Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Subjectieve belastingplicht

Dovnload 337.93 Kb.

Subjectieve belastingplicht



Pagina9/9
Datum05.12.2018
Grootte337.93 Kb.

Dovnload 337.93 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

Een aantal jaren geleden is er een versnelling gekomen in het verhogen van de omvang van de fiscale faciliteiten wanneer de eigenaar van een bedrijf (vaak BV) zou willen overdragen aan de volgende generatie. Dat is gecombineerd met de invoering van het trust-regime (APV-gerime). Zowel in de Successiewet als in de IB is een faciliteit gecreƫerd voor de situatie dat je eigenaar bent van een BV en een opvolger in gedachte hebt (hoeven niet perse kinderen te zijn) en jij je bedrijf aan de persoon schenkt, krijg je nagenoeg volledige vrijstelling in de schenkbelasting. Het tarief zakt effectief naar maar 3,4% van de waarde van het bedrijf.
Voor de IB is het wat gecompliceerder. Daar was de situatie altijd anders. Bij de IB moet je als je terug gaat kijken naar de IB, twee situaties onderscheiden. Zo hebben we de situatie waarbij een DGA zijn bedrijf overdraagt aan de volgende situatie bij leven (schenken van aandelen) en het bedrijf kan worden overgedragen bij overlijden (vererving van aandelen). In de oude situatie werden beide gebeurtenissen anders behandeld. Voor de vererving was eigenlijk een doorschuiffaciliteit die altijd toepasbaar was. Bij overleden was er dan sprake van een fictieve vervreemding. Je kon dan de verkrijgingsprijs van vader van toepassing verklaren op de kinderen die de aandelen in het kader van vererving hadden verworven. Je schuift dan eigenlijk de ab-claim door. Er gaat dan voor de fiscus niks verloren. Bij schenken van een onderneming was die faciliteit er niet. Je kon als ouders wel de aandelen schenken aan de kinderen, maar dan moest je gewoon afrekenen in de IB-sfeer.
Toen die regeling werd aangepast, heeft de wetgever twee dingen gedaan. Hij heeft een faciliteit gecreƫerd voor het schenken bij leven voor ondernemers. Daar is wel iets tegenover komen te staan, namelijk de invoering van een regeling die zegt dat zowel bij schenken als vererven, de hele doorschuiffaciliteit beperkt wordt tot de onderneming in enge zin. Het doorschuiven van beleggingsvermogen leidt dus tot afrekening. In het verleden kon je dat belastingvrij laten vererven, totdat deze regeling werd ingevoerd. In de oude regeling kon je ten minste nog schuiven en het bedrijf in de handen van je kinderen laten komen. Op het IB-niveau heb je dus eigenlijk alleen maar nadelen. In de schenkbelasting heb je heel veel voordelen, want tot ruim een miljoen euro heb je nul schenkbelasting. Daarboven geldt een heffing van 17%. Er ontstaat een extreem groot verschil tussen de tarieven. Daarom is het te verwachten dat na de verkiezingen er een aanpassing op die regeling zal komen, waarbij de doorschuiffaciliteit van de IB wel in stand zal blijven en zal de faciliteit in de schenkbelasting minder extreem gaan verschillen ten opzichte van de schenking en vererving van gewoon vermogen.
Bij de regeling krijg je zowel bij schenking als bij vererving in de IB onder een aantal voorwaarden om het bedrijf in enge zin over te hevelen naar de opvolger. Daarvoor is de regeling van art. 4.17a e.v. van belang. In 4.17a wordt er een uitzondering gemaakt op dat er bij overlijden een fictieve vervreemding plaats vindt. In dat artikel staat de beperking tot ondernemingsvermogen en uitzondering van beleggingsvermogen. Je gaat dan de onderneming van de BV vergelijken met wat in een eenmanszaak als ondernemingsvermogen zou hebben gegolden. Het moet een echt aanmerkelijk belang zijn en niet op grond van de meetrekregeling. De verkrijger moet binnenlands belastingplichtig zijn de aandelen moeten geen deel uitmaken van het vermogen van een voor zijn rekening gedreven onderneming.
Lid 6 geeft aan wat als ondernemingsvermogen wordt aangemerkt. Je moet de onderneming gaan analyseren. Je pakt de balans en kijkt wat er in de onderneming zit. Dat is nog niet zo eenvoudig. Je moet de vergelijking trekken met de eenmanszaak. Tijdelijke of duurzame overtollige kasmiddelen is relevant voor dit onderwerp. Bovenop het ondernemingsvermogen mag je 5% meegeven van het beleggingsvermogen. Dat mag als ondernemingsvermogen in het kader van de BOR tellen. De rest is beleggingsvermogen en reken je 25% IB over af bij erven of schenken. De discussie begint altijd met de vraag wat ondernemingsvermogen is en wat niet. In sommige branches is dat erg lastig vast te stellen. Soms is het bijvoorbeeld gebruikelijk om veel geld in de kas te hebben. Je moet dan terug naar art. 3.10 en de fictie uitwerken dat als de activiteiten van de BV in de IB als eenmanszaak zou worden gedreven, dan moet je de beslissing nemen voor de toepassing van de faciliteit of het dan als onderneming zou worden aangemerkt. Dat is niet erg eenvoudig, want wanneer is iets nou een onderneming, ROW of box 3?
Er wordt nu veel geprocedeerd over de toepassing van de BOR. Met name over de vraag of iets als beleggingsvermogen moet worden aangemerkt. De belastingdienst heeft gezegd dat alles wat verhuurd wordt, passief beleggen is. Het enige wat meetelt, is projectontwikkeling. De HR heeft wel steeds geoordeeld in het voordeel van de belastingplichtige tot nu toe. Je moet de discussie snappen van wat ondernemingsvermogen is wat niet. Bij ROW moet je weten wanneer de bron aanwezig is.
In de wet staat dat als je je bedrijf schenkt, je van de regeling kan profiteren. Wat gebeurt er nou als je aan je twee kinderen ieder 47,5% schenkt en je 5% aan de externe directeur schenkt? We nemen aan dat de kinderen en de externe directeur voldoen aan de 36-maandstermijn. De discussie kan hier ontstaan of de overdracht bij vader van 100% van zijn bedrijf belast is of voor een deel. We nemen aan dat er geen beleggingsvermogen is, alles is ondernemingsvermogen. De vraag is waarom we in Nederland denken per definitie dat als een bedrijf geschonken wordt, het alleen maar een schenking kan zijn en niet of het loon is uit een dienstbetrekking. De externe directeur betaald veel meer, omdat hij extern is. Hij zou net zo goed moeten kunnen profiteren van de schenking als de kinderen. Als je niet spreekt van een schenking, maar loon, dan had de loondiscussie ook bij de kinderen moeten spelen. Daar is helemaal overheen gelezen. Het motief moet bij schenking vrijgevigheid zijn. Loon is een waardering voor verrichte arbeid. Wat voor die kinderen geldt, geldt net zo goed voor de directeur. Waarom zou eenzelfde bonus voor de kinderen het motief vrijgevigheid zijn en voor de directeur een arbeidsbeloning? De directeur zou bijvoorbeeld inmiddels een goede vriend geworden zijn. De kinderen kunnen ook gewoon beloond worden voor hun arbeid.
1   2   3   4   5   6   7   8   9


Dovnload 337.93 Kb.