor ondernemers in de vorm van een eenmanszaak of BV om het bedrijf bijvoorbeeld bij overlijden door te laten schuiven naar de volgende generatie. Er zijn ook regelingen geweest om vermogen wat in bedrijven besloten ligt wat milder te belasten in bijvoorbeeld een vermogensbelasting in plaats van gewoon beleggingsvermogen. Om dit economische proces niet te verstoren moet de wetgever faciliteiten bieden voor de opvolging. Er is ook altijd de gedachte geweest dat vermogen dat besloten ligt in een bedrijf minder liquide is en je dus minder makkelijk kan aanwenden.

1   2   3   4   5   6   7   8   9

  • Omvang vervreemdingsvoordelen
  • Bedrijfsopvolgersregeling

  • Dovnload 337.93 Kb.